7,951

(22 replies, posted in Politiek & Business)

De plaatsing van middellangeafstandsraketten met kernwapens was tijdens de jaren '80 een belangrijk hoofdstuk in de Belgische politiek. Tijdens de "Belgische loden jaren" leidde het onder andere tot de grootste betoging uit de Belgische geschiedenis (zie hieronder):

Met het NAVO-dubbelbesluit wordt het besluit van de NAVO van 12 december 1979 aangeduid om 572 Amerikaanse middellangeafstandsraketten (kruisvluchtwapens en Pershing II-raketten) met een enkelvoudige kernlading in Europa te plaatsen, als reactie op de stationering van SS-20-raketten door de Sovjet-Unie.

Gelijktijdig, en daarom kreeg dit besluit de naam dubbelbesluit, zou de Sovjet-Unie het aanbod krijgen over een beperking van deze categorie wapens onderhandelingen te beginnen. De 464 Tomahawk-kruisvluchtwapens zouden in vijf NAVO-landen  - België, Italië, Nederland, Verenigd Koninkrijk en West-Duitsland - bij zes verschillende militaire bases gestationeerd worden.

Op 7 december 1987 sloten de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie het INF-verdrag over de afschaffing van de middellangeafstandsraketten en als gevolg daarvan werden de reeds geplaatste (kruis)raketten teruggetrokken en vernietigd.

Ondanks demonstraties ging de Belgische regering akkoord met de plaatsing van 48 kruisvluchtwapens op de Belgische vliegbasis Florennes. Uiteindelijk werden er 20 geplaatst, die na het INF-verdrag van 1987 verwijderd en in Amerika vernietigd werden. (*)

Bron: Wikipedia

(*) De regeringsbeslissing tot plaatsing van de eerste 16 kruisraketten te Florennes werd op 20 maart 1985 door de Kamer goedgekeurd met 116 stemmen voor, 93 tegen en 1 onthouding. Met de oppositie stemde van de CVP enkel Luk Dhoore tegen en zijn partijgenote Zefa Deloore onthield zich. De regering Martens kreeg voor de rakettenplaatsing nog de steun van het uiterst rechtse Vlaams Blok, het RAD-UDRT en onafhankelijken.

7,952

(106 replies, posted in Mededelingen)

Forum

Wegens de lange lijst van organisatie heb ik de Wiki van het topic Organisaties een beetje aangepast waardoor er iets meer reliëf in de lijst zit » Wiki Mankeert er nog een organisatie in dit topic? Aarzel dan niet om het er bij te zetten.

Nieuws

Google heeft een tijdje terug Google Maps een update gegeven. Hierdoor was ook de manier waarop je zelf kaarten kon maken, aangepast. Daardoor heb ik de kaarten van de website nog eens nagekeken en verbeterd waar nodig (zo maken de kaarten vanaf nu gebruik van lagen die je aan of uit kan zetten). Hieronder vind je een lijst van alle kaarten van de website:

Zie je een fout of mankeert er iets op de kaarten, geef het dan zeker door.

7,953

(932 replies, posted in Bende Bouhouche-Beijer)

kenza wrote:

Ik vraag mij af hoe ze in het bovenstaand artikel aan de info komen? Dan moet er toch een bewijs van zijn want een journalist controleert toch 2X zijn bronnen of het moet een betrouwbare zijn?

kenza, je zou onderstaande zin uit het artikel nog eens moeten lezen en u dan de vraag stellen of de journalist betrouwbaar is:

Tot de wapens in de garage behoorden ook enkele wapens gebruikt door de Bende. Was Mendez in januari '88 het 23ste bende-slachtoffer?

Dit artikel is een goed voorbeeld van een probleem waarmee dit dossier kampt: de ongecontroleerde recyclage van (foute) informatie in de pers. Er zijn officieel geen wapens van de Bende gevonden in één van de wapenopslagplaatsen van Bouhouche (of de bende Bouhouche-Beijer). Het staat ook niet vast dat Mendez een slachtoffer was van de Bende van Nijvel. En als hij een slachtoffer van de Bende van Nijvel was, dan was hij niet het 23ste maar 29ste slachtoffer.

En dan even off-topic: als je ervan uitgaat dat "journalisten altijd hun bronnen checken", raad ik je aan om eens het boek Flat Earth News te lezen van Nick Davies » www.flatearthnews.net (Of dichter bij huis kan je ook naar het programma Basta van Neveneffecten kijken.)

7,954

(27 replies, posted in Westland New Post)

Merovinger wrote:

Hierbij nog een paar data van begin lidmaatschap WNP:

  • 1 februari 1981: Philippe Bataille en Geert Keymeulen

Ben je zeker van deze datum? Want in februari zat Latinus nog in Chili en bestond WNP nog niet.

7,955

(11 replies, posted in Organisaties)

Trojan wrote:

Ook Latinus was hier lid van. Volgens een rapport van Christian Smets althans.

Dat zou me niet verbazen. Als je de werking van MAC bekijkt, zie je bepaalde overeenkomsten met WNP. Uit "De netwerking van een neo-aristocratische elite" van Klaartje Schrijvers:

CADBA (vanaf september van dat jaar MAC) kon dus op veel sympathie rekenen bij Florimond Damman. De aantrekkingskracht lag vermoedelijk bij de reminiscenties die deze organisatie bij hem opriepen aan vroegere tijden. Er bestond een opvallende gelijkenis in de rekrutering bij jongeren voor de vorming van een actiekader met het vooroorlogse Nationaal Legioen. Zo werden lessen judo en karate georganiseerd, en werden locale secties voor jongeren geïnstalleerd. Maar vooral de voorwaarden tot lidmaatschap voor kandidaat-militanten roepen veel herinneringen op.

  • Om in de orde van militanten te worden toegelaten, moest men een probatieperiode doorstaan.

  • Voorafgaand aan zijn kandidatuur moest de militant een politieke autobiografie voorleggen aan twee vooraanstaande leden van MAC.

  • De militant moest 1% van zijn inkomen afstaan als maandelijkse bijdrage.

  • De militant moest maandelijks één abonnee voordragen en één lid per trimester.

  • Naargelang de leeftijd van de militant moest die onderworpen worden aan sportieve training.

  • Iedere week moest de militant minstens 3 uur wijden aan taken die hem werden toevertrouwd.

  • De militant engageerde er zich toe een militaire opleiding te volgen in een elitaire legereenheid en in een gevechtseenheid.

  • De militant mocht behoudens formele orders van zijn superieuren geen lid zijn van een buitenlandse politieke beweging.

  • De militant werd de grootste discretie gevraagd. In ruil garandeerde de organisatie de geheimhouding.

Ook voor wat de rekrutering betreft, roept die reminiscenties op aan het vooroorlogse Nationaal Legioen, vooral dan de flinterdunne scheidingslijn tussen extreem-rechts met nazi-sympathieën en extreem-rechts dat anti-Duits was. In MAC vinden we effectief leden terug met voormalige Nazi-sympathieën alsook leden uit het vroegere REX. Door dr. Teichmann werden die feiten trouwens niet ontkend:

"Les anciens nazis affiliés au MAC ont compris qu’ils poursuivaient pendant la guerre, un idéal trompeur."

Maar MAC is er ook van overtuigd dat "la Belgique et l'Europe ne peuvent se payer le luxe de refuser ne fût-ce qu'un combattant." Een pittig detail is dat Jean-François Thiriart - hoofdredacteur van de Nation-Belgique (het blad van MAC) en hoofd van Jeune Europe - na de Tweede Wereldoorlog een gevangenisstraf uitzat wegens incivisme. Volgens Pourquoi Pas? was deze opticien en eigenaar van diverse winkels een oud lid van de Association des Amis du Grand Reich Allemand. Volgens het parket van Antwerpen zelfs voormalig lid van de SIPO-SD.

De ideologie van MAC (maar ook van de NEM-clubs en CEPIC) vertoonde opvallende parallellen met het reactionaire traditionalisme. De Franse Revolutie en de burgerlijk liberale verworvenheden werden verworpen, gezien die de basis hadden gelegd voor de democratie die juist door hen gehekeld werd. MAC streefde onomwonden naar het in ere herstellen van een aantal oude waarden, zoals de prekapitalistische en corporatieve maatschappij. Zij beschouwden de samenleving als een hiërarchisch en organisch geheel. De ideologische standpunten van MAC wonden er alvast geen doekjes om:

"Nous imposerons une société aristocratique."

"Wij streven naar een hiërarchische staatsstructuur waarin de toon aangegeven wordt niet door het getal maar door de kwaliteit, niet door de straat maar door een nationale elite: een volkse ORDE."

"Il y a une mystique entre le chef de la Nation et la Communauté. C'est la démocratie en prise directe, c'est la démocratie autoritaire et mystique."

De gelijkenissen met het gedachtegoed van Coudenhove-Kalergi zijn opvallend. Het expliciet streven naar een hiërarchische staatsstructuur geleid door een nationale elite, impliceert hetzelfde streven naar een staat geleid door de l'élite de l'esprit of de neoaristocratie. Dat geldt al helemaal voor de onomwonden doelstelling van MAC:

"Nous imposerons une société aristocratique!"

Die uitspraak herinnert ons aan het ultramontanisme in België op het einde van de 19de eeuw. De ultramontanen waren radicale katholieken in de tweede helft van de 19de eeuw (1852-1880) en waren uiterst traditionalistisch. Ze stonden onverzoenlijk tegenover de principes van 1789: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Daarentegen stonden de middeleeuwen model, waarbij het individu ondergeschikt was aan de gemeenschap, een gemeenschap die organisch gestructureerd was (lees: een natuurlijke ongelijkheid die zichzelf legitimeerde).

De ongelijkheid was een natuurlijk gegeven, het gezag moest door de elite worden uitgeoefend. In dit licht is de volgende uitspraak die Florimond Damman zich op een gegeven moment aan Parodi liet ontvallen erg verhelderend:

"Je cherche cette mystique européenne dans ce haut moyen-âge si méconnu mais si profondément attachant."

Het corporatisme vormde in die katholieke antiliberale maatschappijstructuur een essentiële schakel. Eigenlijk kunnen we het zien als een economische en katholieke invulling voor wat later in het interbellum de Nieuwe Orde zou worden. Vele leden uit het patronaat waren het economische corporatisme genegen, omdat het de mogelijkheid bood aan werkgeversorganisaties een deel van de politieke beslissingsmacht op te eisen, en aldus mede het economische politieke beleid te bepalen. De Nieuwe Orde kon ook een deel van de intelligentsia bekoren en het is geen geheim dat Pierre Nothomb grote sympathieën koesterde voor dit gedachtegoed.

Als geestelijke vader van Florimond Damman zien we hem als het ware opnieuw opduiken in dit "poëtisch" mijmeren over de schitterende middeleeuwen. Het werd hier al vaker gezegd, sympathieën voor de Nieuwe Orde en het corporatisme waren er niet alleen geweest bij diegenen die later in de collaboratie met nazi-Duitsland gingen. Uitgerekend vele leden uit het hier onderzochte netwerk, die juist in het verzet gingen, bleven hun hele leven lang dit gedachtegoed koesteren. Bij MAC lag de reminiscentie aan de Nieuwe Orde evenwel anders:

"Nous avons cherché une autre voie: celle d'un groupe de combat minoritaire, un groupe de cadre."

"Il existe en Belgique une cassure nette entre le pays légal et le pays réel. Le pays légal, c'est le Parlement, les politiciens et la clientèle de ceux-ci. Le pays réel, c'est l’élite consciente des citoyens: des civils, des industriels, des militaires."

Hier zit een onverholen verwijzing in naar het vooroorlogse blad Le Pays Réel van Leon Degrelle's fascistische partij REX. Degrelle was niet alleen reactionair katholiek en rabiaat antidemocratisch, hij dweepte ook met Hitler en Mussolini en het katholieke corporatisme. Op het moment dat MAC deze ter dood veroordeelde collaborateur een hulde bracht, zat Degrelle veilig in ballingschap in Spanje, waar Franco hem politiek asiel verleende.

In heel die context, waarbij Florimond Damman via diverse netwerklijnen in het vaarwater kwam van extreem-rechts, hoeft het dan ook niet te verbazen dat hij op een bepaald moment zich het volgende aan Parodi liet ontvallen:

"Je n'ai aucune crainte d'être traité de fasciste pour la simple raison que nous le sommes déjà. C'est le mot à la mode. On ne peut prendre en Belgique, sans être classé immédiatement sous ce vocable, aucune position en vue en dehors des partis dits traditionnels! Même le Roi est considéré comme ayant des velléités fascistes. Vois-tu, ça commence a être très bien porté."

Dit is duidelijk al de voorbode voor wat hij enkele jaren later wilde concretiseren via het oprichten van een nieuwe Europese anticommunistische beweging tezamen met Guérin-Serac, de CREC: zijnde een toenadering tussen extreem-rechts uit neofascistische en neonazistische milieus en het zogenaamde getolereerde ultra rechtse kamp.

Florimond Damman leek er dus (en dat zal later nog des te meer blijken) een dubbel leven op na te houden. Merken we op dat hij in datzelfde jaar 1969 secretaris-generaal was van de Conseil Belge pour l'Union Européenne, waar hij zich in het goede gezelschap bevond van Adelin van Ypersele de Strihou (voorzitter), Jacques Van Offelen (erevoorzitter) en ondervoorzitter Arthur Gilson. In de permanente raad zetelden Paul Delforge, Jean de Neeff (gouverneur), Paul de Stexhe, Gaston Eyskens (premier), Joseph Moreau de Melen, Paul Maurice Orban, Sneyers d'Attenhove, Omer Vanaudenhove en Paul Van Zeeland.

Voorzitters van de commissies waren onder meer de gebroeders de Marcken de Merken, Jack de Spirlet en Alain de Villegas. De Conseil Belge pour l'Union Européenne gaf hetzelfde maandblad uit als het voormalige AENA: Europe-Information en had haar secretariaat in de Lombardstraat n° 68 te Brussel. Dat Damman steeds meer ook in extreem-rechtse milieus met roots in de collaboratie ging vertoeven, was niet alleen te wijten aan het Nieuwe-Ordegedachtegoed dat zowel het rechts verzet als de collaboratie deelden, maar moeten we misschien vooral situeren in de context van zijn contacten met Thiriart, Teichmann en vooral Emile Lecerf. Met Lecerf haalde Damman een figuur in het netwerk binnen die nieuwe netwerkclusters met zich meebracht, maar waarin we ook oude bekenden tegenkomen.

7,956

(8 replies, posted in Politiek & Business)

Emile Lecerf werd geboren in 1920 en behaalde een diploma licentiaat in de Romaanse filologie en geschiedenis. Tijdens de oorlog was hij journalist bij de gestolen Le Soir (collaboratiepers), maar werd hier na de bevrijding niet voor veroordeeld. Vanaf de jaren 1960 zien we hem opduiken in diverse extreem-rechtse groeperingen. Hij was een fervent militant van MAC. In MAC ontstond echter een breuk met de Belgicisten wanneer Thiriart, Lecerf en Teichmann een pro-Europese en pro-OAS koers doordrukten. Volgens het Amerikaanse State Department was MAC hoe dan ook gelieerd aan de OAS, getuige de volgende omschrijving in een telegram aan de Secretary of State:

"Mouvement d'Action Civique or MAC, is small, militant neo-fascist Belgian pressure group, ally of OAS and channel for OAS arms, money and men."

In 1962 werd MAC echter opgedoekt en opgevolgd door Jeune Europe. Ook het blad Nation Belgique veranderde van naam in Jeune Europe. Jeune Europe kwam onder leiding van Thiriart te staan. Kolonel Verlinden en dr. Claude Nancy sloten zich aan. Vanaf 1964 werd Lecerf medewerker aan Europe Magazine en schreef hij onder het pseudoniem Coriolanus het racistische artikel "Les noirs en Europe et les maladies vénériennes".

In 1964 ontstond binnen Jeune Europe een afsplitsing onder de naam Révolution Européenne (RE), met een gelijknamig blad. Emile Lecerf had de leiding van die nieuwe groep. De Révolution Européenne steunde actief Rhodesië en Zuid-Afrika en had contacten met traditionalisten. Algauw werd ook een Franse afdeling opgericht. In de periferie van de RE situeerden zich het Comité Belgique-Rhodésie, Comité de soutien à la République du Vietnam en Ligue Internationale de la Liberté (LIL). Deze Belgische afdeling van WACL stond zoals hoger werd beschreven onder leiding van Paul Vankerkhoven en werd opgericht in 1966.

Een andere beweging die nauw verbonden was met de Révolution Européenne was Le Centre des Etudiants Nationaux (CEN), een in 1962 opgerichte studentenbeweging van traditioneel belgicistische inslag. De CEN werd opgeslorpt door de groep rond de RE, maar conflicten maakten dat een harde kern van de CEN zich afscheurde en samen Jeune Garde d'Occident stichtte, later kortweg Occident.

Het trio Thiriart, Teichmann en Lecerf kampte regelmatig met interne conflicten. De afsplitsing door de Révolution Européenne, luidde het vertrek in van Lecerf en Teichmann in Jeune Europe. Thiriart bleef Jeune Europe leiden tot in 1968, toen het werd opgedoekt. Thiriart bleef steeds zijn overtuiging trouw dat extreem-rechts zich op Europees vlak moest organiseren en moest afstappen van het enge nationalisme. Het was onder zijn invloed dat Jeune Europe uitgebreide contacten legde met andere gelijkgezinde groepen in Europa.

In hun visie was Europa één unitaire staat, verdeeld in kleine etnische gebieden. Die communautaire invulling van Europa moest het onderscheiden van haar twee grote vijanden, de Verenigde Staten en de Sovjetunie. Maar Emile Lecerf was van het trio diegene met de meest opmerkelijke connecties en verstrekkende invloed. We herinneren eraan dat hij op 27 januari was uitgenodigd op het 12de Charlemagnediner van Damman en tezamen met Guérin-Serac, Jack de Spirlet en prins François de Merode aan tafel G zetelde. De Charlemagnediners die het verzamelpunt vormden van de Europese rechterzijde en zoals we hoger al zagen nauw gelieerd waren aan de Cercle des Nations (°1969).

De Cercle die, onder het voorzitterschap van Paul Vankerkhoven, wel eens vaker doelwit van protest werd door de controversiële stellingen die ze innam. Nog geen jaar na de oprichting van de Cercle ontstonden reeds rellen aan de ULB
omdat de Association Europe-Grèce (onder het voorzitterschap van George de Lovinfosse) er de staatsgreep van de Griekse kolonels herdacht.

"Lorsque Paul Vankerkhoven organisa en 1970, une réception au Cercle des Nations à la gloire des colonels grecs, ce furent les durs de Emile Lecerf qui défendirent les locaux du Cercle contre les attaques musclées des jeunes de gauche."

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

7,957

(0 replies, posted in Organisaties)

ISC staat voor Institute of Studies of Conflicts. Het ISC is hier interessant omdat het de netwerklijnen bevestigt van Jean Violet tussen zijn Cercle Pinay en AESP enerzijds en de Britse en Amerikaanse inlichtingendiensten anderzijds. Het werd al eerder aangehaald. Het ISC werd mede door Jean Violet gefinancierd.

Hoofd van het instituut was dus de Brit Brian Crozier. Geboren in 1918 was hij tot 1964 een briljant journalist, gespecialiseerd in Zuid-Oost Azië. Hij nam echter ontslag bij de Economist nadat hij was benaderd door John Hunt van het Congress for the Freedom of Culture. Die organisatie was gevestigd in Parijs en had als doel het mobiliseren van Westerse liberale intellectuelen tegen het marxisme in het algemeen en de Sovjetunie in het bijzonder. De organisatie richtte het internationale blad Encounter op en een persdienst Forum World Feature, die van 1964 tot 1974 onder de leiding van Brian Crozier kwam te staan.

Het persagentschap werd algauw een belangrijke informatiedienst met betrekking tot communistische aangelegenheden en met steun van de Britse inlichtingendienst voor de CIA. Vanaf het begin van de jaren 1970 leidde Crozier tezamen met Robert Moss vervolgens het ISC, en zette hiermee zijn inlichtingenwerk voor Forum World Feature verder.

ISC focuste zich op subversieve conflicten, stedelijke guerrilla en in het algemeen op de Oost-West verhouding, maar enkel voor wat conflicten betrof. Het werd rechtstreeks door de CIA gefinancierd via de maatschappij Kern House Enterprise. Brian Crozier werd dan ook beschouwd als een agent van de CIA (zie hier alweer het fameuze rapport van Hans Langermann). Robert Moss van zijn kant werd beschouwd als een expert voor Chili. Hij schreef onder meer een werk ter meerdere eer en glorie van generaal Pinochet. Daarnaast was hij raadgever van Margaret Thatcher, voor wie hij haar Maiden’s Speech schreef. Het is die speech die aan de basis lag van haar bijnaam "Iron Lady".

Onder de adviseurs van het ISC vinden we ook brigadier-generaal Frank Kitson terug, gespecialiseerd in de Britse contrarebellie. Het was deze officier in de hoedanigheid van commandant van de 39e Infanteriebrigade, die zijn theorieën toepaste in Noord-Ierland toen zijn troepen het vuur openden op de manifestatie in Derry (Bloody Sunday. Onder de Amerikaanse leden van ISC vinden we Barnett terug, Zbigniev Zbrezinski (lid van IIGP en voorzitter van de Trilaterale Commissie), Robert Komer, het brein achter de operatie Phoenix waarbij, in de grootste communistenjacht ooit door de CIA georganiseerd, 100.000 Vietnamezen werden geëxecuteerd.

Het ISC was werkelijk overal aanwezig. In 1975 bijvoorbeeld overhandigde het een nota aan de NAVO waarin werd geijverd voor een campagne om alle illegale groeperingen in de Bondsrepubliek Duitsland te elimineren. Het speelde ook een aanzienlijke rol in de politiek van het contraterrorisme op mondiaal niveau. Maar ook op individueel niveau trachtte het invloed uit te oefenen, zoals in hun campagne ten voordele van Strauss. Hierin speelde ook de Heritage Foundation van Ronald Reagan een rol, de Heritage Foundation die trouwens nauw gelieerd was aan het ISC en eveneens gefinancierd werd door de CIA en MI6. Franz Josef Strauss, Ian Smith en Kun Park (toevallig allemaal leden van de Cercle Pinay), waren meer dan eens te gast op een Heritage conferentie. En een pittig detail: Kun Park was als ambassadeur van Korea lid van de Belgische Cercle des Nations.

Brian Crozier en Robert Moss waren tevens lid van FARI. Daarnaast frequenteerden zij diverse leden van de IIGP waaronder Julian Amery en Lord Chalfont, beiden eminente vertegenwoordigers van de Zuid-Afrikaanse lobby in Groot-Brittannië. 

Tot slot waren beiden meermaals te gast bij CEDI. Op het internationale congres van 25 november 1976 te Madrid vergastte Robert Moss het publiek met een lezing. Andere sprekers waren Sanchez-Bella, Hans Huyn, Otto von Habsburg, Paul Vankerkhoven, Vittorio Pons. Onder de deelnemers treffen we Florimond Damman aan, Jean Violet, Aldo Mungo, Jacques Jonet, René-Louis Picard, Vincent Vanden Bosch en een protagonist die later in dit verhaal nog zijn intrede zal doen: majoor Jean Bougerol die zichzelf bij die gelegenheid voorstelde als hoofd van Public Information Office (PIO) en lid van de Belgische militaire geheime dienst SDRA.

7,958

(27 replies, posted in Westland New Post)

Op deze pagina zijn nog veel data te vinden om toe te voegen aan de tijdlijn » anneesdeplomb.topdiscussion.com/

7,959

(11 replies, posted in Organisaties)

Tot in 1973 bleven de activiteiten van WACL strikt geheim. Pas in dat jaar werd een eerste lijst van namen gepubliceerd, nadat de toenmalige voorzitter Geoffrey Stewart-Smith de organisatie ervan beschuldigde antisemieten en nazi's te hebben opgenomen in haar kernen. Gezien de ontstaansgeschiedenis van WACL lijkt ons dit voorval hoogst eigenaardig. De roots van WACL lagen juist in de rekrutering van ex-nazi's en fascisten door de CIA. Maar de tijden waren veranderd en WACL geraakte meer en meer verscheurd tussen de aanhangers van een detente en die van de harde weg.

Een absolute aanhanger van de harde weg was Paul Vankerkhoven. Zo lezen we in zijn toespraak gehouden op het 7de congres van WACL in april 1974 te Washington DC, hoe hij de mening is toegedaan dat Europa zowel extern als intern bedreigd werd. Extern was dat natuurlijk de Sovjetunie, maar intern was dit de detente:

"Enfin notre Europe doit affronter une menace intérieure, qui se développe au coeur même de nos institutions et, pourrait-on dire, à l'abri de nos murs. En raison tout à la fois de l'impasse nucléaire [...] la tactique de Moscou vise aujourd'hui à favoriser en Europe la détente entre Etats, à profiter de l’apaisement qui en résulte pour miner les démocraties occidentales de l'intérieur, pour endormir notre méfiance à l'égard des partis communistes européens qualifiés de 'nations' et pour gagner à ceux-ci la sympathie des parties dits 'progressistes', sur la base d'un 'programme commun', dit le 'contrôle démocratique syndical'."

Nadat dus een eerste maal een ledenlijst was geopenbaard in de pers bleef WACL in alle discretie verder werken.
WACL was sinds haar oprichting geëvolueerd naar een doeltreffende lobbygroep in de coulissen van de Koude Oorlog en specialiseerde zich in psychologische oorlogvoering, WACL werd inderdaad gaandeweg geïnfiltreerd door fascisten, maar het speelde internationaal ook een belangrijke rol in het toenemende terrorisme. Vanaf 1994 ging WACL trouwens verder onder de naam World League for Freedom and Democracy.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

7,960

(0 replies, posted in Organisaties)

LIL staat voor Ligue Internationale de la Liberté. In 1967 ging de LIL definitief van start onder leiding van Paul Vankerkhoven, die gaandeweg een tandem zou vormen met de latere voorzitter van de Franse LIL, Suzanne Labin. Paul Vankerkhoven zijn we al vaak tegengekomen. We herinneren eraan dat Paul Vankerkhoven medeoprichter was van de Cercle des Nations, lid was van CEDI België en van de AESP. Later werd hij ook één van de meest vooraanstaande figuren uit de rechtse PSC-rangen (CEPIC) en voorzitter van de Belgische afdeling van WACL. Hij was tevens lid van het Anti-Bolshevik Bloc of Nations. Andere leden van de LIL waren Florimond Damman, Paul Rohr, senator Delforge en François de Mérode.

De LIL beschikte over een tijdschrift Damocles en twee studiecentra: Le Centre d'Information et de Documentation en Le Centre de Défense Nationale. De organisatie sprak zich uit in het voordeel van autoritaire regimes in Zuid-Amerika. De grote vijand was het zogenaamde "Russisch communistisch imperialisme", waartegen Europa zich met alle macht moest beveiligen door het voeren van een agressieve bewapeningspolitiek.

De oprichting van de LIL gebeurde met steun van het Belgische Centre des Etudiants Nationaux (CEN) en van de Révolution Européenne (Emile Lecerf), een andere extreme studentenbeweging die reeds in 1964 het levenslicht zag. Op het moment dat het Anti-Bolshevik Bloc of Nations fusioneerde met APACL in WACL, werd een Franse afdeling opgericht onder de naam Union pour la Liberté. Die stond meteen onder leiding van Suzanne Labin en kende 17 geaffilieerde organisaties. LIL was daar één van, en was gevestigd in de lokalen van het Centre National des Indépendants et Paysans (CNIP).

Het CNIP was een partij die in januari 1949 in Frankrijk werd opgericht door Roger Duchet. Hiermee werd de eerste geïnstitutionaliseerde rechtse formatie na de Tweede Wereldoorlog gevormd. Het doel was rechtse krachten te groeperen om zowel links als het RPF van de Gaulle te counteren. Hun methode was om invloedrijke mensen achter hun project te scharen, zoals plaatselijke notabelen, economische kaders, grondadel en parlementariërs.

Zo kwam het dat het CNIP algauw het hele rechtse kamp groepeerde. Tot de presidentiële raad behoorden als "onafhankelijken" vanaf mei 1952 Antoine Pinay, en vanaf juni 1953 Joseph Laniel. Heel wat "onafhankelijken" werden in het bestuur geïntegreerd. Naar aanleiding van het Algerijnse conflict ging CNIP radicaliseren. Het was voor een Frans Algerije en stond erg vijandig tegenover de Gaulle. Een schisma geprovoceerd door Valéry Giscard d'Estaing die een eigen Républicains indépendants oprichtte, leverde CNIP bij de verkiezingen in 1962 een nederlaag op. Lange tijd zou CNIP in de schaduw staan, maar in de jaren 1980 kende het een come back.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers