Parlementaire enquête naar moord op Aldo Moro

De Italiaanse Kamer van Afgevaardigden begint een parlementaire enquête naar de moord op ex-premier Aldo Moro. Aanleiding zijn nieuwe aanwijzingen dat de dood van de christendemocraat in 1978 had kunnen worden vermeden. Er zijn al decennia complottheorieën dat sommige politici de ontvoerde Moro niet uit handen van de Rode Brigades wilden redden omdat het hun beter uitkwam dat hij van het politiek verdween.

Meer » Parlementaire enquête naar moord op Aldo Moro

2

En toch zal Il Cavaliere hier niet gelukkig mee zijn. P2 en zo, weet u wel. Voor een overzicht van hoe de moord had kunnen vermeden worden verwijs ik graag naar het excellente boek van ex-rechter F. Imposimato.

3

De moord op Aldo Moro

De verkiezingen van 1976 draaiden echter uit op de grootste overwinning ooit van de PCI [Communistische partij van Italië] met 34,4 %, en een duidelijke nederlaag van de DCI. Nu vond Aldo Moro de moed om tegen het VS-veto in te gaan. In een "historisch compromis" werkte hij een plan uit om ditmaal zelfs de communisten in de regering op te nemen. Met dit "historisch compromis" in zijn aktetas reden zijn bodyguards hem op 16 maart 1978 naar het paleis van het Italiaans parlement te Rome. De auto zou echter nooit arriveren. Een witte Fiat ramde onderweg de auto van Aldo Moro. Zijn bodyguards werden doodgeschoten. Aldo Moro zelf werd 55 dagen gevangen gehouden, om nadien te worden geëxecuteerd. Italië was in shock en eerste minister Andreotti legde meteen de schuld bij de Rode Brigade.

De parlementaire Gladiocommissie kon jaren later concrete aanwijzingen vinden dat in werkelijkheid de CIA, de Italiaanse militaire geheime dienst en daarin Gladio achter de moord zaten. De kidnapping was weliswaar het werk geweest van de Rode Brigade, maar nog voor zijn dood, gedurende de dagen in gevangenisschap, ontdekte Moro zelf dat de Rode Brigade slechts als instrument diende voor een dieperliggende agenda van extreem-rechtse krachten en de VS. In erg cryptische bewoordingen, zorgvuldig gewikt en gewogen, wist hij zijn vrouw en vrienden de sleutel van de waarheid in enkele brieven over te maken.

Wanneer een uitwisseling van communistische gevangenen door de Rode Brigade werd geëist, in ruil voor een eventuele vrijlating van Aldo Moro, weigerde de voormalige DCI minister, Emilio Taviani formeel. Zich door die valse "vriend" in de steek gelaten voelend, schetste Aldo Moro in een open brief aan de kranten Taviani als volgt, en wilde hiermee enkele bedenkelijke verbanden aantonen:

"In zijn lange politieke carrière , die hij vervolgens plotseling heeft opgegeven, zonder een plausibele reden tenzij het was om zich voor hogere verantwoordelijkheden gereed te houden, heeft Taviani, na ook een korte periode, echter zonder succes, als partijsecretaris te zijn opgetreden, de meest verschillende en belangrijke ministerposten bekleed. Onder deze wil ik om hun belangrijkheid noemen het ministerie van defensie, en dat van binnenlandse zaken, beide lange tijd bekleed met alle complexe mechanismen, machtscentra en geheime vertakkingen die ze met zich meebrengen."

"In dit opzicht kan eraan herinnerd worden dat admiraal Henke, hoofd van de SID geworden en vervolgens stafchef van defensie, een man naar zijn geest was die langdurig met hem had samengewerkt. De belangrijkheid en de delicate aard van de talloze beklede functies kan ons het gewicht verklaren dat hij in de partij en in de Italiaanse politiek heeft gehad, totdat hij het toneel scheen te hebben verlaten. In beide delicate functies die hij heeft bekleed, heeft hij directe en vertrouwelijke contacten gehad met de Amerikaanse wereld. Is er misschien, in zijn harde houding tegenover mij, een Amerikaanse en Duitse vingerwijzing?"

Die retorische vraag was een subtiele manier voor deze man in gevangenschap, wiens dagen waren geteld, om iets te laten doorsijpelen van datgene waarvan hij wist dat het eigenlijk zo was. Toen echter door de Gladiocommissie werd overgegaan tot een diepgaander onderzoek naar de zaak, bleek het volledige dossier van de moord op Aldo Moro uit het ministerie van binnenlandse zaken te zijn verdwenen.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

» YouTube

5

Deze week - op 9 mei - was het 40 jaar geleden dat Aldo Moro werd vermoord door zijn ontvoerders:

40 jaar na de moord op Aldo Moro, de Italiaanse politicus die moest sterven

De lente van 1978 is warm in meer dan één betekenis in Italië. Het land beleeft zijn loden jaren, de anni di piombo, waarin zowel extreem-rechts als extreem-links terreur zaaien. Italië zwalpt al sinds de Tweede Wereldoorlog van de ene crisis naar de andere, met nauwelijks een regering die erin slaagt het een volle legislatuur uit te houden.

Op 16 maart 1978 ontvoert de linkse terreurgroep Rode Brigades op klaarlichte dag Aldo Moro, de voorzitter van de grootste Italiaanse partij, de christen-democraten. 13.000 agenten kammen Rome uit, zelfs de Siciliaanse maffia zou haar diensten aanbieden om Moro terug te vinden, maar uiteindelijk wordt hij pas 55 dagen later, op 9 mei, dood teruggevonden in de koffer van een auto, op een bijzonder symbolische plek.

De christen-democraten waren toen de onbetwiste machtspartij, ze zaten al sinds de oorlog onafgebroken in de regering. Aldo Moro was zelf ook zes jaar premier geweest, maar ging vooral de geschiedenis in als de man die voor een zeer controversieel, maar historisch compromis gezorgd had in de Italiaanse politiek.

Voor het eerst sloegen de twee grootste partijen – de christen-democraten en de communisten – de handen in elkaar, in de hoop stabiliteit in het land te brengen. De communisten zouden een minderheidsregering van christen-democraten vanuit de oppositie steunen, in ruil voor allerlei toegevingen. De communisten van hun kant beloofden met Moskou te breken. Maar Moro zou een zware prijs betalen voor dat “historische compromis”.

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

6

Il caso Moro, 40 jaar mysterie
Veertig jaar later: moord op Aldo Moro na 55 dagen ontvoering, het mysterie blijft

De moord op de oud-premier was een van de meest traumatische gebeurtenissen in de geschiedenis van het Italiaanse republiek. 40 jaar geleden werd de Italiaanse oud-premier en christendemocratisch partijvoorzitter Aldo Moro vermoord door de extreemlinkse Brigate Rosso na een ontvoering van 55 dagen. Op 9 mei 1978 werd in het centrum van Rome zijn met kogels doorzeefde lichaam gevonden. Het lag in de kofferbak van een rode Renault 4. De auto stond symbolisch geparkeerd in de Via Caetani, op enkele meters van het hoofdkantoor van de Partito Communista Italiano (PCI) in Via delle Botteghe Oscure en dat van de Democrazia Cristiana (DC) op de Piazza del Gesù. De moord op de oud-premier was een van de meest traumatische gebeurtenissen in de geschiedenis van het Italiaanse republiek. Ze zorgde later voor heel wat speculaties over mogelijke betrokkenheid en zelfs steun van externe krachten aan deze terroristische actie.

Compromesso storico

De ontvoering van Moro door de Brigate Rosse had twee doelen. In de eerste plaats de vrijlating van medestrijders uit de gevangenis. Ten tweede, en wellicht belangrijker: het einde van de toenadering tussen de twee belangrijkste politieke partijen van toen: de Democrazia Cristiana (DC) en de Partito Communista Italiano (PCI).

Die toenadering staat beter bekend als het compromesso storico, het ‘historisch compromis, waarvan de toenmalige christendemocratische partijvoorzitter de perfecte verpersoonlijking was. Het compromis werd met argusogen bekeken door zowel de revolutionaire extreemlinkse krachten als de belangrijkste NAVO-partners, zoals de Verenigde Staten. De Koude Oorlog was volop aan de gang. Italië was hierin een strategische NAVO-bondgenoot door haar geografische ligging en de aanwezigheid van talrijke Amerikaanse basissen.

De PCI, onder leiding van de populaire Enrico Berlinguer, behaalde bij de parlementsverkiezingen van 1976 haar hoogste score ooit (34,4%). Het was zo de grootste communistische partij in West-Europa. Deze electorale groei verontrustte niet alleen de Democrazia Cristiana (DC), maar ook het Vaticaan en vooral de Amerikaanse NAVO-bondgenoot.

De christendemocratische partijvoorzitter Aldo Moro zocht de volgende twee jaar toenadering tot de PCI, met de hoop de partij vroeg of laat mee in het regeringsbad te trekken. Hij probeerde zo de Italiaanse democratie een dienst te bewijzen door deze belangrijke politieke kracht te ‘institutionaliseren’. Tegelijk probeerde hij de opgang van het Italiaanse communisme te stoppen. Het tijdstip van de ontvoering van Moro, op 16 maart 1978, was dan ook niet toevallig gekozen. Die dag stond in de Italiaanse Kamer de vertrouwensstemming gepland van de regering Andreotti IV. Hij werd de eerste en enige Italiaanse premier die sinds 1947 het vertrouwen van de Italiaanse communisten zou krijgen.

Externe machten

Na de ontvoering, waarbij de politie-escorte van Moro werd afgemaakt, werden er meer dan 72.460 wegblokkades en 37.702 huiszoekingen georganiseerd. Meer dan 6.413.713 mensen en 3.383.123 voertuigen werden gecontroleerd. Vreemd genoeg zonder enig resultaat.

Eén van de hypotheses die dan ook in de loop van de jaren werd geopperd, is dat bepaalde ‘krachten’ Aldo Moro niet wilden terugvinden. De theorie gaat dat de  extreemlinkse terroristen direct of indirect hulp kregen bij de ontvoering van al dan niet clandestiene geheime diensten. Niet iedereen binnen de Democrazia Cristiana en daarbuiten was even tevreden met het compromesso storico, waaronder Giulio Andreotti.

Vooral de jaren 70 werden later in Italie bekend als die van de strategia della tensione (spanningsstrategie) en de anni di piombo (loden jaren). Tientallen aanslagen uit extreemrechtse en –linkse hoek probeerden de prille Italiaanse democratie te destabiliseren.

Caso Moro

Een reeks elementen droeg bij tot het ontstaan van een ‘caso Moro’, waardoor deze gebeurtenis reeds snel in het rijtje van de talrijke Italiaanse onopgeloste mysteries kwam te staan. Eén van de getuigen van de ontvoering, een zekere Alessandro Marini, kreeg dezelfde avond van zijn politieverhoor een dreigtelefoon met het advies te zwijgen. Hij verhuisde kort daarna voor drie jaar naar Zwitserland. Een andere getuige maakte die dag een tiental foto’s van de vreselijke moordscène. Nadat hij de foto’s aan het gerecht had overhandigd, werden ze nooit meer teruggevonden. Wie of wat stond er op de foto’s? Waarom moesten ze verdwijnen?

In Via Stresa, tweehonderd meter van de Via Fani, de plaats van de ontvoering, bevond zich die ochtend ‘toevallig’ kolonel Guglielmi van de SISMI, de Italiaanse Militaire Geheime dienst. Achteraf bleek dat hij deel uitmaakte van de divisie die de clandestiene anticommunistische paramilitaire organisatie Gladio (of stay-behind) bestuurde. Deze organisatie was actief in vele West-Europese landen, waaronder ook België. De directe superieur van Guglielmi, generaal Musumeci, was lid van de illegale loge P2. Bovendien werd hij in 1988 veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de zeer bloedige aanslag in het station van Bologna. Ook hij was aanwezig in de Via Stresa.

Vele vragen

Volgens de getuigenis van Moro’s vrouw Eleonora had haar man steevast vijf boekentassen bij zich: één met vertrouwelijke documenten, één met  medicijnen en persoonlijke spullen, en drie gevuld met krantenknipsels en papers van zijn studenten.

Direct na de onvoering van Moro werden er echter maar drie van de vijf tassen teruggevonden in de wagen. De tas met geheime documenten en die met de medicijnen waren verdwenen en werden nooit meer teruggevonden. Hoe wisten de terroristen welke boekentassen ze juist moesten meenemen?

Door wie waren de Brigate Rosse op de hoogte gebracht van de autoroute, gezien die elke dag veranderde? Hoe was het mogelijk dat het laatste schuiladres van de gijzelaars in het hetzelfde gebouw lag als dat van enkele schuiladressen van de hierboven reeds vermelde SISMI? Waarom werden de Brigate Rosse, die met hun slachtoffer zeker drie keer van schuiladres veranderden, nooit gecontroleerd door de politie? Was er inderdaad reeds contact met de ‘leider’ van de Brigate Rosse, Mario Moretti, zoals de resultaten van een van de vele parlementaire onderzoekscommissies doet vermoeden?

Maffia

In het boek Airone 1, Retroscena di un’epoca verklaarde de toenmalige commandant van de Romeinse recherche, Antonio Cornacchia, dat hij onmiddellijk na de ontvoering van Moro gecontacteerd werd door de Siciliaanse maffia. Onder andere Stefano Bontate, Salvatore Inzerillo en Pippo Calò, de capi dei capi van Cosa Nostra, hadden hem laten verstaan dat ze op de hoogte waren van het onderduikadres van de gijzelnemers.

Ook de clandestiene geheime dienst Noto Servizio of Anello, bestaande uit voormalige functionarissen van de fascistische Repubblica di Salò, conservatieve ondernemers en industriëlen, extreemrechtse figuren uit de onderwereld, en functionarissen van het Vaticaan, waren op de hoogte van de verblijfplaats van de gegijzelde Moro. Maar beide groeperingen lieten na enkele dagen verstaan dat ze wegens hele hoge politiek druk, lees Giulio Andreotti, werden opgedragen de dingen hun beloop te laten. Waarom?

Kissinger

De precieze toedracht rond de ‘caso Moro’ zal waarschijnlijk nooit uitkomen, net zoals dat ook bij de Bende van Nijvel nog steeds niet het geval is. Eén ding is zeker: Moro was niet graag gezien door de internationale gemeenschap en vooral de Amerikaanse regering. Henry Kissinger liet zich diverse malen zeer negatief uit over de christendemocraat. Het is zeer onwaarschijnlijk dat de CIA direct of indirect betrokken was bij de ontvoering van Moro, maar ze lieten hem wel aan zijn lot over.

Zoals 55 dagen eerder was gebeurd ter gelegenheid van het bloedbad in Via Fani bij de ontvoering van Moro, kwamen na het bekendmaking van de vondst van Moro’s doorzeefde lijk tienduizenden Italianen op straat om hun steun te betuigen aan de democratische instellingen. De bevolking had meer dan genoeg van het extreemlinkse en -rechtse terrorisme en snakte naar rust. De anni di piombo zouden nog enkele jaren duren, maar de jaren 80 werden voor Italië wel i migliori anni della lora vita.

Bron: Doorbraak | Philip Roose | 11 Mei 2018

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

7

Het is altijd heel raar geweest dat iemand die de KP in de regering zet, na minstens twee jaar bemiddelen, door de linkse Rode Brigades om het leven werd gebracht. Infiltratie van rechts of mensen van veiligheidsdiensten die door rechts waren gerekruteerd zouden daar wel van betekenis kunnen zijn. Zoals ook in de reportage hierboven van BBC wordt beweerd.

En die infiltrant was er wel degelijk al één jaar voor Moro werd vermoord. Infiltrant van de Club van Bern, de Europese samenwerking van de veiligheidsdiensten.

Ik heb te weinig tijd gehad om de Amerikaanse connectie met Europese veiligheidsdiensten te checken maar vergeet niet dat de Transatlantische band één van de peilers van Europa was en steeds is. In die zin zou het me niet verwonderen dat de USA grote invloed had en heeft op de Europese veiligheidsdiensten.

Als je in België al kijkt naar wapenhandel en drugshandel dan is DEA en CIA nooit ver weg, al zeker niet in de 60-er tot 80-er jaren. En ook daar zal de Belgische veiligheidsdienst per definitie een grote rol hebben gespeeld.

Ziet iemand ook de parallellen?

Yep, en wss heel wat mensen die met de Bende van Nijvel bezig zijn. De enige vraag die we misschien ooit zullen kunnen oplossen is wie de Belgische pionnen waren (en dan komt voor mij Bouhouche en entourage naar voren) en waarom ze bepaalde feiten gepleegd hebben, of lieten plegen (want weer voor mij heeft Bouhouche zelf niet aan de uitvoering deelgenomen, mss enkel Dekaise). Het hele internationale plaatje zullen we nooit te weten komen.