1

Topic: Villers-le-Boulliet: 15 Juli 1992

Samenvatting

  • Wat? Een ontsnapte gangsters schiet twee rijkswachters dood.

  • Wanneer? 15 Juli 1992

  • Waar? Een parkeerstrook bij de uitrit van Villers-le-Boulliet » Google Maps

  • Wie? Alfonso D’Anna

  • Status: Opgelost

De dubbele moord op de rijkswachters

Op 15 juli 1992 werd D’Anna vanuit de gevangenis van Hoei naar de BOB van Luik gebracht voor een verhoor in het kader van het onderzoek naar de overvallen. Tijdens dat bezoek slaagde zijn echtgenote Béatrice Spiga erin hem ongemerkt een geladen Colt .45-pistool te bezorgen.

Na het verhoor werd D’Anna door twee BOB-onderofficieren, Michel Genicot (38) en Jean-Marc Engelben (30), terug naar de gevangenis van Hoei gebracht in een gewone dienstwagen, een Volkswagen Jetta. Tijdens de rit haalde D’Anna het verborgen wapen boven.

Volgens zijn latere verklaringen richtte hij het pistool vanuit de achterbank op de twee rijkswachters. Toen één van hen een beweging maakte, loste hij een eerste schot. Vervolgens dwong hij de rijkswachters hun handboeien af te geven, boeide hen vast en liet hen uitstappen op een parkeerplaats langs de E42 in Verlaine, nabij Villers-le-Bouillet.

Daar werden beide mannen van zeer korte afstand geëxecuteerd. Michel Genicot werd eerst in de wagen getroffen en vervolgens op de grond afgemaakt met een schot in de hals. Jean-Marc Engelben kreeg twee kogels in de hals toen hij zijn gewonde collega probeerde weg te trekken van het voertuig. Het gerecht sprak van een executie in koelen bloede.

Na de moorden vluchtte D’Anna met de dienstwagen naar Maastricht. Hij verbleef enkele dagen op de vlucht, gebruikte opnieuw heroïne en kreeg hulp van zijn vrouw en hun vriend Serge Lorenzato. Op 19 juli 1992 meldde hij zich uiteindelijk vrijwillig aan bij de rijkswacht in Luik, waar hij de dubbele moord bekende.

Het onderzoek bracht aan het licht dat de ontsnapping vooraf was voorbereid. Béatrice Spiga had het moordwapen bezorgd en Serge Lorenzato had geholpen bij de opvang van D’Anna na de feiten. Ook het moordwapen werd met hun hulp verborgen.

Het proces voor de dubbele moord

In oktober 1993 verwees de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik Alfonso D’Anna, Béatrice Spiga en Serge Lorenzato naar het hof van assisen.

Het proces begon eind januari 1994. D’Anna gaf toe dat hij de twee rijkswachters had doodgeschoten, maar zijn verdediging probeerde aan te tonen dat er geen sprake was van voorbedachtheid. Volgens hem was het eerste schot per ongeluk afgegaan en waren de daaropvolgende schoten het gevolg van paniek tijdens een ontspoorde ontsnappingspoging.

De burgerlijke partijen en het openbaar ministerie stelden daarentegen dat de feiten duidelijk wezen op een vooraf beraamde ontsnapping en een doelbewuste executie van twee weerloze slachtoffers. De gerechtsdeskundigen bevestigden dat de schoten van zeer korte afstand waren afgevuurd en dat minstens één slachtoffer werd afgemaakt terwijl hij reeds op de grond lag.

Psychiaters beschreven D’Anna als een antisociale persoonlijkheid die bijzonder gevaarlijk was geworden door zijn verslaving en zijn criminele levensstijl. Tegelijk werd vastgesteld dat hij volledig toerekeningsvatbaar was op het ogenblik van de feiten.

Op 2 februari 1994 verklaarde de jury Alfonso D’Anna schuldig aan de moord op beide rijkswachters. Béatrice Spiga werd schuldig bevonden aan mededaderschap zonder voorbedachtheid. Serge Lorenzato werd schuldig bevonden aan medeplichtigheid.

Een dag later volgde de strafmaat. D’Anna kreeg de doodstraf, de zwaarste straf die toen nog in het Belgische strafrecht bestond. Béatrice Spiga werd veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid. Serge Lorenzato kreeg tien jaar dwangarbeid.

In mei 1994 verwierp het Hof van Cassatie het cassatieberoep van D’Anna, waardoor het arrest definitief werd. Zoals bij alle Belgische doodstraffen uit die periode werd de straf in de praktijk niet uitgevoerd en later omgezet.

Twee rijkswachters doodgeschoten door ontsnapte gevangene

Op de autoweg tussen Hoei en Luik werden woensdagavond twee rijkswachters vermoord Dat gebeurde op een parkeerstrook bij de uitrit van Villers-le-Bouillet. De lijken van beide rijkswachters, de Luikse BOB-ers Michel Genicot en Jean-Marc Engelben, werden gisteren omstreeks 18 u. ontdekt door een vrachtwagenchauffeur die op de parking was gestopt om er te eten.

De slachtoffers waren geketend. De dader zou volgens de eerste berichten naar Nederland zijn gevlucht, maar zekerheid hierover bestond er gisteravond nog niet. Men sluit niet uit dat hij hulp kreeg van medeplichtigen.

De rijkswachters voerden een gedetineerde naar de gevangenis van Hoei in een blauwe VW Jetta. Deze man is meer dan waarschijnlijk de dader van de moorden. Beide rijkswachters werden omgebracht met een vuurwapen. De doder zou een zekere Alfonso D'Anna zijn. Hij staat bekend als gevaarlijk en hij werd enkele weken geleden opgepakt wegens roofovervallen in van Luik.

D'Anna wordt onder meer verdacht van verscheidene postovervallen. Hij is gevlucht met de auto van de rijkswachters. Over het hele land werd er politie-alarm afgekondigd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Juli 1992

Rijkswachters koudweg afgemaakt

Donderdagavond hadden de speurders nog geen spoor van Alfonso D'Anna, de gedetineerde die woensdagavond in Villers-le-Bouillet ontsnapte nadat de twee rijkswachters die hem begeleidden waren vermoord. Dit gebeurde in Verlaine, op een parkeerplaats langs de Autoroute de Wallonië. De ontzielde lichamen werden woensdag omstreeks 18.25 u. door een vrachtrijder aangetroffen.

De vermoorde rijkswachters zijn Michel Genicot (38), uit Saint-Nicholas, en Jean-Marc Engelben (30), uit Remicourt. Het ballistisch onderzoek heeft intussen uitgewezen dat zij niet met hun dienstwapen werden vermoord. De rijkswachters hadden overigens maar één enkel wapen bij en dat werd ongebruikt ter plekke gevonden.

Jean-Marc Engelben was aan de rechterhand gekneveld, Michel Genicot aan de linkerhand. Vier kogels troffen de twee slachtoffers en de projectielen werden van vlakbij afgevuurd.

Het onderzoek heeft nog niet kunnen uitmaken of de Luikse gangster zelf de dubbele moord pleegde. Mogelijk kreeg hij hulp van medeplichtigen. In dit verband wordt een witte Renault 21 Nevada Break opgespoord waarin één of twee mensen zaten. De gebanaliseerde donkerblauwe VW Jetta van de rijkswachters werd nog niet teruggevonden.

De echtgenote van D'Anna werd inmiddels aangehouden. Zij verklaarde van een ontsnappingsplan van haar man op de hoogte te zijn, maar zei niet te weten wanneer hij dit wou uitvoeren. Naar verluidt circuleerden er in de gevangenis van Hoei geruchten over een mogelijk ontsnappingsplan van D'Anna, precies tijdens een overbrenging van het BOB-hoofdkwartier in Luik naar Hoei.

Volgens de procureur des konings bezat D'Anna een dossier als drugverslaafde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juli 1992

Executie in koelen bloede

Procureur des konings Stassart en substituut Jamar van Hoei gaven donderdag een persconferentie over de feiten. De Autowegenpolitie werd om 18.24 u., 1 uur na het vertrek van de Volkswagen Jetta van de Rijkswacht, door een vrachtwagenchauffeur van de feiten op de hoogte gebracht. 16 minuten later was de Autowegenpolitie ter plekke en trof de twee gedode mannen langsheen de parking aan.

De wetsdokter stelde vast dat van zeer dicht op de rijkswachters geschoten werd: vanop 50 centimeter voor Michel Genicot en nog veel dichter voor Jean-Marc Engelben.

Onder het hoofd van Michel Genicot drong een kogel 18 centimeter de grond in. Dit doet er de wetsdokter toe besluiten dat Genicot al op de grond lag toen op hem gevuurd werd. Michel Genicot werd onder het linker-schouderblad getroffen door een kogel die het lichaam langs de andere kant door de borst verliet. Een tweede projectiel trof Genicot in de hals en kwam er langs het oog terug uit. Het lichaam van Jean-Marc Engelben werd langs de linkerkant geraakt en ook in de halsstreek. Het betrof een executie in koelen.

Woensdag werd de echtgenote van Alfonso d'Anna om 21.38 u. door de Luikse Rijkswacht opgebracht. Ze werd nog diezelfde dag door de BOB ondervraagd. Gedacht wordt dat ze contact met haar man heeft gehad. De vrouw zou toegegeven hebben dat ze op de hoogte van een ontsnappingsplan was. Wel zou ze ontkend hebben er in enigerlei mate aan deelgenomen te hebben. Alfonso d'Anna's echtgenote wordt thans door onderzoeksrechter Michel Ligot ondervraagd.

Oproep

Op verzoek van onderzoeksrechter Ligot te Hoei vraag het commissariaat-generaal van de gerechtelijke politie volgend bericht in te lassen.

“Op woensdag 15 juli 1992 tussen 17.30 u. en 18.20 u. werden twee leden van de Luikse BOB vermoord op de parking van de autosnelweg E42 te Verlaine, richting Luik-Namen, nabij de uitrit van Villers-le-Bouillet. De slachtoffers vervoerden de genaamde D'Anna Alfonso, geboren op 11 juli 1963, Italiaan, ingeschreven in Luik, avenue de la Croix Rouge 158, maar verblijvend in Luik, rue Marengo 5.”

“D’Anna Alfonso is gevlucht. Persoonsbeschrijving: 1,83 m, middelmatige bouw, kastanjebruine ogen, zeer donker haar."

"Het voertuig Volkswagen Jetta, marineblauw, nummerplaat DYV063, waarmee D'Anna Alfonso werd vervoerd, is verdwenen. Dit voertuig heeft 4 deuren, 4 hoofdsteunen, blauw interieur, antennehouder achteraan op het dak."

"Er wordt een beroep gedaan op getuigen die informatie kunnen verstrekken aangaande:

1) Verdachte gedragingen en/of de aanwezigheid van personen op
de parking van Verlaine op woensdag 15 juli 1992, tussen 17 u. en 18.30 u.
2) Het voertuig VW Jetta, marineblauw, nummerplaat DYY 063.
3) Een eventueel verkeersindicent tussen dit voertuig en ieder ander voertuig voorgevallen hetzij in Luik, hetzij op de autosnelweg richting Luik-Namen tussen 17.20 u; en 18.20 u.
4) De inzittende van een witte Renault 21, Nevada Break, om 17.30 u. in de omgeving van de oprit richting Namen.

"Alle nuttige inlichtingen kunnen gemeld worden aan het Rijkswachtdistrict Luik, tel. 041/28.92.90, of aan de dichtstbij gelegen politie- of rijkswachtpost.”

Reacties

In een reactie op de dubbele "beestachtige en crapuleuze” moord heeft het Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtpersoneel (NSRP) de overheid donderdag gevraagd respect te betonen voor de rijkswachters opdat de burgers dat ook zouden doen.

"Is zulke moord mogelijk door het totaal gebrek aan respect dat sommige verantwoordelijken in dit land de laatste tien jaar hebben betoond voor hen die het gezag vertegenwoordigen? Of met de wijze waarop de rijkswacht soms wordt gebruikt als zondebok om het falen van andere verantwoordelijken te verdoezelen?" vraagt het NSRP zich af.

D'Anna zat niet in een celwagen, maar wel in een gewone auto, en volgens minister van Binnenlandse Zaken Tobback, tevens voogdijminister van de rijkswacht, is het de eerste keer dat rijkswachters bij dergelijk transport om het leven komen.

Volgens Tobback valt de aangelegenheid echter onder Justitie, omdat de BOB’ers met een gerechtelijk onderzoek omtrent D'Anna bezig waren.

"Indien zou blijken dat Justitie of het Bestuur der Strafinrichtingen fouten maakten, dan zal ik niet nalaten daarover mijn collega van Justitie aan te spreken”, aldus Tobback. De minister bezocht tijdens de nacht van woensdag op donderdag de plaats van de dubbele moord en de familie van de slachtoffers.

Gisteravond laat nog werd vernomen dat tegen Béatrice Spiga, 26 - D'Anna's echtgenote - een aanhoudingsmandaat werd afgeleverd. Maandag verschijnt ze voor de raadkamer.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juli 1992

Jacht op gangster in Maastricht

De Volkswagen Jetta van de woensdag vermoorde rijkswachters Jean-Marc Engelbel en Michel Genicot is vrijdagochtend in een buitenwijk van Maastricht teruggevonden.

Dat heeft de politie van Maastricht bevestigd. De wagen wordt momenteel onderzocht door de technische dienst van de Nederlandse politie, in samenwerking met de Belgische Justitie. De dienstauto van de twee vermoorde rijkswachters werd aangetroffen in de Burgemeester Wijnandtsstraat in de Maastrichtse wijk Oostermaas.

In die wijk vond gisteren een uitgebreid buurtonderzoek plaats. Huis aan huis werden de bewoners ondervraagd, maar resultaten daarvan zijn nog niet bekend.

Een buurtbewoner verwittigde de politie nadat hij om 10 u. donderdagavond Alfonso d'Anna door de wijk zag lopen nadat hij de Jetta had achtergelaten. Misschien stal de gangster een andere wagen, maar volgens de politie is het best mogelijk dat hij zich nog in de omgeving ophoudt. Daarom ook kwamen extra-arrestatie-teams naar Maastricht afgezakt. Bij de wijkbewoners zit de schrik er goed in nu ze weten dat d'Anna zonder pardon zijn wapen gebruikt.

Gisteren waren de hele dag patrouilles met kogelvrije vesten in de omgeving van Maastricht te zien. Ook in de stad zelf werd, net als aan de grens-overgangen, verscherpt gepatrouilleerd. Of de affaire te maken heeft met een ander ongelooflijk verhaal over een overval, een moord en een verkrachting in de streek van Verviers - in deze krant op blz. 10 - zullen de volgende dagen misschien uitwijzen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juli 1992

Heroïne dreef D’Anna misdaad in

De op 11 juli 1963 geboren Alfonso D'Anna uit Luik werd al in 1988 aan de Nederlandse grens in het bezit gevonden van drugs en opgepakt. In datzelfde jaar ook kreeg hij last met de Nederlandse politie voor handel in verdovende middelen.

Op 5 juli 1989 werd hij door rijkswachters van de brigade Oupey een eerste maal aangehouden omdat hij samen met een handlanger was binnengedrongen in een woning en er enkele duizenden franken en juwelen had gestolen. D'Anna, steuntrekkende werkloze, bekende toen dat hij ging stelen omdat hij verslaafd was aan heroïne.

Op 20 december 1989 viel de rijkswacht bij hem thuis in de Avenue de la Croix binnen en vond er heroïne en cocaïne. D'Anna vertelde toen dat niet alleen hij, maar ook zijn vrouw Béatrice Spiga verslaafd was en dat zij ruim 2 gram gram heroïne per dag nodig hadden. Gemiddeld driemaal per week gingen ze zich in Maastricht bevoorraden. Voor drughandel verzeilden beiden ook een tijdje in de Luikse Lantin-gevangenis.

De honger naar drugs deed D'Anna steeds dieper in het Luikse milieu verzeilen. Sinds 2 juni zat hij weer opgesloten, dit keer voor en gewapende overval op een postkantoor in Herstal.

Op die dag, even vóór de middag, vielen 3 gemaskerde en gewapende mannen binnen in het postkantoor. Een vrouw kreeg een wapen tegen het hoofd gedrukt, terwijl alle anderen op de grond moesten gaan liggen.

De gangsters vluchtten weg met 670.000 frank, maar twee van de drie boeven werden nog diezelfde dag in hun vluchtauto door een patrouille opgepakt. Het waren Alfonso D'Anna en Vladi Perzetti. In de vluchtauto troffen de rijkswachters een Smith and Wesson, een Magnum 357 en een riot-gun aan.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juli 1992

d’Anna bekent dubbele moord

De vermoedelijke daders van de moord, de verkrachting, en de gijzelneming in de driehoek Verviers-Luik-Maastricht, Thierry Muselle (28) en Thierry Bourgard (21) werden tijdens het weekeinde aangehouden. Ook de moordenaar van de twee rijkswachters, Alfonso d'Anna (29), ging zich aangeven.

Muselle werd vrijdagnacht gevat in Angleur, Bourgard meldde zich een nacht later aan bij de gevangenis in Verviers. d'Anna ging zich zondagochtend omstreeks 8 u. aangeven bij de rijkswacht van Luik. Zowel d' Anna als Bourgard waren vergezeld van hun ouders.

d'Anna gaf de moordpartij toe, Muselle en Bourgard blijven ontkennen. Naar d'Anna verklaarde handelde hij alleen en had zijn echtgenote hem het moordwapen vóór zijn transport naar Hoei kunnen doorspelen. Hoe dat mogelijk was werd nog niet uitgemaakt. De gangster wordt normaal overgedragen aan het parket van Hoei, dat met de zaak is belast.

Muselle werd opgemerkt op het Jadoulplein in Angleur. Hij stond naast een motor die een jonge Nederlander donderdag in Kruisberg bij Maastricht onder bedreiging had moeten afstaan. Vrijdagnamiddag was Muselle reeds door de BOB opgemerkt in het centrum van Verviers, maar toen kon hij per motor ontkomen.

Thierry Muselle uit Tilff werd onmiddellijk voor de onderzoeksrechter van Verviers geleid, maar hij ontkent alles. Hij zei ook niet te weten waar zijn kompaan Thierry Bourgard was, een 21-jarige Brusselaar die niet terugkeerde naar de gevangenis van Verviers na een penitentiair verlof.

Zaterdagnacht meldde Bourgard zich plots aan de poort van de gevangenis van Verviers. Hij werd nog diezelfde nacht door de rijkswacht ondervraagd en vervolgens eveneens naar de onderzoeksrechter in Verviers gebracht.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juli 1992

Echtgenote leverde in BOB-lokaal moordwapen

Het parket van Hoei heeft zondag in de vooravond bijzonderheden verstrekt over de moord op de twee rijkswachters die woensdagavond op een parking nabij de autoweg te Villers-le-Bouillet door drugcimineel Alfonso d'Anna werden afgemaakt.

Woordvoeders van het parket maakten bekend dat d'Anna zich zondagmorgen om 7.57 u. bij de rijkswacht in Luik had aangemeld in het gezelschap van zijn ouders. Inderdaad, de man was in de loop van de nacht naar zijn ouders teruggekeerd. d'Anna werd eerst ondervraagd door de BOB van Luik alvorens te worden overgedragen aan de gerechtelijke politie van Hoei.

Daar bekende d'Anna de twee rijkswachters woensdagavond te hebben neergeschoten tijdens zijn overbrenging van Luik naar de gevangenis van Hoei. Hij deed dit met een Colt 45 die hem was bezorgd door zijn echtgenote Béatrice Spiga in de loop van de namiddag van 15 juli in de lokalen van de BOB in Luik. Hoe dit mogelijk was is nog een raadsel.

Maastricht

d'Anna verklaarde ook dat hij tijdens zijn overbrenging alleen handelde en daarbij van niemand directe hulp had gekregen. Er was dus geen mededader en d'Anna gaf toe dat hij reeds sinds lange tijd had overwogen de gevangenis te ontvluchten.

Over de afwikkeling van het drama zelf zei d'Anna dat hij eerst de twee rijkswachters had overmeesterd; hij dwong hen het voertuig te verlaten. Dan schoot hij hen neer, stapte in het voertuig en reed richting Maastricht. Waar hij zich dan ophield kon tot nog toe niet met nauwkeurigheid worden achterhaald.

Wel kocht hij een dosis heroïne en ontdeed zich van het wapen en spullen van de slachtoffers die in de wagen waren achtergebleven. De twee nachten dat hij op de vlucht was, bracht hij door in een onbewoond huis.

Toen d'Anna merkte dat de machtsontplooiing van de politie op de weg steeds maar aangroeide, besloot hij om zich te gaan overgeven. Over de juiste manier waarop d'Anna er in slaagde om zijn bewakers te overmeesteren, tast men nog in het duister.

Uit de eerste verklaringen van d'Anna zou gebleken zijn dat de twee rijkswachters zich op de voorbank in de wagen bevonden. Vanop de achterbank zou hij dan zijn eigen Colt-wapen op hen hebben gericht. En omdat hij vreesde dat Génicot, die naast de chauffeur zat, hem zou aanvallen, loste hij een schot.

Génicot werd in het schouderblad getroffen. Vervolgens eiste d'Anna dat zij hem de sleutel van de handboeien zouden geven. Daarop maakte hij zich vrij, deed de rijkswachters de handboeien om en eiste dat zij de wagen zouden verlaten langs de deur van de chauffeur. Aan die kant zouden inderdaad later bloedsporen worden aangetroffen.

Waarom d' Anna toen besliste om het duo af te maken, daarover heeft de dader vooralsnog geen zinnige verklaring gegeven.

Béatrice Spiga, d'Anna's echtgenote, zal vanavond opnieuw worden ondervraagd. Onduidelijk is hoe zij het wapen aan haar man kon toegespelen. Ook d'Anna zelf zal vanavond opnieuw aan de tand worden gevoeld.

Begrafenis

In Montegnée bij Luik is zaterdagvoormiddag rijkswachter Michel Génicot begraven. Woensdagavond werd hij met zijn collega Jean-Marc Engelbel, die vandaag in Rukkelingen-aan-de Jeker wordt begraven, vermoord langs de autoweg in de buurt van Hoei.

De plechtigheid werd bijgewoond door vele tientallen rijkswachters, minister van Justitie Wathelet en zijn collega van Binnenlandse Zaken Tobback, rijkswachtbevelhebber generaal Bergmans en korpscommandanten uit het hele land. Twee pelotons van de rijkswacht brachten een eresaluut.

De rouwmis werd gecelebreerd door de rijkswachtalmoezenier van het gebied Luik-Luxemburg. De Luikse districtscommandant Parent sprak de rouwhulde. Michel Génicot werd vervolgens door minister Tobback postuum onderscheiden met het ereteken van ridder in de Leopoldorde.

Om 10 u. zaterdagvoormiddag verzamelden 25 voertuigen van rijkswacht en politie zich op initiatief van het Nationaal Syndicaat van het Rijkswachtersoneel Afdeling Antwerpen op de Teniersplaats in Antwerpen en namen met flikkerend zwaailicht maar zonder sirenes één minuut stilte in acht voor hun collega Genicot, die op dat ogenblik in Montegnée begraven werd.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juli 1992

Vrouw van Alfonso d'Anna blijft aangehouden

De raadkamer van Hoei heeft maandag het bevel tot aanhouding verlengd, dat is uitgevaardigd tegen de echtgenote van Alfonso d'Anna, de drugverslaafde die heeft bekend vorige week woensdag op een parking van de autoroute de Wallonië twee rijkswachters te hebben neergeschoten.

De echtgenote Beatrice Spiga wordt ervan verdacht in de rijkswachtkazerne van Hoei haar man kort voor diens overbrenging naar de gevangenis een vuurwapen te hebben bezorgd.
Spiga wordt dus verdacht van medeplichtigheid aan gijzelneming met de bezwarende omstandigheid dat dit heeft geleid tot de dood van de gijzelaars.

Alfonso d'Anna verschijnt vrijdag voor de raadkamer.

Uitvaart

Maandag werd wachtmeester Jean-Marc Engelbel, de rijkswachter die samen met Michel Genicot in Villers-le-Bouillet door Alfonso d'Anna werd neergeschoten, ten grave gedragen.
Justitieminister Wathelet en minister van Binnenlandse Zaken Tobback woonden in Rukkelingen-aan-de-Jeker de uitvaart bij.

Zoals dat ook reeds zaterdag in Saint-Nicolas het geval was voor de uitvaart van Genicot, waren ook nu grote afvaardigingen rijkswachters uit het hele land naar de uitvaartplechtigheid gekomen.

Even na 10 u. kwam de rouwstoet in beweging om de uitvaartmis in de kleine kerk van Roclenge bij te wonen. De stoet werd voorafgegaan door een peloton rijkswachters en twee grote wagens waarop tientallen kronen, kransen en bloemstukken lagen.

De lijkrede werd gehouden door luitenant-kolonel Parent, hoofd van de BOB van Luik. Parent wees op de verdienste van Engelbel en zijn collega Genicot die na ruim tien jaar dienst in september 1991 waren toegetreden tot de afdeling ter bestrijding van het grote banditisme. Zij genoten de sympathie van hun collega's en het vertrouwen van hun chefs.

Tevens wees Parent erop dat de koning besloten had om ten posthumen titel aan de overledene het Kruis van Ridder van de Leopold II-Orde toe te kennen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Juli 1992

Moordenaar rijkswachters voor raadkamer

De 29-jarige Alfonso d'Anna, die woensdag 15 juli in Villers-le-Bouillet twee rijkswachters doodschoot om te kunnen ontsnappen, verscheen gisteren voor de raadkamer in Hoei. Die besliste dat d'Anna aangehouden blijft.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juli 1992

Medeplichtige in zaak D'Anna aangehouden

In Luik is woensdag een nieuwe stap gezet in de zaak-Alphonso D'Anna. De man wordt beschuldigd van de moord op twee BOB'ers van Luik, op de parking in Villers-le-Bouillet, tijdens zijn ontsnapping op 15 juli.

De BOB van Luik was er dinsdag in geslaagd om de 26-jarige Serge Lorenzato uit Luik in de kraag te vatten en ter. beschikking te stellen van het parket van Hoei. De man wordt verdacht van medeplichtigheid aan moord, gijzelneming alsmede heling van een misdadiger van wie hij de ontsnapping had vergemakkelijkt.

Lorenzato was bevriend met D'Anna en diens vrouw Beatrice Spiga. Het was Spiga die hem trouwens had verteld dat D'An-na van plan was uit de gevangenis te ontsnappen. Ook had zij verteld dat zij van plan was haar man een wapen toe te spelen.

De dag van de ontsnapping en van de dubbele moord was het Lorenzato die Beatrice Spiga met zijn wagen naar de BOB in Luik bracht. Op dat ogenblik wist hij dat Spiga een wapen bij zich had, dat zij aan haar echtgenoot wilde geven. Na de ontmoeting met D'Anna op de Luikse BOB, reed Lorenzato in het gezelschap van Spiga naar Maastricht, waar ze D’Anna zouden ontmoeten.

Samen kwamen zij dan naar Luik terug en onderweg werd het wapen van de misdaad, een Colt 45 die in de zak van de vest van de vermoorde rijkswachter Engelbel werd gestoken, weggegooid in het Albertkanaal ter hoogte van Riemst. Het is op die plaats dat woensdag de vest van de vermoorde BOB'er en het wapen waarmee de moord werd gepleegd, werden teruggevonden door duikers. De Colt bevond zich nog steeds in de vestzak van Engelbel.

Na de rit zou Lorenzato D'Anna hebben verscholen op een adres in Luik dat vooralsnog niet is bekend geraakt.

Bron: Gazet van Antwerpen | 30 Juli 1992

Getuigen gezocht in moord op BOB'ers

Onderzoeksrechter Ligot in Hoei doet een oproep tot getuigen in verband met de moord op twee BOB'ers op 15 juli van dit jaar in Villers-le-Bouillet door Alfonso d'Anna.

Het gerecht vraagt in het bijzonder de aandacht van mensen die zich de avond van 15 juli op de linkeroever van het Albertkanaal bevonden, aan de voet van de brug in Vroenhoven.

Daar zou een visser verdachte handelingen opgemerkt hebben van een aantal mensen die zich aan boord van een kleine witte personenwagen bevonden. Deze visser en eventuele andere getuigen worden dringend verzocht contact op te nemen met de gerechtelijke politie bij het parket in Tongeren. (…)

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 September 1992

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Villers-le-Boulliet: 15 Juli 1992

Artikels over het proces:

Moordenaar rijkswachters verwezen naar assisenhof

De Kamer van Inbeschuldigingstelling van Luik heeft donderdag Alfonso D'Anna, beticht van moord op twee rijkswachters, naar het assisenhof verwezen. Samen met hem zullen zijn vrouw en nog een medeplichtige terechtstaan.

Op 15 juli 1992 werden de rijkswachters Jean-Marc Engelbeen en Michel Genicot dood aangetroffen op een parking langs de Autoroute de Wallonie, niet ver van de uitrit Villers-le-Bouillet.

Enkele dagen later gaf de man die zij van de gevangenis van Hoei naar het kabinet van
de onderzoeksrechter in Luik voerden zich aan bij de politie. Hij bekende de dader te zijn. Het ging om de drugsverslaafde Alfonso D'Anna (30) die sinds de moorden door de rechtbanken van Verviers en Luik al werd veroordeeld tot zware straffen wegens onder meer overvallen.

Zijn vrouw, Béatrice Spiga, die hem het wapen gaf, en de Luikenaar Serge Lorenzato, die D'Anna hielp ontsnappen, zullen eveneens op de beklaagdenbank zitten. Naar verwacht komt de zaak in december voor.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Oktober 1993

Alfonso d’Anna doodde twee rijkswachters

Voor het assisenhof van Luik start maandag het proces rond de moord op twee rijkswachters in juli 1992 in Villers-le-Bouillet. Er staan drie mensen terecht, onder wie de beruchte gangster Alfonso d'Anna. De dubbele moord verwekte in de zomer van 1992 grote opschudding.

Op 15 juli 1992 werden op een parkeerplaats langs de autoweg Luik-Namen de levenloze lichamen ontdekt van twee Luikse BOB'ers, Michel Jenicot en Jean-Marc Engelbel. Vier dagen later meldde Alfonso d'Anna zich bij de rijkswacht en bekende hij de twee speurders te hebben vermoord toen zij hem overbrachten van Luik naar de gevangenis van Hoei.

Op de dag van de moord was reeds zijn echtgenote Béatrice (28) opgepakt. ij had hem tijdens een verhoor bij de BOB van Luik een revolver en munitie gegeven. Zij had hem na de moord ook opgewacht, samen met Serge Lorenzato (27). Deze laatste verleende hem vier dagen onderdak na zijn ontsnapping.

In Villers-le-Bouillet had Alfonso d'Anna (30) beide BOB'ers in koelen bloede doodgeschoten. Hij had al gevuurd op Jenicot, die had bewogen nadat d'Anna had gezegd dat hij het op een lopen wou zetten.

D'Anna zat sinds april '92 gevangen wegens inbreuken op de drugswetgeving, overvallen en andere zware misdrijven.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 22 Januari 1994

D’Anna wilde kost wat kost ontsnappen

“We hebben uitsluitend de bedoeling het hof en de gezworenen te overtuigen van het feit dat onze client zijn daad niet van tevoren bedacht.” Dat zeiden mrs. Delrée en Biar maandagochtend voor het assisenhof van Luik. Zij verdedigen Alfonso D'Anna (30), beschuldigd van de moord op twee rijkswachters op 15 juli 1992 op de parking langs de autoweg Luik-Namen,iIn Villers-le-Bouillet. De BOB'ers brachten D'Anna van Luik, waar hij in de rijkswachtkazerne was ondervraagd, terug naar de gevangenis van Hoei.

Samen met D'Anna staan ook zijn vrouw Béatrice Spiga (28) en Serge Lorenzato (27) terecht. Ook zij zijn drugsverslaafden. Spiga gaf D'Anna een revolver en munitie en wachtte hem na de moord op, samen met Lorenzato, die hem 4 dagen onderdak zou geven.

De verdedigers van Spiga, mrs. Defourny (vader en zoon) en mr. Henrard, vroegen de jury zich pas op het einde van het wellicht tien dagen durend proces een oordeel te vormen.

De advocaten van Lorenza-to, mrs. Truillet en Bayard, zijn van oordeel dat hun cliënt enkel schuldig is aan inbreuken op de drugswetgeving. Zijn hulp aan de anderen maakt hem volgens hen geen mededader of medeplichtige.

Oogje dicht

Alfonso D'Anna maakte ontsnappingsplannen vanaf de eerste dag dat hij werd opgesloten voor een overval in april '92. De meeste plannen moest hij laten varen omdat hij geen medeplichtige buiten de gevangenis had.

Op 15 juli 1992 vroeg hij de medewerking van zijn echtgenote, Béatrice Spiga, die hij pas na drie weken kon overtuigen mee te werken. Voor zijn plan had hij het vertrouwen nodig van de Luikse BOB-ers. “Zij zijn zeer vriendelijk tegenover iemand die hen inlichtingen geeft”, zo zei hij.

Op 15 juli had Béatrice Spiga dus geen enkele moeite om het pistool Colt 45 aan haar man te overhandigen. Ze werd niet gefouilleerd en de rijkswachters knepen een oogje toe toen zij elkaar omhelsden.

In de wagen die hem naar de gevangenis van Hoei bracht, merkte Alfonso D'Anna dat het wapen niet geladen was. Het laden van het pistool trok de aandacht van één van de rijkswachters. Toen Michel Jenicot een beweging maakte, loste D'Anna een schot. “Het pistool ging per ongeluk af”, herhaalde Alfonso D’Anna. “Ik wilde ontsnappen, niet doden.”

Maar hij kon niet zeggen of hij zich bedreigd voelde of in paniek was. “Ik stapte uit de wagen en schoot tweemaal op Jean-Marc Engelbel en nog eens op Michel Jenicot. Alles verliep niet zoals gepland”, zo besloot hij.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 25 Januari 1994

d’Anna wou cola en sigaretten in ruil voor medewerking

Op de tweede dag van het proces tegen Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en zijn vriend Serge Lorenzato, beschuldigd van de moord op twee rijkswachtonderofficieren op 15 juli 1992 op een autowegparking, getuigden vier onderzoeksrechters en twee commissarissen dat de betichten niet wilden meewerken aan het onderzoek. “Ze bekenden enkel als ze in het nauw gedreven waren door bewijsmateriaal en wijzigden herhaaldelijk hun verklaringen”, verklaarden ze.

Commissaris Debras beschreef Béatrice Spiga als een gespannen vrouw “die er enkel op uit was te achterhalen hoeveel wij wisten”. Voorzitter Godin vroeg hem of zij steeds verklaard had dat ze niet wist dat het wapen geladen was. “Ik denk van wel”, antwoordde Debras, maar hij voegde eraan toe dat ze haar verklaringen zo vaak wijzigde dat het moeilijk was de waarheid van de leugen te onderscheiden. Zo verklaarde ze zelfs ooit dat ze haar man kogels had gegeven, wat ze later dan weer ontkende.

Geen vermoedens

Onderzoeksrechter Bouché verklaarde dat d'Anna enkel iets vertelde in ruil voor een sigaret of cola. De voorzitter vroeg een volgende getuige of de rijkswachters nalatig waren geweest. “Die vraag heb ik mij ook gesteld”, zei onderzoeksrechter Ligot, “maar toen ik de wedersamenstelling van de overdracht van het wapen van de riem van Béatrice Spiga naar Alphonso d'Anna in de lokalen van de BOB gezien had, was ik stomverbaasd. De rijkswachter kon onmogelijk zien wat er tussen beide gebeurde. Hij kon ook niets vermoeden, want tijdens vorige bezoeken was nooit iets voorgevallen.”

Getuige noemde de betrokken rijkswachter “het derde slachtoffer”, omdat hij “zich moreel verantwoordelijk acht voor het gebeurde en honderdmaal liever zelf gedood was.”

Om over de handigheid van de twee beklaagden te kunnen oordelen, hield voorzitter Godin een mini-reconstructie, waarbij D' Anna en Spiga op twee stoelen gezeten de overdracht van het wapen moesten overdoen.

De getuigen haalden tot slot een brief aan de Luikse onderzoeksrechter Prignon aan die in de cel van Alfonso D'Anna was teruggevonden na de feiten. Daarin schreef D'Anna dat hij “ten einde raad was, de controle over zichzelf verloor, zijn zenuwen het begaven en dat hij een gijzeling ging beginnen”. Hij noemde dat een grote stommiteit, maar voegde eraan toe dat hij niemand pijn wilde doen, dat hij alles betreurde en dat hij hoopte naar de hemel te gaan”, aldus getuigen.

Tijdens de namiddagzitting kwam een adjudant van de Luikse BOB uitleg verschaffen over de manier waarop de BOB het onderzoek heeft geleid. Een andere collega van de twee slachtoffers bevestigde dat de omstandigheden die tot het drama hebben geleid helemaal niet buitengewoon waren. Het “leek normaal de beklaagde te vertrouwen, omdat hij tijdens het onderzoek helemaal niet had laten blijken dat hij wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn.”

De getuige en zijn collega’s waren belast met een belangrijk onderzoek naar een inbraak in enkele postkantoren en warenhuizen. In die zaken was Alfonso d'Anna de enige die van de drie betichten die inlichtingen kon verstrekken.

Stafhouder Jean-Marie Defourny, raadsman van Béatrice Spiga, stipte aan dat de veiligheidsvoorschriften niet werden nageleefd en dat bijvoorbeeld mevr. Spiga niet werd gefouilleerd toen ze de kantoren van de BOB betrad.

De namiddagzitting werd afgerond met het verhoor van de broer van Béatrice Spiga die Alfonso d'Anna naar zijn zeggen in de wereld van de drugs heeft geïntroduceerd.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 26 Januari 1994

Alfonso d'Anna betuigt spijt

Op het proces van Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Beatrice Spiga en beider vriend Serge Lorenzato, die beschuldigd worden van moord of betrokkenheid bij de moord op twee rijkswachters, getuigden gisteren voormiddag oversten en collega's van de twee slachtoffers.

Een adjudant van de BOB verklaarde dat hij nooit iets verdachts had opgemerkt, zeker niet in verband met het doorspelen van het moordwapen door Spiga aan Alfonso d'Anna. Op geen enkel ogenblik had hij een verdachte beweging gezien.

Nadat de adjudant zijn verklaring had beëindigd, vroeg d'Anna het woord: "Ik weet dat U zich schuldig voelt. Maar ik moet u toch zeggen dat het volkomen onmogelijk, ja uitgesloten was om ook maar een beweging op te merken. De manier waarop mijn vrouw en ik het zaakje hebben geklaard, kon door niemand worden opgemerkt. Misschien is mijn tussenkomst hier misplaatst maar toch hou ik er aan te zeggen dat het mij allemaal erg spijt.”

Geen nalatigheid

Kolonel Parent, verantwoordelijke voor het district Luik, ging uitvoerig in op de naleving door de BOB van de veiligheidsvoorschriften. Zijn conclusie is dat op geen enkel ogenblik nalatigheid kon worden vastgesteld.

Op de vraag van de voorzitter waarom Spiga naar aanleiding van haar bezoek aan d'Anna niet
werd gefouilleerd, antwoordde de kolonel: “Op dat ogenblik en ook vandaag nog is er geen veiligheidsdeur voorhanden. Voorts beschikken we niet over een metaaldetector en kunnen we evenmin een beroep doen op een vrouwelijke rijkswachter die als enige het recht heeft om iemand van hetzelfde geslacht te fouilleren.”

De voormiddagzitting werd afgerond met een “demonstratie”: in amper een paar seconden slaagde d'Anna er in zich van zijn handboeien te ontdoen.

De namiddagzitting was bijzonder kort omdat getuige Franco Spiga, de broer van Béatrice, niet kwam opdagen. D'Anna beschuldigt zijn schoonbroer ervan hem met drugs in contact te hebben gebracht.

Serge Lorenzato, de derde beschuldigde, betreurde dat zijn vriend niet aanwezig was. Hij denkt dat Spiga hem kan vrijpleiten van betrokkenheid bij de voorbereiding van de ontsnapping.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 27 Januari 1994

Alfonso d'Anna is hopeloos geval

Donderdag werden op het proces van Alfonso d'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en hun vriend Serge Lorenzato, deskundigen en de eerste moraliteitsgetuigen als getuige gehoord.

Gerechtsarts Dodinval onderzocht de twee vermoorde rijkswachters op de parking in Villers-le-Bouillet. Michel Jenicot lag op de rug. Hij was met handboeien vastgemaakt aan zijn collega die op de buik lag.

Hij kreeg een eerste kogel toen hij vooraan in het voertuig op de passagierszetel zat. Steeds volgens de gerechtsarts drong de kogel ter hoogte van het linker schouderblad binnen en doorboorde het hart. De man was praktisch op slag dood.

Jean-Marc Engelbel werd onder vuur genomen op het ogenblik dat hij volop bezig was zijn stervende collega weg te trekken van het voertuig en hij gebogen over hem stond. Vanop korte afstand kreeg Engelbel twee schoten in de hals. Hij was niet op slag dood. Ten slotte viel het vierde schot of het zogenaamde genadeschot waarmee Michel Jenicot werd afgemaakt.

Drugs

Uit het verslag blijkt ook dat dokter Dodinval sporen van morfineproducten en van kalmeermiddelen aantrof in de urine van van Alfonso d'Anna op het moment dat hij zich gevangen meldde, vier dagen na de feiten. Daaruit leidt de deskundige af dat beklaagde tijdens de uren of dagen die zijn gevangenmelding voorafgingen, drugs had gebruikt.

Wapendeskundige Tombeur gaf uitleg bij het wapen dat werd gebruikt, een Colt 45 pistool dat, eenmaal geladen, bij het schieten repetitief werkt.

Een tweede expert, Machiroux, bevestigde de aanwezigheid van kruitsporen op de kleren van de slachtoffers en d'Anna, alsmede in het voertuig van de rijkswachters waar de eerste kogel werd afgevuurd.

De voormiddagzitting werd afgerond met de ondervraging van Béatrice Spiga en Serge Lorenzato door de juryleden. Aan hen werd gevraagd eens te meer in detail hun tijdsgebruik op 15 juli 's namiddags te willen toelichten.

Hopeloos

Tijdens de namiddagzitting volgde het getuigenis van het college van neuropsychiaters samengesteld uit Dr. Timsit, Xhenseval en Denys. Alle drie zijn zij van mening dat Alfonso d’Anna, Béatrice Spiga en Serge Lorenza- to op het ogenblik van de feiten wel degelijk toerekeningsvatbaar waren. Ook waren zij tijdens de dagen die de moorden voorafgingen normaal helder van geest.

Alfonso d'Anna wordt door de medici gerekend tot de categorie van “anti-socialen”. Ingevolge een opvoeding in een zeer goed gestructureerd gezin belandde hij slechts op late volwassen leeftijd in de delinquentie. Dr. Tomsit zag in d'Anna's drang tot moorden een “soort herwaardering van de eigen viriliteit en van zijn eer”. De psychiater sloot iedere invloed van drugsgebruik uit bij de moorden.

Ten slotte werd d'Anna omschreven als “bijzonder gevaarlijk”, ook al omdat hij “in zijn diepste als het ware aan drugs en roesmiddelen is verhangen”. Zijn geval is hopeloos.

Listig

Het gezin waaruit Béatrice Spiga afkomstig is had veel minder structuur dan dat van haar echtgenoot. Nochtans kwam ook zij slechts vrij laat, nl. op 21-jarige leeftijd in het drugsmilieu terecht. Haar persoonlijkheid valt moeilijk te omschrijven en te doorgronden.

Bovendien is ze van nature erg listig en spant ze zich voortdurend in om “haar deelname aan het gebeuren zo veel mogelijk te minimaliseren”. Het gevaar dat zij oplevert is echt gebonden aan de aard van haar drugsverslaafdheid en drugsafhankelijkheid. Nochtans bezit zij geen enkele drang om te moorden.

Serge Lorenzato lijdt onder zijn talrijke affectieve verwondingen en letsels. Zijn affectief leven liet als tijdens zijn kinderjaren te wensen over. Op de drempel van de volwassenheid werd hij ziek en verloor hij zijn vader. Om zich ergens aan een organisch gezag te kunnen onderwerpen, zocht hij toenadering tot een bende. Vandaar zakte hij af in het wereldje van de drugs en de delinquentie.

Als hij door de juiste personen wordt omringd en begeleid, zal hij zeker geen echt gevaar vormen voor de maatschappij.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 28 Januari 1994

Ouders getuigen in moordzaak: “Het waren brave kinderen tot de drugs kwamen”

Vrijdag werden voor het hof van assisen van Luik de laatste moraliteitsgetuigen gehoord in de moordzaak d'Anna. Alfonso D'Anna, zijn echtgenote Béatrice Spiga en hun vriend Serge Lorenzato staan terecht wegens moord op twee rijkswachtonderofficieren van de BOB van Luik op 15 juli 1992.

De moeder van Serge Lorenzato werd als eerste gehoord en deed het verhaal van een kleine lieve jongen die prachtige resultaten behaalde op school. In december 1979, toen Serge amper 13 was, overleed zijn vader en enkele maanden later zijn grootmoeder. Omdat moeder uit werken moest gaan, was de jongen deels aan zijn lot overgelaten en raakte hij verstrikt in een jeugdbende. Hij bracht meer tijd door op straat dan thuis, werd verslaafd aan drugs en liet de school varen.

Na een verblijf in de gevangenis, verdween Serge voor twee jaar naar een tehuis voor drugsgebruikers. Hij raakte echter niet af van zijn verslaving en in 1988 viel de tweede veroordeling. Zijn moeder benadrukte dat Serge voor het overige een vriendelijke en attente jongen is gebleven die zich echter moeilijk kan uiten.

Respect

De ouders van Alfonse d'Anna betoogden eveneens dat hun zoon een probleemloze jongen was, die met zijn broers en zussen werd opgevoed in respect voor traditionele waarden. De eerste onweerswolken dateren van '85 toen Alfonso op eigen vleugels wou vliegen en introk bij Béatrice Spiga. Hij raakte er aan de drugs verslaafd en zonk bliksemsnel weg in de criminaliteit.

Vader en moeder d'Anna hebben het onmogelijke gedaan om hun zoon uit de zelfkant te halen: ze lieten hun zoon behandelen, vingen hem op, ook na het huwelijk, zorgden voor een gezondheidskuur in Sicilië, maar de drugs wonnen het telkens weer op alle goede zorgen.

Als laatste getuige werd de moeder van Beatrice Spiga gehoord. Haar verhaal was op enkele details na gelijkluidend: een evenwichtig kind dat pas na de kennismaking met d'Anna de pedalen had verloren. Volgens de vrouw was het Alfonso d'Anna die haar dochter drugs had leren gebruiken.

Het hele gezin, Béatrice heeft acht broers en zussen, deed het onmogelijke om het meisje terug op het rechte pad te brengen, maar eveneens tevergeefs. Kennissen en familieleden getuigden dat Béatrice was veranderd van zodra ze drugs begon te nemen. De verantwoordelijke van een zangatelier in de gevangenis zei dat zij nu van de drugs af.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 29 Januari 1994

Vernietigend rekwisitoor tegen D'Anna en co

Advocaat-generaal Jamar heeft maandag voor het assisenhof van Luik een vernietigend rekwisitoor uitgesproken tegen Alfonso D'Anna (30), Béatrice Spiga (28) en hun gemeenschappelijke vriend Serge Lorenzato (27). Dit trio wordt ervan beschuldigd op 15 januari 1992 twee rijkswachters op een parking naast de autoroute de Wallonie, in Villers-le-Bouillet, om het leven te hebben gebracht.

Mevr. Jamar gebruikte krasse omschrijvingen: “Alfonso D'Anna handelt als een machine om te doden, zijn daden lijken wel op een executie; zelfs beesten zijn tot dergelijke handelswijze niet in staat.”

Ook Beatrice Spiga werd niet gespaard: “hij, de doder, haalt fataal de trekker over, maar zij, Béatrice Spiga, overhandigt hem eerst het wapen. Zij is geen haartje beter. Ook bij haar kan men dezelfde voorbedachtheid vaststellen.”

De betrokkenheid van Serge Lorenzato in de hele zaak is, volgens de advocaat-generaal, niet zo voor de hand liggend. Nochtans is de derde beklaagde op zijn minst medeplichtig aan de dubbele moord en schuldig aan heling, ook omdat hij D'Anna vier dagen onderdak verleende.

Wild dier

Eerder waren de advocaten van de burgerlijke partijen, mr. Deprez (namens de Belgische Staat) en mr. Coster (namens de familieleden, de echtgenoten en de kinderen van de twee slachtoffers Jean-Marc Engelbel en Michel Jenicot) uitgebreid aan het woord gekomen. Hun argumenten kwamen overeen met die van het openbaar ministerie. Ook zij vinden dat Serge Lorenzato niet als “mededader” van de dubbele moord kan worden beschouwd, wel als medeplichtige. Spiga daarentegen is wel “mededader”. Zij handelde onder geen enkele dwang.

De twee advocaten spanden zich in om de voorbedachtheid van Alfonso D'Anna aan te tonen. Het is duidelijk dat D’Anna vastbesloten was om zijn slachtoffers geen enkele kans te gunnen, zo zegden ze. “Hij handelde als een wild dier.”

Geïmproviseerd

De verdediging van Alfonso D'Anna concentreerde zich op de persoonlijkheid van de eerste beschuldigde, die voor hij aan drugs verslaafd raakte, ook goede eigenschappen had. De advocaat zei dat D'Anna voor de dubbele moord nooit geweld had gebruikt. “Als hij de gevaarlijke  persoon was, die de burgerlijke partijen en het openbaar ministerie hadden geschetst, waarom hadden de Luikse BOB'ers dan een minder strikt veiligheidsregime toegepast?”, zo vroeg hij zich af.

De verdediger van D’Anna had noch in het verleden, noch in de persoonlijkheid van zijn cliënt, noch in de feiten sporen van voorbedachtheid ontdekt. De feiten werden “geïmproviseerd”. Het eerste schot was een ongeluk en kon dus niet voorbedacht zijn. “Zou een koelbloedige moordenaar de lichamen niet verstopt hebben en het wapen van zijn slachtoffers gebruikt hebben om zijn vrouw niet in de zaak te betrekken?”

De verdedigers van Béatrice Spiga erkenden dat hun cliënt een fout had gemaakt, maar ze vroegen zich af of ze wel de keuze had. Ze haalden de liefde van Béatrice Spiga voor haar man aan, haar trouw en de huwelijksband, die door het strafwetboek als een wettelijke verschoningsgrond wordt erkend. Drugsgebruik is geen verschoningsgrond, maar verklaart wel alles. Bovendien is er nog de chantage die D'Anna pleegde om een geladen wapen van zijn vrouw te krijgen.

“Béatrice Spiga kon niet vermoeden dat haar man zou doden, en ze wilde zeker niet dat hij dat zou doen”, zo zegden ze. Ze besloten dat ze meer medeplichtige dan mededader was.

De advocaten van Serge Lorenzato verwierpen zelfs de medeplichtigheid. Hun cliënt was niet op de hoogte van de ontsnapping en heeft er ook niet bij geholpen.

De juryleden zullen zich vandaag, na de replieken, terugtrekken om over de schuld te beraadslagen.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 1 Februari 1994

Alfonso D’Anna schuldig aan moord

De jury van het assisenhof van Luik heeft woensdagavond Alfonso d'Anna schuldig bevonden aan moord op twee rijkswachters. De gezworenen antwoordden ‘ja’ op alle vragen, die op hem betrekking hadden. Zijn echtgenote Béatrice Spiga werd schuldig bevonden aan mededaderschap aan doodslag, maar niet aan voorbedachtheid. Voor Serge Lorenzato verwierp de jury de betichting van mededaderschap en van voorbedachtheid.

Na de replieken trokken de juryleden zich dinsdagnamiddag terug om te beraadslagen over in totaal 59 schuldvragen. De zitting van het Luikse assisenhof zal vandaag worden hervat met de debatten over de strafmaat en het uiteindelijke arrest.

In hun replieken wezen de advocaten van de burgerlijke partijen en de openbare aanklager op de verpletterende bewijslast. Zij stelden dat de argumenten van de verdediging om de voorbedachtheid te laten vallen, in strijd waren met het dossier en met het gezond verstand. De rijkswachters Michel Genicot en Jean-Marc Engelbel werden in koelen bloede en na rijp beraad vermoord, zo klonk het van de bank van de burgerlijke partijen.

Advocaat-generaal mevr. Jamar waarschuwde de jury voor de twijfels, die de verdediging poogde te zaaien. “De leugens, uitvluchten en tegenstrijdigheden waarmee de verdachten hun stelling hebben doorspekt, mogen U niet in verwarring brengen", aldus de openbare aanklager.

In een reflex

De advocaten van Alfonso D'Anna herhaalden dat zij uitsluitend de voorbedachtheid betwisten en hun stelling steunen op het ontbreken van enig bewijs dat D'Anna een koelbloedige moordenaar zou zijn. Het eerste schot zou, bewust, maar niettemin in een reflexbeweging zijn afgevuurd. Daarna raakte hij volkomen het noorden kwijt en schoot als een automaat. D'Anna is een doder, maar geen moordenaar, zo besloten diens advocaten hun pleidooi.

Stafhouder Defourny verduidelijkte daarop dat zijn cliënte Béatrice Spiga schuldig pleit, maar dat ze enkel wil veroordeeld worden voor wat ze gedaan heeft en voor wat ze kon weten wat er te gebeuren stond. Bovendien betreurde de stafhouder dat onze samenleving nog geen enkel middel heeft gevonden om de gesel van de drugs te bestrijden.

"Spiga wist toen ze haar man een vuurwapen gaf, dat die een gijzeling zou plegen. Ze had er echter niet het minste vermoeden van dat hij tot doden in staat zou zijn. Daarom mag ze niet schuldig geoordeeld worden aan mededaderschap”, zo besloot mr. Defourny.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 2 Februari 1994

Doodstraf voor Alfonso D'Anna

Het assisenhof van Luik heeft Alfonso D'Anna (30) gisteren veroordeeld tot de doodstraf. Hij werd dinsdagavond schuldig bevonden aan onder meer de moord op twee onderofficieren van de Luikse BOB op 15 juli 1992, op de parking van de autoweg Luik-Namen in Villers-le-Bouillet.

Zijn vrouw Béatrice Spiga (28) kreeg twintig jaar dwangarbeid wegens mededaderschap. Serge Lorenzato (27), een vriend van het koppel, werd veroordeeld tot tien jaar dwangarbeid. Hij verschafte D'Anna vier dagen lang onderdak.

De voorlezing van het arrest ging niet gepaard met incidenten in de zaal, waar de spanning te snijden was en uitgebreide veiligheidsmaatregelen van kracht waren.

D'Anna schoot de BOB’ers Michel Jenicot en Jean-Marc Engelbel dood tijdens zijn overbrenging van de rijkswachtkazerne van Luik, waar hij was verhoord, naar de gevangenis van Hoei. Zijn vrouw had het wapen geleverd.

De dubbele moord leidde D'Anna, die geboeid in de dienstwagen zat, naar de vrijheid. Vier dagen na de feiten gaf de dader zich aan bij de rijkswacht en bekende.

Drugsverslaafden

Hij, Spiga en Lorenzato, allen drugsverslaafden uit Luik, werden dinsdagavond schuldig bevonden.

De jury achtte Alfonso D'Anna schuldig aan verboden wapenbezit en -dracht, bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, diefstal met geweld (sleutels van de boeien), diefstal van de wagen, overtredingen van drugswetten (bezit, gebruik in groep en dealen), maar vooral aan de dubbele moord.

Béatrice Spiga moest worden gestraft wegens verboden wapenbezit en -dracht, bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, en overtredingen van drugswetten. Wat de dubbele moord betreft noemde de jury haar schuldig aan mededaderschap, maar niet aan voorbedachtheid.

Serge Lorenzato werd schuldig bevonden aan bedreigingen, willekeurige vrijheidsberoving, overtredingen van drugswetten en medeplichtigheid aan de dubbele moord. Hij bracht Spiga tot aan de rijkswachtkazerne, waar ze het wapen aan D'Anna gaf.

Het openbaar ministerie kreeg bijna alles wat het gevraagd had, behalve “geen straf beneden de twaalf jaar” voor Lorenzato. De advocaten riepen verzachtende omstandigheden in: overgave, bekentenissen en spijt voor D'Anna, afwezigheid van antecedenten van gemeenrecht, drugsverslaving en mogelijkheden tot reintegratie in de maatschappij voor Spiga en Lorenzato.

Spiga en Lorenzato voegden geen woord toe aan de pleidooien van hun advocaten. D’Anna vroeg hem te veroordelen, maar zijn vrouw en vriend te sparen.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 3 Februari 1994

Cassatie verbreekt doodstraf-arrest van D’Anna niet

Het Hof van Cassatie verwierp woensdag het cassatieverzoek van Alfonso D'Anna, die op 2 februari 1994 van het Luikse assisenhof de doodstraf kreeg voor een moord op twee rijkswachters op een parking in Villers-le-Bouillet langs de autoweg Luik-Namen op 15 juli 1992. De twee gendarmen vervoerden D'Anna van Luik naar zijn cel in Hoei.

De verdediging van D’Anna had drie kritieken geuit op de manier waarop het assisenhof “de procedureregels had geschonden”. Zo zou de voorzitter van het assisenhof de drie beschuldigden elk afzonderlijk hebben ondervraagd. Dat mocht volgens D'Anna niet omdat iedere beschuldigde aanwezig moet zijn tijdens de hele assisenprocedure. Cassatie meent dat deze kritiek onvoldoende duidelijk is.

D'Anna vond ten tweede dat het gerechtelijk wetboek bepaalt dat de ondervraging op een assisenhof moet stoppen met de moraliteitsgetuigen. In zijn geval stopte ze met de ondervraging van een speurder en de vertoning van een video. Cassatie repliceert dat D'Anna het laatste woord kreeg en dat dit soort schendingen van de procedure niet de nietigheid van het arrest tot gevolg heeft.

Tenslotte zei D'Anna dat de willekeurige macht van de assisenvoorzitters te groot is en zelfs botst met artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat een eerlijk proces voor iedereen garandeert.

Cassatie zegt dat het hierover niet kan oordelen. Men moet zich tot andere instanties wenden. Het cassatieverzoek werd dus verworpen. De doodstraf van D'Anna is nu definitief.

Bron: Gazet Van Antwerpen | 5 Mei 1994

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube