Vervolg…
Dossier 10.98.0000.37-18. Pag. 6.955 t/m 6.969, P.V. N° 736/86, vijfde vervolg e.v., O.R. TAS Dendermonde dossier 35.504/85/18:
…/…
“ Door deze verklaring heb ik verschillende mensen in diskrediet gebracht en heb Jean BULTOT onder andere zwaar beschuldigd. Ik weet dat BULTOT nog steeds vrienden heeft in de gevangenissen te Vorst en Sint Gillis. Ik wens het gerecht te zeggen dat het voor mij, nu ik deze verklaring heb afgelegd, zeer gevaarlijk wordt als ik nog ooit eens zou belanden in de gevangenissen te Vorst en Sint Gillis. Ik wil nog aanstippen dat ik mij ter beschikking hou van het gerecht om verschillende punten nog te verduidelijken doch wens er eveneens aan toe te voegen dat ik ook niet alles weet.”
Heropening verklaring op 09.04.1986 om 09.15 uur:
“Om de persoon van BULTOT Jean nog meer te verduidelijken kan ik in alle eerlijkheid zeggen dat hij uit hoofde van zijn functie in de gevangenis te Sint Gilles wel de macht had om personen vervroegd in penitentiair verlof te laten gaan of anderzijds een dossier naar voren te schuiven zodanig een vervroegde invrijheidsstelling kon bekomen worden. De personen die van deze gunsten van BULTOT konden genieten waren door hem zeker gekend aangezien hij ze kon rekruteren aan de hand van de dossiers in zijn bezit. Aan de hand van de belangrijkheid van de verleende gunst door BULTOT…/…”
Zesde vervolg:
“...diende al dan niet betaald te worden. Ik kan zeggen dat 50.000 bfr een vriendenprijsje was om een bepaald dossier naar voren te schuiven. Het is mogelijk dat die begunstigde personen door BULTOT benaderd werden in die zin dat zij na hun vrijlating voor hem bepaalde diensten moesten uitvoeren, doch daar ben ik niet zeker van. Ik veronderstel dat een gedeelte van de gelden die BULTOT zoals hier hoger aangehaald verwierf, door hem ook werden afgestaan aan de kassa van de politieke groepering van uiterst rechts aangezien hij mij toch ook had voorgesteld indien ik diefstallen voor hem wou plegen een gedeelte van die opbrengst ook naar een dergelijke organisatie zou gaan. Ik heb kunnen vaststellen tijdens de kontakten die ik met BULTOT had dat hij zeker tot uiterst rechts behoorde en dat zijn doelstelling was het land te destabiliseren om finaal extreem rechts aan de macht te krijgen. Eens dit voorgaande bereikt zou BULTOT volgens zijn zeggen een belangrijke plaats bekleden in dit nieuwe systeem. BULTOT stak zijn politieke overtuiging niet onder stoelen of banken, hij droeg zelfs in de gevangenis wanneer hij in contact kwam met de gevangenen een insigne van zijn politieke groepering op dat ogenblik was dat ‘Front de la ‘Jeunesse’. Hij liet ook lectuur verspreiden in de gevangenis met de gedachtegang van die politieke groepering. Wat die lectuur betreft kan ik nog zeggen dat het gedrukte boekjes waren, een vorm van tijdschriften, waarin die gedachtegang uiteen werd gezet. Titels kan ik mij niet meer herinneren. Wel weet ik nog dat BULTOT in het bezit was van het gezelschapsspel ‘Monopoly’ van Duitse afkomst en daarop de straten die normaal op een dergelijk spel voorkomen vervangen waren door concentratiekampen en de gevangenis die voorkomt op het gewone spel, op dat Duitse spel vervangen was door de verbrandingsoven. BULTOT heeft mij ook gezegd dat hij verschillende buitenlandse reizen had gedaan ondermeer dat hij verschillende malen naar Frankrijk doch hoofdzakelijk naar Duitsland ging. Ook had hij tweemaal de Verenigde Staten van Amerika bezocht en was hij ondermeer in New York beland waar hij contacten heeft gehad met een politiechef die hij onderricht in bepaalde tactieken die voorkomen bij straatrellen. Of die reizen allen in verband stonden met zijn politieke groepering weet ik niet. Daarover heeft BULTOT mij niet gesproken. BULTOT heeft mij ook gezegd dat indien ik strafbare feiten zou plegen voor hem hij er wel kon voor zorgen bij de gerechtelijke overheid dat dergelijke zaken in de doofpot zouden worden gestopt.”
Heropening verhoor om 13.45 uur:
“BULTOT Jean heeft mij ook eens gezegd dat indien ik wapens nodig had ik deze bij hem kon kopen. Ik weet dat BULTOT ook wapens verkocht aan personen die gekend waren voor het plegen van criminele feiten. Ik weet niet of BULTOT betrokken is of was in wapentrafiek. Ik weet ook dat BULTOT contacten had met leden van de Staatsveiligheid doch met wie juist weet ik niet. Eind februari 1985 vernam ik dat DE STAERKE Philippe in de gevangenis te Sint Gillis verbleef onder het regime van beperkte vrijheid. Op een zeker ogenblik heb ik Philippe ontmoet in mijn woning Rue… te Anderlecht. Wij waren alleen en DE STAERKE heeft mij toen gevraagd of ik bij iemand kon tussenkomen om hem vroeger vrij te krijgen uit de gevangenis. Ik heb Philippe dan beloofd daarvoor te zorgen zonder hiervoor namen te noemen. Ik heb dan contact opgenomen met BULTOT en BULTOT heeft toen gezegd dat hij daarvoor ging zorgen en dat dit weinig problemen met zich zou meebrengen. In feite heb ik BULTOT gevraagd het dossier van Philippe voor de commissie van gevangenisdirecteurs vroeger te laten voorkomen dan in feite gepland. Eerst was voorzien, als ik mij dat nog goed herinner, dat Philippe voor genoemde commissie zou komen in de loop van de maand juni of juli en op mijn vraag om Philippes dossier vroeger te laten voorkomen, beloofde BULTOT mij dat het dossier van Philippe zou voorkomen in de loop van de maand maart of mei en dat het weinig moeilijkheden zou opleveren om hem dan reeds voorwaardelijk vrij te krijgen. BULTOT vroeg mij voor deze gunst 50.000 bfr, geld dat ik hem heb overhandigd. Dit geld had ik verkregen van de opbrengst in een zaak waar BULTOT ook in betrokken was en die gekend is bij het Parket in Brussel, waar het eerlang zijn beslag zal krijgen. …/…”
“…/… Philippe DE STAERKE zelf was ik al tegengekomen in Doornik, toen wij beiden aldaar in de gevangenis verbleven. Dit situeert zich eind 1982, naar mijn oordeel. Ik heb niet bemiddeld bij BULTOT voor Philippe wat zijn penitentiair verlof betreft. In verband met BULTOT kan ik ook nog zeggen dat hij mij gevraagd heeft of ik hem geen ‘krachtige wagen’ kon leveren voor een prijsje. Op dat ogenblik reed ik met de gestolen BMW 528 i van groene kleur, auto die mij ter beschikking was gesteld van S.D.. Toen ik BULTOT een dergelijke wagen voorstelde ging hij ermee akkoord en ik heb toen D. gevraagd of ik BULTOT de groene BMW 528 i mocht verkopen voor de prijs van 50.000 bfr. D ging ermee akkoord en BULTOT vertelde mij dat hij zou betalen binnen de week, daar hij op het ogenblik dat de wagen werd geleverd niet over dat geld beschikte. BULTOT en ik waren overeengekomen dat indien hij de 50.000 bfr niet op tafel legde voor het einde week hem de wagen terug zou afgenomen worden. Het betrof een wagen die door S.D. was gestolen te Zaventem en die was voorzien van de door hem eveneens gestolen nummerplaten BTR – 115. Ik heb de wagen voorzien van hogergenoemde nummerplaten dan ze komen leveren aan BULTOT en ik heb die wagen zelf in de garage van BULTOT in de gevangenis te Sint Gillis gaan plaatsen. BULTOT had mij ook gezegd dat het geen probleem was om voor andere noodzakelijke formulieren te voorzien. Hij noemde op de ‘grijze kaart’ en de verzekeringspapieren. BULTOT was er zeker van op de hoogte dat de wagen gestolen was. Ik had het hem ten andere gezegd. Ik kan niet zeggen wat het juiste tijdstip betreft van de diefstal maar ik kan u wel zeggen dat BULTOT die wagen één week in zijn bezit heeft gehad in de loop van de maand januari 1985. Wat BULTOT met die wagen gedaan heeft die week kan ik u niet zeggen. Ikzelf ben de wagen bij BULTOT in de gevangenis terug gaan halen daar hij niet betaalde.”
Een chronologisch detail zou interessant kunnen zijn: Leopold Van Esbroeck beschuldigt Jean Bulto in april 1986. In het onlineboek van de Philippe De Staerke wordt echter aangegeven dat de deskundige Guillaume op 22 mei 1986 door rechter Schilcker werd gevraagd om de in het Bois de la Houssière gevonden geschriften waarschijnlijk door de partner van Jean Bultot zijn geschreven.
Als dit inderdaad klopt, heeft Leopold Van Esbroeck het onderzoek richting Jean Bultot gestuurd voordat de deskundige zijn rapport indiende.