In Overijse ging een van de daders naar het kantoor en eiste de inhoud van de kluis. Een tweede dader maakte beneden de zes kassa's leeg en de derde dader stond op uitkijk. De bedrijfsleider legde net als in Eigenbrakel uit dat de bank de sleutel had van de babykoffer, die vastgelast zat. De gangster werd opnieuw woest en de directeur liet hem de instructies lezen. Toen werd de man kalm.
De overvallers namen biljetten van 100 en 50 frank mee en alle biljetten van de kassa's, en haalden het equivalent van ruim 62.000 euro op. De buit ging in een grijze vuilniszak die aan de riem van de reus hing en die propvol leek. Tijdens de overval waren er een tweehonderdtal mensen in het warenhuis. Toen het allemaal over was, vonden de hulpdiensten de bankier Léon Finné. Hij lag bij zijn auto voor de krantenwinkel, zijn arm onder zijn wagen, de sleutels op de grond. Hij had veel geld op zak, ter waarde van meer dan 2.000 euro (!) nu. In de auto lag zijn aktetas.
Zoals gewoonlijk zagen de getuigen verschillende auto's. De meesten hadden het over een blauwe Golf van een ouder model. Een ooggetuige was praktisch zeker van dat de Golf geen GTI was. Hij viel op omdat hij slecht geparkeerd stond, en door de reus die erin zat. Toen de man de nummerplaat wilde noteren - FPF en dan vermoedelijk een 8 - schoot de reus met zijn machinegeweer op hem. Hij had last van voorhoofdskaalheid en was een jaar of veertig.
De getuigen beschreven vele verschillende vermommingen. Een oude man, de Franse politicus Jacques Chirac, een groen masker, een zwart masker (de getuige dacht dat hij een Afrikaan zag), een Mickey Mouse-figuur, een meisjesgezicht, een oranje bollewangenmasker, een bivakmuts met enkel gaten voor de ogen, een nylonkous.
Bron: Beetgenomen | Hilde Geens