Johan Demol begon zijn carrière in 1976 als lid van de Rijkswacht. In 1979 werd Johan Demol opgenomen in de leiding van de privé-militie Front de la Jeunesse, een extreemrechtse vereniging. In de jaren 80 werd hij politieofficier in Schaarbeek. In 1994 werd hij commissaris. Hij werd opgemerkt door zijn hardhandige methodes bij het aanpakken van de criminaliteit. In 1998 werd hij echter ontslagen nadat zijn verleden bij het Front de la Jeunesse bekend werd.

Onmiddellijk daarna ging hij de politiek in voor het Vlaams Blok, hij trok in 1999 de lijst voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad. Het VB verdubbelde zijn zetelaantal en Demol kreeg tevens een zetel in het Vlaams Parlement. In 2005 was hij opnieuw kandidaat voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad, en hij werd weer verkozen. De verwachte doorbraak voor het Vlaams Belang kwam er echter niet. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 ging het VB in Schaarbeek zelfs achteruit.

In 2008 kwam Demol in het nieuws doordat hij zijn steun gaf aan het anti-drugsprogramma van Scientology.

Eind juni 2009 verklaarde Demol dat hij uit het partijbestuur van het VB stapt. Ook deelde hij in een interview aan Humo mee dat de partij geen toekomst meer heeft. Eind april 2010 nam hij samen met een ander Brussels parlementslid van het Vlaams Belang, Greet Van Linter, ontslag uit het Vlaams Belang uit onvrede met de partijlijn en -strategie. Zij zetelen momenteel als onafhankelijken onder de naam Vlaamse Democraten.

Bron » Wikipedia

Onderstaande uitgebreide tekst is een samenstelling van letterlijke passages uit het boek Het gevaar Demol. Ik heb deze bewust achter elkaar gezet om alzo de rode draad van de handel en wandel van Johan Demol eind jaren ’70 begin jaren ’80 te schetsen. Er worden hier een aantal bijzonder interessante zaken en vriendschapsbanden van Demol uit de doeken gedaan (o.a. met Dossogne, Calmette, Weykamp en Libert). Over de diefstal bij het SIE staat ook een uitgebreid hoofdstuk in het boek en rol van Lhost in het onderzoek ons de diefstal. Die zal ik later posten.

Medio 1975 legt Johan Demol zijn toegangsexamen af voor de cadettenschool van Laken. Hij slaagt en kan op 1 maart 1976 beginnen met het realiseren van zijn jongensdroom: een carrière als officier. In 1977 trekt hij naar het Gewestelijk Vormingscentrum van de Rijkswacht in Vottem bij Luik. Na negen maand is hij wachtmeester en kan hij eindelijk verhuizen naar het 2000 man tellende Mobiel Legioen. Johan Demol werd als één van de eerste twaalf rijkswachters gerekruteerd voor dit zestig rangtellende elitekorps. Demol raakt probleemloos door de proeven om toe te treden tot het SIE. Niet in het minst omdat hij in het Nationaal Sportcentrum, pal bij de rijkswachtkazerne aan de Kroonlaan in Etterbeek, karatelessen volgt.

De sensei, de leermeester, daar is Claude Goetz, de man die er ook Jean-Claude Van Damme, de latere 'Muscles from Brussels', onder zijn leerlingen telt. Goetz leert er Demol de Shotokan, de traditionele karate. Maar Demol wil meer. Hij trekt naar de karateschool van ene Ferrari-Calmette op het Albertplein in Vorst. Calmette leert immers een andere stijl van karate: de kiu-ku-shinkaï van het eiland Okinawa. Slagen en stampen hoeven hierbij niet ingehouden te worden ! Alleen het hoofd mag niet worden geraakt. Deze 'opleiding' helpt Demol alvast om doorheen de eerste testen te komen om toegelaten te worden tot het SIE. Nadien volgt nog een opleiding in Marche-les-Dames waar het brevet B van paracommando moet worden gehaald. Na een opleiding tot scherpschutter met het FAL-geweer, de bevrijding van passagiers uit een (oefen)-vliegtuig in Zaventem, de bestorming van een zogezegde gekaapte autobus, discrete bewaking en achtervolgingen wordt Johan Demol ingedeeld bij een ABT-patrouille in de hoofdstad. ABT staat voor antibanditisme en terrorisme. ABT’ers houden zich enkel bezig met de grote zaken; de kleine criminaliteit is niet voor 'de showmannekes'. Johan Demol neemt ontslag als Rijkswachter op 1 april 1980.

Johan Demol zal later beweren dat hij, binnen een ABT-opdracht, verzeilde aan de Materiaalkaai, op het hoofdkwartier van het Front de la Jeunesse. Wanneer de krant De Morgen begin januari 1996 een geheim Rijkswachtrapport publiceert uit 1984 en Johan Demol, de toenmalige hoofdcommissaris van Schaarbeek, beschuldigt lid geweest te zijn van het Front de la Jeunesse ontkent Demol het lidmaatschap aanvankelijk in alle toonaarden. Johan Demol doet er heel vergoelijkend over: 'Zo kwam ik eens terecht bij het hoofdkwartier van het Front de la Jeunesse aan de Havenlaan in Brussel waar weer eens problemen waren met militieleden . Ik leerde er de FJ-leider Francis Dossogne kennen. Hij was een universitair en journalist en had oog voor de problemen bij de politiediensten. “Ik vond hem sympathiek en bleef met hem in contact. Hij werkte voor het Nouvel Europe Magazine (NEM), waarop ik zelfs een jaar lang een abonnement nam,” erkent Demol uiteindelijk. Demol is op dat ogenblik één van de 60 elite-Rijkswachters van België!

1979: Francis Dossogne en zijn troepen zijn verhuisd. Eerst deelden ze een huis met de redactie van Nouvel Europe Magazine, nu wordt beslist om voor de schijn uit elkaar te gaan. Het Front wil immers tot keiharde actie overgaan en Nouvel Europe Magazine mag niet in de brokken delen. Baron de Bonvoisin komt, via Paul Vanden Boeynants, terecht bij Ada Blaton. Een peetvader van het Brusselse bouwmilieu met een hart dat klopt voor extreem-rechts. Blaton maakt dat het Front kan intrekken in 'de Bunker op de Materiaalkaai, een gebouw van de Brusselse stadsdiensten! Het lokaal wordt georganiseerd als een versterkte burcht met wachtposten en wachtwoorden. Wie zonder lidkaart arriveert moet zijn paspoort afgeven bij de receptie én wordt minutieus geregistreerd op de bezoekerslijst. In de Bunker worden de acties van het Front de la Jeunesse gepland én voorbereid.

Op 8 februari 1979 stapt rijkswachter Demol, dan 22, de Bunker aan de Materiaalkaai binnen. Hij kent het gebouw, het Front de la Jeunesse én Francis Dossogne maar al te goed. Demol is in die tijd immers in het kader van een Anti-Banditisme- en Terreur-brigade van de elitegroep Dyane, reeds meerdere keren op bezoek geweest bij Dossogne en diens kompanen. Leden van de ABT-brigade mogen zelf hun zone kiezen waarin ze zullen patrouilleren. En Demol had nu net de kanaalzone gekozen, de buurt waarbinnen zich de Bunker bevond. Toeval?

Wanneer journalist Walter De Bock in 1996 het extreem-rechtse verleden van de hoofdcommissaris van Schaarbeek onthult én hem ontmaskert als dezelfde Johan Demol die in 1979 lid werd van het Front de la Jeunesse ontkent de hoofdcommissaris in alle toonaarden. Na enkele dagen erkent hij wel ooit de Bunker bezocht te hebben. Maar dan wel 'binnen het kader van zijn opdracht als lid van een ABT-brigade.' 'Wij werden toen opgeroepen omdat er een incident was gemeld in of rond het hoofdkwartier van het FJ in de buurt van de Brusselse haven. Ik weet niet meer wie juist aan de basis lag van dat incident.

Als jonge leden van de antiterreurgroep Dyane werden wij ingezet in het kader van de bestrijding van het banditisme. Dossogne leek mij een persoon waarmee te praten viel. Later gingen wij nog verschillende keren op bezoek in het hoofdkwartier van het FJ wanneer wij in de buurt op patrouille waren. In die buurt waren er toen regelmatig problemen. Bij één van die gelegenheden maakte Dossogne een afspraak met mij. Hij vroeg me om eens naar zijn bureau te komen dat gelegen was in de buurt van het Schumannplein in de Europese wijk. Dossogne werkte daar als journalist. Ik herinner mij dat ik toen een abonnement heb genomen op het weekblad Nouvel Europe Magazine. Dat blad was toen ook te vinden in verschillende ministeries. Ik zag daar geen probleem in. Maar sympathisant of lid van het FJ ben ik nooit geweest. Daarin ben ik formeel.’

Privé-detective Francis Dossogne beweert 17 jaar later dat hij het zich allemaal niet meer kan herinneren. ‘Johan Demol (...) die naam zegt me niks meer. Dat is ook normaal, het is al zo lang geleden. Het Front had toen ook honderden leden en sympathisanten. De huidige politiecommissaris? van Schaarbeek? Heet die ook Johan Demol? Ik weet van niets. Ik zit de laatste jaren vooral in het buitenland en ik lees geen kranten.’ De feiten geven twee grote zekerheden: Dossogne heeft een selectief geheugen en Johan Demol liegt.

Dat Demol op 8 februari 1979 'in functie' of ‘in uniform' in de Bunker vertoefde zou nog mogelijk zijn. Zeker is wel dat Johan Demol op 8 februari 1979 nog geen lid was van het Front de la Jeunesse. Hij geeft die dag immers zijn paspoort af aan de balie. Het nummer van zijn identiteitskaart wordt rigoureus geregistreerd in het gastenboek. Nu kunnen er natuurlijk twee Johan Demols rondlopen in Brussel, maar waarschijnlijk niet met hetzelfde paspoort. Het nummer vermeld in het gastenboek van 8 februari 1979 is AK481-387. Tot nader order is dat het paspoortnummer van de Johan Demol die 15 jaar later hoofdcommissaris van Schaarbeek zal worden.

Was Johan Demol op 8 februari 1979 in de Bunker voor zijn werk? En in uniform? Is het gebruikelijk dat wanneer een ABT-brigade wordt uitgestuurd dat zij degenen zouden zijn die hun paspoort moeten afgeven in plaats van de personen die moeten worden gecontroleerd!? Helemaal te gek wordt het wanneer het gastenboek openbaart dat direct na Demol geen rijkswachter ingeschreven wordt, maar een figuur die helemaal niet onbekend is in extreem-rechtse milieus. Die persoon heet Michel Libert: een beroepsmilitair, een vertrouweling van Paul Latinus, de man achter Westland New Post (WNP) die ook Emile Lecerf en Madani Bouhouche tot zijn 'vriendenkring' rekent.

Hoe dan ook, het bezoek aan Francis Dossogne en de ontmoeting met Michel Libert moet een grote indruk nagelaten hebben bij rijkswachter Demol. Op l0 februari 1979, amper twee dagen later, keert hij immers reeds terug naar de Bunker. En hij geeft nogmaals zijn paspoort af. Zij het deze keer om lid te worden van het Front de la Jeunesse. Hij vult ter plekke zijn lidkaart in én ondertekent ze.

Johan Demol tekent daarmee ook een belofte: 'lk engageer mij om te militeren in het Front de la Jeunesse in de mate van al mijn mogelijkheden.' De inschrijvingsfiche van Demol meldt duidelijk dat militeren in het Front alle kanten uitkan. Er is administratief werk en er zijn de sportieve Ardense 'nationalistenkampen'. Er is ook intrigerender werk: deelname aan militantenacties en informative leveren voor de persdienst van de beweging.

Na de onthulling van Walter De Bock dat Johan Demol lid geweest is van het Front de la Jeunesse, moet de man, dan hoofdcommissaris van Schaarbeek op maandag 15 januari 1996verschijnen voor het college van burgemeester en schepenen van zijn gemeente. Achter gesloten deuren'verzekert' hij het Schaarbeekse college dat hij nooit, maar dan ook nooit? lid geweest is van het Front. Hij tovert wel een uiterst charmant verhaal uit zijn commissariskepie: 'Ik werd nooit aangetrokken door het Front de la Jeunesse, maar was smoorverliefd geworden op een meisje dat in die milieus verkeerde.'

De commissaris verschaft zich zo een alibi voor zijn bezoeken aan de Bunker, het lokaal van het Front. Toch blijft hij beducht om met het Front geassocieerd te worden. Hij verzint dan maar een verhaaltje over de moeilijke romance tussen een extreem-rechtse militante en een rijkswachter. 'Het is tijdens een patrouille in de buurt van de haven dat ik dat meisje heb leren kennen – het is echt waar - ik ben op slag verliefd geworden!' Duikt hij dan met zijn grote liefde de Bunker in? 'Dat heb ik nooit beweerd. Ik ben het meisje blijven ontmoeten, maar steeds buiten het Front de la Jeunesse!' 'lk herhaal het nog eens: ik heb het Front nooit gefrequenteerd! Het is wel waar dat ik met Francis Dossogne gesproken heb maar dat was steeds in het kader van opdrachten als rijkswachter. In mijn lange carrière heb ik natuurlijk gesproken met tal van delinquenten maar evengoed met tal van eerlijke mensen.'

Demol liegt niet over zijn romance met Marie-Christine Falla, maar zeker over zijn romance met het Front de la Jeunesse! Alhoewel: om de aandacht volop te richten op zijn? 'dwaze’ verliefdheid' neemt hij een loopje met de werkelijkheid. Meer nog: hij minimaliseert het belang van zijn ?'vriendin' binnen het Front de la Jeunesse. Demols geliefde van dat ogenblik, Marie-Christine Falla, is niet zomaar een meelopertje. een syrnpathisante of een gewoon lid van het Front de la Jeunesse, integendeel. Falla behoort tot de harde kern van het Front de la Jeunesse.

Het Front wordt immers geleid door een 'Nationale Raad' die oorspronkelijk uit zes leden bestond. Binnen die Nationale Raad werd niet alleen de strategie uitgestippeld. De Nationale Raad bereidde ook de, meestal gewelddadige, acties voor. Wel: Marie-Christine Falla was lid van de Nationale Raad in 1979 op het ogenblik dat Demol lid werd. Los van het feit dat Demol hoe dan ook verliefd kan geweest zijn op militante Falla, legt deze verliefdheid hem ook geen windeieren. Via Falla stoot hij onmiddellijk door tot de top van het Front. En: hij is er niet ongewenst. Op 26 april 1979 mag hij zelfs een Nationale Raad, waaraan ook zijn vriendin deelneemt, bijwonen. Mocht het een rijkswachtstrategie geweest zijn om via een romance tot de top van de stoottroepen van extreem-rechts door te dringen, het zou de meest geslaagde infiltratie uit de geschiedenis geweest zijn!

Het was echter geen rijkswachtstrategie die Demol naar de Bunker dreef, wel zijn eigen extreem-rechtse ideologie. Op 2 juni 1979 vergaderd Demol opnieuw in de Bunker. Naast Demol zijn die dag ook Béatrice Bosquet, Jean-Marie Paul en Alain Weykamp in de Bunker. Wat die tweede juni 1979 in de Bunker wordt beslist? In ieder geval vertrekt tien dagen later vanuit de Bunker een FJ-commando gewapend met ijzeren staven. Het commando heeft een tijdelijke opdracht: het overvallen van een plakploeg van de Parti Socialiste. De plakploeg wordt bewerkt met de ijzeren stavenen twee PS-militanten blijven zwaargewond liggen. Op 13 augustus 1979 organiseert het Front een aanslag op de lokalen van de Belgisch-Vietnamese Vereniging.

In september 1979 verschijnt Demol opnieuw in de Bunker. Op 8 september vergaderd hij met kopstuk Francis Dossogne, op 10 september ontmoet hij er naast Dossogne ook de harde jongens Jean-Marie Paul en Alain Weykamp. En zie, amper enkele dagen later in de nacht van 16 op 17 september 1979 wandelt Bernard Hermant, een communistisch militant, na het feest van De Rode Vaan, op weg naar huis voorbij de Bunker aan de Materiaalkaai. Hermant wordt ter hoogte van het lokaal aangevallen en drie uren vastgehouden in de Bunker. Hij wordt er geschopt en geslagen. Hij wordt met de dood bedreigd en gefolterd. Op het einde duwen de FJ-militanten zijn hoofd in een emmer water tot hij buiten bewustzijn raakt. Daarna wordt hij de straat opgegooid. Hermant legt klacht neer bij de politie, het parket start een onderzoek en uiteindelijk wordt Jean-Marie Claus voor de correctionele rechtbank gebracht.

Het raakt allemaal de koude kleren van Johan Demol niet. Zes dagen later, op 22 september, is hij opnieuw van de partij in de Bunker. Op 30 september 1979 vertrekken vanop de Materiaalkaai twee bestelwagens richting Antwerpen. In de bestelwagens zitten 17 militanten van het Front de la Jeunesse. Onder hen niet de minste: Francis Dossogne, Jean-Marie Paul, Béatrice Bosquet en Jean-Marie Claus. Het Front de la Jeunesse trekt naar Antwerpen om er deel te nemen aan een door de VMO en Voorpost georganiseerde steunbetoging voor het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. De bestelwagens worden echter onderschept door de rijkswacht: de  FJ-militanten, allen in camouflagepakken, voorgeleid.

In de wagens ontdekt de  Rijkswachtpatrouille een volledig wapenarsenaal: zelfgemaakte brandbommen, thunderflashes, helmen, gummistokken, een boksijzer, een alarmpistool, een met metaal gevulde slangen, zes pijltjes. Deze arrestatie vormt de aanleiding voor een groot proces waarbij het FJ zal worden veroordeeld als privé-militie en uiteindelijk wettelijk verboden zal worden. In de nacht van 18 op 19 oktober 1979 proberen militanten van het Front echter eerst nog brand te stichten in het 'Maison des Jeunes' van Vorst.

Op 15 november 1979 begint het proces tegen het Front de la Jeunesse voor de correctionele rechtbank. Toch voelt Demol zich nog steeds veilig en beschermd want op oudejaarsavond 31 december 1979 duikt hij opnieuw de Bunker binnen om er de overgang van oud naar nieuw te vieren in het gezelschap van zijn 'kameraden'. En zelfs in 1980 vereert Demol de Bunker nog twee keer met zijn aanwezigheid op 8 en 15 januari.

Even later, op 6 februari 1980, vernielen militanten van het Front het 'Maison des Jeunes' van ... Schaarbeek. Het lijkt wel hét teken voor Demol om niet meer aan de Materiaalkaai te verschijnen. Of juister: zijn naam wordt niet meer ingevuld in het aanwezigheidsregister. Is het uit met de liefde voor Marie-Christine Falla? Moet de ABT-brigade niet langer de Materiaalkaai controleren? Of is er meer aan de hand?

Zeker is dat Johan Demol geen twee maanden later, op 1 april 1980, het Speciaal Interventie Eskadron van de Rijkswacht vaarwel zegt. Precies op tijd zo lijkt het, want op 5 juni worden verschillende leden van het Front de la Jeunesse door de correctionele rechtbank veroordeeld. Ze krijgen drie maanden celstraf met uitstel en geldboetes wegens het overtreden van de wet uit 1934 op de vorming van privé-milities en wegens het bezitten van verweerwapens en verboden wapens.

3

Merovinger wrote:

Baron de Bonvoisin komt, via Paul Vanden Boeynants, terecht bij Ado Blaton. Een peetvader van het Brusselse bouwmilieu met een hart dat klopt voor extreem-rechts. Blaton maakt dat het Front kan intrekken in 'de Bunker op de Materiaalkaai, een gebouw van de Brusselse stadsdiensten

Misschien belangrijk als we Blaton moeten plaatsen. In het kamp van de Bende of net erdoor geviseerd? Hier wordt hij dus genoemd in de sfeer van van de Bonvoisin, Dossogne, ... M.a.w. de groep geviseerd door de Staatsveiligheid.

4

Een passage uit het boekje "De zaak Demol" (let op: dit is geschreven door Vlaams Blok-kopstuk Filip De Man en is vooral een "kijk eens hoe fantastisch Demol is"-pamflet).

Demol vindt de organisatie van het Brusselse politiekorps totaal inefficiënt: een zeer logge structuur met een enorme centralisatie. Er bestaat bovendien - zoals in veel grote korpsen - een grote afstand tussen de lokale afdelingen en de centrale directies.

Brussel-stad heeft op dat ogenblik een organiek kader van 1.700 politiemannen, daarvan zijn maar een goede 1.300 plaatsen effectief ingevuld. Ook dat is een verschijnsel dat zich in die jaren in alle grootsteden van het land voordoet.

Om aan al die problemen wat te veranderen, wil Demol opklimmen in de hiërarchie. In de politieschool van Brussel zou hij cursussen kunnen volgen voor het brevet van officier, maar hij heeft geen zin om twee jaar lang, drie tot vier uur per avond les te gaan volgen. Zelfs op zaterdagochtend moet men naar de cursus.

Gelukkig voor hem kunnen ambitieuze politiemannen op dat ogenblik nog examens afleggen voor de Centrale Jury op het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Johan Demol begint te blokken.

Volgens bepaalde linkse bladen anno 1997 is dit de periode waarin Demol zou deelgenomen hebben aan de diefstal van gesofistikeerde wapens bij het SIE en een extreem-rechtse putsch voorbereidde. Demol hierover: "Ik ben misschien wel superman, maar mijn dagelijkse job doen en studeren voor officier en diefstallen organiseren en een staatsgevaarlijke organisatie uit de grond stampen ... dat is toch wat te veel."

De jonge politieman wordt - als ex-lid van het SIE - in 1982 wel over de beruchte wapendiefstal bij de rijkswacht ondervraagd door rechercheurs van de BOB. Het is echter niet meer dan een routine-onderzoek en het dossier wordt algauw gesloten, maar dit non-event zal hem nog jaren achtervolgen.

(...) De stof van twee jaar wordt geblokt in één jaar en in april 1982 behaalt de aspirant-officier zijn brevet van commissaris. Op 1 juli 1983 wordt Johan Demol effectief adjunct-commissaris bij PolBru. Hij blijft evenwel wijkofficier tot eind 1985.

In december 1985 volgt een opgemerkte promotie: de adjunct wordt opgenomen in de 'mobiele brigades', een directie van zo'n 400 man. De politiemannen staan in voor de ordediensten, de bewaking van ambassades en patrouilleren tevens te voet of met voertuigen, 24 uur op 24.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

5

Uit hetzelfde boek maar dan over het einde van zijn carrière bij de Groep Dyane:

In 1979-1980 rijdt Demol dus dag in dag uit rond in een Peugeot 404 op zoek naar geseinde personen en booswichten allerhande. De wagens zijn anoniem, wel is er op het dak een groot cijfer geschilderd, zodat de rijkswachthelikopter hen gemakkelijk kan volgen bij achtervolgingen, verdekte opstellingen en dergelijke. De ABT-patrouilles krijgen van de officieren elke dag enkele sectoren van Brussel-19 toegewezen.

Op dat ogenblik maakt de jonge rijkswachter voor het eerst echt kennis met de immigratieproblematiek. Er is nog geen sprake van  de grote vreemdelingenghetto's met tienduizenden Noord-Afrikanen en Turken zoals men die nu in de hoofdstad kent. De enkele buurten in Sint-Joost-ten-Node en Molenbeek vormen meer een stuk folklore dan wat anders. Bij de identiteitscontroles duikt wel meer en meer een probleem op, de patrouilles kunnen danniets goed doen: als er een Belg wordt gecontroleerd, maakt die misbaar "omdat ze beter de vreemdelingen zouden controleren", als een vreemdeling wordt tegengehouden scheldt hij de rijkswachters uit voor "racisten".

Demol heeft echter nooit moeilijkheden, hij handelt de zaken op een beleefde wijze af en moet nooit geweld gebruiken. Weinigen durven trouwens lastig doen tegen de boomlange rijkswachter.

Onze ABT-patrouilleur leert de negentien Brussel gemeenten op zijn duimpje kennen en doorkruist liefst van al de "moeilijke wijken". Daar is tenminste nuttig werk te leveren. Tijdens die patrouilles moet hij een paar keer tussenbeide komen op de Brussel Materialenkaai waar het lokaal van het Front de la Jeunesse gelegen is.

Dat lokaal wordt immers regelmatig getrakteerd op graffiti of stenen. Zo leert de jonge SIE-rijkswachter ene Francis Dossogne kennen, de verantwoordelijke van het Front de la Jeunesse. Dossogne klampt in die dagen zoveel mogelijk politiemannen en rijkswachters aan, hij probeert ze te winnen voor zijn rechtse ideologie. De 22-jarige Demol gaat nu en dan een pint drinken in het FJ-lokaal, temeer daar hij zijn oog laat vallen op een bevallige militante, een zekere Marie-Christine. Dossogne slaagt erin hem op 22 februari 1979 een lidkaart te verpatsen, maar Demol is niet echt geïnteresseerd en gaat uiteindelijk niet meer dan een tiental keer naar de Materialenkaai. Marie-Christine is trouwens ook niet geïnteresseerd.

Na het voorjaar van 1980 komt hij er niet meer. In 1981 loopt Demols' vierjarig contract bij de rijkswacht af en wanneer hij in de krant advertenties van de Brusselse politie ziet, opteert hij voor een carrière als officier bij 'PolBru'.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Foto NN10 vertoont een aantal interessante gelijkenissen met Johan Demol. Onderstaande foto van Demol dateert van de periode 1995-1996. Heeft er iemand een foto van Demol uit de jaren '80?

http://nsm08.casimages.com/img/2014/09/30//14093012460014738712567955.jpg

7

In het boek De zaak Demol van Filip De Man staat een foto van Demol tijdens zijn opleiding (eind jaren '70):

http://i39.servimg.com/u/f39/11/22/12/24/image10.jpg

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

De gelijkenissen tussen de foto van Demol en foto NN10 zijn in elk geval treffend. Dezelfde haarlijn, fletse ogen, een eerder scherpe neus maar vooral dezelfde kleine mond valt op.

De grote Manitou ziet alles

Een dergelijk spitse neus zou gelijk moeten opvallen, maar ziet men niet terug op de tekening.

Dat klopt, maar de tekenaar(ster) heeft er nu ook geen patatneus van gemaakt. De foto leent er zich niet goed voor maar mij lijkt het dat het rechteroor van Demol niet identiek is aan het linkeroor.

De grote Manitou ziet alles