Topic: Elsene: 2 Maart 1980
Samenvatting
Wat? Roofmoord op een café-uitbater
Wanneer? In de nacht van 2 op 3 maart 1980
Waar? Café "Chez Jean-Claude" in de Wiertzstraat 5 in Elsene » Google Maps
Wie? Edouard Byczkowski
Status: Opgelost
Tijdens de nacht van 2 op 3 maart 1980 werd de 36-jarige café-uitbater Jean-Claude Henin in zijn café “Au Repos des Déménageurs” aan de Wiertzstraat in Elsene doodgeslagen. Nadat de overige klanten waren vertrokken, bleef enkel de 29-jarige Edouard Byczkowski achter. Tussen beide mannen ontstond een ruzie, waarbij Byczkowski Henin met talrijke vuistslagen en vermoedelijk ook schoppen zwaar toetakelde. Henin overleed aan een zware inwendige bloeding. Vervolgens doorzocht Byczkowski het café en de woning van het slachtoffer, waar hij geld, juwelen en andere waardevolle voorwerpen meenam. Dankzij de verklaring van de echtgenote van Henin kon de verdachte nog dezelfde dag bij familie in Quaregnon worden aangehouden. In zijn woning werden de bebloede kledij en een deel van de buit teruggevonden.
Tijdens het assisenproces in januari 1982 voerde Byczkowski aan dat hij uit zelfverdediging had gehandeld nadat Henin hem met een gebroken bierglas zou hebben bedreigd. Het openbaar ministerie verwierp die versie en stelde dat de feiten wezen op een gewelddadige roofmoord, waarbij de diefstal het werkelijke motief vormde. Hoewel de jury het voorbedachte inzicht om te doden niet bewezen achtte, verklaarde zij Byczkowski schuldig aan diefstal met geweld die de dood tot gevolg had. Op 18 januari 1982 veroordeelde het Hof van Assisen van Brabant hem tot achttien jaar dwangarbeid.
Herbergier in eigen drankgelegenheid doodgeslagen te Elsene
De 36-jarige Jean-Claude Henin, uitbater van een café in de Wirtzstraat 5, te Elsene, werd maandagochtend in zijn eigen drankgelegenheid doodgeslagen door de enige klant die nog in het café aanwezig was.
Toen de echtgenote van het slachtoffer maandagochtend naar boven wilde gaan slapen, stelde ze vast dat er nog een klant in het café aanwezig was. Toen de echtgenote later samen met haar kinderen weer nar beneden kwam, vond ze op de grond het dode lichaam van haar man, badend in een bloedplas. Het zag ernaar uit dat hij met slagen en stampen was afgemaakt.
Dank zij de beschrijving die de echtgenoté van de late klant kon geven, kon de vermoedelijke dader worden geïdentificeerd. Het gaat om Edouard Byczkowski die eveneens in EIsene woont, op korte afstand van het café. Ten huize van Byezkowski werd vernomen dat hij omstreeks 6 u. in de morgen was komen opdagen en vervolgens weer was weggegaan om een bezoek te brengen aan familieleden in Quaregnon. In zijn woning werden bepaalde voorwerpen teruggevonden die aan het slachtoffer toebehoorden.
Byezkowki werd om 16.30 u. bij zijn familie in Quaregnon aangehouden en naar Brussel overgebracht om er door de onderzoeksrechter te worden ondervraagd. Bij zijn voorleiding bleek hij in het bezit van juwelen en een som geld.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Maart 1980
Herbergier uit Elsene slachtoffer van roofmoord
De 36-jarige Jean-Claude Henin, die maandagochtend in zijn herberg aan de Wiertzstraat te Elsene werd doodgeslagen, werd het slachtoffer van een roofmoord. Zulks blijkt uit de verklaringen zelf die de dader, de 28-jarige Edward Biezkowski, studiemeester van beroep, na zijn arrestatie bij familieleden te Bergen aflegde en eveneens uit het feit dat ten huize van de dader juwelen werden teruggevonden die aan de echtgenote van het slachtoffer toebehoorden.
De dader, een uit de echt gescheiden studiemeester, was maandagmorgen omstreeks 5 uur in de herberg van Henin te Elsene aanwezig. Nadat de echtgenote van de uitbater op de eerste verdieping was gaan slapen, randde Biezkowski plots de caféhouder aan door hem verscheidene vuistslagen en voetschoppen toe te dienen. De herbergier kwam daarbij op de grond terecht en liep een schedelbreuk op die de dood voor gevolg had.
Biezkowski eigende zich dan de inhoud van de toonbanklade toe en drong zelfs tot in de slaapkamer van de echtgenote waar hij uit de lade van een kast een hoeveelheid juwelen wegnam. De dader ging vervolgens naar zijn woonplaats, enkele huizen verder, legde er zijn met bloed besmeurde kleren af en zegde toen aan de man met wie hij sinds een tijdje samenwoonde dat hij zijn ouders zou gaan opzoeken te Bergen.
De dader werd aldaar door de plaatselijke politie aangehouden en later naar Brussel overgebracht. Zijn bebloede kleren evenals de juwelen die hij gestolen had werden ondertussen in zijn woonplaats teruggevonden. Hij gaf wel toe de herbergier te hebben geslagen en geschopt maar ontkende het inzicht gehad te hebben om te doden. Hij werd niettemin wegens roofmoord onder arrest geplaatst door rechter van instructie Ost.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Maart 1980
Moordenaar van cafébaas bekende
In het begin van deze week werd in het café “Chez Jean-Claude”, Wiertzstraat 5 te Elsene, de exploitant van het café Jean-Claude Henin, door zijn buurman Eduard Byezskovsky doodgeslagen. De dader heeft nu bekentenissen afgelegd. Volgens hem was er ruzie ontstaan tussen hem en de cafébaas omdat “hij teveel naar de vrouw van het slachtoffer zou hebben gekeken”. Wel staat vast dat de dader drie uur lang in het café is gebleven en dat de doodsoorzaak van Jean-Claude Henin inwendige bloeding was.
Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Maart 1980
Bijczkowski sloeg herbergier dood te Elsene
De 29-jarige Edouard Bijczkowski, een werkloze uit Boussu, verschijnt van maandag af voor het Hof van assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Pierre Van de Walle. Bijczkowski wordt ervan beschuldigd tijdens de nacht van 2 op 3 maart 1980 herbergier Jean-Claude Henin in diens instelling “Au Repos des Démenageurs”, Wiertzstraat 5 te Elsene, te hebben doodgeslagen en het slachtoffer en diens echtgenote Rita Walla te hebben beroofd van 30.000 fr., juwelen, een fototoestel en allerlei huisraad.
De avond voor de feiten vond er een feestje plaats in de herberg, om er de verjaardag van Rita Walla te vieren. Zulks gebeurde in aanwezigheid van Jean-Claude Henin en Edouard Bijczkowski. Er werd heel wat gedronken, en na middernacht bleven alleen Bijczkowski en Henin in de drankgelegenheid over.
Bijczkowski maakte de herbergier enkele verwijten in verband met zijn houding tegenover de uitbaatster. Volgens beklaagde zou de herbergier toen een fles hebben stukgeslagen en hem met de overblijvende scherven te lijf hebben willen gaan.
Vuistslagen
Bijczkowski zou de caféhouder hebben afgeweerd door hem een paar duchtige vuistslagen toe te dienen, die de dood van de herbergier veroorzaakten. De dader nam toen de portefeuille met 30.000 fr. van het slachtoffer weg, en roofde ook nog ten nadele van de herbergierster juwelen en andere waardevolle voorwerpen.
Beklaagde wordt verdedigd door Mrs. Martial Lancaster en Jean-Paul Dumont, terwijl Mr. Olivier Colon voor de burgerlijke partij zal pleiten. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jaspar. Er worden een
veertigtal getuigen ondervraagd en de debatten nemen vijf dagen in beslag.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Januari 1982
Verjaardagsfeest eindigde met moord
De 29-jarige Eduard Bijczkowski uit Boussu verscheen maandag voor het assisenhof van Brabant. Bijczkowski wordt ervan beschuldigd tijdens de nacht van 2 op 3 maart 1980 herbergier Jean-Claude Henin te hebben doodgeslagen en echtgenote slachtoffer diens echote te hebben beroofd.
Bijczkowski is geboren uit Poolse ouders te Quaregnon waar zijn vader vroeger werkte aIs mijnwerker. Hij liep lagere school in de Borinage waar hij als een erg middelmatige leerling stond aangeschreven. Hij begon achteraf te werken als automecanicien, elektricien en huisschilder. Zijn werkgevers waren telkens zeer tevreden over hem.
Op 18-Jarige leeftijd geraakte hij betrokken bij de diefstal van de inhoud van een brandkast. Daarvoor kreeg hij 4 maanden gevangenisstraf. Volgens beklaagde was hij van huis weggelopen omdat hij slecht met zijn ouders overeen kwam. Na drie dagen zonder eten of drinken te hebben rond gezworven kwam hij er eindelijk toe een diefstal te plegen.
In 1976 trad Bijczkowski in het huwelijk met een vrouw die hem later 2 kinderen schonk. Bijczkowski werkte ook nog een tijdje als opvoeder in een tehuis voor jongeren te Wasmuel, maar op het ogenblik van de feiten was hij werkloos.
In het café “Au repos des demenageurs” te Elsene stond beklaagde bekend als een sympathiek man, die weliswaar af en toe bij een vechtpartij was betrokken. De nacht van de feiten had hij, samen met vrienden en met de herbergier, de verjaardag gevierd van de uitbaatster Rita Walla. Om 5u in de ochtend bleef Bijczkowski samen met de herbergier Henin alleen in de herberg achter. Beide mannen waren erg dronken.
De herbergier zou zich dan op een ogenblik plots erg boos hebben gemaakt over een opmerking van Bijczkowski, een bierglas tegen de toonbak hebben stukgeslagen en er beklaagde hebben mee bedreigd. Bijczkowski weerde de herbergier af door hem twee vuistslagen op het aangezicht te geven die op zichzelf echter moeilijk de dood van het slachtoffer konden veroorzaken.
Hoe dan ook, het gedeeltelijk verbrijzeld bierglas werd achteraf op de toonbank teruggevonden op een tiental meter van het lichaam van het slachtoffer en er kwam een enkele vingerafdruk op voor, nl. die van Bijczkowski.
Revolver
Na het slachtoffer te hebben neergeslagen zou Bijczkowski naar de revolver van de herbergier hebben gezocht en daarbij toevallig geld en juwelen hebben gevonden die hij in zijn zakken liet verdwijnen. Onderzoeksrechter Ost begaf zich naar de plaats van de feiten en trof er het lichaam van herbergier Henin aan, liggend op de rug en uitgestrekt op de grond.
Het aangezicht was erg gezwollen en volledig met bloed besmeurd. Dat was te wijten aan de slagen die beklaagde het slachtoffer had toegebracht. De waardin Rita Walla herinnerde zich toen dat Bijczkowski als laatste in het gezelschap van haar man was gebleven en mogelijk de dader van de dodelijke slagen was.
De politie begaf zich naar de woonplaats van Jean Godart waar Bijczkowski al een hele tijd te Elsene was komen inwonen. Bijczkowski zelf was verdwenen, maar tijdens de huiszoeking werden zijn met bloed besmeurde kledingstukken teruggevonden. In een zak van een van deze kledingstukken bevonden zich de juwelen die beklaagde van de herbergierster had gestolen.
De onderzoeksrechter vernam vervolgens van klanten van de herberg dat Bijczkowski en zijn vriend Godart vaak in de herberg verschenen om er de mensen te plagen, wat nu en dan aanleiding gaf tot vechtpartijen. De uitbaatster was een gedienstige vrouw die als een goede handelaarster optrad. De waard zelf was minder correct en mengde zich soms in gesprekken die hem niet aangingen.
Na zijn aanhouding kon beklaagde geen uitleg verstreken over het feit dat het stukgeslagen bierglas op een tiental meters van het slachtoffer op de tapkast werd aangetroffen en dat er meteen zijn eigen vingerafdruk op voorkwam.
Een ander getuige was commissaris Vachandez, die kwam vertellen dat hij beklaagde in het huis waar hij te Quaregnon was ingeschreven, ging aanhouden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Januari 1982
Byczkowski was zwaar dronken bij zijn aanhouding
In het proces van de 29-jarige Eduard Byezkowski, beschuldigd van doodslag en diefstal op herbergier Jean-Claude Henin, verschenen dinsdag verscheidene getuigen voor het Assisenhof van Brabant. Omdat een jurylid ziek was begon de zitting met nagenoeg een uur vertraging.
Als eerste getuigen werden vervolgens de geneesheren Dr. Voordecker en Dr. Rillaert, die de lijkschouwing van het slachtoffer deden, ondervraagd. Wat de getuigen het meest opviel was het overvloedig bloed op het aangezicht van het slachtoffer. Het bloed was afkomstig van drie zware letsels, nl. aan het voorhoofd, de neus en de mond. De doodsoorzaak lag echter in de buikholte waar een aanzienlijke inwendige bloeding had plaatsgevonden. Anderzijds vertoonde het bloed een alcoholgehalte van 4 promille.
Een andere getuige was adjunct-commissaris Collard, verbonden aan de politie van Elsene. Getuige vernam van de echtgenote van het slachtoffer dat er niet alleen geld maar dat ook haar juwelen werden gestolen. Op de toonbank stond een half verbrijzeld bierglas. Van de kinderen van het slachtoffer vernam getuige nog dat er sinds geruime tijd een grote animositeit bestond tussen hun vader en beklaagde.
Een volgende getuige was de h. Vachaudez, officier bij de gerechtelijke politie te Bergen. Hij ondervroeg beklaagde een tiental uren na de feiten, na zijn aanhouding in Quaregnon. Byezkowski zag er bepaald dronken uit. Hij kon met moeite gaan en lachte. Hij scheen niet te beseffen dat hij herbergier Henin had doodgeslagen.
Jaloers
Byezkwoski zei dat herbergier Henin erg jaloers was i.v.m. zijn echtgenote. Beklaagde maakte echter geen gewag van omgang die hij met deze vrouw zou hebben gehad. De herbergier zou zijn vrouw hebben verweten al te vertrouwelijk met beklaagde om te gaan.
Tijdens de namiddagzitting zei voorzitter Van de Walle dat Byezkwoski, na de herbergier te hebben doodgeslagen tijdens zijn vlucht naar Quaregnon onderweg nog een tiental glazen bier dronk en dat het alcoholgehalte in zijn bloed sterk gewijzigd was sedert het ogenblik waarop hij de feiten pleegde.
Gerechtelijk commissaris De Vroom vertelde dat het stoffelijk overschot van de herbergier achter het biljart te 7.30 u. door een van zijn dochters werd aangetroffen. Het meisje was opgestaan om op de klok in het café te zien hoe laat het was.
Toen ze bemerkte dat het electronisch uurwerk stilgevallen was belde ze de sprekende klok. Het was dan dat ze het lijk van haar vader vond. Ze wilde vervolgens haar moeder wekken, die tweeënhalf uur tevoren te bed was gegaan en niet gemakkelijk uit haar eerste slaap kon gewekt worden.
Volgens getuige was de dodelijke slag op de buik van de herbergier mogelijk een voetschop. Byezkowski ontkende echter te hebben geschopt.
Een volgende getuige was Rita Walla, weduwe van het slachtoffer, die zich burgerlijke partij stelde. Ze is moeder van vier kinderen en ze beschreef Byezkowski en zijn vriend Jean Godart als erg opdringerig. De herbergier zou meermaals gepoogd hebben om het tweetal aan de deur te zetten, maar uit vrees om wraak durfde hij zijn voornemen niet uit te voeren.
Byezkowski verklaarde toen oprecht spijt over het gebeuren te hebben. Vervolgens werden de twee oudste dochters van het slachtoffer ondervraagd. Deze bevestigden grotendeels wat hun moeder tevoren verklaard had.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Januari 1982
Byczkowski was een lastige kerel
In het proces van de 29-jarige Edouard Byezkowski, beschuldigd van doodslag met diefstal op herbergier Jean-Claude Henin, werd woensdag hoofdzakelijk de familie van beklaagde ondervraagd voor het Assisenhof van Brabant.
Lydía Danezenko is de moeder van beklaagde. Ze zei met haar zoon Edouard meer moeilijkheden te hebben ondervonden dan met haar zes andere kinderen tezamen. Edouard respecteerde niemand, ook niet de doden. Hij kreeg meer dan eens klappen van zijn vader telkens wanneer hij het verdiende.
De zuster Irène en de broer Jean-Pierre van beklaagde kwamen vervolgens vertellen dat hun vader soms gebruik maakte van zijn broeksriem om te ranselen en dat niet alleen ten overstaan van Edouard. Getuigen kregen ook dergelijke afstraffing toegediend maar waren van oordeel dat ze het telkens hadden verdiend. Edouard kreeg wat meer klappen hij omdat hij ook zoveel moeilijker was.
Byezkowski stond toen even recht en zei dat zijn vader hem soms vastketende aan een stoel en hem nu en dan verplichtte in het hondenhok te slapen. Met dat laatste punt waren getuigen het evenwel niet eens. Beklaagde hield echter staande dat hij ongelukkiger was dan zijn broers en zusters omdat hij als niet gewenst kind ter wereld kwam.
Jaloers
Vervolgens werd Daniëlle Peeters, echtgenote van beklaagde ondervraagd., De vrouw zei dat haar huwelijk aanvankelijk gelukkig was maar dat Edouard ziekelijk jaloers werd. Getuige mocht geen kleren met halsuitsnijding dragen en wanneer ze met vakantie ging in haar geboortedorp in het Groot-Hertogdom mocht ze niet in bikini rondlopen. Byezkowski was zodanig jaloers dat zijn vrouw zich niet eens door een geneesheer mocht laten onderzoeken. In verband met dergelijk onderzoek bracht hij haar op zekere dag slagen toe zodanig dat ze hem voor een tijdje in de steek liet. Beklaagde begaf zich toen aan de drank.
De oudste zuster van beklaagde vertelde dat haar broer reeds op 14-jarige leeftijd ging werken in een tehuis voor jongeren te Wasmuel. Toen hij jong was begaf beklaagde zich nooit aan de drank. Nadat hij van huis was weggelopen werd zijn vader, met wie hij niet overweg kon, er bedroefd om. Af en toe keerde Edouard echter naar het ouderlijk huis terug waarna hij zich opnieuw naar het tehuis te Wasmuel begaf.
Volgende getuige was Maria Kunz, een Zwitserse vrouw die lange jaren als verpleegster in het tehuis van Wasmuel werkte. Doordat beklaagde niet goed meer met zijn ouders overeen kwam werd hij door de jeugdrechter in het tehuis geplaatst. Getuige beschouwde de jongen als erg gedienstig met een gedrag waarop niets aan te merken was.
Wel vertoonde hij af en toe een neiging tot drinken, zonder evenwel ooit dronken te zijn. Hij kreeg soms ook familiebezoek. Byezkowski gaf blijk van een grotere gevoeligheid dan de meeste andere jongeren in het tehuis.
Nadat deze getuige volledig was ondervraagd bedankte beklaagde haar voor al wat ze voor hem had gedaan.
Carine Henin, de dochter van het slachtoffer, bevestigde dat bij haar aankomst in het café de deur van de kelder openstond en het licht brandde. Zij zegde op de stukken glas aan de voet van de toonbank te hebben gestapt. Zij wees tevens op de ongewone aanwezigheid van een ijzeren staaf in de kamer van haar ouders, een staaf die zich normaal in de kelder had moeten bevinden.
Mw. Maria Allaert, die het café bezocht, meent dat het een rustige herberg is, waar zich normaal geen incidenten voordoen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Januari 1982
Vingerafdruk van beklaagde stuurt verdediging in de war
In het proces van de 29-jarige Eduard Byszkowski, beschuldigd van doodslag en diefstal op caféhouder Jean-Claude Henin te Elsene, werden donderdagvoormiddag opnieuw getuigen, onder wie psychiaters, ondervraagd voor het Hof van Assisen van Brabant.
Als psychiaters kwamen dokters Dehon en Roussaux op de getuigenstoel plaats nemen. Ze verklaarde dat Byszkowski verantwoordelijk is voor zijn daden, ook al vertoont hij een psychopathische persoonlijkheid, Beklaagde kan moeilijk zijn emoties aanpassen aan het dagelijks leven. De moeilijke relaties met zijn eigen familie had tot gevolg dat hij later een afwijkend gedragspatroon vertoonde tegenover de maatschappij.
Reeds als knaap vernam Byszkowski dat hij als ongewenst kind op de wereld kwam. Hij was thuis getuige van heftige taferelen tussen zijn moeder en vader. Beklaagde werd vaak door zijn vader op een ceremoniële en sadistische wijze verkracht. Hij werd immers soms aan een trapleuning vastgeketend en ondertussen liet zijn vader een touw in het water zwellen om er hem nadien mee te lijf te gaan.
Byszkowski maakte ten slotte de gelukkigste jaren van zijn leven door in een tehuis voor jongeren te Wasmuel.
Toen beklaagde door zijn vrouw in de steek werd gelaten, begon hij zijn werk te verwaarlozen en begon te drinken. Toch bleek hij van zijn twee kinderen te houden. Nadat hij door zijn vrouw was verlaten, kreeg Byszkowski het gevoel dat hij werd gecastreerd en dat zijn vader hem daarbij begon te bespotten.
Beklaagde vernietigde in zekere zin zichzelf. Hij ondernam overigens twee pogingen tot zelfmoord, nl. in 1977 en 1979, telkens iv.m. moeilijkheden met zijn vrouw.
Vervolgens werd psycholoog Lekeuche als getuige ondervraagd. Volgens deze deskundige was het optreden van beklaagde tegenover het slachtoffer ingegeven door de traumatiserende scènes die hij als kind thuis meemaakte. De doodslag op Henin was symbolisch bedoeld als een doodslag op zijn vader. Beklaagde was er immers toe gekomen het slachtoffer met zijn vader te identificeren. Door het slachtoffer dood te slaan, doodde hij als het ware moreel zijn vader. De heftigheid waarvan beklaagde vaak blijk gaf, was grotendeels een reactie op de traumatismen die hij thuis als kind had ondervonden.
De twee volgende getuigen waren leden van de gerechtelijke politie, deskundigen in vingerafdrukken. Zij verstrekten inlichtingen i.v.m. de duidelijke afdruk van een rechterduim die was teruggevonden op een half verbrijzeld bierglas, waarmee het slachtoffer beklaagde zou hebben bedreigd, vooraleer te worden doodgeslagen.
De vingerafdruk behoort evenwel toe aan beklaagde zelf, wat de thesis van de verdediging nopens de voorafgaande bedreiging enigszins in de war stuurt. Volgens de deskundigen kwamen er 15 punten van overeenkomst voor tussen de vingerafdruk op het glas en de vingerafdruk van Byszkowski. In België worden 12 punten van overeenkomst als voldoende beschouwd om zekerheid te bekomen over de identiteit. 15 punten bieden een zekerheid van een op verscheidene miljarden.
Vandaag wordt het proces voortgezet.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 Januari 1982
Procureur: Byczkowski had inzicht te doden
In het proces tegen de 29-jarige Edouard Byezkowski, beschuldigd van doodslag en diefstal op herbergier Jean-Claude Henin te Elsene, volgde vrijdag het rekwisitoor en de verschillende pleidooien voor het Hof van Assisen van Brabant.
Uit naam van de burgerlijke partijen, de weduwe en de vier kinderen van het slachtoffer, zei mr. Olivier Colon vervolgens dat het slachtoffer een rustig man was, eerlijk en rechtschapen. Bovendien was hij een uitstekende vader en echtgenoot. Hij was zeker geen vechtersbaas.
Volgens mr. Colon vertelde beklaagde heel wat leugens over het verloop van de feiten. Hij wilde laten geloven dat de herbergier het bierglas ver-rijzelde, wat ondenkbaar is als men zijn karakter kent. In feite ging het om een enscenering van beklaagde. Het feit dat beklaagde geld en juwelen zou hebben gevonden met naar de revolver van het slachtoffer te zoeken, houdt evenmin steek. Byezkwoski wist immers dat het om een alarmpistool ging.
Byczkowski nam een spaarvarkentje weg uit de kamer van de kinderen en al de juwelen uit de kamer van de echtgenote. Hij doorsnuffelde heel het huis op zoek naar alle waardevolle dingen. Hij overviel het slachtoffer onverwachts en bracht hem meerdere slagen toe.
Advocaat-generaal Jaspar had het vervolgens in zijn rekwisitoor eveneens over het slachtoffer dat hij beschreef als een werker en een niet agressief man. Nog tamelijk jong werd beklaagde tot een gevangenisstraf veroordeeld wegens diefstal van 22.000 fr. Deze veroordeling kwam bij zijn familie over als een belediging en hij was van dat ogenblik af door zijn vader volledig afgeschreven. Zulks verklaart waarom beklaagde zijn toevlucht ging zoeken in een tehuis voor jongeren te Wasmuel.
Geen vechtpartij
De feiten zelf werden zeker niet voorafgegaan door een vechtpartij. Er waren geen getuigen aanwezig, maar aan de hand van de vaststellingen kon men zich een idee vormen over het verloop ervan. Het slachtoffer kreeg niet twee, maar talrijke slagen toegediend. Nadat de herbergier op de grond was gevallen nam beklaagde hem zijn portefeuille af. Hij sleurde de man toen verscheidene meters verder. wat blijkt uit de teruggevonden bloedsporen. Nadien ging hij het hele huis doorsnuffelen.
Uit de hevigheid waarmee beklaagde de slagen toebracht blijkt duidelijk dat hij het inzicht had om te doden.
De verdediging, aanvankelijk bij monde van Mr. Dumont zei dat zijn cliënt volledig werd gedemoraliseerd door het plotselinge heengaan van zijn echtgenote, die er niet alleen met haar kinderen van onder trok, maar ook met al haar meubels.
Het gevolg was dat beklaagde, volledig aan zijn lot overgelaten, zijn werk verloor en naar Brussel kwam, waar hij bij een vriend ging logeren. Hij kreeg er 1.300 fr. per week van de openbare bijstand, waarmee hij moest proberen rond te komen.
Mr. Lancaster had het over de diefstal van 30.000 fr. uit de brieventas van het slachtoffer. Die werd later teruggevonden in de toonbanklade, wat wel bewijst dat ze niet van het lichaam van het slachtoffer werd weggenomen. Wat het gebroken glas betreft, zei Mr. Lancaster nog dat de vingerafdruk van Byezkowski er ongeveer in het midden op voorkomt, wat volgens hem bewijst dat het glas niet door beklaagde werd gebroken, zo niet zou zijn vingerafdruk onderaan het glas aangetroffen zijn.
De advocaat zei ook nog dat er twijfel bestaat over het inzicht om te doden. Byezkowski had trouwens geen enkele reden om het slachtoffer om het leven te brengen. Indien hij dat toch zou hebben gewild, zou hij een ander wapen hebben gebruikt dat alleen maar zijn vuisten. De diefstal gebeurde achteraf en hield geen verband met de dood van het slachtoffer.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Januari 1982
Byczkowski werd veroordeeld tot achttien jaar dwangarbeid
Wegens een diefstal met geweld dat de dood veroorzaakte, gepleegd op herbergier Jean-Claude Henin uit Elsene, werd de 29-jarige Edouard Byczkowski gisteren door het Assisenhof van Brabant veroordeeld tot achttien jaar dwangarbeid.
Uit naam van de weduwe en de vier kinderen van het slachtoffer, noemde Mr. Collon tijdens de replieken de beklaagde een leugenaar en een gewoontedief. Hij was op het ogenblik van de feiten niet zo dronken dat hij niet meer wist wat hij deed. Hij werd in feite eerst werkelijk dronken na de de misdaad te hebben gepleegd, namelijk op weg naar Quaregnon, toen hij een dozijn glazen bier dronk.
Van zijn kant zegde advocaat-generaal Jaspar, dat de verdediging allerlei objectieve elementen uit het onderzoek wil camoufleren. Beklaagde sloeg het slachtoffer neer met als enige bedoeling hem te beroven. Hij vluchtte naar zijn moeder in Quaregnon om later de Franse grens over te steken. Jaspar vroeg de jury een moedige en rechtvaardige uitspraak.
Voor de verdediging weerlegde Mr. Dumont het verwijt van de openbare aanklager dat de verdediging alleen maar twijfel wil zaaien. Op geen enkel ogenblik kwam het bij beklaagde op naar een herberg te gaan om er de uitbater te doden en te bestelen. Hij beging wel een diefstal, maar deze houdt geen verband met de dood van het slachtoffer.
Als tweede advocaat van de verdediging stelde Mr. Lancaster dat het openbaar ministerie niet kan bewijzen, dat beklaagde door het toedienen van vuistslagen het slachtoffer wilde doden. Wanneer hierover de minste twijfel bestaat, moet de jury “neen” antwoorden. Volgens de advocaat is het inzicht om te doden immers van het allergrootste belang.
Zeven vragen
Voorzitter Van de Walle las toen de zeven vragen voor die de jury moest beantwoorden. Na een beraadslaging die meer dan drie uur duurde, bevond de jury Byezkowski schuldig aan een diefstal met geweld, met dien verstande dat het geweld de dood veroorzaakte.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Januari 1982