Topic: Drogenbos: 26 Maart 1994
Samenvatting
Wat? Overval op een Colmar-restaurant waarbij één klant wordt vermoord
Wanneer? in de nacht van 26 op 27 maart 1994
Waar? Bemptstraat 24 in Drogenbos » Google Maps
Wie?
- Elias Mutlu
- Youssef Hassa Ali Khal
- Ali El Amrani
- Serge Ngandu-Kabengi
- Abdelkader SagjriStatus: Opgelost
Eén klant werd vermoord omdat hij niet snel genoeg reageerde op de vraag van de gangsters. Vier anderen raakten gewond toen er geschoten werd.
De vijf daders werden in december 1996 veroordeeld voor het Hof van Assisen van Brabant. De straffen waren: Levenslang voor Mutlu, 30 jaar voor El Amrani, 25 voor Hasani, 12 voor Ngandu en 7 voor Sagiri.
Genadeloze bende doodt klant in Colmar-restaurant
De vier gemaskerde gangsters, die zaterdagavond een gewapende overval hebben gepleegd op het restaurant Colmar in de Bemptstraat in Drogenbos, zijn nog steeds voortvluchtig. Bij de overval schoten de gangsters een klant dood en verwondden ze nog eens vier andere aanwezigen. Twee personen, onder wie de vrouw van het dodelijke slachtoffer, geraakten in shocktoestand.
De gangsters drongen even voor sluitingstijd het restaurant binnen via de dienstingang aan de achterzijde van het gebouw. Het personeel in de keuken werd gekneveld. Daarop stapten de daders het restaurant binnen, waar een dertigtal klanten aanwezig waren. Ze eisten de inhoud van de kassa op, terwijl ze de klanten beroofden van waardevolle bezittingen zoals juwelen, geld en uurwerken.
Enkele klanten weigerden hun bezittingen af te geven, waarop de gangsters begonnen te schieten. Ze schoten de 28-jarige Frédérique Louis uit Halle van dichtbij dood. De zaakvoerder van het restaurant, Daniël H.(40), en drie klanten, Joseph C. (61), Erik L. (31) en de Brit Steven C. (33) werden getroffen in de benen.
De bende die zaterdagavond het restaurant Colmar aan de Bempstraat in Drogenbos overviel, is vermoedelijk dezelfde die vorige week zaterdag de Colmar in Groot-Bijgaarden (Dilbeek) binnenviel. Net zoals vorige week, hadden de daders het dit weekeinde gemunt op de juwelen, de portefeuilles en de handtassen van de klanten. Ook de kassa en de brandkast werden geplunderd.
Volgens getuigen zijn de overvallers van zaterdagavond opnieuw Franstaligen die met een accent spraken. De bende zou bestaan uit drie Noord-Afrikanen en één zwarte. Die werd ook al opgemerkt bij de overval van vorige week. Getuigen beschrijven de overvallers als “dikkerds”. Ze waren alle vier gemaskerd en in het bezit van vuurwapens.
De overvallers kwamen binnen door de achterdeur. Alvorens door te stoten naar het restaurant zelf, werd het keukenpersoneel gekneveld. Vervolgens bedreigden de overvallers de aanwezige klanten en de zaakvoerder met hun wapens. Op het ogenblik van de overval waren er een dertigtal klanten aanwezig. Toen een aantal onder hen weigerde hun bezittingen af te geven, openden de daders het vuur. Frédérique Louis (28) uit Halle werd gedood. De zaakvoerder en drie klanten werden in het been getroffen.
Shocktoestand
Nog twee andere klanten, onder wie de vrouw van het dodelijke slachtoffer, raakten in shocktoestand. Alle slachtoffers werden respectievelijk overgebracht naar het Erasmusziekenhuis, het Sint-Pietersziekenhuis, het Sint-Elizabethziekenhuis en het universitair ziekenhuis van de VUB in Jette.
Het tumult bleek groot tijdens de overval. Enkele klanten vluchtten het restaurant uit. De daders zelf namen ook de benen. Te voet vluchtten zij weg langs de Stallestraat. Geen enkele van de ongeveer dertig getuigen, die later zijn ondervraagd, kon bevestigen of de overvallers met een klaarstaande auto konden ontkomen.
Hoe omvangrijk de buit van zaterdagavond precies is, is nog niet helemaal duidelijk. Er wordt gewag gemaakt van 750.000 frank. Dat geld vonden de overvallers in de kassa en de brandkast van het restaurant. Over het motief van de daad tast het gerecht in het duister. De Brusselse onderzoeksrechter Johan Vlogaerts houdt rekening met verschillende mogelijke drijfveren. Eén mogelijke stelling is dat het gaat om personen die enkel uit zijn op geld. Een andere mogelijkheid is dat de bende ingehuurd is om de restaurantketen Colmar te treffen. Wat daarvan de reden zou kunnen zijn, is voor het Brusselse parket niet duidelijk.
Bovendien roepen de overvallen herinneringen op aan de bloedige overvallen op verschillende Delhaize-warenhuizen in het najaar van 1985. Die overvallen worden toegeschreven aan de Bende van Nijvel.
De bezoekers van het Colmar-restaurant in Drogenbos werden gisteren doorverwezen naar de vestiging in Groot-Bijgaarden, waar de daders vorige week zaterdag een overval pleegden. De directie van Colmar zegt alles in het werk te stellen om de veiligheid van de klanten en het personeel in de toekomst te waarborgen. Bovendien wil ze de gerechtelijke instanties haar volledige medewerking verlenen om te voorkomen dat dergelijke feiten zich nog zouden herhalen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1994
Nog geen spoor in Colmar-overvallen
Het onderzoek naar de overval op het Colmar-restaurant in Drogenbos, waarbij een klant werd doodgeschoten en enkele andere gewond, verloopt uiterst moeilijk. De overvallers, 3 Noord-Afrikanen en een zwarte Afrikaan, gingen aan de haal met meer dan 100.000 frank en met bankkaarten en juwelen die ze van de aanwezige klanten hadden afgenomen.
Voorts is zeker dat er tien tot vijftien vuurschoten werden gelost met wapens van verschillend kaliber. Daartussen zaten ook enkele blanco-patronen. Over het voertuig, waarmee de onbekenden naar de Colmar in Drogenbos kwamen, is niets bekend. Een getuige zou de daders te voet hebben zien wegvluchten.
Er is veel gelijkenis met een soortgelijke overval die exact een week voordien in een Colmar-restaurant in Groot-Bijgaarden werd gepleegd. Ook daar vielen vier gewapende gangsters binnen en verdwenen met de inhoud van de brandkast en de bezittingen van de klanten.
Ook het scenario van de twee overvallen bezorgt de speurders kopbrekens. In Groot-Bijgaarden, waar vermoedelijk dezelfde 4 gangsters aan het werk waren, werd in tegenstelling tot Drogenbos geen schot gelost. Geraakten zij in Drogenbos in paniek toen een klant uit Halle niet vlug genoeg de sleutels van zijn auto aan hen overhandigde?
Gaat het om drugsverslaafden die geld nodig hadden, zoals hier en daar in speurderskringen al werd gesuggereerd? De geringe buit, en het feit dat de overvaller ook juwelen en bank- en kredietkaarten meenamen, wijst niet zo direct in de richting van professioneel banditisme.
De gerechtelijke diensten, onder de leiding van onderzoeksrechter Johan Vlogaert, beschikken tot nog toe over geen enkel concreet spoor. Toch menen zij dat het weinig waarschijnlijk is dat de overvallers de Colmar-keten, die in België 11 vestigingen heeft, met terreuracties zouden willen treffen. De Brusselse rijkswachtkapitein Etienne Brams, die belast is met het onderzoek van Drogenbos, stipte gisterenavond aan dat in alle richtingen wordt gezocht. Getuigenverklaringen worden nagetrokken.
De directie van Colmar, gevestigd in het industriepark te Oudenaarde, zit erg verveeld met de twee overallen. Er werd vernomen dat de directie enkele plannen uitwerkt om voor een betere beveiliging van de restaurants te zorgen, zowel voor de klanten als voor het personeel. Maar daarover werden geen details bekendgemaakt.
De directie van Colmar dankt intussen het personeel voor de kalme aanpak en de koelbloedigheid in de tragische situatie. Colmar Restaurants hopen 'dat de daders vlug zullen worden gevat' en 'dat door de medewerking van de ordediensten dergelijke feiten zich niet meer zullen herhalen'.
Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1994
Colmar-overvollers aangehouden
"Door uitstekend speurwerk van de BOB konden een stel gangsters die betrokken waren bij de overval op twee Colmar-restaurants in maart van dit jaar worden ingerekend en onder aanhoudingsmandaat geplaatst." Dat heeft de woordvoerder van het Brusselse parket gezegd.
In totaal beschikt het gerecht over acht identiteiten van daders. Daarvan zijn momenteel nog twee gangsters voortvluchtig. Ze worden opgespoord. Bij de restaurantovervallen, respectievelijk op de Colmar van Groot-Bijgaarden en deze van Drogenbos, schoten de daders één persoon, die niet vlug genoeg zijn bezittingen afgaf, koelbloedig neer.
Eén van de zes opgepakte daders is minderjarig. Het gaat om een 17-jarige Zaïrees die woonachtig is in Schaarbeek. De jongen werd ter beschikking gesteld van de jeugdrechter. Voorts werd ook het vriendinnetje van bendeleider Elias M. voorgeleid. Het gaat om de 18-jarige Anissa E.B., Marokkaanse en wonend in Etterbeek. Zij wordt niet beschuldigd van moord, maar wel van heling en van bendevorming.
Haar vriend, de 19-jarige Turk Elias M., woont in Schaarbeek. Hij fungeerde als bendeleider en was met deze overvallen niet aan zijn proefstuk toe. Hij stond bij de politiediensten trouwens al langer bekend voor allerhande misdaden en was al eens voor vier jaar naar een jeugdtehuis verwezen. Hij werd onder aanhoudingsmandaat geplaatst.
Dat gebeurde ook met een ander bendelid: de 23-jarige Marokkaan Youssef H.A.K. uit Elsene. Ook diens landgenoot Kahlid B. (21 jaar) uit Sint-Gillis werd onder aanhoudingsmandaat geplaatst. De eigenaar van de auto waarmee de twee Colmar-overvallen werden gepleegd, is ook een Marokkaan. Het betreft Abdelkader S. (20 jaar) uit Sint-Gillis.
De meeste daders worden beschuldigd van moord om diefstal te vergemakkelijken en dat als dader of mededader, alsook van diefstal met geweld en bendevorming. Inmiddels hebben de speurders ook het moordwapen teruggevonden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Juli 1994
Vierde Colmar-overvaller aangehouden
Een vermoedelijk vierde dader van de bloederige overval op een Colmar-vestiging in Drogenbos werd zondagnacht opgepakt. Acht daders pleegden in april jl. enkele overvallen op restaurants van de Colmar-keten. In Drogenbos ging het echter verkeerd. Een klant kon zijn autosleutels niet meteen vinden en werd koelbloedig neergeschoten. De man zou later aan zijn verwondingen overlijden.
In de volgende maanden werden drie daders aangehouden, maar de overige bendeleden bleven spoorloos. Zondagnacht kon de Brusselse Anti-Banditisme-Brigade per toeval een vierde verdachte oppakken.
Een patrouille bemerkte ter hoogte van de Hallepoort een verdacht voertuig. Bij de controle bleek de eigenaar van dit voertuig een Belg te zijn. De chauffeur was een vreemdeling. Hij ontweek verdere confrontatie en gaf plankgas. Na een wilde achtervolging werd het vluchtende duo klem gereden op de Ninoofse Steenweg. De chauffeur stapte uit en trok een 9mm-revolver, maar kon samen met zijn gezel overmeesterd worden.
Hoewel de passagier een bekende autodief is, bleek de chauffeur een betere vangst. Ali E. werd immers gezocht voor de overval op de Colmar- vestiging in Drogenbos. Het tweetal werd aangehouden en ter beschikking gesteld van onderzoeksrechter Cudell.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Augustus 1994
Colmar-proces gaat volledige maand duren
Maandagvoormiddag begon voor het assisenhof van Brussel-Hoofdstad het “Colmar-proces”. Vijf betichten staan terecht. Ze worden er an beschuldigd in de nacht van 26 op 27 maart 1994 het Colmar-restaurant in Drogenbos overvallen te hebben en bij deze rooftocht een man te hebben doodgeschoten.
Het proces zal vermoedelijk tot 22 december duren. Na de eedaflegging werd de akte van beschuldiging voorgelezen. Vijf personen staan terecht: de 22-jarige Elias Mutlu, een Turk van Armeense afkomst en die volgen de speurders het dodelijk schot op één van de klanten van het Colmar-restaurant heeft afgevuurd; Youssef Hassa Ali Khal, een 25-jarige Marokkaan; Ali El Amrani, een 22-jarige Marokkaan: Serge Ngandu-Kabengi, een 20-jarige Zaïrees en Abdelkader Sagjri, een 22-jarige Marokkaan. Ngandu is de enig die bekentenissen afgelegd heeft.
Volgens de speurders heeft Sagiri niet actief aan de overval deelgenomen; hij bracht de overige bendeleden met zijn wagen naar het restaurant en voerde hen nadien terug naar Brussel. Op het ogenblik van de feiten genoten Mutlu, Hassan Ali Khal en El Amrani een vervroegde voorwaardelijke invrijheidstelling: voordien waren ze veroordeeld voor diefstal met geweld en verboden wapendracht.
De feiten speelden zich af in de nacht van 26 op 27 maart 1994 te Drogenbos, niet ver van de autosnelweg naar Bergen en Parijs. Vier gewapende en gemaskerde gangsters drongen er het Colmar-restaurant binnen, dwongen het personeel en de klanten op de grond te gaan liggen en roofden hun brieventassen en juwelen. Een van de klanten, Frédéric Louis, bood weerstand en werd doodgeschoten. Ook de restaurantkassa, ongeveer 215.000 frank, werd buitgemaakt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 November 1996
Laurent Compagnon getuigt zelfverzekerd
Het was bijna volle maan en helder weer toen zaterdagavond 26 maart 1994 vier gangsters het Colmar-restaurant in Drogenbos overvielen. Op een parking niet er van de Colmar waren ze door een vijfde trawant afgezet Die wachtte aan het stuur van de vluchtwagen de terugkomst van de overvallers af. Op enkele tientallen meters van het restaurant zetten ze hun maskers op en namen ze hun wapens uit een sportzak, waarna ze de Colmar binnendrongen.
De overvallers werden ontmaskerd dankzij de getuigenis van Laurent Compagnon, die destijds veertien jaar oud was.
Hij woonde niet ver van het restaurant en zaterdagavond 26 maart was zijn aandacht getrokken door het verdacht gedrag van vijf individuen. Toen de jonge man ’s anderendaags de overval op de Colmar in zijn buurt vernam, alarmeerde hij de rijkswacht De getuigenis van kroongetuige Compagnon bracht het onderzoek aan het rollen. Vorige week probeerden de advocaten van de Turk Mutlu en de Marokkanen El Arnrani, Hassani en Sagiri de betrouwbaarheid van Compagnon al in twijfel te trekken: ze beweren dat de jongen in het nachtelijk duister onmogelijk de overvallers en hun vluchtwagen nauwkeurig geobserveerd kan hebben. De getuigenis van Compagnon stemde grotendeels overeen met de verklaring van Ngandu, de vijfde beschuldigde.
De Zaïrees werd op 6 juli 1994 aangehouden, legde volledig bekentenissen af en praatte de vier andere beschuldigden aan de galg. De zelfverzekerde kroongetuige Laurent Compagnon, 14 op het ogenblik van de feiten, was de avond van de overval bijzonder op zijn hoede omdat de dagen voordien in de auto’s van buren was ingebroken. Hij was dan ook geïntrigeerd door een grijze Ford Escort met vijf personen aan boord die op een parkeerterrein niet ver van zijn woning stilhield, des te meer omdat de lichten van de auto onmiddellijk gedoofd werden en vier mannen uitstapten, terwijl de vijfde aan het stuur bleef zitten. Hij volgde enkele minuten de vier mannen en ging toen naar huis.
In de loop van het onderzoek identificeerde Compagnon zowel de vluchtwagen als de vijf bendeleden. De getuigenis van Compagnon en de bekentenis van Ngandu zijn dus eensluidend wat de identiteit van de vijf daders betreft, maar ze verschillen van mening over de identiteit van de chauffeur van de vluchtwagen. Volgens Ngadu was Sagiri immers die chauffeur en heeft Hassani daadwerkelijk aan de overval deelgenomen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 December 1996
Getuige liegt om vriend dienst te bewijzen
Op het zogenaamde Colmar-proces werd gisteren Séverine Demeunier (20), destijds de vriendin van Khalid Bouazza, gehoord. Bouazza is de man die volgens een van de beklaagden op de avond van de moorddadige overval diens auto, de vluchtwagen, zou gebruikt hebben of aan anderen uitgeleend. De getuige had vroeger verklaard dat ze de avond van 26 maart 1994 met Bouazza en Sagiri in Brussel had doorgebracht.
Later trok ze die verklaring in. “Die zaterdagavond was ik alleen met mijn vriend Khalid. Sagiri was niet bij ons. Vroeger heb ik iets anders gezegd om Sagiri een dienst te bewijzen. Maar nu ik weet dat er in Drogenbos een dode gevallen is, verkies ik de waarheid te vertellen", luidde de nieuwe getuigenis van Demeunier.
Gisteren bevestigde ze dit nogmaals en voegde er aan toe dat Mutlu, de vermoedelijke moordenaar haar en haar vriend juwelen en maaltijdcheques gegeven had. Die geschenken hadden ze weggegooid of teruggegeven, omdat ze vermoedden dat het om de buit van overvallen ging.
Toen meester François, de verdediger van Sagiri vroeg waarom Demeunier en Bouazza niet voor heling en bendevorming vervolgd werden, repliceerde advocaat-generaal Jean de Codt: “Waarom kregen Demeunier en Bouazza Juwelen? Om hen te compromitteren, om hun zwijgen te kopen. En daarom is het zo moeilijk om over hen een juist oordeel te vellen.”
Tijdens de namiddagzitting beschreef Jean-Paul Louis, vader van het slachtoffer Frédéric, met een brok in de keel het verdriet van zijn echtgenote: “Mijn vrouw heeft het verlies van onze zoon nooit kunnen verwerken. Ze dacht altijd dat Frédéric nog zou terugkomen. Mijn vrouw heeft de leegte na zijn dood nooit aangekund. Ze had geen zin meer om nog verder te leven. Het verdriet heeft haar ziek gemaakt en in maart van dit jaar is ze gestorven.”
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 December 1996
Levenslang voor Mutlu
“Levenslang voor Mutlu, 30 jaar voor El Amrani, 25 voor Hasani, 12 voor Ngandu en 7 voor Sagiri.” Zo luidde het arrest dat donderdag en na 17 uur op het Colmar-proces geveld werd.
Donderdag 14 uur hadden de gezworenen en de leden van het hof, assisenvoorzitster Karin Gérard en haar twee raadsheren, zich teruggetrokken om de strafmaat te bepalen. Dat Ngando en Sagiri nog nooit door een rechtbank veroordeeld waren, gold als een verzachtende omstandigheid.
Met dit arrest volgde het hof en de gezworenen het strafrekwisitoor van openbare aanklager Jean De Codt, behalve voor Sagiri en El Amrani. De Codt, had tegen Sagiri, die volgens de bekentenissen van Ngandu alleen maar chauffeur van de vluchtwagen gespeeld had, 12 jaar geëist en tegen El Amrani, die nog steeds volgens Ngandu met een pistool zonder kogels aan de Colmar-overval had deelgenomen, 25 jaar.
Na de voorlezing van het arrest begonnen in de assisenzaal verscheidene Marokkaanse en Turkse vrouwen, familieleden en kennissen van Mutlu, El Amrani, Hassani en ook van Sagiri te huilen. Vanuit de beklaagdenbank riep Hassani hen toe: “Moed! Moed”
De vader en broer van Fred Louis, die op zaterdagavond 23 maart 1994 in het Colmar-restaurant in Drogenbos vermoedelijk door Mutlu doodgeschoten werd, waren aanwezig bij de voorlezing van het arrest. Daarmee kwam een einde aan het Colmar-proces dat vier weken geleden begon.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 December 1996