1

Florimond Damman werd geboren te Gent in 1910 als zoon van een Franstalige Gentse industrieel. Hij studeerde handelswetenschappen aan de universiteit en was werkzaam in de immobiliën. Behorende tot de Franstalige Vlaamse nouveau riche circuleerde hij van jongsaf in elitaire kringen. In 1928 maakte hij samen met zijn vriend Olaf Poulsen een reis naar Berlijn om er hun jeugdvriendin Suzanne de Meyere op te halen, die in Warschau de Chopinprijs had behaald. Suzanne de Meyere huwde later met de schilder José Storie. Zijn legerdienst deed Damman samen met een andere vriend, graaf Charles della Faille, de broer van de latere Belgische ambassadeur bij het Vaticaan te Rome. Vanaf 1938 was Damman bevriend met de attaché van de Italiaanse ambassade te Brussel, graaf della Porta, die via huwelijksbanden gelieerd was aan het roemrijke adellijke geslacht Visconti van Milaan. Over della Porta schreef Damman later nog aan zijn vriend Parodi: "Un être exquis, resté prodigieusement aristocrate."

Damman vertoefde wel vaker in adellijke kringen, maar van uiterst rechtse signatuur. Eén van zijn belangrijkste compagnons de route werd baron Pierre Nothomb. De invloed van Nothomb op Damman is niet te onderschatten. Damman kan men omschrijven als de rechterhand van Nothomb en dit tot diens dood in 1966. Alles waar Damman na de Tweede Wereldoorlog voor stond werd direct of indirect geïnstigeerd door de geest van Nothomb, en die voert ons naar het interbellum waar Damman zich voor het eerst openlijk politiek engageerde toen hij in 1927 op 17-jarige leeftijd lid werd van de Jeunesses Nationales de Belgique. Dit was een jongerenafdeling (en lees ook knokploeg tegen communistische, socialistische en flamingante agitatie) van de door Pierre Nothomb in 1924 opgerichte Fédération d'Action Nationale.

Nothomb richtte zijn Action op naar het voorbeeld van l'Action Française van Charles Maurras, wiens extreem-rechtse, antidemocratische, patriottistische en royalistische ideeën hij deelde. De Action Nationale was een soort van federatie van nationalistische verenigingen die in de vorige decennia waren ontstaan. In 1925 werd een eerste stap tot toenadering bij de katholieke partij gezet, evenwel zonder succes. In 1927 trad Nothomb terug toe tot de katholieke partij, zonder dat daarbij l'Action Nationale werd opgeheven. Het feit dat Nothomb ondertussen geregeld zijn sympathie voor het Italiaanse fascisme had betuigd en dat hij zich constant antidemocraat en antiparlementair noemde, was voor de katholieke partij blijkbaar geen beletsel. Zijn sympathieën voor Mussolini gingen trouwens zo ver dat hij il Duce in 1925 te Rome bezocht. Bij zijn terugkeer noemde hij Mussolini zelfs 'un soldat de la Chrétienté' tegen socialisten, communisten en vakbonden. L'Action Nationale bleef nog enkele jaren voortbestaan. Meer en meer leden volgden evenwel het voorbeeld van Pierre Nothomb en werden militant katholiek. L'Action Nationale bloedde uiteindelijk dood en hield in 1930 op te bestaan.

Pierre Nothomb moeten we in het interbellum situeren bij een invloedrijke minderheid onder de conservatieve katholieken die zich na de Eerste Wereldoorlog als verdedigers en erfgenamen van het oude contrarevolutionaire traditionalisme opwierpen. De christen-democraten werden ervan beschuldigd in de praktijk de klassenstrijd te bevorderen en ook de parlementaire democratie werd fel bekritiseerd. De reactionaire katholieken wilden "orde en gezag" in een hiërarchische maatschappij. Het streefdoel was een antidemocratisch Belgisch nationalisme gepaard met een monarchistisch corporatisme. Voor wat Europa betrof streefde Nothomb naar een systeem van allianties tussen de katholieke naties.

Damman vertoefde dus van jongsaf in duidelijk reactionaire rechtse kringen. In de jaren 1930 was hij bovendien lid van de Gentse afdeling van het Nationaal Legioen. Het Nationaal Legioen was niet alleen een paramilitaire organisatie, maar verzamelde ook inlichtingen over communisten en separatisten, die sporadisch aan de Militaire Veiligheid werden doorspeelde. Via burggraaf Charles Terlinden beschikte het Nationaal Legioen ook over nauwe contacten met het Hof, en beschouwde het zichzelf als een pretoriaanse wacht van de vorst van wie men de macht aanzienlijk wilde uitbreiden.

Het Nationaal Legioen werd opgericht in 1922 door een aantal ontgoochelde militairen en oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog. Oorspronkelijk was het een kleine vereniging van mensen met een niet duidelijk omlijnde voorkeur voor orde en gezag en voor figuren als Maurras en Mussolini. Vanaf 1927 kreeg de beweging een nieuwe impuls door de aanstelling van Paul Hoornaert als leider. Onder het bewind van die Luikse advocaat ontwikkelde het Legioen zich tot een paramilitaire organisatie. En dat het hen menens was blijkt onder meer uit het feit dat tijdens de Spaanse burgeroorlog diverse leden van het Nationaal Legioen aan de zijde van Franco streden. Jean de Bie, verantwoordelijk voor de Gentse afdeling van het Nationaal Legioen, was in 1936 nog correspondent voor de XXème Siècle over de Spaanse burgeroorlog, maar iets later in 1937 streed hij mee te Madrid bij de Phalange. Van daaruit rekruteerde hij, voornamelijk in de Gentse afdeling van het Nationaal Legioen, landgenoten voor de Franco-troepen tegen de Spaanse republiek.

De ideeën van het Nationaal Legioen leunden echter vooral aan bij het Italiaans fascisme. Vanaf 1932 kwam het Nationaal Legioen ontegensprekelijk onder sterke invloed van Mussolini te staan. Het groepeerde op dat moment zo'n 5000 personen waaronder vroegere leden van fascistische groepen als Le Faisceau Belge en de Jeunesses Nationales. Het Nationaal Legioen had weliswaar een neutrale levensbeschouwelijke inslag, maar vooral katholieken sloten zich aan. Het Legioen rekruteerde voornamelijk bij de kleine burgerij en die was hoofdzakelijk katholiek. In het begin van de jaren 1930 verleenden twee katholieke intellectuelen hun steun en medewerking: de professoren Charles Terlinden en Fernand Desonay. Daarnaast sloten de meest extreme leden van Nothombs Action Nationale zich op het einde van de jaren 1920 aan bij het Nationaal Legioen, omdat ze hun nationalisme te weinig tot uiting zagen komen in de katholieke partij. Daar waar een groot deel van de Action Nationale het voorbeeld van Nothomb volgde, bleef die extreme kern trouw aan haar grote afkeer voor de katholieke partijpolitiek.

De bedoeling was het land rijp te maken voor een nationale revolutie. Bij monde van Paul Hoornaert beoogde die "Révolution Nationale" een sterke monarchie met een sterke regering zonder partijen of parlement op basis van een corporatistisch systeem. In zijn geschrift uit 1935 "Qu'est-ce que la Légion nationale?" laat Hoornaert duidelijk verstaan via paramilitaire middelen België en de koning in de richting van de Nieuwe Orde te willen sturen.

"Pour réaliser le régime corporatif en Belgique, la dictature n’est pas nécessaire. Ce qui est absolument indispensable, c’est le renforcement et la stabilité de l’autorité, son indépendance vis-à-vis des partis politiques, renforcement de l’autorité royale, désignation et révocation effectives des ministres par le Roi."

Dit soort streefdoelen typeerden ook de Action Nationale van Nothomb en een groot deel van de Belgische protagonisten uit het netwerk. In het derde deel komen we uitvoerig op die stellingnamen terug en op de werkelijke draagwijdte en implicaties ervan op de Belgische geschiedenis.

Florimond Damman was naast lid van het Nationaal Legioen en de Jeunesses Nationales de Belgique ook secretaris-generaal van de Parti Indépendant Belge en dit van 1933 tot 1939. Die partij werd opgericht in 1932 door het Nationaal Legioen en bundelde diverse oud-strijdersbewegingen. De partij zelf kende echter weinig succes, maar het Nationaal Legioen beleefde in die jaren één van haar hoogtepunten. Hoornaert nam als afgevaardigde van het Nationaal Legioen in 1934 deel aan het congres te Montreux van de Comitati d'Azione per l'Universalita di Roma (CAUR), onder leiding van de fascist Eugenio Coselschi.

CAUR werd door Mussolini opgericht in 1933 en was het belangrijkste instituut in het buitenland dat het Italiaanse fascisme propageerde. Het bundelde diverse fascistische groepen uit verschillende landen, met uitzondering van Duitsland weliswaar. Het belangrijkste bindend element van CAUR was ontegensprekelijk het corporatisme. Andere belangrijke leden van CAUR waren onder meer Fernand Desonay, Charles Terlinden en Arnold de Looz-Corswarem. In 1935 bracht Hoornaert een bezoek aan Rome, en vanaf dan ontstonden intense relaties en financiering via CAUR tussen Mussolini en het Nationaal Legioen. Toch keerde Hoornaert zich vanaf 1938 af van Mussolini, omdat die laatste zich steeds meer volgzaam ging opstellen ten aanzien van Hitler en Duitsland. Het antigermanisme van het Nationaal Legioen leidde er dan ook toe dat vele leden in het verzet gingen en toetraden tot het Geheim Leger tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ook Florimond Damman bleef ondanks zijn politieke/ideologische keuzes van in het interbellum tijdens de Tweede Wereldoorlog boven alle verdenkingen. Over mogelijke militaire verzetsactiviteiten is vooralsnog niets geweten. Hij werd in 1939 gemobiliseerd als wachtmeester bij de artillerie, maar van verdere militaire activiteiten zijn geen sporen teruggevonden. Wat wel vaststaat, is dat Damman een bar/dancing uitbaatte, Le Crépuscule, die gaandeweg een centrum voor het verzet werd. Tot tweemaal toe werd de bar vernield door rexisten. De bar werd uiteindelijk op bevel van de Werbestelle gesloten. Op het einde van de oorlog werd de bar omgevormd tot restaurant en werd de hoofdzetel van diverse organisaties zoals de Association Nationale de la Presse Spécialisée, waarvan Florimond Damman secretaris-generaal was en de Cercle privé des Arts et des Lettres voorgezeten door gravin Pierre de Lichtervelde. Het domicilieadres van Damman was op dat moment rue des Eperonniers 31 te Brussel.

Na de Tweede Wereldoorlog ging Florimond Damman echter voornamelijk de Europese toer op en werd hij een actief militant in de Europese integratie. We vinden hem dan ook terug in diverse Europeïstische bewegingen die na de oorlog in de marge van de officiële politiek ontstonden: l'Action pour une Europe Nouvelle et Atlantique (AENA) in feite de Belgische afdeling van de l'Union Paneuropéene, de l'Union Paneuropéenne zelf, l'Académie Européenne de Sciences Politiques (AESP), Centre Européen de Documentation et d'Information (CEDI) en de Cercle de Politique Etrangère. Florimond was daarnaast ook actief in talloze andere organisaties, maar het ging steeds om anticommunistische en uiterst rechtse organisaties en groeperingen die de bemoeienissen van de parlementaire democratische hekelenden.

Damman werd de intermediaire figuur bij uitstek die de jetset van Europa samenbracht op tal van meetings, congressen en diners. Aan de hand van diverse briefwisseling die Damman voerde, kon achter de schermen van het officiële politieke toneel worden gekeken. Het is opmerkelijk hoeveel connecties die man had, en hoe hij steeds weer opdook op de ene of andere gelegenheid. Aan de vooravond, en dit moeten we letterlijk nemen, van wat voor België het begin van de Tweede Wereldoorlog werd, was Damman te gast bij Georges Vaxelaire, directeur van de winkelketen Au Bon Marché die later fusioneerde met Inno en GB. Het was 9 mei 1940 toen hij samen met zijn jeugdvriend Olaf Poulsen uitgenodigd was voor een diner bij Vaxelaire, waarop ook Paul-Henri Spaak aanwezig was. In een brief aan Parodi uit 1960 herinnerde Damman zich het volgende van die avond:

"Le camarade Spaak y fit la fameuse déclaration 'Ne vous inquiétez pas pour l'immédiat. Si jamais Hitler envahit la Belgique ce ne sera pas avant le mois d’août'. Mon ami Olaf Poulsen, qui avait reçu des informations de ses amis Allemands, lui dit alors: 'Excellence, d’après des informations que j’ai reçu d’Allemagne, je puis vous dire que l’ agression allemande pourrait se produire dans les jours prochains', a quoi l’honorable ministre eut cette réponse superbe: 'Vos amis allemands son des farceurs. Je suis tout de même ministre des Affaires Etrangères et le premier à être au courant quelques heures après que les Allemands traverseraient la frontière'."

Enkele uren later, op 10 mei, vielen de Duitsers België binnen! We zouden Damman ervan kunnen verdenken zijn vriend Parodi hier wat te willen overbluffen met deze pittige anekdote, maar het feit is dat Velaers en Van Goethem in hun lijvige studie over Leopold III de onwetendheid van Spaak treffend wisten te bevestigen. Zo beweerde Spaak nog op 8 mei in het parlement, de dag dus voor het diner bij Vaxelaire, dat weliswaar waakzaamheid was geboden, maar dat niets erop wees dat een nakende inval zeker was.

Na de oorlog zouden Spaak en Damman elkaars pad nog kruisen, maar dan in die kringen waar werd gedebatteerd over een eengemaakt Europa. Het belangrijkste discussiepunt werd de creatie van een "United States of Europe", maar niet zomaar gelijk welke federatie, en niet zomaar gelijk welk Europa. Elke actie die Damman en zijn zogenaamde "peetvaders" ondernamen was bedoeld om invloedrijke en gelijkgestemde mensen samen te brengen rondom een Europa dat krachtig verenigd en Atlantisch gericht moest zijn.

Het moge duidelijk zijn dat we met Damman een duik nemen in de hele korte 20ste eeuw, in een geschiedenis waar interbellum en Koude Oorlog quasi naadloos in elkaar overvloeiden. Gezien vanuit het perspectief van de netwerkvorming van een neo- aristocratische elite vormde de Tweede Wereldoorlog eerder een oponthoud dan een cesuur. De ideologie en het discours van die elite met betrekking tot de Europese constructie na de Tweede Wereldoorlog werd ontegensprekelijk fundamenteel bepaald door de geestelijke vader ervan in het interbellum. Met Coudenhove-Kalergi's Paneuropese Unie zetten we de toon voor wat de naoorlogse ondergrondse Europeïstische organisaties werkelijk dreef.

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Florimond Damman was de referentieschakel van het internationale anticommunistische netwerk. Hij werkte in een aantal semi-clandestiene Europese organisaties, zoals de Académie Européenne des Sciences Politiques (AESP), de Mouvement d'Action pour l'Union Européenne (MAUE) en de Ligue Internationale de la Liberté (LIL), de Belgische afdeling van de World Anti-Communist League (WACL), en had connecties met aristocraten die dicht bij het koninklijke paleis en de Navo stonden.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube