Nog een aantal fragmenten uit het boek "Operatie Rode Draak" van Kris Quanten. Het boek gaat over de bevrijding van meer dan 1800 gijzelaars door Belgische para's in Kisangani (Stanleystad) en Paulis.
(…) De aanpak van de colonnes verschilde grondig van die van de paracommando's. Zij moesten de laatste weerstandsnesten van de Simba's in Stanleyville uitschakelen.
Vooral de huurlingen gingen daarbij driest te werk. Er vielen heel wat Congolese slachtoffers. Ook werd er op grote schaal geplunderd; vooral de kluizen van banken, winkels en bedrijven waren geliefkoosde doelwitten.
De aanpak van de colonnes verschilde grondig van die van de paracommando's. Zij moesten de laatste weerstandsnesten van de Simba's in Stanleyville uitschakelen. Vooral de huurlingen gingen daarbij driest te werk. Er vielen heel wat Congolese slachtoffers. Ook werd er op grote schaal geplunderd; vooral de kluizen van ban-ken, winkels en bedrijven waren geliefkoosde doelwitten.
Op 25 november kwam Victor Nendaka, de Congolese chef van de Veiligheidsdienst, ter plaatse met een detachement Congolese para's. Hij ging persoonlijk de repressie leiden. Een van de eerste maatregelen was dat de Congolese burgers niet geëvacueerd mochten worden met de C-130's. Ze moesten eerst gescreend worden door de Veiligheidsdienst.
De door hem uitgevoerde zuivering zou uitdraaien op een brutale slachtpartij, waarbij honderden - volgens sommige bronnen zelfs duizenden - Congolezen zonder enige vorm van proces terechtgesteld werden. Iedereen die ook maar enigszins verdacht werd van samenwerking met de Simba's, werd standrechtelijk terechtgesteld.
Nendaka zou niemand of niets ontzien. Zijn aanpak leek ingegeven door wraak. Zijn hele familie was enkele weken eerder in Kumu, tussen Paulis en Buta, door de rebellen uitgemoord. De wrede repressie en het brutale optreden van zowel het ANC als de huurlingen choqueerden minister Spaak. In een telegram aan De Kerchove liet hij duidelijk zijn ongenoegen blijken: 'Ik wens dat u VdW [Vandewalle] op de hoogte brengt van mijn ongerustheid bij het lezen van de verslagen over de barbaarse aanpak van de repressie in Stan. [...] Hij moet begrijpen [..] dat door de voortzetting van dergelijke acties mijn instemming met de aanwezigheid van Belgische officieren van de technische bijstand in de colonnes ter discussie komt te staan.
Toch leek kolonel Vandewalle maar weinig greep te hebben op het gedrag van de huurlingen en de Katangese gendarmes. Het gewelddadige optreden zou net als het plunderen in de daaropvolgende dagen gewoon verdergaan. Hierdoor ontstond algauw een tweeledige beeldvorming, waarbij de paracommando's als 'de helden' en de militairen van de colonnes als 'de plunderaars en moordenaars' werden voorgesteld. Die beeldvorming zou voor veel frustratie zorgen bij de Belgische militairen in de colonnes.
Bron: Rode Draak | Kris Quanten
(...) Van Paulis werden de paracommando's rechtstreeks naar Kamina overgevlogen. Ondertussen hadden ook de achtergebleven paracommando's in Stanleyville zich teruggetrokken naar de luchtmachtbasis. Vrijdag 27 november's avonds was het hele bataljon gehergroepeerd in Kamina. Tijdens een korte plechtigheid - waarop ook kolonel Vandewalle aanwezig was - feliciteerden de ambassadeurs De Kerchove en McMurtrie Godley de paracommando's voor hun inzet en vastberaden optreden.
Over de Belgische militairen in de colonnes werd met geen woord gerept. Dat gebrek aan erkenning zou voor heel wat ongenoegen en frustratie zorgen bij de Belgische militairen in de logistieke ploegen. Om hun moreel niet te ondermijnen, stuurde kolonel Vandewalle zelf fictieve felicitaties van de koning en de Belgische regering naar zijn manschappen in Stanleyville.
Bron: Rode Draak | Kris Quanten
(...) Ook de beschuldiging dat de paracommando's een bloedbad hadden aangericht in Stanleyville, was volgens de minister op niets gebaseerd. Als er al uitwassen waren geweest, dan werden die gepleegd door de ANC-soldaten en de huurlingen. 8 Daarmee schoof hij elke verantwoordelijkheid af naar de colonnes die officieel ressorteerden onder het ANC. Aangezien de Belgische regering er geen zeggenschap over had, droeg ze er bijgevolg ook geen verantwoordelijkheid voor.
Hiermee bevestigde Spaak het tweeledige beeld van de 'goede' paracommando's tegenover de 'plunderende en moordende' huurlingen. In zijn memoires komt Vandewalle daar uitgebreid op terug. Voor hem was het de bevestiging dat de militairen in de colonnes - onder wie ook de Belgische militaire raadgevers - door Spaak opgeofferd werden om de paracommando's van elke blaam te zuiveren. De kolonel had het daar duidelijk moeilijk mee.
Bron: Rode Draak | Kris Quanten
De Congolese militairen waren echter niet de enigen die uitblonken in een gewelddadige aanpak. De blanke huurlingen hoefden voor hen niet onder te doen. In zijn verslag aan Spaak liet Nothomb zich zeer kritisch uit over het optreden van de huurlingen: Huurlingen zijn bewonderenswaardig in de strijd, leveren enorme inspanningen voor het redden van gijzelaars, maar zijn helaas totaal ongeschikt in alle andere omstandigheden. [...]
Hun gedrag is weerzinwekkend, zoals het zonder enige aanleiding vermoorden van Congolezen en het systematisch plunderen en afpersen. Nog geen week geleden heeft een huurling een gevangengenomen Simba zeven kilometer achter zijn jeep meegesleept. Daarbij schrokken de huurlingen er niet voor terug om wrede folterpraktijken toe te passen op de gevangengenomen Simba's. In zijn verslag over de militaire situatie in Stanleyville beschreef de militair attaché de gewelddadige taferelen die hij ter plaatse gezien had:
'Bij de "ondervraging" van tijdens patrouilles gevangengenomen Simba's worden de "klassieke" methodes toegepast: afranseling en gebruik van de generator voor de radioposten of veldtelefoon. 94 Ook werd er nog steeds op grote schaal geplunderd: 'Het was zelfs zo erg dat bepaalde raids op initiatief van de huurlingen werden uitgevoerd, met als enige doel het plunderen van een kluis waarvan ze het bestaan hadden vernomen. In de steden die door de huurlingen bevrijd of aangedaan werden, zijn alle waardevolle voorwerpen verdwenen.
Kolonel Vandewalle was niet blij met de negatieve berichten over de huurlingen in zijn colonnes. Op 30 november stuurde hij een telegram aan Spaak waarin hij reageerde op de nota van Nothomb. Daarin relativeerde hij de kritiek: "Verneem toevallig dat u een rapport zou hebben ontvangen over het optreden van zogenaamde schurken waarover ik het bevel heb mogen voeren van Kamina naar Stan. Deze mannen zijn beslist geen lieverdjes, maar hun gedrag is over het algemeen gedisciplineerder dan welke troep ook ter wereld die het zonder of met zo'n gebrek aan kader moet stellen."
Daarbij benadrukte hij nog eens de verdienste van de colonnes. Honderden geisoleerde blanken in afgelegen gebieden - die als gevolg van de paraoperatie ten dode opgeschreven waren - hadden hun leven te danken aan de huurlingen. Ook voor de toekomstige operaties bleef de inzet van de huurlingen belangrijk. Ze vormden immers de laatste hoop op redding voor de blanken die in het rebellengebied achtergebleven waren. Dankzij moed en ten koste van veel verliezen heeft troepenmacht onder mijn bevel honderden buitenlanders gered. Vele anderen zijn ten dode opgeschreven als gevolg van interventie van de para's in Stan. Als ze nog een kans hebben om berijd te worden, dan zullen ze dat te danken hebben aan deze schurken. Vraag dan ook met aandrang hiermee rekening te houden alvorens een definitief oordeel te vellen over deze kwestie."
Bron: Rode Draak | Kris Quanten
(...) De bemiddeling van Vandewalle zou haar effect niet missen. Spaak besefte immers ook dat er op korte termijn geen alternatief was voor de inzet van de huurlingen, om de eenvoudige reden dat er geen andere militairen beschikbaar waren voor de her-overingsoperatie. Aangezien er nog altijd honderden Belgen vastzaten in het door de rebellen gecontroleerde gebied, had de minister geen andere keus dan een beroep te doen op de colonnes van Vandewalle. Dit verklaart waarom Spaak de ogen zou sluiten voor het gewelddadige optreden en het plunderen van de huurlingen.
In een nota aan ambassadeur De Kerchove schreef hij: We moeten goed beseffen dat de veiligheid in Congo op dit ogenblik bijna volledig afhankelijk is van de aanwezigheid van de huurlingen. Dat is de feitelijke situatie op het terrein. [..] Geen enkele politiek met betrekking tot Congo kan overwogen worden zonder het behoud op korte termijn van een zeker aantal huurlingen. Daarmee leek Spaak te kiezen voor de politiek van het minste kwaad.
Ondertussen verslechterde de militaire situatie in Stanleyville zienderogen. De colonnes controleerden nu wel de hele stad, maar het gebied eromheen bleef stevig in handen van de rebellen. Stanleyville leek steeds meer op een belegerde spookstad.
De bevolking vluchtte weg, de handel kwam volledig tot stilstand en alle bevoorrading moest via een luchtbrug aangevoerd worden. De economische en bestuurlijke heropleving van de veroverde gebieden kwam maar niet op gang. Ook de inzet van de speciaal opgerichte 'polyvalente ploegen' zou daar weinig aan veranderen. De vooruitzichten leken somber. Uitgestrekte gebieden - vooral in het noordoosten en in het oosten - bleven nog steeds onder controle van de rebellen. Toch was kolonel Vandewalle er in zijn plan van uitgegaan dat met de inname van Stanleyville het hele rebellenregime als een kaartenhuisje in elkaar zou storten. Dat bleek een verkeerde inschatting te zijn.
In tegenstelling tot de République Libre du Congo van Gizenga, die in 1961 - na de moord op Lumumba - door verschillende landen erkend werd, had de République Populaire du Congo tot dan toe niet kunnen rekenen op enige internationale erkenning. De buitenlandse steun voor het rebellenregime van Gbenye was steeds beperkt gebleven. Als gevolg van de paraoperatie op Stanleyville kwam daar verandering in.
Vanaf december 1964 gingen verschillende Afrikaanse landen, waaronder Algerije, de Verenigde Arabische Republiek en Ghana, wapens leveren aan de Simba's. Ook trokken heel wat rebellen de grens over naar Soedan, Oeganda en Tanzania, vanwaar ze aanvallen zouden opzetten op Congolees grondgebied. Het resultaat was dat het verzet van de Simba's niet desintegreerde. Daarbij beperkten de rebellen zich niet alleen tot defensieve operaties.
Bron: Rode Draak | Kris Quanten
"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via »
Facebook |
YouTube