Topic: Charleroi: 2 April 1995
Samenvatting
Wat? Moord op Jean-Paul Taminiau
Wanneer? 2 April 1995
Wie? Onbekend
Status: Onopgelost
Op 15 februari 1992 werden de twee portiers van de Hit-Club in Charleroi onder vuur genomen: Jean-Claude Ferrara werd met een kogel in de mond gedood, terwijl zijn collega Jean-Pol Taminiau zwaargewond raakte aan buik en benen maar overleefde. Meer informatie » Forum
Drie jaar later, op 2 april 1995, verdween Taminiau spoorloos nadat hij de nachtclub, intussen herdoopt tot de Luna en waarin hij aandeelhouder was geworden, had verlaten.
Begin februari 1996 werden Alex Varga en zijn partner Nadège Renard in staat van beschuldiging gesteld voor zijn moord. Op 28 februari 1996 werd Taminiaus Renault Clio teruggevonden in de Samber, op ongeveer 600 meter van zijn woning. Enkele maanden later, op 13 augustus 1996, haalde een visser in Viesville een voet (maat 46) uit het kanaal, die aan Taminiau bleek toe te behoren. Uiteindelijk sprak de raadkamer van Charleroi in juni 2011 voor alle betrokkenen een buitenvervolgingstelling uit.
Alex Varga is een hoofdverdachte voor de overval op het Postsorteercentrum X in Charleroi op 18 oktober 1989.
De ex-vriendin van Taminiau, Nadège Renard, kwam jaren later om het leven bij een verkeersongeluk.
Jean-Paul Taminiau was een reus van 1m94 groot:

Moeder stelt zich burgerlijke partij tegen Dutroux Zaak van vermoorde portier Jean-Pol Taminiau opnieuw onder de aandacht van Neufchâteau
Jeanine Heulin, de moeder van dancingportier Jean-Paul Taminiau, stelt zich volgende week in Neufchâteau burgerlijke partij tegen Marc Dutroux. Zij verdenkt hem ervan betrokken te zijn bij de moord op haar 32-jarige zoon, in april 1995. Gissingen over een mogelijk verband deden de afgelopen drie jaar al veel inkt vloeien. Nu zegt de moeder 'een nieuw element' in handen te hebben.
Op 13 augustus 1996 viste een schipper in de buurt van Luttre een voet op uit het kanaal Brussel-Charleroi. De voet bleek te horen bij het lichaam van de sinds 2 april 1995 verdwenen Jean-Pol Taminiau. Hij was een erg bekend figuur in het nachtleven van Charleroi. Hij was ooit de uitbater van de club Le Hit, waar in 1992 al eens op hem was geschoten.
Hij verkocht er zijn aandeel en nam eind 1993 een andere club over, de zes maanden eerder door de justitie gesloten Club 125. Die prostitutiebar had de reputatie er één te zijn waar stiekem video-opnamen werden gemaakt van de klanten. Taminiau was ook autohandelaar en zou langs die weg contact hebben gehad met enkele verdachten in het autozwendeldossier van de zaak-Dutroux.
Een bewezen verband is er niet, maar volgens moeder Jeanine Heulin zou het tegendeel pas echt verbazen. "Wat er bij het parket van Charleroi rond dit onderzoek zoal gebeurd is, tart werkelijk alle verbeelding."
Enkele maanden na de verdwijning van Taminiau waren er twee verdachten: Alexandre Varga en Nadège Renard. Deze vrouw was eerst de levensgezellin van Taminiau, en later van Varga. Het bewijsstuk tegen dit duo was een ten huize van Varga in beslag genomen tapijt. Dat werd onderzocht door het gerenommeerde Centrum voor Menselijke Erfelijkheid van de KU Leuven.
In een rapport maakte professor Jean-Jacques Cassiman melding van een kleine bloedvlek waarvan het DNA-profiel voor 99,97 procent overeenstemde met dat van Taminiau. Er leek geen twijfel mogelijk: Taminiau was vermoord ten huize van Varga.
Twee jaar en drie tegenexpertises later is echter niets meer zeker. Drie andere laboratoria onderzochten hetzelfde tapijt, maar vonden geen enkel bloedspoor. Een deskundige uit Canada onderwierp het aan een erg gesofistikeerde techniek van vaporisatie. Ook dat leverde niet het minste bloedspoor op.
"Cassiman had een stukje tapijt met de omvang van een muntstuk van twintig frank weggeknipt. Mogelijk was dat de enige druppel die erop zat." Varga en Renard werden ooit wel gearresteerd, maar kwamen vrij snel weer vrij.
De enige onderzoeksdaden die nog werden gesteld, waren het werk van Heulin zelf, of uitgevoerd op haar verzoek. Ze huurde zelf een duikersteam in om in het kanaal Brussel-Charleroi op zoek te gaan naar andere lichaamsdelen. Ook dat leverde niets op.
Heulin verwierf inmiddels toegang tot het gerechtelijke dossier en zegt verbijsterd te zijn door wat ze daarin aantrof. "Het hele gedoe rond die contradictorische DNA-onderzoeken is maar één voorbeeld. Het onderzoek is met oogkleppen à decharge van Varga gevoerd."
Ze omschrijft de man als "een pion van de maffia in Charleroi" en zag dat vermoeden bevestigd toen de man in juni van vorig jaar daar door de correctionele rechtbank schuldig werd bevonden aan een overval op een postkantoor die hem en zijn kompanen 250 miljoen frank opleverde, maar een onwaarschijnlijk milde straf kreeg: vier maanden voorwaardelijk. "Stel je voor", zegt Heulin. "Je steelt een kwart miljard, je wordt gepakt en je hoeft niet één dag in de gevangenis te zitten. Dat is Charleroi."
De moeder zegt nu "nieuwe elementen" te hebben omtrent de moord op haar zoon en wil dat er opnieuw wordt gespeurd naar de betrokkenheid van Marc Dutroux en twee anderen, die ooit in het kader van die zaak werden gearresteerd: autohandelaar Gérard Pinon en GP-commissaris Georges Zicot.
Op 18 augustus gaat ze zich bij onderzoeksrechter Jacques Langlois burgerlijke partij stellen tegen dit trio wegens "moord op Jean-Paul Taminiau".
In speurderskringen in Neufchâteau wordt met wenkbrauwen gefrons gereageerd op het initiatief. Heulin laat zich tegenwoordig bijstaan door Georges Frisque. Hij bezorgde de speurders al tonnen informatie over Michel Nihoul, maar velen beschouwen hem vooral als de actuele rechterhand van baron Benoît de Bonvoisin. Die heeft een merkwaardige belangstelling voor de zaak-Dutroux.
Bron: De Morgen | Douglas De Coninck | 11 Oktober 1999
Moeder vermoorde baruitbater stapt naar gerecht Neufchâteau
De moeder van de op 2 april 1995 verdwenen baruitbater Jean-Paul Taminiau wil naar onderzoeksrechter Jacques Langlois in Neufchâteau stappen. Zij meent dat het gerecht uitleg moet vragen aan Marc Dutroux, autohandelaar Gérard Pinon en GP'er Georges Zicot over elementen die een verband aantonen tussen Pinon en haar verdwenen zoon.
Een voet van Jean-Paul Taminiau werd op 13 augustus 1996 opgevist uit het kanaal Brussel-Charleroi nabij Luttre. Onderzoek in barkringen leverde niets op.
Ooit stelde het DNA-lab van de KU Leuven met bijna absolute zekerheid dat Taminiau gedood werd op een tapijt, dat bij Alexander Varga werd teruggevonden en waarop een bloedvlek zat. Bij drie andere expertises was van bloedsporen op het tapijt echter helemaal niets terug te vinden.
De moeder van Taminiau hoopt met een burgerlijke partijstelling het onderzoek op nieuw te kunnen aanzwengelen.
Bron: Het Nieuwsblad | 12 Oktober 1999
Doden in zaak-Dutroux: nummer 18
De lijst van verdachte overlijdens in de zaak-Dutroux is weer wat langer. Gisterochtend kwam in Gerpinnes Nadège Renard om het leven bij een auto-ongeval. De jonge vrouw werd beschouwd als een mogelijk belangrijke kroongetuige in het onderzoek naar een verband tussen de moord op dancinguitbater Jean-Paul Taminiau in 1995 en een aantal autozwendelaars rond Marc Dutroux.
Een maand geleden zorgde de Duitse tv-zender ZDF voor ophef met een reportage over het grote aantal getuigen in de zaak-Dutroux dat het loodje legde. Na een jaar research kwam journalist Piet Eeckman aan een lijst van zeventien "verdachte overlijdens". Centraal in zijn reportage stond de getuigenis van Jeanine Heulin. Zij is de moeder van Jean-Paul Taminiau, de op 2 april 1995 verdwenen uitbater van dancing 'Le Hit' in Charleroi.
Het weinige dat nog van Taminiau werd teruggezien, was zijn rechtervoet, die in augustus 1996 toevallig werd opgevist uit het kanaal Brussel-Charleroi. En zijn Renault Clio, die op 21 februari 1996 opdook in de Samber. Op 400 meter van de woonplaats van Marc Dutroux. Voor de moord op Taminiau werden destijds twee verdachten gearresteerd: gangster Alexandre Varga en zijn vriendin Nadège Renard (de ex-vriendin van Taminiau). Een op het tapijt van Varga's flat teruggevonden druppel bloed werd na DNA-onderzoek door de Leuvense professor Cassiman als "voor 99,97 procent zeker van Taminiau" beoordeeld.
Mede doordat een stuk van het tapijt verloren ging, kwamen andere experts later tot omgekeerde conclusies. Varga en Renard kwamen vrij. Volgens Jeanine Heulin was dat te wijten aan geknoei met bewijsstukken, doordat "in Charleroi niemand durft raken aan een maffiafiguur als Varga". Ze verwijst in dat verband graag naar de veroordeling die hij in juni 1998 opliep voor een gewapende overval op een postkantoor, waarbij hij 250 miljoen frank buit maakte. "Varga kreeg vier maanden voorwaardelijk."
Heulin begon "een privé-onderzoek", waarbij ze op zeker ogenblik zelf een duikersteam inschakelde om in een kanaal te dreggen. Haar speurtocht leidde haar naar de overtuiging dat Varga en haar zoon nauw betrokken waren bij het razend gevaarlijke milieu waarmee Dutroux in 1995 en 1996 auto's ging stelen en verzekeringsmaatschappijen oplichten. Dus ging ze zich in 1999 in Neufchâteau burgerlijke partij stellen tegen "Dutroux en consorten".
Haar voornaamste "getuige" was Nadège Renard. Wàs. De dertiger raasde gisterochtend rond 10 uur in haar Audi met hoge snelheid door de rue des Flaches in Gerpinnes, knalde ergens tegenaan en maakte een paar buitelingen. Ze was op slag dood. Het parket in Charleroi beval een autopsie. Heulin denkt de uitkomst nu al te kennen.
"Ik ben meteen ter plaatse gaan kijken. Iets na twaalven was de brandweer al de wrakstukken van de straat aan het wegspuiten. Ik sta nu niet te roepen dat het een gecamoufleerde moord was, maar ik verwonder me wel over het gemak waarmee men de zaak afhandelt. Men heeft blijkbaar nu al beslist dat het 'een gewoon verkeersongeval' móet zijn."
Waarop baseert Heulin haar stelling voor een verband met Dutroux? "Wel, dankzij Nadège vonden we in een kluis van mijn zoon een sleutel terug van een garagebox die bleek toe te behoren aan Gérard Pinon, een van de hoofdverdachten in het dossier-autozwendel van de zaak-Dutroux. Het was ook mede dankzij haar dat we de laatste kennissenkring van mijn zoon in kaart konden brengen. Daarbij gaat het dan bijvoorbeeld om Pierre Rochow."
Dat is de man die eind vorig jaar plots door Dutroux in een brief aan het Luikse parket-generaal werd aangewezen als "de ontvoerder" van Julie en Mélissa. "Nadège bracht ons ook op het spoor van een gestolen BMW die Jean-Paul, kort voor zijn dood, in de Samber had gedumpt", gaat Heulin verder.
"Wij denken dat dat weer eens zo'n auto was die was gestolen om de verzekering te tillen. En blijkbaar wil men niet dat dit aan het licht komt. Ik stelde vast dat de gerechtelijke politie in Charleroi er alles aan deed om dit soort gegevens buiten het onderzoeksdossier te houden. Het gaat daarbij om commissaris Jean Laitem, die - toevallig toch - heel zwaar werd aangepakt door de commissie-Verwilghen, omdat ook hij in 1995 zoveel kansen liet liggen om Dutroux te arresteren.”
“Imaginez-vous: hij is de man die nu het onderzoek naar de moord op mijn zoon leidt. Het was ook diezelfde Laitem die twee jaar lang de sleutel van de garagebox van Pinon in de lade van zijn bureau verborgen hield. Men schermt voortdurend sporen af, en ik kan alleen maar trachten te gissen waarom men dat doet." En nu? "God, de kans dat ik ooit zal weten wie mijn zoon vermoordde, is weer wat kleiner."
Bron: De Morgen | Douglas De Coninck | 29 Maart 2001
L’affaire Taminiau: chronologie des faits
Le 15 février 1992, les deux portiers du Hit-Club à Charleroi se font tirer dessus. Jean-Claude Ferrara, est abattu d’une balle dans la bouche. Son collègue Jean-Pol Taminiau, a plus de chance, même s’il est grièvement blessé au ventre et aux jambes.
Le 2 avril 1995, Jean-Paul Taminiau disparaît mystérieusement, à la sortie de la Luna (le nouveau nom du Hit-Club) dont il était devenu actionnaire.
Début février 1996, Alex Varga est inculpé du meurtre de Taminiau, ainsi que sa compagne Nadège Renard.
Le 28 février 1996, la Renault Clio de Taminiau est découverte dans la Sambre, à 600 m de chez lui. Le 13 août 1996, un pêcheur remonte un pied, pointure 46, du canal à Viesville. Celui de Taminiau… Juin 2011, la chambre du conseil de Charleroi prononcera des non-lieux pour tout le monde.
Bron: La Nouvelle Gazette | 21 Augustus 2021
En avril 1995, le Carolo Jean-Paul Taminiau disparaissait corps et biens
La disparition de Jean-Paul Taminiau, une nuit d'avril 1995, à la sortie d'un dancing de Charleroi, n'a jamais été résolue.
Et le corps de ce sorteur et gérant de boîte de nuit n'a jamais été retrouvé… Hormis son pied, repêché un jour d'août 1996, dans le canal, à Luttre. Autour de la figure de Jean-Paul Taminiau, c'est tout un monde disparu qui réapparaît… Celui des boîtes de nuit, celui aussi de grandes figures du banditisme.
Le nom de Jean-Paul Taminiau rappellera des souvenirs à ceux qui fréquentaient le monde de la nuit carolo à la fin des années 80 et au début des années 90.
À l'époque, l'homme, un costaud, du genre bagarreur, mesurant 1m94, est sorteur au Hit-Club, une boîte de la rue Desandrouin, à la ville basse de Charleroi. Un métier à risques.
En 1992, déjà, Jean-Paul Taminiau avait été blessé par balles, devant le Hit-Club. - Repro SP
Et il n'avait pas que des amis, évidemment. Aussi, lorsqu'il disparaît, après une soirée en « boîte » à Charleroi, la nuit du 1 au 2 avril 1995, l'enquête s'oriente dans de nombreuses directions. D'autant que son corps reste introuvable : ce n'est qu'en août 1996 qu'un pied lui appartenant est retrouvé dans le canal à Luttre.
Une enquête multiple
Jean-Paul Taminiau, c'était aussi un ami d'Alex Varga, une amitié peut-être à risques, elle aussi… Aussi lorsque l'ancien sorteur du Hit-Club disparaît mystérieusement en sortant de la boîte de nuit, en avril 1995, les enquêteurs de la police judiciaire n'avaient eu que l'embarras du choix : fallait-il soupçonner un client mécontent parce qu'il avait été éconduit par le sorteur ?
Alex Varga parce qu'il lui avait piqué Nadège, sa petite amie ? Une magouille dans le milieu des trafiquants de voitures ?
Varga lui avait chipé sa copine
C'est finalement la piste sentimentale qui sera privilégiée par les enquêteurs. Alex Varga sera inculpé d'assassinat dès 1996, tout comme Nadège Renard, la femme que se disputaient les deux ex-amis.
Ils ont toujours nié, mais cette nuit-là, les voisins avaient entendu une détonation à proximité de la villa où logeait Varga. Nadège, elle, portait une blessure. De plus, des traces suspectes (de sang ?) avaient été relevées dans le garage de la villa, sur un tapis et dans le coffre de la BMW de Varga.
Tout cela, c'était il y a vingt-cinq ans, un quart de siècle. Et aujourd'hui ? Les principaux protagonistes sont décédés : Nadège Renard a en effet perdu la vie dans un accident de voiture en 2001, Alexandre Varga, lui, s'est suicidé en prison après sa condamnation en assises… Tout a été fait dans ce dossier… Un non-lieu pour Varga et Renard, puisqu'ils sont décédés, et des non-lieux techniques pour le couple qui était inculpé de recel de cadavre.
Et une foule de questions qui resteront sans doute à jamais en suspens…
Bron: Nord Eclair | 21 Augustus 2021
On avait tiré sur lui, devant le Hit-Club, en 1992 : son collègue avait été tué
Avant de disparaître aussi tragiquement, Jean-Paul Taminiau avait déjà eu droit à la Une dans les journaux. C’était le 15 février 1992, vers 23h30 au Hit-Club, dans le quartier chaud de Charleroi, ville basse.
Trois hommes se présentent à l’entrée, mais sont éconduits par les deux sorteurs, Jean-Claude Ferrara, âgé de 29 ans, et Jean-Paul Taminiau, 30 ans. Le ton était monté entre les protagonistes, mais sans doute était-ce voulu par le trio qui n’attendait que cela.
Soudain, deux coups de feu crépitent. Les trois hommes viennent d’abattre les deux sorteurs avec les armes, des pistolets 7,65 et 9mm.
Jean-Claude Ferrara, père de deux enfants, est mort immédiatement sur place. Son collègue Jean-Paul Taminiau, bien que grièvement touché au ventre et aux jambes, s’en est sorti.
Deux suspects interceptés
Rapidement, les enquêteurs allaient privilégier la piste d’une vengeance de la part des frères Recep et Nekati Serdar. Tous deux, déjà bien connus des forces de l’ordre pour faits de violence, sont de nationalité turque, le premier de Farciennes, le second d’Aiseau-Presles. Interpellés dans le cadre de ce dossier, ils ne cesseront de nier. Des perquisitions se révélèrent par ailleurs négatives : si une arme avait bien été trouvée chez l’un d’eux, il ne s’agissait pas de celle ayant servi à commettre le crime.
Toutefois, le juge d’instruction en charge du dossier décernait un mandat d’arrêt deux semaines après les faits. On soupçonnait les deux frères – aidés d’un troisième homme ? – d’avoir voulu venger leur cadet molesté quinze jours avant le meurtre. Les deux frères finiront toutefois par quitter la prison, l’enquête s’éternisant.
Manifestement, le dossier ne devait pas s’étayer en éléments probants, au point que, sept ans plus tard, le parquet devait requérir le non-lieu faute de preuves.
Bron: La Nouvelle Gazette | 28 Augustus 2021