1

De Drug Enforcement Administration (DEA) is een Amerikaanse overheidsorganisatie die belast is met het handhaven van de Controlled Substances Act uit 1970. De DEA werd opgericht tijdens de ambtstermijn van Richard Nixon en is de belangrijkste organisatie voor het bestrijden van illegale drugs, zowel in eigen land als in het buitenland. Binnen de Verenigde Staten wordt hierbij de jurisdictie gedeeld met het Federal Bureau of Investigation (FBI).

DEA-ambtenaren hebben geen jurisdictie in Nederland. Desondanks werd duidelijk dat zij, zowel met als zonder medeweten van de Nederlandse overheid, acties op Nederlands grondgebied uitvoerden. Daar het schenden van de soevereiniteit van een ander land binnen het Amerikaanse rechtssysteem niet onherroepelijk leidt tot het uitsluiten van tijdens die schending verkregen bewijsmateriaal, kon Henk Rommy (ook bekend als de Zwarte Cobra), mede op basis van dergelijk bewijs in de VS tot 20 jaar cel veroordeeld worden.

Met als argument terrorismebestrijding is verregaande juridische samenwerking met de DEA gerealiseerd. Op 13 en 14 maart 2003 maakten Amerikaanse en Nederlandse opsporingsbeambten afspraken in het kader van wat ‘internationaal strafrechtelijke samenwerking en bestrijding van het terrorisme' genoemd wordt. Volgens het CEDRO is deze samenwerking echter vooral gericht op de bestrijding van de handel in ecstasy, een criminele activiteit die doorgaans niet met terrorisme geassocieerd wordt. Uitermark & Cohen schrijven in dit kader "Een lang gekoesterde wens van de Amerikaanse opsporingsdiensten, volledige en onvoorwaardelijk medewerking van het Nederlandse justitiële systeem, lijkt nu in vervulling te gaan. Met alle nadelige gevolgen van dien."

Bron » Wikipedia

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

President Nixon had in 1968 de oorlog verklaard aan de misdaad en in oktober 1970 begonnen de Verenigde Staten hun in diverse Hollywood-epossen ingeblikte operatie om de heroïneaanvoer via Frankrijk en Montréal naar hun hippiekolonies lam te leggen, de 'French Connection'.

Op de Amerikaanse ambassade in Brussel bemanden drie agenten op antenne van hun eigen drugsbestreidingsdienst, de DEA, Jimmy Guy, Frank Eaton en Paul Higdon.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Agent Frank Eaton is vooral gekend omdat hij in 1984 Martial Lekeu hielp vluchten naar de Verenigde Staten.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Eaton organiseerde in 1978 voor een aantal Belgische rijkswachters een rondreis door de USA. Beijer ging uiteindelijk niet mee, Bouhouche wel.

4

Buslik, Eaton en de schaduw van de CIA

De Amerikaan Jean-François Buslik, die vorige week voor de tweede maal in 5 jaar tijd werd aangehouden als mogelijk medeplichtige in een bomaanslag uit 1981 tegen leden van de Brusselse BOB blijft nog een week langer in voorarrest alhoewel de Raadkamer maandag jl. zijn in vrijheidstelling heeft aanbevolen.

Het parket tekende immers verzet aan tegen de beslissing van de rechtbank zodat de verdachte nog een enkele dagen in de nor moet wachten op het vonnis in beroep. De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KIB) moet volgende week zijn vrijlating bevestigen ofwel het aanhoudingsmandaat toch verlengen.

Buslik is niet de enige Amerikaan die in de jaren 70 in Brussel woonde en die na 1980 in gerechtelijke midden herhaaldelijk maar dan wel met grote omzichtigheid vernoemd werd als een ongrijpbare man achter de schermen in tal van criminele dossiers.

Nog zo’n Amerikaan is Frank Eaton die ook vriend aan huis is bij de familie Buslik. Deze man speelt al lange jaren een belangrijke maar occulte rol zowel in politiemiddens als in het criminele milieu in ons land.

Eaton werd rond 1974 op de ambassade van de Verenigde Staten in Brussel aangesteld als 'speciaal agent' van het Amerikaanse ministerie van Justitie, meer bepaald belast met de drugsbestrijding in Europa. Hij was officieel een man van de Amerikaanse Drug Enforcement Administration (DEA) en in die hoedanigheid was hij in de jaren 70 in Brussel belast met de organisatie van de samenwerking inzake drugsbestrijding tussen de politiediensten van België en de VS. Die functie bleef hij vanuit de VS-ambassade aan de Regentschaplaan uitoefenen tot hij, zoals we zullen zien, in juli 1979 in zeer zonderlinge omstandigheden werd teruggeroepen naar Washington.

Kissinger

Op beslissing van de toenmalige regering Nixon werd in de eerste helft van de jaren 70 het aantal attachés van de DEA in het buitenland enorm sterk opgevoerd. Van Amerikaanse zijde, zo schrijft de criminoloog prof. Cyrille Fijnaut in zijn boek "De Zaak François", werd in die tijd de internationale politiële samenwerking pas grootscheeps en krachtdadig aangepakt. De leiding van de ganse zaak berustte in handen van een regeringscommissie in Washington, de CCINC, waarvan Henry Kissinger, toen adviseur van Nixon voor de nationale veiligheid, vanaf ’71 voorzitter was. In deze commissie waren niet allen het ministerie van Justitie (de DEA) maar ook de CIA en het Pentagon vertegenwoordigd.

Van meet af aan, aldus nog Fijnaut, maakten de VS inzake de internationale samenwerking voor de drugsbestrijding geen onderscheid tussen politiek, militaire strategie en het eigenlijke politie-optreden. M.a.w. via de drugbestrijding werd de DEA in verschillende landen onder impuls van Washington eigenlijk betrokken bij allerhande militair-politieke manoeuvres.

Het hoeft om die reden dan ook niet te verbazen dat Frank Eaton als DEA-man in Brussel door menig Belgisch politieman al spoedig werd aanzien voor wat hij in werkelijkheid was, nl. een vertrouwensman van de CIA.

Actieplan

Eaton werkte van 1974 tot 1979 in Brussel een speciaal actieplan uit voor België dat was goedgekeurd door de hogergenoemde commissie-Kissinger. De DEA ging in tientallen andere landen op dezelfde manier te werk. De inhoud van deze "narcotics control action plans" (NCAP) was echter geheim. Men mag aannemen dat zelfs de Belgische regering van het DEA-actieplan voor België nooit werd in kennis gesteld.

Het kwam er op neer dat de Amerikaanse inlichtingendiensten via de DEA de drugsbestrijding aangrepen om zich met politieke oogmerken te mengen in het Belgische politie-optreden. En deze buitenlandse inmenging in zulke gevoelige sector verstrekkende gevolgen had zou enkele jaren later al blijken.

Begin ’74 hadden de DEA-agenten in Brussel, waaronder James Guy en Frank Eaton, al de opleiding in handen genomen van de speciale anti-drug agenten van de Belgische Rijkswacht. Ook bij de gerechtelijke politie gingen toprechercheurs, zoals Frans Reyniers en anderen, nauw samenwerken met Guy en Eaton. De gevolgen van die Amerikaanse beïnvloeding zijn tot op vandaag blijven doorwerken in de verschillende gerechtelijke diensten, niet het minst bij de rijkswacht. De malaise die verschijnselen zoals WNP, de diefstal bij de Dyane en de Bende van Nijvel in deze diensten later veroorzaakt hebben, kunnen niet helemaal los daarvan gezien worden.

De DEA leverde vanaf ’75 aan onze politiediensten niet alleen infiltranten die werden ingezet in het drugmilieu. Ook de Amerikaanse werkmethodes, zoals zuivere provocatie, werden hier ingevoerd alhoewel dit door de Belgische wetgeving verboden was. En vermits de DEA als enige op internationale schaal opereerde, traden Belgische recherchediensten, zoals het Nationaal Drug Bureau van Cdt. François bij de Rijkswacht en de informatiedienst van ons ministerie van Justitie, de BIC, binnen onze landsgrenzen bijna onvermijdelijk vaak op onder effectieve leiding van Eaton en de DEA.

Politieke fichier

De Belgische overheden, niet alleen de Justitie maar ook de politieke voogdij-instanties, verloren op die manier de controle over een belangrijk deel van de strijd van onze speurdiensten tegen de grote misdadigheid. Heel wat Belgische autoriteiten is het politiek belang van die machtsverschuiving ten voordele van de Amerikaanse ambassade jarenlang ontgaan.

Eén van de belangrijkste consequenties van dit optreden van de DEA was immers dat specialisten van de DEA, zoals Frank Eaton, op een politieke basisbevoorrechte en semi-clandestiene relaties konden aanknopen met tal van Belgische politiemensen. Na enkele jaren verzeilden het Nationaal Drug Bureau en de BIC in een schandaal waaraan de invloed van Eaton en de DEA lang niet vreemd was.

Ondanks vele hindernissen, vooral te wijten aan obstructie vanwege de nationale staf van de rijkswacht onder generaal Beaurir, kwam er in ’79 tenslotte een gerechtelijke onderzoek op gang tegen de illegale en ronduit criminele activiteiten van NDB en BIC. Daarbij kwam meteen de hoofdverantwoordelijkheid aan het licht van DEA-agent Frank Eaton, terecht bestempeld als de man achter de schermen en de ware opdrachtgever van Cdt. François.

Eaton had het NDB tal van dubieuze figuren aangesmeerd als informanten. Zij betrokken het NDB op hun beurt in regelrechte drugshandel. Het was ook Eaton die het NDB ertoe had aangespoord om zich in te laten met politieke aangelegenheden. Dat bleek toen in de kantoren van Cdt. François in de loop van het onderzoek ooit een politieke fichier werd in beslag genomen over figuren van de Belgische linkerzijde. Maar alles sporen van deze politieke activiteiten van het NDB werden nadien zorgvuldig uitgewist.

Kort na de start van het onderzoek tegen de NDB verdween Frank Eaton van het toneel. In juli 1979 werd hij plots teruggeroepen naar Washington. Kort nadien werd ook DEA-man James Guy in Brussel opgevolgd door Paul Egdon. Maar toen op het einde van het onderzoek, in oktober ’81, aanslagen werden gepleegd tegen verantwoordelijken van deze gerechtelijke enquête, werd Eaton in Brussel opgemerkt. Men ondernam pogingen om in de VS te achterhalen welke rol de DEA-man had gespeeld. Korte tijd later werd Buslik, de andere Amerikaan en een vriend van de BOB’er Bouhouche, een eerste maal gearresteerd als verdachte inzake de aanslagen. Hij bleef vier maanden in voorarrest maar werd nadien vrijgelaten.

Onschendbaar

Toen op 18 januari 1982 het proces François van start ging voor de correctionele rechtbank te Brussel verscheen de beklaagde nummer 12, Frank Eaton, niet in de beklaagdenbank. Op 10 november 1981 had de Amerikaanse ambassadeur in Brussel in een brief aan het openbaar ministerie meegedeeld dat Eaton als Amerikaans ambtenaar van het ministerie van Justitie diplomatieke onschendbaarheid genoot.

De Belgische justitie, zo verklaarde de procureur aan de rechtbank, wist daar voor de ontvangst van die brief niets van. De aanslagen van oktober ’81 tegen BOB-adjudant Goffinon en majoor Vernaillen, waarvoor Buslik tot op vandaag de enige verdachte is gebleven, vormden de eerste in een lange reeks onopgehelderde misdaden waarin rijkswachters in de daaropvolgende jaren betrokken werden.

Kort nadien, op 31 december 1981, werd in de centrale rijkswachtkazerne in Etterbeek ingebroken waar de speciale wapens van de anti-terreurgroep Dyane werden geroofd [Meer info » Forum]. Pas vijf jaar later, na de moord op FN-wapenhandelaar Mendez begin ’86, leidde de arrestatie van ex-BOB’er Bouhouche tenslotte naar de tweede arrestatie van zijn vriend Buslik.

De klok werd plots 5 jaar teruggedraaid want Buslik zit nu weer in de nor i.v.m. de aanslagen van oktober ’81. En dus dringt de vraag zich op wat er inmiddels van DEA-man Frank Eaton is geworden. Naar verluidt werkt hij vanuit Parijs en verder houdt hij nog steeds contacten in ons land. Zonder ernstig onderzoek naar de semi-clandestiene en politieke connecties van deze twee Amerikanen zal Buslik ongetwijfeld binnenkort voor een tweede maal op vrije voeten komen en blijven de aanslagen van ’81 wellicht voorgoed onopgehelderd. De erfenis van de beruchte zaak François dreigt in dat geval te blijven wegen op ons politiebestel.

Bron: De Morgen | Walter De Bock | 18 april 1986

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

To do: kijken of er CIA-namen zijn die zowel worden genoemd in dit DEA-verband als in de illegale wapenhandel rond Pourtois en Van Baelen.

Volgens mij is de rode draad in dit verhaal zonder twijfel Farcy. Zowel thuis in wapen- en drugshandel. En een van de weinige verdachten die nog een rol van betekenis spelen. Je kan hem aan iedere naam uit deze tekst linken.

Mr. Frank EatonMr. Frank Eaton, 77 years old, was born in Kansas City, Missouri. He was adopted by loving parents and as a child traveled to France where his mother’s family lived. After the 11th grade, he moved to France where he assisted with the care of his grandfather and attended the National Conservatory of Music for four years.

Mr. Eaton returned to the United States and studied music at the Mannes School of Music in New York City. He then moved to California with his family and studied at California Western University and Colorado State. During summer breaks, he worked with the U.S. Forest Service fighting forest fires.

Mr. Eaton became a Deputy Sheriff in Sacramento, California after an Army tour. Then he received his Bachelor of Art degree and served as a Special Agent for the Drug Enforcement Administration (DEA). While at the DEA, Mr. Eaton was an agent stationed in Brussels, Belgium where his job required many undercover cases throughout Europe and the United States. His service as an undercover agent included cocaine busts totaling millions of dollars, interaction with global drug runners and other characters such as General Manuel Noriega.

Mr. Eaton ended his career with the DEA in San Diego where he served as a DEA Supervisor and received numerous awards. After retirement with the DEA, Mr. Eaton remained in San Diego where he was employed by the San Diego District Attorney’s (D.A.) Office as a Criminal Investigator in the Family Protection Unit. Mr. Eaton received Investigator of the Year from the D.A.’s office.

Bron » www.vhca.org

James Patrick "Jimmie" "Jim" "Duke" Guy (1939 - 2017)

James Patrick Guy, "Jimmie" to his cousins and siblings, "Jim" to his many friends, and "Duke" to his beloved grandchildren, closed his final investigation on the feast of his patron Saint, James, on July 25, 2017. Born in Newark, NJ in 1939, Jim spent time in Florida as a child, and returned to New Jersey to attend Seton Hall Prep. While in South Orange, NJ, he met the love of his life, staunchest partner, and wife of 54 years, Dorothy Bolan.

Jim's education included an Associate's Degree from San Jose College in California, a Bachelor of the Arts from Seton Hall University, numerous government education programs sponsored by the military, the U.S. Department of the Treasury, and the Department of Justice, among others, and graduate study at the George Mason Graduate School of Education.

Jim had a legendary career in law enforcement, serving in many positions, including Special Agent in the US Army Counter- Intelligence Corps; Deputy Director of Security for Bloomingdale's flagship store in New York City; Special Agent, Senior Special Agent, and Country Attache and Special Agent in Charge for the DEA (and its predecessor organizations, the BNDD and the FBN) in Belgium, Germany, Holland, Luxembourg, and the Scandinavian countries; Deputy Chief of INTERPOL; and Coordinator for the NY/NJ Presidential Organized Crime Drug Enforcement Task Force.

Over the course of his career he worked in New York, Paris, Brussels, Washington, DC, Atlanta, and Bonn, Germany. Assignments also sent Jim to most of the major cities in the United States and around the world. He inspired and mentored many young people as they began careers in law enforcement, including his nephew, Donald.

Jim's numerous awards and recognitions include a Commendation from the President of the United States; recognition by the governments of Spain and Egypt; awards from the U.S. Attorney General and the DEA and its predecessor agencies; and recognition from many drug enforcement services around the world.

He has been the subject of many articles in newspapers, magazines, and books, including the Reader's Digest's "The Great Cases of Interpol". Some speculate that his career served as source material for the 1971 Film "The French Connection" and a never-aired "Mission Impossible" episode.

As an undercover agent, he is believed to have had more pure heroin delivered to him than any other single person in the history of law enforcement. He is also believed to have recovered one of the largest caches of stolen art (outside of war time). Many artifacts from his career are displayed at the DEA Museum in Arlington, VA.

Jim was President of the International Narcotics Enforcement Officers Association, a Knights of Columbus Grand Knight and Faithful Navigator, President of the Bayse/Bryce Mountain Lions Club. He served on the Shenandoah Memorial Hospital Foundation Board in Woodstock, Virginia, and was a member of the Association of Former Federal Narcotics Agents and of the American Legion in Woodstock, among other many other organizations. He was also an active participant and educator for the Commonwealth Alliance for Drug Rehabilitation and Education (now the Family Youth Initiative).

Jim retired to Bayse, VA in 1989 to tell stories, play with his grandchildren, take photos, play guitar, swim, golf, ski, and feed the local birds (and despite his best efforts, sometimes the squirrels and bears).

Jim is survived by his wife, Dorothy; their children, James Patrick Guy II (Judith), Timothy Michael Guy (Kathryn), Dorothy Caroline Guy Ballmann (Richard), and Daniel Joseph Guy (Amy); their grandchildren, T. Michael, Callaghan, Teague, James P. III ("Seamus"), Mairead, Dorothy, Rosemary, Declan, Maeve, and Cailyn; his brother, Edward (Joan); sisters Natalie (Charles) and Patricia; and many cousins, nieces, nephews, great nieces and nephews, and in-laws.

A funeral mass for James Patrick Guy will be held at 11 a.m. Monday, July 31, 2017 at St. John Bosco Catholic Church. Mr. Guy will be laid to rest, with full military honors, at the Culpeper National Cemetery. The family will receive friends at St. John Bosco Catholic Church on Sunday evening from 5-7 p.m.

In het Amerikaans senaatsrapport over Iran-Contra staat zwart op wit dat DEA daarin een actieve rol speelde.