Topic: Marchienne-au-Pont: 8 Mei 1973
Samenvatting
Wat? Roofmoord op een 62-jarige gepensioneerde mijnwerker
Wanneer? 8 Mei 1973
Waar? Rue Arthur Decoux 35 in Marchienne-au-Pont » Google Maps
Wie? Robert Lionard en Georges Wiard
Wapen: karabijn kaliber .22 long rifle
Status: Opgelost
De twee daders overvielen de man en sloegen hem dood met de karabijn. Daarbij werd een schot gelost en raakte Georges Wiard gewond aan het been. Het been werd geamputeerd en Wiard kreeg een kunstbeen. De daders werden in oktober 1974 veroordeeld voor het assisenhof van Henegouwen.
Georges Wiard (links) en Robert Lionard (rechts) tijdens het proces in 1974:

Gepensioneerde vermoord te Marchienne-au-Pont
In zijn woning te Marchienne-au-Pont werd de 62-jarige gepensioneerde mijnwerker Angelo Tirone met ingeslagen schedel aangetroffen. De portefeuille van het slachtoffer werd onaangeroerd teruggevonden, zodat het vermoedelijk geen roofmoord betreft. Inmiddels is een onderzoek naar de ware oorzaak van de moord aan de gang.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Mei 1973
Daders van moord te Marchienne-au-Pont aangehouden
De 39-jarige Georges Wiard, uit Marchienne-au-Pont en de 21-jarige Fransman Robert Lionard, uit Monceau-sur-Sambre, werden tijdens het weekend aangehouden wegens moord op de 61-jarige Angelo Tirone uit Marchienne-au-Pont. De misdaad werd vorige vrijdag gepleegd.
Wiard, die pas dinsdag uit de gevangenis ontslagen was, pleegde samen met Lionard dezelfde nacht de moord. Vroeger woonde hij bij Tirone in. Hij had hem tienduizend frank gevraagd en hem met een karabijn geslagen om ze los te maken. Daarna maakte Tirone af maar bij het toeslaan ging een schot af en Wiard werd aan het been gewond.
Na de misdaad bemerkte een herbergier uit Charleroi de wonde. Hij waarschuwde de politie en zo ging de zaak aan het rollen. Beide boeven werden te Charleroi opgesloten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Mei 1973
Twee dieven sloegen slachtoffer dood te Marchienne-au-Pont
Maandag begint voor het Hof van Assisen van Henegouwen, onder voorzitterschap van de h. Ransart, het proces tegen Georges Wiard, een chauffeur uit Marchienne-au-Pont, en Robert Lionnard, een arbeider uit Monceau-sur-Sambre. Ze worden beschuldigd 5,400 fr. afgetroggeld te hebben, op 8 mei van verleden jaar 5.620 fr. te hebben gestolen van Angelo Tirone te Marchienne-au-Pont en van vrijwillige doodslag met de bedoeling te doden ten einde de straf te kunnen ontlopen.
Wiard werd reeds verscheidene malen wegens diefstal, valsheid in geschriften, slagen, enz. veroordeeld en had reeds diverse gevangenisstraffen uitgezeten.
Lionnard leefde op kosten van zijn moeder, die te Monceau-sur-Sambre een café hield. In december 1972, toen hij werkte als antenneplaatser bij de h. Jacques Demoulin, had hij Wiard leren kennen. Op het einde van het jaar had hij zijn werk in de steek gelaten en had, behalve een week, niet meer gewerkt.
Munitie
Nadat Wiard op 8 mei te 9u de gevangenis had verlaten, bezocht hij cafés en verteerde er de 520 fr. die hij in de nor had verdiend. Omstreeks 13u30 belde hij Lionnard op en de twee mannen troffen elkaar te Marchienne-au-Pont In het café “Au Manoir”. Ze gingen daarna naar de wapenhandelaar Bernard en kochten er 50 patronen voor een 22 mm. long rifle, die Wiard enkele maanden daarvoor had besteld. Wiard, na de karabijn te hebben getest, zei aan zijn vriend dat hij de bedoeling had twee diefstallen te plegen: de eerste bij een Italiaan die 10.000 fr. zou opbrengen en de tweede bij D'leteren te Brussel wat 90.000 fr. zou opleveren.
Lionnard was het daarmee eens en beide mannen gingen vooreerst bij Claude Charron, eveneens uit Marchienne, die, volgens Wiard, kwaad over hem had gesproken. Wiard bedreigde hem met zijn wapen, maar Charron slaagde er in hem te kalmeren. De twee mannen begaven zich daarna bij de 62-jarige Angelo Tirone, een ongehuwde gepensioneerde mijnwerker, wonende rue Decoux 35, op het adres zelf waar Wiard gehuisvest is.
Omstreeks 20u30 kwamen ze bij de h. Tirone aan. Wiard hield de karabijn onder een hoofdkussen verborgen.
Slagen
Wiard klopte aan en Lionnard riep “politie”. Toen de h. Tirone opendeed, stormden beide mannen het appartement binnen en wierpen de deur achter zich toe. Onder bedreiging van zijn wapen eiste Wiard dat de bejaarde hem zijn geld zou geven. De Italiaan antwoordde dat hij niets bezat en Wiard bracht hem met de kolf van de karabijn een hevige slag toe op het hoofd.
De ongelukkige begon te roepen, waarbij Lionnard hem de hand op de mond legde om te beletten dat de kreten zouden gehoord worden. Tirone zou hierop getracht hebben de karabijn te bemachtigen, maar kreeg van Wiard een vuistslag.
Hij nam van onder het tafelkleed een enveloppe met 2.400 fr., maar daar hij nog meer slagen kreeg - Wiard vond immers dat dit te weinig was - nam hij uit een ziekenfondsboekje een som van 3.000 fr. Veel bloed verliezend viel hij daarna op zijn bed. De twee mannen hadden nochtans opgemerkt dat er in het boekje nog andere bankbriefjes staken en legden er de hand op.
Wlard stelde dan aan de h. Tirone voor hem een spuitje te geven om hem te doen slapen. Hij deed dit met een naald die hij op zak had, waarbij hij tevens het hoofd van het slachtoffer met nieuwe kolfslagen bewerkte. Er werd een schot gelost, waarbij Wiard in de dij gewond werd.
Op de vlucht
De twee dieven lieten de h. Tirone stervend achter en sloegen afzonderlijk op de vlucht, Lionnard met 5.000 fr. en Wiard met de rest. Terwijl Lionnard naar huls ging, begaf Wiard zich naar het café “Au Kepi Blanc” te Charleroi, waar hij vertelde dat zijn gewezen werkgever op hem geschoten had. De politie ondervroeg zowel Wiard als werkgever Demoulin en stelde vast dat de versie van Wiard onaanvaardbaar was. Wiard sloeg op de vlucht en zocht Llonnard op. De twee mannen bleven drie dagen in de streek ronddwalen.
Ondertussen werd het lijk van de h. Tirone gevonden. Op 12 mei werd Wiard, na een korte achtervolging, te Fontaine-l’Evêque aangehouden. 's Anderdaags was het de beurt van Lionoard. Wiard beweert dat hij niet de bedoeling had Tirone te doden, maar daar deze laatste hem goed kende, zou hij bij het in leven blijven niet nagelaten hebben Wiard bij de politie aan te geven. Het psychiatrisch onderzoek wees uit dat beide mannen volledig toerekenbaar zijn.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Oktober 1974
Wiard en Lionnard minimaliseren aandeel in dood van Italiaan
Niet minder dan achtenzestig personen zijn als getuige gedagvaard in het proces ten laste van Georges Wiard en Robert Lionnard, dat maandag voor het Hof van Assisen van Henegouwen te Bergen is ingezet. Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Stranard, bijgestaan door de rechters Hervy en Bleeckx.
De 41-jarige Georges Wiard en de 22-jarige Fransman Robert Lionnard worden ervan beschuldigd op 8 mei 1973 te Marchienne-au-Pont de bejaarde Italiaan Angelo Tirone met geweld 5.400 fr. te hebben afgeperst, hem nogmaals van 5.620 fr. te hebben beroofd om hem tenslotte met kolfslagen op het hoofd te doden.
Netjes gekamd en in een lichtgrijs pak gestoken, verschijnt Wiard met onbewogen gelaat, maar wijkende blik voor het Hof. Hij hinkt enigszins ten gevolge van een kunstbeen. Lionnard vertoont zich daarentegen minder verzorgd en veel minder rustig dan zijn lotgenoot.
De verdediging van Wiard wordt waargenomen door Mrs J.-CI. Van Cauwenherghe en J.P. De Clercq. Voor Lionnard pleiten Mrs G. Simonis en Anne Krywin. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door eerste substituut Paul Ransquin. In de jury is slechts één vrouw opgenomen.
Na voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Gerard antwoordt Georges Wiard op vragen van de voorzitter omtrent zijn ongelukkige jeugd en zijn talrijke veroordelingen. Hij geeft toe dat de thans gewraakte misdaad voor het geld is gepleegd. “Maar ik had nimmer de bedoeling Tirone te doden”, zo betoogt hij, waarop de voorzitter wil weten waarom hij dan wel een geladen karabijn bij zich droeg. “Om schrik aan te jagen en omdat ik dacht dat Tirone zich niet zonder meer zou laten doen. Hij was toch bij het Afrikakorps geweest …”, zo zegt betichte.
Handdoek
Voorts bevestigt Wiard, die overigens met onderdanige, bijna zoeterige, stem op de vragen van de voorzitter antwoordt, de verklaringen die hij tijdens het onderzoek aflegde. Hij bekent de afpersing en de diefstal. Niettemin voegt hij hieraan toe, dat Lionnard een handdoek rond de hals van het zieltogende slachtoffer heeft gebonden, niet om het bloed te stelpen, maar om de Italiaan te wurgen.
De beurt is dan aan Lionnard die eveneens een sombere jeugd heeft gekend en diefstallen pleegde in Frankrijk. Betichte poogt eveneens zijn aandeel in de feiten te minimaliseren. Weliswaar heeft hij Tirone een vuistslag gegeven. terwijl Wiard hem kolfslagen toediende, maar hij houdt staande dat hij bij de deur bleef staan. Hij zegt de handdoek wel degelijk om de hals van hel slachtoffer te hebben “gelegd” om het bloed te stelpen. Zijn deel van de buit gaf hij uit aan drank en taxi's. Hij had nog slechts enkele briefjes van honderd op zak toen hij werd aangehouden.
De namiddagzitting begint met de ondervraging van de h. Leclef, die het relaas brengt van de taak die hij als onderzoeksrechter in deze zaak heeft volbracht. Weinig nieuwe elementen dus. Toch wijst hij op enkele tegenstrijdigheden in de verklaringen van Wiard en van Lionnard. Laatstgenoemde heeft steeds geloochend het slachtoffer met het heft van zijn dolk te hebben geslagen. Hij heeft het evenmin willen wurgen door te trekken aan de beide uiteinden van de handdoek die hij rond de hals van Tirone had gelegd om het bloeden te stelpen.
Na de onderzoeksrechter komen verscheidene officieren en de gerechtelijke politie aan de beurt, onder meer de eerstaanwezende commissaris van Charleroi, die bevestigt dat Wiard hem nooit heeft gezegd dat Lionard zou getracht hebben de Italiaan met de handdoek te wurgen. Beklaagde die zich vrij aanstellerig toont, houdt het tegendeel vol en iedereen blijft dan maar op zijn standpunt.
·
Toerekenbaar
Dr. Sauvegarde, een psychiater, komt dan verklaren dat de beide beklaagden even toerekeningsvatbaar zijn, ofschoon hij bij Wiard een zekere neiging onderkent om de verantwoordelijkheid op iemand anders af te wentelen. Hij gelooft echter niet aan de doorslaggevende invloed van Wiard op Lionnard.
Gerechtsarts Dr. Floi stelde bij het slachtoffer een schedelbreuk vast. De dood is na enkele minuten ingetreden. Op een vraag van de verdediging, zegt de geneesheer dat hij nergens een spoor van inspuiting heeft gevonden. Na het getuigenis van de apotheker, die verscheidene bloedanalyses verrichte, wordt de zitting tot dinsdagochtend geschorst.
Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Oktober 1974
Tirone was vroeger reeds bang voor zijn moordenaar
Voor het Assisenhof van Henegouwen werd dinsdagvoormiddag in het proces tegen de 41-jarige Georges Wiard uit Marchienne-au-Pont en de 22-jarige Robert Lionnard uit Monceau-sur-Sambre, de tweede dag ingezet met het getuigenverhoor. Beide kerels overvielen op 8 mei 1973 de Italiaan Angelo Tirone, beroofden hem van zijn geld en vermoordden hem nadien.
De eerste getuige was dokter Draux, die Wiard na de feiten onderzocht. Deze laatste werd immers door een kogel uit zijn eigen karabijn getroffen toen hij zijn slachtoffer met dit wapen afranselde. Wiard werd slechts oppervlakkig gewond. Vervolgens beschreef de arts de verwondingen van Tirone en wees hierbij dat hij nergens sporen van wurging had opgemerkt. Volgens de h. Draux was de belangrijkste slag deze die in volle hevigheid werd toegebracht op de schedel van het slachtoffer.
Wapendeskundige
De wapenkundige, de h. Albert Ladrière, verklaarde dat het schot dat Wiard verwondde, van dichtbij werd afgevuurd en dat door andere vaststellingen de versie van Lionnard werd gestaafd, waar deze beweert dat het schot afging doordat het wapen doormidden brak. Deze verklaring lokte een incident uit tussen de getuige en de h. Van Cauwenbergh, die eraan herinnerde dat in zijn rapport staat dat de h. Ladrière verklaard had dat beide lezingen aannemelijk waren. Stippen wij aan dat Wiard steeds verklaard heeft dat het schot afging toen hij met Tirone worstelde die het karabijn gegrepen had.
Toen hij gewond wet'd door de kogel, was Wiard, steeds volgens zijn eigen verklaringen, zo woedend geworden dat hij zijn slachtoffer begon te slaan.
Bang voor Wiard
Vervolgens werden de gewone getuigen verhoord. Het was Gino Colilli, een persoonlijke vriend van Tirone, het slachtoffer was trouwens de peter van Gino's zoon, die de politie verwittigde dat hij Tirone reeds twee dagen niet meer had gezien. Tirone had tegen Colilli gezegd dat hij bang was voor Wiard. Deze woonde in hetzelfde gebouw en Tirone beschouwde hem als een slechte vent. Andere bewoners van het gebouw legden soortgelijke verklaringen af.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Oktober 1974
Wiard was een bluffer
Het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door raadsheer Stranart, heeft woensdagvoormiddag de debatten hervat in proces tegen Georges Wiard en Robert Lionnard, die op 8 mei 1973 de Italiaan Angelo Tirone uit Marchienne-au-Pont om het leven brachten.
Eerst wordt Raymonde Lebrun, een cabaretuitbaatster uit Marchienne, gehoord. Zij verklaart dat Wiard in haar instelling eens met een karabijn zwaaide. Verscheidene getuigen bevestigen dat Wiard een snoever was. Hij zou zelfs gezegd hebben dat hij wapendeskundige was en dat zijn huis vol springtuigen zat.
Mw. Bernadette Rousies was dienster in een restaurant, waar de beklaagden een kwamen en Wiard had daar toen gezegd dat hij zijn vrouw gedood had. Op een vraag van de voorzitter waarom hij zo opliep met een moord die hij niet had bedreven: “Ik was dronken”. Deze verklaring wordt bevestigd door de uitbaatster van het restaurant mw, Marie-Claude Sas.
Vervolgens worden nog verscheidene uitbaters van drankgelegenheden gehoord aan wie Wiard gelijkaardige verhalen vertelde. Hij legde ook uit dat hij eens een ongeval had in Frankrijk, dat men hem met een ziekenwagen naar de grens bracht en dat hij vandaar zijn weg te voet verder zette. Lionnard anderzljds zou nergens zijn mond hebben opengedaan.
Broer
Nadien wordt de broer van een der der beklaagden gehoord, de h. Gilbert Lionnard uit Monceau-sur-Sambre, die thuis was toen zijn broer aankwam. Toen de gerechtelijke politie vijf dagen na de feiten bij hem aan huis kwam, zei Gilbert Lionnard dat zijn broer niet thuis was, maar tijdens een huiszoeking werd Robert Lionnard slapend aangetroffen op de bovenverdieping.
De getuige is uiterst zwijgzaam en de voorzitter moet hem letterlijk de woorden uit de mond halen. Bovendien heeft hij blijkbaar een zeer slecht geheugen. Nochtans zou hij later bekennen dat zijn broer hem getelefoneerd had om te zeggen dat hij naar Frankrijk trok en ook dat hij iemand gedood had.
Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Oktober 1974
Doodstraf voor Wiard en levenslang voor Lionnard
Het Assisenhof van Henegouwen heeft donderdagavond vonnis geveld In het proces tegen Georges Wiard en Robert Lionnard, die te Marchienne-au-Pont bij Angelo Tirone binnenbraken, hem geld afpersten en hem vervolgens doodsloegen. De jury had de beklaagden op alle punten schuldig bevonden. Wiard werd tot de doodstraf veroordeeld en Lionnard kreeg levenslange dwangarbeid.
Tijdens de voormiddagzitting werden nog getuigen gehoord. Eerst komen de vader en de broer van de eerste beschuldigde, Georges Wlard, aan het woord. Zij hebben hun zoon en broer niet lang gekend. Vader Jules Wiard heeft zijn zoon niets te verwijten. Broer Michel zegt dat de sfeer in de huiskring zeer slecht was. De schoonzuster van Georges Wiard, die eveneens kwam getuigen, zegt dat Wiard een moedige kerel is.
Dokter Sauvegarde, psychiater, komt andermaal voor het hof bevestigen dat Wiard volledig toerekeningsvatbaar is en verantwoordelijk kan gesteld worden voor zijn daden. Hij erkent nochtans dat Lionnard zwakker is dan Wiard. De laatste getuigen brengen geen nieuwe feiten aan het licht en dan komt de openbare aanklager aan het woord.
Eerste-substituut procureur des konings Paul Ransquin beschrijft eerst de persoon van het slachtoffer. Daarna geeft hij een nauwkeurig relaas van de fatale 8 mei 1973, dag waarop de twee beklaagden hun complot ten uitvoer brachten. Wiard wou opnieuw een slag slaan en omdat hij wist dat Tirone een beetje geld bezat, dacht hij onmiddellijk aan hem. Als medeplichtige dacht hij ook dadelijk aan Lionnard. De substituut erkent dat Wiard op zeker ogenblik, 's namiddags wellicht, flink aangeschoten was, maar hij voegt er ogenblikkelijk aan toe dat Wiard reeds vier uren de tijd had gehad om te recupereren toen hij bij het slachtoffer aankwam.
De h. Ransquln bewijst nadien dat Wiard zich had gewapend met een karabijn, die geladen was, dit in akkoord met Lionnard, die zelf een mes op zak stak. Dit bewijst duidelijk dat elke weerstand van het slachtoffer zou ongedaan gemaakt worden. Over de moord zelf zegt de substituut dat de hulp van Lionnard onmisbaar was, en voegde eraan toe dat de toegebrachte slagen op de schedel van het slachtoffer zeer hard waren. Vervolgens zegt de h. Ransquin dat de beschuldigingen van diefstal met geweld en afpersing volstrekt bewezen zijn. “De hardnekkigheid waarmee werd toegeslagen en de plaats waar die slagen werden toegebracht, bewijzen duidelijk dat een mensenleven moest vernietigd worden”, roept de openbare aanklager uit.
Ook het verachtelijk cynisme van beide misdadiger wordt beschreven. Na hun misdaad hebben zij al het geld verbrast door het op te drinken tot ze er moesten van braken.
Verdediging
De verdediger van Wiard, mr. Jean-Pierre De Clercq herinnert aan de ongelukkige jeugd van zijn cliënt, zijn ziekten, de amputatie van zijn linkerbeen enz. De tweede verdediger van Wiard, mr. Jean-Claude Van Cauwenbergh, verklaart dat zijn cliënt schuldig pleit. Hij weidt uit over de persoon van Wiard.
Pleiter probeert dan aan te tonen dat Wiard wel een dief, maar geen moordenaar is. want hij heeft Tirone niet willen doden. Mr. Georg Henri Simonis, eerste verdediger van Lionnard, tracht aan te tonen dat zijn cliënt slechts Wiard volgde, omdat hij meende dat het enkel een diefstal betrof. Er was geen enkel inzicht tot doden vanwege Lionnard, en hij had Wiard zeker niet van zijn daden kunnen weerhouden.
Mej. Anne Kriwyn die als laatste pleit, hoopt dat men deze man zal beoordelen voor de feiten. Zij wijst er ook op dat de gezworenen het recht moeten doen zegevieren en het niet moeten doen toepassen.
Tot slot komen belde beklaagden nog aan het woord. Zij drukken hun spijt uit. Dan stelt de voorzitter dertien vragen aan de jury. De jury geeft een bevestigend antwoord op alle vragen. George Wiard en Robert Lionnard worden schuldig geacht aan alle feiten die hen ten laste worden gelegd.
Na een nieuwe beraadslaging wordt Georges Wiard tot de doodstraf veroordeeld en Robert Lionnard tot levenslange dwangarbeid.
Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Oktober 1974