Dat Cathérine Van Camp haar jeugdvriend Rodolphe Culot zou herkend hebben, strookt niet met eerdere verklaringen van haar en hoe de overval zich volgens de meeste geschreven bronnen heeft afgespeeld.
Maar het is nog maar de vraag of ze zijn naam daadwerkelijk ooit genoemd heeft, want als je de tekst van Bouten (zie eerste post in dit topic) hierover leest, dan staat er letterlijk:
Ben wrote:Toen Guy Bouten haar op 25 januari 2006 voor het eerst ontmoette, zei ze hem "que la police connaît un des meurtriers de mon père", zonder de naam van de verdachte te noemen.
Heeft ze later dan wel zijn naam genoemd of heeft Bouten die naam er zelf opgeplakt? Bij mijn weten is de enige andere persoon die Culot aan de roofmoord op Van Camp linkt Claude Nitelet, in datzelfde boek van Bouten nota bene. Andere auteurs vermelden hem nooit. Zijn hier misschien uiteenlopende elementen – Van Camp die meent dat de politie de dader kent, Nitelet die zijn gewezen misdaadkompaan Culot aan Ohain linkt en het feit dat Culot in zijn jeugd een vriend/kennis van Van Camp was – door de auteur samengesmolten tot één verhaal? Er staan trouwens wel meer dingen in dat boek van Bouten over Culot waar ik serieuze twijfels bij heb, zoals zijn verleden bij het SIE of het feit dat hij 190 cm groot zou geweest zijn (foto’s die in het verleden online circuleerden doen toch iets anders vermoeden, bovendien was er in Ohain geen sprake van zeer grote daders).
Als Van Camp twee jaar eerder met Hilde Geens in gesprek is zegt ze:
Van Camp: "Eén ding weet ik wel, de dader die op ons geschoten heeft in de keuken, zit nu in de gevangenis. Hij zou gezegd hebben dat het er die nacht ‘heel grappig’ toegegaan was in Les Trois Canards, want ‘één van de meisjes had in haar broek geplast’. In feite had de dader, toen hij op die jobstudente vuurde, door de koelkastdeur geschoten, daar stond een fles witte wijn in, en die was uitgelopen. (…) Hij is ondertussen uitgeleverd aan Tunesië of Marokko, vertelden de speurders, maar dat is alweer jaren geleden. Op een dag, toen die man nog in een Belgische cel zat, moesten we met het vroegere personeel van Les Trois Canards naar Jumet komen voor een identificatie. (…)"
Die man moet Mohammed El Bourajradji geweest zijn, volgens de verslagen van de Bendecommissie zijn alle getuigen in Les Trois Canards met hem geconfronteerd.
Bron: Humo | oktober 2004
Kortom, Van Camp laat bij Geens iets gelijkaardig optekenen – de dader is gekend door de politie maar noemt ook hier geen naam – maar hier laat ze met enkele details wel duidelijk uitschijnen dat ze daarmee El Bourajradji bedoelt, een conclusie die ook Geens trekt, en zeker niet iemand als Culot. Beetje raar als ze dan twee jaar later bij Bouten wel met Culot zou zijn afgekomen.
Merk ook op dat de anekdote over de jobstudente die in haar broek plaste bij Geens wordt toegeschreven aan (hoogstwaarschijnlijk) El Bourajradji, terwijl Bouten deze anekdote toeschrijft aan Adriano Vittorio (die hij op dat moment om een vergezochte reden – de ene was een Marokkaan en de andere werd in Tunesië geboren – wel ziet als een mogelijke mededader van El Bourajradji, terwijl er voor zover ik weet geen enkele aanwijzing is dat beide elkaar kenden). Ik denk dus dat er door Bouten heel veel op een hoopje gegooid is.