In de nacht van 31 december 1981 en 1 januari 1982, twee weken voor de aanvang van het proces François, braken onbekenden binnen in de degelijk bewaakte kazerne van de Groep Dyane in Etterbeek en stalen er een aantal gesofisticeerde anti-terreurwapens met bijbehorende munitie. De daders kenden duidelijk de topografie van de kazerne en wisten klaarblijkelijk welke wapens zich waar bevonden. De minder geavanceerde wapens hebben de daders welbewust laten liggen. De buit was indrukwekkend :

  • 10 Mitrailleurs, Heckler und Koch met geluidsdemper

  • 5 Mitrailleurs, Heckler und Koch zonder geluidsdemper

  • 5 Riotguns van het automatische type

  • 5 Fal-machinegeweren, diverse modellen

  • 2 Pistolen van groot kaliber, voor het afvuren van waarschuwingsschoten

  • 28 Dozen met elk 25 laders en munitie. Dit kwam neer op 2500 stuks munitie.

Hoewel Madani Bouhouche in verdenking werd gesteld voor deze diefstal en Robert Beijer in zijn boek 'De laatste leugen' verklaart mee achter de diefstal te zitten, is deze wapenroof tot op heden niet opgehelderd. Wel werden er op aangeven van Bouhouche een aantal van de gestolen wapens teruggevonden onder het viaduct van Vilvoorde. Het is nooit duidelijk geworden of de Bende van Nijvel een aantal van de gestolen wapens in handen heeft gekregen en gebruikt heeft bij haar overvallen op warenhuizen.

In het boek 'Het gevaar Demol' wordt uitgebreid verslag gedaan over het onderzoek rond de wapenroof uit de Rijkswachtkazerne van Etterbeek. Aangezien moeilijk samen te vatten is wat daarover in het boek geschreven is en deze een aantal tot nu toe op het forum onbekende feiten en personen beschrijven, geef ik hieronder de volledige tekst mee. Op deze manier kan iedereen zich beter een beeld vormen van hoe dit onderzoek gevoerd werd en welke rol Gérard Lhost hierin gespeeld heeft:

De kazerne van dat Mobiel Legioen van de Rijkswacht in de Generaal Jacqueslaan in Etterbeek is voor buitenstaanders een oninneembare vesting. Ze oogt als een versterkte burcht, zwaarbewaakt met vooruitgeschoven wachtposten. Die zware bewaking en veiligheidsmaatregelen zoals speciale codes en pasjes zijn noodzakelijk. In de kazerne liggen de meest gesofistikeerde wapens opgestapeld van het Speciaal Interventie Eskadron (SIE), het korps waartoe ook Johan Demol hoorde.

Maar het loopt mis in dit oninneembare fort. Op zondag 3 januari 1982, in de loop van de nacht, wordt de verdwijning opgemerkt van een Mazda, type 929, nummerplaat CZZ 427, die normaal gebruikt wordt door de 'groep Dyane'. Er wordt groot alarm geslagen en bij nader onderzoek blijkt dat er ingebroken is. Naast de groene Mazda zijn een pak wapens verdwenen: 5 machinegeweren van het merk Heckler und Koch (model MSPA2), 2 seinpistolen, 4 automatische riotguns FN, 10 machinegeweren van het merk Heckler und Koch (model MP5SD2N met geluidsdemper), -5 geweren van het merk FAL-FN2, 8 laders voor machinegeweren van het merk Heckler und Koch, met in elke lader 25 parabellumpatronen van 9 mm en ook nog 1 blauw zwaailicht en 1 grote zaklantaarn van het merk RAY.O-VAC.

Consternatie alom: de daders wisten perfect wat ze deden, wat ze moesten roven en waar ze de juiste wapens zouden vinden. Zij moeten tenminste geweten hebben wanneer er werd gepatrouilleerd. Tussen elke patrouille is er minstens twee uur. Niemand heeft iets gezien of gehoord. Nochtans heersen er uitermate strenge veiligheidsmaatregelen. De ongewenste toegang tot de kazerne moest onmogelijk zijn. Lokalen, magazijnen en wapenopslagplaatsen waren steeds op slot. Toch slagen inbrekers er dat bewuste weekend in de meest geavanceerde wapens mee te nemen. Allemaal wapens die gebruikt worden bij antiterreuracties. Als de gestolen wapens niet dienden voor de verkoop in de internationale wapenhandel maar voor eigen gebruik dan hadden deze personen grootse plannen. Tenzij de daad op zich belangrijker was dan de buit...

Sommige wapens lagen in kisten die zich bevonden in gesloten kasten. De dieven wisten heel goed in welke kasten ze moesten zoeken. Wat niet nodig was, werd niet meegenomen. Op de tweede verdieping van Blok E van het kwartier de Witte de Haelen werden vijf wagens van het type Taunus Cargo, geopend volgens een methode die men leert tijdens de opleiding bij ... het SIE.  De aanwezigheid van de wapens van Heckler und Koch was zogenaamd 'top-secret'. De totale buit werd uiteindelijk verzameld in de garage van het SIE en ingeladen in de dienstwagen. De Mazda reed zonder problemen voorbij de wachtposten.

Op 4 januari 1982 werd de gestolen Mazda teruggevonden op de Generaal de Gaullelaan te Brussel. In de Mazda, evenals in de vijf andere opengebroken wagens zijn nooit vingerafdrukken gevonden. Pikant detail: in de Mazda hadden de dieven wel kwistig het pepervat gehanteerd. Dat had niets te maken met hun culinaire voorkeuren, maar alles met het feit dat daardoor de speurhonden hun speurzin verloren! Achteraf zouden de wachtposten van de kazerne van Etterbeek verklaren dat de Mazda bevolkt was met mensen in 'Rijkswachtuniform' waardoor zij geen verdenking koesterden.

Deze diefstal in het hol van de leeuw, in de schoot van de Rijkswachtelite is, zonder twijfel, de belangrijkste wapendiefstal ooit gepleegd bij de ordediensten van dit land. Het betekende meteen een zware vernedering voor het korps en voor de Rijkswachttop.

Trefzeker schetst majoor Willy Bruggeman de verbijstering maar vooral de verslagenheid die er heerste na de diefstal:

'De diefstal had de bedoeling de Rijkswacht in diskrediet te brengen. Ik denk dat de Rijkswacht nooit méér in diskrediet is gebracht dan toen. Het gaat om de nacht van 31 december 1982. Een diefstal bij de groep Dyane is volgens mij de grootste blamage geweest voor de Rijkswacht.' Diezelfde majoor Bruggeman weet maar al te goed dat hier meer aan de hand is dan wat sommigen alleen maar zullen beschouwen als een nogal gedurfde vorm van banditisme. 'Als ik het gedrag van bepaalde groepen van georganiseerde misdaad in andere landen bestudeer dan geloof ik toch dat het ridiculiseren van de overheid, van de macht en het uitschakelen van bepaalde mensen, beproefde technieken zijn. In andere landen wordt men geconfronteerd met gelijkaardige fenomenen maar hier gaat het toch om iets heel bijzonders.' Dat de Rijkswacht liever direct was overgegaan tot een zuiver intern onderzoek is duidelijk. De leiding wist maar al te goed dat deze wapenroof onmogelijk was zonder 'steun of hulp van binnenuit', indien de roof al niet het werk was van 'Rijkswachters zelf' of van 'ex-Rijkswachters'!

Op 12 januari 1982 wordt ene majoor Demessemakers door de Rijkswachttop belast met het gerechtelijk onderzoek naar de diefstal. Reeds op 18 februari 1982 wordt hij echter vervangen door luitenant-kolonel Gérard Lhost. Een opmerkelijke beslissing! Demessemakers heeft namelijk geen banden met het Mobiel Legioen én geen hiërarchische band met de groep Dyane, het SIE. Kortom: iemand die boven alle verdenking staat. Na vier weken schakelt de Rijkswacht over op de gewone logica van het korps. Er wordt iemand aangewezen van de organisatie zelf: luitenant-kolonel Lhost. Anderzijds wordt ook een burgerlijke onderzoeksrechter aangesteld, Guido Bellemans.

Wie heeft nu eigenlijk de leiding in het onderzoek? Majoor Demessemakers:

'Er werd geconcludeerd dat de daders niet noodzakelijk Rijkswachters waren. Daarom werd onderzoeksrechter Bellemans als onderzoeksmagistraat aangesteld. Het onderzoek bleef evenwel in handen van het gerechtelijk detachement bij het krijgsauditoraat van Brussel. Het is een gerechtelijk onderzoek dat door de Rijkswacht werd uitgevoerd onder het toezicht en de leiding van onderzoeksrechter Bellemans.' Alhoewel ook andere politiediensten betrokken worden bij het onderzoek is het toch de Rijkswacht zelf die onvervaard de leiding neemt om een onderzoek naar zichzelf te voeren. Demessemaker beweert dat men het zoveel mogelijk intern heeft proberen te houden omdat een buitenstaander zich eerst alle  procedurefacetten eigen zou moeten maken waardoor veel tijd verloren zou gaan!

Schrijnend is dat Guy Bellemans, die ooit nog de bijnaam 'de sheriff' kreeg wegens zijn drastische optreden in het onderzoek naar fraude binnen het Belgische voetbal, nooit greep gekregen heeft op het onderzoek. Hij is gewoon gebruikt door de Rijkswacht als uithangbord. Voor de Bendecommissie-bis is Bellemans nochtans zeer duidelijk in het spoor dat gevolgd moest worden. 'Het kon niet anders zijn of iemand van de Rijkswacht, iemand die de uurroosters, de regels daar kent, betrokken moest zijn bij die diefstal.'

Toch beslist hij het onderzoek niet te laten voeren door speurders van de gerechtelijke politie maar door Rijkswachters van het militair detachement bij het krijgsauditoraat. In een misdaad waar het voor iedere betrokkene duidelijk is dat leden van de Rijkswacht betrokken partij zijn, laat de onderzoeksrechter Rijkswachters speuren naar andere Rijkswachters!

'Voor zover ik mij herinner, heeft de Rijkswacht zich opgedrongen in dat dossier.' meent Bellemans later. Hij verwijst naar de heersende politieoorlog waardoor het onmogelijk bleek de klus te laten klaren door de gerechtelijke politie. 'Het door de gerechtelijke politie laten doen is gewoon een oorlogsverklaring. Het is het ene of het andere. Ik kon het door de Rijkswacht laten doen met het risico dat zij hun eigen korps zouden beschermen, wat uit dit onderzoek zeker niet bleek. Men kan bij allerlei aspecten vraagtekens plaatsen, maar uit dit onderzoek blijkt zeker niet dat zij de Rijkswacht zouden hebben willen beschermen.'

Hier neemt de onderzoeksrechter zijn dromen iets te zeer voor wirwar. Officieel zal de Rijkswachttop verklaren dat ze de sporen naar extreem-rechts grondig heeft onderzocht. In de praktijk zijn die sporen verwaarloosd, afgebroken of weggevaagd. Officieel wordt Guy Bellemans aan het hoofd van het onderzoek geplaatst, in de praktijk beslist de Rijkswacht wie wordt verhoord en wie niet: welke sporen worden gevolgd en welke begraven. Bellemans wil achteraf zijn speurdersteam niet afvallen, maar hij beseft jaren later maar al te goed dat machtiger mensen de echte touwtjes in handen hadden.

'Die enquêteurs, wat zij gedaan hebben, hebben zij zeer goed gedaan. Uit de pv's blijkt dat zij in opdracht van zowel majoor Demessemakers als kolonel Lhost bepaalde onderzoeksverrichtingen gedaan hebben. Buiten ons weten, zonder dat wij ervan op de hoogte zijn, worden er vergaderingen belegd. Dat is toch elementair. Dat gebeurt buiten de werking van de onderzoeksrechter die altijd in zijn kabinet blijft en zeer zelden te velde gaat. Hoe de opdrachten worden uitgevoerd en naast de coördinatievergaderingen is men afhankelijk van zijn enquêteurs. Maar waren zij ook niet gedirigeerd of misbruikt zoals ik? Dat is mogelijk?'

Welke sporen Demessemakers volgde is zeer onduidelijk. Het Rijkswachtpersoneel wordt gescreend, maar wanneer sommigen denken aan een vergeldingsactie van ex-leden van het Nationaal Bureau voor Drugs (NBD) wordt er geen diepgaand onderzoek ingesteld. Het NBD was het jaar ervoor in opspraak gekomen door het onderzoek in de corruptiezaak François en vooral door de twee aanslagen op de onderzoekers ervan. Op 12 oktober 1981 werd een bom in de koffer van de dienstauto van adjudant Guy Goffinon tot ontploffing gebracht. De aanslag mislukte. Goffinon zat zelf niet in de wagen en de inzittenden werden niet gewond.

Op zondag 25 oktober 1981, even na middernacht, na eerst te hebben aangebeld, openden onbekenden het vuur op majoor Vernaillen, die de leiding had van het corruptieonderzoek. De voordeur van zijn privé-woning werd letterlijk doorzeefd. De majoor werd tweemaal geraakt, zijn vrouw zal achteraf voor veertig procent invalide blijven. Speurders telden 25 kogelinslagen. De afgevuurde kogels waren kogels die in dit land alleen experimenteel gebruikt zijn tijdens oefeningen door … het SIE.

Er wordt niet onmiddellijk gespeurd naar extreem-rechtse betrokkenheid en helemaal niet naar de medeplichtigheid van extreem-rechtse Rijkswachters. Majoor Demessemakers beweert zelfs nog nooit gehoord te hebben van het bestaan van extreem-rechtse Rijkswachters!

'Op dat ogenblik was er eigenlijk geen enkele precieze, concrete aanduiding van het behoren tot extremistische groeperingen. Die informatie had ik alleszins in het geheel niet. Daarom werden de opdrachten in verband met extremisme vrij breed gehouden. Specifieke informatie naar extreem-rechtse aanhorigheden in de Rijkswacht had ik niet. Nogmaals, ik had op dat ogenblik nog niet de minste informatie dat er activiteit van extreem-rechts binnen de Rijkswacht zou zijn. Als wij het binnen de Rijkswacht bekeken gingen wij ervan uit dat het gezien de omstandigheden bijna onmogelijk was dat er geen betrokkenheid zou zijn geweest. De link met extreem-rechts binnen de Rijkswacht is echter nooit gemaakt.'

Demessemakers houdt zich van de domme wanneer het over extreem-rechtse connecties gaat. Daarentegen is hij wél alert voor extreem-links.

'lk heb aan de mensen van de BOB in Brussel gevraagd ook aan de ETA en de RAF te denken.'

Terwijl men goed beseft dat de roof uitgevoerd moet zijn door of met steun van (ex)-Rijkswachters duikt men liever in enkele fantastische pistes richting Rote Armee Fraktion. Elk spoor naar betrokken extreem-rechtse (ex)-Rijkswachters moet worden gegomd. Het zou een blamage zijn voor de Rijkswacht die reeds geruime tijd onder democratisch vuur ligt. De Rijkswachttop probeert het onderzoek zelf te controleren, slechts voor de schijn wordt een gerechtelijk onderzoek toegelaten. Terwijl dat gerechtelijk onderzoek wordt gemanipuleerd, worden, via intern onderzoek, 'gevaarlijke sporen' uitgewist of weggesaneerd.

Is dit té ver gezocht? Heeft het helemaal niets te maken met Johan Demol? Het heeft alles te maken met Johan Demol! Laat ons daarvoor simpelweg luisteren naar de verklaringen van luitenant-kolonel Gérard Lhost. Lhost, het hoofd van het SIE, is op het ogenblik dat de wapendiefstal in Etterbeek ontdekt wordt met vakantie. Hij wordt uit zijn bed gehaald en geïnformeerd over de wapenroof. Hij duikt in zijn uniform en nog voor hij bij de kazerne arriveert, geeft hij telefonisch het bevel om surveillance-eenheden te laten uitrukken naar het lokaal van Forces Nouvelles.

Wanneer hij in de kazerne de ware toedracht en het tijdstip van de roof verneemt, trekt hij, opnieuw telefonisch, zijn opdracht tot huiszoeking eensklaps in. Dit is toch hetgeen Gérard Lhost de leden van de Bendecommissie-bis op de mouw speldt. Terwijl iemand als Demessemakers helemaal  niet aan extreem-rechts denkt, zoekt de toenmalige tweede in rang van het SIE direct in de richting van Forces Nouvelles, de electorale politieke vleugel van het Front de la Jeunesse.

Lhost wil dan ook meteen een huiszoeking in de uitvalsbasis van FJ-leider Francis Dossogne: de Bunker op de Materiaalkaai. Toch beslist hij nog diezelfde nacht de inval af te blazen. Waarom? Wat doet Lhost, die meer dan wie ook overtuigd is van betrokkenheid van Rijkswachters (of ex-Rijkswachters) bij de wapenroof, van gedachten veranderen? Angst? Waarvoor? Voor wie'? Waarom wijst iemand eerst naar extreem-rechts om even later dat spoor op zijn beloop te laten? Zijn er nog telefoons geweest waarvan we het bestaan niet afweten?

'Ik heb niet gezegd dat ik extreem-rechtse kringen minder interessant vond. Als u de toenmalige Rijkswacht bekijkt, voor de val van de Berlijnse muur, waren er waarschijnlijk meer Rijkswachters die banden hadden met extreem-rechts dan met extreem-links. Daarom heb ik de ABT's gestuurd (de surveillance-eenheden die uiteindelijk nooit vertrokken zijn),' stelt Lhost. Kortom: als hoofd van het SIE gaat hij ervan uit dat het heel normaal is dat Rijkswachters in de jaren tachtig banden hebben met extreem-rechts. Hij vindt dat echter niet verontrustend genoeg om sporen naar extreem-rechtse Rijkswachters verder te onderzoeken.

'Ik ken het kwartier van het Mobiel Legioen, en ik wist dat de diefstal niet zonder hulp van binnenuit gepleegd had kunnen worden. Er moesten dus wel Rijkswachters - de daders of mededaders van de diefstal dan wel de tipgevers van de dieven bij betrokken zijn. Want om het kwartier binnen te dringen, naar de plaats te gaan waar de wapens lagen en ze buiten te smokkelen, moet men de plaats en de gewoonten kennen. Vast staat dat we nooit de hypothese hebben uitgesloten dat er Rijkswachters bij de diefstal betrokken konden zijn, integendeel.'

Lhost blijft wel overtuigd dat de betrokkenheid van Rijkswachters (of ex-Rijkswachters) buiten kijf staat. Zonder hulp van binnenuit kan zulk een gewaagde onderneming immers niet slagen.

Alhoewel er een burgerlijk onderzoeksrechter is aangesteld onder wiens leiding het onderzoek zou moeten verlopen en Lhost eigenlijk in vakantie is, treft hij direct maatregelen. Hij richt een coördinatiegroep binnen de Rijkswacht op 'om de onderzoeksrechter meer middelen ter beschikking te stellen'. Het lijkt erop dat Lhost een parallel (intern) onderzoek heeft verricht. Ook al ontkent hij dat in alle toonaarden. En terwijl onderzoeksrechter Bellemans formeel het onderzoek leidt, geeft Lhost de BOB de opdracht te beginnen zoeken 'in kringen van wapensmokkelaars'.

Tijdens een verhoor voor de commissie geeft hij toe onderzoeksrechter Bellemans slechts eenmaal te hebben ontmoet. Met andere woorden: het hoofd van het SIE weet gewoon niet waarmee de onderzoeksrechter bezig is. Hij gaat zijn eigen gang. Even denkt hij aan extreem-rechts, trekt dan resoluut de handrem op en laat het onderzoek verdwalen in het moeras van het 'milieu des armes'.

Het onderzoek naar de wapenroof valt zo stil. Tot op 21 april 1983 een nota van de Generale Staf van de Rijkswacht, gericht aan de districtcommandanten, vraagt het onderzoek nieuw leven in te blazen. Enkele uittreksels uit deze nota maken duidelijk dat de Generale Staf zich nogal geblameerd voelt door de misdaden van de voorbije jaren waarin het korps telkenmale is vernederd:

'De criminele zaken vermeld in referentie blijven tot op heden onopgelost, niettegenstaande de geleverde inspanningen. Bovendien schijnen de onderzoekers weinig of geen vooruitgang meer te boeken. Het hoeft geen betoog dat het hier gaat om de meest zware zaken waarmee de Gendarmerie de jongste tijd werd geconfronteerd. Enkele gevallen zijn zelfs enig in onze annalen. De omstandigheden waarin ze zich voordeden alsmede de zware agressiviteit waarmee ze gepaard gingen hebben het commando ertoe aangezet destijds het hele potentieel van de Rijkswacht ter beschikking te stellen om een oplossing te vinden. Eens te meer wordt U gevraagd de nodige en hernieuwde impuls te geven.'

In plaats van een hernieuwde impuls blijkt enkele weken Iater dat deze nota slechts de zwanenzang is van het onderzoek. Op 30 mei 1983 vordert de procureur des konings de beëindiging van het onderzoek naar de wapenroof bij het SIE. Op 15 juni 1983 worden de boeken dichtgeklapt...

Maar dat gebeurt pas nadat luitenant-kolonel Gérard Lhost op 3 mei 1983 nog een volledig negatief antwoord op de nota verstuurd. Lhost ziet geen hernieuwde impulsen op zich afkomen. Dat kan ook niet: hij heeft de vergaderingen met verschillende vertegenwoordigers van de voornaamste BOB-diensten van het land reeds op 27 april 1982 opgeschort 'bij een gebrek aan positieve elementen'. Alle sporen die hij sindsdien is blijven natrekken, hebben volgens hem niets opgeleverd.

Lhost stelt heel nadrukkelijk dat 'de tussenkomst van het extreem-rechtse milieu negatief is gebleken. Terwijl bijna iedereen overtuigd is dat de daders in het Rijkswachtmilieu (of ex-Rijkswachtmilieu) moeten worden gezocht, sluit Lhost de boeken. Zou het mogelijk zijn dat Gérard Lhost, door sommigen verdacht zelf sympathie te koesteren voor extreem-rechts, bepaalde verdachten de handen boven het hoofd houdt?

Op 4 oktober 1984 ontvangt luitenant-kolonel Gérard Lhost een rapport getekend door majoor Kensier, districtcommandant van Brussel. Alhoewel het onderzoek naar de wapenroof bij het SIE geleid werd door onderzoeksrechter Guy Bellemans en reeds afgesloten was op 31 januari 1984, is dit rapport duidelijk gericht aan Lhost als 'hoofd van het onderzoek'. Ongeveer een jaar eerder had Lhost zijn dossier over de wapendiefstal overgemaakt aan commandant Alain Lemasson van het district Brussel naar aanleiding van 'de zaak Marbaix'.

Lucien Marbaix was wachtmeester bij het SIE ten tijde van de wapendiefstal. Het rapport van Kensier opent met belangrijke informatie over deze Lucien Marbaix.

'Nadat men er was achter gekomen dat wachtmeester Marbaix (Logistiek Eskadron Mobiel Legioen) lid was van de 'Westland New Post' (WNP), werden het hoofd van de veiligheid OPS van het district Brussel alsook de Sec Info van de BOB van Brussel ertoe gebracht kennis te nemen van de onderzoekstaken die werden verricht in het kader van de wapendiefstal in de garages van het ML in januari 1982.'

Er wordt verder aandacht besteed aan het feit dat wachtmeester Marbaix beweert dat zijn codekaart, die hem toegang tot het kwartier verschaft, gestolen is. Er is echter geen enkel spoor van aangifte van deze diefstal te vinden bij de adjudant van het kwartier.

Tijdens het verhoor van Gérard Lhost door voorzitter Tony Van Parijs in de Tweede Bendecommissie ging het er soms bitsig aan toe.

Lhost: 'Er werd niet echt een onderzoek verricht naar de banden tussen de leden van het SIE en extreem-rechtse kringen. Het onderzoek was vooral gericht op de vraag of ex-leden van het SIE verantwoordelijk konden zijn voor de diefstal.'

Van Parijs: 'Werd u op een bepaald ogenblik van het gerechtelijk onderzoek verzocht na te gaan of stafleden deel uitmaakten van extreem-rechtse bewegingen?'

Lhost: 'Niet voor zover ik weet. De onderzoeksrechter heeft me nooit enige opdracht in het raam van het gerechtelijk onderzoek gegeven.'

Van Parijs: 'Ik bedoelde niet alleen de onderzoeksrechter. Ik heb het over het hele gerechtelijk onderzoek. Werd u, toen u daar aanwezig was, door iemand verzocht onderzoek te doen naar SIE-leden die tot extreem-rechtse kringen behoorden?'

Lhost: 'Ik weet het niet meer. Dat is zestien jaar geleden. Ik herinner me niet dat iemand mij verzocht heeft om in het bijzonder onderzoek te voeren naar SIE-leden die tot extreemrechtse kringen behoorden.'

Van Parijs: 'U bent gedurende jaren begaan geweest met deze zaak. U heeft initiatieven genomen toen u de piste van de wapenhandel volgde. Zodra een piste naar extreem-rechtse leidt, bestaat die interesse niet meer.'

Lhost: 'De reden heeft niets vandoen met het feit dat een piste naar extreem-rechts leidt, maar met het feit dat ik andere functies waarneem en dat ik daarop dien toe te zien.'

Het lijkt er steeds meer op dat Gérard Lhost de indruk wou wekken een spoor naar extreem-rechtse betrokkenheid te hebben gevolgd zonder dat ook ooit echt te hebben gedaan! Olivier Deleuze (Ecolo) had dit meer dan waarschijnlijk door toen hij Gérard Lhost tijdens een verhoor voor de Bendecommissie op de rooster legde.

Deleuze: 'U, als hoofd van de groep Dyane, hebt dus onmiddellijk als volgt geredeneerd: "We hebben hier de groep Dyane, het gaat waarschijnlijk om Rijkswachters of voormalige Rijkswachters, extreem-rechts, Forces Nouvelles. Op naar Forces Nouvelles".'

Lhost: 'Dat was inderdaad mijn reactie, die voortvloeide uit jarenlange ervaring.'

Deleuze: 'Welke ervaring? Het verbaast ons een beetje - zonder een oordeel te willen vellen over die redenering - u, als hoofd van de groep Dyane, te horen zeggen dat u onmiddellijk een verband zag tussen de groep Dyane, Rijkswachters, extreem-rechts en Forces Nouvelles. Aangezien we in een democratie leven, hadden we graag vernomen op welke elementen uw redenering berustte.'

Lhost: 'Eigenlijk is het heel simpel. Ik verneem dat er wapens zijn gestolen bij het SIE. Mijn eerste gedachte is dat de dader iemand is die toegang tot interne informatie heeft gehad. Met een dergelijke reactie kan je verscheidene kanten uit.'

Deleuze: 'De wapens worden gestolen. U zegt: "Diefstal bij het SIE, Rijkswachters, extreem-rechts, Forces Nouvelles." Als ik het goed begrijp is extreem-rechts dus volgens u – althans in 1982- "geen groepering van 50 idioten".' (Deleuze verwijst hier naar een uitspraak van de Procureur des Konings van Nijvel, Deprêtre, die voor de onderzoekscommissie is komen verklaren dat Albert Raes, de administrateur-generaal van de Staatsveiligheid, hem ooit gezegd heeft dat extreem-rechts in België slechts een verzameling zou zijn van 50 idioten.) 'Het is ernstiger; het is zelfs zo ernstig dat het hoofd van de groep Dyane zijn manschappen onmiddellijk naar Forces Nouvelles stuurt. Ik veronderstel dus dat u redeneert dat het niet om "50 idioten" gaat.'

Lhost: 'Waarom Forces Nouvelles? Omdat ik in Luik geen andere rechtse beweging kende.'

De voorzitter: 'Verklaar u nader...'

Lhost: 'Als ik het me goed herinner, zijn er in Luik gedurende vijf jaar problemen geweest betreffende Forces Nouvelles. Ik kende die beweging dan ook.'

Majoor Demessemakers valt, wanneer hij voor diezelfde Bendecommissie, met het zogenaamde bevel tot huiszoeking bij het Front de la Jeunesse van Gérard Lhost wordt geconfronteerd, in elk geval bijna uit zijn stoel van opperste verbazing. Demessemakers heeft van dat bevel nooit iets vernomen!

'Mijnheer de voorzitter, ik verneem dit nu van u. Ik heb er op geen enkel ogenblik kennis van gekregen dat dit gebeurd is. lk neem aan dat dit dan in de nacht van de ontdekking moet zijn gebeurd. Ik heb dat echter nooit geweten en ik heb ook geen enkele andere precisering in dc richting van extreem-rechts binnen de Rijkswacht ontvangen. Als wij het binnen de Rijkswacht bekeken, gingen wij ervan uit dat het gezien de omstandigheden bijna onmogelijk was dat er geen betrokkenheid zou zijn geweest. De link met extreem-rechts binnen de Rijkswacht is nooit gemaakt. Het ging meer in de richting van extremisme in het algemeen,' zo oppert Demessemakers. De verbazing van Demessemakers zet de getuigenis van Lhost op toch wel heel losse schroeven.

Hetzelfde gebeurt nogmaals wanneer François Raes tegenover De Morgen-journalist Walter De Bock zijn dagboeknotities blootgeeft. Ex-BOB'er Raes was ten tijde van de wapenroof lid van de ABT-patrouilles die van Gérard Lhost het bevel gekregen zouden hebben om de geroofde wapens te gaan zoeken in de lokalen van het Front de la Jeunesse. Volgens François Raes is zulk bevel nooit gekomen. Bovendien zou het onuitvoerbaar geweest zijn omdat op dat ogenblik voor de drie ABT-patrouilles slechts één bruikbaar dienstvoertuig beschikbaar was.

Nog interessanter wordt het wanneer, nog altijd volgens Raes de ABT-patrouilles over de wapenroof officieel slechts werden ingelicht 48 uur na de vaststelling van de feiten. Terwijl Lhost beweert het bevel tot huiszoeking direct te hebben gegeven ... Niemand lijkt van dat bevel echter iets af te weten. Het lijkt er dan ook steeds meer op dat Gérard Lhost dat bevel nooit gegeven heeft. Of het verzonnen heeft … Nochtans hield Lhost zijn verklaring staande voor de Bendecommissie-bis. Onder ede.

Toch heeft Lhost het onderzoek naar de wapenroof van 'extreem-rechtse sporen' weggemanipuleerd en de speurtocht in allerlei andere richtingen gestuurd. Tot het zelfs zijn baas, kolonel Roger Aelbrecht, de eerste in bevel bij het Mobiel Legioen, te machtig werd. Het was Aelbrecht die Lhost uiteindelijk tot de orde riep. Nochtans was de extreem-rechtse piste Lhost misschien wel onbemind maar helemaal niet onbekend. Dat blijkt zwart op wit uit een aan de Generale Staf van de Rijkswacht gerichte vertrouwelijke nota van 3 mei 1983, door Lhost zelf ondertekend.

In die nota schrijft Lhost: 'De meest recente piste vond haar oorsprong in het district van Bergen. Ze heeft betrekking op een mogelijke wapenhandel met Frankrijk waarbij wapens tevoorschijn komen die mogelijk van het SIE afkomstig zouden kunnen zijn. Men heeft het ook weer over een ex-Rijkswachter die lid was van het SIE en die een van de eerste verdachten was: Godin. De districtcommandant van Bergen en diens BOB-team volgen deze zaak op de voet.'

Spijtig genoeg heeft de commissie geen onderzoek verricht naar de berichten over de 'goede contacten' die Gérard Lhost in zijn Luikse tijd als districtcommandant onderhield met - inderdaad - leden van Forces Nouvelles. Lhost was indertijd een beschermeling van kolonel Ghislain Soumoy, groepscommandant van eerst het Mobiel Legioen van Vottem later van de Rijkswacht in Luik. Soumoy was ook geen onbekende voor extreem-rechts.

'Soumoy onderhield destijds in het Luikse openlijk contacten met wapenhandelaars, huurlingen en extreem-rechtse figuren. Hij richtte toen bij het Mobiel Legioen in Luik een erg speciale eenheid op bestaande uit paracommando’s en bestemd voor de bestrijding van banditisme en terrorisme. Deze eenheid ging dermate agressief en wild te werk dat er spoedig tijdens hun interventies verschillende doden, zowel burgers als Rijkswachters, vielen. De staf was uiteindelijk verplicht om de eenheid van Soumoy, een lokale mini-editie van de groep Dyane. te ontbinden.'

Ook voor Johan Demol is Vottem geen onbekende plaats. De vraag is zelfs of Demol in het Luikse niet de mosterd heeft gehaald voor de 'Pretoriaanse Garde' waarmee hij zich in Schaarbeek omringde. Hoofdcommissaris Demol bouwt in Schaarbeek immers ook zulk een mini-editie van de groep Dyane uit. Hij schoolt er de gemeentepolitie om tot een echt paramilitair getraind commando. Uit andere korpsen trekt hij meer dan waarschijnlijk jonge extreem-rechtse krachten uit om zijn garde te verstevigen. ln Luik had Soumoy vooral beschermelingen ondergebracht in zijn 'speciale eenheid'. Zo was er onderofficier Hubert Defourny, een wapenfreak die niet vies was van wapensmokkel. Na een tweede arrestatie wegens vermeende internationale wapensmokkel verliet Defourny de Rijkswacht. Hij kon zijn extreem-rechtse bloedgroep echter niet loochenen en richtte zijn eigen extreem-rechtse partij op. In 1995 werd hij tijdens de provincieraadsverkiezingen verkozen tot raadslid in Luik.

En Gérard Lhost? 'Einde 1985 verliet kolonel Lhost plots de Rijkswacht. Hij stapte over naar de veiligheidsdienst van de ministerraad van de Europese Unie in Brussel. Zijn nieuwe werkkring is toevallig ook weer een verzamelpunt van een reeks Belgen die voordien behoorden tot de Rijkswacht of andere politiediensten. Een halfdozijn staat bekend voor hun extreem-rechtse sympathieën. Toen Lhost daar begin 1987 terechtkwam - hij werkt er vandaag nog steeds - vond hij er als collega's ondermeer ex-politieman Pierre Eveillard (ex-kabinet Vanden Boeynants), Robert Thomas (een specialist inzake 'politiek geweld' die in de jaren '70 en '80 trainingslessen gaf aan extreem-rechtse groepen zoals Front de la Jeunesse en WNP) en de inmiddels overleden Roland Maffioli (ex-lid van de politieke sectie van de Brusselse BOB die de neonazi Paul Latinus hielp infiltreren in de Staatsveiligheid).'

Maar terug naar de wapenroof van Etterbeek. De verklaringen van Rijkswachters Demessemakers en Lemasson voor de Tweede Bendecommissie wijzen inderdaad op het tegendeel van de verklaringen van Lhost. Kolonel Alain Lemasson, de huidige commandant van de Rijkswachtschool wijst de leden van de Bendecommissie-bis op het bestaan van het 'rapport-Kensier'. Het rapport-Kensier is in feite opgesteld d oor Lemasson die zijn onderzoek naar extreem-rechtse f guren binnen de Rijkswacht heeft aangevat naar aanleiding van het dossier-Marbaix. De zaak-Marbaix begint in december 1983. Kolonel Lemasson stuit, na tips van de Staatsveiligheid, op een relatie tussen Lucien Marbaix, een Rijkswachter van het SIE, en WNP, Westland New Post.

'Destijds stond ik aan het hoofd van de afdeling "handelingen" van het district Brussel, dus die welke zich in hoofdzaak met problemen van "openbare orde" bezighield. De afdeling "handelingen" van de BOB, meer in het bijzonder de speurders die zich vooral bezighielden met extremistische en subversieve bewegingen, hingen derhalve van mij af. Ik kreeg in december 1983 een inlichting toegespeeld die van de Veiligheid van de Staat afkomstig was. Het betrof een lijst waarop de leden vermeld stonden van een scoutsgroep die zich "Phenix" noemde.

Die groep werd geleid door Libert en was eigenlijk de scoutsgroep van WNP. Enkele weken of maanden voordien hadden we het bestaan ervan ontdekt. Onder de leden van die groep bevonden zich ook de broers Marbaix, twee tieners van 16-17 jaar. Korte tijd daarna vernamen we dat die twee jongens de zonen waren van de wachtmeester bij de Rijkswacht, Marbaix Lucien, die gekazerneerd was bij het Mobiel Legioen en die ook belast was met de kazernering.'

Lemasson wendt zich tot Kensier met de vraag om een huiszoeking te mogen uitvoeren bij Marbaix. Zij vragen aan onderzoeksrechter Lyna een huiszoekingsbevel en maken haar meer dan duidelijk dat die huiszoeking zou kaderen in het onderzoek naar de wapenroof bij het SIE van 1982.

'Ingevolge deze huiszoeking en aangezien wij nog steeds met dat verhaal over de diefstal bij het SIE in ons hoofd zaten, kregen wij het ongelukkige idee contact op te nemen met kolonel Lhost die naar mijn weten hoofd van het onderzoek was.' Het werd Lemasson direct duidelijk dat Lhost het extreemrechtse spoor gewoon terzijde geschoven had.

'Het heeft mij getroffen en het heeft vooral de twee personeelsleden die mij bijstonden getroffen toen ze het zagen; ze zeiden: "Hoe is het mogelijk, het is niet te geloven, men besluit dat het om een negatieve piste gaat in verband met extreem- rechts en wij, die belast zijn met het onderzoek naar die bewegingen van extreem-rechts, worden zelfs niet geraadpleegd".'

Volgens Lemasson was Marbaix een interessante piste. Eerst en vooral omdat hij als wachtmeester verantwoordelijk was voor de kazernering en daardoor de kazerne op zijn duimpje kende. Helemaal interessant wordt het wanneer men te weten komt dat Marbaix enkele weken voor de wapenroof de verdwijning van zijn codekaart, waardoor hij toegang had tot de kazerne, heeft gemeld. Niemand vond het de moeite om daar grondig onderzoek naar te verrichten. Het 'verlies' van die toegangskaart had tenminste de aandacht van de speurders moeten trekken.

Twee jaar na de roof wordt Lemasson geconfronteerd met het feit dat Marbaix in zijn vrije uren militeert bij de neonaziklub van Paul Latinus, het WNP. Zo kwam Lemasson op het spoor van nog een aantal ex-rijkswarchters die meer dan normale betrekkingen aangeknoopt hadden tijdens hun loopbaan met extreem-rechtse organisaties. Toen Lemasson in 1984 het onderzoek wou heropenen, stootte hij tot zijn grote verbazing op het feit dat majoor Demessemakers en kolonel Lhost de sporen naar extreem-rechts braak hadden laten liggen!

Lemasson stelde een rapport op waarin hij verwees naar de gegevens die voorhanden waren bij de Brusselse BOB over extreem-rechtse Rijkswachters van het Mobiel Legioen en zond het naar Gérard Lhost, in de hoop dat die het onderzoek nieuw leven zou inblazen. Het bleek valse hoop. Lhost zond het rapport door naar luitenant-kolonel Luyten die toen behoorde tot de staf van het Centraal Bureau voor Opsporingen.

Minstens nog twee andere hogere officieren kennen de inhoud van het rapport: op 5 oktober 1984 werd het rapport voor gezien getekend door de commandant van de groep Brabant Vander Borght, op 9 oktober door de commandant van het gebied Brabant Berchmans! Alles wijst erop dat niet alleen Lhost, maar ook de hoogste Rijkswachtleiding niets meer hebben ondernomen na ontvangst en lezing van het belangrijke rapport van Lemasson.

Na de relaties van een viertal Rijkswachters en ex-Rijkswachters tot extreem-rechts te hebben blootgelegd in verhouding tot de wapenroof bij het SIE laten Kensier/Lemasson een duidelijke waarschuwing horen:

'Hoewel al die vaststellingen natuurlijk geen bewijsmateriaal zijn, kunnen ze ertoe aanzetten de diefstal bij het SIE uit een ander oogpunt te bekijken. Met zijn acties wou de WNP inderdaad een gevoel van onveiligheid creëren bij de officiële instellingen, teneinde een versterking van de veiligheidsdiensten te bewerkstelligen. Het bekendste geval is de diefstal van de NAVO-telex in Evere. In het verlengde van dit denkspoor is het niet uitgesloten dat de wapendiefstal bij het SIE gepleegd werd volgens diezelfde ideologische principes: de diefstal in het hart zelf van een van onze elitediensten namelijk het SIE - dat werd opgericht om het terrorisme te bestrijden – moest aantonen dat ons veiligheidssysteem te wensen overlaat.'

Die slotzinnen van het rapport zouden de Generale Staf van de Rijkswacht in rep en roer hebben moeten zetten. Misschien is dat ook wel gebeurd. Maar dan wel andere gevolgen dan degene waarop Alain Lemasson zat te wachten. Want wat volgde was de wet van de stilte. Tot de brutale misdaden van de 'Bende van Nijvel' alle sporen opnieuw oprakelden.

In 1986 zou Lemasson zijn rapport doorsturen naar kolonel Michaux, de coördinator van de 'Bende van Nijvel'-onderzoeken.

'ln het dossier van de Bende van Nijvel sloot men ook de piste van extreem-rechts niet uit. Wanneer men geconfronteerd wordt met zulke ernstige feiten, kan men niks ononderzocht laten. Het is met dat doel voor ogen dat ik, via kolonel Michaux, mijn documentatie heb overgezonden aan de cel "Bende van Nijvel".'

Toen daar de speurders Bihay en Balfroid, tot dan door iedereen geprezen, dicht in de buurt van extreem-rechts kwamen, werden ze door de Procureur des Konings, Deprêtre, zodanig gepest en vernederd dat ze het uiteindelijk voor bekeken hielden. Deprêtre wou 'bandieten' klissen. Extreem-rechts was slechts 'een handvol idioten' die niks met de Bende te maken hadden ! En de rol van extreem-rechtse Rijkswachters ontmaskeren stond bovendien helemaal niet op de agenda van de Rijkswachttop, integendeel.

Bron: Het gevaar Demol | 1998

De Rijkswachtkazerne in kwestie ligt niet zo ver van een toenmalige champignonkwekerij, als ik het goed heb. Er zijn/waren veel interessante "figuren" te vinden in de omgeving van Marbaix...

Aubanel wrote:

De Rijkswachtkazerne in kwestie ligt niet zo ver van een toenmalige champignonkwekerij, als ik het goed heb. Er zijn/waren veel interessante "figuren" te vinden in de omgeving van Marbaix...

Champignonkwekerij ... Ik weet het niet. Het kan er mee te maken hebben, maar het kan evengoed een junk zijn die geld nodig had. Een meisje van goede afkomst dat tussen junks gaat kruipen ... Eerst geld en dan pas sex. Zeker in die tijd, toen drugs nog zeldzamer en dus ook pak duurder was.

5

Toch even vermelden dat Madani Bouhouche in 2000 de diefstal bij de Groep Dyane heeft bekend tegenover de speurders van de Cel Waals Brabant:

Na overleg met zijn advocaten nam Bouhouche begin 2000 zelf contact op met de Cel Waals Brabant. De man die zich al die jaren lang als een procedurele maniak had verweerd tegen aantijgingen als zou hij iets te maken hebben gehad met de grote wapenroof had nu een kortere en heldere boodschap: "Ik heb het gedaan." Bouhouche legde uit hoe hij, inderdaad, in december 1981 een dubbel had gemaakt van de sleutel van de Mazda en op oudejaarsavond de kazerne binnen was gedrongen. En met de wapens buiten werd gereden.

Lees het hele verhaal hier » De grote wapenroof is opgehelderd

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Uit het boek van Damseaux (Le Doul = Damseaux zelf, Cricri = Christian Smets):

Le seul lien, très ténu, que Le Doul sache établir entre le WNP et le vol d’armes à l'ESI, est le suivant : les caches découvertes par la gendarmerie se situent sous un immeuble à appartements du boulevard de la Woluwe. Cet immeuble, Cricri doit le connaître: une de ses maîtresses employée de l'Office des étrangers y loue un appartement dans lequel elle réside. C'est faible, d'accord, mais c'est curieux. Parmi les centaines de buildings bruxellois, c'est justement celui-là que les criminels choisissent pour y cacher voitures et armes volées.

7

Ik dacht dat dit één van de grote mysteries was in het bende-dossier die mogelijk een sleutel zouden leveren tot de ontknoping.

Volgens het interview hier, was door toedoen van een leidinggevende die nieuwe kazerne helemaal niet meer zo zwaar bewaakt maar integendeel "een duiventil" waarin tot 2500 mensen in en uit liepen voor vanalles en nog wat. Bovendien werden de zeer exclusieve wapens die niet voor het publiek verkrijgbaar waren, in wagens bewaard. Iedereen kon hier weet van hebben » Onderzoek

Ik dacht dat bepaalde wapens nadien werden teruggevonden bij Mendez (oa in zijn diepvries, tussen de spaghettisaus, zie het interview), andere bij Bouhouche. Maar blijkbaar heeft Bouhouche deze diefstal toegegeven. Zijn er niet meer feiten bekend rond die bekentenis? Zomaar? Plots? Toen hij er niet meer van verdacht werd? En natuurlijk: wat deed hij met de wapens?

Dat zou handig geweest zijn als die gestolen wapens van die kazerne op 1 of andere manier aan de Bende van Nijvel te koppelen zouden zijn. Dan was een politiek achtig motief tenminste duidelijk geweest.

9

Er bestaat - volgens Ruth en Lachlan - geen enkele band tussen de diefstal bij de Groep Diane en de Bende van Nijvel:

"Er is geen enkel verband tussen de diefstal bij het SIE en het onderzoek naar de bende van Nijvel. Er is geen enkel tastbaar bewijs dat een dergelijk verband aantoont."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

Na de diefstal van een zender bij de Groep Diane (ergens begin 1981) werd een rapport geschreven over deze diefstal en de beveiliging van de kazerne. Hierin werd niet alleen onverbloemd gesteld dat de diefstal van de mobilofoon moest zijn gepleegd door een bekende, maar ook dat de beveiliging van het materieel van de groep Dyane onvoldoende was:

"De dader kent de plaatsen en had toegang tot het SIE-lokaal waar de voertuig-mappen zijn opgeborgen. De beveiliging van het SIE Mat[eriaal] is onvoldoende. Het Qu LM (?) is al te toegankelijk. Onnodig te beschrijven welke invloed deze diefstal heeft op de beveiliging van de rijkswachtuitzendingen. Een wijziging van de kristallen of toch ten minste een gedeeltelijke inversie ervan zou de gevaren voor afluistering verminderen."

Het is op zichzelf natuurlijk een relevante vraag of deze waarschuwing ter harte is genomen, temeer omdat volgens stukken in karton 5/30 in de nacht van 27 of 28 november 1981 zich mogelijk (weer) een onbevoegde toegang tot de garage van de groep Dyane had weten te verschaffen.

Dit speelde zich dus allemaal af voor de inbraak waar we het hier over hebben.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

10

De volledige lijst van de gestolen goederen in Etterbeek:

  • 5 machinegeweren van het merk Heckler und Koch, model M8PA2 (nummers 238304 - 238309 - 238310 - 238311 -238312);

  • 2 seinpistolen;

  • 4 automatische riotguns FN (nummers 7227574/L93200 -17113/L88274 - 32042/L88254 - 171201L93210);

  • 10 machinegeweren van het merk Heckler und Koch,model MP58D2N met geluiddemper (nummers 892502 tot 892508 en 892510 tot 892513);

  • 5 geweren van het merk FAL-FN (nr 0059 - 0005 - 0016- 1079 - 1239);

  • 28 laders voor machinegeweren van het merk Heckler und Koch, met in elke lader 25 parabellumpatronen van 9mm;

  • 1 blauw zwaailicht;

  • 1 grote zaklantaarn van het merk RAYO-VAC;

  • 1 wagen van het merk MAZDA, type 929, nummerplaat CZZ 427;

Enkele maanden na de moord op Mendez werd één van de riot guns teruggevonden. In die riot-gun waren de initialen en geboortedatum van Bouhouche gegraveerd. 

Voor de mensen die geloven dat er in Nijvel een valse politiewagen werd gebruikt, is de diefstal van het zwaailicht wel interessant.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube