1

Usuwiel - geboren op 16 december 1944 - was een grote blonde man, lid van de bende Farcy en drugsverslaafde die "petit cheveux" werd genoemd. Wordt door Jozef Vienne omschreven als een "gevaarlijk heerschap". Hij was de eigenaar van het restaurant Mok-Ma-Zwet, gelegen in de Rue des Carmélites in Ukkel. Dit restaurant werd ook bezocht door Michel Gigot, Philippe Cryns, Constant Hormans, ...

Zie ook het dossier van Marc Toussaint voor meer informatie.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

@Ben: de voornaam is hier verkeerd gespeld. Het gaat om Jean-Claude Usuwiel.

Zie ook: Link 1 (pag. 100) | Link 2 (pag. 52)

Naar mijn bescheiden mening werd het restaurant Mok-Ma-Zwet in Ukkel eveneens regelmatig bezocht door advocaat Jean-Paul Dumont (steeds dezelfde namen keren terug nietwaar).

4

En Dumont ging er vaak tafelen met Georges Marnette (GP Brussel)!

Een drugsverslaafde die eigenaar is van een restaurant, straf. Mok ma zwet werd jaren geleden op de Franstalige fora al beschreven als een belangrijke schakel tussen onderwereld en sjoemelende bovenwereld.

Scaramouche wrote:

Naar mijn bescheiden mening werd het restaurant Mok-Ma-Zwet in Ukkel eveneens regelmatig bezocht door advocaat Jean-Paul Dumont (steeds dezelfde namen keren terug nietwaar).

Wel wat hij of the record zei over Zuid-Amerika is hoogst interessant!

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

Als ik mij goed herinner zou deze plaats schakel kunnen zijn tussen entourage Haemers/Dumont en Farcy. En als ik me nog goed herinner ook geen onbekende plaats voor entourage Habran. En zo keren idd altijd dezelfde namen terug. Ik kan het me niet precies herinneren wie dit postte, maar zou het Verdeyen kunnen geweest zijn? Die heeft niet toevallig een dodelijke val van zijn keldertrap gemaakt.

Het hoeft daarom nog geen groot complot te zijn. Soort zoekt soort, en als je in Brussel gaat zoeken dan kom je automatisch steeds weer uit bij dezelfde plaatsen. Uiteindelijk is Brussel niet meer dan een groot dorp, en niet verwonderlijk dat de zware jongens elkaar kennen.

Ze moeten ergens hun zwart geld witwassen, vergeet niet dat er toen nog geen Euro bestond en er nog grenzen waren. En we moeten niet zeveren. Brussel stikte in die tijd van louche restaurants, cafés, taxibedrijven en garages die ook hun zwarte geld moesten omruilen. De elite en onderwereld hadden waren dus bondgenoten, want ze hadden gemeenschappelijk probleem.