Topic: Oplinter: 8 Januari 1971
Samenvatting
Wat? Roofmoord op een koppel in hun woning
Wanneer? 8 Januari 1971
Waar? Tiensesteenweg 47 in Oplinter
Wie? Onbekend
Status: Onopgelost
Op 8 januari 1971 werd het bejaarde echtpaar Michel Vanderwaeren (65) en Maria Ramakers (67) in hun woning in de vroege avond overvallen door vermoedelijk drie daders, die hen knevelden en zwaar mishandelden in hun zoektocht naar geld. Vanderwaeren werd met extreem geweld vastgebonden - met handen en voeten op de rug samengesnoerd en een lus rond de hals - en overleed ter plaatse aan de opgelopen slagen en verwondingen, mogelijk in combinatie met wurging of een infarct; zijn echtgenote werd eveneens gebonden, geslagen en opgesloten, maar kon zich uiteindelijk bevrijden, verwond het huis ontvluchten en hulp halen.
De daders maakten circa 10.000 frank buit en spraken onderling gebrekkig Frans, wat op een poging tot misleiding kan wijzen. Het onderzoek werd gevoerd door de BOB van de rijkswacht van Tienen onder leiding van adjudant Lathouwers en het parket van Leuven met onderzoeksrechter Naets; ondanks uitgebreide ondervragingen in de omgeving en aanwijzingen dat de daders mogelijk uit de streek kwamen en als onervaren maar bijzonder brutale plegers te werk gingen, leverde het onderzoek in de dagen na de feiten geen doorbraak op.
Bandieten terroriseerden bejaard echtpaar voor handvol geld
“Ik voelde plots twee koude, naakte handen voor mijn ogen en werd op de grond gesmeten”, vertelt Maria Ramaekers (67) met hese, gebroken en trillende stem, die plots in hartstochtelijk snikken overslaat. Zij was vrijdagavond met haar echtgenoot, Michel Vanderwaeren (65), in hun woning, Tiensesteenweg 47 te Oplinter bij Tienen, het slachtoffer van een stoutmoedige roofoverval, Haar man werd geterroriseerd om geld en heeft de brutaliteiten van de bandieten niet overleefd.
Hij werd na de overrompeling dood gevonden. De man lag op de buik op de grond, gekneveld op de manier waarop de Simba's hun slachtoffers bonden.
In heel de streek heerste vrijdagavond en tijdens het verdere weekeinde opschudding, naargelang het nieuws van de roofmoord zich verspreidde. Geen mens in Oplinter die zijn deur niet op dubbel slot deed. Velen hebben zelfs 's avonds hun deur gewoon gebarricadeerd.
De overval werd immers niet ergens in een afgezonderde hoeve maar in de vroege avond aan een drukke steenweg met lintbebouwing uitgevoerd.
Het echtpaar Vanderwaeren-Ramakers maakte zich vrijdag in zijn woning - een huis met één verdieping en een witte poort - klaar om nog enkele uurtjes voor het TV-toestel door te brengen.
Maar het feuilleton zou zich dit keer niet op de beeldbuis, maar in zijn afschuwelijke werkelijkheid in hun woning afspelen. Het was ongeveer 18.30 u. toen de echtelingen onverwachts overvallen werden.
Gekneveld
“We eten altijd nogal vroeg”, vertelde Maria Ramakers ons later in de woning van haar dochter Elsa, echtgenote Gerard Theunis, die in de buurt woont. Ze lag er nu op een sofa te herstellen van de slagen en de shock.
Het echtpaar heeft nog een zoon, Willy, die te Holsbeek woont.
“Ik had net de vaat gewassen en ging het kommetje met afwaswater in het gootje onder de veranda uitgieten. Toen ik me omdraaide om weer binnen te gaan werden ineens twee handen voor mijn ogen gedrukt. Een ogenblik stond mijn hart stil. Ik wilde gillen maar kreeg geen kreet uit mijn keel. Seconden later lag ik in de keuken op de vloer en begon men mij vast te binden.”
Michel Vanderwaeren zat in een zetel achter de kachel toen de bandieten met zijn vrouw binnenstormden en haar in de keuken neergooiden. Niemand weet wat zijn reactie op dat verrassend en schrikwekkend toneel geweest is.
Maria Ramakers herinnert zich nog alleen dat ze haar man hoorde roepen: “Laat mijn vrouw met rust, ze lijdt aan het hart en heeft suikerziekte.”
Het waren de laatste woorden die ze van hem hoorde, want de daders zouden hem dood achterlaten. Michel Vanderwaeren moest machteloos toezien hoe hij en zijn vrouw gekneveld werden, want de man - een gepensioneerd werknemer van de suikerfabriek te Tienen - werd twaalf jaar geleden aan de linkerarm verlamd door de gevolgen van een infarct. Hij werd door de roofmoordenaars, die volgens de vrouw minstens met drie waren, op de keukenvloer gegooid.
Geschopt en geslagen
“Ze begonnen mijn man vast te binden”, zegt Maria Ramakers met hortende, stotende stem, die verstikt wordt door de tranen bij de herinnering aan het afschuwelijke toneel van de invalide man die hulpeloos op de grond lag.
“Ze drukten zijn benen achteruit tegen zijn rug en bonden handen en voeten samen. Het uiteinde van het koord werd in een lus om zijn hals gesnoerd. Hij werd zodanig bijeengebonden dat hij op een hoopje leek, niet groter dan dit hoofdkussen hier. Ze hebben hem geschopt en geslagen en ik hoorde dat ze hem om geld vroegen. Ik heb geroepen dat ze mijn man met rust moesten laten, dat hij ziek was, maar ik kreeg als antwoord een schop in de zij en een slag in het gelaat.”
Dat was het laatste dat de vrouw zag. De gangsters legden de elektrische stroom uit en bedienden zich van grote zaklampen. Maria Ramakers werd door een man in een kleine plaats naast de keuken gesleurd. Er werd een laken in repen gescheurd om er haar nog extra mee vast te binden.
“De man had een koord bij van een vinger dik. Mijn handen en voeten werden er mee op de rug samengebonden. De koord werd tussen mijn benen gehaald en zoals bij mijn man met een lus om de hals gelegd.”
Gemaskerd
Gedurende al die tijd was er slechts één man die enkele woorden sprak. Maria Ramakers herinnert zich dat hij “monnaie, monnaie” vroeg, wat er zou kunnen op wijzen dat de kerels zich als Franssprekend wilden voordoen maar die taal slechts gebrekkig kenden omdat ze anders wel “argent” zouden gezegd hebben.
Het is ook mogelijk dat het om vreemdelingen gaat die geen Nederlands en slechts gebrekkig
Frans kennen.
“Ik zegde dat ik geen geld had, want dat ons pensioen eerst de veertiende uitbetaald werd. Dat was niet waar”, zegt vrouw Ramakers, “want we hadden het al de zesde ontvangen.”
Over de daders zelf kan ze verder weinig aanduidingen geven. Ze meent alleen gezien te hebben dat ze iets wit voor het gelaat droegen. Een man bleef bij haar in de plaats terwijl ze de anderen haar man hoorde brutaliseren en kasten en laden openrukken op zoek naar geld.
“Ik dacht dat ik er aan was”, zei de vrouw ons. “Het was heel warm in het plaatsje, want we 'hadden er pas een nieuwe kachel staan en gekneveld als ik was meende ik te zullen stikken.”
Toen de man die haar bewaakte even later wegging en het stil werd in het huis, heeft Maria Ramakers geprobeerd zich los te maken. Ze is er na een tijdje in gelukt haar handen vrij te maken en is in het donker op haar knieën - omdat haar voeten nog gebonden waren en ze de knopen niet los kreeg - naar het raam gekropen.
“De deuren waren op slot en ik probeerde met een vuist de ruit stuk te slaan, maar dat ging niet. Nog altijd op mijn knieën ben ik naar een kast gekropen omdat ik mij plots herinnerde dat daar een broodmes in stak. Ik kon mijn voeten bevrijden en ben naar de keuken gegaan. Ik heb geroepen: ‘pa ligt ge daar nog?’”
“Maar pa antwoordde niet. Omdat het donker was durfde ik de keuken niet in. Met het heft van het broodmes heb ik de ruit stuk gekregen. Ik heb een stoeltje door het raam gestoken en langs de andere kant kunnen zetten, maar toen ik door het raam wilde voelde ik de scherven van het glas dat blijven steken was, in mijn hoofd en handen prikken.”
Weinig sporen
De vrouw heeft de tegenwoordigheid van geest gehad om een deken dat in de plaats lag over het hoofd te gooien en zo naar buiten te kruipen. Ze heeft zich daarbij wel aan de handen ge-kwetst. Achter haar nagels en rond de kroontjes van haar vingers zat nog het bloed vast van de kwetsuren die ze opliep. Haar relaas heeft ze herhaaldelijk onderbroken omdat ze telkens in snikken uitbarste en nog in shocktoestand verkeerde.
Mw. Ramakers is bij buren , gaan aankloppen maar dezen bleken afwezig en toen is ze een paar huizen verder aan een benzinestation hulp gaan halen bij Mw. Sabina Vanderstukken-Minnaert. Deze heeft onmiddellijk de schoonzoon Gerard Theunis gealarmeerd, evenals dokter Nijs van Oplinter en de rijkswacht van Tienen, die onder leiding van commandant Jan Hasaerts ter plaatse kwam. De BOB, geleid door adjudant Lathouwers, begon een onderzoek.
Maar het blijkt dat men tot nog toe over weinig elementen beschikt de gangsters zouden ongeveer 10.000 fr. meegenomen hebben. Voor zover men kon uitmaken zijn ze langs achteren door t veld gekomen en de veranda binnen gedrongen. De lijkschouwing moet ook nog uitmaken of Michel Vanderwaeren door slagen en verwondingen, door wurging of een infarct als gevolg van de overval het leven verloor.
Alhoewel de lijkschouwing nog niet volledig gedaan is zouden de eerste vaststellingen er op wijzen dat de opgelopen kwetsuren alleszins mede-oorzaak zouden zijn van het overlijden.
Het parket van Leuven met onderzoeksrechter Naets, substituut Crabbe en griffier Stessels kwam ter plaatse. Deze ploeg van het parket slaat een weinig benijdenswaardig record: het is de derde moord die ze op één week tijd in onderzoek krijgt na de wurging van Simone Caubergs te Aarschot en deze van Maria Mathijs te Holsbeek.
Bron: Gazet van Antwerpen | 11 Januari 1971
Nog geen spoor in roofmoord te Oplinter
De BOB van de rijkswacht te Tienen heeft heel het weekeinde en ook maandag haar opsporingen naar de daders van de gewelddadige roofoverval te Oplinter voortgezet. Tot nog toe hebben deze tot geen resultaat geleid, maar de speurders hebben de hoop niet opgegeven uiteindelijk toch de hand te kunnen leggen op de misdadigers die vrijdagavond Michel Vanderwaeren, Tiensesteenweg 47 te Oplinter, tot de dood mishandelden en zijn echtgenote terroriseerden.
Alhoewel de gegevens waarover de mensen van adjudant Lathouwers beschikken zeer schaars zijn, handelen ze volgens een bepaalde thesis. Het resultaat zou wel zeer onverwacht kunnen zijn.
Uit de wijze waarop de bandieten te werk gegaan zijn leidt men af dat de daders niet onbekend waren in de streek.
De manier waarop de roofoverval op het bejaarde echtpaar Michel Vanderwaeren (65) en Maria Ramakers (67) gepleegd werd wijst er volgens de speurders op dat men waarschijnlijk te doen had met beginnelingen, die vooral door de brute kracht hun doel probeerden te bereiken, een techniek die niet bepaald deze is van geslepen misdadigers.
In de omgeving?
Alhoewel bepaalde kranten schreven dat Michel Vanderwaeren met een strijkijzer het hoofd werd ingeslagen, heeft de lijkschouwing uitgewezen dat dit niet het geval is. De daders hebben het snoer van het strijkijzer gerukt om er vrouw Ramakers mee te binden, maar de autopsie heeft uitgewezen dat het strijkijzer zeer waarschijnlijk niet gebruikt werd om de man te slaan, alhoewel de rovers hem deerlijk hebben gebrutaliseerd.
Voor zover men heeft kunnen uitmaken zouden de daders niet langs het veld het huis genaderd zijn. Een en ander zou erop wijzen dat ze met de buurt moeten vertrouwd geweest zijn. Dit heeft de speurders er dan ook waarschijnlijk toe aangezet alle jonge mannen in Oplinter en omgeving te ondervragen, een werkje waar men maandag nog niet mee klaar was en dat heden wordt voortgezet.
Dit laat vermoeden dat van alle mogelijke thesissen deze dat de misdadigers in de omgeving van de slachtoffers of alleszins in de streek zelf moeten gezocht worden, vooralsnog de bovenhand heeft.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Januari 1971
Steeds geen spoor in moord te Oplinter
Onder zeer grote belangstelling had woensdagmorgen te Oplinter de begrafenisplechtigheid plaats van een geheimzinnige roofmoord. De man overleed aan de slagen en verwondingen.
De aanranders, die vermoedelijk met drie waren, drongen in de vroege avond binnen bij het echtpaar Vanderwaeren-Ramakers, Tiensesteenweg 47 te Oplinter en bonden beide bejaarden stevig vast. Voor zover men heeft kunnen uitmaken probeerden de indringers de man met slagen te dwingen hen te zeggen waar er geld verborgen zat.
De vrouw lag ondertussen in een andere plaats gebonden, maar kon zich na het vertrek van de van Michel Vanderwaeren (65) die aanranders los maken en hulp vrijdagavond het slachtoffer werd halen.
De BOB van Tienen is sedert vrijdagavond aan een streng onderzoek bezig. Verschillende thesissen werden reeds vooropgezet Ondertussen doen in de streek van Oplinter de wildste geruchten de ronde, o.m. dat de daders reeds gekend zouden zijn.
Alhoewel de speurders hun onderzoek systematisch voortzetten blijkt echter dat tot nog toe geen enkel element gevonden werd dat het op het spoor van de daders zou kunnen brengen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Januari 1971