21 (edited by Boemerang 05-11-2010 00:59)

Volgens een Customer-review beweert deze Töttösy in '52 te zijn opgepakt (4 jaar voor de opstand) voor samenzwering (toen al "actief "). Hij zou 1 jaar in het gevang hebben gezeten (voor Stalinistische begrippen wel heel erg kort). Hij zegt in dat ene jaar met drugs te zijn behandeld die hem schizofreen maakte (visioenen/stemmen) en hem bepaalde misdaden deed bekennen.

Nadat hij vrijkwam was het schijnbaar meteen over en was hij weer een "gebalanceerd en gelukkig" persoon. Zijn vertaalster (en Hongaarse vluchtelinge/diplomate) heeft ook een (kinder)boek geschreven..."The fall of the Red Star". Dit dramatische verhaal (fictie), over een jongetje dat Russen ombrengt  voor het "vaderland" is weliswaar pas in '99 verschenen maar is schijnbaar de schoolkost voor jonge Amerikaanse kindertjes.

Interessant op zich, maar wat heeft het met de Bende van Nijvel te maken?

Als de CIA, P2, P7, en figuren als Lecerf, Dessart, de Bonvoisin, Damman en Bernard Mercier je niet de wenkbrauwen doen fronsen weet ik het ook niet meer.

24 (edited by Hestur 06-11-2010 11:51)

De Bonvoisin, tot daar aan toe. Maar de link tussen de Bende van Nijvel en de loges P2 en P7 (= ?) of Hongaarse gevangenen van Stalin is mij evenmin duidelijk. Welke concreet spoor zien jullie?

Strategie van de spanning: geldstromen CIA -> P2 via kleine parallelle loge P7 (zie hierboven). Töttösy zou in 1952/53 in Hongarije in de nor hebben vertoefd waar hij naar eigen zeggen door de CIA drugs zou hebben toegediend gekregen. Vreemd genoeg is hij later via P7 aan de CIA gelieerd.

26 (edited by Boemerang 08-11-2010 17:11)

Voor hen die het niet gezien hebben: Kop van dit artikel is Gladio Nederland. Voor wie zich afvraagt wat de Bende van Nijvel en Gladio met elkaar te maken hebben. Daders » Gladio

Hestur wrote:

Welk concreet spoor zien jullie?


Wat je in die links leest gaat over de "krachten achter de machten". Dit zijn mensen die de spanningstrategie en manipulatie gestalte geven. Ook hier gaat het over steeds weer dezelfde mensen wiens namen terugkeren ... Allen zijn zij gelinkt in netwerken en illustere clubjes. (Al dan niet Internationaal.) Allen worden in verband gebracht met lieden van "The Firm". Bijna allen worden in verband gebracht met grote criminaliteit.

Töttösy is slechts een naam die nu eruit gepikt is ( Hij is Belg ) maar over daadwerkelijk iedere naam in deze artikelen is er dirt te vinden. Dit zijn de vriendjes van Bonvoisin maar je komt de naam van de Baron zelf ook vaker tegen. Net als die van Armfelt, Al Ajjaz. Net als de Bende van Nijvel.

Er wordt vaak gesproken over Opdrachtgevers-Aannemers-Uitvoerders. Dit soort mensen worden daar al jarenlang van verdacht (opdracht geven).

27

Töttösy is inderdaad maar één uit het rijtje. Alleen al in het comité Hongrie vindt men nog: Francis Dessart, Emile Lecerf, Florimond Damman, Jacques Borsu en Victor Stankovich.

Over Dessart, Lecerf en Damman kun je een gans dossier aanleggen, stuk voor stuk interessante figuren die keer op keer opduiken in de Bende-dossiers. En dan heb je het nog niet eens over Jacques Borsu, een ancien van Jeune Europe, vriend van huurlingenleider Bob Denard, organisator van paramilitaire kampen voor VMO-leden én leider van de neonazipartij Europese Partij/Parti Européen (EPE).

28 (edited by Boemerang 20-12-2010 21:10)

In juli 2002 verscheen de 10-delige artikelenreeks "Perspectief" bij stelling.nl  Voor het overzicht heb ik ze gebundeld tot 2 grotere stukken. Het bevat zoveel info over diverse praktijken van Carl Armfelt en zijn ümfelt en is zo lastig te vinden op het net dat ik het in zijn totaal heb geplaatst.

Perspectief (deel 1 van 2.) Door Jan Portein.

De Groene Amsterdammer van deze week besteedt terecht opnieuw veel aandacht aan het door ons al eerder als Hiltonwipper gekwalificeerd LPF-fenomeen Ferry Hoogendijk, die dezer dagen als een sinister soort Pinocchio het bestuur van Pim's club heeft geherstructureerd op aansturen van zijn eigen Japie Krekel: Siem Sleeswijk Visser. Een voormalig hoofd van de Marine Inlichtingen Dienst. Ferry heeft iets met inlichtingendiensten en het is jammer dat dat aspect bij De Groene ditmaal niet erg uit de verf is gekomen. Vooral bij roemruchte affaires als die rond de PSP-er Bram van der Lek en de Zuidafrikaanse CIA-stooge Eschel Rhoodie kwam in de jaren zeventig/tachtig namelijk aan het licht hoe groot de invloed was van polishouders van de BVD en CIA op het reilen en zeilen binnen het door Ferry Hoogendijk en diens major domus Daan van Rosmalen geleide Elsevier's Magazine. Een van die polishouders was de Amerikaan Carl Armfelt. Een politieke manipulator in optima forma, die o.a. de bron was van het KGB-verhaal rond Van der Lek (zie het artikel "De Zweedse Connectie", dd. 31/1/1996 in de Groene Amsterdammer) en via de afschrikwekkende World Anti Communist League in Nederland levendige contacten onderhield met C.C. v.d. Heuvel (voormalig BVD-topper en dikke mik met Ferry en Daan) en Jimmy Janssen van Raaij (zie het artikel Brusselse Truffels in De Morgenster), de huidige fractieleider van de LPF in de Tweede Kamer!

In België stond de vanuit Knokke en het Zeeuws Vlaamse Eede opererende CIA-agent in diezelfde jaren op goede voet met politieke toplieden als De Bonvoisin en Vanden Boeynants, die samen met hun addergebroed het land voorzagen van een Latijns verfje. Compleet met dreigende staatsgrepen, doodseskaders, seksschandalen, drugs- en wapenhandel-en-gros etcetera etcetera. Bij dat laatste speelde Armfelt eveneens een indrukwekkende rol via zijn contacten met de in Brussel residerende Saoedische journalist Al Ajjaz, wiens naam eveneens onverbrekelijk verbonden is aan de activiteiten van de Bende van Nijvel (zie opnieuw en liefst met diepe aandacht Brusselse Truffels). Gezien de dreigende sfeer die in Nederland is ontstaan aan de vooravond van de laatste Kamerverkiezingen via een politieke moord, een reeks van kogelbrieven en meer van dit fraais is het misschien goed de huidige gebeurtenissen in politiek Nederland van een historisch perspectief te voorzien. For the times they are a' changing.

LPF-grossmaul Ferry Hoogendijk heeft in het verleden bij het schaarse aantal vragen over zijn connecties met Carl Armfelt altijd volgehouden dat hij de CIA-agent nooit persoonlijk heeft ontmoet. Het was volgens hem een contact van Daan van Rosmalen, zijn alter ego bij Elsevier's Magazine. Maar volgens een schriftelijke verklaring van een Nederlander die Armfelt jarenlang terzijde stond bij allerlei illegale praktijken is dat ronduit niet waar.

Volgens hem woonde Hoogendijk midden jaren zeventig diverse vergaderingen bij in een gehucht in Zeeuws Vlaanderen waarbij niet alleen Armfelt, Hoogendijk en hijzelf aanwezig waren, maar ook de Saoedische journalist en wapenhandelaar Al Ajaz, een Nederlandse ex-minister van Defensie en verder een bonte verzameling van Britse, Duitse, Zweedse en Israëlische vertegenwoordigers van de schaduwwereld (namen grotendeels bij ons bekend). De vergaderingen werden genotuleerd door de toenmalige, uit het Belgische Maldegem afkomstige secretaresse van Armfelt (naam bij ons bekend). En er zouden zelfs foto's zijn gemaakt van deze gezellige bijeenkomsten. Waarover de heren het hadden laat zich raden: wapenhandel. Hoogendijk rangschikte dit verhaal tijdens een telefonisch onderhoud onder de verzamelde werken van de gebroeders Grimm. Maar daarmee is wat ons betreft de kous niet af. Daarvoor zit in deze affaire toch teveel perspectief.

Carl Armfelt mocht zich graaf noemen. Hij stamde uit een Zweeds/Finse adellijk geslacht dat zowel geparenteerd was aan de Zweedse koninklijke familie als aan de familie Palme. Volgens onze bron voor dit verhaal rond de voor de CIA in touw zijnde graaf riep hij samen met Armfelt de firma Ex-Orbit in het leven. Een facade voor hun illegale praktijken die werd geregistreerd in het Zwitserse Zug en veel van haar zaken liet lopen via het in Brussel gevestigde Asscher en Co. Een van die zaken was het leveren van nachtzichtapparatuur van de Nederlandse onderneming Oldelft aan twee Arabische landen: Irak en Lybië.
Over de Iraakse affaire is in de loop van de tijd het nodige bekend geworden.

Direct na de Oktoberoorlog in 1973 waarin Egypte en Syrië bij verrassing Israël bijna op de knieën kregen, stelden de Arabische olieproducerende landen een embargo in tegen Nederland. Aanleiding waren de stiekeme leveranties van munitie, wapens en wapenonderdelen aan Israël, waarvoor de toenmalige minister van Defensie Henk Vredeling op eigen houtje toestemming had gegeven. Uiteraard met medeweten van de CIA. Irak hield zich ten opzichte van Nederland niet strikt aan het ingestelde embargo en werd daarvoor in 1974 beloond toen het een order plaatste voor nachtzichtapparatuur met een gezamenlijke waarde van 200 miljoen gulden. De regering-Den Uijl verleende haar fiat en de leveranties gingen vlotjes van start.

Mede dankzij de noeste arbeid van een aantal tussenfiguren onder wie ene "Eagle" wiens identiteit altijd onduidelijk is gebleven (mogelijk was de schuilnaam een referentie aan het embleem van de CIA, hoewel dat wel erg veel lijkt op een staaltje "hineininterpretieren" onzerzijds). Alles verliep redelijk soepel tot in september 1980 Irak en Iran elkaar te lijf gingen. De leveranties gingen vrolijk door, zij het vanaf dat moment illegaal. Nou ja, illegaal. De toen nog in leven zijnde Inlichtingen Dienst Buitenland (IDB) en de Marine Inlichtingen Dienst (MARID) waren wel degelijk op de hoogte, maar hielden zich woestijnmuisstil om hun informatiepositie in Bagdad niet naar Allah te helpen (zie voor dit verschijnsel ook De verborgen listen van de biochemo-boys in De Morgenster).

Niet voor niets overigens, want Israël maakte daar op 7 juni 1981 dankbaar gebruik van om de Iraakse kerncentrale Osirak plat te bombarderen. In dit soort schemersituaties tussen legaal en illegaal valt voor lieden die een beetje handig zijn op dit terrein een bom duiten te verdienen. Daar heb je ook een bank voor nodig die desnoods bloemen plukt aan de rand van de afgrond. Armfelt cs. vonden zo'n bank: Slavenburg.

Graaf Armfelt was niet alleen dikke mik met Piet Slavenburg, de grote baas van de gelijknamige bank, maar ook met een van de directeuren van het filiaal in Amsterdam: Piet Iedema. Net als de Amerikaan een fanatiek aanhanger van de World Anti Communist League en niet vies van zo links en rechts een wapenhandeltje. Dat moge bijvoorbeeld blijken uit zijn fiat voor ruime financiële steun aan de Noordierse wapenhandelaar Jim McCann die via diens frontfirma’s Tara Containers in Tilburg en Tamara Shipping in Terneuzen de IRA van wapens voorzag.

Mc Cann’s organisatie werd met name in Nederland geïnfiltreerd door de als drugshandelaar voor de Britse geheime dienst MI 6 in het veld zijnde Howard Marks. Die werkte daarbij driftig samen met de ook al niet van geheimedienst-smetten vrije club van de Amsterdammers Arend Terhorst, Hugo Krop en Edmond Verrijn Stuart (zie vooral de serie eerder in deze rubriek “Hardhout met een luchtje” van zomer vorig jaar). Daar liet McCann het overigens niet bij. Ook de ETA, de PLO en de Mossad maakten van zijn diensten gebruik. Merkwaardigerwijs volgens onze bron dezelfde doelgroepen als die van de eveneens vanuit Terneuzen opererende Armfelt cs., aangevuld met landen als Irak en Lybië.

Geassisteerd door dezelfde bank.De affaire rond de leveranties van Oldelft-nachtzichtapparatuur aan Irak werd in de eerste helft van de jaren tachtig breed uitgemeten zowel voor de kadi als in de pers. Maar vreemd genoeg trokken de levering van zowel een partij handwapens als van hetzelfde soort nachtzichtapparatuur aan Lybië noch juridisch noch journalistiek erg veel aandacht. Toch waren die vooral in deze context wel degelijk uiterst interessant.

Perspectief (deel 2 van 2.)

In november 1980 laat het Bundes Kriminal Amt aan de Nederlandse autoriteiten weten dat het over aanwijzingen beschikt dat Oldelft tussen 1979 en 1981 voor 104 miljoen gulden nachtzichtapparatuur heeft geleverd aan Lybië via de Italiaanse licentiehouder Microtecnica. Volgens een publicatie van Vrij Nederland dd. 25 juni 1983 beschikte de Economische Controle Dienst (ECD) over een alleraardigst dossier met betrekking tot deze affaire onder de naam Montecristo. Zonder twijfel daarbij refererend aan het boek "De GRAAF van Montecristo" van Alexander Dumas. Ook NRC-journalist Robert van de Roer voert in zijn boek "Voorheen Slavenburg" (Balans, 1988) een graaf op, die in wat groter oorlogstuig handelde. De bank en de adellijke wapenhandelaar vonden elkaar voor het eerst bij het verkwanselen van een partij handvuurwapens aan Khadaffi die als machineonderdelen in kisten vanuit India naar Lybië werd gestuurd.

Of daarna nog meer van dit soort shit zijn weg vond naar het land waar vanaf die tijd ook de voormalige CIA-agenten Edwin Wilson (vaak in Brussel te vinden) en Frank Terpil met stiekeme steun vanuit Langley buitengewoon aktief waren, vermeldt het boek niet. Wel dat vele wapentransacties via het filiaal Dordrecht werden gedirigeerd. Daar trad directeur Fred Bartels jarenlang op als contactpersoon en betaald adviseur voor de door de top van zijn bank geïntroduceerde handelaar. Volgens de berichten uit die tijd een in de Verenigde Staten wonende Nederlander, die zich graag met “graaf” liet aanspreken. Toen het schandaal rond Oldelft eind 1983 uitbarstte en zoals naar behoren een rechtszaak volgde bleef het Montecristo-dossier van de ECD gesloten. Desgevraagd deelde de dienst zelfs mede dat dat dossier niet bestond.

Volgens Fred Bartels, de directeur van het Dordrechtse filiaal van Slavenburg voor de démise van de bank, was zijn financiële instituut in de jaren 1981 en 1982 tot het strottenhoofd betrokken bij de illegale leverantie van nachtzichtapparatuur aan Saddam Hussein. Die was voor een groot deel afkomstig van Oldelft en Philips Hamburg. Maar er werd ook een zending geregeld vanuit Korea. Volgens onze bron voor deze serie was graaf Carl Armfelt ook dààrbij betrokken. Hij onderhield uitstekende contacten met leden van de militaire top in Zuid-Korea ten behoeve van en namens de WACL en betrok uit dat land ook de nodige snuisterijen uit dat land voor zijn Oosterse shop in Knokke.

De shop diende mede als cover voor zijn subversieve activiteiten, die zoals al eerder vermeld hun grimmige uitbreiding kregen in de jaren 1975/1976 met bijeenkomsten in een gehucht in Zeeuws-Vlaanderen. Wij zonden de huidige LPF-leeuw Hoogendijk enige tijd geleden eens een briefje met de volgende inhoud:"In de zomer van 1976 heeft u een paar ontmoetingen bijgewoond in het Zeeuws-Vlaamse X. Andere deelnemers waren onderandere Carl Armfelt, Al Ajjaz, minister Y. Ik zou graag van u willen weten of u zich nog wat details kunt herinneren met betrekking tot het doel van deze bijeenkomsten". Ferry schreef terug: "Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat ik nimmer een ontmoeting heb gehad waarop u doelt in uw brief". De term spijt is in dit verband alleraardigst. Ook de betrokken ex-minister hebben wij benaderd. Die hield zich muisstil.

Faez al Ajjaz, de in de jaren zeventig/tachtig in Brussel gehuisveste Syrisch-Saoedische “journalist” handelde zoals wij al zagen ook in wapens. Zo verzorgde hij volgens Belgische bronnen in de eerste helft van de jaren zeventig een omvangrijk wapentrafiek naar Libanon. In die tijd was hij al aan de slag met de Zweeds/Amerikaanse “spook” Carl Armfelt, die volgens onze Nederlandse bron eveneens Libanese cliëntèle in zijn kladboekje had staan. Maar ook van aanzienlijk dichterbij. Zo liet de graaf een paar man van zijn garde ooit een bestelling bezorgen aan een bedrijf in Temse. Welk bedrijf en wanneer precies wist onze bron zich niet meer te herinneren. Maar bij het woord Temse komen binnen dit kader toch lugubere herinneringen boven.

In augustus 1983 introduceerde de beruchte Belgische wapenhandelaar Willy Pourtois een aantal Libanese en Syrische cliënten bij het zeilmakerbedrijf Wittock-Van Landeghem. Mogelijk via de bemiddeling van Al Ajjaz, die tot de relatiekring van Pourtois behoorde. De belangstelling van de oosterse klanten ging uit naar zeven prototypes van een nieuw kogelvrij vest, die op dat moment werden uitgetest door het Nederlandse leger. Een “geheim” project maar wat is geheim? In de nacht van 9 op 10 september wordt bij het bedrijf ingebroken. De huisbewaarder en zijn echtgenote worden uiterst koelbloedig vermoord, opgeschrikte buren vliegen de kogels om de oren. De dieven nemen de zeven vesten mee.

De rest laten ze onberoerd achter. Ze nemen de benen met een in juni gestolen Saab Turbo 900. We spreken over een actie van de Bende van Nijvel, die ruim een jaar daarvoor haar schrikbewind begon in een blauwe Santana uit ... Zweden. Armfelt’s thuisbasis waar hij volgens zijn Nederlandse intimi samen met William Colby, de op 28 april 1996 gezelfmoorde ex-directeur van de CIA, verantwoordelijk was voor de uitbouw en het onderhoud van het Skandinavische Gladio-netwerk. Ondermeer door het sturen van wapens, die heel vaak afkomstig waren uit Nederlandse en Westduitse NATO-depots.

Zoals eerder vermeld speelden graaf Armfelt en zijn Saudische zakenpartner Al Ajjaz elkaar in de periode tussen 1975 en 1985 elkaar driftig de bal toe op zakelijk/politiek terrein. Die samenwerking leidde in de tweede helft van de jaren zeventig ook tot een project in Saudi Arabië zelf: de aanleg van een landingsbaan. Inclusief de leverantie van bijbehorende technische apparatuur. Niet zo vreemd, gezien het feit dat Armfelt een daarin gespecialiseerd bedrijf uit Washington vertegenwoordigde. Volgens zijn Nederlandse medewerker (cq. onze Nederlandse informant) was de landingsbaan wel in the middle of nowhere gepland en er deed zich dientengevolge een logistiek probleem voor. Geen nood. “Armfelt belde gewoon naar Amerika, naar een of andere generaal en vroeg om een stel Chinooks. En die kreeg ie”. Aldus onze bron.

Volgens hem maakte de landingsbaan deel uit van een groot project, waarvoor duizenden arbeiders waren aangetrokken. In diezelfde tijd bouwde een consortium voornamelijk bestaande uit het Amerikaanse bouwbedrijf Morrisson Knudsen, het Amerikaanse Army Corps of Engineers, het Nederlandse Interbeton (een dochter van de HBG ) en Hollandia Kloos (van de familie Lubbers) veertig kilometer buiten Riyadh aan de grotendeels ondergronds gelegen King Khalid Military City. Compleet met silo’s voor raketten en apparatuur om ze af te schieten. Het ontwerp was afkomstig van een hele kudde techneuten uit Delft. Er werkten op het hoogtepunt van de bouw rond 15000 arbeiders aan de klus, die uit alle delen van de wereld waren aangetrokken. Is bij u 1 plus 1 ook nog steeds 2? Bij ons wel.

Op 22 december 1985 verruilden Graaf Armfelt en zijn Poolse echtgenote hun tactisch gelegen woning in het Nederlands/Belgische grensdorp Eede in Zeeuws Vlaanderen met een stille plek in het oosten van Canada. In een niet al te nauwkeurig, maar wel uitgebreid artikel legde De Telegraaf in juli 1990 verband tussen dat overhaaste vertrek en de op handen zijnde moord op de Zweedse premier Olof Palme op 28 februari 1986. Armfelt zou volgens de krant de hand in die moord hebben gehad. Mogelijk, want als rechtgeaard CIA-agent en WACL-fanaat had Armfelt een bloedhekel aan Palme’s politieke opvattingen. Daarnaast was hij niet alleen een belangrijke figuur geweest bij de opbouw van het geheime Zweedse stay-behindnetwerk maar was tevens betrokken geweest bij het up-to-date houden van de wapenvoorraad en de technische strijdmiddelen van die beruchte anti-linkse organisatie.

Directe aanleiding voor zijn verhuizing was echter het naar buiten sijpelen van informatie over zijn betrokkenheid bij een grootscheepse valse dollar-affaire. Volgens onze bron werden die nepbankjes van 100 onderandere gebruikt bij de aankoop van diamanten in Sierra Leone en bij hem onbekende deals in Zuid-Afrika en het Verre Oosten. Die deals kunnen te maken hebben gehad met olie. Want een van de lieden die geïnteresseerd waren in de dollarleveranties was John Deuss. Rijk geworden door met steun van Thijs Slavenburg zelf en de huisadvocaat van diens bank Frits Korthals Altes Russische olieleveranties gewoon onbetaald te laten en de olie illegaal te verpatsen aan Zuid-Afrika. Dat was overigens dezelfde bank waarvan de top zulke sterke banden met Armfelt onderhield. Ook Deuss achtte het in 1985 veiliger om Nederland de rug toe te keren nadat in januari van dat jaar de volstrekt onbekende pre-RaRagroep "Pyromanen tegen Apartheid" zijn villa in Berg en Dal in de as had gelegd. Of daarbij ook een voorraadje valserikken is verbrand vermeldt de historie niet.

Op het oog een keurige man, die C.C. (Cees) v.d. Heuvel van de Willem Pijperlaan in Leidschendam. Een verzetsman van het wat latere uur, een pionier bij de Binnenlandse Veiligheids Dienst en vanaf 1961 de shopkeeper van het bureau Interdoc. Een initiatief van een flink aantal Westeuropese geheime diensten. Langs dit geallieerd persriool werden door heel Europa anti-linkse berichten en (geheime) informatie gesluisd naar de aangeslotenen. Daartoe behoorden naast high society-instituten ook louche rechtse splintergroeperingen die als cover een persbureautje runden.

Een goed voorbeeld was het Portugese Aginterpress dat een journalistiek schaamlapje gebruikte voor terreurwerkzaamheden. Het bureau van “C.C.” onderhield echter niet alleen contact met rechtse witte boorden en militante duisterlingen maar ook met keurige bladen als De Telegraaf ( Jan Heitink en Johan Olde Kalter) en Elseviers Magazine (Huub Jussen, Daan van Rosmalen en Ferry Hoogendijk). Sedert 1963 werd Cees bij zijn Interdoc-activiteiten ter zijde gestaan door graaf Carl Armfelt. Zoals we inmiddels weten een man die zich als een snoek in een rooie visjesvijver voelde en bij zijn uitroei-operaties zowel internationale als nationale wetten voor Dode Zeerollen aanzag.

Of Van den Heuvel net zo brutaal was als zijn vriend en medewerker is eigenlijk niet goed bekend. Wel bekend is het feit dat hij aan de wieg stond van het initiatief om de Twee (oorlogsmisdadigers) van Breda heim ins Reich te helpen voordat de Tweede Kamer ook maar het flauwste benul had. Maar dat is onder kerkgangers en morele scherpslijpers nog onder het hoofdje “humaan” onder te brengen.

En net zo humaan is misschien het feit dat hij ooit tijdens de twintig jaar waarin zijn CIA-gabber in Nederland zijn kwalijke praktijken onderhield zijn volle gewicht heeft gebruikt om te voorkomen dat Armfelt door de Nederlandse regering het land werd uitgesmeten. Wat de reden was voor de Haagse nomenclatura om een dergelijke draconische maatregel te overwegen is duister gebleven. Maar het moet wel heavy zijn geweest, want van een Nawijn was toen nog geen sprake.

30

Een nieuw boek: America's Nazi Secret: An Insider's History
John Loftus (Author)
Publisher: TrineDay LLC
ISBN: 13: 978-1-936296-04-0: 10:1-936296-04-7

John Loftus's America's Nazi Secret could not have come at a more appropriate time. Just a few weeks ago a 600-page report was released concerning a secret history of the USA's government's involvement of the creation of a "safe haven" in the USA for hundreds of Nazis and their collaborators after World War II- a report which the Justice Department had attempted to keep secret for four years. (...)

Loftus devotes much ink to a Wall Street attorney, Frank Wisner who after World War II had the job of planning an underground network of commando units to combat Communism in Europe.

Note: dans la famille Wisner, le père et le fils qui nous intéresse portent le même nom!

Frank Gardiner Wisner
Bron » wikipedia.org

Frank Gardiner Wisner (23 juin 1909 - 29 octobre 1965) fut directeur des opérations de l'Office of Strategic Services (OSS) en Europe du Sud. Il devint directeur de la planification lorsque l'OSS devint CIA, ce qui faisait de lui de facto le chef des réseaux stay-behind de l'OTAN.

Il épousa Mary Knowles Fritchey dont il eut quatre enfants : l'ambassadeur Frank G. Wisner , Ellis Wisner, Graham Wisner et Elizabeth 'Wendy' Hazard. Il sombra dans la folie et se serait suicidé.

The Power Elite: Enron and Frank Wisner
Bron » www.apfn.org

On 28 October 1997, Enron Corporation announced the entry of Frank G. Wisner Jr. onto its board of directors. Most of the business press did not find this untoward and it certainly did not emerge as part of the US discussions on corruption at the highest level. Frank Wisner, as we know in India, was the US Ambassador from 1994 until this year and his entry into Enron must be seen in light of the scandal of Dabhol. Enron, like most US corporations, uses its close association with the state (both its elected and bureaucratic arms) for its own ends. ( ... )

Frank G. Wisner, Jr. Vice Chairman, American International Group » www.sourcewatch.org

Frank G. Wisner
Bron » wikipedia.org

Frank George Wisner II (born 1938) is an American businessman and former diplomat. He is the son of Frank Wisner. Wisner was Vice Chairman of American International Group. He retired from this post as of February 13, 2009, according to an internal AIG memo issued by Edward Liddy, CEO. ( ... )

After retiring from government service in 1997, Wisner joined the board at a subsidiary of Enron, the former energy company. He is also on the board of Hakluyt & Company, a British corporate investigation firm. Wisner is married to Christine de Ganay (former wife of Pal Sarkozy and former stepmother of French president Nicolas Sarkozy), and they have four children.

FYI » www.lemonde.fr

Quand la CIA protégeait les anciens nazis
Bron: LEMONDE.FR avec AFP | 15.11.10 | 11h16  •  Mis à jour le 15.11.10 | 14h

John Demjanjuk, accusé de complicité d'assassinats de 27 900 juifs au camp de Sobibor en 1943, devant la cour d'assises de Munich, le 20 avril 2010.
John Demjanjuk, accusé de complicité d'assassinats de 27 900 juifs au camp de Sobibor en 1943, devant la cour d'assises de Munich, le 20 avril 2010.AP/Tobias Hase
Depuis 1945, les Etats-Unis se sont présentés comme un havre pour les victimes du nazisme. Un rapport secret du département de la justice sur la traque des anciens nazis par les autorités américaines après la seconde guerre mondiale montre que c'était également le cas pour d'anciens dignitaires du régime national-socialiste. Il affirme que les services de renseignement américains ont créé un "refuge" pour les nazis et leurs collaborateurs, rapporte le New York Times.

La collaboration de la CIA avec d'anciens nazis n'est pas un sujet nouveau. Le quotidien affirme que le rapport de 600 pages dont il a obtenu une copie évoque des décennies de conflits avec d'autres pays sur le sort de criminels de guerre détenus aux Etats-Unis et à l'étranger.

Le document évoque notamment une aide apportée en 1954 par des responsables de la CIA à Otto von Bolschwing, un capitaine SS associé à Adolf Eichmann, responsable de la planification de la "solution finale". Otto von Bolschwing, qui avait contribué à mettre au point les projets initiaux visant à "débarrasser l'Allemagne des juifs", a ensuite travaillé pour la CIA aux Etats-Unis, selon le rapport.

Extrait des actes de la conférence de Wannsee organisant la solution finale.
Bron: REUTERS/THOMAS PETER

Dans une série de notes internes, les responsables de l'agence de renseignement américaine ont notamment débattu de ce qu'il aurait fallu faire si Von Bolschwing était interrogé sur son passé : nier tout lien avec les nazis ou "se justifier en évoquant des circonstances atténuantes", rapporte le New York Times. Après avoir découvert ses liens avec le nazisme, le ministère de la justice avait cherché à l'expulser en 1981, mais il est mort cette même année à l'âge de 72 ans, rappelle le journal.

Parmi une vingtaine de cas recensés, le rapport évoque également celui d'Arthur Rudolph, un scientifique nazi qui gérait l'usine d'armement de Mittelwerk, en Allemagne. Il a été accueilli aux Etats-Unis en 1945 pour ses compétences en matière de construction de fusées dans le cadre d'une opération baptisée "Operation Paperclip", un programme américain de recrutement de scientifiques ayant travaillé en Allemagne nazie. Arthur Rudolph a ensuite été récompensé par la NASA et considéré comme le père de la fusée américaine Saturn V. Le ministère de la justice a empêché la publication du rapport depuis 2006, note le New York Times. Il a finalement été transmis à la presse et à d'autres organisations dans le but d'éviter un procès.

Nazis Were Given ‘Safe Haven’ in U.S., Report Says
Bron: ERIC LICHTBLAU | 13 November 2010 | www.nytimes.com

A secret history of the United States government’s Nazi-hunting operation concludes that American intelligence officials created a "safe haven" in the United States for Nazis and their collaborators after World War II, and it details decades of clashes, often hidden, with other nations over war criminals here and abroad. The 600-page report, which the Justice Department has tried to keep secret for four years, provides new evidence about more than two dozen of the most notorious Nazi cases of the last three decades.

It describes the government’s posthumous pursuit of Dr. Josef Mengele, the so-called Angel of Death at Auschwitz, part of whose scalp was kept in a Justice Department official’s drawer; the vigilante killing of a former Waffen SS soldier in New Jersey; and the government’s mistaken identification of the Treblinka concentration camp guard known as Ivan the Terrible.

The report catalogs both the successes and failures of the band of lawyers, historians and investigators at the Justice Department’s Office of Special Investigations, which was created in 1979 to deport Nazis. Perhaps the report’s most damning disclosures come in assessing the Central Intelligence Agency’s involvement with Nazi émigrés.

Scholars and previous government reports had acknowledged the C.I.A.’s use of Nazis for postwar intelligence purposes. But this report goes further in documenting the level of American complicity and deception in such operations.

The Justice Department report, describing what it calls "the government’s collaboration with persecutors," says that O.S.I investigators learned that some of the Nazis "were indeed knowingly granted entry" to the United States, even though government officials were aware of their pasts. “America, which prided itself on being a safe haven for the persecuted, became - in some small measure - a safe haven for persecutors as well,” it said.

The report also documents divisions within the government over the effort and the legal pitfalls in relying on testimony from Holocaust survivors that was decades old. The report also concluded that the number of Nazis who made it into the United States was almost certainly much smaller than 10,000, the figure widely cited by government officials.

The Justice Department has resisted making the report public since 2006. Under the threat of a lawsuit, it turned over a heavily redacted version last month to a private research group, the National Security Archive, but even then many of the most legally and diplomatically sensitive portions were omitted. A complete version was obtained by The New York Times.

The Justice Department said the report, the product of six years of work, was never formally completed and did not represent its official findings. It cited “numerous factual errors and omissions,” but declined to say what they were. More than 300 Nazi persecutors have been deported, stripped of citizenship or blocked from entering the United States since the creation of the O.S.I., which was merged with another unit this year.

In chronicling the cases of Nazis who were aided by American intelligence officials, the report cites help that C.I.A. officials provided in 1954 to Otto Von Bolschwing, an associate of Adolf Eichmann who had helped develop the initial plans “to purge Germany of the Jews” and who later worked for the C.I.A. in the United States. In a chain of memos, C.I.A. officials debated what to do if Von Bolschwing were confronted about his past — whether to deny any Nazi affiliation or “explain it away on the basis of extenuating circumstances,” the report said.

The Justice Department, after learning of Von Bolschwing’s Nazi ties, sought to deport him in 1981. He died that year at age 72. The report also examines the case of Arthur L. Rudolph, a Nazi scientist who ran the Mittelwerk munitions factory. He was brought to the United States in 1945 for his rocket-making expertise under Operation Paperclip, an American program that recruited scientists who had worked in Nazi Germany. (Rudolph has been honored by NASA and is credited as the father of the Saturn V rocket.)

The report cites a 1949 memo from the Justice Department’s No. 2 official urging immigration officers to let Rudolph back in the country after a stay in Mexico, saying that a failure to do so “would be to the detriment of the national interest.” Justice Department investigators later found evidence that Rudolph was much more actively involved in exploiting slave laborers at Mittelwerk than he or American intelligence officials had acknowledged, the report says.

Some intelligence officials objected when the Justice Department sought to deport him in 1983, but the O.S.I. considered the deportation of someone of Rudolph’s prominence as an affirmation of “the depth of the government’s commitment to the Nazi prosecution program,” according to internal memos.

The Justice Department itself sometimes concealed what American officials knew about Nazis in this country, the report found. In 1980, prosecutors filed a motion that “misstated the facts” in asserting that checks of C.I.A. and F.B.I. records revealed no information on the Nazi past of Tscherim Soobzokov, a former Waffen SS soldier. In fact, the report said, the Justice Department “knew that Soobzokov had advised the C.I.A. of his SS connection after he arrived in the United States.”

(After the case was dismissed, radical Jewish groups urged violence against Mr. Soobzokov, and he was killed in 1985 by a bomb at his home in Paterson, N.J. ) The secrecy surrounding the Justice Department’s handling of the report could pose a political dilemma for President Obama because of his pledge to run the most transparent administration in history. Mr. Obama chose the Justice Department to coordinate the opening of government records.

The Nazi-hunting report was the brainchild of Mark Richard, a senior Justice Department lawyer. In 1999, he persuaded Attorney General Janet Reno to begin a detailed look at what he saw as a critical piece of history, and he assigned a career prosecutor, Judith Feigin, to the job. After Mr. Richard edited the final version in 2006, he urged senior officials to make it public but was rebuffed, colleagues said.

When Mr. Richard became ill with cancer, he told a gathering of friends and family that the report’s publication was one of three things he hoped to see before he died, the colleagues said. He died in June 2009, and Attorney General Eric H. Holder Jr. spoke at his funeral.
“I spoke to him the week before he died, and he was still trying to get it released,” Ms. Feigin said. “It broke his heart.”

After Mr. Richard’s death, David Sobel, a Washington lawyer, and the National Security Archive sued for the report’s release under the Freedom of Information Act. The Justice Department initially fought the lawsuit, but finally gave Mr. Sobel a partial copy — with more than 1,000 passages and references deleted based on exemptions for privacy and internal deliberations. Laura Sweeney, a Justice Department spokeswoman, said the department is committed to transparency, and that redactions are made by experienced lawyers.

The full report disclosed that the Justice Department found “a smoking gun” in 1997 establishing with “definitive proof” that Switzerland had bought gold from the Nazis that had been taken from Jewish victims of the Holocaust. But these references are deleted, as are disputes between the Justice and State Departments over Switzerland’s culpability in the months leading up to a major report on the issue. Another section describes as “a hideous failure” a series of meetings in 2000 that United States officials held with Latvian officials to pressure them to pursue suspected Nazis. That passage is also deleted.

So too are references to macabre but little-known bits of history, including how a director of the O.S.I. kept a piece of scalp that was thought to belong to Dr. Mengele in his desk in hopes that it would help establish whether he was dead. The chapter on Dr. Mengele, one of the most notorious Nazis to escape prosecution, details the O.S.I.’s elaborate efforts in the mid-1980s to determine whether he had fled to the United States and might still be alive.

It describes how investigators used letters and diaries apparently written by Dr. Mengele in the 1970s, along with German dental records and Munich phone books, to follow his trail. After the development of DNA tests, the piece of scalp, which had been turned over by the Brazilian authorities, proved to be a critical piece of evidence in establishing that Dr. Mengele had fled to Brazil and had died there in about 1979 without ever entering the United States, the report said. The edited report deletes references to Dr. Mengele’s scalp on privacy grounds.

Even documents that have long been available to the public are omitted, including court decisions, Congressional testimony and front-page newspaper articles from the 1970s. A chapter on the O.S.I.’s most publicized failure — the case against John Demjanjuk, a retired American autoworker who was mistakenly identified as Treblinka’s Ivan the Terrible — deletes dozens of details, including part of a 1993 ruling by the United States Court of Appeals for the Sixth Circuit that raised ethics accusations against Justice Department officials.

That section also omits a passage disclosing that Latvian émigrés sympathetic to Mr. Demjanjuk secretly arranged for the O.S.I.’s trash to be delivered to them each day from 1985 to 1987. The émigrés rifled through the garbage to find classified documents that could help Mr. Demjanjuk, who is currently standing trial in Munich on separate war crimes charges. Ms. Feigin said she was baffled by the Justice Department’s attempt to keep a central part of its history secret for so long. “It’s an amazing story,” she said, “that needs to be told.”

This article has been revised to reflect the following correction:

Correction: November 14, 2010
An earlier version misspelled the given name of Adolf Eichmann as Adolph.

Documents Shed Light on C.I.A.'s Use of Ex-Nazis
Bron » www.nytimes.com

By SCOTT SHANE
Published: June 6, 2006

CIA's Support to the Nazi War Criminal Investigations
A Persistent Emotional Issue
Bron » www.cia.gov

The story of escaped Nazis after the collapse of the Third Reich in 1945 has long gripped novelists and Hollywood screenwriters and provided the grist for such box office hits as The Boys From Brazil and The ODESSA File. Since the 1970s, the topic has also provided steady fare for historians and journalists anxious to explore supposed cabals between American intelligence agencies and such personalities as Josef Mengele, the "Angel of Death" at Auschwitz, and former Austrian President Kurt Waldheim, a German intelligence officer in the Balkans during World War II. (...)