1

Prins Valerio Borghese vluchtte naar Spanje na zijn poging in december 1970 om via een neofascistische coup de Italiaanse regering omver te werpen. Meer dan honderd medeplichtigen herenigden zich in Spanje onder leiding van een andere notoire terrorist Stefano Delle Chiaie. Deze laatste werd geboren in 1936 en is één van de bekendste terroristen uit de geheime legers die tegen het communisme in Europa vochten. Zijn codenaam was "Caccola".

Met Gladio Italië bevinden we ons in het epicentrum van het ultieme actieterrein waarmee de VS en de CIA Europa in een wurggreep hielden: met name Italië én Frankrijk. De "Operation Demagnetize" op orders van het Pentagon stipuleerde dat de CIA samen met de geheime diensten van Frankrijk en Italië een paramilitaire, politieke en psychologische operatie moesten starten met als doel de communisten in beide landen te verzwakken. De instructies van de VS Joint Chiefs of Staff dd. 14 mei 1952 logen er niet om:

"The limitation of the strength of the Communists in Italy and France is a top priority objective. This objective has to be reached by the employment of all means."

"The Italian and French government may know nothing of the plan ‘Demagnetize’, for it is clear that the plan can interfere with their respective national sovereignty."

Wat was er nu aan de hand, dat Italië en Frankrijk als quasi identieke probleemgevallen werden gezien? Het antwoord ligt in de Tweede Wereldoorlog en de directe nasleep ervan. In beide landen (maar dat geldt ook voor België) speelden de communisten en meer in het algemeen het links verzet een cruciale rol tijdens de oorlog en bij de overwinning van de geallieerden. Na de bevrijding en de eerste nationale verkiezingen die volgden, werd die heldhaftige strijd electoraal dan ook beloond. Of eerder, had dit electoraal serieus beloond kunnen worden. Want in Italië werd het democratische spel niet zuiver gespeeld.

Het begon allemaal toen in februari 1945 de drie grote staatsleiders Franklin D. Roosevelt, Winston Churchill en Jozef Stalin in Jalta samenkwamen en beslisten over de toekomstige invloedssferen in Europa. Op diezelfde meeting werd een beslissing genomen die bepalend werd voor de hele naoorlogse geschiedenis van Italië. Italië kwam onder strikte controle van de VS te liggen en werd de facto lijfeigene van de CIA. Om de kracht van de communisten in te dijken koos de CIA meteen het bondgenootschap van zowel de maffia als rechtse extremisten.

Die rechtse figuren moesten niet alleen informatie inwinnen, hen werd tevens de sleutel van de macht gegeven. Als bolwerk tegen het communisme richtte men in Italië de Christen-Democratische partij DCI op, die van meet af aan doordrongen was van collaborateurs, monarchisten en rasechte fascisten. Alcide de Gasperi van de DCI werd tot eerste minister gebombardeerd en regeerde van 1945 tot 1953 in 8 verschillende kabinetten. Een serieuze zuivering vond nooit plaats waardoor veel van de oude fascistische bureaucratie kon overleven.

Zowel eerste minister de Gasperi als minister van binnenlandse zaken Mario Scelba zagen er persoonlijk op toe dat door het fascistische regime serieus gecompromitteerde personen terug een post verwierven.

Onder de meest notoire fascisten die door de VS gerekruteerd werden, bevond zich prins Junio Valerio Borghese. Ondanks zijn verantwoordelijkheid in de moord op honderden communisten hield de CIA hem een hand boven het hoofd en werd hij op het proces in Rome vrijgesproken van schuld. Zijn beschermeling was CIA-agent James Angleton, die als hoofd van de counter-intelligence van de CIA de sleutelfiguur werd in Italië in de controle over rechtse en neofascistische politieke en paramilitaire groepen.

Maar verkiezingen konden niet blijven worden uitgesteld. De in 1947 opgerichte National Security Council (NSC) en CIA kozen dan ook Italië uit als eerste doelwit voor hun geheime oorlog die ze tot aan de val van de Sovjetunie zouden blijven voeren. Om te vermijden dat de verkiezingen van 16 april 1948 tot een communistische overwinning zouden leiden, werden niet alleen op diverse wijze de communisten en socialisten gediscrediteerd, maar werd ook 10 miljoen CIA-dollars in de DCI van de Gasperi gepompt. Dit was het fameuze ACUE-geld, waar hoger reeds sprake van was. De operatie slaagde en de DCI won de verkiezingen, zij het onder luid en hevig protest van de bevolking. Dit protest werd echter op brutale wijze neergeslagen met een opmerkelijk hoog aantal slachtoffers.

Door de exclusie van de Communistische partij PCI aan machtsdeelname verkreeg Italië het fiat toe te treden tot de op 4 april 1949 opgerichte NAVO. Wat Europa toen nog niet wist, was dat een paar dagen eerder, op 30 maart, in nauwe samenwerking met de CIA de eerste naoorlogse militaire geheime dienst in Italië werd opgericht. Geplaatst onder het ministerie van defensie kreeg de clandestiene eenheid de naam SIFAR. De Italiaanse geheime dienst stond met andere woorden volledig onder de controle van de CIA, die trouwens nauwlettend toezicht hield op en bepalend was voor de rekrutering van SIFAR-agenten.

Met de SIFAR en haar geheime leger begint het eigenlijke Gladioverhaal, althans onder die naam. In 1951 kwam generaal Umberto Broccoli aan het hoofd ervan te staan om de stabiliteit in Italië verzekeren. Het geheime leger Gladio was het centrale element om dat doel te bereiken. Vanaf 1951 werden de eerste "Gladiatoren" in Groot-Brittannië opgeleid. Wapens verkregen ze gratis van de VS.

De Italiaanse verkiezingen van 1953 draaiden echter voor de VS en de CIA verkeerd uit. De DCI verloor enkele zetels en de communisten en socialisten kwamen gevaarlijk dicht bij een overwinning. Een nieuwe chef kwam aan het hoofd van de SIFAR te staan, de agressieve generaal Giovanni De Lorenzo. Hij installeerde op het eiland Sardinië een nieuw Gladiohoofdkwartier, gefinancierd door de CIA. Datzelfde jaar arriveerde CIA-agent William Colby te Rome en zou er tot 1958 blijven om toe te zien op de goede werking van Gladio. Zijn hoofdtaak was het verhinderen dat de communisten bij de volgende verkiezingen zouden zegevieren.

Na het vertrek van Colby werd de strijd onverdroten verder gezet. Zo ontdekte de Italiaanse Gladio commissie een top-secret document van het Italiaanse departement van defensie dd. 1959, getiteld: "Le Forze speciali del SIFAR e l'operazione GLADIO". Dit document specifieerde hoe in de militaire planning van de NAVO voor onorthodoxe oorlogvoering en anticommunistische geheime actie-operaties gecoördineerd werden door het Clandestine Planning Committee (CPC), direct gelinkt aan SHAPE. Naast de buitenlandse (zogenaamde Sovjet) bedreiging, was in feite de core-business in Italië de binnenlandse bedreiging van de PCI. Uit dit document bleek ook dat zeker vanaf 1956 de overeenkomst tussen de CIA en de SIFAR voor een dergelijke operatie de naam Gladio kreeg.

De jaren 1960 en 1970 zouden veruit alle andere Gladiojaren in Italië overtreffen. Twee rechtse staatsgrepen schudden het land danig dooreen. Italië werd het epicentrum van de terreur.

J.F. Kennedy die in 1961 president van de VS was geworden, was de eerste sinds jaren die een PSI (socialistische) regering in Italië genegen was, ondanks hevig protest van het State Department en de CIA. In april 1963 werd op de koop toe de nachtmerrie van de CIA ook bewaarheid. De communisten behaalden 25%, en tezamen met de socialisten die 14% haalden, domineerde voor het eerst verenigd links het parlement. Onder eerste minister Aldo Moro, die behoorde tot de linkse vleugel van de DCI, kregen nu voor het eerst socialisten een kabinetspost. Hij verkreeg hiervoor trouwens de volle steun van president Kennedy. Logischer wijze eisten ook de communisten kabinetsposten, die ze evenwel niet kregen. Het kwam tot hevige demonstraties, die door Gladiosoldaten vakkundig werden neergehaald. Meer dan 200 gewonden vielen. In datzelfde jaar werd president Kennedy echter onder mysterieuze omstandigheden vermoord.

De CIA, SIFAR, het Gladioleger en de paramilitaire politie hadden nu de handen vrij en beraamden een rechtse staatsgreep. De operatie "piano solo" werd de codenaam voor de coup, en werd geleid door De Lorenzo die onder direct gezag stond van de toenmalige minister van defensie Giulio Andreotti. Voor de realisatie van de coup ging men in verschillende fases tewerk. Eerst werden diverse aanslagen door Gladio gepleegd, die dan vervolgens in de schoenen van links werden geschoven.

Diverse socialisten en communisten werden gearresteerd en gedeporteerd naar het Gladiohoofdkwartier in Sardinië, dat nu dienst deed als gevangenis. Uiteindelijk waren de nationale spanningen tot een hoogtepunt gekomen en achtte De Lorenzo de tijd rijp om Rome met tanks, jeeps en gewapende soldaten binnen te vallen. Tegelijkertijd voerden NAVO-krijgsmachten grootse militaire manoeuvres uit om de Italiaanse regering te intimideren. De coup was succesvol en de socialisten verlieten uiteindelijk de regering. Alle sporen die naar Gladio konden leiden, werden na de coup vervolgens vakkundig uitgewist.

Na de staatsgreep ging De Lorenzo verder en werd in het geheim de gehele Italiaanse elite doorgelicht. Hij ging zelfs zover de CIA toelating te geven om in zowel het Vaticaan als het paleis van de eerste minister monitoren en opnameapparatuur te plaatsen. Dit resulteerde in een gigantische hoeveelheid geheime SIFAR-files, die zowel teksten als foto’s bevatten van meer dan 157.000 personen. Het hoeft niet te verwonderen dat de files voornamelijk delicate informatie bevatten, die als instrument voor intimidatie konden dienen.

Een onderzoek naar de SIFAR bracht in 1971 het bestaan van de files aan het licht. De naam van deze gediscrediteerde militaire geheime dienst was intussen veranderd in SID, en stond onder leiding van generaal Giovanni Allavena. De Lorenzo werd de opdracht gegeven de files te vernietigen, wat hij ook deed, echter niet zonder eerst een kopie ervan te overhandigen aan Allavena. Die uitzonderlijke gift stelde Allavena in staat Italië clandestien van binnenuit te controleren. In 1966 verliet hij weliswaar zijn post, maar hij bleef actief in de clandestiene strijd van Italië tegen alles wat links was.

Vanaf dan wordt het Italiaanse Gladioverhaal ronduit hallucinant. Allavena trad in 1967 toe tot de geheime anticommunistische maçonnieke loge Propaganda Due (P2). Bij wijze van initiatiegeschenk overhandigde hij de leider van P2, Licio Gelli, een kopie van de 157.000 files. De files kwamen met andere woorden in handen van één van de meest obscure protagonisten uit het Italiaanse verhaal, die reeds kort na de Tweede Wereldoorlog door de CIA werd gerekruteerd.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

"My job, simply put, was to prevent Italy from being taken over by the Communists in the next 1958 elections", CIA agent William Colby revealed and in his memoirs. In autumn 1953 he came to Rome to serve under COS Gerry Miller. With the Gladio secret armies the CIA wanted to 'prevent the NATO military defences from being circumvented politically by a subversive fifth column, the Partito Communista Italiano (or PCI)' in what according to Colby was 'by far the CIA's largest covert political action program undertaken until then'.

Next to the Communists the Italian Socialists were also attacked by the CIA with smear campaigns as Washington continued to fund the DCI. 'I had to agree that we will not turn from the Christian Democrat bird in the hand to the socialist birds in the bush.' Colby was successful and in 1958 the DCI gained strength with 42 per cent of the vote and 273 seats, while the Communists received 23 per cent and 140 seats with the Socialists polling but 14 per cent and 84 seats.

Colby much like US President Dwight Eisenhower was fascinated with covert action after the CIA together with the MI6 in 1953 had overthrown the Mossadegh government in Iran and in 1954 toppled Socialist Arbenz in Guatemala. In Italy the manipulation of the election and the secret funding of the DCI "was so effective that often the Italian recipients of our aid themselves were not certain where the aid was coming from", Colby proudly related. 

"CIA's Italian political operations, and several similar ones that were patterned after it in subsequent years, notably Chile, have come under scorching criticism", Colby said in retrospect. "Now, there can be no denying that 'interference' of this sort is illegal. Under the laws of most countries, as under American law, a foreign government is strictly prohibited from involving itself in that nation's internal political process." However, the Cold Warrior reasoned, the 'assistance to democratic groups in Italy to enable them to meet the Soviet supported subversive campaign there can certainly be accepted as a moral act".

Sharing in this assessment the Pentagon ordered in a top-secret directive that in 'Operation Demagnetize' the CIA together with the military secret services in Italy and in France start 'political, paramilitary and psychological operations' in order to weaken the Communists in the two countries. The directive of the US Joint Chiefs of Staff dated May 14,1952 insisted sensitively enough that 'The limitation of the strength of the Communists in Italy and France is a top priority objective. This objective has to be reached by the employment of all means' including by implication a secret war and terrorist operations. 'The Italian and French government may know nothing of the plan "Demagnetize", for it is clear that the plan can interfere with their respective national sovereignty.'

As Colby left Italy for the CIA station in Vietnam, SIFAR Director De Lorenzo in Italy continued his battle against the PCI and the PSI. Under the title 'The Special Forces of SIFAR and Operation Gladio' a top-secret document of the Italian Defence Department dated June 1, 1959 specified how NATO military planning for unorthodox warfare and anti-Communist covert action operations was coordinated by the CPC directly linked to SHAPE. The document stressed that next to a Soviet invasion, NATO feared 'internal subversion' and, in Italy, specifically an increase of power of the PCI. 'On the national level, the possibility of an emergency situation as above described has been and continues to be the reason for specific SIFAR activities. 

These special activities are carried out by the section SAD of the Ufficio R' the document explained with reference to the secret Gladio army. "Parallel to this decision the chief of SIFAR decided, with the approval of the Defence Minister, to confirm the previous accords agreed upon by the Italian secret service and the American secret service with respect to the reciprocal co-operation in the context of the S/B operations (Stay Behind), in order to realize a joint operation." De Lorenzo's Gladio document concluded that the agreement between CIA and SIFAR with date of November 26, 1956 'constitutes the basis document of Operation Gladio (name given to the operations developed by the two secret services)".

Bron: NATO's Secret Armies - Operation Gladio and Terrorism in Western Europe | Daniel Ganser

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube