Topic: Dilbeek: 27 April 1971
Samenvatting
Wat? Roofmoord op een vrouw
Wanneer? 27 April 1971
Waar? Malolaan 27 in Dilbeek » Google Maps
Wie? Gerard Chavatte
Status: Opgelost
De 60-jarige weduwe Yvonne Nijs werd op 27 april 1971 in haar villa in Dilbeek met een slagersmes vermoord. Aanvankelijk tastten de onderzoekers in het duister, maar sporen op de plaats delict - waaronder een verloren knoop en een bebloede alpenmuts - leidden naar Gerardus Chavatte, een nachtwaker die Nijs via een huwelijksagentschap had leren kennen.
Hij bekende dat hij haar had gedood omdat hij dacht dat ze hem had behekst en zijn leven ongeluk bracht; na de moord zocht hij naar oude brieven die hij haar had geschreven. In 1973 besliste de raadkamer dat Chavatte niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor zijn daden en beval zijn internering.
Moord op weduwe in villa te Dilbeek blijft onopgelost
In de huidige stand van het onderzoek is omtrent de moordenaar van de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs die donderdag 27 april levenloos in haar villa, Malobaan te Dilbeek werd aangetroffen niet gekend. Een versleten alpenmutsje en een stuk van een brilmontuur zijn misschien afkomstig van de dader, doch hierover is het onderzoek nog niet lang beëindigd.
De lijkschouwing bevestigde de vaststellingen gedaan op het ogenblik dat het stoffelijk overschot werd ontdekt. De vrouw vertoonde diepe wonden, vooral in de hals, toegebracht met een snijdend voorwerp. Blijkbaar heeft het slachtoffer zich tegen de dader te weer gesteld wat misschien kan verklaren hoe een brilmontuur werd gebroken.
Het alpenmutsje kan evengoed aan de overleden echtgenoot van het slachtoffer hebben toebehoord. Dat het slachtoffer zocht naar een huwelijkspartner bleek uit de advertentie die ze in verscheidene kranten had geplaatst, waarbij ze telkens vermeldde welstellend te zijn.
Kwam een huwelijkskandidaat haar opzoeken en pleegde hij de misdaad toen het hem duidelijk was geworden dat hij geen kans kreeg bij de weduwe ? Ook de veronderstelling dat de misdaad werd gepleegd door een toevallige zwerver wordt voorlopig mogelijk geacht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1971
Moordenaar van Dilbeek aangehouden
De dader van de moord te Dilbeek werd woensdagvoormiddag aangehouden. Zijn identiteit werd nog niet meegedeeld. Donderdag 29 april Il. werd het lijk van Mw. Yvonne Nijs (60), weduwe Blondeel, door haar dochter aangetroffen in de gang van haar woning, Malolaan 27, Dilbeek. De vrouw was met messteken om het leven gebracht. De dader had na de misdaad kasten en laden opengebroken, vermoedelijk om geld te vinden. Yvonne Nijs was tamelijk welstellend.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1971
Wedersamenstelling van moord op weduwe te Dilbeek
De 60-jarige Gerard Chavatte, nachtwaker uit Sint-Pieters-Leeuw, werd woensdag door leden van de gerechtelijke politie naar een villa, gelegen op de hoek van de Malo- en Thinimontlaan te Dilbeek, overgebracht waar hij in de nacht van 27 april de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs doodstak.
De man deed heel gewillig de feiten nog eens over in aanwezigheid van diverse leden van het parket, onder wie onderzoeksrechter Durant en substituut Van Oudenhove.
Gerard Chavatte zou volgens de verklaringen die hij na zijn aanhouding aflegde, het slachtoffer hebben gedood omdat ze hem als het ware had behekst. Hij had de vrouw leren kennen via een huwelijksagentschap en was haar als mogelijke huwelijkskandidaat verscheidene keren gaan opzoeken.
Hij had de indruk gekregen dat alles hem begon tegen te slaan sinds hij de vrouw kende, zodanig dat hij aan de kwade hand begon te denken.
Op 27 april had hij er ten slotte genoeg van. Vastbesloten 'n einde te stellen aan deze toestand stak hij een 25 cm. lang slagersmes op zak en verliet tegen de avond zijn woning om zich naar de weduwe te begeven.
Nauwelijks had hij bij de vrouw aangebeld of hij slingerde haar allerlei verwijten naar het hoofd. Het gevolg was dat de weduwe hem een kaakslag toediende.
Plots woedend geworden duwde Chavatte de vrouw naar binnen en ging haar met zijn slagersmes te lijf. Hij sneed haar de keel over en begon toen te zoeken in verschillende kasten naar brieven die hij vroeger naar de vrouw had geschreven, doch die hij niet kon terugvinden. Hij had ondertussen reeds zijn bebloede handen afgeveegd aan een alpenmutsje dat hem toebehoorde en dat hij enkele dagen voordien in de villa had achtergelaten.
Toen hij enkele dagen nadien werd ondervraagd kwam hij eerst met een vals alibi voor de dag. Het duurde evenwel niet lang of hij ging tot volledige bekentenissen over.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1971
Huwelijkskandidaat bekent moord op Dilbeekse weduwe
De 60-Jarige nachtwaker Gerardus Chavatte, Gustaaf Gibonstraat 41, te Sint-Pieters-Leeuw, bekende woensdagvoormiddag aan onderzoeksrechter Durant, tijdens de avond van dinsdag 27 april, de 60-jarige weduwe Yvonne Nijs uit Dilbeek in haar villa te hebben vermoord. De man viel door de mand door de knoop van een kledingstuk die hij op de plaats van de moord had verloren. Een bezwarend feit was ook het alpenmutsje waaraan hij zijn met bloed besmeurde handen afveegde. Volgens zijn verklaring wilde hij zich van de weduwe, die hij als huwelijkskandidaat had leren kennen, ontdoen, “omdat ze hem behekst had”.
Zoals vroeger reeds werd gemeld zocht het slachtoffer naar een gepaste huwelijkspartner en daartoe had ze zich laten inschrijven in een huwelijksagentschap gevestigd te Kortrijk. Ze was daarbij in contact gekomen met een tiental huwelijkskandidaten, onder wie Gerardus Chavatte van Sint-Pieters-Leeuw. De man, die steeds vrijgezel bleef en zijn moeder in augustus 1970 had verloren, bracht de jongste maanden herhaaldelijk een bezoek aan de weduwe Nijs. De politie vond zijn naam en adres terug in een documentatieboek ten huize van het slachtoffer.
Knoop
Een belangrijk element in het onderzoek was het terugvinden van een knoop in de nabijheid van het stoffelijk overschot van het slachtoffer. Het ging hier om de knoop voor een regenmantel die een buurvrouw aan de dader had geschonken en die door deze vrouw formeel werd herkend. Ondervraagd over deze knoop, zegde Chavatte dat hij misschien wel herkomstig was van zijn regenmantel, maar dat hij ondertussen het kledingstuk verkocht had aan een voddenkoopman.
Een tweede element was een blauwe jas, die de dader placht te dragen en die in zijn woning zopas gewassen werd teruggevonden. Betreffende deze jas verklaarde Chavatte dat hij het kledingstuk had gewassen niet om het van eventuele bloedvlekken te reinigen maar wegens de haartjes van zijn hond die erop waren blijven kleven en die hij er met de borstel maar niet kon van verwijderen.
Hij vertoonde eveneens kwetsuren aan de handen en het aangezicht. Hij beweerde deze verwondingen te hebben opgelopen onder meer door zich te scheren.
Alibi
Om zijn beweringen als zou hij onschuldig zijn geweest nog meer kracht bij te zetten kwam hij met een alibi tevoorschijn, dat weldra geen steek bleek te houden. Hij zou de avond van de feiten verscheidene herbergen bezocht hebben aan de Bergensesteenweg en het Rad te Anderlecht.
Toen de herbergiers aldaar werden ondervraagd, bleek dat niet één onder hen Chavatte tijdens bewuste avond had opgemerkt. Toen wijzigde hij zijn alibi door te verklaren dat hij tijdens dezelfde avond een lange wandeling had gemaakt en daarbij een vriend had ontmoet, die hem had voorgesteld hem met zijn wagen naar huis te brengen. Ook deze vriend wist niets af van enige ontmoeting tijdens voormelde avond.
Toen ondertussen gebleken was dat een met bloed besmeurde alpenmuts bij het slachtoffer werd teruggevonden die aan Chavatte had toebehoord, ging hij ten slotte door de knieën en legde volledige bekentenissen af.
Beenhouwersmes
Hij zou besloten hebben de weduwe te gaan doden, nadat hij de indruk had gekregen dat de vrouw hem als het ware had behekst. Sinds hij haar kende sloeg alles tegen, alles wat hij ondernam mislukte en ten slotte was hij gaan denken aan de “kwade hand”.
Tijdens de avond van 27 april verliet hij zijn woning met in zijn binnenzak een puntig beenhouwersmes dat ongeveer 25 cm. lang was. Zodra hij bij de weduwe kwam aanbellen, kwam het reeds tot scheldwoorden. Hij verweet haar een slechte vrouw te zijn, aan wie hij niets dan ongelukken had te danken.
De weduwe zou hem daarbij een kaakslag hebben toegediend. Na de vrouw te hebben binnengeduwd, ging hij haar met zijn slagersmes te lijf. Hij bracht haar verschillende steken toe en sneed haar ten slotte de hals over. Toen begon hij te zoeken naar de brieven die hij vroeger aan het slachtoffer had gezonden, wat verklaart waarom hij verschillende kasten doorsnuffelde.
Hij vond evenwel de brieven niet. Ten slotte veegde hij zijn bebloede handen af aan een afgedragen alpenmutsje dat hij vroeger in het huis van het slachtoffer had achtergelaten en waar over hij zich verder niet meer bekommerde.
In het naar buiten gaan trapte hij de bril van het slachtoffer stuk en met een deel van het brilmontuur en een gouden uurwerk toebehorende aan de weduwe ging hij naar buiten. Hij gooide beide voorwerpen een twintigtal meters verder weg. Vervolgens begaf hij zich naar Scheut en onderweg ontdeed hij zich van het slagersmes door het ergens weg te gooien.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1971
Moordenaar van Dilbeekse weduwe wordt geïnterneerd
De 62-jarige Gerardus Ch., wonende Gustaaf Gibonstraat te Sint-Pieters-Leeuw, die op 27 april 1971 de 59-jarige Yvonne Nijs, weduwe Blondeel, in haar Villa Malolaan te Dilbeek doodstak, zal geïnterneerd worden.
Zo beval de raadkamer te Brussel, aan wie een verslag van verscheidene psychiaters werd voorgelegd, waaruit blijkt dat Ch. niet verantwoordelijk kon gesteld worden voor zijn daden. De man had beweerd de vrouw te hebben gedood omdat ze hem had behekst.
Door toedoen van een huwelijksagentschap was Chavatte in aanraking gekomen met Yvonne Nijs. Deze had in 1969 haar echtgenoot verloren en wenste opnieuw te trouwen. Chavatte was een van de kandidaten, die ze via het huwelijksagentschap had leren kennen.
Vreemd genoeg kreeg Chavatte de indruk dat de weduwe een noodlottige invloed op hem uitoefende. Het leek hem alsof ze hem had behekst, want alles wat hij ondernam sinds hij haar kende, viel tegen. Hij zag dan ook geen andere oplossing meer dan de vrouw te doden.
Op 27 april 1971 's avonds bood hij zich, voor de zoveelste maal, bij Yvonne Nijs aan. Hij slingerde haar enkele verwijten naar het hoofd en in de gang van de villa ging hij de vrouw met een slagersmes te lijf: de vrouw liep talrijke steken op, waarvan een recht in het hart, die dodelijk was.
Bij het neersteken van de vrouw had hij een knoop van zijn regenmantel verloren, die later bij het stoffelijk overschot werd teruggevonden.
Door de lijst van de huwelijkskandidaten bij de vermoorde weduwe na te gaan, kwam de politie meteen op het spoor van de dader. Al de huwelijkskandidaten werden ondervraagd en toen Ch. aan de beurt kwam gaf hij dadelijk een vals alibi op. Toen hem later de knoop van zijn regenmantel en zijn met bloed besmeurde alpenmuts werden voorgelegd, ging hij door de knieën.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Mei 1973