1

In het topic over Yves Zimmer kan je al een stuk lezen over getuige VM1. Voor de volledigheid geef ik hieronder het hele verhaal uit het boek "De X-dossiers, wat België niet mocht weten over de zaak-Dutroux" van Annemie Bulté, Douglas De Coninck en Marie-Jeanne Van Heeswyck:

(...) Yves Zimmer kwam later in opspraak in de zaak-Reyniers, werd ook veroordeeld en geschorst, maar later gerehabiliteerd. Hij belandde als commissaris bij de GP van Aarlen. Het was zijn ploeg die dienst had toen de verdwijning werd gemeld van Laetitia Delhez. Zimmer is daardoor de verantwoordelijke geworden voor de inbreng van de GP in het onderzoek te Neufchâteau. Er is één nevendossier dat Zimmer zich begin 1997 persoonlijk heeft aangetrokken: VM1. Dat is de code van de meest anonieme van alle anonieme Neufcháteau-getuigen. VM1 is geen zielig meisje dat in de verhoorkamer tegen een beschadigd geheugen zit te vechten, het is geen neurotica of een MPS-patiënte, het is ook geen travestiet. VM staat voor Victime Moeurs. Zijn beroep: gangster.

VM1 is een bekende figuur in de Brusselse onderwereld. Hij heeft enkele gewapende overvallen op zijn actief. Slechts één politieman kent, vanwege zijn ervaring, het geheim dat VM1 al bijna vijftien jaar lang torst. Het is Yves Zimmer. Hij kent VM1 niet persoonlijk, maar is in een ver verleden op zijn naam gestoten. Voor zover Zimmer kon nagaan, fungeerde VM1 een kwarteeuw geleden onvrijwillig als seksobject en begon hij op latere leeftijd dan een actieve, 'logistieke' rol te vervullen in een netwerk van kinderprostitutie. Zimmer is altijd blijven hopen op een gelegenheid om hem ooit aan de praat te krijgen. Eind 1996 is hij gaan uitzoeken wat er van VM1 geworden is. Groot is zijn verbazing wanneer blijkt dat de man zovele jaren later tipgever geworden is van de rijkswacht. Zimmer gaat op zoek naar de runner en stoot op een van enthousiasme overlopend Kuifje-type. De jonge rijkswachter heet Marc Toussaint en is wachtmeester bij de brigade in Ukkel.

In de eerste helft van 1998 haalt Toussaint meermaals de landelijke pers. Een eerste keer komt dat doordat hij ontslag heeft genomen als rijkswachter en in interviews zijn oversten ervan beschuldigt pooiers en gangsters een hand boven het hoofd te houden, een tweede keer doordat de Brusselse onderzoeksrechter Jacques Pignolet bij hem een huiszoeking verricht en documenten aantreft die uit het onderzoek-Neufcháteau komen. Bij een derde gelegenheid, kort na de ontsnapping van Dutroux, ontpopt Toussaint zich tot originele actievoerder. Hij trekt een tent op voor de deur van rijkswachtbaas Willy De Ridder om diens ontslag te vragen.

Later blijkt dat Toussaint samen met onder meer de Brusselse psychiater André Pinon - de aanstichter van het eerste onderzoek naar de Roze Balletten - op eigen houtje graafwerken is gaan verrichten bij een oude man in Schaarbeek. Die beweerde dat Patrick Derochette zijn tuin met lijken heeft bezaaid en dat het Brusselse gerecht het vertikte om die te komen opgraven. "Het is mij bekend dat velen zich vragen stellen over mijn optredens in die periode", zegt Marc Toussaint nu. "Ik wou provoceren, omdat ik van dichtbij getuige ben geweest van de moord op een onderzoek. Niemand hoefde te weten dat ik maandenlang rechtstreeks onder het gezag van Bourlet en Zimmer heb gewerkt om hen bewijsmateriaal te bezorgen. Ik werkte in het geheim, achter mijn uren, zonder dat mijn oversten bij de rijkswacht van Ukkel iets mochten weten. Men was op dat ogenblik in Neufchâteau al tot de conclusie gekomen dat dat de enige manier was om zo'n zaak tot een goed einde te brengen. Men vreesde obstructie, zoals die toen in de X-dossiers duidelijk voelbaar was. Het ging zo ver dat ze me in het weekend stiekem de Mercedes van adjudant Legendre lieten gebruiken."

Op 16 februari 1997 zitten vier volwassenen samen te wenen in het kantoor van commissaris Zimmer. Rond de tafel zitten Yves Zimmer zelf, Michel Bourlet, Marc Toussaint en VM1. Die dag vindt het vijfde verhoor plaats. De gangster legt zijn ziel bloot, vertelt hoe hij als kind van negen vanuit een gebroken gezin terecht kwam in een tehuis in Mont-Saint-Guibert en daar op geregelde tijdstippen door een jeugdrechter werd opgehaald om te worden afgeleverd in riante villa's in de buurt van Brussel. "Vier jaar lang, tot z'n dertiende, stond het gros van de weekends van de kleine VM1 in het teken van het seksueel misbruik", vertelt Toussaint. "Hij zag moorden op kinderen gebeuren, vernam hoe voor het eerst geïnitieerde maar onwillige 'gasten' om het leven kwamen in vreemde verkeersongevallen. Hij is later in een tehuis in Brasschaat terechtgekomen, en ook daar kwam de jeugdrechter hem ophalen."

VM1 vertelt ook honderduit over zijn jaren in de Mirano. "Ik moest kinderen oppikken en ze daar dan dronken voeren of drugs toedienen, om ze daarna naar het privé-gedeelte te brengen, waar ze werden misbruikt." Lijkt het levensverhaal van VM1 op het eerste gezicht heel ver verwijderd te staan van de zaak-Dutroux, dan is de binding met de X-dossiers snel gemaakt. De Mirano behoorde tot de ontmoetingsplaatsen bij uitstek voor een groot aantal van de door de X-getuigen genoemde prominenten. In datzelfde milieu duiken ook enkele wapenhandelaars op en andere onderwereldfiguren. Het is een gevaarlijke mix van misdaad en goede reputaties.

Tijdens het in 1986 gevoerd Mirano-proces bleek dat hoofdverdachte Philippe C. (*) jongetjes liet oppikken aan het Brusselse Fontainasplein. Er werd toen gesproken over grote hoeveelheden beeldmateriaal dat C. van zijn 'klanten' had gemaakt. Het Brusselse parket bleef echter blind voor alles wat niet direct met cocaïnegebruik te maken had. Rechter Claire De Gryse zei tijdens de zitting zonder verpinken dat ze het in beslag genomen materiaal niet eens bekeken had "omdat iedereen mij verzekerde dat er niets tussen zat dat zelfs een kapucijn zou kunnen choqueren."' Merkwaardig. Tijdens datzelfde proces verklaarde openbaar aanklager Talon dat Philippe C. in het onderzoek had bekend dat tijdens de cocaïnefuiven in de Mirano kinderen voor een 'speciale attractie' zorgden?

Philippe C. was niet de eerste de beste. Samen met zwaargewichten uit de vastgoedsector en de directe kennissenkring van oud-premier Paul Vanden Boeynants richtte hij in 1985 de nv Parc Savoy op. Het bedrijf, dat zich tot doel stelde bars en restaurants uit te baten en 'culturele en maatschappelijke bijeenkomsten' te organiseren, bleek te zijn gelieerd met de zeer invloedrijke Cercle des Nations. Dat is een privé-club met onder de 81 stichtende leden tal van edellieden, zakenmensen, bankiers, diplomaten en politici, waarvan bepaalde namen door de X-getuigen geciteerd worden.

Een van de dertien veroordeelden in het Mirano-proces was Alexis Alewaeters. Hij kreeg vijf jaar cel. Alewaeters is een oude kennis van Michel Nihoul, die hem in 1993 een Porsche leende - en nooit meer terugzag. Toen de nog erg jonge Alewaeters in 1980 voor het eerst problemen kreeg met het gerecht, snelde Annie Bouty hem te hulp. Via haar bedrijf Cadreco trachtte ze zijn voorwaardelijke vrijlating te bespoedigen en bezorgde ze hem ook een advocaat: Didier de Quévy. Alexis Alewaeters vinden we ook nog terug als tijdelijke uitbater van het benzinestation van Casper Flier in Anthée, die daar later Michel Lelièvre aan een baantje hielp.

In de avond van 18 februari 1997 krijgt Toussaint een telefoontje van VM1. Hij zegt op straat te zijn staande gehouden door twee mannen die hij niet kent, maar die blijkbaar weten dat hij met zijn verhaal naar Neufchâteau is gestapt. Ze eisten dat hij 'de foto's' onmiddellijk aan hen overmaakt. "Voor het Neufcháteauonderzoek had hij met mij nog nooit gesproken over foto's, beeldmateriaal of wat dan ook", zegt Toussaint. "Ik wist eigenlijk niets van zijn verleden af. Nu was VM1 compleet over zijn toeren. Ik wist ook niet wat ik er moest van denken, en dat weet ik nu nog steeds niet. Wat ik wel zeker weet, is dat hij Philippe C. goed heeft gekend en jarenlang voor hem gewerkt heeft."

Toussaint belt die avond naar Neufchâteau, waar hij majoor Guissard aan de lijn krijgt. Van hem krijgt Toussaint de raad een proces-verbaal op te stellen over zijn tot dan toe supergeheime getuige. De jonge rijkswachter doet wat van hem opgedragen wordt. "De rest van het verhaal laat zich een beetje raden", vervolgt hij. "Mijn pv kwam terecht bij majoor Decraene van het CBO, die van dat moment de leiding nam over de zaak. Je kan je de razernij bij de rijkswacht wel voorstellen: een van hun mensen was achter de rug van de hiërarchie met Bourlet en Zimmer in zee gegaan. Al wat ze deden en zeiden, was erop gericht de hele zaak zoveel mogelijk te ridiculiseren."

VM1, zo luidt het, heeft van de twee mannen op straat 48 uur de tijd gekregen om hen te bezorgen wat ze willen. Ze hebben hem op een stukje papier een telefoonnummer meegegeven. Hij moet twee dagen later terugbellen en de daar verkregen instructies volgen om 'het materiaal' over te dragen - zoniet is hij tegen het einde van de week dood. Het is op grond van deze gegevens dat het SIE in de avond van 20 februari in actie komt. Het onderzoek is inmiddels overgenomen door leden van de 1KOS van de Brusselse BOB.

De rijkswachters vatten post voor de met het telefoonnummer corresponderende adres in de Bérangerstraat in Vorst. De lijn wordt afgetapt. Het is de bedoeling dat VM1 zal bellen en dat de SIE, afhankelijk van de bekomen reactie, de man zal volgen of meteen inrekenen. "VM1 zat daar doodsangsten uit te staan", herinnert Toussaint zich nog. "De politiemensen rond hem maakten grapjes. Dit is vast weer zo'n nepadres van de Staatsveiligheid, zei iemand. Op dat moment zelf sta je daar niet bij stil. Maar het is wel bizar. Toen ik enkele dagen later nog eens navraag deed naar dat telefoonnummer, bleek de lijn te zijn afgesloten: Le numéro composé nest pas attribué." Bizar wordt het pas echt wanneer de speurders de geheimzinnige Olivier het huis zien binnengaan en VM1 het signaal krijgt dat hij mag bellen.

"Ik bel u, zoals afgesproken. Ik heb het pakket dat u me gevraagd hebt bij mij."

"Ik ken u niet. Ik weet niet wie u bent. U kent mij ook niet. Ik weet niks van een pakketje af. Beschrijf mij, beschrijf hoe ik eruit zie."

"Het was onwaarschijnlijk", zegt Marc Toussaint. "Die vent hield daar aan de telefoon een monoloog van vijf minuten, alsof hij verwittigd was. Als je iemand aan de telefoon krijgt die verkeerd verbonden lijkt te zijn, reageer je toch niet op zo'n manier? Het had alles weg van opgezet spel om VM1 af te doen als bidon. Die lui van de 1KOS waren echt opgetogen, ze vonden het prachtig dat het zo was afgelopen."

Toussaint bleef nog enkele weken lobbyen met zijn getuigenis, maar kreeg niets dan problemen met zijn hiërarchie. VM1 heeft de les begrepen, denkt Toussaint. "Hij wou niks meer van het onderzoek horen, en van mij ook steeds minder. Ik heb hem nog een paar keer aangesproken over dat zogenaamde beeldmateriaal. Dat zit veilig verborgen, zei hij. Het was de eerste en de laatste keer dat hij met justitie over zijn verleden wou praten."

Na de VM1-episode werd geen vermeldenswaardige poging meer ondernomen om meer aan de weet te komen over de mogelijke verbanden tussen Bouty en Nihoul en de groep rond Philippe C.

(*) Ter info: de Philippe C. in deze tekst is Philippe Cryns.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube