Topic: Parijs: 19 Juli 1990
Samenvatting
Wat? Ontvoering en moord op Joseph Doucé, een Frans-Belgische Dominee
Waar? Parijs, zijn lichaam werd gevonden in de bossen van Fontainebleau
Wanneer? De man werd ontvoerd op 19 juli 1990, zijn lichaam werd gevonden op 18 oktober 1990
Wie? Onbekend
Status: Onopgelost
De priester werd al lange tijd geschaduwd door de Renseignements Généraux”. Hij werd onder hun neus ontvoerd door drie mannen die zich als politiemannen hadden voorgesteld. Het lichaam van de predikant werd drie maanden later gevonden in een bos.
Verdwijning Belgische predikant blijft mysterie
De Parijse politie heeft weinig hoop de verdwenen Belgische predikant Joseph Doucé nog levend terug te vinden. De in Frankrijk als “predikant van seksuele minderheden" bekend staande Doucé werd op 19 juli uit zijn woning in Parijs meegenomen door twee mannen in het bezit van politiekaarten. In verband met de zaak is een hoofdinspecteur van de recherche donderdagavond in voorlopige hechtenis genomen.
De mysterieuze verdwijning van Doucé (45) wordt door sommige Franse kranten al vergeleken met die van Ben Barka, de Marokkaanse vakbondsleider die in 1965 spoorloos verdween na in Parijs te zijn aangehouden door Franse politiemannen.
Sind Doucés verdwijning doen talloze geruchten de ronde over een duister dubbelleven van de militante en in homokringen populaire dominee. Zo zou de politie hem al lange tijd in de gaten hebben gehouden op verdenking van betrokkenheid bij een netwerk van pedofielen en kinderporno dat zich zou uitstrekken tot Nederland. Guy Bondar, de 28-jarige vriend van Doucé, zegt “doodziek" te worden van dergelijke “verdachtmakingen”.
“Het zou hetzelfde zijn als Kouchner (de Franse staatssecretaris van mensenrechten) verdween en nu alleen maar gespeculeerd wordt over zijn betrokkenheid bij de wapenhandel vanuit Libanon. Al het goede werk dat hij voor Artsen Zonder Grenzen heeft gedaan wordt besmeurd door loze beweringen". Toevluchtsoord Bondar, die samen met Doucé het centrum “Christus Verlosser”, een toevluchtsoord voor seksuele minderheden, en een boekhandel, "Andere Culturen”, bemande vreest zijn vriend nooit meer terug te zullen zien. “Anders had hij al lang iets van zich laten horen".
Steeds meer elementen lijken in de richting te gaan van een politievergissing. De inmiddels aangehouden hoofdinspecteur van de Parijse recherche zou berucht zijn vanwege zijn eigenzinnige en nogal gespierde manier van werken. Vlakvoor Doucés verdwijning hebben drie politie-inspecteurs een luidruchtige poging gedaan tot een illegale inval in het centrum "Christus Verlosser". De zich bedreigd voelende predikant waarschuwde zelf de politie die de mannen aanhield, maar liet gaan toen het rechercheurs bleken. Een paar dagen later maakte het drietal amok in Doucés boekhandel, waar klanten werden beledigd.
Volgens de krant Liberation was Doucé niet de enige die onder druk stond van de rechercheurs. Een ooit zijdeling bij het huren van een schuilplaats voor Spaanse terroristen betrokken Parijzenaar zou door de politie zijn gechanteerd om te infiltreren in de kennissenkring van de Belg. Toen de man dit niet deed, bezochten de rechercheurs het huis, waarbij twee kogels door de voordeur werden geschoten.
Uit angst voor de op zijn deur beukende agenten probeerde de Parijzenaar zelfmoord te plegen. Volgens de door Libération gevonden getuige speelde de scene zich af enige uren voor de verdwijning van Doucé. Als reden voor hun bizarre gedrag hebben agenten opgegeven die avond te diep in het glaasje te hebben gekeken. Voor de verdwijning van de predikant is tot nog toe geen verklaring gevonden hoewel de rechercheur hem dag en nacht in de gaten hielden.
Doucé, kort geleden tot Fransman genaturaliseerd, studeerde - dankzij en studiebeurs van de Raad van Kerken in Genève - psychologie en seksuologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van verschillende belangenorganisaties van seksuele minderheden. In Frankrijk baarde de predikant veel opzien door openlijk uit te komen voor zijn seksuele geaardheid en als eerste "huwelijken" tussen homofielen in te “zegenen”.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 September 1990
Nieuw schandaal in Parijs na verdwijning Belgische priester
Een inspecteur van de Franse inlichtingendienst, Jean-Marc Dufourg, die beschuldigd wordt in de zaak van de verdwijning in Parijs van de Belgische priester Joseph Doucé, heeft gezegd van zijn diensthoofd, commissaris Didier Adam, de opdracht te hebben gekregen "aan een geestelijke in functie een adolescent van 18 jaar te leveren". Priester Doucé hield zich vooral bezig met problemen van homoseksuelen. Hij is sedert 19 juli van dit jaar verdwenen en het onderzoek naar die verdwijning heeft intussen voor nogal wat schandaal gezorgd.
In een interview, zaterdag in de Franse krant "Le Figaro" zegt de inspecteur van de "Groupe des enquêtes réservées” (GER) van de Algemene inlichtingendienst van de politieprefectuur van Parijs dat de telefoongesprekken in de woning en de boekhandel van de priester “administratief” werden afgeluisterd. Volgens Dufourg is uit één van de afgeluisterde telefoongesprekken gebleken dat op 20 juli, iemand gezegd heeft dat de 45-jarige priester bij hem was.
De inspecteur is in staat van beschuldiging gesteld en zat ook een tijdje in de gevangenis omdat hij in de zaak Doucé gepoogd zou hebben met chantage en geweld een informant te rekruteren. In verband met verklaringen van Dufourg heeft de Franse ministerie van Binnenlandse Zaken Pierre Joxe gezegd dat de politie nooit opdracht kreeg voor een onderzoek dat "strijdig zou zijn met de wet en met de eer”.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1990
Lijk van verdwenen Belgische dominee gevonden in Frans bos
In het bos van Rambouillet is het stoffelijk overschot gevonden van Joseph Doucé. Volgens de eerste resultaten van het gerechtelijk laboratorium in Parijs is het lichaam dat vorige week werd gevonden door een paddenstoelenzoeker "vrijwel zeker" dat van de verdwenen Belgische dominee. De met de zaak belaste onderzoeksrechter Courcol heeft dat gisteren bekend gemaakt.
Nadere analyses zijn nodig vanwege de gevorderde staat van ontbinding van het gevonden lichaam. De doodsoorzaak is nog onbekend. Joseph Doucé, die in Frankrijk bekend stond als de 'predikant van de seksuele minderheden' verdween op 19 juli. Hij werd toen thuis opgehaald door twee mannen in het bezit van politiekaarten. De mysterieuze 'ontvoering' van de dominee had plaats onder de neus van de politie. Doucé werd al geruime tijd geschaduwd door de inlichtingendienst van de Parijse politie op verdenking van betrokkenheid bij een netwerk van pedofielen en kinderporno, dat zich zou uitstrekken tot Nederland.
De 'rechercheurs' die hem meenamen waren de laatsten die hem levend hebben gezien.
Rijksrecherche
In verband met de zaak is een onderzoek ingesteld door de Franse rijksrecherche. Vanwege een rammelend alibi is een inspecteur van de Parijse politie meermalen verhoord. Hij zou de dominee in de gaten houden, maar was juist op het moment van zijn verdwijning afwezig. Inspecteur Dufourg worden bovendien onorthodoxe methodes verweten. Een jonge Parijzenaar werd door hem gechanteerd om te infiltreren in de door Doucé geleide boekhandel 'Andere Culturen'.
Niet tevreden over de informatie van deze infiltrant beschoten rechercheurs diens voordeur. Uit angst voor de politie probeerde de Parijzenaar zelfmoord te plegen. Volgens de krant Libération zou de scene zich hebben afgespeeld enige uren voor de verdwijning van de dominee.
Sensatie
De van intimidatie en geweldpleging verdachte - maar na verhoor inmiddels weer op vrije voeten gestelde - politie-inspecteur zorgde onlangs voor sensatie door op de Franse televisie te verklaren dat zijn superieuren hem opdracht hadden gegeven om een jonge homofiel te rekruteren die vriendschap moest aanknopen met enige persoonlijkheden. Bedoeling was hen hiermee te compromitteren.
Volgens de Figaro waren een oud-justitieminister en de directeur van de Franse staatstelevisie doelwit van de machinatie, waarvan ook Doucé slachtoffer zou zijn. De dominee, die bekend stond als homofiel, was de vertrouwensman van de seksuele minderheden in Frankrijk. Het hoofd van de nationale politie heeft de ernstige aantijgingen van inspecteur Dufourg afgedaan als "onjuist, onverantwoord en ontoelaatbaar".
De duistere rol van de inlichtingendienst in de hele affaire zou voor de minister van Binnenlandse Zaken, Pierre Joxe, aanleiding zijn voor een ingrijpende reorganisatie van het politieapparaat.
Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Oktober 1990
Lijk in bos bij Parijs van Belgische dominee
Het lijk dat op 18 oktober werd ontdekt in het bos van Rambouillet, in de buurt van Parijs, is dat van dominee Joseph Doucé, zo heeft vrijdag de procureur van Versailles gezegd. Hoe Doucé, die uit Rummen (Geetbets) afkomstig is, om het leven kwam is nog niet geweten.
Doucé, leider van het Parijse. centrum voor hulp aan seksuele minderheden "Centre du Jesus Christ Liberateur", werd op 19 juli in zijn woning opgehaald door twee mannen die zich als politieagent voordeden. Hij was daarna spoorloos verdwenen. De belangrijkste verdachte is politie-inspecteur Jean-Marc Dufourg van de Renseignements Generaux, de inlichtingendienst van de politie. Hij had de dominee voordien al enkele malen bedreigd en hem proberen te intimideren. Dufourg is in staat van beschuldiging gesteld in een parallelle zaak: poging tot moord op een man die hij als informant probeerde te ronselen om Doucé's alternatieve boekhandel in de gaten te houden.
De inlichtingendienst verdacht Doucé van betrokkenheid bij kinderporno en andere oneerbare praktijken. Dufourg is inmiddels geschorst, omdat hij zijn boekje te buiten is gegaan. Hij beschuldigde zijn hiërarchische oversten ondermeer van samenzwering tegen vooraanstaande personen.
Zijn uitspraken brachten de centrum-rechtse oppositie in het Franse parlement ertoe een parlementair onderzoek te vorderen over het doen en laten van de inlichtingendienst.
Het verzoek van de oppositie maakt echter geen kans. Volgens de Franse grondwet is het namelijk onmogelijk een parlementaire onderzoekscommissie in te stellen op het moment dat er een gerechtelijk onderzoek loopt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Oktober 1990
Wat weet minister Pasqua over zaak Joseph Doucé?
De kans bestaat dat de Parijse onderzoeksrechter Ricard de Franse minister van Binnenlandse Zaken Charles Pasqua zal verhoren in verband met de moord op dominee Doucé. De half-Belgische geestelijke werd op 19 juli 1990 meegenomen door drie mannen die zich als politiemannen hadden voorgesteld. Drie maanden later werd zijn lijk teruggevonden. Tijdens een verkiezingsmeeting, waar hij zwaar uithaalde naar de socialisten, heeft minister Pasqua geïnsinueerd dat Doucé - ten tijde van een linkse regering - vermoord is door geheime agenten. Meteen is weer het deksel gelicht van wat een minister eens «het meest stinkende potje van Frankrijk» heeft genoemd.
De uitlatingen van Pasqua hebben de aandacht getrokken van Olivier Metzner, de advocaat van Doucés levensgezel Guy Bondar. Volgens hem heeft de Franse minister van Binnenlandse Zaken de indruk gewekt Doucés moordenaars te kennen en moet hij nu maar alles wat hij weet vertellen aan het gerecht. In die zin heeft de advocaat dan ook een verzoekschrift tot de onderzoeksrechter gericht. Om Pasqua te horen moet Ricard echter de toelating van de ministerraad krijgen.
Limburgse afkomst
Dominee Joseph Doucé, die langs zijn Limburgse moeder van Belgische afkomst is, leidde een opvallende Parijse parochie. In het Centre du Christ Libérateur ving hij transseksuelen, homo's en pedofielen op. Hij werd de advocaat van de seksuele minderheden genoemd. Zijn sociaal werk trok de aandacht van een speciale Franse inlichtingendienst, de Renseignements Généraux. Hoewel nooit bewijzen tegen hen zijn aangevoerd, zijn RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg en twee van zijn ondergeschikten altijd de voornaamste verdachten in deze moordzaak gebleven. Dufourg heeft, tot op de dag dat de dominee verdween, Doucé gevolgd omdat hij wou nagaan of de protestantse priester een rol speelde in een netwerk van kinderporno, waarbij allerlei vooraanstaande personen betrokken waren, zelfs figuren uit het Elysée.
Pasqua's woorden lijken een al eerder geopperde hypothese te bevestigen. Volgens die veronderstelling zouden de RG-agenten Doucé onder handen hebben genomen in een poging hem aan het praten te krijgen. Daarbij zouden ze net even te ver zijn gegaan.
Bron: Het Belang van Limburg | 24 Februari 1995
Geheimagenten gedagvaard na afluisteren vermoorde Doucé
Twee kopstukken van de Franse geheime dienst en de politieprefect zijn maandag verwezen naar de correctionele rechtbank van Parijs na de moord op dominee Joseph Doucé, die uit Rummen (Geetbets) afkomstig was. De Kamer van Inbeschuldigingstelling heeft beslist de vroegere politieprefect, Pierre Verbrugghe, de vroegere baas van de Renseignements Généraux (RG), Claude Bardon en gewezen RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg te vervolgen voor het afluisteren van de telefoon van dominee Doucé. De moord op de dominee is tot op vandaag niet opgehelderd.
Dominee Joseph Doucé werd op 19 juli 1990 ontvoerd, uit zijn alternatieve boekhandel in Parijs. Drie maanden later werd zijn stoffelijk overschot gevonden in het bos van Rambouillet. Doucé, afkomstig van Rummen, was de herder van een op z'n minst opvallende parochie in Parijs. «De advocaat van de seksuele minderheden» werd hij in de volksmond genoemd. Zijn inzet voor die minderheden (homofielen, transseksuelen en pedofielen) garandeerde hem ook de achterdocht van de Franse geheime dienst, Renseignements Généraux (RG). Zijn telefoon werd afgeluisterd en hij werd voortdurend geschaduwd. Het onderzoek werd geleid door RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg. Doucé werd geobserveerd om na te gaan of hij een rol speelde in een omvangrijk netwerk van kinderporno, dat zelfs vertakkingen tot in het Elysée zou hebben.
De dag van zijn verdwijning is Doucé vertrokken met mannen met politie-insignes. Hij zou over een twintigtal minuutjes terugzijn, maar is nooit teruggekeerd. Volgens sommige kringen is de dominee uit de weg geruimd omdat hij teveel wist over de seksuele praktijken van verschillende hooggeplaatste Fransen. Anderen zeggen dan weer dat het alleen de bedoeling was hem te ontvoeren, om hem schrik aan te jagen, maar dat die operatie uit de hand is gelopen. Wat zich die fatale nacht werkelijk heeft afgespeeld, is zes jaar na de moord nog een even groot raadsel.
Maar de dood van de dominee heeft wel een reeks andere processen in gang gezet: de RG, die voorheen rekening moest afleggen aan haast niemand, werd onder de loep genomen, het Elysée en verschillende hooggeplaatste Fransen kwamen in opspraak en enkele politiemensen zijn geschorst. Maandag kreeg het dossier Doucé dan opnieuw een staartje toen de Parijse Kamer van Inbeschuldigingstelling besliste dat de vroegere politieprefect Pierre Verbrugghe, de vroegere baas van RG, Claude Bardon en ex-inspecteur Jean-Marc Dufourg zich voor de correctionele rechtbank moeten verantwoorden voor het aftappen van de telefoon van Doucé. Dufourg wordt ook verdacht van betrokkenheid in de dood van Doucé, maar harde bewijzen daarvan zijn er - nog - niet.
Bron: Het Belang van Limburg | 20 Maart 1996
Moord op Belgisch-Franse dominee blijft duistere zaak
Het ziet er naar uit dat voorlopig geen klaarheid zal komen in de moord op de Belgisch-Franse dominee Joseph Doucé. De 17de Kamer van de correctionele rechtbank in Parijs onderzoekt slechts tot op zekere hoogte de mogelijke betrokkenheid van Franse politiediensten. De getuigenissen hebben tot nu toe weinig bijgebracht en de openbare aanklager is zeer terughoudend. Op 24 februari valt het vonnis.
Dominee Joseph Doucé, die langs zijn Limburgse moeder van Belgische afkomst is, leidde een opvallende Parijse parochie. In het “Centre du Christ Libérateur” ving hij transseksuelen, homo’s en pedofielen op. Zijn sociaal werk trok de aandacht van de speciale Franse inlichtingendienst "Renseignements Généraux”, algemeen bekend onder de afkorting RG.
Vast staat dat dominee Doucé door agenten van deze instelling werd geschaduwd toen hij op 19 juli 1990 verdween. Meer, hij werd ontvoerd door drie mannen die zich als politiemannen hadden voorgesteld. Drie maanden later werd het lijk van de dominee in het bos van Fontainebleau gevonden.
Jarenlang heeft het dossier-Doucé boven de Franse politieke wereld gebengeld. De affaire heette "het meest stinkende potje van Frankrijk". Niet zelfden werd beweerd dat dominee Doucé vermoord was omdat hij te veel wist over pedofiele praktijken van vooraanstaanden. Enkele keren werd daarbij zelfs naar het Elysée verwezen. Tijdens de verkiezingscampagne van 1995 suggereerde de rechtse politicus Charles Pasqua dat Doucé in opdracht van de vorige linkse regering was vermoord door Franse geheime agenten. De algemeen aanvaarde hypothese was dat RG-agenten Doucé onder handen hadden genomen in een poging hem aan het praten te krijgen. Daarbij zouden ze net even te ver zijn gegaan.
Het nu lopende proces spit de kwestie niet tot op het bot uit. Wel wordt nagegaan waarom de RG Doucé bespioneerde, valse rapporten aanlegde over dat onderzoek en op illegale wijze zijn telefoon afluisterde. Naast RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg - die eerder al verdacht werd van de moord op Doucé - staan zijn baas Claude Bardon en het toenmalige hoofd van de Parijse politie Pierre Verbrugghe terecht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1998
Doucé-proces peutert niet in stinkend potje
Het ziet er naar uit dat voorlopig geen klaarheid zal komen in de moord op de Belgisch-Franse dominee Joseph Doucé. De 17de Kamer van de correctionele rechtbank in Parijs onderzoekt slechts tot op zekere hoogte de mogelijke betrokkenheid van Franse politiediensten. De getuigenissen hebben tot nu toe weinig bijgebracht en de openbare aanklager is zeer terughoudend. Op 24 februari valt het vonnis.
Dominee Joseph Doucé, die via zijn Limburgse moeder van Belgische afkomst is, leidde een opvallende Parijse parochie. In het Centre du Christ Libérateur ving hij transseksuelen, homo's en pedofielen op. Hij werd 'de advocaat van de seksuele minderheden' genoemd. Zijn sociaal werk trok de aandacht van de speciale Franse inlichtingendienst 'Renseignements Généraux', algemeen bekend onder de afkorting RG. Vast staat dat dominee Doucé door agenten van deze instelling werd geschaduwd toen hij op 19 juli 1990 verdween. Meer, hij werd ontvoerd door drie mannen die zich als politiemannen hadden voorgesteld en geloofwaardige legitimatiedocumenten toonden. Drie maanden later werd het lijk van de geëngageerde geestelijke in het bos van Fontainebleau gevonden.
Jarenlang heeft het dossier-Doucé boven de Franse politieke wereld gebengeld als de Bende van Nijvel en de zaak-Dutroux boven de Belgische instellingen. De affaire heette «het meest stinkende potje van Frankrijk». Herhaaldelijk verschenen boeken over de kwestie. Daarin werd niet zelden beweerd dat dominee Doucé vermoord was omdat hij te veel wist over pedofiele praktijken van vooraanstaanden. Enkele keren werd daarbij zelfs naar het Elysée verwezen. Tijdens de verkiezingscampagne van 1995 suggereerde de rechtse politicus Charles Pasqua dat Doucé in opdracht van de vorige linkse regering was vermoord door Franse geheime agenten. De algemeen aanvaarde hypothese was dat RG-agenten Doucé onder handen hadden genomen in een poging hem aan het praten te krijgen. Daarbij zouden ze net even te ver zijn gegaan.
Het nu lopende proces spit de kwestie niet tot op het bot uit. Wel wordt nagegaan waarom de RG Doucé bespioneerde, valse rapporten aanlegde over dat onderzoek en op illegale wijze zijn telefoon afluisterde. Naast RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg - die eerder al verdacht werd van de moord op Doucé - staan zijn baas Claude Bardon en het toenmalige hoofd van de Parijse politie Pierre Verbrugghe terecht. Tegen de hoge ambtenaren wist de aanklager weinig in te brengen. Hij eiste alleen zes maanden cel tegen Dufourg omdat hij zijn hierarchische oversten had bedrogen. Over een maand valt het vonnis. Wat ook de uitspraak zal zijn, de dood van dominee Doucé zal altijd een mysterie blijven.
Bron: Het Belang van Limburg | 17 Januari 1998
Vonnis verheldert Doucé-dossier niet
Voor het eerst is een vonnis geveld in het gerechtelijk kluwen rond de moord op de Belgisch-Franse dominee Joseph Doucé. Er is echter nog geen klaarheid in het duistere misdrijf gebracht. De 17de Kamer van de correctionele rechtbank in Parijs heeft Pierre Verbrugghe, het voormalige hoofd van de politie in de Franse hoofdstad, en Claude Bardon, de directeur van speciale inlichtingendienst Renseignements Généraux (RG), buiten vervolging gesteld. Ze werden vervolgd voor het illegaal afluisteren van Doucés telefoon.
De rechtbank veroordeelde RG-inspecteur Jean-Marc Dufourg tot acht maanden voorwaardelijk en een boete van 120.000 frank. Die straf slaat echter niet op zijn vermeende betrokkenheid bij de moord op Doucé, maar wel op het feit dat hij in dit dossier zijn hiërarchische oversten heeft bedrogen en valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Hij maakte neprapporten over het onderzoek.
Dominee Joseph Doucé, die langs zijn Limburgse moeder van Belgische afkomst is, leidde een opvallende Parijse parochie. In het «Centre du Christ Libérateur» ving hij transseksuelen, homo's en pedofielen op. Hij werd «de advocaat van de seksuele minderheden» genoemd. Zijn sociaal werk trok de aandacht van Renseignements Généraux. Vast staat dat dominee Doucé door agenten van deze instelling werd geschaduwd toen hij op 19 juli 1990 verdween. Meer, hij werd ontvoerd door drie mannen die zich als politiemannen hadden voorgesteld en geloofwaardige legitimatiedocumenten toonden. Drie maanden later werd het lijk van de geëngageerde geestelijke in het bos van Fontainebleau gevonden.
Jarenlang heeft het dossier-Doucé boven de Franse politieke wereld gebengeld als de Bende van Nijvel en de zaak-Dutroux boven de Belgische instellingen. De affaire heette «het meest stinkende potje van Frankrijk». Herhaaldelijk verschenen boeken over de kwestie. Daarin werd niet zelden beweerd dat dominee Doucé vermoord was omdat hij te veel wist over pedofiele praktijken van vooraanstaanden. Enkele keren werd daarbij zelfs naar het Elysée verwezen. Tijdens de verkiezingscampagne van 1995 suggereerde de rechtse politicus Charles Pasqua dat Doucé in opdracht van de vorige linkse regering was vermoord door Franse geheime agenten. De algemeen aanvaarde hypothese was dat RG-agenten Doucé onder handen hadden genomen in een poging hem aan het praten te krijgen. Daarbij zouden ze net even te ver zijn gegaan.
Het nu afgelopen proces heeft niet echt duidelijkheid gebracht.
Bron: Het Belang van Limburg | 26 Februari 1998
"Zijn boekenwinkel werd Joseph wellicht fataal"
Het was een korte ceremonie op het kerkhof van Bullion. Er was een kist, erin lag het lichaam van dominee Joseph Doucé. "Heel zwijgzaam namen we afscheid", zegt Hans Visser. We, dat waren vier mensen: deze Nederlandse dominee Visser dus, zijn zoon, Guy Bondar en een advocaat. "Iets verder stonden ook mensen van de Franse politie." Niet toevallig, twee jaar voordien verdween Joseph Doucé op 19 juli 1990 in Parijs. Drie maanden later was z'n dode lichaam teruggevonden in een bos in Rambouillet. Veel wees in de richting van een Franse politieagent. Maar de dood van Doucé bleef een duister drama.
Verdriet kan voorbijgaan. Maar verdriet kan ook blijven. Heel lang of altijd. Bijvoorbeeld als je kind vermoord wordt. Of je man. Je zus. Een vriend. Natuurlijk gaat ook dan het leven verder. Maar nooit meer zoals vroeger. Zeker als die moord geklasseerd wordt. Deze week brengen we verhalen van onopgeloste moorden in Limburg. Vandaag: Joseph Doucé.
'Mist, geruchten en een laag beton' is de titel van een documentaire die Babette Moonen, studente Woordkunst aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen, maakte over de zaak van de verdwenen en vermoorde dominee Joseph Doucé. Een documentaire die ze instuurde voor de Nederlandse RVU Radioprijs, een aanmoedigingsprijs voor studenten journalistiek en jonge radiomakers uit Nederland en Vlaanderen. Uit de 42 inzendingen werden er twaalf genomineerd, die van Babette Moonen is er één van. Haar documentaire, van ruim 37 minuten, wordt op zondag 22 augustus uitgezonden op de Nederlandse Radio 1. Moonen laat daarin onder meer dominee Hans Visser aan het woord, maar kon ook Guy Bondar traceren.
De vriend van Joseph Doucé trok al snel na de gebeurtenissen van 1990 weg uit Parijs en uit Frankrijk en vestigde zich in Nederland. Daar woont hij vandaag nog altijd, Bondar werkt er voor een reisorganisatie. In de documentaire vertelt hij onder meer over de bedreigingen die hij en Doucé in de dagen en weken voor de verdwijning van de dominee te verwerken kregen en over de avond van de 19de juli zelf. "Het gebeurde heel snel", zegt Bondar in de uitzending. "We hadden geen idee wat er zou gebeuren, maar het leek alsof die mensen een gevoelige zaak wilden bespreken. En Joseph was altijd bereid mee te werken." Bondar verwijt zichzelf nog altijd dat hij niet beter toekeek op het identificatiebewijs van de man die Doucé meenam, maar vermoedt dat het om Jean-Marc Dufourg gaat. Maar alle sporen werden later vakkundig gewist, de zaak Doucé blijft officieel onopgelost.
Omdat er zoveel onwaarheden geschreven en gezegd worden, zien wij ons verplicht de echte waarheid te schrijven over het leven van Pasteur Joseph Doucé. Regelmatiger kan een handschrift niet zijn, op negen vellen schreef z'n moeder Rosa in 1991 het verhaal van haar zoon. Bijna twintig jaar later zit de brief in een rode map met daarop 'DOUCÉ'. Met accent op de é, een zacht verhaal wordt dit niet. Verder: oude foto's, vergeelde krantenknipsels, brochures van het 'Centre Christ Libérateur' (CCL), een verslag van de eerste bijeenkomst d.d. 26 september 1990 van de Nederlandse steungroep Pasteur Doucé. Aanwezig: Hans Visser. Vandaag gepensioneerd dominee, z'n appartement in Rotterdam was de beste loge voor de proloog van de Tour de France. Hij is 68 vandaag, ergens in de jaren '80 leerde hij Joseph Doucé kennen.
"Nadat ik in '79 van zending uit Indonesië was teruggekeerd, was ik hier in Rotterdam een actie voor seksuele minderheden begonnen," vertelt Visser. "Eerst met een groep rond travestie en transseksualiteit, later ook rond sadomasochisme en pedoseksualiteit. Het ging ons om de zorg om mensen die werden uitgesloten wegens, bijvoorbeeld, hun geaardheid. En na een tijd vernam ik dat Joseph Doucé in Parijs met gelijkaardig werk bezig was. Zo leerde ik hem kennen."
Dominee Doucé
Het is 13 april 1945, we gaan naar de brief van Rosa Doucé: Zijn ouders woonden in 3454 Rummen, Brabant, hij (Joseph, red.) werd geboren in de Sint-Annakliniek van Sint-Truiden. Joseph heeft een broer die vier jaar jonger is, is verstandig, kocht boeken en las die van 11 jaar, die voor jongens van 20 jaar bestemd waren en als hij 15 gebeurt er iets: Bij een gelegenheid hoorde Joseph een vreemde priester, hij zegde dat er te weinig priesterroepingen waren. (...) Toen hij thuiskwam, zegde hij dat hij pastoor ging worden. Er zit verdriet in de letters van moeder Doucé, al blijkt veel verder hoe ze haar zoon steunde. En Doucé werd geen pastoor, na een ontmoeting met dominee Woerner van de Baptistenkerk kwam hij jaren later in Frankrijk terecht en zou hij in 1971 in die kerk zelf dominee worden (Pasteur, schrijft z'n moeder) in Lens en Béthune.
"Maar hij was ook seksuoloog", zegt Hans Visser en als hij in 1976 in Parijs terechtkomt sticht hij het 'Centre du Christ Libérateur', een centrum waarin hij zich inzet voor seksuele minderheden, in de brief schrijft z'n moeder: Het was een informatie- en hulpverleningscentrum. "Volgens Joseph kende God alleen liefde voor mensen, ongeacht hun seksuele geaardheid", legt Visser uit. "Nergens zegt Christus trouwens dat seksualiteit geïsoleerd moet worden en ook in liefde behoud je je vrijheid." Visser is duidelijk: Doucé is absoluut géén pedofiel, er is ook geen sprake van het goedkeuren van mistoestanden, hij is wel iemand die zich inzet voor mensen die puur om hun geaardheid worden uitgesloten.
In een bijlage bij Rosa's brief zit een uitnodiging voor een herdenkingsdienst op 1 december 1990 in Parijs, zelf heeft ze er er met pen nog bijgevoegd dat er op 8 december 1990 een dienst wordt gehouden in Rummen en twee woorden heeft ze in de gedrukte uitnodiging geschrapt: zelf homoseksueel. Begrijpelijk, dominee Joseph Doucé heeft in Parijs een vriend die Guy Bondar heet, maar voor de generatie van z'n moeder ligt dat moeilijk.
Autres Cultures
De herdenkingsdiensten voor Joseph Doucé komen er dus in december 1990, op 19 juli van dat jaar (gisteren exact twintig jaar geleden dus) is Doucé verdwenen. Een dikke maand eerder, op 7 juni, heeft hij met Bondar 'Autres Cultures' geopend, een boekenwinkel die gespecialiseerd is in werken over seksuele minderheden. "Joseph was zeer pastoraal ingesteld, mijn bewondering voor z'n werk is heel groot", zegt Visser, die Doucé in 1988 had ontmoet in Parijs en hem een jaar later had uitgenodigd naar Rotterdam. "Daar gaf hij een uitstekende speech, heel begrijpelijk. Hij was een gezelligheidsmens. Joseph had hele goeie contacten, ook in Nederland, Duitsland en Engeland en hij had als seksuoloog ook een zeer grote kennis. Maar volgens mij werd de winkel hem fataal."
Dat zou kunnen. Amper vier dagen na de opening van 'Autres Cultures' wordt ingebroken en is duidelijk dat de hele winkel doorzocht is. Een dag later doet Guy Bondar aangifte van de inbraak, maar de zaak wordt snel geklasseerd. "Ze hielden de winkel in het oog", zegt Visser en met 'ze' bedoelt hij de Franse geheime diensten. Want een man die het opneemt voor 'seksuele minderheden' is in het Frankrijk van de jaren '80 verdacht. "In die tijd hadden de Franse inlichtingendiensten wellicht te weinig werk", aldus Visser. "De muur van Berlijn was gevallen, de Koude Oorlog voorbij... ze gingen zich een bezighouden met kinderporno. Hoewel daar absoluut geen sprake van was bij Joseph."
Inspecteur Dufourg
18 juni 1990, een week na de klacht van Guy Bondar over de inbraak. De naam van Jean-Marc Dufourg, inspecteur bij de Renseignements Généraux, valt in het verhaal van Hans Visser. Een naam die in alle knipsels, tijdsbalken en verhalen over Joseph Doucé valt. Ook die 18de juni: Pierre Didier ("een Bask", zegt Visser) wordt door vier agenten waaronder Dufourg gevraagd als zogenaamde homofiel contact op te nemen met Doucé. Dat doet Didier niet, later wordt hij door Dufourg en zijn mannen thuis geïntimideerd, zo erg dat Didier probeert zelfmoord te plegen. En op 19 juli 1990, om 20.30 uur, bieden drie personen in burger zich aan bij 'Autres Cultures' in de Rue Clairaut. Eén ervan identificeert zich bij Bondar als agent, Doucé wordt gevraagd mee te gaan voor een formaliteit en de dominee gaat te goeder trouw mee. En dat wordt het einde van Joseph Doucé. 24 uur later gaat Guy Bondar aangifte doen van de verdwijning van de dominee, maar bij de politie nemen ze hem niet serieus.
Op 23 juli dient hij klacht voor ontvoering, een klacht die niet aanvaard wordt. Sterker: even later wordt Bondar nog zélf in verdenking gesteld. Maar als op 14 september de Franse krant Libération het verhaal van de 'Bask' Pierre Didier uitbrengt, wordt Jean-Marc Dufourg opgepakt en gevangen gezet. Hij blijft tot 2 oktober in de cel, maar wordt uiteindelijk vrijgelaten. Het is de beroemde Jacques Vergès, de man die onder meer Klaus Barbie en terrorist Carlos verdedigt, die advocaat is van Dufourg. Die verklaart, in verband met de zaak-Didier, dat hij van zijn oversten de opdracht had gekregen om homoseksuelen en prostituées te rekruteren om Franse personaliteiten in diskrediet te brengen. Maar dat blijkt gelogen. En op 18 oktober 1990 wordt in de bossen van Rambouillet een vreselijke ontdekking gedaan: het naakte lijk van Joseph Doucé.
Boek en steungroep
Het lichaam wordt niet zomaar vrijgegeven, pas in maart 1992 verschijnt er een officieel rapport. Er is tandheelkundig onderzoek gedaan door de Parijse dokter Michel Evenot, opnieuw Libération meldt dat Joseph Doucé gewurgd zou zijn. Door wie? Ook vandaag is dat een raadsel. Waarom? Daarover verschijnen in de pers van die jaren allerlei theorieën. Dat Doucé weet zou gehad hebben van een affaire van de Franse staatsveiligheid, bijvoorbeeld. Dat een ondervraging uit de hand was gelopen. 'Le scandale d'une disparition' verschijnt al snel, een boekje van Françoise d'Eaubonne over de verdwijning. Dufourg wordt wel ontslagen, maar hij wordt nooit veroordeeld als verdachte die een rol zou spelen in het verdwijnen van Doucé. Het onderzoek loopt vast.
Visser, vandaag: "Ik ben zeer blij dat ik Joseph Doucé heb ontmoet, omdat ik veel leerde van zijn werkwijze en van de manier waarop hij met mensen omging. Tegelijk blijft de moord op Joseph mij verdrietig stemmen. Er waren dreigementen geweest, de atmosfeer die toen al in Parijs hing, moet te vergelijken geweest zijn met wat er in de jaren '90 na de affaire Dutroux in België en Nederland is gebeurd. Terwijl Dutroux een pathologisch figuur was en wat wij en Joseph met het opkomen voor seksuele minderheden niks met iets als Dutroux te maken had. Joseph wilde bepaalde problematieken bespreekbaar maken, net als wij. We begingen hetzelfde pad, maar het is wel een pad waar je vaak alleen bent."
Ergens in '92 wordt het lichaam van Joseph Doucé vrijgegeven en kan de dominee begraven worden. "Eigenlijk wilde hij gecremeerd worden", zegt Visser, "maar dat mocht niet. Dus werd hij begraven in Bullion, bij Parijs. Ik was er met mijn zoon, Guy Bondar was er en zijn advocaat. En verder alleen nog politie-agenten. Het was een korte ceremonie, we namen zwijgzaam afscheid en er kwam een dikke betonlaag op het graf van Joseph." Ook vandaag bestaat in Rotterdam nog een 'Joseph Doucé Groep' onder leiding van Visser. "Een paar keer per jaar komen we samen en praten we over allerlei problematieken. En zo blijft de erfenis van Joseph ook een beetje bestaan."
Nog één keer naar de brief van moeder Doucé, die in 1991 in deze krant over haar zoon sprak. Ze besluit haar brief zo: Geen woord van haat, maar al stervend prevelden zijn lippen nog, als een stille bede: "Heer, vergeef hen, want ze weten niet wat ze doen. Wij danken God voor dit schone leven, waarvan de draad zo laf werd afgesneden." Waarom haar zoon vermoord werd, heeft moeder Doucé nooit geweten.
Bron: Het Belang van Limburg | 20 Juli 2010