De ex-werknemer van Wittock-Van Landeghem stuurde me nog volgende - zeer uitgebreide - getuigenis door:
Toen ik in 1978 terug gekomen ben op het bedrijf, was er juist een grote vernieuwing gebeurd. Dat wil zeggen; voor ik soldaat was stonden er +- 70 weefgetouwen en toen ik terug kwam nog +- 30 grotere, bredere en nieuwe natuurlijk.
Daardoor was ook al een deel van mijn vroegere collega's afgedankt en eigenlijk mocht ik ook vertrekken maar omdat de personeelschef destijds een vriend van mijn overleden pa was en mij ook wel persoonlijk een beetje kende, mocht ik blijven en ging ik dus meewerken in de ploeg van het onderhoud.
Ik denk dat er destijds een 100/120 mensen werkten. 80% vrouwen en slechts enkele (+- 25) mannen waarvan enkele wevers en hun knechten, enkele mannen die in de ververij werkten en ook enkele in de verschillende magazijnen, de mechaniekers van de getouwen en dan de mannen van de onderhoud. We hadden daar R., de smid (eigenlijk lasser, elektricien en metaalbewerker). Dan nog R., was camionchauffeur en hielp bij heel grote werken (was eerder uitzondering dan regel). V. stond in om de boel proper te houden en deed de afval in de container. Dan had je nog K., mijn baas (schrijnwerker, metser, … en ik zijn helper).
Waarom dit belangrijk is om te weten: alle mensen die in de onderhoud werkten, konden ongehinderd buiten op het bedrijf lopen, eender waar konden wij komen, ieder moment van de dag. Niemand vroeg wat wij daar deden. Ook J. en S., de twee mensen van het garenmagazijn, konden vrij in en uit de poort van de fabriek gaan om camions te lossen of te laden, dus ook zij konden vreemde of rare dingen opmerken mocht dat gebeuren.
De toestand destijds
Eerst even verduidelijken: ik las op uw forum dat men op zoek was naar de kelder. Wel, die was er niet, nergens was een kelder. Wel was er in de ingang - hal of gang, zoals je wil - een put waar de goederenlift destijds was en ook in het lokaal waar de stoom werd gemaakt - in de zogenaamde stokerij - was er een verdieping die lager lag dan de rest maar daar bevonden zich alleen stoomgeneratoren van clayton, dus geen kelder.
Eerder heb ik u al uitgelegd dat de schietstand dus door K. en mij was gebouwd. In uw forum zie ik dan de vraag; wist men dat er kogelvrije vesten gemaakt werden in Temse? Ik vermoed van wel. Op uw forum staat dat er een advertentie zou geweest zijn in een gespecialiseerd dagblad, ja dat kan, want op een bepaald moment heb ik samen met MR J. - de baas van het labo - en MR Jean–Marie Wittock - de zoon van de grote baas - foto's genomen van de vesten in de schietstand. Want ik was het model. Ik heb toen de vest gedragen en daar zijn enkele foto's van genomen. Ik denk een 10-tal, maar dat is al lang geleden.
Waarom ik nog denk dat meerdere mensen het wisten; Ik heb destijds de eerste levering van het Kevlar opgehaald. Ik denk in Diegem aan de luchthaven, in een door Rijkswachters gecontroleerd depot van de douane. Dat ging als volgt: stoppen voor een bareel, pascontrole, documenten, meegaan naar het kantoor, inschrijven in een boek en handtekening plaatsen, dan naar de container rijden die werd aangegeven, daar eerst tekenen bij de douane , dan in ontvangst nemen, terug tekenen bij de douane, dan terug naar de ingang, terug pas controle door de Rijkswacht, controle van de documenten en dan terug tekenen in het boek en dan het depot verlaten. Deze rijkswachters waren gewapend met mitrailleur en dat laat toch vermoeden dat deze mensen wel degelijk weten waar ze mee bezig zijn en naar mijn inziens hebben die destijds ook begrepen van "oei, een rolleke kevlar, wat gaan ze daar mee doen".
De kevlar was geel van kleur en was in een kartonnen koker verpakt. De douanier heeft hem mij eerst getoond en dan weer ingepakt. Ik denk dat het destijds wel heel duur spul was. Later heb ik samen met K. nog eens een lading kevlar opgehaald in hetzelfde depot, toen samen met K., mijn baas.
Ikzelf heb (denk ik) nooit iets echts verdachts gezien. Ik was vaak op "den hof", zoals ze dat zeggen, en reed dikwijls op en af, voor een levering of een bestelling op te halen in een winkel. Mijn inziens zijn de mensen die destijds in de Renault-garage werkten op de hoek van de N16 en de Gasthuisstraat [dat zou hier moeten zijn » Google Maps] meer de aangewezen personen om iets verdachts gezien te hebben. Zij hadden namelijk een benzinepomp staan aan de straatkant en moesten toch steeds verschillende meters lopen van de garage naar de pomp om de klanten te bestellen. Ik weet niet of hier eerder al eens iemand aan gedacht heeft om daar een informatie te vragen.
Ikzelf heb het zo beleefd: ik ben er 's morgens toegekomen, de deur van de conciërgewoning was kapotgeschoten, niet 1 gat maar meerdere gaten (sorry voor de uitdrukking), het leek op kaas met gaatjes. Rechtover de conciërgewoning was een garage van canvas met buizen - dus geen gemetselde maar een voorlopige garage - en daarvoor stond de auto van Jos geparkeerd, een Toyota, en alle banden van de auto waren stukgeschoten. Je zag de gaten. Naast de garage in canvas was een hondenhok waar de hond van Jos in zat. Ik geloof dat het een Mechelse herder was, maar vraag mij niet zoveel jaren later of ze die doodgeschoten hebben of niet maar ik dacht van niet.
Alle ramen waren afgedekt zodat je niet binnen kon kijken en meerdere weken later hebben ze mij gevraagd of ik het zag zitten om in de woning te gaan om op te kuisen maar ik heb dat geweigerd. Ik kon dat niet. V. heeft het toen gedaan, dat weet ik nog. Enkele mensen zijn naar de begrafenis van Jos geweest, ook ik. Van Linda of de kinderen heb ik daarna nooit meer iets van gehoord of gezien, wat ik eigenlijk wel heel jammer vind.
Ook gelezen in uw forum: de vraag over de kasten in het labo. De kasten waren grijs met witte schuifdeuren en konden vast met een sleutel. Maar wie er wist dat de vesten daar in lagen is voor mij ook een raadsel. Ikzelf wist wel van het bestaan van de vesten maar waar ze lagen wist ik niet, ook al kwam ik bijna dagelijks in het lab (of tenminste de gang naar het labo). Wel was het zo dat de firma ook andere producten maakte voor het leger, zoals camouflagenetten, tenten, … en ik weet heel zeker dat er geregeld - en dan bedoel ik meerdere keren per jaar - mensen van het leger kwamen, maar wel in burgerkledij, om bepaalde producten te controleren en/of te bekijken. Dikwijls werd er gezegd: "vandaag komt de majoor" en dan werd er eens extra met een bezem rondgegaan. Ik heb die Majoor ook wel gezien; een kleinere man dan ik. Ik ben 1m74, ik denk dat hij rond de 1m70 was, mager met kort zwart haar en een zwarte snor. Maar ja, iedereen had dat destijds hé.
Het enige wat mij nog is bijgebleven van daarna is dat alle mensen die ik eerder opnoemde die in de onderhoud werkten, kort na de feiten, laat ons zeggen, na een jaar, ontslagen waren. En niet altijd met een gegronde reden. Eerder zelfs uitgelokt en dat vind ik nu nog na al die jaren raar.
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube