1

Commissaris-generaal Christian De Vroom van de Gerechtelijke Politie verklaarde in de Senaatscommissie Georganiseerde Misdaad dat niemand enige controle uitoefent op de informanten van de speciale onderzoekscellen betreffende de zaak Cools, Bende van Nijvel of Dutroux. Verschillende informanten uit oude dossiers duiken opnieuw op in de huidige onderzoeken.

De belangrijkste machinaties binnen een gerechtelijk onderzoek gebeuren niet door rechtstreekse, zichtbare tussenkomsten. Een en ander verloopt veel subtieler: via manipulaties van informanten, die haast onvermijdelijk uit het misdaadmilieu afkomstig zijn. In ruil voor informatie wordt soms een oogje toegeknepen. En meestal wordt er informatie verschaft over een concurrerende crimineel. Dat zijn dus twee vliegen in één klap.

Misdadige organisaties kennen de truc en sturen professionele informanten naar de politie om zo concurrerende misdaadbendes op te rollen en hun eigen positie in het crimineel circuit te verstevigen. Of ze laten via informanten onbelangrijke informatie naar de politiediensten stromen om ze bezig te houden of om ze op een valse piste te zetten.

De Bendecommissie bis maakte in haar eindrapport enkele opmerkingen over het gebruik van informanten in het Bendedossier:

In het dossier van de Bende van Nijvel rijzen heel wat vragen over het werken met informanten. Verdachten blijken tevens politie-informanten te zijn van een ander korps of in een ander arrondissement. Het ontbreken van controle op de registratie van informanten heeft tot gevolg dat deze personen er in slagen de politiediensten te manipuleren.

Zo reveleerde het Delta-team, dat in opdracht van onderzoeksrechter Troch werkte, voor de Bendecommissie bis dat Martial Lekeu, die de piste rond Groep G gelanceerd heeft, en Claudine Falkenburg, een vriendin van de extreem-rechtse ex-adjunct-gevangenisdirecteur Jean Bultot, informanten waren van de GPP-Charleroi. Voor de Delta-cel waren dit verdachten.

Volgens onderzoeksrechter Lacroix van Charleroi was dit verklaarbaar omdat hij Lekeu en Falkenburg met hetzelfde doel maar vanuit een andere strategie trachtte te benaderen. En volgens de Delta-leden waren zware gangsters zoals Moussa en Van Esbroeck van de Bende De Staerke eveneens informanten van de Brusselse Gerechtelijke Politie. De Staerke zelf zou via Bultot informatie doorgespeeld hebben aan de Brusselse Gerechtelijke Politie.

Waarschijnlijk waren volgens rijkswachtkolonel Sack verschillende leden van de Bende De Staerke ook informant bij de BOB van Brussel. Terloops merkte Troch op dat Moussa van de Bende De Staerke ook Maud Sarr goed kende, maar dat dit niet zo opmerkelijk was omdat ze allemaal in hetzelfde Brusselse hoofdkwartier zaten. Ook extreem-rechtse figuren zoals Françis Dossogne en WNP-leider Latinus werkten als informant voor respectievelijk commissaris Zimmer en Marnette van GPP-Brussel.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Na het rapport van de eerste Bendecommissie heeft toenmalig Justitie-minister Wathelet in 1990 een circulaire voor informantenbeheer uitgevaardigd. Sindsdien moeten de informanten gecontroleerd en geregistreerd worden in een centraal systeem, dat beheerd wordt door het Centraal Bureau van Opsporingen (CBO) van de rijkswacht en de Nationale Brigade van de Gerechtelijke Politie. Maar in de praktijk is hiervan niets te merken. (1)

Het rapport van de eerste Bendecommissie stelde reeds in 1990 voor dat informanten geregistreerd worden met een degelijke interne controle, omdat het gevaar voor manipulatie nu eenmaal niet denkbeeldig is. (2)

De eerste Bendecommissie rapporteerde reeds in 1990 dat via verleidingstechnieken en het compromitteren door informanten de relaties tussen politiemensen en misdadigers uitmondden in een doolhof waar niemand nog de uitgang kon vinden. Informanten van een politieman zetten dikwijls zelf een eigen netwerk van persoonlijke informanten op om hun positie bij de politiedienst te verbeteren en kregen hierdoor een vorm van bescherming. Toen Reyniers hoofdcommissaris van de Gerechtelijke Politie in Brussel werd, bleef hij met zijn informanten werken, terwijl hij op dat moment juist de rol van controleur moest spelen, aldus een uitspraak van De Vroom in de Senaatscommissie Georganiseerde Misdaad. Hierdoor verloor hij de controle over zijn informanten, wat tot de bekende problemen geleid heeft.

De Vroom, die zelf gedurende jaren in de Zedensectie gezeten heeft en problemen met informanten gehad heeft, verklaarde hierover: "In specifieke domeinen zoals zedenfeiten en autodiefstallen, waar regelmatig beroep gedaan wordt op informanten, zouden politiemensen slechts gedurende een beperkte periode van vijf tot tien jaar mogen opereren."

Het boek geeft bij deze tekst nog twee voetnoten:

  1. Zo beweerde De Vroom eind 1996 dat het CBO sinds de zomer van '96 geen geregistreerde informanten meer uitgewisseld heeft, zodat de zwarte lijst van informanten haar validiteit verloren heeft. In december 1996 had de Gerechtelijke Politie wel 706 informanten geregistreerd, waarvan er echter slechts dertig de laatste twee jaren actief waren. Het CBO van de rijkswacht had in 1996 slechts 90 informanten geregistreerd waaronder Nihoul. Bij een nationale bijeenkomst op 20 maart 1996 concludeerden vertrouwensmagistraten, die toezicht houden op de toepassing van de speciale politietechnieken, dat ze geen duidelijk zicht hebben op de informantenwerking. Volgens nationaal magistraat Vandoren bestaat op de registratie geen echte harde controle en is ze eerder gebaseerd op de goede wil van de politiediensten.

  2. Zo dook bijvoorbeeld in de commissie-Dutroux in het dossier Loubna de informant Genevois van de Brusselse Gerechtelijke Politie op. De Vroom erkende in december 1996 in de Commissie Georganiseerde Misdaad dat Genevois een gecodeerde informant van de GPP was en recentelijk op de zwarte lijst gezet werd. Deze informant is nochtans een oude bekende uit vele beruchte dossiers. Hij speelde een rol in de ontmanteling van de bende Farcy, deze laatste was enkele jaren daarvoor trouwens zelf informant geweest voor de rijkswachtcommandant François van de Nationale Drugbrigade NDB. Op 19 november 1984 oordeelde het Brusselse Hof van Beroep in de drugsaffaire Suy de BIC-informant Genevois als een infiltrant-provocateur. En in de eerste Bendecommissie kwam hij onrechtstreeks ter sprake. Bij de BIC werkte hij voor commissaris Jan De Wachter. Deze ondertekende een attest dat Genevois van 1982 tot 1984 gezorgd heeft voor de arrestatie van 102 betichten in 27 zaken. Voor informanten werd dit echt een professionele broodwinning op zich. Op 25 november 1985 werd Genevois op de zwarte lijst gezet omdat hij als professionele informant zonder informatie viel en de neiging kreeg om zelf criminele feiten uit te lokken. In 1986 trachtte hij samen met andere in ongenade gevallen informanten de BIC te ontwrichten. Hij zette een lastercampagne op tegen de grote baas van de BIC, Debrulle, en diende klacht in. Debrulle zou informatie hebben achtergehouden over de affaire-Systermans. Later werd BIC-administrateur Debrulle voor deze feiten volledig witgewassen.

Bron: De namen uit de doofpot | Stef Janssens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Tegenwoordig verloopt informanten werking door een getrainde informanten-runner van de Politie.

Servo per Amikeco