7,941

(45 replies, posted in Bende De Staerke)

De Deltacel ontdekte dat er van Philippe De Staerke een spoor leidde naar zijn broer Julien, die onwel werd toen hij de Samsonite-koffer in het bureau van de onderzoeksrechter zag staan. Philippe had de koffer inmiddels opgegraven en achtergelaten bij zijn nieuwe vriendin. De koffer was bij haar aangetroffen en bevatte kruitsporen van Legia-munitie die ook door de Bende gebruikt werd.

Een arts constateerde trouwens dat de inzinking van Julien gesimuleerd was. Kort daarna werd hij zelfs door een politieman in het toilet betrapt toen hij stiekem een foto van zijn schoonbroer Farkas verscheurde. Wat wilde Julien De Staerke verdonkeremanen?

De Staerkes eerste vriendin bleek een echte kroongetuige. Ze gaf details die Julien duidelijk in het nauw dreven, want af en toe vergezelde ze haar toenmalige vriend wanneer die naar zijn broer ging in Sint-Pieters-Leeuw. Zo zag ze hem een paar keer wapens overhandigen, waarvoor hij in ruil telkens een envelop kreeg. Ze vermoedde geld, maar het konden ook richtlijnen zijn.

Toch kwam Julien, ondanks herhaalde aanrakingen met het gerecht, nooit in de cel terecht. Hij leek wel beschermd. Ik sprak met een buurman die een huiszoeking bij de afwezige De Staerke bijwoonde. De rijkswachtcommandant vertrouwde hem toe dat Julien getipt was. Toch vonden zijn manschappen in een schoendoos op zolder 20.000 euro.

Was Julien een tipgever van de rijkswacht en dankte hij daaraan zijn status? Vormde hij de link met Bouhouche, die in het rijkswachtkorps nog altijd op steun van ex-collega's kon rekenen? Kennissen omschreven Julien als sluw en beminnelijk, maar ongetwijfeld intelligent, als een man die altijd zijn telefoonnummers codeerde door er een getal bij te voegen, een praktijk die bepaalde leden van Westland New Post ook toepasten. Julien deed weliswaar denigrerend over zijn broer, "C'est une personne folle, un garçon nerveux", maar was dat geen afleidingsmanoeuvre?

Bron: De Bende van Nijvel - verraad, manipulatie, geheime diensten | Guy Bouten

7,942

(5 replies, posted in Bibliografie)

Opus Dei in België

  • Auteur: André Van Bosbeke

  • Uitgebracht in 1985

  • Uitgeverij: EPO

Achterflap:

'Totus tuus', Geheel de Uwe, vermeldden spandoeken tijdens het bezoek van Johannes Paulus II aan België. Kenmerkend voor de devotie van een internationaal vrij duistere en geheimzinnige katholieke organisatie: Opus Dei. Het Opus Dei is in de loop der jaren in opspraak gekomen via talloze financiële schandalen. Ze ontkent alles en werkt verder aan de opbouw van haar wereldimperium.

De geheime constituties en andere documenten tonen echter aan dat het 'Werk van God' heel wat gevaarlijker is, als we gewoonlijk denken. Een door de kerk erkende sekte die de hele wereld wil overheersen?

De auteur ontdekte dat ook in België deze groepering op vrij grote schaal actief is: scholen, familiekringen, studentenhomes, ... en dat haar leden belangrijke functies uitoefenen. Dit alles volgens de richtlijnen van de stichter Escriva de Balaguer: "Het doel is elke post te bemachtigen van waaruit macht verworven kan worden."

Meer info over Opus Dei vind je hier » Forum

7,943

(23 replies, posted in Politiek & Business)

Ook in België was de Banco Occidental actief, voordat ze in 1982 in liquidatie werd gesteld en uiteindelijk verkocht aan de Italiaanse Banco de Vizcaya. (...) In 1974 werd de Gesbanque, een Luikse bank van een groep rond de rechtse katholieke financier Richard Van Wijck, overgenomen door de Banco Occidental. Van Wijck was voordien, samen met ondermeer Fréderic Jacobs en Bernard de Geraden, twee rechtse katholieke bankiers, eigenaar van het Luikse Cofiges, de Compagnie Financière et de Gestion, aandeelhouder van Gesbanque.

De overname door de Banco Occidental (voor 97,5%), gebeurde ondermeer via de Luxemburgse portefeuille-maatschappij Codebel, die nadien ook aandeelhouder werd van de Banco Ambrosiano. De aandelen van de groep Van Wijck in de Gesbanque voor de overname waren voor een deel ook ondergebracht in een andere bank in Lugano, de Crédit Commercial et Financier. Die stond toen onder leiding van de katholieke Italiaanse graaf Giorgio Gherardi Dandolo, die door de pers eveneens in verband werd gebracht met de zaak rond de Ambrosiano-bank.

(...) In de loop van de jaren 70 bouwde de groep rond Van Wijck, die de leiding had in de Ordre du Rouvre, ook een financieel imperium op. Hij werkte nauw samen met een aantal extreem-rechtse katholieke politici en zakenlui, waaronder vooral bankier Jacques Spirlet, PSC-senator Paul Vankerkhoven en de privé-secretaris van Otto van Habsburg, Jacques Jonet.

Dit alles eindigde toen in 1985 de Brusselse Crédit Commercial et Financier, samen met een ganse reeks filialen, in faling ging. Het totale tekort van de faling van de groep Van Wijck beloopt meer dan één miljard Belgische Frank en is in 1985 nog steeds in gerechtelijk onderzoek in afwachting van een proces. Het milieu waarin de groep zich in Brussel ophield situeerde zich in de salons van de Cercle des Nations, waarvan in de jaren zeventig Richard Van Wijck, Benoit de Bonvoisin, Paul Vankerkhoven, Vincent Vanden Bosch, Jacques Jonet en graaf Hervé d'Ursel medestichters en beheerders waren.

Bron: Opus Dei in België | André Van Bosbeke

7,944

(8 replies, posted in Organisaties)

Richard Van Wijck lag aan de basis van de Ordre du Rouvre, die in 1964 werd opgericht aan de toen unitaire Katholieke Universiteit van Leuven. Onder de stichters, naast Van Wijck, Jacques Jonet, later privé-secretaris van Otto van Habsburg. De Ordre du Rouvre voerde tijdens de jaren 60 en 70 strijd tegen het goddeloze atheïsme ter verdediging van het christendom. Dit via de tijdschriften als Paroles en Les Cahiers du Rouvre.

De Ordre du Rouvre is een ridderorde met een eigen ritus en met een hoge kerkelijke bescherming van de rector magnificus van de toenmalige universiteit van Leuven, Mgr. van Waeyenbergh, en vooral van Mgr. Cammaert, aalmoezenier-generaal van het Belgisch leger.

De Orde is een soort integristische sekte met een zeer gesloten en geheim karakter en hiërarchische graden, eigen ritueel en uniform. De kandidaatleden, postulants genoemd, krijgen de graad van Ecuyer (schildknaap) en worden nadien twee jaar lang Donat. Pas daarna kunnen ze volgens de ritus tot het ridderschap worden verheven. De wijding van de ridders van de Ordre gebeurde vroeger door de abt van de Abdij van het Park te Heverlee bij Leuven. De Rouvre (eik) is het symbool van de Orde en staat voor het bindteken tussen hemel en aarde, volgens aloude Keltische mythologie. 

Bron: Opus Dei in België | André Van Bosbeke

7,945

(1 replies, posted in Organisaties)

Mars et Mercure werd opgericht in 1926 onder de naam "groupement industriel et commercial des ex-officiers". Vanaf het derde bulletin verscheen de organisatie als Mars et Mercure. Zoals de aanvankelijke titulatuur al duidelijk maakte hadden de leden een dubbele origine. Naar aanleiding van de Eerste en voor latere leden de Tweede Wereldoorlog, of gewoon in het kader van hun militaire dienst waren zij officier geweest van het Belgisch leger. Eénmaal terug in het burgerlijk leven werkten zij in de handel of de industrie.

Dit maakt die organisatie bij uitstek interessant voor onze analyse. We wezen er hoger al op hoe diverse protagonisten uit het netwerk tot meer dan één elitegroep konden worden gerekend. Welnu, de ex-officieren in Mars et Mercure waren werkelijk in alle economische sectoren vertegenwoordigd: in de administratie van buitenlandse handel en economische zaken, in het bankwezen, verzekeringen, metalurgie, steenkool, olie, telefonie, als ingenieur enz. Doorgaans bekleedden ze ook een topfunctie als hoofd van een bedrijf, wat maakt dat het hier duidelijk om een patronale en militaire elite ging. Grote bedrijven als Petrofina, Société Générale, Royale Belge en Cockerill waren vertegenwoordigd in Mars et Mercure, maar ook industriële federaties zoals FIB en de Fédération des patrons catholique de Belgique. Van 1947 tot 1949 was Marcel De Roover voorzitter van Mars et Mercure, in de hoedanigheid van directeur van Brufina.

Maar interessant is dat ook diverse topfiguren uit de politiek aan Mars et Mercure waren gelieerd. Mars et Mercure incarneerde dus de drieledigheid waaruit het hier onderzochte netwerk bestond. Naast diners en intieme bijeenkomsten organiseerde die club ook diverse conferenties waar de hoogste politieke vertegenwoordigers te gast waren, en niet zelden het woord voerden. Gaande van al dan niet gepensioneerde ministers zoals Joseph Meurice, Joseph Pholien, Van Audenhove, Simonet, Devèze, Paul-Henri Spaak, Paul Van Zeeland en Paul Struye, tot Europese commissarissen zoals Jean Rey, kabinetsleden, diplomaten, parlementariërs enz.

In een dergelijk gezelschap moge duidelijk zijn dat Mars et Mercure meer dan alleen een gezelligheidsclubje was. Dat men op de vele bijeenkomsten ook verrijkende contacten nastreefde werd door hen zelf alvast niet geloochend:

"A Mars et Mercure, on s'entraide, on s'épaule, on vend, on achète, on crée des contacts d’affaires."

Dat men elkaars carrières richting kon geven, ondersteunen, blijkt duidelijk uit de doelstelling. Maar kon men ook invloed uitoefenen? De interactie tussen het militaire leven en dat van de economie valt alvast uit de aard en de naam van de organisatie niet te loochenen. Wanneer we echter ook de medewerking in het bulletin van Mars et Mercure zien van de Amerikaan Robert Murphy op het moment dat hij ambassadeur was in Brussel, dan lijkt die invloed zich alvast ook te willen manifesteren op het politieke en zelfs internationaal politieke niveau.

Dat we Robert Murphy al tegenkwamen in zijn briefwisseling met Marcel De Roover in het kader van inlichtingendiensten die deze laatste hem bewees, maakt zijn optreden hier in Mars et Mercure nog opmerkelijker. Een veelzeggend citaat van Robert Close, hoe kan het anders dan dat ook hij hier ten tonele verschijnt, doet nog meer vragen rijzen bij de politieke liaisons van Mars et Mercure: 

"...rapelle le nécessité dans une guerre moderne de mobiliser la nation tout entière, notamment ses forces économiques, et veut montrer que l'armement est une opportunité pour les industriels et l'économie nationale: formation des jeunes à l’armée..."

In het kader van deze studie is evenwel het meest opmerkelijke dat ook Mars et Mercure zich bezighield met de Europese constructie. Talloze eminente sprekers belichtten er op diverse conferenties de Europese zaak. Zo behandelde Spaak het Marshall-plan in 1949 en sprak hij in 1957 over "L'alliance occidentale et le destin de l'Europe". Andere sprekers die de Europese zaak kwamen toelichten waren onder meer Paul Struye, Jean Duvieusart, Paul Van Zeeland, Etienne de la Vallée Poussin, Henri Bernard, Pierre Wigny en Jacques Van Offelen. Ook Marcel De Roover liet zich niet onbetuigd en hield op 20 januari 1951 nog een redevoering op de algemene vergadering van Mars et Mercure:

"L'intégration européenne devra se faire en dépit des difficultés et des intérêts particuliers à chaque nation. Non seulement pour maintenir ou augmenter le standard de vie de chacun, mais aussi pour forger les armes nécessaires à la défense occidentale."

Mars et Mercure vormt op zichzelf binnen het grotere geheel une histoire longue durée van de symbiose tussen een militaire, economische en politieke elite. Het spreekt voor zich dat naast de lucratieve motieven ook het anticommunisme een drijvende kracht was achter de organisatie. Met een figuur als Marcel De Roover moeten we daar niet aan twijfelen. Zijn anticommunistische strijd moeten we trouwens nog verder toelichten.

In 1939 ging Marcel De Roover samen met onder meer Charles Terlinden en Paul Philippart over tot de oprichting van de groep Demain, een vzw die zich bezighield met de psychologische en morele opvoeding van de Belgische jeugd (lees: katholiek, patriottisch en anticommunistisch). Paul Philippart was in die periode beheerder van de Produits Chémiques de Tessenderloo en werd vanaf 1940 directeur bij Brufina. In 1940 vervoegde zich ook Jean Spiltoir bij Demain, als directeur generaal belast met het dagelijks beheer.

We zitten echter aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en wanneer op 10 mei 1940 de Duitsers België binnenvielen, ging ook voor de Belgen de Tweede Wereldoorlog definitief van start. Die had in feite al haar aanvang genomen bij de inval in Polen, in september 1939 en had zich al aangekondigd met de Duitse inlijving van Oostenrijk in de lente van 1938. 

Van dan af zou het leven van Marcel De Roover en dat van zijn kompanen gedurende vier jaar in het teken staan van een ondergronds verzet. Dit verzet zou bij alle betrokkenen diepe sporen nalaten en hun naoorlogse activiteiten diepgaand beïnvloeden. Het verzet tijdens de oorlog was echter geen eenduidige beweging en verdient daarom een kort overzicht. We spitsen ons evenwel voornamelijk toe op het rechts verzet en de rol van enkele protagonisten die voor de oorlog reeds sterk geëngageerd waren in de anticommunistische strijd.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

7,946

(11 replies, posted in Organisaties)

Over de voorloper van MAC - CADBA - geef ik nog graag deze info mee:

In de context van de woelige maand juli 1960 in Kongo, waar de Kongolese Force Publique aan het muiten was geslagen en de Belgische kolonialen vreesden voor hun leven, werden in het thuisland twee los van elkaar staande comités opgericht die als doel hadden de Europeanen in Afrika te verdedigen. Diverse traktaten gingen van die twee comités uit, waarin gepleit werd voor een militaire interventie in Kongo. De twee comités werden simultaan opgericht op 8 en 9 juli 1960: Le Rassemblement pour la Défense au Congo (ontmoetingsplaats Café l'Horloge, Porte de Namur, Brussel) en Le Comité d'Action et de Défense des Belges d’Afrique (CADBA), met als ontmoetingsplaats Café Tanganyka, Chaussée de Wavre, 352 te Etterbeek.

Om diverse redenen gaan we alleen maar die laatste belichten. Ten eerste blijkt uit een volgende brief van Damman dat hij wel degelijk aanwezig was op een meeting van CADBA (zie verder: brief van 27/8/'60 waarin hij duidelijk verwijst naar een etablissement in de Chaussée de Wavre). Ten tweede omdat CADBA ons leidt naar andere organisaties. CADBA wordt later immers MAC (Mouvement d'Action Civique), die op zijn beurt zal omgebogen worden tot Jeune Europe, één van de belangrijkste naoorlogse extreem-rechtse bewegingen. Leiders van Jeune Europe waren Jean- François Thiriart, Emile Lecerf en Paul Teichmann.

CADBA had een duidelijk afgebakend politiek objectief: het vernietigen van het partijensysteem en het installeren van een regering samengesteld door de koning. Laten we erop wijzen dat koning Boudewijn toen inderdaad plannen koesterde voor de vorming van een zakenkabinet met sterke figuren als Spaak en Van Zeeland. Daartoe moest eerst wel de premier Gaston Eyskens tot aftreden worden gedwongen. Het plan ging uiteindelijk niet door, maar die ongrondwettelijke bemoeienis van Boudewijn in het parlementaire politieke bestel was typerend voor de malaise die het land kende na de onafhankelijkheid van Kongo.

Het comité van CADBA bestond uit Auguste Minet en Raphaël Matijn (beiden politieke gevangenen in 1940-45) en de gepensioneerde kolonel E.R. Verlinden (directeur generaal van het Institut Géographique du Congo Belge). Verantwoordelijke uitgever van Belgique-Congo (het bulletin van CADBA) was Fourneau, die tevens de uitgever was van Cri du Peuple, een extreem-rechts orgaan in de jaren 1950 dat ultraroyalistisch was.

De CADBA-pamfletten verhulden niet alleen een anti-parlementarisme, maar ook een onverbloemd racisme. "Morgen zullen de negers uit Ghana en Guinea het werk van de communistische verkrachters van Lumumba beëindigen". Volgens CADBA hadden de Belgische politici (toen de regering Eyskens) het communisme objectief in de kaart gespeeld door Lumumba te dulden en Kongo onafhankelijk te verklaren. CADBA drong aan op een macht geconcentreerd in de handen van de koning. Alleen hij kon de Belgische belangen in Kongo redden.

Op basis van enkele traktaten kunnen we de vier volgende hoofdpunten destilleren:

  1. De regering moest plaats ruimen voor mannen die niet gecompromitteerd waren door de drie traditionele partijen.

  2. De volledige macht moest in handen zijn van de koning, de enige valabele arbiter.

  3. De VN, dat was Krouchtchev, de VN dat was Nasser, de VN dat was Lumumba. "Empêchez que l'UN?O ne nous vole le Congo".

  4. Het Belgisch leger moest massaal tussenkomen, en vooral in Leopoldville.

Het orgaan Belgique-Congo lieerde bovendien de Kongolese zaak met de Algerijnse zaak (twee fronten, maar één oorlog), en getrouw aan de technieken van de "ultra's" in Algiers, zocht het comité van CADBA toenadering tot het leger en de gendarmerie. Reeds vanaf het tweede nummer werd Belgique-Congo omgedoopt in Belgique-Afrique, maar die naamsverandering wijzigde niets aan de inhoud. Vanaf dan schreef Jean-François Thiriart onder het pseudoniem Jean Tisch in alle nummers van het blad. Enkele uitlatingen van hem illustreren treffend de visies van CADBA met betrekking tot de internationale politiek.

Uit het editoriaal van Belgique-Afrique, n° 4, 1960, geschreven door Tisch:

"N?ous n'avons plus rien à faire dans l'OTA?... Ce n'est pas une raison pour nous jeter de dépit dans les bras du turbulent Krouchtchev. Il existe une troisième solution: l'Europe... Une Europe virile, courageuse, communautaire... Cette Europe que nous voulons aurait pu aligner en Algérie des bataillons allemands fraternellement unis au combat avec les bataillons français, aurait pu aligner au Katanga des bataillons italiens et hollandais, côte à côte avec les bataillons belges."

Dit Europese engagement sprak Florimond Damman erg aan. Zoals hoger vermeld beschouwde hij Thiriart en Teichmann als ideologische kameraden die "... sont étonnement européens dans l'esprit qui est le nôtre". Nog voor CADBA werd omgedoopt in MAC (Mouvement d'Action Civique) in september 1960, woonde Florimond Damman een tweede meeting bij, zoals blijkt uit volgende briefwisseling. Een aantal nieuwe elementen van CADBA worden hier duidelijk, onder meer de doelgroep: patriotten, verbroederde paracommando's, werkgeversorganisaties, studenten en de middenklasse.

Brief van 27/8/1960 van Damman aan Parodi:

"Vendredi le 26ème août j'ai assisté à une nouvelle réunion de Belgique/Afrique dans une salle populaire de la Chée de Wavre à Etterbeek. 300 personnes. J'ai dit tout cela dans le débat qui a suivi. J'ai parlé de l'Europe que nous voulons, jeune, dynamique, ordonnée et fière de sa puissance. J'ai dit ne pas vouloir de l'Europe des fromages de nos politiciens. J'ai vu un groupe de jeunes se lever, un des leurs prendre la parole, (un Liégeois, président des 'Paras' de la province de Liège. Ils étaient venus à six) et dire que pour une mission pareille, pour une idée de force, pour un avenir de confiance, tous ces hommes, anciens para-commandos, et aussi ceux des autres provinces, vous pouvez nous évaluer à une dizaine de mille et vous pouvez dire que nous sommes décidés d'agir, d'être tenaces jusqu'à la réussite. Nous sommes prêts à venir à Bruxelles pour dire à l'ambassadeur des Etats-Unis comme à celui de l'URSS - qu'ils devront désormais compter sur la force 'Europe' et nous devons leur faire comprendre que ce n'est pas un vain mot. Et si vous nous demandez par après de vider le parlement, nous le ferons et nous le réussirons."

"Je n'ai jamais ressenti un aussi grand étonnement à cette réaction peut-être un peu violente mais elle démontre et c'est bien la première fois, que les jeunes sont prêts à suivre des idées maîtresses. C'est aussi la première fois que j'ai ressenti une résolution réelle dans des paroles prononcées et qui voulaient dire: nous sommes des soldats de la communauté européenne, nous attendons des ordres et nous les exécuterons. Mon émotion était tellement grande que j'ai dû attendre un moment pour pouvoir reprendre contact avec la réalité. Dans la salle c'était un délire d’acclamations quand le gars est venu me serrer la main."

"Maintenant tout le problème est de secouer le gros bourgeois qui est le seul à pouvoir alimenter une vaste campagne de propagande car nous devons faire comprendre au peuple que la communauté européenne est notre seule planche de salut et que sans elle on continuera à nous battre le Q. Et c'est à cela que je réfléchis car pour réussir il faudra beaucoup d'argent, autant que tous nos politiciens ensemble qui vont se défendre comme des lions. N?ous touchons à leurs prébendes et si nous voulons l'unité de l’Europe j'ai de plus en plus la certitude qu’elle ne se réalisera que contre l'unions des parlementaires actuels dont la puissante corporations est une des plus fortes organisations professionnelles."

"Inutile de te dire que mon moment de dépression est bien passé."

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

7,947

(20 replies, posted in Organisaties)

Opus Dei-lid en wapenhandelaar prins Miguel van Bourbon verklaarde in de Westduitse Tageszeitung: "Opus Dei moet over heel Europa heersen, en mensen die mijn attitudes betreffende hiërarchie en discpline delen, zullen het Opus Dei bijtreden. Ik ben ervan overtuigd dat dit het enige is wat Europa redden kan. Opus Dei zal, daarvan ben ik eveneens overtuigd, president Reagan volgen ... President Reagan is momenteel een groot voorbeeld."

De hang naar een rechts katholiek Europees avondland en de heimwee naar de tijd toen kerk en staat nog één waren, deden en doen het Opus Dei zijn krachten bundelen via personen en politieke organisaties die ook ijveren voor een sterk Europa. Aan de top van dit gedroomde avondland moet dan de aloude Europese roomsgezinde aristocratie komen. Hiermee wordt de Habsburg-dynastie en haar Spaanse tak, van Bourbon, bedoeld die gedurende eeuwen zowel in Centraal-Europa als in Portugal en Spanje de absolute macht in handen hadden. Al in 1964 schreef de Nederlandse journalist Huib Hendrikse in Trouw: 

"Het heeft mij niet verwonderd, in Spanje enige leden van Opus Dei te horen spreken over een verenigd Europa onder leiding van een rooms staatshoofd. Zij zien dit als hun grote ideaal. Een jonge Amerikaanse priester, die als professor in canoniek recht aan de universiteit van Pamplona doceert (eigendom van het Opus Dei) en lid is van Opus Dei, vertelde mij op voorzichtige toon dat sommige leden van zijn organisatie de mogelijkheid bepaald niet uitgesloten achtten dat prins Hugo van Bourbon-Parma (Opus Dei-lid) nog eens staatshoofd zal worden van een verenigd Europa, dat een bolwerk van militant katholicisme en agressief anti-communisme zou moeten worden."

"Spanje komt vroeg of laat in de EEG (de voorloper van de Europese Unie) en zal een steeds grotere rol gaan spelen. Dat is niet tegen te houden. Ook het verenigde Europa is niet tegen te houden. Men zal dan een staatshoofd nodig hebben. Een bekwame figuur uit een oude aristocratische familie. Prins Hugo zou een van de meest geschikte kandidaten kunnen zijn. Hij is zeer intelligent, goed ontwikkeld en een moderne verschijning. Mocht Hugo voor de eer bedanken, dan zou Otto van Habsburg, ook een lid van Opus Dei, een goede tweede zijn."

Prins Hugo van Bourbon-Parma huwde in 1964 met prinses Irene van Nederland. Na zijn scheiding van de Nederlandse prinses, die later actief werd in de vrouwen- en vredesbeweging, treedt de 'goede tweede' Otto van Habsburg (geboren in 1912), erfgenaam van de Habsburg-dynastie, op het voorplan. De vader van Otto van Habsburg was de laatste keizer van Oostenrijk, Karel I. In 1919 hief de republiek Oostenrijk alle rechten van het Huis Habsburg op de troon op en verbood het gebruik van de titel aartshertog. Otto zag zijn rijk aan zijn neus voorbijgaan. Maar via het oprichten van allerlei mysterieuze en half-mysterieuze politieke organisaties probeerde hij de situatie recht te trekken.

In deze organisaties speelt het Opus Dei steeds een zeer voorname rol. Ook in de officiële Europese politiek is Otto van Habsburg actief. Hij is Euro-parlementslid voor het CSU van Beiers rechts-politiek zwaargewicht Frans-Joseph Strauss, die in zijn entourage verscheidene Opus Dei-leden en -sympathisanten heeft benoemd.

Bron: Opus Dei in België | André van Bosbeke

7,948

(22 replies, posted in Politiek & Business)

  • Over de diefstal van granaten op de basis van Florennes - een 'false flag' operatie om de vredesbeweging te discrediteren - kan je hier meer lezen » Forum

  • Over de basis van Florennes, de plaatsing van de raketten en de schaduw van de Bende van Nijvel, kan je hier meer lezen » Forum

7,949

(218 replies, posted in Getuigen)

De getuigenis van Joël Lhost krijgt een vervolg:

La Cellule d'enquête qui traque à distance les tueurs du Brabant a confronté un ancien agent secret et son contact auprès des services de renseignement militaires. Un colonel exilé dans le sud de la France. Le 27 septembre 1985, l'agent secret JL dit avoir été en mission entre le bois de la Houssière et l'aéroport de Chièvres, une base de transit des USA. Il aurait dégagé la route pour les tueurs, qui venaient de braquer des Delhaize à Braine et Overijse (6 morts). Ce qu'on apprend aujourd'hui: c'est la DIA américaine (la CIA "militaire") qui choisissait les ordres de mission du fameux agent secret. Celui-ci parle et est pris au sérieux par les enquêteurs... Exclusif dans Le Soir Magazine : l'ombre de la CIA sur les tueries du Brabant.

http://i19.servimg.com/u/f19/11/22/12/24/le_soi10.jpg

http://i19.servimg.com/u/f19/11/22/12/24/le_soi11.jpg

7,950

(22 replies, posted in Politiek & Business)

De grootste Belgische betoging ooit

Op zondag 23 oktober 1983 betoogden 400.000 mensen tegen de plaatsing van Amerikaanse en Russische kernraketten in West- en Centraal-Europa. Eigenlijk ging het om drie grote betogingen die richting Noordstation in Brussel trokken: de grootste manifestatie die ons land ooit gekend heeft.

"Godverdomme, weg die bommen!": het was één van de vele slogans die gescandeerd werden op de nationale betoging in 1983. Twee jaar eerder was er trouwens al een eerste antirakettenbetoging in Brussel, met een kleine 200.000 deelnemers.

In de jaren 80 woedde de Koude Oorlog nog volop en was er nog een echte wapenwedloop tussen Oost en West. Als reactie op de plaatsing van Russische SS20-raketten in Centraal-Europa had de NAVO in 1979 het zogenoemde dubbelbesluit genomen. Enerzijds werden 464 kruisraketten voor de middellange afstand en 108 Pershing II-raketten voor de korte afstand geplaatst in een aantal West-Europese landen, met tegelijkertijd een aanbod aan het Oostblok om te onderhandelen over wapenvermindering. Al die raketten konden worden uitgerust met kernkoppen.

De Pershing-raketten werden in West-Duitsland geïnstalleerd, de kruisraketten in Italië, West-Duitsland, Groot-Brittannië, Nederland en België. Het besluit om al die kernraketten in Europa te installeren, leidde in alle betrokken landen tot massabetogingen.

In ons land waren de drijvende krachten het Vlaams Aktiecomité tegen Atoomwapens (VAKA), het Overlegcentrum voor de Vrede (OCV) en de Coordination Nationale d'Action pour la Paix et la Démocratie (CNAPD). De antirakettenbetogingen waren echte nationale mobilisaties, georganiseerd vanuit de basis, maar met een sterk internationaal karakter.

Opmerkelijk is dat de antirakettenbetoging in Brussel niet alleen gericht was tegen de plaatsing van Amerikaanse kernraketten in West-Europa, maar ook tegen SS20-raketten in het toenmalige Oostblok.

In 1983 hadden de organisatoren lessen getrokken uit de vorige antirakettenbetoging, in 1981. Toen liep het traject nog van het Noord- naar het Zuidstation, zeg maar het voor de hand liggende traject voor grote betogingen in Brussel. Manifestanten uit heel het land stappen uit in het Noordstation, nemen deel aan de betoging en vertrekken 's avonds weer huiswaarts vanuit het Zuidstation: dat was het idee. Maar in 1981 was de mobilisatie zo succesvol verlopen dat duizenden betogers urenlang moesten wachten voor ze konden opstappen over de Brusselse boulevards.

In 1983 pakten de organisatoren de zaken iets grootser aan: drie betogingen trokken richting Noordstation, waar de manifestatie werd ontbonden. Betogers uit Oost- en West-Vlaanderen startten aan het Centraal Station, die uit Vlaams-Brabant aan het Zuidstation en die uit Antwerpen en Limburg aan het station van Schaarbeek.

De betogingen werden urenlang "gevoed" door overvolle treinen en honderden bussen uit het hele land. Toen de avond viel, moesten veel betogers nog beginnen te demonstreren. Sommige deelnemers kwamen zelfs niet aan betogen toe omdat het traject oververzadigd was.

Hoeveel betogers er waren, is niet exact vast te stellen, maar onder meer uit het aantal verkochte treinkaartjes en het aantal bussen dat was afgehuurd, kan worden afgeleid dat het er zo'n 400.000 waren. Aan het einde van de betoging waren er toespraken en zelfs een optreden van de Amerikaanse zangeres Melanie. Maar met de eisen van al die "Beautiful people" is niet echt rekening gehouden.

Ondanks al het protest besliste de regering-Martens om toch kruisraketten te plaatsen. Er kwamen er 20 op de vliegbasis in Florennes. In 1987 gingen ze terug richting Verenigde Staten, het gevolg van het Intermediate-Range Nuclear Forces (INF)-verdrag tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Russische president Michail Gorbatsjov.

Hoe dan ook: de antirakettenbetoging van 23 oktober 1983 was misschien wel de laatste massale uiting van geëngageerd volksprotest tegen een politieke beslissing. De laatste grote vredesbetoging, in 1985, telde "slechts" zo'n 200.000 deelnemers.

Bron: VRT Nieuws

http://www.dewereldmorgen.be/images/cache/large/2012/10/22/23oktober1983-betoging.jpeg.jpg