291

De nabestaanden en slachtoffers van de gebeurde feiten zouden , via hun advocaten , de krachten moeten bundelen om de gebreken uit het onderzoek onder de aandacht te brengen van het Internationaal Gerechtshof in Den Haag . Hier zijn " misdaden tegen de Mensheid " gepleegd ! Als men misdadigers uit Afrika kan veroordelen , moet dat ook kunnen voor massamoordenaars uit België !

292

Je bent te vriendelijk Leo, ik zou eerder een andere term dan "gebreken uit het onderzoek" naar boven halen. Ik vind ook dat de Belgische Staat mag veroordeeld worden. Natuurlijk komt dat op het einde nog eens op onze financiële rekening maar in deze wil ik graag solidair zijn en mee betalen. Al was het alleen al voor het onnodig lang rekken van het emotionele leed van de nabestaanden ....ik vind dat de Belgische staat ten minste die veroordeling verdiend heeft. Ik zou eigenlijk in deze eens graag de stem van hun advocaten horen. Het is verdomd stil op alle fronten. Oorverdovend stil.

293

Het Internationaal Gerechtshof is bevoegd voor geschillen tussen staten onderling die betrekking hebben op het internationaal recht in de ruime zin. Met misdaden tegen de mensheid heeft dit hof dus weinig te maken.

Waarschijnlijk wordt gedoeld op het Internationaal Strafhof. De werking en bevoegdheid van het Internationaal Strafhof worden beheerst door het Statuut van Rome van 17 juli 1998, in het Nederlands getiteld “Statuut van Rome inzake het Internationale Strafregister”, hierna aangeduid als “het Statuut”.

Uit het Statuut blijkt dat het Internationaal Strafhof om verschillende redenen niet bevoegd kan zijn.

Ten eerste heeft het Hof alleen rechtsmacht met betrekking tot misdaden die zijn gepleegd na de inwerkingtreding van dit Statuut (artikel 11.1 van het Statuut). De inwerking vond plaats op 1 juli 2002. De misdaden van de bende zijn uiteraard voor die datum gepleegd en dus vallen zij buiten de rechtsmacht van het Hof. In theorie is het mogelijk dat de VN een bijzonder internationaal tribunaal opricht met betrekking tot de feiten, al acht ik dat praktisch onwaarschijnlijk (om niet te zeggen onmogelijk).

Ten tweede bezit het Hof alleen rechtsmacht over natuurlijke personen. Dat blijkt uit artikel 25 van het Statuut. België kan dus als staat niet voor het Hof gedaagd worden.

Ten derde vallen de misdrijven van de bende van Nijvel volgens mij niet onder de definitie van “misdaden tegen de mensheid”. Hoe dat begrip wordt gedefinieerd is terug te vinden in artikel 7 van het Statuut. De eerste paragraaf daarvan luidt als volgt:

1. Voor de toepassing van dit Statuut wordt verstaan onder misdaad tegen de mensheid : een van de volgende handelingen, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval.
(a) moord;
(b) uitroeiing;
(c) slavernij;
(d) deportatie of gedwongen overbrenging van bevolking;
(e) gevangenneming of elke andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met de fundamentele regels van internationaal recht;
(f) marteling;
(g) verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie, of elke andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst;
(h) vervolging van een identificeerbare groep of collectiviteit op politieke, raciale gronden of gronden betreffende nationaliteit, op etnische, culturele of godsdienstige gronden of op grond van het geslacht, zoals nader omschreven is in het derde punt, of op andere gronden die algemeen ontoelaatbaar worden geacht krachtens het internationaal recht, in verband met in dit punt bedoelde handelingen of een misdaad waarover het Hof rechtsmacht heeft;
(i) gedwongen verdwijningen;
(j) apartheid;
(k) andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt.

Een aanval gericht tegen een burgerbevolking wordt in de tweede paragraaf omschreven als “een wijze van optreden die het meermalen plegen van in het eerste punt bedoelde handelingen tegen een burgerbevolking met zich brengt ter uitvoering of met de oog op de voortzetting van het beleid van een Staat of ter organisatie tot het plegen van een dergelijke aanval”.

Dit moet volgens mij worden samengelezen met artikel 5 van het Statuut waarin wordt bepaald dat het Hof bevoegd is voor de “ernstigste misdaden die de internationale gemeenschap in haar geheel met zorg vervullen”.

Misdaden tegen de mensheid worden in een interpretatief memorandum verder als volgt omschreven (in het Engels):

(...) particularly odious offenses in that they constitute a serious attack on human dignity or grave humiliation or a degradation of one or more human beings. They are not isolated or sporadic events, but are part either of a government policy (although the perpetrators need not identify themselves with this policy) or of a wide practice of atrocities tolerated or condoned by a government or a de facto authority. However, murder, extermination, torture, rape, political, racial, or religious persecution and other inhumane acts reach the threshold of crimes against humanity only if they are part of a widespread or systematic practice.

Isolated inhumane acts of this nature may constitute grave infringements of human rights, or depending on the circumstances, war crimes, but may fall short of meriting the stigma attaching to the category of crimes under discussion. On the other hand, an individual may be guilty of crimes against humanity even if he perpetrates one or two of the offences mentioned above, or engages in one such offense against only a few civilians, provided those offenses are part of a consistent pattern of misbehavior by a number of persons linked to that offender (for example, because they engage in armed action on the same side or because they are parties to a common plan or for any similar reason.)

Consequently when one or more individuals are not accused of planning or carrying out a policy of inhumanity, but simply of perpetrating specific atrocities or vicious acts, in order to determine whether the necessary threshold is met one should use the following test: one ought to look at these atrocities or acts in their context and verify whether they may be regarded as part of an overall policy or a consistent pattern of an inhumanity, or whether they instead constitute isolated or sporadic acts of cruelty and wickedness (eigen onderlijning).

De misdrijven van de bende kunnen volgens mij niet worden omschreven als een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking. Men moet hier volgens mij toch ook echt rekening houden met de schaal van de misdrijven. Het Internationaal Strafhof houdt zich bezig met dossiers waar sprake is van tienduizenden slachtoffers. De bende heeft daarentegen 28 doden op haar geweten. Dat is uiteraard hoog, maar het bereikt volgens mij (lang) niet de drempel vanaf wanneer sprake kan zijn van een wijdverbreide of stelselmatige aanval.

Uit een antwoord op een parlementaire vraag blijkt dat ook De Valkeneer er niet van overtuigd is dat sprake zou zijn van misdaden tegen de mensheid. Vooralsnog vond ik geen voorbeeld van een jurist die er anders over dacht.

Ten vierde is de bevoegdheid van het Internationaal Strafhof “complementair” ten aanzien van de nationale rechtshandhaving. Dat blijkt uit de preambule en de artikelen 1, 17, 18 en 19 van het Statuut. Dat betekent dat het in eerste instantie aan de nationale staten is om misdaden tegen de mensheid te vervolgen, hetgeen in België i.v.m. de bende van Nijvel ook wordt getracht.

Wat dit laatste betreft moet worden gewezen op artikel 17 van het Statuut (getiteld: “Vragen met betrekking tot ontvankelijkheid”). Dat luidt als volgt:

1. Gelet op het tiende punt van de Preambule en op artikel 1 van dit Statuut kan het Hof een zaak niet-ontvankelijk verklaren indien :
(a) in de zaak onderzoek of vervolging plaatsvindt door een Staat die ter zake rechtsmacht heeft, tenzij die Staat niet bereid of niet bij machte is om het onderzoek of de vervolging tot een goed einde te brengen.
(b) in de zaak een onderzoek is ingesteld door een Staat die ter zake rechtsmacht heeft en die Staat beslist heeft de betrokken persoon niet te vervolgen, tenzij de beslissing het gevolg was van het niet bereid of niet bij machte zijn van de Staat om de vervolging tot een goed einde te brengen;
(c) de betrokken persoon reeds heeft terechtgestaan voor gedragingen waarop de klacht betrekking heeft, en niet door het Hof kan worden berecht krachtens artikel 20, derde punt;
(d) de zaak niet voldoende ernstig is om verdere stappen van het Hof te verantwoorden.

2. Bij de vaststelling of er sprake is van het ontbreken van bereidheid van een Staat in een bepaalde zaak beoordeelt het Hof, met inachtneming van de in het internationaal recht erkende beginselen van een behoorlijke rechtsgang, of een of meer van de volgende omstandigheden zich voordoen :
(a) de procedure werd of wordt ingesteld of de beslissing van de Staat werd genomen teneinde de betrokken persoon te onttrekken aan zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid voor misdaden waarover het Hof rechtsmacht bezit als bedoeld in artikel 5;
(b) er is sprake van onverantwoorde vertraging in de procedure die, onder de omstandigheden, niet verenigbaar is met het voornemen de betrokken persoon te doen terechtstaan;
(c) de procedure werd of wordt niet gevoerd op een onafhankelijke of onpartijdige wijze, maar op een wijze die, onder de omstandigheden, niet verenigbaar is met het voornemen om de betrokken persoon te doen terecht staan.

3. Bij de bepaling of er in een bijzondere zaak sprake is van onmacht van de Staat, gaat het Hof na of de Staat vanwege een algehele of substantiële ineenstorting of de niet-beschikbaarheid van zijn nationale rechterlijke organisatie, niet bij machte is de verdachte in handen te krijgen of het noodzakelijke bewijsmateriaal en de noodzakelijke getuigenverklaringen te verzamelen of anderszins niet bij machte is tot het voeren van de procedure (eigen onderlijning).

Het Internationaal Strafhof zal, indien geconfronteerd met het dossier van de bende, de zaak hoogstwaarschijnlijk onontvankelijk verklaren omdat reeds een onderzoek wordt gevoerd en de uitzonderingen (niet kunnen of niet willen) hoogstwaarschijnlijk niet van toepassing zijn. De Belgische rechterlijke organisatie is ten eerste niet ineengestort of niet beschikbaar. Daarnaast kan niet worden gesproken van een gebrek aan bereidheid om de zaak op te lossen gezien de toch omvangrijke middelen die intussen zijn gespendeerd en het optrekken van verjaringstermijnen, hetgeen aantoont dat de staat wel degelijk de daders wilt straffen. Eventuele theorieën over sabotage van het onderzoek vanuit de staat zelf zijn volgens mij onvoldoende gestoffeerd om de rechters te kunnen overtuigen.

294

zenga wrote:

Poseur, terwijl je toch bezig bent een vraagje over verjaring. In de aanloop naar de verlenging van de verjaringstermijn doken er her en der berichten op of dit wel zinnig was omdat het dossier mogelijks al verjaard was nog voor de verjaringstermijn werd verlengd (het had iets te maken met de datum waarop de laatste onderzoeksdaad gesteld zou zijn en dus niet de effectieve datum). Kan je dit verduidelijken / kaderen?

U verwijst hierbij waarschijnlijk naar het volgende wat gezegd werd door advocaat Callebaut (die enkele slachtoffers bijstaat):

Volgens Callebaut is het dossier van de Bende van Nijvel allang verjaard. "De strafwet werkt met dubbele termijnen", legt hij uit. "Vroeger was het tien jaar, en dat kon dan worden verdubbeld tot twintig. Maar dan moest het parket na exact tien jaar tijdig een 'daad van stuiting' stellen. Idem voor een termijn van vijftien en twintig jaar, zoals de wet-Geens nu voorziet."

Een 'stuiting' is niet meer dan een brief die aan het dossier moet worden toegevoegd, maar doordat het Bende-onderzoek in 1990 werd overgeheveld van Dendermonde naar Charleroi moesten honderdduizenden dossierstukken worden vertaald. Daar was geen personeel voor en zo viel het dossier in de jaren 1994 en 1995 in Charleroi ten prooi aan stof en schimmel. "Neem maar van mij aan dat er niet tijdig is gestuit", zegt Callebaut. "De zaak is dus allang verjaard. De oproep van de families is helder: jongens, stop met dit gezever."

Het bovenstaande wordt aangehaald door Ben in zijn post 236 in dit onderwerp.

Het stelsel van verjaring in het strafprocesrecht werkt in de praktijk met een soort van "dubbele termijnen". Enerzijds zijn er nominale verjaringstermijnen die beginnen te lopen vanaf het misdrijf. Deze termijnen kunnen worden "gestuit". De stuiting is een onderbreking van de lopende verjaringstermijn, waardoor op hetzelfde ogenblik een nieuwe termijn begint te lopen die gelijk is aan de oorspronkelijke. Een dergelijke stuiting kan plaats vinden door daden van onderzoek of daden van vervolging. De stuiting kan alleen plaats vinden binnen de oorspronkelijke nominale termijn. In principe wordt bij elke stuitingsdaad de verjaringstermijn gestuit. Als verschillende stuitingsdaden zijn verricht, is de laatste stuitingsdaad binnen de oorspronkelijke termijn van belang. Vanaf die laatste nuttige stuitingsdaad zal een nieuwe termijn lopen die gelijk is aan de nominale verjaringstermijn.

In het geval van de Bende van Nijvel zijn er verschillende misdrijven gepleegd over verschillende jaren, de laatste op 9 november 1985 te Aalst. Voor dat misdrijf gold op dat ogenblik een nominale verjaringstermijn van 10 jaar. Door het mechanisme van de stuiting kwam dit neer op een maximale termijn van 20 jaar. Ingevolge verschillende wetswijzigingen werd de nominale verjaringstermijn veranderd naar 15 jaar en recent 20 jaar. Die verlenging naar 20 jaar vond plaats bij wet van 19 oktober 2015. Door de verlenging van de nominale termijn tot 20 jaar werd de "praktische" termijn dus 40 jaar. Waardoor de verjaring onherroepelijk zal intreden ten laatste in 2025.

Advocaat Callebaut wijst erop dat het goed mogelijk is dat in de jaren 94 en 95 geen stuitingsdaden werden verricht omdat het dossier stil lag. Zoals gezegd is een stuitingsdaad een daad van onderzoek of van vervolging. Wat onder die termen moet worden verstaan wordt niet door de wet gedefinieerd. Er zijn wel pogingen gedaan in de rechtspraak en de rechtsleer om een definitie te formuleren. Een daad van onderzoek “doelt op elke handeling die door een daartoe bevoegde persoon wordt verricht en die ertoe strekt het strafdossier op een zo volledig mogelijke wijze samen te stellen teneinde de rechter toe te laten hierover te oordelen”.

Een daad van vervolging “is een daad verricht door een daartoe bevoegde persoon waardoor de strafvordering wordt ingesteld of verder wordt uitgeoefend met het doel de berechting of bestraffing van het misdrijf te bekomen” (zie o.a. Bayens, E., “Stuiting van de verjaring van de strafvordering”, noot onder Cass. 19 september 2018, T.Strafr. 2019, afl. 5, 291). In elk geval zijn beide termen het voorwerp van uitvoerige, casuïstische, rechtspraak. Interne correspondentie binnen het parket zou volgens de rechtspraak géén stuitingsdaad uitmaken. Gewoon “een brief” toevoegen aan het dossier is dus misschien niet voldoende (Van den Wyngaert, C., Vandromme, S. en Traest, Ph., .Strafrecht en strafporcesrecht in hoofdlijnen, Oud-Turnhout – ‘s-Hertogenbosch, Gompel en Svacina, 2019, 872-873 en met verwijzing naar Cassatie 24 maart 1987, RW 1987-88, 195 voor wat betreft de uitspraak i.v.m. interne correspondentie binnen het parket).

Tussen de overvallen van de Bende van Nijvel en het heden zijn de verjaringstermijnen echter tweemaal in belangrijke mate gewijzigd. Een eerste maal in 2002 (15 jaar) en de tweede keer op 20 jaar.

De wijziging van een verjaringstermijn wordt geacht een procedurewet te zijn die van toepassing is op alle nog niet verjaarde strafvorderingen. De verlenging heeft ook gevolgen voor het vaststellen van de laatste nuttige stuitingsdaad. Zo wordt de oorspronkelijke nominale verjaringstermijn waarbinnen de daad van stuiting kan worden gedaan, mee verlengd (Zie o.a. Verstraeten, R. en Helsen, P., “De Wet van 16 juli 2002 betreffende de verjaring van de strafvordering: verjaring van talrijke misdrijven op 1 september 2003?”, T. Strafr. 2003, (62) 63 met verwijzingen naar Cassatiearresten van 20 september 1995 en 5 april 1996). Zo konden in het dossier geldige daden van stuiting worden gesteld eerst t.e.m. 1995, dan 2000 en nu 2005.

Volgens mij is er dus geen groot probleem. Zelfs als er in 1995 geen daad van stuiting plaatsvond, is de termijn waarbinnen deze konden worden gesteld in 2002 verlegd tot 2000 en nu tot 2005. Zodat daden van onderzoek of vervolging gesteld tussen 1995 en 2005 de verjaring doen stuiten en laten lopen tot 2025.

Nog een klein (misschien voor sommigen louter theoretisch) detail: hetgeen verjaart is niet het misdrijf zelf, maar wel de strafvordering, de mogelijkheid om een procedure in te stellen voor een strafrechtbank.

Is het bovenstaande enigszins duidelijk? Ik ben zelf niet bedreven in het strafrecht dus heb ook even onderzoek moeten doen maar ik heb toch geprobeerd het zo duidelijk mogelijk uit te leggen (wat evenwel totaal kan zijn mislukt). Mocht het niet duidelijk zijn signaleer het even en ik probeer het opnieuw.

295

Bedankt Poseur, duidelijker kan niet. Het onderscheid dat je maakt tussen het verjaren van de strafvordering vs. misdrijf was iets waar ik nog nooit bij had stil gestaan. Bedankt voor de moeite en jouw tijd (en dat zonder mij een gepeperde rekening te sturen)!

296

Poseur, i.v.m. de verjaring van een zaak, is de gebruikelijke term: "de verjaring gestuit zijnde door ambtsplicht..." Aangezien u verwijst naar Meester Peter Callebaut, kan ik u adviseren om met hem contact op te nemen i.v.m. de arresten van het EHRM die ik trouwens aanhaalde ivm met de onwettigheid van de verjaringstermijnen in het gerechtelijk onderzoek, de onwettige onderzoeksdaden enz... Meester Callebaut beschikt eveneens over die arresten.

In een ander topic heb ik recentelijk de onwettigheid aangekaart inzake de beschikking uitgaande de K.I. te Gent.

Aangezien de Bende van Nijvel ter sprake komt in de pers vandaag, spreekt Meester Vermassen eveneens over de K.I. te Gent inzake de overheveling van dit dossier. Ik neem nog een stilzwijgende houding aan inzake de ontbrekende P.V.'s, niet de minste opmaak van een PV inzake een verhoor, bepaalde meldingen of het ontbreken van een PV van inlichtingen.

Niettegenstaande, al wat een vaststeller of onderzoeker hoort, ruikt en ziet, is evenwel gehouden om daarvan een Proces Verbaal op te maken en het Parket daarvan in te lichten of de OR, gevat met de zaak.

Vanwege de talrijke en onbegrijpelijke procedurefouten, de ontbrekende of opzettelijk vernietigde overtuigingsstukken en alle andere nadelige gevolgen die in het dossier voortspruiten, begrijp ik alvast de begraving van het dossier waarover Meester Vermassen zich heden heeft uitgelaten.

Maar niet bezorgd. Naar mijn oordeel zullen er geen beschuldigden worden veroordeeld als dader(s) en mededader(s) in gans het dossier.

Nog even verwijzen naar het K.I. te Gent. Wat is de heilige plicht van elke rechter of Raadsheer in het Hof van Beroep? Overleg plegen met een Procureur Generaal of Advocaat Generaal? Over onpartijdigheid gesproken en waarvan ooggetuigen niet ontbrekende zijn. Dit gezegd zijnde.

Jef Vermassen geeft als laatste een repliek. De advocaat van de beschuldigde psychiater Godelieve T. vindt dat de openbaar aanklager en Joris Van Cauter, advocaat van de familie Nys, dringend terug naar de universiteit moeten. "Daar zouden ze flagrant gebuisd zijn. (...) Ze zeggen dat mijn cliënte mededader is. Ze belde naar dokter V.H. over het attest van dokter D.G. Ze vroeg om de euthanasie nog wat uit te stellen, want ze was niet klaar omdat 'de familie niet klaar was om Tine te laten gaan'. En dan is zij mededader?"

Vermassen vroeg opnieuw de vrijspraak voor zijn cliënte. "Hoe kan je iemand te goeder trouw dooddoen? Dat gaat niet. Artikel 71 (onweerstaanbare dwang, nvdr.) pleiten we niet. We hadden het kunnen pleiten, maar ik heb het niet nodig. De goede trouw is aanwezig."

De advocaat, die ook optreedt voor slachtoffers van de Bende van Nijvel, trok de onafhankelijkheid van de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling in twijfel. De raadkamer in Dendermonde stelde de drie artsen buiten vervolging in 2016, maar de burgerlijke partij ging in beroep. De kamer van inbeschuldigingstelling besliste uiteindelijk in 2018 om de drie artsen voor het hof van assisen te brengen, nadat het parket-generaal de verwijzing had gevraagd voor vergiftiging. "Wat heeft de KI gedaan met de Bende van Nijvel? Ik zit daar al 35 jaar mee. Ze hebben het doorgestuurd naar de andere kant van België, om het levend te begraven. Waar hebben ze op gesteund? Daar is iets gebeurd wat we niet mogen weten, misschien hier ook", besloot Vermassen.

Bron: HLN | 30 Januari 2020

297

Bossi, de arresten van het EHRM zijn vrij beschikbaar voor ieder. U hebt volgens mij in het verleden alleen gezegd dat er arresten waren, maar zonder de vindplaats te verduidelijken. Als u mij gewoon een zaaknummer, datum of partijnamen geeft dan vind ik deze sneller terug dan dat ik contactgegevens moet opzoeken en een e-mail kan opstellen. Daarnaast wil ik ook geen confrater lastigvallen door te vragen naar enkele niet nader gespecificeerde arresten die ik in principe zelf moet kunnen vinden.

Wat de beslissing betreft van de Gentse KI, verwijs ik naar mijn post 273 in het onderwerp "snelle vragen" (14 januari 2020). De tweede bendecommissie kwam reeds tot het besluit dat de beslissing niet onwettig was (letterlijk: "De procedures via dewelke de overheveling van de Dendermondse onderzoeken tot stand kwam, zijn op zich gebruikelijk bij procedurale samenhang en verliepen - juridisch gesproken - normaal."). Het feitelijke verloop van de procedures en de juridische aspecten worden omstandig besproken in de verslagen, de exacte vindplaatsen vindt u in mijn post waar ik naar verwees.

De beweerde onwettigheid was ook reeds het voorwerp van een cassatieberoep. Het Hof van Cassatie verwierp dat beroep, hetgeen doet vermoeden dat ook het Hof geen onwettigheid zag. Het arrest zelf heb ik niet dus ik niet bevestigen wat de inhoud van het arrest is.

Het verband tussen de Bende van Nijvel en de recente zaak ontgaat mij maar als Jef Vermassen, een ervaren strafpleiter, meent dat het aanhalen daarvan in zijn pleidooi voordelig is voor zijn cliënten dan heb ik daar weinig over te zeggen.

298

Poseur wrote:

Bossi, de arresten van het EHRM zijn vrij beschikbaar voor ieder. U hebt volgens mij in het verleden alleen gezegd dat er arresten waren, maar zonder de vindplaats te verduidelijken. Als u mij gewoon een zaaknummer, datum of partijnamen geeft dan vind ik deze sneller terug dan dat ik contactgegevens moet opzoeken en een e-mail kan opstellen. Daarnaast wil ik ook geen confrater lastigvallen door te vragen naar enkele niet nader gespecificeerde arresten die ik in principe zelf moet kunnen vinden.

Poseur,

In het tableau, een uitgave van de Orde der Advocaten, zijn de gegevens van Meester Peter Callebaut makkelijk terug te vinden.  Ratmolenstraat 18, 9420 Erpe Mere, tel 053/62.46.48. email adv.peter.callebaut@scarlet.be.

Desgevallend wil ik u ook wel de gegevens en eventueel kopie van de Arresten bezorgen. Hiervoor kan u mij per email bereiken.

Poseur wrote:

Wat de beslissing betreft van de Gentse KI, verwijs ik naar mijn post 273 in het onderwerp "snelle vragen" (14 januari 2020). De tweede bendecommissie kwam reeds tot het besluit dat de beslissing niet onwettig was (letterlijk: "De procedures via dewelke de overheveling van de Dendermondse onderzoeken tot stand kwam, zijn op zich gebruikelijk bij procedurale samenhang en verliepen - juridisch gesproken - normaal."). Het feitelijke verloop van de procedures en de juridische aspecten worden omstandig besproken in de verslagen, de exacte vindplaatsen vindt u in mijn post waar ik naar verwees.

Ik blijf bij mijn standpunt inzake de beslissing van de raadkamer te Dendermonde, dat de Voorzitter besliste dat er geen enkele argumentatie voorhanden was, en zeker niet in het belang van het onderzoek, dat het dossier Temse en Aalst zou doorgezonden worden naar Charleroi. De heer Van Parys die verklaarde dat het onderzoek aaneen hing van talrijke incidenten die bijna niet toevallig konden zijn. Voor hemzelf kon het bijna niet anders dan dat er andere motieven hebben gespeeld dan het belang van het onderzoek dat een aaneenrijging van problemen was.

Een raadsman die beweerde dat er zodanig in het dossier is geknoeid, dat het niet meer uit onwetendheid is of uit onkunde.

Het was Tony Van Parys zijn overtuiging dat de beslissing om het dossier van Dendermonde naar Charleroi over te hevelen, hierbij de doodsteek is geweest.

Poseur wrote:

De beweerde onwettigheid was ook reeds het voorwerp van een cassatieberoep. Het Hof van Cassatie verwierp dat beroep, hetgeen doet vermoeden dat ook het Hof geen onwettigheid zag. Het arrest zelf heb ik niet dus ik niet bevestigen wat de inhoud van het arrest is.

Voortspruitende uit een politieke sturing en bescherming. Aanwending van machtsmisbruik van zowel drie Procureurs Generaal, de minister van justitie Melchior Wathelet en waarin de K.I. te Gent zich mee schuldig heeft gemaakt gelet op de ongebruikelijke en verwerpelijke procedure.

299

Bedankt Bossi maar ik dacht ik vrij duidelijk was over het feit dat ik hem niet wens te contacteren. Zet de gegevens gewoon hier op het forum en dan vind ik het zelf wel terug op HUDOC. Er is geen enkele nood aan enig mailverkeer.

Ik heb intussen zelf wat opgezocht en een uitspraak gevonden die het tegenovergestelde zegt. Ik verwijs naar de uitspraak: EHRM 22 juni 2000, Coëme ea / België, nrs. 32492/96, 32547/96, 32548/96, 33209/96, 33210/96. In paragraaf 149 lezen we het volgende:

The extension of the limitation period brought about by the Law of 24 December 1993 and the immediate application of that statute by the Court of Cassation did, admittedly, prolong the period of time during which prosecutions could be brought in respect of the offences concerned, and they therefore detrimentally affected the applicants' situation, in particular by frustrating their expectations. However, this does not entail an infringement of the rights guaranteed by Article 7, since that provision cannot be interpreted as prohibiting an extension of limitation periods through the immediate application of a procedural law where the relevant offences have never become subject to limitation.

The question whether Article 7 would be breached if a legal provision were to restore the possibility of punishing offenders for acts which were no longer punishable because they had already become subject to limitation is not pertinent to the present case and the Court is accordingly not required to examine it, even though, as Mr Hermanus maintained, the Court of Cassation, in the proceedings against him, held that time had been caused to run again by a measure which did not have that effect on the date when it was taken.
(eigen onderlijning).

Het Hof schijnt tenminste in deze zaak dus van mening te zijn dat het aanpassen van lopende verjaringstermijnen geen schending inhoudt.

Wat de verwijzing door de Gentse KI betreft, heb ik absoluut geen enkel probleem als u bij uw standpunt blijft. Kunt u dan tenminste de relevante documenten lezen en zeggen op welk punt en waarom uw lezing afwijkt van de lezing van de Bendecommissie? Het is makkelijk terug te vinden waarom de commissie uiteindelijk van mening was dat er geen probleem was met de procedure. Dat de mening van de KI afwijkt van die van de raadkamer is hoegenaamd niet uitzonderlijk. De mogelijkheid om beroep in te stellen bestaat juist omdat de beroepsinstantie een ander oordeel kan hebben.