571

(1 replies, posted in 1990-1999)

Samenvatting

  • Wat? Een man vermoordt zijn echtgenoot, haar ouders en een man

  • Wanneer? In de nacht van 10 op 11 april 1993

  • Waar? Rue des Bruyères 88 in Stockem » Google Maps

  • Wie? Rocco Chindamo

  • Status: Opgelost

Na de moorden vluchtte de man naar Italië en vond een schuilplaats bij de N'Drangheta. Tien jaar na de feiten werd de moordenaar in Italië veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Vier mensen neergekogeld in Luxemburg

In Stockem, nabij Aarlen, werden zaterdagnamiddag de lijken gevonden van vier mensen. Het zijn een man en een vrouw in prepensioen, hun dochter en een kennis. Alle vier werden zij, vermoedelijk vrijdag, gedood met een revolverschot. In verband met deze zaak wordt de man van de dochter, een Italiaanse aannemer, opgespoord. Het echtpaar was aan het scheiden.

De slachtoffers zijn de vijftigjarige Achille Heintz, in prepensioen, zijn vrouw Germaine Goosse, hun dochter Martine Heintz en een vriend van het gezin, Christian Mauguit.

Deze vier mensen werden gedood door verscheidene revolverschoten. Over de oorzaak van deze misdaad tast men vooralsnog in het duister. Wel wordt de man van Martine Heintz, een Italiaanse aannemer die in België gedomicilieerd is en van wie zij gescheiden leefde, opgespoord.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 April 1993

Opsporing van viervoudige moordenaar van Stockem

De man die vermoedelijk vrijdagavond vier van zijn familieleden om het leven bracht in Stockem (Aarlen) is nog steeds spoorloos. De gerechtelijke politie vermoedt dat de 33-jarige man van Italiaanse afkomst met zijn wagen naar zijn oorspronkelijke vaderland is teruggekeerd.

Zaterdag omstreeks 17 u. werden aan de Rue des Bruyères 88 in Stockem de levenloze lichamen aangetroffen van Achille Heitz (59), zijn vrouw Germain Goosse (52), hun dochter Martine Heitz (29) en Christian Mauguit (39), een vriend van het gezin. Het viertal werd waarschijnlijk vrijdag in de woning vermoord met een schot uit een handvuurwapen.

Martine Heitz was de echtgenote van Chindamo R. Het echtpaar woonde in het nabijgelegen Attert en was sinds enkele weken gescheiden. Chindamo R. zou, voor de feiten, doodsbedreigingen geuit hebben aan het adres van zijn vrouw en haar familie. Sindsdien is de man niet teruggekeerd naar zijn woning. Hij zou zich verplaatsen met een witte Alfa Romeo, met Italiaanse nummerplaat RC428028. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 April 1993

Aangehouden maffioso verdacht van vier Belgische moorden

In de nacht van vrijdag op zaterdag is in het Italiaanse Calabrië Rocco Chindamo aangehouden voor wapenbezit. Chindamo wordt ook in België gezocht. In 1993 zou hij vier mensen hebben vermoord: zijn ex-vrouw, haar vriend en de ouders van zijn ex-vrouw. De slachtoffers waren alle van Belgische nationaliteit.

Chindamo is in Aspromonte opgepakt door de carabinieri, aldus het Italiaanse persbureau Ansa. Hij wordt gezocht voor de moorden die in 1993 nabij Aarlen gepleegd werden op de destijds 30-jarige Martine Heitz, haar 39-jarige vriend Christian Maugut en de schoonouders Achille en Germaine Heitz, respectievelijk 61 en 53 jaar oud.

Chindamo is op zo'n 70 kilometer van Reggio di Calabria opgepakt. Twee andere individuen, Luciano Ferrentino, gezocht voor de moord op zijn oom, en Gerardo Gerrentino, beschuldigd van medeplichtigheid, zijn samen met Chindamo aangehouden. Het zou gaan om maffialeden.

Documenten van de N'Drangheta, de Zuid-Italiaanse variant van de maffia, waarin sprake is van de 'wet van de stilte' en de 'solidariteit in de clan' zijn in beslag genomen, zo deelden de carabinieri in Reggio di Calabria zaterdag tijdens een persconferentie mee. De agenten konden ook de hand leggen op een voorraad wapens.

Bron: De Morgen | 26 Oktober 1999

Italië pakt bekend maffialid op

Het vermeende maffialid Rocco Chindamo, die werd gezocht wegens de moord op zijn Belgische ex-vrouw plus haar ouders en haar vriend, is zaterdag in zijn schuilplaats in de bergen in Calabrië in het zuiden van Italië gearresteerd. De 39-jarige Chindamo wordt ervan beschuldigd in 1993 in het Belgische Aarlen uit jaloezie zijn ex-vrouw Martine Heitz, haar ouders Achille en Germaine Heitz en haar vriend Christian Mauguit te hebben vermoord.

Hij werd gezocht door de Belgische politie. Behalve Chindamo werd nog een vermeend lid van de 'ndrangheta, de Calabrische maffia, opgepakt. Ook werden in de schuilplaats een geweer, twee pistolen en een handgranaat aangetroffen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Oktober 1998

Viervoudige moordenaar ondergedoken bij maffia

De viervoudige moordenaar Rocco Chindamo is vrijdag in Calabrië aangehouden. De man vermoordde vlak voor Pasen 1993 in de omgeving van Aarlen zijn Belgische ex-vrouw, haar nieuwe vriend en haar ouders. Volgens het Italiaanse gerecht zat Chindamo ondergedoken bij de maffia in Zuid-Italië.

Rocco Chindamo was al vijf jaar op de vlucht voor het Belgische gerecht. Hij kon niet verkroppen dat zijn 30-jarige echtgenote Martine Heitz hem begin 1993 in de steek liet. De jonge vrouw dook met haar twee kinderen onder in een tehuis voor mishandelde vrouwen. Toen al zocht de Italiaanse echtgenoot een manier om wraak te nemen. Hij hing de hele tijd in de buurt van het tehuis rond.

Kinderen

Bij het begin van de paasvakantie trok Martine Heitz in bij haar ouders die in Stockem wonen. In de nacht van 10 op 11 april 1993 dook Rocco Chindamo op aan de woning van de familie Heitz. Met een wapen van zwaar kaliber moordde hij de familie uit. Zowel Martine Heitz, haar nieuwe vriend Christian Magut (39) als haar vader Achille (61) en moeder Germaine Heitz (53) werden zonder pardon doodgeschoten.

De politie ontdekte de viervoudige moord pas een dag later. Toen zat Rocco Chindamo al veilig in het buitenland. Vorige vrijdagnacht arresteerde de Italiaanse carabinieri hem in de streek van Reggio di Calabria.

Samen met hem werden ook Luciano Ferrentino, gezocht voor de moord op zijn oom, en Gerardo Ferrentino, beschuldigd van medeplichtigheid, aangehouden. Zij zouden samen met Rocco Chindamo deel uitmaken van de maffia. De carabinieri vonden in de woning van Chindamo documenten die verwijzen naar de maffia, haar “wet van de stilte” en de “solidariteit binnen de familie”.

Er werd ook een voorraad wapens gevonden. Destijds ontsnapten de twee kinderen van Chindamo en Heitz aan het bloedbad. Zij waren enkele dagen voordien op vakantie vertrokken naar een familielid in Brussel. De kinderen kregen de dagen daarop politiebescherming, omdat het gerecht vreesde dat Chindamo hen zou kidnappen.

Het parket van Aarlen zal het viervoudige moorddossier nu overmaken aan het Italiaanse gerecht. Chindamo heeft de Italiaanse nationaliteit en zal daarom in eigen land worden berecht.

Bron: Het Nieuwsblad | 26 Oktober 1998

572

(11 replies, posted in 1980-1989)

Razzia in barakkenwijk van Louvain-la-Neuve

Op last van de onderzoeksrechters Baeyens en Schlicker doorzocht de rijkswacht maandagmorgen urenlang een deel van de campus van de UCL te Louvain-la-Neuve, dat zij terecht de "barakkenwijk" noemde.

Daar huizen immers vrijwel aan de rand van rijksweg 4 Waver-Namen, op 200 meter in vogelvlucht van het telecommunicatie-centrum, het wetenschappelijk "speelgoedje" van Louvain-la-Neuve, tientallen studenten, oud-studenten en ingezetenen, alleen of in commune, in een dertigtal woonwagens, een half dozijn bollen die regelrecht van het Atomium zouden kunnen komen en in andere woonconstructies die in schrille tegenspraak staan met de modernistische architectuur die de gast-met-standing onder ogen krijgt als hij voor het eerst de heilige bodem van Louvain-la-Neuve betreedt.

Vlakbij deze "bidonville" werd op 6 november van vorig jaar het lijk gevonden van Dr. Delescaille en op 15 januari van dit jaar verdween het jonge meisje Mireille Cracco uit Vieux-Genappe. Beide gevallen bleken één gemeenschappelijke factor te hebben: drugs.

Daarom verscheen de rijkswacht van het district Waver, vergezeld van een slotenmaker en twee honden in de barakkenwijk, samen met de genoemde onderzoeksrechters en de procureur des konings Presle. De operatie werd geleid door kapitein Stockmans en Luitenant Rousseau.

Het werd echter geen miraculeuze vangst: één drugleverant, een paar druggebruikers, een jongere zonder verblijfvergunning, een paar grammen hasj, wat spuiten, pijpjes, balansjes.

Misschien wilde de rijkswacht zich alleen maar laten zien, om er de bevolking van de "bidonville" op attent te maken, dat een onderzoek nog altijd aan gang kan zijn, ook krijgt het geen "publiciteit" in de pers.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 April 1984

Drie aanhoudingen na drugrazzia in barakkenkamp van Louvain-la-Neuve

De drugrazzia die de rijkswacht vorige maandag hield in het "barakkenkamp" van Louvain-la-Neuve, heeft uiteindelijk geleid tot drie aanhoudingen en zeven inbeschuldigingstellingen.

Aanleiding tot deze gezamenlijke actie van de Nijvelse onderzoeksrechters Baeyens en Schlicker, was de dood door drugs van twee personen: die van Dr. Delescaille, in november 1983, en die van Mireille Cracco, een meisje uit Ways, in januari van dit jaar.

Het bezwarend materiaal dat werd gevonden, was aan de magere kant: twee dosissen heroïne, een tiental grammen hasj, een paar injectiespuiten en drugpijpjes, en enkele apothekersweegschaaltjes.

Toch werden zeven jongeren in staat van beschuldiging gesteld wegens het gebruiken van drugs in groep. Drie personen werden aangehouden, maar een van hen, een jongeman uit de streek van Ath, is inmiddels weer vrijgelaten.

De twee andere arrestanten werden te Waver langdurig ondervraagd over de dood van Dr. Delescaille en Mireille Cracco, die ze beiden goed kenden.

Ten slotte werden ook drie drugdealers geïdentificeerd. Een van hen, die bekende dat hij het barakkenkamp bevoorraadde met hasj die hij in Nederland ging kopen, werd in staat van beschuldiging gesteld. De andere twee zijn voortvluchtig.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 April 1984

Drugrazzia in barakkenkamp te Louvain-la-Neuve

Begin april werd in het zogenaamde barakkenkamp te Louvain-la-Neuve door de rijkswacht een grootscheepse drugrazzia gehouden. Aanleiding hiertoe was o.m. de dood van de 30-jarige geneesheer Michel Delescaille in november van vorig jaar.

In dit verband verzoekt de familie van Dr. Delescaille ons, met nadruk te vermelden dat de jonge arts geen "dood door drugs" stierf, zoals in deze krant toen werd gesuggereerd. Wel staat het vast dat de moordenaars van Dr. Delescaille in kringen van druggebruikers moeten worden gezocht.

De arts werd op zaterdag 5 november weggelokt uit zijn woning in de rue des Bruyères, waar hij eveneens zijn praktijk uitoefende. 's Anderendaags werd hij vermoord teruggevonden: zijn hoofd was verscheidene keren tegen een steen geslagen.

Uit het onderzoek bleek, dat de moordenaars alleen geïnteresseerd waren in het voorschriftenboekje van Dr. Delescaille. Mede omdat men van de daders nog steeds geen spoor heeft, werd overgegaan tot bovenvermelde drugrazzia in het barakkenkamp.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 April 1984

Waar dit kamp zich bevond, heb ik nog niet kunnen ontdekken.

573

(325 replies, posted in 1983)

Spectator Of Life wrote:

Ik vind het ook bizar dat de Bende in Ohain zich bewapent met twee van de drie ontvreemde pistolen van de RW, alsof ze het er te dik willen opleggen dat zij de daders van Nijvel zijn.

Waarom moet het bizar zijn? Ze hadden ze gestolen, dus konden ze deze evengoed gebruiken.

Spectator Of Life wrote:

Waar was 'de killer' zijn geliefkoosde .22 Long Rifle?

Goei punt. Misschien wou hij eens de wapens van de rijkswacht proberen?

JML wrote:

Et l'appel à radio my amigo, c'est quoi alors? Un faux numéro?

Er is in dat telefoontje geen enkel bewezen verband met de bende rond Philippe De Staerke.

574

(87 replies, posted in Magistraten)

Dat is hier een mooi voorbeeld van het spreekwoord "de vis verdrinken". Het gaat hier absoluut niet meer over Freddy Troch en mijn post over de mythe die ontstaan is over het einde van het mandaat van onderzoeksrechter van Troch. Een mythe die trouwens gretig door Troch zelf in leven wordt gehouden.

In plaats van het over deze mythe te hebben, worden hier tal van namen genoemd en stellingen gelanceerd zonder enige onderbouwing. Enkel wat citaten die al dan niet uit context zijn getrokken.

575

(52 replies, posted in Journalisten)

Ik ben al jaren met dit dossier bezig. Eén van de zaken die me pas recent is opgevallen, is hoe sterk het beeld van de Bende van Nijvel doorheen de jaren is veranderd. Wie vandaag discussies over de Bende volgt, krijgt al snel de indruk dat begrippen als "complot", "terrorisme" en "strategie van de spanning" altijd een centrale plaats hebben ingenomen.

Wie echter teruggaat naar de krantenartikels uit 1983 of 1985, ziet een heel ander beeld. Journalisten, politici en magistraten spreken bijna uitsluitend over zwaar banditisme en zware criminaliteit die dringend moet worden gestopt. Van een politiek complot of een vorm van terrorisme is nauwelijks sprake.

Wanneer en waarom dat beeld precies is veranderd, is moeilijk te zeggen. Daarvoor spelen te veel factoren mee. Toch is er één persoon die een bijzonder grote invloed heeft gehad op de manier waarop de publieke opinie naar dit dossier is gaan kijken: Walter De Bock.

Walter De Bock en de geboorte van een narratief

Wanneer het verhaal over het Bende van Nijvel-dossier wordt geschreven, gaat de aandacht meestal naar speurders, magistraten, verdachten of getuigen. Veel minder aandacht is er voor de rol van journalisten. Nochtans heeft wellicht niemand de publieke perceptie van de Bende van Nijvel sterker beïnvloed dan journalisten in het algemeen en onderzoeksjournalist Walter De Bock in het bijzonder.

Dat De Bock een uitzonderlijk journalist was, staat buiten discussie. Hij legde politieke schandalen bloot, bouwde een indrukwekkend netwerk van bronnen uit en groeide uit tot een van de meest invloedrijke onderzoeksjournalisten die België heeft gekend. Maar zoals elke journalist keek ook hij naar de werkelijkheid door een bepaalde ideologische bril.

De Bock was een kind van mei ’68. Zijn politieke en maatschappelijke vorming vond plaats in een links milieu dat wantrouwig stond tegenover traditionele machtsstructuren, de veiligheidsdiensten en het conservatieve establishment. Toen de Bende van Nijvel tussen 1982 en 1985 zware misdaden pleegde, was het voor hem dan ook vanzelfsprekend om niet alleen naar het klassieke banditisme te kijken, maar ook naar mogelijke verbanden met extreemrechtse milieus, de rijkswacht en geheime netwerken.

Die visie zou een enorme invloed krijgen. Terwijl de eerste reacties op de overvallen van de Bende van Nijvel vooral uitgingen van zwaar banditisme, begon vanaf 1987 steeds vaker een ander verhaal de ronde te doen: dat van een politieke strategie van de spanning, uitgevoerd door extreemrechtse kringen met steun of medeweten van elementen binnen de veiligheidsdiensten. Wat aanvankelijk één van de vele hypothesen was, groeide geleidelijk uit tot het dominante verklaringsmodel van het dossier.

Opmerkelijk daarbij is dat veel van de elementen die vandaag als essentieel voor het Bende-dossier worden beschouwd, pas jaren na de laatste aanslagen hun intrede deden in het publieke debat. Het beeld van de Bende van Nijvel als onderdeel van een extreemrechts complot ontstond niet tijdens de feiten zelf, maar werd grotendeels achteraf opgebouwd op basis van latere verbanden, hypothesen en interpretaties en niet op basis van bewezen feiten.

De Bock was niet de enige die deze hypothese verdedigde, maar hij beschikte wel over een invloedrijk platform en een groot gezag. Daardoor kregen vermoedens, aanwijzingen en hypothesen een gewicht dat vaak verder reikte dan wat op dat moment feitelijk bewezen was. Vooral de mogelijke verbanden tussen de Bende van Nijvel, Westland New Post, het Front de la Jeunesse en bepaalde rijkswachters werden door hem en gelijkgezinde onderzoekers naar voren geschoven als sleutelelementen van het dossier.

Het probleem was dat die hypothese geleidelijk uitgroeide tot veel meer dan een onderzoekspiste. Ze werd voor velen een verklaringsmodel dat vrijwel alle feiten moest kunnen verklaren. Tegenstrijdige feiten werden steeds vaker wegverklaard of genegeerd, terwijl elementen die het narratief leken te bevestigen disproportioneel veel aandacht kregen.

Dat mechanisme is vandaag nog steeds zichtbaar. Veel populaire theorieën over de Bende van Nijvel vertrekken niet vanuit de concrete feiten van de overvallen, maar vanuit een vooraf aangenomen conclusie: de daders moesten wel afkomstig zijn uit extreemrechtse of para-militaire milieus. Vervolgens worden de feiten in dat kader geïnterpreteerd.

De ironie is dat de feitelijke uitvoering van veel bende-feiten vaak minder professioneel oogt dan later werd beweerd. Verschillende overvallen werden gekenmerkt door improvisatie, fouten en buitensporig geweld. Toch groeide in de publieke opinie het beeld van een perfect georganiseerde clandestiene operatie. Dat beeld werd mede gevoed door journalisten, auteurs en onderzoekers die in de feiten vooral aanwijzingen zagen voor een verborgen politieke agenda.

Dat betekent niet dat De Bock bewust verkeerde informatie verspreidde of dat zijn onderzoek waardeloos was. Integendeel. Hij bracht waardevolle informatie aan over extreemrechtse netwerken die jarenlang onderbelicht waren gebleven. Maar zijn werk toont wel hoe sterk een journalist het kader kan bepalen waarbinnen een dossier wordt geïnterpreteerd.

Veertig jaar later is de invloed van Walter De Bock nog steeds merkbaar. Niet omdat zijn hypothesen ooit overtuigend bewezen zijn, maar omdat zijn interpretatie van het dossier voor een groot deel van het publiek de plaats is gaan innemen van de feiten zelf. In die zin heeft De Bock niet alleen verslag uitgebracht over de Bende van Nijvel. Hij heeft ook mee vormgegeven hoe generaties Belgen naar het dossier zijn gaan kijken.

576

(325 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Oui, mais la bande Philippe De Staerke sont les seuls suspects qui seront indiqués par les tueurs eux memes.

Op geen enkel moment hebben de daders in de richting van Philippe De Staerke gewezen.

JML wrote:

Lorsque des bandits volent une voiture dans le but d'aller voler de l'argent avec quelques jours plus tard, il est anormal qu'ils ne touchent pas à la caisse, qu'ils ne volent pas l'argent à leur portée.

Omdat geld die avond hun doel niet was. Hun doel was een auto. Op een bepaald moment heeft een dader het geld uit de kassa gevraagd maar zelfs dat lukte hen niet:

(...) Daarop eist de man de inhoud van de kassa. Ook nu weer krijgt hij het antwoord dat dit niet kan en ze dit aan de eigenaar moeten vragen. De gangsters wordt nog zenuwachtiger en roept: “C’est du sérieux …”

Twee klungelaars, dat waren het. Klungelaars met een wapen, maar nog steeds klungelaars.

577

(325 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Dus ik herhaal het, niets heeft de moordenaars gestoord, niets heeft hen tegengehouden om het geld of de juwelen te nemen.

Maar ze hebben geen geld en juwelen gestolen. Dus ik snap je punt niet. Ze zijn vertrokken met een sleutel van Alfa Romeo en de VW Golf. Als ze geld wilden, dan hadden ze dat wel gestolen. Maar ze wilden geen geld, ze wilden een auto.

JML wrote:

De Philippe De Staerke-bende wordt verdacht van deze diefstal.

Philippe De Staerke is één van de vele verdachten in deze zaak. Een aantal andere verdachten zijn: Eric Lammers, Robert Becker, Kapllan Murat, Luc Sibille, Charles De Staerke, Rodolphe Culot, Mohamed El Barajradji, ... en zoveel anderen.

578

(325 replies, posted in 1983)

JML wrote:

Of het nu stil was of niet, het schot was niet krachtig genoeg om alarm te slaan.

De drie schoten buiten waren luid genoeg om de buurman wakker te maken. De man dacht zelfs dat er met een machinegeweer geschoten werd.

Maar zoals gezegd; er is absoluut geen zekerheid dat de daders een geluidsdemper hadden, enkel onrechtstreekse aanwijzingen. En als ze er al één hadden gehad, is dit een detail in het hele verhaal dat helemaal niets veranderd aan het verloop van de feiten.

JML wrote:

Vinden jullie het niet vreemd dat de 2 enige telefoongesprekken die zeker aan de bende van Nivelles (Ohain en radio my amigo) toegeschreven kunnen worden, de bende van Philippe De Staerke beschuldigen?

We weten niets over dat telefoontje naar het ziekenhuis in Ottignies. Zoals ik reeds heb geschreven, ben ik dus zeer sceptisch. We weten niet wanneer die getuige dat heeft gezegd en wat er exact gezegd is geweest. En zelfs als het telefoontje al gebeurd zou zijn, dan wordt De Staerke op geen enkel moment in verband gebracht met dat telefoontje.

579

(325 replies, posted in 1983)

JML wrote:

De moordenaars bevinden zich midden in niemandsland en zijn uitgerust met dempers.

Er is een vermoeden, maar geen zekerheid, dat één van de twee wapens een geluidsdemper had. Waarom denken de speurders dat?

  • De getuigen in de keuken omschrijven het schot dat afgevuurd werd in de koelkast als "niet luider dan een schot van een luchtbuks".

  • En niemand binnen heeft het schot gehoord dat Van Camp heeft geraakt terwijl de schoten die op de banden van de auto's werden afgevuurd wel heel luid waren.

Deze elementen zijn echter te zwak om zeker te zijn dat hun wapens geluiddempers hadden.

JML wrote:

Als het doel van de aanval was om de Porsche of het geld te stelen, zouden ze dat toch gedaan hebben, nietwaar?

En toch zijn ze vertrokken zonder Porsche en zonder geld.

580

(87 replies, posted in Magistraten)

Over de overheveling van het dossier van Dendermonde naar Charleroi en het einde van Trochs mandaat als onderzoeksrechter doen veel mythes de ronde.

Over de overheveling staat in het topic Mythevorming een uitgebreide analyse. Over de stopzetting van Trochs mandaat kan je hieronder een analyse lezen:

Freddy Troch: van onderzoeksrechter tot symbool van een vermeende doofpot

In de publieke beeldvorming rond de Bende van Nijvel is Freddy Troch uitgegroeid tot meer dan een onderzoeksrechter. Voor velen werd hij het symbool van een gerechtelijk onderzoek dat bewust werd gesaboteerd. De beëindiging van zijn mandaat als onderzoeksrechter en de overheveling van het dossier naar Charleroi worden daarbij vaak voorgesteld als het ultieme bewijs van een doofpotoperatie.

Die voorstelling van zaken is echter veel minder vanzelfsprekend wanneer men het verslag van de Tweede Bendecommissie leest.

De commissie onderzocht uitvoerig de omstandigheden waarin Troch zijn mandaat als onderzoeksrechter verloor. Daarbij maakt zij een duidelijk onderscheid tussen de juridische en de feitelijke aspecten van de zaak. Juridisch stelt de commissie vast dat er discussie mogelijk is over de vraag of een onderzoeksrechter vóór het einde van zijn mandaat uit zijn functie kan worden ontlast. De rechtsleer was hierover verdeeld en de beslissing blijft daarom juridisch betwistbaar. Tegelijk merkt de commissie op dat er historische precedenten bestonden waaruit blijkt dat dergelijke ingrepen in het verleden al waren gebeurd.

Ook feitelijk komt de commissie tot een genuanceerder beeld dan vaak wordt aangenomen. In 1991 werd Troch ondervoorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Dendermonde. Volgens het parket-generaal was die functie moeilijk verenigbaar met het ambt van onderzoeksrechter. Bovendien liep zijn mandaat enkele maanden later sowieso af. Dat vormde de officiële reden om hem als onderzoeksrechter te ontlasten.

Nog belangrijker is de chronologie. De commissie wijst erop dat Troch reeds op 11 december 1990 door de Kamer van Inbeschuldigingstelling van het Bende-onderzoek was ontlast. Zijn formele ontlasting als onderzoeksrechter volgde pas maanden later. De beëindiging van zijn mandaat kan dus moeilijk worden voorgesteld als de maatregel waarmee hij uit het Bende-onderzoek werd verwijderd, aangezien die verwijdering op dat moment al een feit was.

Dat betekent uiteraard niet dat er geen kritiek mogelijk is op de manier waarop het dossier werd overgeheveld. De commissie beschrijft een geschiedenis van rivaliteit tussen onderzoeksdiensten, slechte samenwerking tussen parketten, institutionele conflicten en procedurele problemen. Maar tussen die vaststelling en de bewering dat Troch persoonlijk uit het onderzoek moest worden verwijderd omdat hij te dicht bij de waarheid was gekomen, gaapt een grote kloof. Voor die stelling vond de commissie geen bewijs.

Precies daar zien we hoe mythevorming ontstaat. Een juridisch betwistbare beslissing groeit in de publieke perceptie uit tot een bewezen complot. Een complexe institutionele strijd wordt herleid tot een eenvoudig verhaal met helden en tegenstanders. Freddy Troch wordt daarin de eenzame onderzoeksrechter die door hogere machten aan de kant werd geschoven.

Het verslag van de Tweede Bendecommissie ondersteunt dat verhaal echter niet. De commissie laat ruimte voor kritiek op de genomen beslissingen, maar vindt geen aanwijzingen dat de beëindiging van Trochs mandaat bedoeld was om hem persoonlijk uit te schakelen of om het Bende-onderzoek te saboteren. Het verschil tussen die conclusie en de populaire voorstelling van de feiten illustreert hoe hardnekkig bepaalde mythes rond het Bende-dossier zijn geworden.