Re: Mythevorming

Er zijn hier door de jaren heen verschillende mythes over de WNP op dit forum verschenen. Sommige waarvan de forumbeheerder zei dat ze van een betrouwbare bron kwamen. Om een paar voorbeelden te noemen: de auto van de verdachte figuren die kort voor de overval in Aalst door joggers werd gezien zou een nummerplaat hebben gehad die toebehoorde aan Elnikoff. Tijdens de overval zelf zouden WNP leden Dauphin, Elnikoff en Libert gesignaleerd zijn ter plaatse. Feiten die achteraf verzonnen bleken te zijn. Door wie? Dan was er nog de befaamde dvd met die aan gerecht en pers werden doorgespeeld en de betrokkenheid van WNP moesten bewijzen. Iemand heeft in elk geval heel hard zijn best gedaan om deze mythe rond de bende te creëren.

Re: Mythevorming

Dat vat mijn punt aardig samen, hoe kan Ben dit verklaren? En als men er alles aan doet om richting extreem rechts te wijzen, is het dan niet logisch om eens naar de ideologisch tegengestelden (hoewel) te kijken? Die personen die valse sporen creëren en linken leggen naar bepaalde figuren, moeten ook goed op de hoogte zijn geweest over de leefwereld van die figuren.

13

Re: Mythevorming

Klucht wrote:

Het lijkt me toch dat Temse en de inbraak in het Diane/rijkswacht-gebouw enige inbreng van (al dan niet (ex) rijkswachter(s) vereisten of op zijn minst info die men kreeg van binnenuit.

De diefstal bij de Groep Diane is geen feit van de Bende van Nijvel.

Over de diefstal in Temse heb ik al genoeg informatie gegeven dat er helemaal geen speciale kennis nodig was. De inbraak in Temse bewijst net dat ze geen inside-kennis hadden. Want moesten ze wel kennis gehad hebben, zouden ze nooit in Temse op zoek zijn gegaan naar kogelvrije vesten. Dan zouden ze naar de fabriek gegaan zijn waar de vesten effectief werden gemaakt.

Klucht wrote:

Werkelijk niemand gaat items bij elkaar plaatsen (kanaalvondst) om linken te leggen die anders niet te leggen waren zonder een specifiek doel: dwaalspoor.

De inhoud van de zakken past perfect in het topic "mythevorming". Daar is ook al heel veel over gezegd en geschreven. Ik besef maar al te goed dat er nog heel vragen en onduidelijkheden zijn over de vondst in Ronquières maar als je kijkt naar de inhoud van de zakken, dan zie ik geen speciale boodschap of puzzel. Maar vooral iemand die zijn werkplaats opruimt, alle rommel in zakken steekt en dumpt in het kanaal.

Spectator Of Life wrote:

Het artikel van De Coninck is net een voorbeeld van blijven kijken met een open geest naar de zaak.

Dat lees ik niet in het artikel. Voor mij is het vooral een goed voorbeeld van de desastreuze impact die de journalistiek op dit dossier heeft gehad.

Spectator Of Life wrote:

Het is jouw goed recht om zijn elementen zwak te vinden, zoals het mijn recht is om het niet meer serieus te kunnen nemen hoe je elk element dat niet in jouw hypothese past als zeer waarschijnlijk toeval klasseert en iedere getuigenis die hetzelfde suggereert wegzet als fantasie of iets dat naar alle waarschijnlijkheid niets met de Bende heeft te maken.

Ik heb geen hypothese. Ik kijk met open blik naar de zaak maar toeval bestaat nu eenmaal. Het is niet omdat je iets niet kan verklaren, dat het opeens een bewijs moet zijn van een complot. Zo werkt het niet.

Als ik al getuigenissen wegzet als fantasie, is het vooral de opdracht om eens heel goed te kijken wie het zegt en wanneer hij of zij het zegt. Zeggen ze het vlak na de feiten (en dan bedoel ik maximum één of twee dagen) of verklaren ze het jaren later?

Hoe meer jaren na de feiten, hoe groter de korrel zout moet zijn.

Een goed voorbeeld is de getuigenis - en evolutie daarvan - van Mark Ghekiere. Los van de verschrikkelijke gebeurtenissen die hij heeft meegemaakt, is zijn getuigenis wel veranderd in de loop der jaren. Dat is een objectieve vaststelling. Dat moeten we benoemen.

Spectator Of Life wrote:

Dat vat mijn punt aardig samen, hoe kan Ben dit verklaren?

De kennis wordt groter en je moet met open blik blijven kijken. Als ik dat niet zou doen, dan zou ik nog steeds op zoek zijn naar details die de WNP-piste ondersteunen. Terwijl dat niet de juiste manier is om naar het dossier te kijken.

Je moet kijken naar de feiten: wat is er gebeurd, hoe is het gebeurd en wat is de context waarin het gebeurd is? Dat is het enige dat telt.

Om een voorbeeld te geven over de context:

"José Vanden Eynde werd op rituele wijze vermoord."

Deze hypothese is dikke zever (eigen mening). Er zijn tientallen voorbeelden te vinden van moorden die op nagenoeg dezelfde manier zijn gebeurd.

Een ander voorbeeld:

"Léon Finné is ergens anders vermoord en gedumpt op de parking."

Als je zoiets verzint, heb je toch gigantisch veel fantasie? Wie gaat er een persoon vermoorden, zijn lichaam meenemen, het dumpen VLAK NAAST de ingang van een warenhuis en dat combineren met een overval op datzelfde warenhuis? Zo'n hypothese kan je toch niet serieus meer nemen?

Een laatste voorbeeld:

"De moorden van de Bende waren gecamoufleerde liquidaties."

Echt? Dat je iemand wurgt en hem daarna ophangt, kan ik nog geloven. Maar je gaat geen inbraak, overval of autodiefstal doen om een moord te camoufleren. Als je iemand dood wilt, ga je naar hem toe en schiet je hem neer.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Mythevorming

Er lijkt wat verwarring te bestaan bij jou, Ben, wat betreft de kogelwerende vesten.

  1. Het Kevlar werd geweven bij TIS, dochteronderneming van Wittock.

  2. Maar de vesten werden in Wittock in elkaar gezet.

15

Re: Mythevorming

pyrénéen wrote:

Er lijkt wat verwarring te bestaan bij jou

Het valt nog mee. smile

(...) "De eigenlijke productie van deze vesten werd uitbesteed aan een sociale werkplaats in Zele, omdat onze [Wittock in Temse] confectiemachines daar niet geschikt voor waren. In principe waren in Temse dus alleen de modelvesten aanwezig, die in de kast lagen in het lab, waaruit ze werden gestolen."

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 5)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

16

Re: Mythevorming

Fourez had niet de gewoonte om te gaan tanken bij DATS in Nijvel

In het boek "De Bende: een documentaire" schrijven Paul Ponsaers en Gilbert Dupont:

(...) Christel, de dochter van Mevr. Dewit, weerlegt de veronderstelling dat haar ouders de gewoonte hadden hun wagen te laten voltanken aan het bezinestation van de Colruyt in Nijvel.

Deze stelling vind je nadien in verschillende vormen terug in Bende-literatuur. Het is echter een leugen:

Ten eerste werden de zus en de dochter van Dewit gehoord over het (zakelijke) leven dat in het bijzonder Fourez leidde. (…) Zij vond het ook niet "abnormaal" dat het koppel had getankt bij de Colruyt te Nijvel; dat had goed uit voorzorg kunnen zijn, bang dat Ukkel niet meer zou worden gehaald.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

17

Re: Mythevorming

Verschillende Bende-slachtoffers waren (vaste) klant bij "Aux Trois Canards"

Deze stelling kom je vaak tegen. Meestal wordt er dan verwezen naar Léon Finné, Jacques Fourez en Elise Dewit. Enkel Fourez en Dewit zijn er ooit eens één keer gaan eten. Geen van de drie vernoemde personen had een band met Jacques Van Camp.

(...) Tenslotte wist zij zich te herinneren dat haar moeder en Fourez in het begin van de jaren tachtig een keer waren gaan eten in de "Aux Trois Canards". Maar van enige relatie met de eigenaar van dit restaurant was geen sprake geweest.

En:

(...) Verder is evenmin iets gebleken van de these dat enkele slachtoffers van de aanslagen moesten worden gerekend tot de klantenkring van de "Aux Trois Canards". Finné kwam er nooit en Fourez-Dewit waren er in een grijs verleden ooit één keer met familieleden gaan eten. Enige band tussen dit paar en Van Camp respectievelijk zijn restaurant had er echter nooit bestaan.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

Een aantal slachtoffers waren lid geweest van CEPIC

Slechts één slachtoffer is ooit lid geweest, en dat was Léon Finné.

(...) In het kader van dit onderzoek werd zeker veel geïnvesteerd in het zoeken naar een antwoord op de vraag of sommigen van hen geweest lid waren van rechtse of extreem-rechtse groeperingen. Het antwoord luidde dat hier in het geval van Fourez-Dewit en van Van Camp geen sprake van was. Ook de bewering dat het restaurant van Van Camp werd gefrequenteerd door bepaalde aanhangers van extreem-rechts, bleek niet te kloppen. Alleen Finné is enige tijd ambteloos lid van CEPIC geweest, maar een relatie tussen dit gegeven en de aanslag waarbij hij het leven liet [overval Overijse], kon niet worden gelegd.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 3)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

Re: Mythevorming

In de Nederlandstalige versie van het boek van Ponsaers en Dupont staat het volgende:

De verklaringen van Van Binst leken in de eerste instantie pure fantasie. En toch... (...) De verklaringen van Van Binst hebben her en der de wenkbrauwen doen fronsen. Er was ook aanleiding toe. Zo bleek ondermeer, volgens hoofdcommissaris Henry in een PV van 1 april 1984, dat de schoonzus van Jacques Van Camp een directiefunctie bekleedt in het bedrijf Wittock-Van Landeghem.

In de Franstalige versie staat het als volgt:

Les enquêteurs écoutent sans mot dire Francis Van Binst. Quelle imagination! pensent-ils. Ce n'est pas la première fois que, au cours de l'enquête sur les tueurs fous, on leur sert des révélations aussi fumeuses... Pourtant, à la tête de la PJ de Nivelles, le commissaire en chef Henry se pique au jeu. Les enquêteurs commencèrent à s'intéresser à la personnalité de Jacques Van Camp. (...) Et ils vont de surprise en surprise. Tout d'abord, des coïncidences. Vincent Louvaert affirme par exemple que la belle-sœur de Jacques Van Camp occupait un poste important dans la filature de Tamise.

Vermoedelijk gaat het om deze Henry, die ik terugvond in een oud krantenartikel over een moordzaak uit 1981:

(...) Le commissaire Roger Henry, chef de la PJ (Police judiciaire) de Nivelles, croyait passer un week-end de Pâques bien peinard en ce mois d'avril 1981. (...)

Bron: Le Soir | 15 juli 2003

Het is dus Van Binst die begin 1984 allerlei verhaaltjes over o.a. Van Camp lanceert tijdens zijn verhoren. In de Nederlandstalige versie van het boek laten ze uitschijnen dat de familiale link tussen Van Camp en Wittock-Van Landegehem in een pv van 1 april 1984 vastgesteld werd. Met andere woorden, dat die link onderzocht en bewezen werd. In de Franstalige versie presenteren ze deze familielink als een verklaring van de dan al lang overleden Vincent Louvaert, van wie Van Binst al zijn spraakmakende inlichtingen 'van horen zeggen' had. Dat is wel iets helemaal anders natuurlijk.

Het is niet omdat er een pv bestaat waarin die link ter sprake komt dat het ook bewezen informatie is. Ik vermoed dus dat men in Nijvel de verklaring van Van Binst, die zich baseerde op wat Louvaert hem (zogezegd) verteld had, genoteerd heeft en er verder niet al te veel mee gedaan heeft. De familielink is hoe dan ook door de dochter van Van Camp categoriek ontkend, dus zwaar onderzocht én bewezen zal die link destijds vermoedelijk niet geweest zijn, me dunkt.

En toch staat dit gerucht nog voor de maand april 1984 om is al in de kranten. En enkele jaren later dus ook nog eens in de boeken van Ponsaers en Dupont. Zo krijg je dus mythevorming.

19

Re: Mythevorming

jealco88 wrote:

During the mandatory military service what was the level firearms training?

Minimal, one would fire his arm couple of loaders. One at 100mtrs, one at 200. 1 at 400. One with gasmask, one loader indoor firing range. Well that was my experience in 89.

20

Re: Mythevorming

Tussen onderzoeksjournalistiek en mythevorming

Het Bende van Nijvel-dossier is waarschijnlijk het bekendste Belgische voorbeeld van een onderzoek waarin journalistiek tegelijk een belangrijke én problematische rol heeft gespeeld. Goede journalistiek kan nieuwe informatie blootleggen, fouten van justitie aan het licht brengen en druk zetten op een vastgelopen onderzoek.

Maar in het dossier van de Bende van Nijvel heeft een deel van de journalistiek ook bijgedragen aan iets anders: mythevorming.

Door de jaren heen zijn hypotheses, vermoedens en losse elementen steeds vaker als bijna vaststaande feiten behandeld. Hoe spectaculairder de theorie, hoe groter de aandacht. Dat heeft geleid tot een situatie waarin het soms moeilijk is geworden om nog onderscheid te maken tussen wat effectief bewezen is, wat een ernstige hypothese is en wat pure speculatie is.

Een goed voorbeeld daarvan zijn de boeken van Guy Bouten. Zijn werken hebben zonder twijfel een grote invloed gehad op de publieke beeldvorming rond de Bende van Nijvel. Maar tegelijk bevatten ze ook heel wat verregaande conclusies die steunen op indirecte elementen, twijfelachtige getuigenissen of speculatieve verbanden. Theorieën rond de CIA, extreemrechtse netwerken en geheime operaties kregen daardoor een bijna mythische status, ook wanneer harde bewijzen ontbraken. 

Hetzelfde mechanisme zie je vandaag nog altijd terug. Zo koppelde journalist Douglas De Coninck recent de Duitse RAF aan de Bende van Nijvel op basis van een reeks toevalligheden en indirecte elementen. Opnieuw ontstond discussie, nog voor duidelijk was of die piste überhaupt ernstig onderbouwd was.

Het probleem is niet dat journalisten hypotheses onderzoeken. Dat is net hun taak. Het probleem ontstaat wanneer speculatie belangrijker wordt dan bronkritiek en proportionaliteit. In een dossier als dat van de Bende van Nijvel, waar het onderzoek tientallen jaren aansleept en veel feiten onduidelijk blijven, is de verleiding groot om losse puzzelstukken met elkaar te verbinden tot een sensationeel verhaal. Maar precies daardoor ontstaat een vicieuze cirkel waarin elke nieuwe theorie opnieuw als “mogelijke doorbraak” wordt voorgesteld.

Ook rond individuele feiten heeft de journalistiek soms actief twijfel gecreëerd. Neem de dood van Léon Finné. Jarenlang werd gesuggereerd dat Finné doelbewust geëxecuteerd zou zijn geweest en dat de officiële reconstructie niet klopte. Die twijfel werd sterk gevoed door reportages van Panorama waarin bepaalde hypothesen bijna als evidenties werden gepresenteerd, ondanks het feit dat de speurders daar geen sluitend bewijs voor hadden gevonden.

Hetzelfde zie je bij de dood van Madani Bouhouche. De theorie dat Bouhouche zijn dood in scène zou hebben gezet, is grotendeels populair geworden door publicaties en interviews waarin sensationele mogelijkheden centraal stonden, vaak gebaseerd op verklaringen van figuren met een twijfelachtige geloofwaardigheid. Toch werd zelden de meest fundamentele vraag gesteld: welk concreet motief had Bouhouche eigenlijk om zoiets extreem en complex te organiseren? Niet de technische haalbaarheid van een geënsceneerde dood is hier het kernprobleem, maar het ontbreken van een geloofwaardige reden.

Dat betekent uiteraard niet dat journalisten geen waardevolle bijdrage hebben geleverd. Sommige onderzoeksjournalisten hebben belangrijke informatie blootgelegd over fouten binnen politie en justitie, over manipulaties in het onderzoek en over politieke gevoeligheden rond het dossier. Zonder journalistiek werk zouden bepaalde pistes of misstanden wellicht nooit publiek bekend geraakt zijn.

Maar het Bende van Nijvel-dossier toont ook de schaduwzijde van onderzoeksjournalistiek. In een omgeving waar geheimhouding, frustratie en wantrouwen centraal staan, kunnen journalisten onbedoeld zelf deel worden van het probleem. Fantasten, mythomanen en manipulatieve figuren vinden in zo’n klimaat gemakkelijk een podium. En eenmaal een theorie populair wordt in boeken, documentaires of televisie-uitzendingen, begint ze een eigen leven te leiden, zelfs wanneer de feitelijke basis bijzonder zwak is.

Misschien is dat uiteindelijk één van de grootste tragedies van het dossier: niet alleen het onderzoek is gefaald, maar ook - door de rol van journalistiek - het publieke debat errond.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube