1

Gerald Bull was een canadees ingenieur die vooral bekend werd door ontwikkeling van het zogenaamde superkanon. Hij is geboren op 22 maart 1928 in North Bay, Canada. Hij werd op 22 maart 1990 vermoord in Ukkel (Brussel), hoogstwaarschijnlijk door de Mossad. De moord blijft tot op vandaag onopgelost. In 2003 was er nog een nieuw spoor in het onderzoek » Nieuws

Je kan meer over deze zaak lezen op de website » Motief
Een uitgebreid artikel over Gerald Bull vind je op de Engelstalige website van Wikipedia » en.wikipedia.org

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/3/3b/Gerald_Bull_1964_cropped.jpg/240px-Gerald_Bull_1964_cropped.jpg

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

De dodelijke passie van dr. Gerald Bull

Irak heeft deze week een einde gemaakt aan zijn superkanon-programma, en het zal niet gauw heimelijk hervat worden. De geestelijk vader van het superkanon, de briljante wapenontwerper dr Gerald Bull, was immers al eerder aan zijn eind gekomen, waarna de werkzaamheden aan "project Babylon' waren gestaakt. Het al afgebouwde prototype Baby Babylon, met een loop van 46 meter en een kaliber van 350 mm, was volgens de inspecteurs van de Verenigde Naties die in Irak rondspeuren naar massa-vernietigingswapens al geruime tijd niet meer gebruikt voor zijn ballistische proeven. En de onderdelen voor een tweede, groter superkanon waren nog niet eens uit de verpakking gehaald. Onder het toeziend oog van de VN-inspecteurs is het nu allemaal met snijbranders onklaar gemaakt. Misschien maar goed dat Bull het niet heeft meegemaakt.

Het superkanon was de passie van Bull, die zich aan de duivel verkocht om zijn droom te verwezenlijken. Voor de Iraakse president Saddam Hussein was het superkanon het lokaas om Bull aan zich te binden en zijn deskundigheid ten goede te laten komen aan andere, belangrijker en gevaarlijker onderdelen van zijn fanatieke bewapeningsprogramma. Saddam en het gedreven genie Bull vormden een dodelijk duo.

Bull had altijd veel geld bij zich, op 22 maart 1990 liefst 20.000 dollar, wat zelfs voor zijn doen een groot bedrag was. Het was een koude en natte dag geweest, en het was al donker toen zijn assistente hem afzette bij het luxe flatgebouw in Ukkel bij Brussel waar hij een appartement had. Boven, op de zesde etage, stonden zijn moordenaars te wachten.

De Belgische politie had later niet veel moeite om uit te maken dat dit een politieke moord was. De onaangeroerde 20.000 dollar en de executiemethode - vijf kogels die van een meter afstand waren afgevuurd op zijn achterhoofd en zijn nek - spraken wat dat betreft duidelijke taal. Het was een moord met een boodschap, een waarschuwing aan toekomstige Bulls. De daders zijn natuurlijk nooit gevonden; het waren vaklieden. Dat neemt niet weg dat er een redelijk vermoeden bestaat wie de opdrachtgever was - de Israelische inlichtingendienst Mossad.

Bull had in het voorafgaande jaar een serie subtiele maar duidelijke waarschuwingen gehad - veel te subtiel, dachten vrienden en medewerkers in de wapenindustrie voor de inlichtingendiensten van Syrië of Iran, de andere grote vijanden van Irak. Een videoband was tijdens zijn afwezigheid uit zijn videoapparaat gehaald en netjes opgeruimd, en zijn werkster, zijn secretaresse en zijn vriendin, die allemaal sleutels hadden, wisten van niets. De onbekenden zetten nieuwe glazen in de kast, ze verschoven zijn meubels, ze lieten één lange, zwarte haar op een wit kussen achter.

Bull zelf was ervan overtuigd dat het de Israeliërs waren die achter hem aanzaten. In elk geval niet de Britten, die konden in een handomdraai een eind maken aan zijn bijdrage aan het Iraakse bewapeningsprogramma door actie te ondernemen tegen de vele Britse toeleveranciers (wat ze pas na zijn dood deden). Tegenover een goede vriend liet hij doorschemeren zich te willen losmaken uit de Iraakse greep. Maar hij wist niet waar hij dan zijn geld vandaan moest halen, en in plaats daarvan liet hij zich juist verder verstrikken in de Iraakse bewapeningsrace. Maar zouden de Irakezen hem hebben laten gaan?

Zijn gewelddadige dood was eigenlijk onontkoombaar: Bull werkte onvermoeibaar naar zijn eigen ondergang toe. Dat beeld dringt zich op uit de fascinerende biografie door de Canadese journalist William Lowther Arms & The Man: dr. Gerald Bull, Iraq and the supergun. Het is een thriller, extra pikant omdat Het Waar Gebeurd Is. De hoofdrol wordt gespeeld door een miskende visionair, tegengewerkt door de middelmatige bureaucraten die hij om hun middelmatigheid heeft geschoffeerd. Een genie dat zich pas gelukkig voelt als hij werkt aan de verwezenlijking van zijn passie en dan, door geldgebrek gedwongen, wel moét uitkomen bij schimmige en min of meer criminele werkgevers: achtereenvolgens Zuid-Afrika, China en Irak. En dan dat einde, op die donkere, natte dag.

Lowther was al bezig aan zijn biografie toen Bull werd vermoord en hij had de medewerking van zijn familie. Hij vermeldt daarbij speciaal Bulls zoon Michel, een uiterst waardevolle bron omdat deze sinds 1981 nauw met zijn vader samenwerkte. Maar ook sprak hij met collega-geleerden, employés van Bulls bedrijf en zijn persoonlijke assistente in Brussel, Monique Jaminé, de vrouw die hem op 22 maart 1990 bij zijn moordenaars afzette. En met contacten bij geheime diensten.

Gerald Vincent Bull werd in 1928 in Canada geboren als negende kind van een drankzuchtige advocaat. Hij kwam min of meer bij toeval in de wapentechnologie terecht: hij was een zeer snelle leerling en kwam als zestienjarige van school af, twee jaar te jong om de medische opleiding te gaan volgen die hij zich had voorgesteld. De zuinige tante die hem opvoedde vond het geen goed idee dat hij twee jaar zou rondhangen, dus het werd luchtvaartkunde aan de universiteit van Toronto. Het was de tijd van de Koude Oorlog, en hij rolde als vanzelf in de wapentechnologie.

Via de ontwikkeling van raketten kwam hij uit bij het superkanon, de rode draad in zijn leven. aanvankelijk nam hij er slechts ballistische proeven mee, maar al vrij snel kwam hij tot de overtuiging dat het mogelijk moest zijn satellieten in een baan om de aarde te brengen met behulp van een groot kanon, tegen een fractie van de kosten van een raketlancering. En passant werd hij een autoriteit op het gebied van neuskegels van ballistische raketten - een deskundigheid waarvoor Saddam Hussein later grote belangstelling had.

Project HARP - High Altitude Research Programme - begon in 1961. Met de steun van een Canadese universiteit en het Amerikaanse leger, dat een 400 mm kanon leverde, Betsy genaamd, met een loop van 21 meter, en met de tegenwerking van de eersten van de vele vijanden die hij in de loop van zijn leven maakte, begon hij in Barbados proeven te nemen. Op 18 juni 1963 behaalde Bull zijn eerste grote succes: het door hem ontworpen projectiel Martlet II, met een gewicht van 170 kilo, bereikte een hoogte van 92 km, een wereldrecord. Na verlenging van de loop met een buis van 16 meter kwam de Martlet II 150 kilometer hoog. De Amerikanen gebruikten HARP tegelijkertijd voor anti-ballistische raketproeven.

Maar het Amerikaanse leger moest wegens de Vietnamoorlog bezuinigen, en de Canadese steun kwam tot een einde omdat Bull daar met zijn geregelde aanvallen op de bureaucratie een aanzienlijk aantal vijanden had gemaakt, en project HARP stierf een stille dood. Bull was echter ook een briljante ontwerper van conventionele projectielen, met een anderhalf maal zo groot bereik als alle andere bestaande granaten. Vervolgens ontwierp hij ook een geavanceerd 155 mm artilleriestuk, de CG-45.

De CG-45, op basis waarvan de Zuidafrikanen en Oostenrijkers hun zwaar geschut verder ontwikkelden, is een systeem dat in zijn soort wordt beschouwd als 's werelds beste. Maar zowel de Verenigde Staten als de Sovjet-Unie gaven onder druk van de wapenlobby de voorkeur aan hun eigen, zij het mindere geschut - en zo kwam Bull uit bij de paria-landen, de landen die buiten het erkende circuit liggen maar vaak juist extra naar wapens dorsten en bereid zijn daar veel geld voor neer te tellen. Waarvan Bull overigens nauwelijks wist te profiteren: hij was zó bezeten van zijn werk dat hij doorgaans met een schijntje genoegen nam om maar zijn hartstocht te kunnen uitleven.

Daarin wijkt Bull dan wel af van het cliché-beeld van de wapenontwerper-handelaar, evenals in zijn reactie op de gevangenisstraf die hij in de VS kreeg vanwege zijn artillerieleveranties in de jaren zeventig aan Zuid-Afrika. Hij voelde zich, op puur formele gronden, niet schuldig aan schending van het internationale wapenembargo tegen Zuid-Afrika en hij voelde zich verraden door de Amerikanen - Pentagon en CIA - die op de hoogte waren van zijn leveranties. De resterende tien jaar van zijn leven spaarde hij geld noch moeite om eerherstel te krijgen.

Na Zuid-Afrika, dat Bulls artillerie met groot succes in de oorlog in Angola inzette, kwam de volgende schimmige klant: China. Hij woonde inmiddels in Ukkel - zijn Canadese staatsburgerschap was hem op wazige manier ontnomen en na zijn gevangenisstraf voelde hij zich niet meer thuis in de VS. Zijn vrouw, bij wie hij zeven kinderen had, bleef in Montreal.

Temidden van het artilleriewerk bleef het superkanon Bulls passie. Hij wijdde er een boek aan, en hij raakte er steeds meer van overtuigd dat met een speciaal daarvoor gebouwd kanon - niet Betsy of haar iets grotere opvolgers - een middelmaat satelliet in een baan om de aarde kan worden gebracht, voor circa 5.000 dollar per schot.

In november 1987 belden de Irakezen op. De zaken gingen niet briljant op dat moment. De werkzaamheden voor China waren afgerond en er waren geen grote nieuwe klanten. Irak, nog in oorlog met Iran, had zich echter onder de inventieve minister van militaire industrialisatie Hussein Kamel met volle overgave in een grootscheeps bewapeningsprogramma gestort. Diens schoonvader, Saddam Hussein, streefde een eigen wapenindustrie na om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van het buitenland bij de verwezenlijking van zijn droom: uiteindelijk het leiderschap van de Arabische wereld.

Het was geen wonder dat Irak uiteindelijk ook bij Bull uitkwam. Het beschikte al over zijn artillerie, in de Oostenrijkse versie, en het kende zijn reputatie. Bagdad vroeg hem zijn artillerie verder te verbeteren maar dat was niet het belangrijkste. Het was speciaal geïnteresseerd in zijn rakettechnologie.

Bull had geen enkele moeite met het leveren van wapens aan een land in oorlog: ""Ik ben niet méér verantwoordelijk dan de man die de vrachtwagens ontwierp die de manschappen naar het front brengen', zei hij. Met repressieve regimes had hij evenmin een probleem. Ter plaatse zag hij alleen wat hij wilde zien en voor Saddam had hij bewondering (waarin hij in die tijd zeker niet de enige was in het Westen). Alleen de Irakezen hadden de visie die nodig was ""om de Arabieren de 20ste eeuw in te sleuren', zei hij tegen zijn vrouw.

Irak vroeg Bulls hulp bij zijn ruimteprogramma - een programma om vijf Scud-raketten te bundelen tot de eerste trap van een drietrapsraket voor de lancering van satellieten - allemaal puur wetenschappelijk vanzelfsprekend, al lijkt zo'n eerste trap sprekend op een ballistische raket. Het was voor Bull een uitgelezen kans om met zijn superkanon op de proppen te komen, waarmee Irak "de ruimte kon bezaaien' met satellieten en zo enorm aan wetenschappelijk prestige zou kunnen winnen.

De Irakezen gingen akkoord, omdat zo'n uitzonderlijk project zeker tot de verbeelding van de dictator sprak en zonder enige twijfel mede omdat Bull terloops had laten weten dat met het kleinere prototype van het kanon ballistische proeven kon worden genomen. Later droeg hij nog het idee aan om op basis van Baby Babylon superartillerie te ontwikkelen, met een loop van 30 meter en een bereik van 750 kilometer. De Irakezen waren dolenthousiast.

Bull heeft altijd volgehouden dat het superkanon - waarvan het grootste een kaliber van 1000 mm zou hebben en een loop van 156 meter - niet voor militaire doeleinden kon worden gebruikt, omdat het immobiel was en groot en daardoor eenvoudig uit te schakelen. Volgens Lowther waren de Israeliërs dat met hem eens, die geloofden absoluut niet in het hele project. Bull had trouwens de westerse inlichtingendiensten van dit project op de hoogte gesteld, om onnodige moeilijkheden te voorkomen.

Tot in de zomer van 1988 had ook eigenlijk niemand echte problemen met Bulls arbeid voor Irak. Zijn artillerie werd weliswaar steeds dodelijker, maar het bleef een conventioneel wapen: hij overschreed niet de grens naar het niet-conventionele, waardoor het machtsevenwicht in het geding zou komen. In die zomer echter raakte hij betrokken bij Iraks pogingen een eigen ballistische raket te ontwikkelen, zeker ook onder invloed van het theatrale beroep op hem van de zijde van Hussein Kamels tweede man: "Dr. Bull, ik hoop dat u Irak zult helpen opnieuw omhoog te rijzen, eens te meer groot te worden".

Maar ook had de gedreven Bull te veel hooi op zijn vork genomen. Hij had Irak het onmogelijke beloofd en hij kon al zijn beloften - artillerie, superkanon - niet nakomen. Om aan de Iraakse druk te ontsnappen, liet hij zich steeds verder betrekken bij het werk aan een oplossing van de problemen die Bagdad met zijn raketten had. In feite was Irak bezig hem te chanteren. Het werkte aan een kernbom - hoe hard is nu vast komen te staan bij de VN-inspecties - en de voltooiing van een betrouwbaar raketsysteem, met een grote precisie, was voor Israel totaal onaanvaardbaar. En zo werkte Gerald Bull aan zijn dood.

Hoeveel waarde Bull voor Irak had bleek uit de geruchtmakende toespraak waarin Saddam op 2 april 1990 dreigde Israel plat te leggen als het Irak aanviel. Saddam vergeleek Bulls lot met dat van de Observer-journalist Farzad Bazoft, die een week vóór Bulls dood in Bagdad was opgehangen wegens spionage. "Niemand heeft gesproken over de mensenrechten van deze Canadese burger van Amerikaanse nationaliteit", zei Saddam. "De Amerikaanse geheime diensten hebben het niet nodig geacht de moordenaar van deze Amerikaanse geleerde op te sporen. Maar zij maken veel drukte van andere zaken."

Bron: NRC Boeken | 12 oktober 1991

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

De Canadese geleerde dr. Gerald Bull was ’s werelds geniaalste specialist op het gebied van artillerieballistiek. De Israëli’s hadden diverse vergeefse pogingen gedaan om hem over te halen voor hen te werken, tegen betaling. Iedereen keer had Bull zijn hekel aan de Joodse staat niet onder stoelen of banken gestoken.

In plaats daarvan had hij zijn diensten aangeboden aan Saddam Hussein om een superkanon te bouwen, waarmee hij kernkoppen of granaten vol strijdgassen of dodelijke virussen rechtstreeks vanuit Irak op Israël zou kunnen afvuren.

Bull ontwierp een superkanon met een loop met een lengte van bijna honderdvijftig meter, die opgebouwd was uit stalen segmenten met een totaalgewicht van tweeëndertig ton. Deze zouden door Britse machinefabrieken worden gemaakt en naar Irak verscheept. Eind 1989 waren er al proeven genomen met een prototype van het kanon op een kanon-emplacement bij Mosul in Noord-Irak. Saddam Hussein had drie van deze wapens besteld, voor het zachte prijsje van twintig miljoen dollar. Bull streek als technisch adviseur een miljoen dollar op. De codenaam van het project: Babylon.

Bull onderneming, Space Research Corporation (SRC) stond ingeschreven bij de Brusselse Kamer van Koophandel als een 'ontwerpbureau voor wapensystemen'. Van hieruit had hij zijn minutieus gespecificeerde bestellingen voor met de grootst mogelijke precisie te vervaardigen componenten geplaatst bij een groot aantal Europese leveranciers, waaronder twintig ondernemingen in het Verenigd Koninkrijk.

Op 17 februari 1990 legde een in Brussel opererende katsa de hand op kopieën van documenten waarin de technische kenmerken van project Babylon waren omschreven: het superkanon moest in feite een soort lanceerinrichting voor granaten zijn, met eenzelfde bereik als middellange afstandsraketten. Het superkanon moest de spil worden van een rakettensysteem: een netwerk van groepen van telkens acht Scuds, met een bereik van vijfentwintighonderd kilometer. Dit betekende dat niet alleen Israël, maar ook tal van Europese grote steden 'haalbaar' zouden zijn. Bull was ervan overtuigd dat het zelfs mogelijk zou zijn uiteindelijk een superkanon te bouwen waarmee Londen vanuit Bagdad onder vuur kon worden genomen.

De toenmalige directeur-generaal van de Mossad, Nahum Admoni, verzocht met spoed om een onderhoud met premier Yitzhak Shamir. Als voormalige stadsguerrillaleider die de Engelsen in de laatste weken van het Britse mandaat meedogenloos had bestreden, was Shamir het soort politieke leider waarvan de Mossad gecharmeerd was: een man die volop steun gaf aan het streven tot vernietiging van Israëls vijanden als daartoe noodzaak bestond en alle overige middelen hadden gefaald.

In de jaren zestig, toen voormalige raketingenieurs van de nazi’s in Egypte hard meewerkten aan de ontwikkeling van lange afstandswapens waarmee Israël vanuit de Sinaï kon worden bestookt, had de Mossad een beroep gedaan op Shamirs expertise in het plannen en uitvoeren van moordaanslagen. Die deskundigheid had hij opgedaan bij zijn pogingen aanslagen op Engelse soldaten te plegen. Shamir had ex-leden van zijn ondergrondse strijdgroep naar Egypte gestuurd om de Duitse ingenieurs en wetenschappers te elimineren. Sommigen van deze kidons waren later toegetreden tot het nieuwe moordcommando van de Mossad.

Shamir had weinig tijd nodig om het Mossad-dossier over Bull te bestuderen. Zoals altijd had het Instituut grondig werk geleverd door eerst Bulls doopceel te lichten en vervolgens zijn hele loopbaan in kaart te brengen. Hij had al op tweeëntwintig jarige leeftijd een doctoraat in de fysica behaald en was toen in dienst getreden van het Canadese Instituut voor Onderzoek en Ontwikkeling van Wapensystemen. Al spoedig was hij in conflict gekomen met oudere collega’s, waarmee het zaad werd gezaaid voor een levenslange haat tegen bureaucraten. Hij had toen een 'Adviesbureau voor Bewapening' opgericht - letterlijk 'a gun for hire', zoals met een vleugje galgenhumor in het dossier werd opgemerkt.

Zijn naam als wapenuitvinder werd definitief gevestigd in 1976, nadat hij een houwitser had ontwikkeld waarmee doelwitten op veertig kilometer afstand konden worden gebombardeerd: het enige vergelijkbare wapen van de NAVO kwam niet verder dan zevenentwintig kilometer. Eens te meer kreeg Bull alle reden om zich op te winden over de praktijken van nationale regeringen. De leden van de NAVO kochten het nieuwe wapen niet, omdat de grote Europese wapenproducenten over uiterst effectieve politieke lobby’s beschikten. Bull had de houwitser uiteindelijk aan Zuid-Afrika verkocht.

Daarna verhuisde Bull naar China, waar hij het Volksbevrijdingsleger de helpende hand bood bij de ontwikkeling van zijn raketsystemen. Hij verbeterde onder meer de bestaande zijderupsraket door het bereik en het draagvermogen te vergroten, zodat er zwaardere koppen konden worden gelanceerd. China verkocht nog steeds partijen zijderupsraketten aan Saddan Hussein. Aanvankelijk gebruikte Irak ze in de langdurige oorlog tegen het buurland Iran. Maar er werden zoveel zijderupsen op de Iraakse lanceerbases achtergehouden dat de Mossad ervan overtuigd was dat ze uiteindelijk tegen Israël zouden worden gebruikt.

Intussen begon Project Babylon aan respect te winnen. Er werden proeven gedaan met een verbeterd prototype van het superkanon. Tegenstanders van het regime-Saddam die als Mossad-informanten in Irak opereerden, wisten te melden dat er chemische en biologische raketkoppen werden ontworpen.

Op de middag van 20 maart 1990 liet premier Yitzhak Shamir blijken dat hij het eens was met Nahum Admoni: Gerald Bull moest sterven. Twee dagen na dit besluit arriveerde een team van twee kidons in Brussel. Ze werden opgewacht door de katsa die het doen en laten van Bull zo effectief had geobserveerd. Op de avond van 22 maart, om kwart voor zeven, reden de drie mannen in een huurauto naar het huizenblok waar Bull in een appartement woonde. Beide kidons droegen een handvuurwapen in de holster onder hun jasje.

Twintig minuten later kwam de eenenzestigjarige Bull opendoen toen hij de ding-dong van zijn voordeurbel had gehoord. Hij werd vijf keer door het hoofd en de nek geschoten. De kidons vuurden hun pistolen, kaliber 7.65 om beurten af en lieten Bull stervende op zijn drempel achter. Later verklaarde de zoon van Gerald Bull, Michael, dat zijn vader was getipt dat de Mossad hem wilde doden. Hij kon niet vertellen van wie die tip afkomstig was, of waarom zijn vader zich niets van de waarschuwing had aangetrokken.

Zodra het moordcommando veilig en wel thuis was, begon de Dienst Psychologische Oorlogvoering van de Mossad verhalen naar de media 'uit te laten lekken', waarin werd gesuggereerd dat Gerald Bull gestorven was omdat hij van plan zou zijn geweest terug te komen op zijn afspraken met Saddam Hussein.

Bron: Operatie-Mossad: een onthullend beeld van de Israëlische geheime dienst | Gordon Thomas | 1999

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube