941

(41 replies, posted in Speurders)

Topspeurder BOB weg uit Bende-onderzoek

Op de generale staf van de rijkswacht te Brussel werd woensdag bevestigd dat adjudant-chef Guy Goffinon opnieuw naar zijn gewone dienst bij de Brusselse BOB werd overgeplaatst. Goffinon is een topspeurder, die was ingeschakeld in belangrijke onderzoeken, zoals dit van de Bende van Nijvel en de Mendez-zaak. Eerder werkte hij in het onderzoek van het Nationaal Drugbureau van de rijkswacht, dat buiten de schreef was gelopen.

Het blijkt dat de uit het Naamse afkomstige Guy Goffinon zeer slecht gezind was nadat Madani Bouhouche, een ex-collega van hem, werd vrijgelaten. Bouhouche zat reeds sinds januari 1986 in de cel wegens medeplichtigheid bij het neerschieten van FN-ingenieur Juan Mendez.

Goffinon zou zelf hebben gevraagd te worden ontslagen van zijn verantwoordelijkheid in het önderzoek in de Mendez-zaak en de Bende van Nijvel.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 December 1988

942

(38 replies, posted in Bende Farcy)

Drommels wrote:

Thérèse Bocquet was aanwezig in de Delhaize van Aalst op 9/11/1985, 45 minuten voor de overval werd uitgevoerd.

Vermits ze in Aalst woonde, is het ook niet zo vreemd dat ze er ging winkelen. Het verband tussen de overval in Aalst en het feit dat Thérèse Bocquet er 45 minuten (!) voor de overval ging winkelen, is me totaal niet duidelijk.

Xenophon wrote:

Ga er dan mee naar de politie en laat ons met rust.

Die weten dat al. wink

943

(9 replies, posted in Onderzoekspistes)

Groot aantal dossiers wacht op opheldering

Uit onze documentatie blijkt, dat de Antwerpse gerechtelijke diensten met een hele reeks “vervelende” dossiers ziften. Indien wij ons dan beperken vanaf de periode 1975 tot op heden zien we acht mappen met een groot vraagteken. Daarbij moeten wil nog de mysterieuze verdwijning van het meisje van de Linkeroever voegen, waaraan men na maanden nog geen enkele aanvaardbare uitleg kan geven.

De rij van de negen meest recente geheimzinnige zaken begint zondag 9 maart 1975. In de abdij te Bornem betrapt broeder Remi twee jonge kerels die rondscharrelen in de keuken. Ze vluchten bliksemsnel en zullen nooit teruggevonden worden.

De broeder heeft aanvankelijk geen argwaan. Er wordt wel eens meer ingebroken in de abdij en daarbij heeft men het meestal gemunt op de offerblokken. Wanneer de kloosterling in de tuin gaat, wordt hij echter geconfronteerd met een weerzinwekkend beeld.

Vlakbij de keukenmuur, naast een struik, ligt de bejaarde broeder-kok Marcus (79) zieltogend in een plas bloed. De goedaardige, bereidwillige man sterft in de armen van twee paters van zijn gemeenschap. Hij is het slachtoffer geworden van twee rovertjes, die hij blijkbaar heeft verrast tijdens hun dieventocht. Broeder Marcus werd, waarschijnlijk in een paniekreactie, met een baksteen neergeslagen en kwam zo aan zijn einde.

Tientallen personen werden voor ondervraging voorgeleid. Men beschikte enkel over de gegevens van Broeder Remi en daar kon men niet veel mee beginnen.

Een robotfoto van één van de daders werd verspreid en later werd de broeder geconfronteerd met twee Nederlanders. Dit leverde niets op en sindsdien kwam er geen enkel nieuw element dat naar een ontknoping kon leiden.

MICHAEL RUTHERFORD

Rond 14 juli 1975 vindt de in Brasschaat wonende Amerikaan J. Rutherford, een belangrijk functionaris van een Amerikaans autobedrijf, zijn 19-jarige zoon Michael dood in bed. Een kogel was langs de rechterslaap in het hoofd gedrongen. Naast het lijk ligt een Long Rifle 22.

Men sluit de mogelijkheid van een ongeval niet uit, wel is het eigenaardig dat de veiligheidspal van het geweer is ingeschakeld. Michael zelf had vier wapens, die onaangeroerd bleven in de kast op de slaapkamer. Eén schuif van die kast was opengetrokken, daar lagen de kogels die bij de long-rifle hoorden. Er was geen wanorde.

De mogelijkheid van een geënsceneerde zelfmoord wordt niet uitgesloten. De jongeman was echter zeer levenslustig en de verstandhouding in het gezin was uitstekend. De aangestelde wapendeskundige bracht aan het licht dat de kogel afkomstig was uit de long-rifle die eigendom was van vader Rutherford.

Het werd ook duidelijk dat Michael werd gedood door een derde, wat moet gebeurd zijn terwijl hij sliep. Het stond eveneens vast dat de eventuele moordenaar goed van de handel en wandel van de Rutherfords op de hoogte moet geweest zijn.

Nergens werden echter vingerafdrukken gevonden. Er werd niets geroofd en het raadsel is gebleven ...

TRAVESTI GIACOBINELLI

In het Antwerps schipperskwartier stond vrijdagmorgen 29 augustus de hele buurt op stelten. Een man die helemaal onder het bloed zat, stormde de straat op nadat enkele buren geschrokken waren door het lawaai in de Sexy-bar en zich toegang wilden verschaffen. De man vluchtte langs hen heen in de richting Minderbroedersstraat en verdween. Voorgoed.

In de bar vond men de 27-jarige Marseillees Jean Giacobinelli die als travesti onder de naam Cleo werkte. Hulp kon niet meer baten, de travesti was met een mes een tiental keren in de keel gestoken en overleed aan die verwondingen.

Getuigen meenden dat de dader een 20-jarige kerel was van het Noors type. Hij had voordien andere travesti's opgezocht en afwisselend Nederlands en Frans gesproken.

Begin september 75 werd een klopjacht gehouden in de streek van Sint-Niklaas op een caravandief die “herkend” werd als de man wiens signalement verspreid werd via een robotfoto. Dit haalde niets uit en evenmin kwam er licht in de zaak, toen een man werd aangehouden die door een taxichauffeur was herkend als de bebloede vluchter. Het betrof hier een Luikenaar die in Oostende verbleef en die zich was komen aangeven omdat hij zichzelf als de man van de robotfoto had herkend.

Hij beschikte echter over een sluitend alibi. In gerechtelijke kringen was men ervan overtuigd dat het travesti-milieu best weet hoe de vork aan de steel zat. Men hield rekening met de hypothese dat Cleo een ontevreden zeeman op bezoek had gekregen of met het feit dat er krakeel ontstaan is over een “bruidsschat”.

Het milieu bleef zwijgen of leidde de politie om de tuin. Het vraagteken werd nooit doorgehaald.

DODE CHINEES IN SPEELHOL

In het clandestien speelhol boven het café Tourist aan de Van Straelenstraat werden op 1 december 1975 tientallen speelgrage Chinezen gekneveld en beroofd. Na drie uur hoogst-ongemakkelijke houding en spanning probeerde één van de vastgebonden slachtoffers iets uit te halen.

Woon Sang Tang, de man in kwestie, kreeg prompt een mes in de borststreek, maar overleefde de verwonding. Een andere Chinees, Chan Pei Shu, restauranthouder uit de Leopoldstraat, raakte echter helemaal in paniek en begon te roepen en te schreeuwen. De (waarschijnlijk Chinese) overvallers brachten hem een dodelijke messteek toe.

Ook hier kwam de politie voor een muur van stilzwijgen te staan. Er werd ijverig gespeurd in de Chinese kolonie van het Antwerpse, maar men kwam nauwelijks iets te weten over de identiteit van degenen die op het ogenblik van de feiten in het lokaal aanwezig waren.

De overvallers gebruikten op z'n minst vier bollen koord om al hun slachtoffers vast te binden en, bij gebrek aan een beter spoor, ging men dan maar naar de herkomst van die koord zoeken.

Later werd het duidelijker dat de hele affaire iets te maken had met de Chinese heroïnekern in Europa. Er werd verwezen naar contacten met Amsterdam en gelijkaardige afrekeningen tussen de rivaliserende benden. In maart ’75 werd te Amsterdam Chung Mong doodgeschoten, op 17 februari 1976 werd de 21-jarige Chinees Li, een lid van Mongs rivalen doodgeschoten. De handel werd zenuwachtig.

In juli 1976 werd de 54-jarige Leung Kai, een 54-jarige Chinees uit Antwerpen te Wiesbaden aangehouden. Het bleek dat hij ontsnapt was aan de afrekening in de Van Straelenstraat, die voor hem bedoeld was. Leung Kai werd ontmaskerd als één van de kopstukken van de Europese heroïnemarkt. Hij zit nu in een Duitse gevangenis en zal daar nog wel een poosje blijven.

Intussen heeft men niets meer vernomen over de moordenaars van het Antwerps speelhol.

WIE DOODDE JAN COCKX?

Hoogstwaarschijnlijk gebeurde de moord op de schilder-keramist Jan Cockx te Boechout op donderdag 26 augustus 1976. De misdaad werd echter pas de daarop volgende zaterdag ontdekt door leden van een gezin uit de Molenleite Boechout, bij wie Jan Cockx als buur en vriend aan huis kwam.

De 84-jarige kunstenaar was nog heel zelfstandig en kwiek, maar deed soms wel eens beroep op dit gezin voor kleine probleempjes. Elke zaterdag haalde iemand van dit gezin de krant voor Jan en dat werd de aanleiding tot de lugubere ontdekking. Er stak een sleutel op het nachtslot, bellen was overbodig want Jan Cockx was stokdoof.

Voordien was een ander lid van het gezin aan de deur geweest maar alles bleek - en dat was ongebruikelijk - gesloten. De rijkswacht werd verwittigd en trof de bejaarde man in de woning aan met vier kogels in het hoofd. Tijdens het eerste onderzoek stelde men vast dat er in laden en kasten was gezocht zonder dat er wanorde werd aangericht. In totaal werden acht kogelhulzen gevonden. Waarschijnlijk werd vanop de trap en van bij het venster geschoten.

De moordenaar kon ongezien vertrekken langs de tuin. Aan die kant zijn weinig huizen en langs de spoorlijn is het daar 's avonds een verlaten gebied. Een duidelijk motief voor deze moord heeft men nog altijd niet kunnen vinden. De thesis roofmoord werd echter uitgesloten. Het beetje geld in huis lag er nog en er was geen enkel schilderij verdwenen.

Sindsdien: geen verder nieuws.

LANGE ÇOIS

Eén van de meest mysterieuze dossiers is dat van François Gillemot of “Lange Cois”. Men dacht een tijd de vermoedelijke moordenaar vast te hebben, maar er werd nooit een lijk gevonden.

Meer dan zes maanden nadat een tipgever kwam mededelen dat Lange Çois vermoord was, zit men nog steeds met handen in het haar. Çois verdween spoorloos vrijdag 6 augustus, de dag dat hij zijn zwangere vriendin naar een kraamkliniek had gebracht. De tipgever meende zelfs te weten waar Gillemot begraven lag: in de bedding van een autoweg in de omgeving van Han-sur-Lesse.

De hele story speelt zich af in het milieu van gespecialiseerde havendieven waarvan zowel de dader, de tipgever als het slachtoffer deel uitmaakten. De politie kreeg nogal wat gruwelijke bijzonderheden te horen. De zgn. dader José C. zou o.m. een afgesneden teen naar Antwerpen gebracht hebben om enkele bendeleden te laten zien dat “gerechtigheid” was geschied.

Gillemot zou immers “oneerlijk” geweest zijn tegenover zijn bendeleden en een deel van de buit voor zichzelf hebben behouden. Dat moest dus gestraft worden...

C. werd aangehouden en ontkende niet dat hij de bewuste dag in Wallonië was, maar wel dat hij daar in het gezelschap van “Lange Cois” was. Een man van Touring Wegenhulp bevestigde niettemin formeel dat hij C. herkende als de pechvogel wiens autopanne hij had hersteld. Hij zegde ook dat er naast C. nog een man in het voertuig zat, die beantwoordde aan Gillemots signalement.

Heel de affaire van de dievenbende werd uit de doeken gedaan. De auto van Gillemot, een oude grijze Volvo, werd teruggevonden op een Antwerpse parking, maar Gillemot bleef zoek. Na een maand besliste de Antwerpse raadkamer het aanhoudingsmandaat van C. niet te verlengen.

De opzoekingen naar het “lijk” werden stopgezet, maar één man ging niet akkoord: de informant zelf. Deze kwam naar onze redactie met de mededeling dat men het onderzoek niet “ernstig” genoeg had aangepakt. Hij ging verder zoeken naar bewijzen die zijn stelling moeten kracht bijzetten maar na vijf maanden kwam er geen enkel nieuw element en Lange Çois blijft weg.

NAUWELAERS EN DE MAERE

Twee minder spectaculaire zaken zijn de affaire-Johnny Nauwelaers uit Beerzel. De man werd op Nieuwjaarsdag ’76 dood aangetroffen in een gracht te Baal. Het stoffelijk overschot vertoonde een wonde aan het hoofd en een schotwonde in de dij. Het bleek dat de man op dieventoer was gegaan na een uitgebreid herbergbezoek en dat hijzelf het slachtoffer was geworden van zijn slachtoffer.

Hoe de zaak eigenlijk in elkaar stak, werd nooit erg duidelijk en er is ook nog geen proces geweest.

Op 26 januari werd in de polders te Zwijndrecht het lichaam van de 47-jarige André Demaere uit Brussel gevonden. Een zwart diplomatenkoffertje bleef zoek.

De wetsdokter stelde twee kogelwonden vast, één in de buik en één in de hartstreek. Het lijk moet enkele dagen in de gracht hebben gelegen vooraleer het ontdekt werd. De man bleek geen onbekende voor het gerecht, hij was reeds enkele keren veroordeeld wegens allerlei misdrijven. Men neemt aan dat het hier om een “afrekening in het milieu” ging.

Verdere aanknopingspunten blijven ontbreken.

MADDY HOLLANDERS

Tenslotte is daar nog het 13-jarig meisje Maddy Hollanders van de Linkeroever. Zij verdween spoorloos op 31 augustus 1976, volgens de verklaringen van haar schoonbroer, op nauwelijks een paar honderd meter van haar woning. Iedereen kent het verhaal, niemand kan een antwoord
geven op de vele vragen die zich blijven stellen.

Verdwijningen zijn niet zo ongewoon in het Antwerpse. In januari 1977 werden een tiental signalementen verspreid via de media. Over een langere periode is het aantal verbijsterend hoog, alleen voor 1976 beschikt onze documentatie over twee dikke mappen.

Meestal krijgen al deze zaken na enige tijd een oplossing in stilte. De betrokkenen keren terug naar huis, of blijven vrijwillig weg zodat er geen zaak wordt van gemaakt. Wat de onopgeloste overvallen betreft kan men alleen maar toekijken hoe elke week nog exemplaren worden toegevoegd aan de indrukwekkende rij dossiers.

Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Maart 1977

Zelfs mannen van de nacht hebben last van angst

Dit verhaal is het relaas van een nachtelijke zwerftocht doorheen een geschrokken Vlaanderen. Een verhaal over angst ook. Angst voor een bende bandieten die er niet voor terugdeinst al wie hen voor de voeten loopt zomaar neer te schieten. In koelen bloede.

De omstandigheden voor een dergelijke reportage zijn als we op pad gaan alvast optimaal: het is een gure, bijna stormachtige nacht. De koplampen van de auto dwingen bomen en struiken tot steeds bewegende grillige schaduwen. Af en toe gluurt de maan door flarden wolken, die dan spookachtig verlicht worden. De ruitenwissers blijven noodgedwongen steeds maar weer het monotone ritme van de eenzaamheid aan. En dan is er wetenschap dat de bende van Nijvel nog steeds niet gevat is.

Kortom: het valt niet mee voor wie dezer dagen voor zijn boterham 's nachts op pad moet. Doorgaans zijn die mensen - en het zijn er veel - ook nog alleen, veelal zonder doeltreffende beveiliging.

Neem bijvoorbeeld de pechverhelpers. We komen die nacht Ferdi en Peter tegen, twee mecaniciens van de VAB. Ze staan wel permanent met de centrale in Zwijndrecht in verbinding. Maar eens in hun wagen langs 's Heren wegen moeten ze hun eigen boontjes doppen.

“Ik doe dit werk al een tijdje”, zegt Ferdi. “De schrik is er dan ook al voor het grootste deel af. Maar dat neemt niet weg dat je wel eens gaat nadenken als die bende weer actief geweest is. Als je nu in het donker naar de parking van zeg maar een supermarkt moet, bekruipen de kriebels je wel eens.”

En Peter: “Over het algemeen hebben we meer schrik van ongevallen dan van bandieten. Trouwens, de opvallende wagentjes waar wij mee rijden worden toch niet gestolen. Tenzij men het op de inhoud gemunt zou hebben. Maar dat is nog nooit voorgevallen. We houden hout vast..”

“Een bende neemt geen taxi”

Midden in de stad staat een taxichauffeur op klanten te wachten. Hij heeft er al lang een gewoonte van gemaakt iedere mogelijke klant's nachts nauwlettend te bekijken en in het oog te houden. Je kan het de man bezwaarlijk kwalijk nemen. Hij heeft immers een beroep waarin al eens meer slachtoffers vallen. “Er zijn altijd mensen die er met je portefeuille willen vandoor gaan, meneer…”

Maar van de bende van Nijvel heeft hij helemaal geen schrik. Hij is er van overtuigd dat die mannen toch liever een auto stelen dan dat ze een taxi nemen. “In een taxi moeten ze toch nog altijd met de chauffeur rekening houden…” Er komt net een man aan die naar de andere kant van de stad wil. De chauffeur vertrekt. Als het licht wordt gaat hij slapen.

In een parkeergarage, waar ruimte is voor achthonderd wagens, zit een man eenzaam in een glazen, maar niet kogelvrij, hokje. Het is zijn taak af te rekenen. En verder loopt hij tijdens de stille uren regelmatig zijn rondjes in het enorme, kille, gebouw. Dat doet hij al tien jaar.

“En nog nooit problemen gehad niettegenstaande alles wat er over parkeergarages verteld wordt. Volgens mij zijn dat allemaal fabeltjes. Hier is nog nooit iemand overvallen. Ik ben nog nooit tussenbeide moeten komen en heb al evenmin ooit alarm moeten slaan.”

Even later zegt hij dan wel dat er af en toe wel eens ingebroken wordt in geparkeerde wagens. Maar daar kan hij weinig aan verhelpen. De garage is immers niet voorzien van een gesloten televisiecircuit en van bij de ingang zie je niet wat er bijvoorbeeld op de achtste verdieping gaande is.

Wanneer er dan toch eens iets aan de hand zou zijn kan hij steeds het bij de garage horende hotel alarmeren door een eenvoudige druk op een knop. Of hij kan de rijkswacht bellen. Neen, schrik heeft de man in kwestie niet. Alleen de eenzaamheid speelt hem af en toe parten. Vooral dan tijdens “speciale” nachten. De kerstnacht, bijvoorbeeld, of met oudejaarsavond. Dat lijkt ten andere het geval te zijn met zowat alle nachtwakers.

“Mensen die bijvoorbeeld in dienst doet”, vertelt een nachtwaker. schrik je van het minste, “dan schrik je van het minste gerucht. Maar op de lange duur raak ie daar aan gewoon: elk gebouw kraakt al eens. Maar ik besef wel heel goed dat, wanneer wij zelf weten dat er in het bedrijf in kwestie niets te halen is, eventuele boeven dat niet weten, zodat we wel eens ongewenst bezoek kunnen krijgen. Hoe ik dan zou reageren weet ik niet. Ik werd nog nooit met overvallers geconfronteerd.”

Een aantal kilometers verder staat een pompstation langs de autostrade. Je kan er dag en nacht terecht. Omdat we zelf niet moeten tanken parkeren we de wagen een eindje van de pomp, waar we dan te voet naartoe lopen

Een jonge pompbediende, Peter heet hij, zit er bleekjes bij. Hij is er blijkbaar niet gerust in. Als de jongen zijn verhaal vertelt, begrijp je meteen waarom. Hij doet dit werk nog maar een paar maanden heeft een hekel aan nachtdienst. Daarbij zag hij een tijdje geleden, net toen hij aan de pomp kwam om zijn collega te vervangen, hoe die man overvallen werd door drie boeven die uit een BMW met Duitse nummerplaat sprongen.

“Mijn collega had een goed getrainde hond bij zich. Geen beestje om zonder handschoenen aan te pakken. Maar denk ie dat dat hielp? Helemaal niet. De overvallers konden de hond eenvoudig afzonderen. Zoiets meemaken is natuurlijk geen pretje. Ik moet toegeven dat ik er een paar dagen lang bijna ziek van was, ook al is er toen niemand gewond geraakt. Nu is er evenwel sprake van hier in het wachtlokaaltje een speciaal
alarmsysteem te installeren. Overvallers zouden dan wel eens het deksel op de neus kunnen krijgen.”

Bende of geen bende, de mensen met nachtdienst doen dus gewoon hun werk. Elke nacht weer Het went, zoals alles, maar toch blijft, misschien onbewust, dat knagende gevoel spelen: Ook hier kan ooit iets gebeuren ...

Als het te laat is …

Wat echt opvalt als je met mensen praat die 's nachts werken, en dat kunnen taxichauffeurs als verpleegsters of noem maar op zijn, is dat de beveiliging van die mensen echt niet dat is. Er is dan ook één steeds weerkerende opmerking: “Er moet eerst iets ernstig gebeuren. Pas dan gaat men beseffen dat wij inderdaad soms gevaar lopen en dat we, zonder dat de kosten daarvoor de pan uitrijzen, beter beschermd kunnen worden. Maar dan is het te laat. Dan helpt het uitschrijven van beloningen ook niet meer.”

Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Oktober 1983

945

(9 replies, posted in Bende Farcy)

Wie heeft De Maere nog gezien?

Op 25 januari 1976 werd de genaamde De Maere André vermoord aangetroffen in de polders te Zwijndrecht. Hij is 48 jaar oud, woonde te Brussel, Square Gutenberg 29.

Bij de ontdekking van het lijk droeg hij volgende kledij: beigekleurige regenjas, voorzien van 2 steekzakken, zwarte veston, model blazer met metalen knopen, lichtgrijze broek, donkerblauwe sous-pull met rolkraag, lichtkleurige pull met ronde kraag en korte mouwen waarvan de borstzijde blauw geruit, zwarte sokken en zwarte schoenen, model mocassin.

De vermoorde was gewoonlijk in het bezit van een beigekleurig of zwart diplomatenkoffertje, dat vermist wordt. De personen die het slachtoffer na 10 december 1975 ontmoet hebben of andere nuttige inlichtingen kunnen verstrekken nopens zijn omgang worden verzocht zich in verbinding te stellen met de gerechtelijke politie te Brussel of Antwerpen, tel. 02/512.58.20 en 031/37.78.76 of met Rijkswacht BOB Brussel of Antwerpen, 02/513.18.05 en 031/33.39.30 of met de dichtsbijzijnde rijkswacht- of politiepost.

Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Februari 1976

Bij het opsporingsbericht stond volgende foto van André Demaere:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/andrzo13.jpg

Vermoorde Brusselaar lag in sloot te Zwijndrecht

Twee wandelaarsters, zondagnamiddag op stap in de Melsele Polder (gemeente Zwijndrecht), deden daar een akelige ontdekking. In een volledig met water gevulde gracht langsheen een kasseiweg, die het dorp van Zwijndrecht met de expressweg naar de kust verbindt, zagen zij plots een lijk liggen...Dat was voor hen het naargeestig einde van een fikse winterwandeling. De twee dames verlieten dadelijk het eerder desolate landschap en gingen hun ontdekking aan de rijkswacht meedelen.

Het betrof een mannenlijk waarvan de identiteit vrijwel onmiddellijk kon worden vastgesteld vermits het slachtoffer nog zijn brieventas op zak had: André Demaere, 47 jaar, echtgenoot van Monique De Paepe en woonachtig aan de Gütenbergsquare 29 te Brussel.

Het lijk vertoonde kogelwonden en misdaad bleek evident zodat het parket te Antwerpen werd verwittigd en nog diezelfde avond onder leiding van onderzoeksrechter Mw. Bosmans ter plaatse kwam. De wetsdokter stelde een schot vast in de buik en een ander in de hartstreek. Deze laatste kogel had zelfs de brieventas van het slachtoffer doorboord. Het lijk moet 2, maximum 4 dagen dood in de gracht hebben gelegen maar de man werd mogelijk op een andere plaats vermoord en hier afgeleverd...

Behoudens zijn persoonlijke papieren had Demaere ook nog een som van circa 10.000 fr. op zak. Dankzij de gecomputeriseerde documentatiedienst van de rijkswacht wist men zondagavond reeds een en ander uit het verleden van de vermoorde. Deze bleek geen onbekende voor het gerecht en had zelfs in het totaal reeds circa 7 jaar gevangenisstraf achter de rug wegens allerlei misdrijven zoals schriftvervalsing, oplichtingen en afpersing. Voor deze feiten was hij door een Oost-Vlaamse rechtbank ter verantwoording geroepen.

Meer recent was hij in Nederland bovendien veroordeeld geworden wegens drugsmokkel. Op het adres in Brussel waar hij was ingeschreven was hij het laatst gezien geworden in december. Dat was tevens de laatste maand waarvoor hij huur had betaald.

In gerechtelijke kringen neemt men aan dat het hier een afrekening betreft onder “relaties”. De vindplaats van het lijk heet officieel Varendonckstraat in Zwijndrecht hoewel deze straat in de praktijk niet gekend is.

Maandagochtend was de genie reeds bezig de gracht, die door een dun laagje ijs was bedekt, leeg te pompen om eventueel het wapen van de misdaad te vinden. Met datzelfde doel kroop een kikvorsman op handen en voeten door de sloot, de bodem aftastend, eveneens op zoek naar een pistool.

Het gerechtelijk onderzoek is thans nog slechts in het eerste stadium zodat men nog geen aanknopingspunten heeft wat betreft de eventuele dader(s).

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Januari 1976

946

(857 replies, posted in 1985)

Ik vind de post van "Breda" interessant omdat het ons "verplicht" om de feiten te analyseren en te bekijken of hetgeen er gezegd wordt wel kan. Hieronder mijn belangrijkste bedenkingen:

Breda72 wrote:

De bende heeft bij de eerdere overvallen in Eigenbrakel en Overijse een bewuste strategie gekozen om twee overvallen op een avond in verschillende taalgebieden uit te voeren.

Er zijn geen indicaties dat het een bewuste strategie was om die avond een tweede overval te doen. Er zijn ook geen indicaties dat het géén bewuste strategie was. We weten het dus niet. Hoewel "we zijn voor niets gekomen" bij Eigenbrakel misschien wél een aanwijzing kan zijn dat ze ongepland (en last minute) besloten hebben om er nog één bij te doen "omdat het kan" en omdat het op hun "weg naar huis lag".

Er zijn ook geen aanwijzingen dat het een "bewuste keuze" was om het in verschillende taalgebieden te doen. Dit kan even goed toeval zijn. Eigenbrakel grenst aan de taalgrens, dan is de kans al groter dat je die zult oversteken. De taalgrens ligt op minder dan 2km vogelvlucht van Delhaize Eigenbrakel.

Breda72 wrote:

Delhaize is een bewust gekozen doelwit.

Niet noodzakelijk. Stel dat Overijse ongepland was (misschien werd deze wel verkend, net zoals er misschien nog andere zijn verkend kunnen geweest zijn), dan was Delhaize de enige optie om na Eigenbrakel te doen: andere winkels (zoals Colruyt) waren reeds gesloten op het moment dat zelfs de eerste overval (Eigenbrakel) plaats vond. Het was enkel Delhaize die open was tot 21u op vrijdagavond (later is Colruyt daarin gevolgd, maar in 1985 nog niet).

Bij de 4 hold-ups op supermarkten die aan de Bende van Nijvel toegeschreven worden uit 1983 zaten 3 Delhaizes en 1 Colruyt. (*) Dit wijst er alleszins op dat Delhaize niet het enige potentiële doelwit was. Er zijn geen indicaties dat het bewust een Delhaize moest zijn. Er zijn ook geen indicaties die het tegendeel bewijzen.

(*) Nijvel was geen hold-up maar een inbraak.

Breda72 wrote:

Er is inderdaad een bendelid minimaal zwaar gewond geraakt in Aalst.

Dat weet niemand. Er is geen enkel concreet bewijs waaruit het vast staat dat er een bendelid "minimaal zwaar gewond raakte in Aalst", ook niet lichtgewond. Men weet het niet, dus kan men ook dergelijke uitspraak niet doen.

Breda72 wrote:

Ze hadden de strategie willen herhalen en dus na Aalst nog een andere Delhaize willen overvallen in een ander taalgebied.

Dit lijkt me praktisch onmogelijk. Gezien de tijdslijn lijkt de kans daarop bijna onbestaand. In Aalst kwamen de daders rond 19u40 toe, slechts 20 minuten voor sluitingsuur. Bij geen enkele andere hold‑up arriveerden ze zo kort voor sluitingstijd. Als de Bende van Nijvel na Aalst nog een tweede overval had willen plegen, zou je verwachten dat ze hun eerste actie duidelijk vroeger dan 19u40 zouden aanvangen. Uit diverse elementen blijkt overigens ook dat de Bende van Nijvel niet erg gehaast in Aalst (omdat ze nog ergens anders moesten zijn). Van de 3 overvallen in 1985, duurde die van Aalst het langst.

De voorgestelde theorie dat ze na Aalst nog een Delhaize in Franstalig gebied zouden overvallen, kan al helemaal niet kloppen op basis van de tijdlijn. Zowel Delhaize Tubize (+- 35km) als Delhaize Enghien (+- 30km), liggen op minstens een half uur rijden. Dit wil zeggen dat de Bende van Nijvel minstens 20 minuten na sluitingsuur ten vroegste zou arriveren. Zelfs Delhaize Liedekerke, de dichtstbijzijnde optie, ligt op ongeveer tien minuten van Aalst.

Daardoor lijkt het geen realistische mogelijkheid dat de Bende van Nijvel die avond twee overvallen zou plegen. Richting Liedekerke passeer je overigens - langs de snelste weg - ook obstakels die je niet in de hand hebt en vertragend kunnen werken (zoals een spoorwegovergang die geregeld dicht gaat voor een passerende trein).

Als er werkelijk een tweede overval gepland was, had de Bende veel vroeger dan 19u40 in Aalst toegekomen. Dit vormt een duidelijke aanwijzing dat er na Aalst geen tweede overval op de planning stond.

Breda72 wrote:

deze tweede overval is geannuleerd vanwege het op zijn minst zwaargewonde bendelid.

Zoals hier boven uiteengezet, leek het gezien de tijdslijn al bij aanvang van de overval van Aalst praktisch uitgesloten dat er nog een tweede overval zou volgen.

(Ter info: 27 september 1985 was een vrijdag, 9 november 1985 was een zaterdag.)

947

(857 replies, posted in 1985)

Breda72 wrote:

Vraag: wat zou dan de meest voor de hand liggende Delhaize zijn in het Franstalige gedeelte waarnaar men onderweg zou zijn voor een tweede overval waarbij de summiere gegevens van de vlucht die bekend zijn in zouden passen?

Waarom zou het een Franstalige Delhaize moeten zijn?

Xenophon wrote:

Maar: er is niets dat erop wijst dat ze dat van plan waren.

Er is een getuige die verklaart dat hij een man het Delhaize-warenhuis van Liedekerke heeft zien observeren. Op zich zegt dat natuurlijk niet veel, maar het is wel een aanwijzing dat ze ofwel een tweede overval wilden doen of een ander warenhuis dan Aalst op het oog hadden.

948

(156 replies, posted in Filière Boraine)

Artikel uit april 1999:

Michel Cocu vermist

Speurders van de cel Jumet, die het onderzoek voert naar de bende van Nijvel, zijn op zoek naar Michel Cocu. Ze willen de gewezen leider van de bende van de Borinage confronteren met een aantal elementen uit het onderzoek. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

En het vervolg:

‘Bende-verdachte’ zat thuis

Michel Cocu, ooit verdacht lid te zijn geweest van de Bende van Nijvel, die 28 doden op haar geweten heeft, was niet verdwenen zoals oorspronkelijk was gemeld. Hij zat gewoon thuis. (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

949

(249 replies, posted in Onderzoeksdaden)

Interessant artikel over criminaliteit in Noord-Frankrijk, dat vooral gesitueerd was rond de steden Rijsel, Roubaix en Tourcoing.

Misdaadconcentratie in Noord-Frankrijk

In Noord-Frankrijk fungeert Rijsel als de kern van waaruit pooiers en de souteneurs deBelgische prostitutiemarkt bewerken, terwijl in Roubaix en Tourcoing tal van jeugdbenden actief zijn, in hoofdzaak dan in getto-verband. De prostitutie-kern in Rijsel is een verlengstuk voor wapen- en drughandel. Vanuit Tourcoing en Roubaix trekken jeugdbenden regelmatig over de Frans-Belgische grens om in winkels kleren, videotoestellen, andere elektronische apparatuur en ook juwelen te stelen.

De frequentie van ontvoeringen en gijzelingen ligt in heel Frankrijk iets hoger dan in België, maar in Noord-Frankrijk worden de gerechtelijke diensten zelden of nooit met dit soort criminaliteit geconfronteerd. In Noord-Frankrijk zijn meer dan 20 procent van de inwoners vreemdelingen. Vandaar trouwens dat Jean-Marie Le Pen meer dan een vijfde van zijn stemmen in Noord-Frankrijk behaalde.

De vreemdelingen, in hoofdzaak Noord-Afrikanen, kwamen in de jaren zestig en zeventig naar Noord-Frankrijk om er hun kost te verdienen. Omdat de industrie aan het tanen is en ook omdat de Zuid-West-Vlaamse regio bij de Noord-Franse vreemdelingen het aanziet geniet van een “rijke streek” zien de vreemdelingen in deze regio een uitgelezen gebied om zich illegaal te verrijken.

In Roubaix en Tourcoing zijn de getto's bevolkt door hoofdzakelijk kansarme jongeren, die van kindsbeen af in een crimineel milieu vertoeven. Als zij de grens oversteken, gaan zij verder dan Zuid-West-Vlaanderen. De jongste jaren zijn tal van diefstallen met braak gesignaleerd aan de Belgische kust, in Doornik, in Oost-Vlaanderen tot zelfs in Sint-Niklaas.

De Noord-Afrikaanse dieven kunnen gebruik maken van het extra-voordeel dat de meeste douaneposten aan de Frans-Belgische grens onbewaakt zijn. Zo is er sedert een goed jaar geen Franse controle meer aan de grens post Mont-à-Leux nabij Moeskroen, precies de grenspost die de Noord-Franse dieven het meest gebruiken. De Belgische controle is er daarenboven zo goed als onbestaande. En in het Europa van 1992 zal geen enkele douanepost nog bemand zijn.

Straatprostitutie

In Rijsel krijgt de prostitutie haar beslag in de gedaante van straatprostitutie of prostitutie in cafés, maar de pooiers en de souteneurs sturen hun vrouwelijk schoon ook uit naar België.

Voor hen is dat financieel een flink stuk interessanter. Vandaar dat de prostituées, die in België verblijven, voor 70 tot 80 procent van Franse nationaliteit zijn. Ook worden de vrouwen regelmatig verplaatst naar alle uithoeken van het land.

Doch de prostitutie is in Rijsel - en ook elders - geen geïsoleerd verschijnsel. In Rijsel zijn een aantal figuren werkzaam die de opbrengsten van hun prostitutiepraktijken aanwenden voor drugs- en wapenhandel. Deze en nog andere criminelen uit Noord-Frankrijk onderhouden connecties met Marseille, de stad die bekend staat als een van de grootste centra van criminaliteit in Frankrijk.

De jeugdbenden in Tourcoing en Roubaix weten echter dat de gerechtelijke instanties kampen met het probleem van de territoriale bevoegdheden, en dat op het vlak van de samenwerking soms ook niet alles op wieltjes loopt. In de praktijk is het wel zo dat inzake samenwerking de klemtoon ligt op de individuele contacten tussen gerechtelijke functionarissen, eerder dan op contacten tussen politionele en gerechtelijke instanties.

Voortdurende actie is moeilijk realiseerbaar in de praktijk. Wel zijn er de gerichte acties in het kader van een onderzoek met gekende daders, en vermoedelijk als gevolg van een verscherpt politietoezicht (hoofdzakelijk 's nachts) in Kortrijk stellen de Kortrijkse gerechtelijke diensten vast dat de jeugdbenden uit Roubaix en Tourcoing meer hun aandacht vastpinnen op andere regio's, zoals de Vlaamse Ardennen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Februari 1989

950

(28 replies, posted in Organisaties)

the end wrote:
the end wrote:

In een nota van een telefoongesprek tussen Deprêtre en Goffinon heeft Deprêtre het over de moordzaken: Peeters, Maillard en Detraux. Heeft iemand een idee over welke moordzaken dit gaat? Zou met het dossier Mendez te maken kunnen hebben.

De 3 moorden kunnen dus ook met de roze balletten te maken hebben.

De bende Maillard-Detraux heeft niets te maken met de zaak-Mendez of de roze Balletten. Het was een bende die begin jaren '70 inbraken en overvallen pleegden op warenhuizen en bank- en vakbondskantoren. Ze hebben in maart 1972 een dubbele moord gepleegd op een bevriend koppel omdat ze schrik hadden dat deze hen zouden verklikken bij de politie.