1

BCI staat voor Bestuur Criminele Informatie - bekender onder de Franstalige afkorting BIC (Bureau d'Informations Criminelles) - en is een dienst van Amerikaanse inspiratie. President Nixon had in 1968 de oorlog verklaard aan de misdaad en in oktober 1970 begonnen de Verenigde Staten hun in diverse Hollywood-epossen ingeblikte operatie om de heroïneaanvoer via Frankrijk en Montréal naar hun hippiekolonies lam te leggen, de 'French Connection'.

Op de ambassade in Brussel bemanden drie agenten de drie agenten de antenne van hun eigen drugsbestrijdingsdjenst, Drug Enforcement Administration (DEA), Jimmy Guy, Frank Eaton en Paul Higdon. In Europa werden inderhaast gelijkaardige diensten uit grond gestampt. In België kwamen er twee. Bij de rijkswacht gaf generaal Alexis Logé aan commandant Léon François opdracht om het Nationaal drugsbureau NDB/BND op te richten en kort daarna stampte minister van Justitie, de Leuvense socialist Alfons Vranckx, het Bestuur van Criminele Informatie uit grond, dat de geschiedenis inging onder zijn Franstalige afkorting, BIC. Het NBD spitste zich toe op de strijd tegen de narcoticatrafikanten, het BIC ging ruimer en hield zich bezig met de zware criminaliteit in het algemeen.

Medewerkers van beide diensten kregen een spoedcursus in de Verenigde Staten. Ze dienden een 'evenwichtige neuropsychische constitutie te hebben' en moesten in  staat zijn om 'van vijf meter met één oor een stem te herkennen', maar aan hun wettelijke omkadering werd minder aandacht besteed. De Belgische overheid liet zich helemaal niet afschrikken door de schandalen die rond 1970 losgebarsten waren bij soortgelijke eenheden in Londen en New York.

Een en ander liep dan ook in sneltempo mis. Over de zaak-François zijn boeken geschreven en ik ga het verhaal hier niet overdoen. De essentie is dat een aantal drugsbestrijders, onder wie stafleden van NBD en BIC, zelf grootschalig in de handel waren gestapt.

Toen de rotzooit naar buiten kwam, kreeg de toenmalige rijkswachtkolonel Herman Vernaillen de leiding over het gerechtelijk onderzoek, en hij schakelde de BOB van Brussel in. Die rijkswachters moesten nu opsporingen doen naar hun vroegere collega's. Het onderzoek van het team-Vernaillen dijde uit over de planeet. In Italië, Zwitserland, Griekenland en de Verenigde Staten werden dossiers opgestart. In New York werd een Cosa Nostra-familie opgerold en kolonel Vernaillen, die onder anderen samenwerkte met de later door de maffia vermoorde Italiaanse rechter Paolo Borsellino, noemde het BIC in een interview met mij een arm van de Cosa Nostra.

In 1985, een paar jaar na het proces, was het NBD al lang opgedoekt, maar in het BIC was de grote schoonmaak niet achter de rug. De veroordeelde anciens waren uiteraard weg, maar de oude praktijken waren diepgeworteld. De premiejacht was een systeem met vele verleidingen, waarin het gevaar ingebakken zat. De neiging bestond bij alle politiediensten om de rollen om te draaien: als een politieman een tip had over bijvoorbeeld gestolen schilderijen, gebeurde het dat hij hem doorspeelde aan een bevriende premiejager in plaats van aan de gerechtelijke autoriteiten. De premiejager ging dan 'op onderzoek' en werd 'tipgever' met de bedoeling om aan het eind van het verhaal de verzekeringspremie te delen met de politieman die hem getipt had. In straten rond het Justitiepaleis [van Brussel] hoorde je voortdurend verhalen over speurders die dat soort dingen deden. En de beste plek om dat te doen was het BIC, de dienst die onder meer de premiejacht organiseerde.

Jacques 'Dieter' Genevois ging er na het proces-François aan de slag en noemde zichzelf de belangrijkste tipgever van de dienst sinds de zaak-François. Dankzij zijn inlichten en provocaties waren er vanaf april 1982 in anderhalf jaar tijd 102 criminelen gearresteerd, zei hij. Daarbij kon justitie voor 532 miljoen frank (ruim 13 miljoen euro) aan gestolen kunst, antiek, juwelen en geld terugvinden in de bewuste periode. Tien procent verzekeringspremie erbovenop, niet kwaad als het klopte.

De premiejager toonde het bewijs van wat hij zei, een lijst die was  opgesteld en ondertekend door de BIC-commissaris die hem gerund had, Jan De Wachter.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

Ter info: zie ook dit topic over informanten waarin Genevois en het BIC aan bod komen » Forum

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Opmerkelijk is in dit verband overigens nog dat wordtgezegd dat het dossier dat door het Bestuur voor Criminele Informatie (BIC) werd samengesteld over Bouhouche, opeen bepaald moment verdwenen bleek te zijn, en dat het kennelijk nimmer is teruggevonden.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Alfons Vranckx was van 1965 tot 1966 socialistisch minister van Binnenlandse Zaken en van 1968 tot 1973 minister van Justitie. Vranckx had een uitgesproken visie en zette zich daar ook persoonlijk voor in. In 1969 liet hij de roman Gangreen van Jef Geeraerts in beslag nemen omdat hij die onzedelijk vond. Hetzelfde deed hij met het volgens hem subversieve Rode Boekje voor scholieren.

Op 12 juni 1971 richtte hij op eigen houtje een geheel nieuwe dienst op binnen zijn justitiedepartement, het Bestuur van de Criminele Informatie (BIC). Deze dienst paste volkomen in de door de Verenigde Staten gevoerde oorlog tegen de georganiseerde criminaliteit en voornamelijk de handel en het gebruik van drugs.

Voor deze wereldwijde oorlog waren de verschillende diensten in de VS samengebracht onder de Drug Enforcement Administration (DEA), waarvan de leden vanuit de ambassades en onder diplomatieke onschendbaarheid opereerden. Zij gebruikten daarbij bijzondere methoden, werkten met informanten, nepfirma’s, infiltratie en uitlokking door undercoveragenten. De toen succesrijke film "French Connection" toonde duidelijk hoe roekeloos de Amerikaanse agenten daarbij te werk gingen.

De door Vranckx zonder enige wetswijziging opgerichte BIC was daar het Belgische afkooksel van. De leden van die dienst behoorden wel tot het ministerie van Justitie, maar handelden naast de Veiligheid van de Staat en hadden geen gerechtelijke bevoegdheid. Zij werkten niet onder het gezag of leiding van de onderzoeksmagistratuur, maar naast en tussen de politiediensten en onder de criminelen. Om die redenen liep het met deze dienst ook verkeerd af. Dat werd duidelijk toen de tegenhanger van het BIC, het door de rijkswacht eveneens op eigen houtje opgerichte Nationaal Bureau voor Drugs, ten onder ging in wat gekend is als de zaak-François, genoemd naar de naam van de commandant van die rijkswachtdienst [Leon François].

Bron: Apache | Walter De Smedt | 18 augustus 2016

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube