1

Generaal en fervent anticommunist. Auteur van het boek Europa Weerloos, waarin hij een somber beeld weergeeft van de westerse verdedigingscapaciteit tegen een mogelijke aanval van de landen van het communistische Warschaupact. Zeer geïnteresseerd in de activiteiten van het Front de la Jeunesse en nauw bevriend met majoor Bougerol en kolonel Militis. Stapte op latere leeftijd over naar de PRL van Gol en zetelde in het parlement.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Pleegde Robert Close geen zelfmoord, of iets dergelijks?

3

(...) De sympathie van Reagan voor WACL was trouwens wederzijds. Eén van Reagans grote bewonderaars was de Belg generaal Robert Close, die in 1984 het voorzitterschap van WACL waarnam. Op het 17de congres te San Diego (California) van 3 tot 7 september 1984 sprak voorzitter Robert Close in zijn openingsrede de aanwezigen toe. Met zalvende woorden werd Ronald Reagan veel succes gewenst in de presidentsverkiezingen, Ronald Reagan wiens doorzetting en kracht volgens Close de beste garantie waren voor wereldvrede.

"As WACL Council Chairman and, most important, as a European, I would like to convey to him my sincerest wishes of success on behalf of all the people who refuse to abandon themselves to resignation, prevailing skepticism and decadent attitudes. In the name of Europe, we would like President Reagan to know that he has become the symbol of containment of Communist expansionist policy for all those who are not totally blind to the realities of the international situation."

Doordrongen van een visceraal anticommunisme deed hij niet onder voor de Amerikanen voor wat hun apocalyptische toon betrof. Het communistische Rusland was de grootste dreiging voor de wereld. Maar Close was vooral een man van weinig woorden:

"We need less speeches, no matter how eloquent they may be, and more direct action if we want to leave our traces in history."

De hele openingsspeech door was Robert Close vol lof voor de organisator van de conferentie, generaal John K. Singlaub. Singlaub volgde hem het jaar daarop trouwens op als voorzitter van WACL. Deze generaal was een ex-commandant en chef van de Amerikaanse troepen in Korea. Hij werd in der tijd nog door president Jimmy Carter de laan uitgestuurd wegens insubordinatie. Zo stelde hij zich serieuze vragen bij de buitenlandse politiek van de VS, die hij als te zwak veroordeelde. Generaal Close onderging een gelijkaardig lot.

Robert Close werd geboren in 1922 te Brussel. In 1935 ging hij naar de kadettenschool en tijdens de 18-daagse veldtocht was hij onderluitenant. Hij werd zoals zovele lotgenoten krijgsgevangene, maar vanaf 1941 was hij actief in het verzetsnet Luc/Marc. Pas na de oorlog kon hij zijn licentiaatdiploma's behalen aan de ULB, met name in de economische en financiële wetenschappen en in de politieke en diplomatieke wetenschappen. In 1950 werd hij kapitein en in 1959, na zijn studies in de Hogere Krijgsschool te Parijs, werd hij majoor.

Van 1961 tot 1965 was hij gestationeerd in het hoofdkwartier van de geallieerde strijdkrachten in Europa. Hij was kabinetschef van defensieminister Poswick (1966-67), professor aan de Hogere Krijgsschool, lid van de Belgische delegatie in het Defensiecollege van de NAVO (Rome) en bekwam uiteindelijk de graad van generaal. Generaal Close was lange tijd voorzitter van de Vaste Defensiecommissie, die ervoor moest zorgen dat een land in crisistijd draaiende werd gehouden en de bevolking ten tijde van oorlog zou worden bijgestaan en beschermd.

In 1980 nam hij in Londen deel aan de jaarlijkse conferentie (sinds 1958) van de Association pour l'Etude des Problèmes de l'Europe. Ditmaal stonden de Europese defensievraagstukken centraal. Het ging om een uiterst conservatief gezelschap met deelnemers als Pierre Uri, Emmanuel Coppieters, Lord Home, John Biggs-Davison, Frederic Bennet en anderen. Datzelfde jaar ontstond in het thuisland een grote rel tussen Robert Close en SP-voorzitter Karel Van Miert. Robert Close uitte felle kritiek op Van Mierts verzet tegen de plaatsing van de kernraketten.

Generaal Close werd vervolgens uit zijn functie als voorzitter van de Commissie voor nationale vraagstukken inzake landsverdediging ontheven. Een nieuwe post werd hem aangeboden, maar die weigerde hij. Hij nam een jaar vroeger dan voorzien ontslag uit het leger. Close kreeg geen steun in zijn visie betreffende een leger van miliciens met een dienstplicht van 15 maanden. Daar tegenover stelde de regering de invoering van een beroepsleger voorop, waartegen Close zich hevig verzette.

In 1981 werd hij ondervoorzitter van MAUE en eresenator van de Beweging voor de Verenigde Staten van Europa van Walter Kunnen. Samen met Luc Beyer de Rycke was hij PRL-senaatskandidaat in Brussel. Hij werd lid van het partijbureau van de PRL en was gedurende 10 jaar senator. In 1981 richtte hij samen met Otto von Habsburg, Leo Tindemans, generaal P. Cremer en anderen de Verwaltungsrat Europaïsches Institut für Sicherheitsfragen (EIS) in Luxemburg op. In 1983 werd hij voorzitter van het Institut Européen pour la Paix et la Sécurité. Eén van de beheerders was Jacques Jonet.

Maar vooral ophefmakend was zijn bezoek in datzelfde jaar aan Pinochet. Senator Wim Geldolf signaleerde toen in de senaat op 14 december 1983 een artikel dat in de Chileense krant El Mercurio was verschenen, waarin het bezoek van Close aan Pinochet als een belangrijke stap werd genoemd voor het doorbreken van het diplomatieke isolement van Chili en de verbetering van het imago van het land. Close zou in diezelfde krant verklaard hebben dat in een noodtoestand een beperking van de democratie aanvaardbaar was. Ter verantwoording geroepen in de senaat riep Close op tot begrip voor het regime van Pinochet en eiste een Belgische ambassadeur in Santiago.

In 1984 werd hij lid van het Institut Internationale de Géopolitique van Marie-France Garaud. Naar aanleiding van het fameuze bezoek van Close aan Pinochet, schreef Walter De Bock een artikel in Ecran Témoin, maar dat was generaal Close helemaal niet goed bevallen. Op 29 mei 1985 schreef Robert Close een kwade open brief aan Walter De Bock. In het fameuze artikel in Ecran Témoin van 27 mei 1985 zou Walter De Bock hem ten onrechte in verband hebben gebracht met extreem-rechts en er hem hebben van verdacht bij Pinochet op bezoek geweest te zijn. Hij dreigde er dan ook mee gerechtelijke stappen te zullen ondernemen. Een woeste generaal Close eindigde zijn brief met de volgende vraag:

"Avez-vous l'intention, Monsieur Walter De Bock, de relancer une nouvelle chasse aux sorcières ou bien vous croyez-vous revenu aux temps révolus d'une inquisition dont vous seriez le grand prêtre rouge?"

Bron: De netwerking van een neo-aristocratische elite | Klaartje Schrijvers

Robert Close stierf op 6 december 2003.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

(...) De ministers van Landsverdediging die daarna kwamen, hadden geregeld een dagtaak aan het beheersen van het probleem-Close. De man hield nooit en nergens zijn mond. Hij pende het ene na het andere essay en gaf voortdurend referaten over de erbarmelijke staat van paraatheid van de Europese strijdkrachten, en de Belgische in het bijzonder. De Russen stonden klaar, betoogde hij, “en niemand lijkt het te willen zien”. Hij beijverde een drastische verlenging van de dienstplicht en sympathiseerde openlijk met de Chileense dictator Pinochet, met diens Zaïrese collega Mobutu en met het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Want al wat anticommunistisch is, is no matter how, goed.

Zijn militaire loopbaan zou in 1980 worden gefnuikt door SP-fractieleider Louis Tobback. De Vlaamse socialisten hadden zich verzet tegen de plaatsing van nieuwe kernraketten op Belgische bodem. Landsverraad, zei de generaal: “SP-voorzitter Karel Van Miert is bewust of onbewust het instrument geworden van de meest achterbakse sovjetpropaganda.”

Close, reageerde Tobback, kan dat wel denken, maar als topambtenaar hoort hij de regels van het democratische spel te respecteren. Zijn fractie eiste en bekwam zijn ontslag. Over de doden doorgaans niets dan goeds, maar een kwarteeuw later kan Karel Van Miert zijn ergernis over zijn politieke opponent van weleer nog altijd niet verbergen: “Die man was werkelijk geobsedeerd door de Russen, hij zag overal KGB-mollen. Er viel niet mee te debatteren. Je had wel meer van die mensen, maar generaal Close was een geval apart.”

“Ik herinner me hoe we in die tijd, eind jaren zeventig, gecontacteerd werden door iemand van de staatsveiligheid die aantoonde dat de generaal dossiertjes aan het fabriceren was tegen ons. Close was op dat ogenblik verbonden aan Buitenlandse Zaken en leidde er een mini-inlichtingendienst. Dat zat in de sferen van de CEPIC (uiterst rechts aanhangsel van de Franstalige christen-democratische PSC, DDC).”

“De dossiertjes stelden voor zover ik me herinner weinig voor. Het was een en al manipulatie. Het doel heiligde de middelen. Hij zou ‘bewijzen’ dat het Kremlin Belgische politieke partijen dirigeerde. Alle middelen waren goed. Ik ben toen naar minister van Buitenlandse Zaken Nothomb gestapt. Hij verzekerde me dat hij hier niets van afwist. Nu, wat later moest Close opstappen en dat was een goede zaak. Hij was een bizarre, onbetrouwbare man die een hoop smeerlapperijen heeft uitgehaald.” (...)

Lees hier het hele artikel » Nieuws

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Hogerop is sprake van de verzetsgroep Luc/Marc, misschien interessant om deze verzetsgroep en deze Georges Leclercq uit te diepen? Luc/Marc - leider Georges Leclercq (bediende op het Ministerie van Justitie en groot-oorlogsinvalide 14/18).

6

Le général Robert Close, sénateur honoraire

Du général e.r. et sénateur honoraire PRL Robert Close, on connaissait la carrière militaire, puis politique, et quelques ouvrages qui firent date, tels "L'Europe sans défense?" (1977). Ces derniers temps, cet ancien résistant s'est plongé lui aussi dans les archives de Léopold III et est apparu dans maints débats publics suscités par le livre du Roi. Résolument engagé du côté des défenseurs, il prépare, sur l'action de notre quatrième Souverain, une étude qui paraîtra cet automne.

D'où vient votre passion pour cette cause?

J'ai rencontré le roi Léopold six semaines avant sa mort, à Argenteuil, et je suis sorti très impressionné de cet entretien. Longtemps après, la princesse Lilian m'a demandé de m'occuper de ses archives. Avant sa mort, le Roi lui avait conseillé de faire appel à moi comme personne de confiance.

Quand j'ai commencé ce travail, on m'a remis l'énorme brique du recueil de documents du secrétariat du Roi. Pour moi, cela a été une révélation et je me suis dit qu'il fallait que les jeunes générations puissent être mises au courant de tout cela. La princesse m'a notamment demandé de faire un livre qui complète le "Pour l'histoire", en traitant d'aspects que Léopold III n'a pas abordés par dignité royale. Les procès d'intention incroyables qui ont été faits heurtent mon sens de la justice. Je veux remettre sur son piédestal un Roi qu'on n'aurait jamais dû en descendre.

Quel bilan dressez-vous de l'accueil reçu par le livre du Roi?

Je constate d'abord que la diffusion - on est aujourd'hui au-delà des 100 000 exemplaires - a dépassé absolument toutes les espérances pour un sujet purement historique. Du côté des spécialistes et des historiens plutôt neutres, l'avis le plus souvent entendu a été que le livre n'apportait rien de nouveau. C'est peut-être vrai pour les historiens, mais manifestement pas pour le grand public.

Il y a finalement eu peu de réactions d'une grande virulence, à l'exception de celle de M. Stengers dans votre journal. Quand je l'ai lue, j'ai eu un moment de surprise indignée. Il dit notamment que quand il a fait ses recherches sur mai 40, il n'a pas voulu rencontrer Léopold III parce qu'il est courtois et qu'il savait qu'il aurait dû démolir ce que le Roi lui aurait dit. Comment peut-on affirmer cela a priori?

A propos de la proposition par Van Acker et le prince Charles d'une somme d'argent pour que la princesse Lilian rentre avec Baudouin en Belgique, M. Stengers écrit: "Cela pue le ragot à plein nez". Outre que c'est inacceptable quant à la forme, je peux vous dire que les preuves irréfutables de ce qu'avance le Roi existent. La princesse Lilian détient l'enregistrement, à l'Auberge du Cheval blanc à Sankt-Wolfgang, des conversations des délégations belges, quand les ministres et le Régent allaient négocier avec Léopold III. Les Américains avaient placé des micros dans l'espoir de pouvoir repérer d'éventuelles résurgences des activités nazies. Accidentellement, ils ont ainsi recueilli les propos des Belges. Des propos très bas, où il est notamment question de la somme d'argent.

Pourquoi le contenu de ces enregistrements n'a-t-il jamais été rendu public?

La princesse ne le souhaite pas parce que cela nuirait à l'image de la Belgique. Mais elle a prévenu André de Staercke (*) et tout récemment Mme Antoinette Spaak de l'existence de ces documents.

Les pourfendeurs de Léopold III visent aussi sa vision du régime politique belge. Certains l'ont mise en parallèle avec celle de Pétain.

Le Roi était un gardien fidèle de la Constitution pour laquelle ni les syndicats ni les partis n'existent. Il a déploré que le Parlement soit devenu l'instrument des partis et des groupes de pression. Mais vous trouverez extrêmement peu de témoignages qui tentent de le comparer avec Pétain. On s'est servi de l'entrevue avec Hitler à Berchtesgaden pour jeter l'anathème sur le Roi après coup, mais à l'époque, on lisait dans le «Daily Express» que Léopold III avait défié Hitler et n'avait pas voulu être une nazi puppet. Et Churchill lui écrivait pour lui exprimer son admiration parce qu'il avait décliné toute espèce de collaboration avec l'envahisseur.

En outre, quand M. Stengers tire à boulets rouges sur le Roi parce qu'il n'a pas rendu hommage aux Alliés et à la résistance dans son «Testament politique», il oublie que ce texte est daté de janvier 1944, avant le débarquement. Il était trop tôt pour remercier.

Les lecteurs critiques du livre du Roi relèvent qu'il ne parle pas des prisonniers de guerre.

Non, mais il est à l'origine de l'office mis en place pour aider les familles des prisonniers, un office qui a compté des dizaines de résistants en son sein. Il y a eu plus de six cents interventions de l'entourage royal en faveur de personnes arrêtées.

Un Roi qui polémique d'outre-tombe, n'est-ce pas délicat pour ses successeurs?

Après un demi-siècle de silence, je crois qu'il avait le droit de répondre. Et l'engouement qu'il suscite prouve qu'il a eu raison. La monarchie n'est plus sur un nuage. Le Roi dans son livre a parlé à son peuple. Et chaque fois qu'il y a une communication directe entre Roi et peuple, cela marche très bien. Voyez quand Albert II a reconnu ses troubles conjugaux de naguère.

(*) Qui fut le secrétaire du prince Charles.

Bron: La Libre Belgique | Paul Vaute | 17 Juli 2001

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube