1

Naar eigen zeggen was Martial Lekeu gerekruteerd door Didier Miévis, een BOB'er die bij het Centraal Bureau voor Inlichtingen werkte en door Lekeu omschreven werd als de rekruteringsofficier van het Front de la Jeunesse bij de rijkswacht.

Miévis werd achteraf gestraft voor zijn nazistisch gedachtegoed en naar de brigade van Bevekom gestuurd. Toch duikt zijn naam in 1985 op als secretaris van de sectie operaties belast met het onderzoek naar de aanslagen op Delhaizes van Eigenbrakel en Overijse. Een attente officier zal pas na enkele maanden zijn aanwezigheid opmerken en hem uit de onderzoekscel weren.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Is er een foto van Didier Miévis in omloop? Ik heb alvast niets gevonden.

3

dolorean wrote:

Is er een foto van Didier Miévis in omloop? Ik heb alvast niets gevonden.

Ik heb geen foto van Miévis.

Uit het verslag van de Tweede Bendecommissie: De speurders van de CWB en onderzoeksrechter Lacroix hebben verscheidene bekende leden van de Groep G gehoord, waaronder Didier Mievis. Deze rijkswachter werd op eigen verzoek overgeplaatst naar het district Nijvel waar hij secretaris werd van kapitein Duterne, de officier die destijds het onderzoek leidde in verband met de slachtpartijen van de "Bende van Nijvel". Vervolgens werd dat onderzoek Miévis uit handen genomen, zodra aan het licht gekomen was dat hij lid was van de Groep G.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

Tijdens de hoorzittingen riepen zowel de manier waarop bekend was geworden dat Mievis deel uitmaakte van de Task Force te Nijvel, als de manier waarop hij was verwijderd uit deze speciale eenheid, allerlei vragen op. Kolonel Michaux vertelde hoe hij erachter was gekomen dat Mievis bij de Task Force werkte:

"We schrijven augustus 1986. Toevallig kom ik in het kantoor van luitenant-kolonel Marchoul. Ik telefoneer er naar de Task Force van Nijvel en de secretaris van de Task Force, wachtmeester Mievis, neemt op. Ik spreek dus zijn naam uit. Na dat telefoongesprek zegt kolonel Marchoul me: 'Die naam komt me bekend voor.' Hij herinnert me aan de zaak van groep G in 1976. Vervolgens neem ik de initiatieven waarvan u de chronologie kent, aangezien het allemaal in mijn rapport staat dat ik u samen met andere in december 1996 heb overgemaakt."

"Ik ga bij kapitein Brabant, hoofd van de BOB van Brussel, en vind het oude dossier terug, ondanks de definitieve vernietiging van bepaalde dossiers bij de afdeling OP van de BOB van Brussel. Ik breng er de commandant van op de hoogte via luitenant-kolonel Bruggeman, als ik me niet vergis, die adjunct-directeur van de operaties was. Ik denk dat de top er ook op de hoogte van werd gebracht. We hebben ons de vraag gesteld welke de rol was van Mievis die zich in 1986 toevallig in de cel Task Foree van Nijvel bevindt. Des te meer daar we over zijn zaak uit het verleden hebben gehoord die werd afgesloten met een gewone overplaatsing van het CBO naar het mobiel legioen waartoe in december 1976 werd besloten. Wat doet hij daar in Nijvel?"

"Was zijn rol niet dubbelzinnig? We hebben getracht te weten te komen of Mievis, die vroeger contact had met Dossogne en daar verslag van uitbracht bij kapitein Duterme, nog altijd contact met hem hield buiten het medeweten van de kapitein. We wisten dat hij in 1976 lid was geweest van groep G. Daarom hadden we gevraagd Francis Dossogne onder observatie te zetten en hebben we, via kapitein Sack, inlichtingen ingewonnen bij de magistraat van Dendermonde over de mogelijkheid een zoller en een malicieux te plaatsen om de rol van Mievis in die zaak te ontdekken."

Bruggeman van zijn kant bevestigde deze lezing van de gebeurtenissen:

"In 1986 - de juiste datum kan ik mij niet herinneren - werd ik telefonisch gecontacteerd door kolonel Michaux, die mij ontsteld vertelde dat hij was benaderd door kapitein Duterme, die op dat ogenblik adjunct was in het district Nijvel en die contact had gehad met de heer Mievis, die, ook reeds op het CBO, een schitterend rijkswachter was en op dat ogenblik op het district werkte. Hij was waarschijnlijk op het district terechtgekomen na een aantal mutatie, want hij is uiteraard niet in het mobiel legioen gebleven. Ik heb van Michaux vernomen dat hij zich vrijwillig had aangeboden om versterking te leveren aan Nijvel. Ik heb toen Michaux op de hoogte gebracht van wat ik wist en hier zojuist heb verklaard. Michaux heeft toen, in overleg met Duterme en de onderzoeksrechter, die man onmiddellijk laten verwijderen."

"Dat weet ik zeker, omdat ik toen - ik was hoofd-directeur van de operaties - aan Michaux heb gezegd dat het raadzaam was geen enkele voorzorgsmaatregel over het hoofd te zien. Er is toen onmiddellijk een afluisterapparaat geplaatst op de telefoon van Mievis en Dossogne. Mievis is zelfs onder observatie van het observatieteam geplaatst om zijn reactie op zijn verwijdering te bewaken van juridische zijde. Bij het installeren van dergelijke apparatuur op een telefoon moet een onderzoeksrechter betrokken zijn."

"Ik denk dat de bewaking veertien dagen heeft geduurd en dat er tussen Mievis en Dossogne blijkbaar geen enkel contact is geweest na dit incident. Ik weet van Michaux dat Mievis in overleg met de onderzoeksrechter onmiddellijk uit de Cel is verwijderd nadat iemand Duterme op de hoogte had gesteld van het verleden van Mievis, dat uiteraard niet in overeenstemming was met deze functie."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

5

Waarom Dossogne - en via hem eventueel Mievis - onder observatie werd gezet, werd door Michaux, in antwoord op een vraag van een lid van de Commissie, als volgt Dossogne uitgelegd:

"Uitsluitend om te zien of Mievis ons niet misleidde. Hij beweerde een misstap te hebben begaan in zijn jeugd, in '76. Voor alle betrokkenen - u kan daarover de opinie van de heren Troch en Lacroix vragen - is het daarbij gebleven (groep G). Alvorens contact te hebben met Mievis wilden we zien of hij buiten ons medeweten geen contact had met Dossogne. (...) Ik ben ervan overtuigd dat indien die observatie ons nuttige elementen voor het dossier zou hebben opgeleverd ... Ik heb contact opgenomen met Delta, omdat zij interesse hadden voor Dossogne. Een defensief initiatief? Inderdaad. Beperkend."

"Alvorens die man te verhoren, wilden we namelijk weten of we hem konden vertrouwen. Als we een positief element hadden gehad, hadden we hem uit zijn evenwicht kunnen brengen door hem te zeggen dat hij ons in de maling nam. Maar zo'n element hadden we niet! We hadden alleen de goede trouw van de betrokkene. De mate waarin hij de gebeurtenis heeft gedramatiseerd, toen we hem aan de feiten van '76 herinnerden, heeft een rol gespeeld. Ik denk dat het voor hem vandaag hetzelfde drama betekent."

De voornaamste (schijnbare) tegenspraak die er tussen beide verklaringen zit, betreft het tijdstip waarop Dossogne-Mievis onder observatie werden geplaatst. Waar Bruggeman deze actie na de verwittiging van Mievis plaatste, daar situeerde Michaux haar daarvóór. Deze tegenspraak kan echter aan de hand van de dossier-analyse en van de bijkomende documenten gemakkelijk worden opgelost. In het rapport dat Michaux in maart 1989 vervaardigde voor de commandant van de rijkswacht naar aanleiding van het interview met Lekeu, wordt duidelijk gesteld dat de observatie-actie - onder de codenaam "Uniforme" - startte op 25 augustus 1986 en eindigde op 5 september 1986, terwijl Mievis op 1 september 1986 om 15.50 u. werd verhoord.

Dit wil zeggen dat de onderhavige getuigen in zekere zin dus allebei gelijk hadden. En de kopieën van de observatieverslagen die de Commissie op haar verzoek in juli 1997 ter hand werden gesteld, tonen niet alleen duidelijk aan dat de actie inderdaad enkel in de aangegeven periode plaatsvond, maar ook dat er geen contacten werden waargenomen tussen Dossogne en Mievis.

Ter vermijding van verdere misverstanden moet er tot slot op worden gewezen dat - anders dan Bruggeman verklaarde - de telefoongesprekken van Dossogne en Mievis, althans de nummers die zij zouden draaien en de nummers vanaf dewelke zij zouden worden gebeld, niet werden geregistreerd in Dendermonde. Hiertoe werd wel actie ondernomen, maar Delta zag geen mogelijkheid voor het plaatsen van een zoller en een malicieux bij Dossogne.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Hebben de zakken van Ronquières iets te maken met de observatie tussen Miévis en Dossogne en het verwijderen van Miévis uit de Task Force van Nijvel? Zie » Forum

Uit de nota's van Willy Acke kan de loopbaan van Miévis als volgt geschetst worden: Didier Miévis werd in 1976 uit het CBO gezet wegens het doorspelen van documenten aan personen buiten het korps. Mievis wordt daags erna gezet op het Mobiel Legioen. Daarna sukkelt hij van de ene brigade naar de andere en komt uiteindelijk in de brigade van Eigenbrakel terecht.

Heeft er iemand meer details wanneer precies Miévis in de brigade van Eigenbrakel werkzaam was? Hij werkte er in elk geval in het voorjaar 1986 (vóór februari 1986) en opnieuw vanaf 1 september 1986. Tussen februari 1986 en 1 september 1986 was hij secretaris van Duterme in de Task Force van Nijvel.

Aan wie heeft hij documenten doorgespeeld? Een soort oer-WNP?