Heb het boek gelezen. Een echte aanrader. Opvallend hoe de naoorlogse structuren een eigen leven zijn gaan leiden. Veel parallellen met structuren van (zelfs) de jaren tachtig. Verfrissend is ook de puur wetenschappelijke benadering van dit boek. Straf dat een puur historische benadering van de schriftelijke bronnen over een toch delicaat onderwerp toch na zoveel jaren een resultaat oplevert. Chapeau voor de auteurs, uit het boek blijkt duidelijk hoe nauwgezet ze te werk zijn gegaan.

650x688

Dit is een (eenvoudig) overzicht van de namen die in het Knack-artikel aan bod komen. Het geeft een indruk wat voor een netwerk er achter de moord op Lahaut zat. De Gladio-linken zijn duidelijk, maar wat vooral opvalt, is dat je dit hele schema bijna letterlijk naar de jaren 80 kan verplaatsen. Vul onder de titels andere namen in (ik zeg maar iets: politiek = VDB, militair = Bougerol, etc.) en je krijgt volgens mij een goed beeld van wat de Bende van Nijvel echt was, het resultaat van een politieke en economische macht nastrevende elite.

23

Merovinger wrote:

Ik heb de kans nog niet gehad om het boek over de moord op Lahaut te lezen. 

Zeker doen. Ik raad het boek eigenlijk iedereen aan die zich interesseert in de Bende van Nijvel.

Tijdens het lezen van het boek maakte ik mij dezelfde WNP-bedenking. Zoals je schrijft vertoont "Het Netwerk" van Moyen heel wat gelijkenissen met het WNP-netwerk. We weten dat het werk van Moyen niet gestopt is na de moord op Lahaut. Daarom stelde ik mij tijdens het lezen het boek ook de vraag of Moyen niet betrokken zou geweest zijn bij de werking van WNP. Ik heb nog nooit een aanwijzing in die richting gevonden maar het zou me ook niet verwonderen. Hij had er in ieder geval de connecties, kennis en middelen voor.

patrick111 wrote:

Dit is een (eenvoudig) overzicht van de namen die in het Knack-artikel aan bod komen.

Bedankt voor het overzicht.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Een ideaal moment om nog eens het fameuze Gladio-debat op de RTBF met o.a. Moyen en Libert als deelnemers te herbekijken. smile

Ook in het Knack-artikel:

"Ook dat was Moyen: een mythomaan die graag uitpakte met het belang van zijn werk, het geheime van zijn opdrachten en het belang van zijn netwerk en zijn beschermheren. Alleen zat er in dat gesnoef en die verhalen een harde kern van waarheid."

Doet een beetje denken aan de geheimzinnige mijnheer X.

26

patrick111 wrote:

Doet een beetje denken aan de geheimzinnige mijnheer X.

Inderdaad, tijdens het lezen van het boek kreeg ik soms ook dat vermoeden: hij past binnen het profiel, beschikt over contacten en een netwerk.

Hieronder nog wat info over Moyen:

(...) Tegelijk met de analyse van het juridisch dossier verrichtten we ook onderzoek in de archieven van het Koninklijk Paleis. We zochten naar aanwijzingen voor ene geplande terugkeer van Leopold III na 11 augustus 1950 en de installatie van een 'sterk regime', die Verhoeyen en Van Doorslaer in 1985 als een mogelijke verklaring voor de moord naar voren hadden geschoven. Voor de staving van die hypothese leverde dat archiefonderzoek geen nuttige elementen op, maar wel een toevallige vondst die we in verband konden brengen met het gerechtelijke dossier. We ontdekten namelijk in de papieren van eerste minister Joseph Pholien, bewaard op het Koninklijk paleis, een lijst van inlichtingendiensten. Behalve een opsomming van de militaire en burgerlijke veiligheidsdiensten vonden we in die lijst van januari 1951 ook de volgende informatie:

"De Bank van Brussel beschikt over een inlichtingendienst die opgericht werd op initiatief van de voormalige generaals Keyaerts en Jadot. De voornaamste agent is de genaamde Moyen André, beter bekend onder de naam 'Kapitein Freddy'."

Over de inlichtingendienst van Moyen, beter bekend als Milpol, was al wel een en ander geweten maar het steunde uitsluitend op ongeverifieerde verklaringen van Moyen zelf. Die nota - afkomstig van de Staatsveiligheid, zo bleek later - was de eerste betrouwbare attestatie van het bestaan van een inlichtingendienst gefinancierd door baron Paul de Launoit, baas van het staalbedrijf Ougrée-Marihaye in Seraing en sterke man van de Brufina-holding. En het was informatie die op de tafel van de eerste minister had gelegen.

De figuur van André Moyen kwam dus opnieuw het onderzoek [naar de moord op Lahaut] binnensluipen. Vandaag puilt het internet uit van de meest fantastische verhalen over deze 'meesterspion'. In 1991 maakte hij ophef met zijn publieke verklaringen over het stay behind-netwerk Gladio, dat toen het voorwerp vormde van een parlementair onderzoek. Hij inspireerde in 1985 via talrijke gesprekken de auteurs van 'De moord op Lahaut'. In de loop van het gerechtelijk onderzoek - dat zal de lezer niet zijn ontgaan - kwam hij herhaaldelijk in de schijnwerpers. 

Dat gebeurde een eerste keer naar aanleiding van de gewapende overval op de communistische militante Frederika Stern in Brussel. Het gerecht van Luik liet Moyen toen ongemoeid omdat de informatie die de gerechtelijke politie van Brussel in 1953 over zijn persoon verstrekte, volstrekt banaal was. In 1958 werd Moyen wel ondervraagd door onderzoeksrechter Louppe en zijn speurders, nadat de communistenjager Emile Delcourt, veroordeeld voor oplichting, spectaculaire verklaringen had afgelegd over de zaak-Lahaut en meer bepaald Moyen had beschuldigd de hand te hebben in de moord. Moyen ontkende elke betrokkenheid. Hij kwam een laatste keer in het vizier van de onderzoeksrechter in 1961.

(...) In juni 1961, kort na zijn ontdekking van het BACB, vestigde commissaris Van der Linden de aandacht op de figuur van André Moyen, een gevaarlijk man, aldus de commissaris, en betrokken bij een anticommunistisch netwerk. De reden voor dat signalement is volstrekt onduidelijk. Van der Linden bleef bovendien zeer vaag over zijn bronnen, maar verstrekte wel zeer precieze informatie. In zijn proces-verbaal lezen we:

"Moyen zou regelmatige maandelijkse geheime verslagen toegericht hebben aan zijn opdrachtgevers, getiteld: 'Activité du Réseau pendant le mois de ...', waarin opvolgentlijk de 'situation internationale' en de 'situation intérieure' onder de loupe zouden genomen worden. Die verslagen zouden vaak erg fantaisistisch geweest zijn, doch alleszins zou het de moeite lonen in het bezit te komen van een verslag van einde augustus 1950, na de moord op Lahaut, en ook, van hetgene er onmiddellijk aan voorafging, en waarin, naar het schijnt, sprake zou zijn geweest van inzichten tot staatsgreep vanwege de KP."

Bron: Wie heeft Lahaut Vermoord? | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind, Muller Françoise

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

27

Ben wrote:

Inderdaad, tijdens het lezen van het boek kreeg ik soms ook dat vermoeden: hij past binnen het profiel, beschikt over contacten en een netwerk.

Om nog even terug te komen op de nota. In die nota (hier te lezen » Forum) staat dat de "Fransen zeer behulpzaam zijn geweest":

Het dossier over de belanghebbende is zeer omvangrijk. De SDRA en de BOB zijn zeer behulpzaam geweest, evenals de Fransen.

Dit is interessant omdat André Moyen zeer goede contacten had met Franse inlichtingendiensten:

Het bestaan van contacten met buitenlandse inlichtingendiensten wordt bevestigd door verschillende rapporten. Het is goed mogelijk dat Mampuys Moyen heeft geïntroduceerd bij de buitenlandse tweede bureaus. De contacten met de Franse militaire veiligheid waren bijzonder nauw, zoals blijkt uit talloze rapporten met als bron 001 en nadien B1, het prefix voor Frankrijk binnen het Netwerk.

Wat dat land betreft, noemt Moyen zijn contactpersonen: Wybot (directeur van de Surveillance du Territoire), Vidal (directeur van de Renseignements Généraux) en Boursicot (directeur van de Sûreté Nationale). Vanaf mei 1948 "zag ik elke maand een van deze personen en we wisselden inlichtingen uit aangaande de strijd tegen de sovjets in onze beide landen". Deze informatie wordt bevestigd door de archieven van de Staatsveiligheid die probeerde tussen te komen en een einde te maken aan dergelijke contacten.

Bron: Wie heeft Lahaut Vermoord? | Gerard Emmanuel, De Ridder Widukind, Muller Françoise

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

28

In een CIA-nota uit februari 1952 gaat het onder andere over André Moyen. Wat de CIA schrijft over Moyen is allesbehalve positief. Ik neem uit deze nota enkel de info over Moyen:

Misinformation from Brussels

Since the war, Brussels has vied with Vienna for the dubious distinction of being the leading place of origin of misinformation deliberately invented to serve a political purpose, slanted and sensationalized for financial gain, or "planted" for deception purposes by the Soviet Government. The major share of the misinformation emanating from Brussels is attributed by OSO to a White Russian group headed by Basil Orekhov, who edits an emigre periodical called Chassovoi (The Sentinel). His collaborators, only a few of whom can be discussed in this paper, are located in Great Britain, Spain, France, Sweden and several African and Near Eastern countries.

Other purveyors of spurious information in Brussels are Andre Moyen, alias Captain Freddy, sensationalist writer and intelligence peddler; and Augustin Pedro Urraca Rendueles, generally known as Pedro, a Spanish intelligence representative. All of them trade material back and forth, and disseminate it independently to representatives of those Western intelligence services who are still willing to deal with them despite a six-year record of unreliability. The largest and best-organized single element in the Brussels picture is the Orekhov group. (...)

"Captain Freddy"

Other Brussels paper mills have an informal business relationship with Orekhov's, but without any apparent organizational connection. The most prominent is that of Andre Moyen, better known under the pseudonym "Captain Freddy." Moyen was born in Belgium in 1914 and worked for both British and Belgian intelligence and for OSS during World War II. Alter the war he was accused of collaboration with the Germans in Belgium, but this charge could not be proved. In 1948, however, he was expelled from France on charges of conducting intelligence activities for a foreign power.

During Moyen's service under OSS, his controlling officer concluded that Moyen's basic motives were an intense hatred of Communism and an undiscriminating zeal for the collection of intelligence. Moyen's very sensational "information' on Soviet activities consists largely of exhumed espionage stories of the war period. While the bulk of Orekhov's reports concern Soviet and Communist activities behind the Iron Curtain and in countries far removed from Orekhov's home base in Belgium, Moyen's ostensible targets are mostly limited to Western Europe and the Belgian Congo but are more varied as to subject.

Any topic which presents possibilities of sensationalism or scandal inspires Moyen, and he is known to write inaccurate and derogatory reports even on his supposed friends, including the American and Belgian intelligence services, as well as on his enemies, the Communists. He apparently exchanges material on the latter with Orekhov; and for example, he is believed to have based a prediction made to the American Air Attache in Switzerland in August 1950, that the Soviets would invade Iran in October or November, on a similar report of Orekhov mentioned above.

Supposedly secret reports by Moyen - for instance, reports on the parachuting of arms by the Soviets into Belgium in the summer of 1948 and on Soviet espionage and sabotage in the Congo - have been proven by OSO to be wholly false. A typical example of Moyen sensationalism is the story, given wide circulation by the United Press in December 1949, which concerned a top-secret, fifty-page report alleged to have been made to the Belgian Government by an agent of the Belgian State Security Service after a three-month, on-the-spot study of Soviet espionage in the Belgian Congo. Investigation revealed that no such official report existed, that the information had no basis in fact and that the story was undoubtedly the product of Moyen's imagination.

Moyen furnished copies of most of his material to the office of the U.S. Military Attache at Brussels until the latter discontinued its relations with him, in December 1949, at the request of the Belgian Surete, which has made repeated attempts to curb Moyen's activities by deprising him to his outlets. He has since made several efforts to renew his contact with the same office and has approached the American Air Attache at Berne, despite the fact that he states that he is also sending intelligence reports directly to the Pentagon under the code name 'SPA'. It is believed that all "Captain Freddy" reports forwarded to the Department of the Army by the Military Attache at Brussels have carried a low evaluation or a byline indicating the source's reputation for unreliability.

The French, Belgian, Swiss and Dutch intelligence services continue to receive Moyen's product but, except for the Swiss Air Intelligence Service, apparently give it the low evaluation that Moyen's reputation for unreliability merits. Moyen reports have also been disseminated by the British, who themselves have received the reports through multiple channels; by Pedro (see below); and by Col. Ollivier, the free-lance French intelligence operative mentioned above. Some of the same information handed to intelligence services as "secret' material has appeared, under Moyen's pen-names "Capt. Freddy, OSS agent' and "Cincinnatus," in the Belgian sensational magazine Europe-Amerique and in the weeklies Septembre and Pourquoi Pas.

No positive identification of Moyen's original sources is possible. Despite official Belgian warnings of his unreliability, Brufina employs him to investigate the personnel of its various subsidiaries, and he has planted informants among Brufina workers as a check upon Communist infiltration. He claims, in addition, to have a private network of agents established in the Belgian Congo, operating independently of the Belgian Surete de l'Etat, and has implied that his activities are supported by the Union Miniere du Haut Katanga. Whatever actual sources Moyen may have, however, they appear incapable of providing items of intelligence value.

De volledige nota kan je hier vinden » www.foia.cia.gov (link naar een PDF-bestand)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

29

Over het niet te onderschatten belang van het "Netwerk" van Moyen:

Het Netwerk van André Moyen is ongeschonden de episode van de moord op Lahaut doorgekomen. Is dat private inlichtingen- en actienetwerk, dat niet terugschrikte voor terreur en zich gedekt wist door belangrijke vertegenwoordigers van de publieke veiligheidsdiensten, in rook opgegaan? Of heeft het later nog activiteiten ontwikkeld? Het antwoord kennen wij niet, maar de vraag moet zeker gesteld worden.

Bron » www.cegesoma.be (PDF)

De vraag die Merovinger op de vorige pagina stelde - "Was WNP een onderdeel van het netwerk van Moyen?" - is dus zeker terecht. En terwijl op dit moment de politiek discussieert over een verlenging van de verjaringstermijn, kan ze er beter voor zorgen dat de mensen van Cegesoma een antwoord kunnen zoeken op de vragen die ze hierboven stellen.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube
Ben wrote:

En terwijl op dit moment de politiek discussieert over een verlenging van de verjaringstermijn, kan ze er beter voor zorgen dat de mensen van Cegesoma een antwoord kunnen zoeken op de vragen die ze hierboven stellen.

Inderdaad Ben, maar de vraag van Cegesoma werd onmiddellijk afgeblokt door procureur-generaal Christian De Valkeneer:

"Le directeur du Ceges, Rudy Van Doorslaer, fait une démarche d'historien, une démarche d’hypothèses qui consiste à chercher à établir un parallélisme théorique. Des hypothèses, on en a fait beaucoup dans le dossier des tueries, et on peut toujours en faire. Ce qui nous manque, ce sont des preuves."

Bron » Nieuws