Info uit het boek: "Illegale wapenhandel" (pag. 111).

In januari 1980 komt de arrestatie van de kaders van de firma SFM-Gévelot voor inbreuk op de wet inzake de wapenhandel, in de Franse pers. Het onderzoek is begonnen op 21 september 1978, met de toevallige ontdekking van een heel reële handel. Die ontdekking lijkt overigens op een avontuur van Kuifje. De bedienden van de luchthaven Heathrow, bij Londen, lieten per ongeluk een kist vallen die officieel landbouwwerktuigen bevatte. De kist sprong open, er zaten vijfhonderd machinegeweren in (1). De Britse douanediensten stelden vast dat de wapens  via Lissabon naar Somalië moesten gebracht worden en het onderzoek leidde, in oktober ’78, tot de dagvaarding van een Cyprioot, Georges Vassiliou, directeur van een import-export firma in Londen. Hij werd veroordeeld tot een boete van 2.000 Pond Sterling voor illegale invoer van wapens (1).

De 500 machinegeweren waren de laatste van een bestelling van 1500 wapens door Somalië. Het ging om Duitse HK’s vervaardigd met een vergunning, door een grote onderneming in Lissabon, de FMBP, de Fabrica Militar Braco do Plata. Het belang van deze zaak wordt duidelijk als we weten dat ze begon in maart '78. Die periode was namelijk het keerpunt in het conflict tussen Somalië en Ethiopië, die toen allebei met Russisch materieel waren uitgerust. Addis Abeba stond echter in de gunst bij Moskou, en dat was niet meer het geval met het regime van Mogadiscio. Het resultaat daarvan was dat de Somalische troepen werden verpletterd. Somalië wendde zich dan tot het Westen voor nieuwe bewapening. Officieel werd daar niet op ingegaan, maar in die tijd al bleek die nieuwe politiek clandestien wel vruchten af te werpen.

De politie volgde het spoor en kwam op woensdag 23 januari 1980 terecht bij de Société Française de munitions (SFM). SFM is een filiaal van de firma Gevelot, maar  de banden tussen beide firma’s zijn moeilijk te ontwarren. De eerste heeft haar zetel in de Rue Ampère 48, 17de arrondissement, de tweede in nr.50 van dezelfde straat en de twee gebouwen zijn met elkaar verbonden. M. Noailles, die tot februari ’79 PDG was van SFM, tot er een voorlopige beheerder werd benoemd, was eveneens directeur-generaal van Gévelot. In de Cataloog Satory VI van 1977 – de officiële cataloog voor wapens en oorlogsmunitie – staan beide maatschappijen op dezelfde pagina, met hetzelfde adres.

De Parijse wapenhandelaars maken ook geen onderscheid tussen de twee firma’s. De hulzen van SFM dragen altijd het merk "Gévelot", de uitbatingvergunning voor dit merk werd bij de oprichting aan SFM toegekend. Beide maatschappijen zijn nog gemakkelijker te verwarren omdat Gévelot – rechtstreeks of door gekruiste participaties – 66% van het kapitaal van SFM controleert. De andere aandeelhouders zijn de Fabrique Nationale de Herstal (België), IMI Ltd (G.B.), de Société Jean-Jacques, Rousseau, de Manufacture Manurhin Hout-Rhin en Davey Bickford Smith § Cie.

Meer volgt.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

In de Gevelot zaak speelt wapenhandel ARMACO een hoofdrol, Armand Donnay is zaakvoerder van Armaco en ex OAS. Baugniet werkte ook voor ARMACO alsook nogal wat personen uit het milieu van Farcy » Forum

Via de Gevelot kom je ook bij Pour, Camps, en Vanden Eynde. Persoonlijk versta ik niet dat de Gevelot zaal uit de media verdwenen is. Een volgend interessant stukje:

Armand Donnay geeft toe aan zijn anti-Russische overtuiging en knoopt, in het vooruitzicht van een vette winst, vriendschapsbanden aan met de Somalische autoriteiten. Hij is overigens bevriend met de Somalische ambassadeur in Brussel, de heer D’Gnena. Hij word uitgenodigd voor een bezoek en officieel aangesteld tot kolonel van het Somalische leger door de president van de Republiek. Hij word geacht een bataljon blanke huurlingen te leiden, waarvan hij in feite de enige vertegenwoordiger is en dat slechts in het leven is geroepen om de tegenstander te ontmoedigen.

Donnay speelde hoog spel, illegale wapenhandel midden in de koude oorlog volledig in de WACL-sfeer. Trouwens de bankier was Newman van Geoffrey bank, waarvan de Kerckhove directeur was en die bank is om een schandaal te vermijden overgenomen is door graaf d'Ursel.

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

3

the end wrote:

Trouwens de bankier was Newman van Geoffrey bank, waarvan de Kerckhove directeur was en die bank is om een schandaal te vermijden overgenomen is door graaf d'Ursel.

Heb je daar bronnen of meer info over? De zaak Nejman/Geoffrey's/... interesseert me sterk, voornamelijk de uitlopers naar Atlas.

dim, dit komt uit het boek: "Illegale wapenhandel" van Olivier Ralet, in 1982 uitgegeven bij EPO. Ralet is een medewerker van GRIP. Het is een boek van 240 blz. hoofdzakelijk over het Gevelot schandaal met toch zeer interessante elementen i.v.m. het Bende van Nijvel-dossier. Op het net vind je er niets over. Ik zal zoveel mogelijk scans uit het boek online plaatsen. Alsook het stukje i.v.m. huurlingen die specifiek dienen om onder andere de wapenleveringen te vrijwaren. Donnay was ook SHAPE hij had toegang tot de beveiligde dossiers. Het doet me ook aan de X-nota denken, > de Kerckhove > Frankrijk > ...

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

5

Als je die scans zou kunnen plaatsen, dat zou heel erg aardig van je zijn. Dank.

Dim, het heeft wat geduurd maar hier is de OCR scans. Het is een grote tekst.

III de Bernard en zijn vrienden

De Bernard is een valse naam. In werkelijkheid zag deze meneer het licht onder de naam "Bernard Lasnosky". Hij is van Poolse oorsprong en is geboren in de Elzas. Sindsdien is hij voortdurend van naam veranderd. Nadat hij in Frankrijk, evenals in Zwitserland, was vervolgd voor zwendel, liet hij zich "de Lasnaud" noemen (19). Op de vlucht voor een nieuw opsporingsbevel, vestigt "de Bernard" zich in België onder de naam Jean-François - zijn tweede en derde voornaam - Bernard, later de Bernard. Het gaat dus om een veranderlijke identiteit, maar tevens om veranderlijke firmanamen. In november 1978 luidt zijn hoofding:

J. BERNARD Matériel de défense et sécurité
34, rue Louis Hymans
1060 Bruxelles
Téléphone: 344.04.71

Met als handtekening op 29 november "de Bernard" of op 30 november gewoon "Bernard". Zijn aristokratische pretenties waren sedert de avond tevoren plots verdwenen! In onze dokumentatie wordt dit papier met briefhoofd gebruikt tot 4 december '78. De 22ste van dezelfde maand komt daar plots verandering in. Nieuw briefhoofd met dikke letters, naast een tekening van een geharnaste ridder; de nieuwe firmanaam is:

"Defensor of Panama Inc." (19 bis)
P.O. Box 1824
Panama 1
Republic of Panama

Maar met de schrijfmachine werd er juist onder geschreven:

"Please only reply to:
J.F. de Bernard
34 rue Louis Hymans
1060 Bruxelles - Téléphone: 344.04.71"

Uiterlijk lijkt de man op Jean Yanne; hij kan zich sympatiek voordoen, kan met mensen omgaan en heeft zowat overal een voet binnen. Volgens één van zijn vroegere medewerkers werkte hij voor de OAS en heeft hij daar nog veel vrienden. Dat maakt hem tot één van de meest gevreesde personen op de klandestiene wapenrnarkt; de OAS heeft immers een zware reputatie. Daarover ondervraagd, antwoordt Armand Donnay: "Toen ik zelf bij de OAS was, heb ik nooit over de Bernard horen spreken, maar ik kende niet iedereen." Hij had nauwe banden met een ex-onderofficier van het Vreemdelingenlegioen die nu in Cannes woont en hij wilde voor het legioen wel inlichtingen inwinnen. Zijn kontakt en met diverse agenten van inlichtingsdiensten van verschillende landen waren zeer vriendschappelijk en verzekerden hem informatie en bescherming. Men zegt zelfs dat hij zijn konkurrent bij de geheime diensten aangaf als hij op de markt werd "gepasseerd". Hij zei dat hij als kommando in Afrika was geweest en was er trots op lid te zijn van de SDECE. Hij ging om met een Corsikaan, Rotchichioli (Square Albert Bartholomée 2, Parijs, 15de arrondissement), die eveneens beweerde bij de SDECE te horen en die pronkte met een kaart van Frans afgevaardigde in Algerije, een kaart die vals bleek te zijn!

Hij was goed bevriend met kolonel Schlumberger, hoofd van de firma Manurhin en zond dokumentatie naar de "Société d'armement et d'études", "Alsetex" ,rue de Castellane 4,75008, Parijs, die de Manurhin produkt en commercializeert. (20) Toen hij in Neuilly woonde, maakte de Bernard echter kennis met Jean-Paul Maurice, adjunkt van Pierre Girodet, commercieel direkteur van de sektie bewapening van Gévelot. Zo vertegenwoordigde hij Gévelot in België en hield hij zich bezig met de klandestiene makelarij varrdeze firma. Die officieuze vertegenwoordiging werd soms officieel, zoals wanneer de Bernard in naam van Gévelot deelnam aan de proefnemingen met het kanon 106, zonder terugslag, gefabriceerd door de Smederijen van Zee brugge op Samo terreinwagens, gefabriceerd door Gévelot. (21)

de Bernards voornaamste kontakt bij Gévelot was Maurice, maar hij ontmoette soms ook Burnel, in die tijd PDG van de firma en very,olgens vice-voorzitter en schatbewaarder van CNPF - we herinneren eraan dat Burnel niet werd ondervraagd door het gerecht. Girodet wist heel goed wat er gebeurde, hoewel hij er volgens kwatong Donnay niets van begreep!

IV Arno en Geoffrey Newman, IDFE en Geoffrey's bank

de Bernard houdt van bluf, goede kleermakers en grote hotels; hij is een zwendelaar van formaat. Hij knoopt vriendschapsbanden aan met Geoffrey Newman zoon van de eigenaar (22) van Geoffrey's Bank 25 Bd Bischoffsheim, 1000 Brussel. Vader Arno Newman, genaturalizeerd Cubaan uit de tijd van Batista, is zo vriendelijk geweest zijn bank naar zijn zoon te noemen. Een bank op zijn naam hebben, dat is niet mis! de Bernard spiegelt vader en zoon grote zaken voor. Hij vestigt voor een poos zijn kantoor in de gebouwen van de bank en maakt gebruik en misbruik van haar telex. Hij ontving er Armand Donnay, of "Kolonel" Patout (zie verder) voor kontrakten die bepaald niet over anti-oorlogsbadges gingen, in aanwezigheid van vader en zoon Newman. Zoals we zullen zien is de rol van de Newmans in de zaak Gévelot ver van duidelijk - in andere zaken evenmin, zeggen sommige kwatongen! De jonge Geoffrey is bediende bij de bank van zijn vader die zelf naast eigenaar, ook financieel raadgever is. Hij is echter zeker geen specialist in deontologie, want in 1959 stichtte hij, kort nadat hij de bank had gekocht, de nepfirma IDFE (International Distributing and Fmall:~e Esta~hshment), waarvan de maatschappelijke zetel als bij toeval in Vaduz ligt, de hoofdstad van Liechtenstein, aan de Hauptstrasse nr. 26. Het doel van deze firma, zoals het in het handelsregister van Vaduz staat, loont de moeite om te citeren (vertaling uit het Duits) (23):

"Het uitvoeren van handelsoperaties van allerlei aard in binnen- en buitenland, evenals de financiering en de vertegenwoordiging voor heel Europa of voor bepaalde landen; organizatie van verkoopsprogramma's, hetzij door zelf, hetzij via filialen in diverse landen; de uitbating van brevetten, uitvindingen, licenties en rechten van allerlei aard; deelname in andere ondernemingen; aan- en verkoop van gebouwen in binnen- en buitenland en het uitvoeren van allerlei zaken die nuttig kunnen zijn voor de promotie van de doeleinden van de
maatschappij".

Men kan Newman niet verwijten dat hij de doelstellingen van IDFE te buiten is gegaan door aan wapenhandel te doen, want het is moeilijk een handel te bedenken die niet tot de officiële doelstellingen van de maatschappij behoort! De beheerraad wordt in 1959 gevormd door Arno Newman, een zekere Jean Lissens, Rue Verte 21 in Buizingen, en een Liechtensteinse, Mevrouw Hilde Wohlwend, die haar naam leende om de lokalizatie van de firma in Vaduz te rechtvaardigen. Interessant is dat Hilde Wohlwend op 15 september '75, net ten tijde van het Somalische kontrakt, werd vervangen door twee van haar familieleden. Hoe dan ook, in die tijd zijn beide Newmans gevolmachtigden van de IDFE en tekent de Bernard, die er nochtans geen officieel statuut heeft, de dokurnenten in naam van IDFE. IDFE wordt beheerd door de maatschappij "FIDIUM". Een verantwoordelijke van de Kamer van Koophandel in Vaduz bekende telefonisch dat deze maatschappij als officiële façade dient voor verschillende fiktieve maatschappijen. De adressen boezem en evenmin vertrouwen in.

IDFE heeft een postbus in Vaduz (PB 44472) maar geen brievenbus op de maatschappelijke zetel; dat alleen al onthult het fiktieve karakter van de maatschappelijke zetel in Liechtenstein. In werkelijkheid ligt het kontakt adres van IDFE in Geoffrey's Bank - telefoon, telex en brievenbus. Volgens de direkteur van de bank, de heer de Kerckhove d'Ousselghem, is dit volkomen wettelijk. dè Kerckhove voegde eraan toe dat als er aangetekende brieven voor IDFE op de bank aankomen, hij ze niet kan tekenen door de onregelmatigheid van de situatie. Omdat de banken door hun funktie voortdurend commerciële geheimen bewaren, zoals o.a. kredietbrieven mogen zij zelf geen commerciële operaties uitvoeren want anders zou hun bevoorrechte positie inzake informatie de "vrije konkurrentie" belemmeren. Nu heeft Geoffrey Newman - zoon van de voornaamste aandeelhouder van Geoffrey's bank en zelf bediende bij zijn vader - door zijn positie toegang tot de bankgeheim en en gebruikt hij een nepfirma in Liechtenstein, gesticht door zijn vader, voor klandestiene wapenmakelarij.

Deze maatschappij werkt samen met de internationale zwendelaar de Bernard, die in Parijs doorgaat voor de officiële Belgische vertegenwoordiger van Gevelot. Zoals men ziet deinzen de rijken, als ze zich eenmaal in het zakenleven storten, voor niets terug. We zullen verder zien welke rol Geoffrey Newman, de lDFE en de Geoffrey's Bank hebben gespeeld in de zaak met Somalië. Alleszins, toen op Heathrow de ware inhoud ontdekt werd van de kisten met "landbouwmaterieel" , vond vader Newman plots dat de Bernard ronduit kompromitterend werd. Hij raadt zijn zoon aan om zich van zijn vriend los te maken. Men beweert zelfs dat de bank de Bernard een proces heeft aangedaan om de enorme telefoon- en telexrekeningen die hij had achtergelaten, terugbetaald te krijgen. Dat is wel bijzonder ondankbaar na de vruchtbare zaakjes die Geoffrey Newman had gedaan dankzij de Bernard.

Hier sla ik een paar hoofdstukken over, deze hoofdstukken plaats ik onder een andere topic. In die van Donnay.

IX De zaak Somalië - Gévelot: tweede bedrijf

Armand Donnay zit in de gevangenis, er is huiszoeking gedaan bij zijn firma en commissaris MULLER doorzoekt zijn documentatie bij de Luikse gerechtelijke politie, met de hulp van een Franse onderzoekscommissie. Eén van de leden van die commissie zegt: "Dat is geen adresboekje, dat u daar hebt, meneer Donnay, dat is de Who is Who van de wapenhandel!" de Bernard wordt bang. Hij vertrekt met de auto naar Frankrijk. Aan de grens vertrouwt een douanier zijn papieren echter niet en vraagt hem even te wachten, tot ze zijn nagekeken.

De papieren zijn vals, de Bernard geeft vol gas, sleept de douanier nog 50 meter mee en slaagt erin te ontsnappen. Hij heeft nooit meer een voet in zijn woning gezet, tenzij misschien in het geheim. Hij laat al wat hem zou kunnen compromitteren uit zijn appartement aan de Hymansstraat verwijderen door, volgens sommigen, zijn vriend en occasioneel medewerker, André Lobet, internationaal transporteur, 114 Rue Bonaventure te Jette, 1090 Brussel. Lobet bezit verscheidene vrachtwagens, maar verzorgt ook transporten per schip, trein, vliegtuig, ... Misschien heeft hij enkele wapentransporten gedaan voor de Bernard, van wie hij een volmacht had voor één van zijn rekeningen bij de Banque Nationale de Paris - terwijl hij aan de gerechtelijke politie verklaarde dat hij de Bernard maar "heel vaag" kende.

Donnay van zijn kant begint te praten, onder andere over de Bernard. De Luikse gerechtelijke politie vraagt in Brussel inlichtingen over hem. Nu had men in Brussel sinds kort belangstelling voor hem gekregen, na zijn vlucht aan de grens. Dankzij het paspoort, dat nog op het doeanekantoor lag, ontdekte de gerechtelijke politie de werkelijke identiteit van de Bernard. Hij had namelijk de juiste voornamen, plaats en datum van geboorte van zijn beide kinderen opgegeven; het volstond dus de bevolkingsregisters van de betreffende plaatsen na te kijken om de werkelijke familienaam van de kinderen te vinden. De huiszoeking komt te laat; alles is al "opgeruimd". Dat gebeurt trouwens later nog eens. De wijkagent krijgt van de gerechtelijke politie opdracht het appartement in het oog te houden. Op een dag meldt hij dat er bij de Bernard wordt verhuisd.

De gerechtelijke politie haast zich erheen en vindt Lobet die zijn vrachtwagens aan het laden is. Lobet verklaart dat iemand hem anoniem gevraagd heeft voor het transport te zorgen. Daarmee moet de gerechtelijke politie zich tevreden stellen. Dat belet niet dat Lobet enige tijd later, de meubels van de Bernard klandestien naar Zuid-Afrika stuurt en in ruil de twee auto's van de Bernard in bezit neemt, tot grote woede van de politie. Bij huiszoeking worden in de kelders van Lobet een deel van de Bernards dokumenten gevonden.

De huiszoeking bij de Bernard levert echter zo goed als niets op! Toch ontdekken de politiemannen kranteknipseIs in verband met de inbeslagname van de 500 machinepistolen op Heathrow. Daarover ondervraagd, biecht Donnay de handel met Somalië op en bekent zijn aandeel erin. Hij wordt in beschuldiging gesteld voor zijn valse eigendomsverklaring van de machinepistolen. De Luikse gerechtelijke politie waarschuwt kommissaris Lebruchec van de 5de sectie van de Office Central de Répression du Banditisme te Parijs en die doet een huiszoeking bij Gévelot. Maurice, Girodet, Noailles en d' Anna worden door rechter Pinsseau in beschuldiging gesteld voor inbreuk op de wet inzake wapenhandel (51) en fiskale fraude - de commissies waren zwart.

Ze worden voorlopig in vrijheid gesteld, onder toezicht van het gerecht. Bij de huiszoeking in het kantoor van de Bernard bij Gévelot wordt een stock van enkele blanco end use gevonden, getekend door Botswana. Nog een bewijs van de "waarde" van de garanties die een end use biedt! Twee dagen later sterft Journiac, die wat over de zaak wilde zeggen, bij een vliegtuigongeluk, dat nooit is opgehelderd. We gaan ongetwijfeld te ver als we opmerken hoe toevallig dat allemaal is. Hoe 't ook zij, d' Anna vertrouwde me toe dat de dood van Journiac hem niet al te best uitkwam want "als hij nog geleefd had, zou de zaak in de doofpot zijn gestopt ... " Een maand later volgt een nieuwe beschuldiging : een telex van France Presse:

"Parijs, 27 februari 1980 Henri Papazian, Luitenant kolonel van de luchtmacht, 48 jaar, afgevaardigde bij het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, is woensdag onder aanhoudingsbevel geplaatst door Mr. Albert Pinsseau, in de Santé gevangenis. Mr. Pinsseau is eerste onderzoeksrechter bij het gerechtshof van Parijs en beschuldigde Papazian van korruptie, zegt men in het gerechtshof. M. Papazian was belast met de kontrole op de wapentransakties met Franstalige Afrikaanse landen, voor de Société Française de Munitions, filiaal van de firma Gévelot. Hij zou 20% kommissie hebben gekregen op de transakties die hij tot stand had gebracht. Op het ogenblik dat de politie dit ontdekte, zou hij, in twee jaar tijd, al ongeveer 2 miljoen frank (52) ontvangen hebben, hetzij kontant, hetzij op een rekening bij een Brusselse bank, zegt dezelfde bron".

Voor Maurice, Girodet en Noailles komt er dus nog een beschuldiging bij: "omkoping van een ambtenaar". Toen de bankuittreksels van Jean-Paul Maurice onderzocht werden kwamen de "sommetjes" aan het licht die aan Papazian werden gestort. De "Brusselse bank" waarop Papazian zijn kommissies liet storten, hebt u ondertussen al wel herkend: Geoffrey's Bank, hoe kan het anders! De Newmans, vader en zoon, hadden een eenvoudige metode om de "kommissies" weer wit te wassen; IDFE zond SFM-Gévelot een faktuur voor een fiktieve prestatie, SFM-Gévelot betaalde en het geld werd op de rekening van Papazian bij Geoffrey's Bank gestort. Het bleef dus in de familie. We moeten eraan toevoegen dat Papazian nooit zelf bij de bank een rekening is komen openen. Nu moet de persoon die een rekening opent, volgens de wet fysisch aanwezig zijn voor de handtekening.

De Luikse gerechtelijke politie doorzoekt, samen met een Franse onderzoekskommissie, de bank en dan de woning van de Newmans, waar de politiemannen zeer onder de indruk is van de Rubens in de salon. De tien miljoen op de rekening van Papazian gestort door J.P. Maurice, worden geblokkeerd. Men ontdekt dat de Newmans voor rekening van de Bernard fondsen overbrachten naar Liechtenstein, via IDFE. Aangezien het geld van Papazian de Franse justitie aanbelangt en er geen uitlevering is gevraagd, worden de Newmans niet in beschuldiging gesteld. Dat zou ongetwijfeld gebeurd zijn als de zaak zich niet in twee landen had afgespeeld, volgens een Franse onderzoeker.

De gerechtelijke politie van Parijs en Luik stellen elkaar verantwoordelijk voor het niet in beschuldiging stellen van de Newmans. De rol van de Newmans wordt echter niet helemaal opgehelderd. d' Anna wordt door de Franse douane ondervraagd over zijn rekening bij de Geoffrey's Bank, waarop hij de kommissie geplaatst had, en ook over de identiteit van de persoon voor wie hij een volmacht had ondertekend. d' Anna beweert formeel dat hij nooit een volmacht heeft getekend. De doeane insinueert zelfs dat het om zijn maîtresse gaat. Als d'Anna hardnekkig blijft ontkennen, tonen ze hem een fotocopie van de kaart voor de opening van zijn rekening, waarop inderdaad een onleesbare handtekening staat voor een volmacht. d'Anna blijft echter - ook nu nog- beweren dat hij nooit een volmacht heeft getekend. Gaat het dan om een vervalsing? Misschien is het een door de Bernard geïnspireerde vervalsing om d' Anna zijn kommissie af te snoepen.

Door de manier waarop de kommissie verkregen werd, zou d' Anna daar immers moeilijk klacht voor kunnen neerleggen! Als deze hypotese juist is, betekent dat dat de Bernard toegang had tot de documenten van de bank als een ingewijde ... De Newmans hebben geen problemen gehad met het strafrecht, maar ze hadden daarentegen - naar het schijnt - wel grote moeilijkheden met de bankkommissie en vader en zoon hebben de funkties die ze bekleedden in Geoffrey's Bank moeten opgeven. De jonge Geoffrey houdt zich nu bezig met import en export van chemische meststoffen. Hij mag zich gelukkig prijzen, in acht genomen alle komplotten of onregelmatigheden die men hem, zowel als zijn vader, in deze zaak kan aanwrijven:

Oprichting van een handelsmaatschappij in Liechtenstein, door personen die een officiële funktie hebben in een bank, terwijl het de banken verboden is handelsverrichtingen te doen. Waarschijnlijk inbreuk op het bankgeheim. Commercieel aanwenden van informatie uit open kredietbrieven aan Armand Donnay. Niet betalen van 500 machinepistolen, door IDFE gekocht van FMBP (53). Medeplichtigheid aan inbreuk op de wet inzake wapenhandel, delikt waarvoor Vassiliou werd veroordeeld, 10 'n hij als stille vennoot werkte voor IDFE. Poging tot het weigeren van de betaling van de commissie van d'Anna (54). Waarschijnlijk fiskale fraude: waarschijnlijke volmacht op de rekening van d' Anna plus valse faktuur aan IDFE - in handen van de Franse gerechtelijke politie - om de kommissie van Papazian wit te wassen. Medeplichtigheid aan omkoping van een ambtenaar (rekening Papazian). Onregelmatigheden in bankzaken: opening van de rekening van Papazian zonder dat hij aanwezig was.

Het is te begrijpen dat vader Newman "in zijn broek deed van angst" zoals één van de politiemannen het uitdrukte, toen de Luikse gerechtelijke politie huiszoeking deed! De ontdekking dat hij samenwerkte met een internationale zwendelaar, gezocht in verschillende landen en met een valse identiteit, droeg er niet toe bij hem te kalmeren. Toen ik naar de Newmans telefoneerde, wilden ze vooral weten hoe ik hun geheime telefoonnummer had gevonden; het antwoord staat in de agenda van de wapenhandelaars ...

Toen ik hen opzocht was hun reactie haast hypocriet, "ze hadden nergens van gehoord"! Op de vraag of ze verontrust waren door de gerechtelijke politie, keken vader en zoon elkaar aan en zeiden engelachtig "nee". Toen ik zei dat ik nochtans wist dat er huiszoeking was gedaan en dat de tien miljoen van kolonel Papazian geblokkeerd waren, lachte de vader: "Als u zulke vragen stelt, ligt het anders" (55) en de zoon maakte een grapje: "Weet u, huiszoekingen worden zo vaak gedaan dat je ze vergeet!" Papa Newman voegt eraan toe: "Ik houd niet van wapenhandelaars, want ik ben dol op klassieke muziek en het lawaai van wapens doet pijn aan mijn oren!"

Maar ... wat zou hij zeggen van het zachte geknisper van bankbiljetten? In die tijd wist ik vrij weinig over de rol van de Newmans. Zij merkten dat en verwezen me naar de. direkteur van de bank, de heer de Kerckhove d'Ousselghem, in de hoop om van mij af te zijn. Het ging echter niet zoals voorzien. Tussen die raad van de Newmans en mijn bezoek aan de Kerckhove in 1980 vernam ik namelijk heel wat meer over de Newmans. de Kerckhove, die eerst wat wantrouwig was, schrok danig van mijn informatie; hij zei: "Ik heb van u in één uur meer vernomen dan in drie jaar op de bank!" Er is geen reden om aan zijn oprechtheid te twijfelen. (56) Naar mijn mening heeft hij moeten kiezen tussen het beschermen van het imago van de bank en dat van zijn vroegere grootste aandeelhouder.

Zijn verbazing - die voor een deel ongetwijfeld oprecht was - over mijn informatie over die laatste, deed hem voor het imago van de bank kiezen, ten nadele van de Newmans! Hij vatte zijn positie als volgt samen: "Als de Newmans werkelijk gedaan hebben wat u zegt, dan hebben ze misbruik gemaakt van hun bevoorrechte positie in de bank om macht en vertrouwen te misbruiken en zich als gangsters te gedragen. Ze werken overigens niet meer op de bank".

De nadruk waarmee de Kerckhove aankondigde dat de Newmans niet meer op de bank werkten - hoewel hun kapitalen er nog zijn - bracht me op het idee dat de Kerckhove toch niet bijzonder verbaasd was over de zaak en dat hij precies omwille van die eerste geruchten de Newmans uit de bank had gezet ... Toen ik de Kerckhove zei dat Donnay, de Bernard, Wilson, Patout, Maurice, Papazian, d'Anna en Baugniet (57) allemaal wapenhandelaars, rond dat kleine bankje van hem draaiden, antwoordde hij niet. Ik voegde eraan toe: "U denkt misschien dat ze door de Newmans werden aangetrokken als vliegen door stroop ?" ... Hij glimlachte en zei: "U bent het die dat zegt!".

Korte tijd later probeerde ik Geoffrey Newman telefonisch te kontakteren bij zijn import-export firma. Er werd verscheidene keren geantwoord dat hij op de bank was. Hij is daar vaak voor iemand die er niet werkt! Uiteindelijk kreeg ik hem aan de lijn ... op de bank! De toon was veranderd: "Ik heb u niets te zeggen, Meneer Ralet, ik heb geen informatie voor u ..." Ik besloot dat de onrustige verbazing die ik bij de Kerckhove teweeg had gebracht, hem had aangezet tot een kleine interne verklaring. Logisch dat Newman me geen goed hart toedraagt! In maart '81 verneemt het personeel van de bank, dat de bank wordt overgenomen door een andere privébank, de GESBANQUE, met als voornaamste beheerder graaf Philippe d'Ursel, neef van graaf Hervé d'Ursel, één van de medestichters van de Cercle des Nations en schoonbroer van baron de Bonvoisin, de contactman tussen de CEPIC en extreem-rechts.

De overname gaat gepaard met een "herstrukturering"; 22 personeelsleden worden ontslagen, 34 blijven er over. Er breekt onmiddellijk een staking uit op de bank, gesteund door de SETCA en de CNE. De stakers uiten de veronderstelling dat de overdracht van de 42.000 aandelen van de Newmans, eigenlijk op naam van Mevr. Newman, naar een "trustee", onder beheer van het Herdis conterings- en Waarborg Instituut, in verband stond met de aktiviteiten van de Newmans in de wapenhandel. De Bankkommissie zou het kapitaal van de bank willen "witwassen".

Volgens M. de Kerckhove doet Newman onder druk van de Bankkommissie afstand van zijn 42.000 aandelen, omdat de Kommissie er in principe tegen is dat de aandelen van een bank in handen van één persoon zijn. De overdracht heeft niets te maken met de wapenhandel. De Kommissie wilde ook dat Newman geen gebruik meer zou maken van de lokalen van de bank, haar telefoon, telex en personeel, om privézaken te regelen; ze is er strikt tegen dat een bank zich met handelsverrichtingen bezig houdt, in tegenstelling tot wat de Newmans deden via de IDFE. Hoe 't ook zij, de staking slaagde niet; de 22 mensen werden ontslagen. Sindsdien is de naam van de bank op de gevel aan de boulevard Bischoffheim veranderd. Zover zijn we dan.

De gerechtelijke acties die FMBP en Armaco tegen IDFE willen ondernemen zullen misschien nog wat licht op de zaak werpen. Laten we hetzelfde hopen van het strafrechtelijk proces tegen Donnay, Maunce, Girodet, Noailles, d' Anna en - bij verstek - de Bernard. We herinneren er wel aan dat de onderzoeksrechter Pinsseau beroemd is geworden omdat hij de zaak met de afluisterapparatuur bij "Le Canard Enchaîné" zo lang heeft laten aanslepen dat de delicate procedure - die de politie mee in kwaad daglicht stelde - "moest" gesloten worden omdat ze was verjaard. Alle beschuldigden, Fransen en Belgen, zijn in voorlopige vrijheid gesteld (58).

Het dossier Donnay is afgesloten en wordt binnenkort op de rol gezet (59). de Bernard woont nu, volgens Donnay - diehet van zijn "privé-inlichtingendienst" heeft, zo zegt hij met een glimlach - in Spanje, in het stadje Narja, ten zuiden van Barcelona, met een geheel nieuwe identiteit. Hij zou in Zuid-Afrika bij verstek ter dood veroordeeld zijn voor een zwendel ten nadele van de BOSS, de Zuidafrikaanse geheime dienst - het zal hen leren! De toegang naar Paraguay zou hem, zoals gewoonlijk, versperd zijn door een opsporingsbevel.

Laten we ons om hem maar geen zorgen maken ; hij komt wel op zijn pootjes terecht, om het even waarheen hij gaat! Ambassadeur Samantar is teruggegaan naar Somalië waar hem belangrijke funkties wachtten. We weten niet wat hij met zijn kommissie van 50.000 $ heeft gedaan. D'Gnena is van post veranderd. De Verenigde Staten onderhandelen met Somalië over wapenleveringen in ruil voor een militaire basis. Wat de wapenhandel betreft, daarmee gaat het uitstekend, dank u, en met u?

De waarheid schaadt nooit een zaak die rechtvaardig is.

7

Dank je wel, erg sympathiek van je!