1

PIO - Public Information Office - werd opgericht in 1974 op initiatief van defensieminister Vanden Boeynants en generaal Roman. Het functioneerde als inlichtingendienst en propagandamiddel voor het Belgisch leger. Het Wordt in 1979 opgeheven en werd geleid door majoor Jean Bougerol.

Het PIO was een initiatief van VDB om de jongeren van een carrière in het leger te overtuigen. Het idee om Bougerol de leiding te geven, kwam dan weer van Nicolas de Kerchove d’Ousselghem. Paul Latinus heeft nog voor deze dienst gewerkt (het was Robert Thomas die hem introduceerde bij PIO). Ook het Front de la Jeunesse verrichtte hand- en spandiensten voor het PIO. Hun leider, Francis Dossogne, hield systematisch dossiers bij over linkse politieke tegenstanders en sluisde ze door naar het PIO-archief.

VDB wou een beroepsleger oprichten en de dienstplicht afschaffen. Maar er rees veel verzet tegen de plannen. Het PIO moest dit verzet met propaganda breken en majoor Bougerol moest een en ander in goede banen leiden. Hij kreeg de opdracht om de jongeren te wijzen op het rode gevaar en hen aan te moedigen te kiezen voor een carrière in het leger. Heel wat beroepsofficieren werden als lesgever gerekruteerd. De bekende Vlaamse luchtmachtkolonel en wapenlobbyist Herman Candries was een van hen. Kandidaten werden onder meer verleid door een affiche waarop een kind werd afgebeeld gestoken door een geweer met bajonet en de tekst: "Viens à l'armée. Apprends un métier: abattre."

Bougerol: "PIO is ontstaan vanuit het idee dat de pers erg belangrijk is. Journalisten zijn zowel tot het beste als het slechtste in staat. Men moet dus aan de weg timmeren. Generaal Roman was een man met visie en wou van de pers een onderdeel van defensie maken. Via het Speakers Bureau richtten we ons ook tot service clubs om de politiek van VDB uit te dragen. Eigenlijk was het de bedoeling om alle jongens vanaf hun achttiende verplicht naar het leger te sturen. Studeren kon later en we hoopten zo die linkse heethoofden in het gareel te krijgen. Politiek was dit niet haalbaar en dus opteerden we voor een beroepsleger. Er was niet alleen de communistische vijand maar ook de bin- nenlandse subversie. Het linkse rapaille moest terug opgevoed worden!"

Bouten: PIO functioneerde ook als een inlichtingendienst.
Bougerol: "Dat is toch normaal. We moesten weten wie onze politieke tegenstanders waren. Als u me toen had opgezocht wist ik zelfs de kleur van uw sokken, alvorens u hier binnenstapte."

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

In 1970 was er een grondwetswijziging (zonder akkoord van de koning) ivm decentralisatie voor de nieuwe gewesten. Op 20.01.1972 werd VDB minister van landsverdediging. In de zomer van 1973 zegt hij neen om de rol van leider bij de staatsgreep waar te nemen, maar in 1974 is hij wel bij de oprichting betrokken van PIO waar ook de mensen present tekenen die bij de eerdere staatsgreep betrokken waren.

PIO was voorzien om kandidaten te lokken voor een beroepsleger, maar was evenzo een inlichtingsdienst die niet alleen het leger dienstig was, maar ik vermoed ook en vooral voor VDB en diens tegenstanders (politiek en zakelijk). Zie quote Bougerol: "we moesten weten wie onze politieke tegenstanders waren".

3

Korte samenvatting van PIO uit het doctoraat van Klaartje Schrijvers:

PIO werd opgericht in 1974 door majoor Bougerol in opdracht van Min. van Landsverdediging Paul Vanden Boeynants. Het gaf revue "Inforep" uit en bracht het standpunt van het leger over naar een brede laag in de bevolking, via lezingen en debatten.

De organisatie bestond uit militaire (militaire conferenciers en een actiegroep, die op vergaderingen zoveel mogelijk tegendraadse stellingen moesten innemen) en civiele tak (vanaf 1977 publicatie van het bulletin Inforep, een op anticommunisme en antisovjetisme toegespitst persoverzicht op 200 exemplaren).

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

Op 13 december noteerde Florimond Damman in zijn agendaboekje het volgende:

"Inforep", périodique publié par le Public Information Office, dirigé par Legon (?) et un mystérieux Hugues Miller. Hugues Miller avait le pseudonyme du Major Jean Bougerol (SDRA)."

Wat was er nu gebeurd opdat Damman geïnteresseerd geraakte in het blad Inforep en de figuur majoor Jean Bougerol? Het antwoord vinden we in het 25ste congres van CEDI te Madrid dat in december 1976 had plaatsgevonden en waaraan Jean Bougerol had deelgenomen. Op diezelfde meeting waren ook Jean Violet, François Vallet, Antoine Pinay, Carlo Pesenti, Alfredo Sanchez-Bella en Florimond Damman aanwezig. Bougerol had zich bij die gelegenheid voorgesteld als Chef van het Public Information Office (PIO) en als SDRA-agent.

Het PIO werd opgericht in 1974 door majoor Bougerol in opdracht van de toenmalige minister van defensie Paul Vanden Boeynants en Benoit de Bonvoisin. Het werd gefinancierd door de firma PDG die resideerde in dezelfde lokalen waar ook de CEPIC gevestigd was, rue Belliard 39 te Brussel. PIO gaf een revue uit Inforep die naar de toenmalige opinieleiders werd gestuurd, en waarin doortastend de zogenaamde "ware" toedracht werd beschreven aan de hand van tot dan toe ongekende informatie.

Met Bougerol had Damman er een nieuwe connectie bij, die we echter moeten situeren bij de militaire elite in het Europeïstische verhaal. Met PIO zitten we stevig verankerd in de militaristische tegenbeweging als reactie op de flower power en de vredesbeweging van de jaren 1960. De studentenrevoltes van mei 1968, de contestatie van de gevestigde orde en de Vietnamoorlog, beïnvloedden aanzienlijk de publieke opinie ten aanzien van het leger en alles wat militair was. In die context groeide de idee van een tegenoffensief, dat moest gerealiseerd worden via militaire conferenciers. Militairen met een redenaarstalent werden uitgekozen om via lezingen en debatten het standpunt van het leger over te brengen naar een brede laag in de bevolking. Algauw kregen die militaire conferenciers de benaming Speaker's Bureau.

Het initiatief werd gesteund door de Service Général du Renseignement de la sécurité (SGR) en de Service de Documentation, de Renseignements et d'Action (SDRA). In 1973 kwamen een aantal verantwoordelijken binnen het leger tot de bevinding dat er dringend iets moest gedaan worden aan de verdediging van het leger tegen de subversieve actie die door sommige massamedia werd gevoerd. Het kwam erop aan niet alleen buiten het leger te reageren naar de publieke opinie toe, met het oog op het aanwerven van toekomstige dienstplichtigen, maar ook binnen het leger zelf, om te vermijden dat ook de militairen zelf door de subversie zouden worden aangetast. De leiding van het PIO werd toevertrouwd aan majoor Jean Bougerol, die bekend stond als getalenteerd militair conferencier en een te geduchten verwoorder van de antisubversie gedachte.

Er waren twee takken binnen PIO, een militaire en civiele. De militaire branche omvatte zowel de militaire conferenciers als een actiegroep, die op vergaderingen zoveel mogelijk tegendraadse stellingen moesten innemen. Met dit laatste deed PIO duidelijk aan activisme: georganiseerde sabotage van conferenties, infiltratie van verenigingen en groepen die geacht waren de stellingen van het leger genegen te zijn zoals de NEM-clubs en CEPIC. Soms werd van de leden van PIO verwacht ook aan de stemmingen op vergaderingen deel te nemen, met als doel een aantal personen in de minderheid terug te dringen. In andere gevallen werden colleges in de vorm van lezingen gehouden voor extreem-rechtse groeperingen zoals de Forces Nouvelles.

De burgerlijke branche ging vanaf september 1977 over tot de publicatie van het bulletin Inforep, een op anticommunisme en antisovjetisme toegespitst persoverzicht, met een oplage van 200 exemplaren. Dit blad was zowel bestemd voor de militaire conferenciers als diverse diensten van het leger, de rijkswacht, de staatsveiligheid en een aantal ministerkabinetten. Diverse leden van SGR en SDRA werken op permanente wijze nauw samen met PIO.

Vanaf het begin zorgde PIO ervoor dat naast de antisubversie-actie ook een dekmantel bestond voor het uitwerken van inlichtingenrecherche en contra-informatie. In verband met die activiteiten maakte majoor Bougerol verscheidene reizen naar het buitenland, onder meer naar Taiwan in 1976, Libanon in 1979, maar ook Spanje, Ierland, Portugal, Italië, Nederland en Frankrijk.

In het kader van die opdracht wist Bougerol een heel netwerk uit te bouwen dat door de ingewijden de "Miller-groep" werd genoemd. Miller was zoals uit de notitie van Damman al bleek de schuilnaam van Bougerol. Antisubversieteams werden samengesteld in verscheidene groepen, verspreid over een aantal streken. In november 1978 waren bij de activiteiten van PIO in totaal 445 personen betrokken, waarvan militairen, reserve-officieren en burgers. Maar PIO kostte handenvol geld, en was bovendien financieel erg afhankelijk van de actiedienst van het Ministerie van Landsverdediging en dus van Paul Vanden Boeynants.

De uitgewerkte structuur ontving maandelijks 600.000 Bfr. en op het einde van 1978 was de schuld ten aanzien van de Miller-groep meer dan twee miljoen. De militaire gezagsdragers besloten dan ook om PIO te ontbinden. In 1979 werd PIO definitief opgedoekt. Er waren ook problemen rond de figuur Bougerol, die indiscretie werd verweten en het feit dat hij onmogelijk de clandestiniteit kon vrijwaren. We herinneren eraan dat hij zich inderdaad openlijk op een meeting van CEDI te Madrid had voorgesteld als chef van PIO en als SDRA-agent. Ten eerste bestaan twijfels over het waarheidsgehalte van die laatste claim, ten tweede behoorde een SDRA-agent zijn functie niet te openbaren.

Maar er was meer aan de hand. Van bij de oorsprong van PIO was echter ook de NV Promotion et Distribution générales (PDG) betrokken bij de financiering van een aantal PIO-activiteiten en van Inforep. PDG werd opgericht in 1971 en stond onder leiding van Jean-Marie Detournay, maar werd in werkelijkheid volledig gecontroleerd door Benoit de Bonvoisin, goede vriend en geestesgenoot van Paul Vanden Boeynants. De NV had als doel het voeren van internationale industriële promotie en public relations in Afrika, Latijns-Amerika en het Midden Oosten. De vennootschap verzorgde ook de promotie en commercialisering van een brandstofbesparingsoctrooi, de SVB 3, eigendom van een Panamese vennootschap.

Vooral belangrijk is dat PIO misschien wel werd ontbonden, maar dat Inforep bleef voortbestaan en wel dankzij de financiële steun van PDG. Ook Bougerol bleef achter de schermen zich bezighouden met inlichtingenwerk en contra-informatie, en zijn bindingen met extreem-rechts zoals de NEM-clubs en Front de la Jeunesse werden steeds intenser. Pas in 1981 vertrok Bougerol definitief uit de dienst. PDG zelf ging failliet in 1984.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite in de korte 20ste eeuw | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

5

Waar in de literatuur van extreem-rechtse invloeden in de rijkswacht sprake is, wordt vaak in één adem ook gesproken van relaties tussen extreem-rechtse groepen en het leger, althans militairen in actieve dienst. Hun vermeende aandeel in de misdaden van de Bende van Nijvel wordt in de literatuur echter niet zo uitgerafeld als dat van bepaalde ex-rijkswachters. Het enige echte belangrijke aanknopingspunt waar somtijds op wordt gewezen, is het optreden van een zekere majoor Jean Bougerol.

Deze legerofficier kreeg - blijkens het rapport van de onderzoekscommissie die in 1990-1991 het bestaan in België van een clandestien internationaal inlichtingennetwerk naging - in 1974 de leiding over het Public Information Office (PlO). Dit bureau werd toen door de legerleiding opgericht om enig tegenwicht te kunnen bieden aan wat zij beschouwde als subversieve berichtgeving over het leger in de media. Het kende - want het werd eind 1978 ontbonden - twee afdelingen.

Enerzijds een militaire afdeling die niet alleen conferenciers telde maar ook een actiegroep omvatte die niet-welgevallige conferenties saboteerde en infiltreerde in verenigingen en groepen die a priori geacht werden de stellingen van het leger gunstig gestemd te zijn: de NEM-clubs, het CEPIC en ook genootschappen als de Confrérie des hospitaliers de Notre-Dame d'Aulne in de streek van Charleroi. Anderzijds een burgerlijke afdeling die vanaf 1977 een anti-communistisch persoverzicht verspreidde, INFOREP genaamd.

Verder bouwde Bougerol onder de dekmantel van het PlO een (illegale) parallelle inlichtingendienst op - de Miller-groep -, die was samengesteld uit verschillende eenheden (van 4 personen), verspreid over een aantal streken van het land en met name in Henegouwen.

Wat heeft dit alles te maken met de Bende van Nijvel? De gedachte van sommige auteurs is natuurlijk niet dat het PlO zelf een aandeel heeft gehad in de misdaden van de Bende van Nijvel. Ook valt nergens de these te lezen dat Bougerol hier in persoon bij betrokken zou zijn geweest. Wat wel wordt gesuggereerd is dat het PlO, in al zijn gedaanten, mede voorwaarden heeft geschapen waarin, enkelejaren later, de Bende van Nijvel tot ontwikkeling kon komen. Om het te zeggen met de woorden van [Hugo] Coveliers :

"Is het echt 'staatsgevaarlijk' te denken dat er mogelijke aanwijzingen over de motieven van de Bende van Nijvel gevonden zouden kunnen worden in het kader van dit vrij bizarre Public Information Office? Blijkt de band met extreem-rechts niet voldoende?"

Om het belang van deze suggestie - die volgens de beschikbare literatuur niet serieus is uitgediept - te begrijpen is het noodzakelijk om iets te weten over "de band met extreem-rechts". Ook volgens de eerder genoemde onderzoekscommissie moet hierbij allereerst worden gedacht aan het feit dat, ook al hebben er geen structurele banden tussen het PlO, het Front de la Jeunesse en de WNP bestaan, Bougerol wel in persoon sterke bindingen had met leden van beide extreem-rechtse organisaties; zo werd in 1977 Latinus als inlichtingenagent door het PlO aangetrokken.

Verder is al sedert het begin van de jaren tachtig bekend dat Bougerol nauwe contacten onderhield met extreem-rechtse voormannen van het CEPIC en dat het tijdschrift INFOREP, waarvan hij tussen 1976 en 1978 de hoofdredacteur was, tot 1980 (dus tot na de opheffing van het PlO) voor een deel werd gefinancierd door de PDG (Société de Promotion et de Distribution Générale) die op haar beurt, via een tussenpersoon, onder toezicht stond van de Bonvoisin.

Tenslotte moet worden vermeld dat Bougerol zich zeker tot in 1980 bleef bezighouden met inlichtingenwerk en tot op dat moment zeker nog contacten onderhield met één lid van de veiligheid van de staat. Van structurele contacten tussen deze dienst, de algemene dienst inlichting en veiligheid van het leger (SGR), en het PlO is evenwel nooit gebleken.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Een interview met Bougerol over PIO:

[youtube]DCKkuGyvo_k[/youtube]

Uit 'De namen uit de doofpot':

Voor Raes was het PIO de grootste nederlaag van zijn dienst: "Men heeft me om de tuin geleid. Ik heb zo dikwijls aan mijn militaire collega's gevraagd: Wat is dat daar met majoor Jean Bougerol? Wij stelden dit en dat en zus en zo vast. Geen reactie, of in het beste geval: "We zullen zien". Ik heb een brief geschreven dat Bougerol daar weg moest. Geen reactie. Ze hebben me beetgenomen, sommigen van mijn militaire collega's.' (*)

Het Public Information Office werd in 1974 door de legerleiding opgericht om enig tegenwicht te bieden aan wat zij subversieve berichtgeving over het leger beschouwden. De leiding berustte bij majoor Jean Bougerol, die de onvoorwaardelijke steun kreeg van luitenant-generaal Roman, stafchef van de landmacht. Het PIO bestond uit twee takken: een burgerlijke en een militaire.

De leden van de militaire branche moesten infiltreren in en gebruik maken van verenigingen die het leger gunstig gezind waren, zoals de NEM-clubs, CEPIC, maar ook de duistere ridderorders zoals Confrérie des Hospitaliers de Notre-Dame d'Aulne, de Ordre Souverain et Militaire de Temple de Jérusalem en de Milice de Jésus-Christ. Van PIO-leden werd verwacht dat ze binnen die organisaties aan de stemmingen deelnamen om zo hun standpunt te kunnen doordrukken. In andere gevallen werden colleges en lezingen gehouden voor extreem-rechtse groeperingen zoals het Front de la Jeunesse.

(*) Humo | 23 september 1993

8

Deze zogenaamde Gladiocommissie werd eind 1990 ingesteld om duidelijkheid te krijgen over het stay behind-netwerk in België dat hier na de Tweede Wereldoorlog net als in een serie andere landen van Europa opgericht werd om het verzet te organiseren in geval van een eventuele buitenlandse invasie. Deze clandestiene maar officiële verzetscellen vielen onder de verantwoordelijkheid van de militaire inlichtingendienst en de Staatsveiligheid, maar het was de vraag of er net als in Italië ook parallelle, extreemrechtse kopieën van bestonden, en of het PlO er zo een kon zijn.

Echt uitgebeend werd dat niet. Volgens het verslag van de commissie maakte Bougerol een aantal buitenlandse reizen, onder meer naar Taiwan,'waar er een school voor psychologische oorlogsvoering bestaat' en richtte hij in een aantal steden kleine antisubversieteams op, en een inlichtingenbranche. Krijtlijnen waren voor de anderen, en zelfs zijn vrienden riepen hem op het matje. De toenmalige administrateur-generaal van de Staatsveiligheid Albert Raes zei in een interview eind 1993 tegen mij [Hilde Geens] dat hij een brief aan de militaire overheid geschreven had dat Bougerol daar weg moest. "Geen reactie. Ze hebben me beetgenomen, sommige militaire collega's van mij."

Binnen het leger was men nochtans ongemakkelijk over het PlO en de leiding schafte de dienst af, maar hij bleef met privéfondsen heimelijk verder bestaan. Dery en andere kopstukken werden daarover aan de tand gevoeld in het parlement. Het PlO was sinds het leger er afstand van nam een privé-inlichtingendienst geworden die concurreerde met de officiële inlichtingendienst, maar ten dienste van wie of wat, is ook door de Gladio-commissie niet opgehelderd.

Bron: Beetgenomen | Hilde Geens

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

9

Un Correspondent de PIO dans la région de Charleroi fut le colonel de gendarmerie à la retraite Pelouse. Il était, encore au printemps 1981, chargé d’achter et d'examiner toute la presse locale de Charleroi et d’en extraire les extraits significatifs. Pour ce travail il se rendait propres dires, il était payé 5.000 fr. par mois plus ses frais de déplacement.

Selon lui, il y avait dans toutes les villes belges d’une certaine importance  d'autres officiers retraites ou de réserve qui effectuaient le même travail et recevaient un rémunération analogue. Le colonel semblait sincèrement persuadé qu’il effectuait ce travail pour le compte du ministère de la Défense Nationale.

Bron: Niet duidelijk, ik vermoed het archief van De Bock

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

10

Un article de Frank De Moor dans l’hebdomadaire Knack du 4 mai 1988 indique que les activités du Public Information Office (PIO) se déroulent grâce au soutien financier de la SA PDG (cfr. instruction Collin relative à la SA PDG/et de Bonvoisin) auraient été beaucoup plus occultes que ne semble l’indiquer les pièces officielles de ce dossier.

Il y aurait lieu en effet de s’interroger sur la destination finale du matériel photographique important acheté dans le cadre de cette activité du PIO, de préciser la portée des voyages en Irlande, en Grèce, en Chine nationaliste … du major Bougerol, les activités de son adjoint Hans Hoggart, actuellement major du SDRA, en mission à Washington.

Le PIO a été un instrument de renseignements mis en place par le Minister de la Défense Nationale, Paul Vanden Boeynants en 1976, avec le lieutenant-général Roman (Chef d’Etat Major de la Force Terrestre) et le baron Benoît de Bonvoisin.

L’objectif du PIO était de contrer la subversion anitmilitaire rencontrée notamment chez les lycéens à l’occasion de la proposition de Paul Vanden Boeynants de rendre obligatoire l’accomplissement du service militaire dès l’âge de 18 ans.

A cette fin, pour éviter de devoir émarger ces dépenses de lutte anti-subversive, au budget du ministère de la Défense Nationale, ce qui aurait provoqué un débat parlementaire sur la question, Paul Vanden Boeynants s’est servi de la société PDG par l’intermédiaire du baron de Bonvoisin (trésorier à l’époque du CEPIC dont Paul Vanden Boeynants était également président).

Plusieurs articles de presse qui n’ont pas encore été démentis relatifs au baron de Bonvoisin (qui a l’habitude d’assigner en calomnie les journalistes dès qu’une information inexacte à son sujet est diffusée) mentionnent que Paul Latinus a été employé à PIO.

Cette information n’est pas dénuée d’intérêt lorsqu’on sait que Paul Latinus a été "le maréchal" d’une autre organisation, le WNP ceci a une époque où il était attaché au cabinet de Mme Goor, à la Région Bruxelloise. (1)

(1) A noter qu’au cabinet de Mme Goor était employée Claudine Falkenburg (petite amie de Jean Bultot) dont on a retrouvé des notes relatives à des instructions de tir, près d’une voiture incendiée dans le bois de la Houssière. 

Bron: Rapport Godbille

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube