1

Inleiding

De kamer keurt op 17 oktober 1996, dus vlak voor de witte mars, unaniem de oprichting goed van de parlementaire onderzoekscommissie Dutroux. Ze is belast met het onderzoek van het onderzoek in de zaak Dutroux-Nihoul, ze moet dus nagaan hoe het onderzoek naar de ontvoerde en vermoorde kinderen is gevoerd en wat er fout is gelopen.

De commissie benoemt op 24 oktober twee deskundigen, het zijn de professoren Bride De Ruyver van de Universiteit Gent en Françoise Tulkens van de UCL. Na de Witte Mars komen eerst de ouders van de ontvoerde kinderen hun verhaal vertellen. De ouders van Julie en Melissa hebben achtenvijftig grieven over het onderzoek naar hun vermoorde dochters. Paul Marchal kan geen concrete grieven geven want hij heeft het dossier nooit kunnen inkijken, wel vindt hij dat het onderzoek te laat is gestart.

Begin december komt de onderzoekscommissie onder stoom. Magistraten en rijkswachters uit Charleroi vertellen niet hetzelfde verhaal. De magistraten getuigen dat zij niet op de hoogte waren van de bewakingsoperaties Décime en Othello, bedoeld om Marc Dutroux in de gaten te houden. De rijkswachters, ondervraagd achter gesloten deuren, zouden dat tegenspreken. Ook in Luik is de verhouding tussen justitie en rijkswacht niet bepaald vlekkeloos. Onderzoeksrechter Martine Doutrewe leidde er het onderzoek naar Julie en Melissa. Op 17 december beschuldigt ze de rijkswacht ervan essentiële informatie te hebben achtergehouden. De rijkswacht ontkent.

Andere » Commissie Dutroux-Nihoul

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube