De terugkeer van de Kempenbende: "Eerst geweld, dan komt de buit vanzelf”
Vrijdag 7 december 1984 was de grote dag voor Dikke Toon P. Directie, maatschappelijk werkers, gedragsdeskundigen en begeleiders van de Professor Mr. W. P. J. Pompe-kliniek in Nijmegen kwamen hem hartelijk de hand schudden en hem het beste toewensen voor z'n verdere leven: vanaf vandaag was hij weer vrij man.
Negen jaar gevangenisstraf had het gerechtshof hem in 1980 wegens een lange reeks rooftochten in Brabant opgelegd. Twee jaar méér nog dan de rechtbank. "Als ik vrij kom, schiet ik jullie neer!" had hij de magistraten bij die gelegenheid meegedeeld, en ook dat hij zich nooit meer zou laten pakken. Goed gedrag in de gevangenis had hem echter de nodige straftijdverkorting opgeleverd en 11 december 1984 zou z'n voorwaardelijke invrijheidstelling - na vijf van de negen jaar - officieel ingaan. "Maar om voor die vier dagen nog speciaal, na het weekendverlof, terug te komen, lijkt ons niet zinvol," oordeelde men in het gevangenisinstituut en zo werd Dikke Toon voorzien van de beste raadgevingen al op vrijdag 7 december uitgewuifd.
Zaterdag 8 december 1984 zat de 80-jarige weduwe Huvenaars om half zes vlak voor de televisie omdat ze, bijna helemaal doof en zeer slechtziend, het programma anders niet kon volgen. Haar 49-jarige zoon Wim keek ook, terwijl in de keuken van de alleenstaande boerderij in Uden zoon Marri (38) een sigaretje zat te roken. "Ik was nog maar kort thuis," vertelt hij. "Ik had m'n tanden gepoetst en een tas koffie voor me zelf ingeschonken, toen de Kempenbende binnenstormde." Z'n bril werd van z'n hoofd geslagen en terwijl hij een pistool tegen z'n slaap gedrukt kreeg, werd geëist dat hij zou vertellen waar het geld lag. "In de slaapkamer," zei hij doodsbang, terwijl hij hoorde hoe de andere mannen de kamer binnenrenden en riepen dat iedereen moest blijven zitten.
Moeder schrok op uit het televisiebeeld, begreep het niet zo goed en stond op om te vragen wat precies de bedoeling was. Het volgende moment was ze tegen de grond gegooid. Wim sprong op om zich over z'n moeder te buigen en werd prompt van vlakbij in z'n rug geschoten. Twee schoten met munitie van het 00-type voor het doodschieten van grof wild. Tweemaal 12 loden ballen per schot. Bloed spatte tegen de televisie, kogels drongen door het lichaam, ketsten af op botdelen en verwondden daarna ook de oude weduwe.
De schutter was Dikke Toon P., de buit ƒ 4500 uit een kartonnen doos in de slaapkamer. "Sinds september waren we plotseling weer geconfronteerd met een serie overvallen, berovingen, en etalagekraken," vertelt hoofdinspecteur Huub Schalken, leider van het recherche-bijstandsteam in het arrondissement Den Bosch. "Altijd het werk van vier of vijf mensen, altijd razendsnel en met gebruikmaking van gestolen auto's. We zeiden tegen elkaar: "Het lijkt wel of de Kempenbende van dikke Toon weer terug is." Maar dat kon niet, want die was nog maar vijf jaar eerder tot negen jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Toen kwamen er informaties dat hij er toch echt achter moest zitten. Gingen we checken óf hij nog wel gedetineerd was en ja hoor, Toon zat in de Professor Pompekliniek in Nijmegen. Maar omdat er steeds meer overvallen bijkwamen en allemaal in dezelfde stijl, gingen we ook eens na hoe zijn verlofregeling daar was. Toen bleek dat alle dagen en nachten van de overvallen samenvielen met zijn verlof. Maar dat kón ook haast niet anders, want hij had bijna altijd weekendverlof. Het kwam er feitelijk op neer dat hij zich 's woensdagavonds terug moest melden en donderdags weer naar huis kon."
Zó sterk werden de aanwijzingen dat de gedetineerde Toon P. opnieuw de Kempenbende leidde, dat politie en justitie besloten om het “Kempen-team" weer bijeen te roepen: een speciale groep van 30 rechercheurs die er in 1979 in was geslaagd om na maandenlang speurwerk Toon P. en zijn mannen achter de tralies te krijgen.
Nu was extra haast geboden. Getracht moest worden om Toon in ieder geval voor 11 december 1984 op heterdaad te betrappen. Dat was de dag waarop zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling zou ingaan. “Twee jaar en acht maanden zou hij dan in ieder geval nog moeten uitzitten, als we hem voor die tijd zouden arresteren," legt Schalken uit."
"Voorheen was het stramien van de bende geweest: eerst de buit pakken en lastige getuigen door dreiging van vuurwapens uit de buurt houden. Nu was de tactiek: éérst geweld, dan komt de buit vanzelf. Uit ervaring wisten we dat een duidelijke bewijsvoering bijna onmogelijk was. Omdat niemand wilde of durfde getuigen. En bekennen deden ze nóóit, zodat we al blij waren als die twee jaar en acht maanden ten uitvoer zou kunnen worden gelegd om de maatschappij voorlopig weer even te beschermen. Wat wij nog niet wisten, was dat de raadkamer in Arnhem, ook wel "Het Hof van Barmhartigheid" genoemd, al had bepaald dat er aan Toon z'n Voorlopige Invrijheidstelling niet meer te tornen viel.
Voor ons een onbegrijpelijke beslissing." De officier van justitie in Den Bosch, mr. P. J. H. Duijx, is daar nog duidelijker over. "Een schandaal," zegt de man, die vanaf het midden van de jaren zeventig de opkomst van de Kempen-bende meemaakte en de vaak hopeloze strijd er tegen stimuleerde. "Die bende is een nagel aan mijn doodkist," zei hij eens. Hij haalde dan ook opgelucht adem toen Toon P. met zijn nieuwe Kempenbende, na maandenlang schaduwen op de routes tussen de Pompe-kliniek en het Brabantse land, eind vorig jaar opnieuw kon worden ingerekend.
Officier van justitie mr. M. Kolkert, die de zaak sindsdien behandelde, sprak dezer dagen van een "Terreurleger van boeven en bandieten die vroeger aan de hoogste boom van het dorp werden opgeknoopt. Dat is gelukkig niet meer zo, maar de beveiliging van de maatschappij moet ook nu voorop staan." Hij eiste daarom de voor Nederlandse begrippen haast zeldzame straf van 15 jaar, in de hoop de samenleving tot de eeuwwisseling tegen de Brabantse bendeleider te beschermen. De rechtbank maakte daar afgelopen donderdag 14 jaar van.
In mei 1976 begon Anja van der Linden (18) met steun van haar vader een boetiekje in leren en suede jasjes in Kaatsheuvel. Nog geen jaar later moest ze de zaak sluiten. In die maanden waren er zeven pogingen gedaan om de winkel leeg te roven, waarvan vier volledig geslaagd. Schade ƒ 100.000,-. Steeds meer beveiligingen hielpen geen zier. De Kempen-bende had er lak aan.
"De werkwijze was eenvoudig," schetst mr. Duijx. "Ze pikten 's morgens een dure BMW, haalden de achterbank eruit en lasten achterin een zware stalen balk. Daarmee reden ze naar een winkel, magazijn of opslagplaats en ramden achteruit rijdend de voorgevel. Terwijl de chauffeur achter het stuur bleef, begonnen twee mannen razendsnel de voorraad in te laden, en ging er één op de uitkijk staan om met een geweer eventuele ooggetuigen op afstand te houden. Na terugkeer in het woonwagenkamp werd de buit uitgeladen en de wagen in de brand gestoken."
Het dertienjarige broertje van Anja van der Linden zag de werkwijze met eigen ogen in een januari-nacht in 1977. Hij werd wakker van het alarm en maakte z'n vader wakker: "Pa, ze zijn weer aan het inbreken." Die was zo onverstandig om er iets van te willen zeggen, maar nauwelijks buiten, vlogen de kogels van de uitkijk hem om de oren. Eén ervan trof hem in de borst. Maar ondanks de schietpartij en het lawaai van het alarm gingen de rovers onverstoorbaar door met het leeghalen van de winkel en verdwenen pas toen de buit helemaal binnen was. Zo moesten honderden middenstanders in machteloze woede toezien hoe hun winkels werden leeggeroofd. "Het begon met leren kleding, maar later werden ook radio- en tv-zaken een geliefd doelwit," zegt officier van justitie mr. Duijx. "En nóg later ook juweliers en antiekzaken.
Vrijwel dagelijks sloeg de Kempen-bende toe. "De druk vanuit de burgerij op politie en justitie om er wat aan te doen, werd enorm," herinnert hoofdinspecteur Huub Schalken zich. In 1973 had de politie al besloten om de krachten te bundelen door oprichting van een "Textielteam", dat zich aanvankelijk voornamelijk bezighield met informatieverzameling. In 1977 kon de coördinator van dat team, majoor K. de Maat, onthullen , dat inmiddels precies bekend was wie de kopstukken van de bende waren.
"Het gaat om zes keiharde criminelen uit de woon wagen wereld. Ons probleem is echter dat ze met zulke supersnelle BMW's rijden, dat we ze niet te pakken kunnen krijgen en dat ze in een aantal woonwagenkampen een vluchthaven hebben waar wij ze onmogelijk kunnen arresteren. Als we daar binnenkomen, rijden onze auto's lek op kraaienpoten, worden met stenen bekogeld en we lopen door alle verzet zóveel vertraging op, dat de vogels altijd alweer gevlogen zijn. Ze voelen zich zó superieur aan de politie, dat ze op een stuk wildernis bij het woonwagenkamp in Den Bosch, de Ponderosa genaamd, zelfs een soort trainingskamp hebben ingericht voor schietcursussen en oefeningen in het afschudden van politiewagens. In gestolen BMW's leren ze om daar zonder brokken op topsnelheid rijdend, een zwaai van 180 graden te maken en van taluds te rijden."
"Ze worden met de dag brutaler en lachen ons gewoon uit," meldde luitenant R. Schnitker van de Rijkspolitie in Den Bosch. "Als we er een gloednieuwe, gestolen BMW wegslepen, wordt die zó voor onze ogen in de brand gestoken."
"De enige oplossing is die kampen helemaal uit te kammen bij grootscheepse invallen," zei De Maat. "Maar daar krijgen we geen toestemming voor van het ministerie van Justitie. "Dat wordt gezien als discriminatie van de groep góedwillenden onder de kampbevolking." De toenmalige minister Van Agt deelde de Kamer mee dat zulke acties vermeden zouden worden. Zo ontstond in Brabant een bendewezen dat in Nederland ongekend was.
„De familie P. heeft in de Kempen-bende steeds een centrale plaats gehad," vertelt mr. Duijx. "Op de eerste plaats natuurlijk Dikke Toon. Het meest op de voorgrond tredend, leider op de plek van het misdrijf. Doldriest en altijd zelf aan het stuur. Aan volgen hoef je dan niet eens te dénken. Maar de Godfathers van de familie zijn z'n neven Bart P. en Chiel P. De eerste beschouw ik meer als de technische organisator. Heeft een nog weelderiger leven dan Toon, rijdt in een Rolls Royce en is bijna niet te pakken. En dan Chiel. Een echte organisator. Specialist in het wegwerken van de gestolen spullen. Gaat zelf de deur niet uit, maar is de machtigste man in de Brabantse woonwagenwereld en die krijg je helemaal niet te pakken. En verder zijn er neven en achterneven als Tonny, die nu net tot tien jaar is veroordeeld en Tinard, die al eens bij een wilde achtervolging na een overval op een juwelenauto in Schoonhoven was betrokken. Twee andere neven kwamen op het misdaadpad om het leven bij schietpartijen. Eén werd doodgeschoten door een juwelier in Geldermalsen en een ander bij een achtervolging door de politie."
De leden van de familie P. hebben allemaal als beroep "koopman" in hun paspoort staan," zei officier van justitie mr. Hulleman eens. "Maar ze kópen nooit iets. Alles wordt geroofd en gestolen."
"Dat gaat op voor de harde criminele kern," relativeert mr. Duijx. "Het merendeel van de familie P. heeft ons nimmer last bezorgd. Hetzelfde geldt voor de hele woonwagenwereld. Ik ben erg fel op die woonwagencriminaliteit, maar 90% van de bewoners heeft daar niets mee te maken en is ook blij als we die misdadige elementen te pakken hebben, want men wordt enorm geïntimideerd." Eind 1978 was de maat voor de justitie vol. Het textielteam, dat alles te weten was gekomen over de bende, maar verder niets kon uitrichten, werd omgezet in het "Kempen-team", dat geen ander doel had dan de Brabantse samenleving zo snel mogelijk van de al jaren durende plaag te verlossen.
Gespecialiseerde volgploegen in snelle auto's, speciaal opgeleide arrestatieteams en technische recherche bundelden hun krachten. Beter materiaal werd ter beschikking gesteld en de mogelijkheid om desnoods een inval te doen in een woonwagenkamp werd niet langer door politiek Den Haag tegengehouden. Een staat in de staat werd niet langer geduld.
Zo'n grote, gezamenlijke operatie van alle korpsen rond Eindhoven en Den Bosch van gemeentepolitie en rijkspolitie was nog nooit eerder in Nederland vertoond," herinnert hoofdinspecteur Schalken zich. "Het bleek echter opnieuw dat we in de achtervolging kansloos waren. Dus werd er besloten om ze op te wachten als ze met de buit terug zouden keren naar het kamp. Dat was een gok, want je wist nooit naar welk kamp ze de spullen zouden brengen. En een ander probleem was dat de winter van 78/79 een bar koude was. De arrestatieteams lagen dan ook vele nachten lang vergeefs in de kou.
Maar in februari 1979 was het raak. We zagen ze komen en bij een inval in het kamp Eindhoven konden zes kopstukken worden gearresteerd. In de maanden daarna werden nog eens vijftig medeplichtigen aangehouden. Er vielen opmerkelijk hoge straffen. Dikke Toon P. kreeg negen jaar, neef Tinard evenals Dikkie 0., het contact in het “trainingskamp" Den Bosch, vier jaar, Maup S. acht jaar." Mr. Duijx: "Het was de periode dat het geloof in het strafrecht op een laag pitje stond. De weg van de barmhartigheid was toen de grote trend. Negen jaar gevangenisstraf was daarom een unicum in die tijd.
Voor de algemene preventie - het afschrikeffect waardoor een ander niet óók op de gedachte komt om te gaan roven - heeft dat misschien wel geholpen, maar voor Dikke Toon P. niet." De gedragswetenschappers in de Prof. Pompekliniek in Nijmegen zagen dat anders. Waren er van overtuigd dat Toon na bijna vijf jaar brommen niets liever wilde dan weer fijn bij z'n gezinnetje zijn en nijver te gaan werken op een autosloperijtje. Een dag na zijn vrijlating reed hij in z'n gloednieuwe Mercedes van ƒ 60.000 met de nieuwe Kempen-bende naar Uden om het handwerk dat hij al maandenlang tijdens z'n proefverlof weer ter hand had genomen, voort te zetten. De weduwe Huvenaars en haar twee vrijgezelle zoons werden het slachtoffer. Abrupt einde van een simpel, vredig bestaan op een boerderijtje in Uden waar een spaarpot met 4500 gulden stond.
Marri Huvenaars nu zeven maanden later: "Jaren hebben wij rustig met elkaar op de boerderij gewoond. Nu kan moeder niet meer alleen zijn en zit in een verpleegtehuis. Ik zelf durf niet meer naar de boerderij uit angst voor de herinneringen ' die daaraan verbonden zijn en onze Wim is er met die schotwond in z'n rug nog slechter aan toe. Aanvankelijk dacht de dokter dat hij niet eens de rit naar het ziekenhuis zou overleven; zó slecht was het met hem. Ik weet niet of we er ooit weer bovenop komen. Elke keer als je er weer iets over hoort, komt het weer boven. Echt rustig leven zal wel nooit meer kunnen. Die straf van veertien jaar die nu deze week is gegeven, is vrij hoog. Maar het is nooit hoog genoeg. Dit soort mensen mag nooit meer op de maatschappij worden losgelaten, want dat zijn geen mensen."
Bron: De Telegraaf | 22 Juni 1985
Na maandenlang schaduwen werd de Kempenbende opgerold
Dat dikke Toon doorsloeg had iedereen voor onmogelijk gehouden
De 80-jarige weduwe Huvenaars lag bloedend op de vloer van de huiskamer van het boerderijtje in Uden, met naast zich haar zwaargewonde zoon Wim. Nadat haar andere zoon Mari de Kempen-bende had gewezen waar de 4500 gulden spaargeld lag, was hij opgesloten in de kelder, waarna de, deur was gebarricadeerd met een ijskast, zodat hij geen alarm kon slaan. Niemand begrijpt hoe het mogelijk was, maar Wim slaagde er ondanks z'n zware verwondingen in om de ijskast weg te schuiven en z'n broer te bevrijden. Toen even later de dokter kwam, betwijfelde die of Wim de rit naar het ziekenhuis nog zou overleven.
"Het tomeloze geweld dat gebruikt was om een paar duizend gulden te pakken deed ons sterk denken aan de reeks van overvallen die sinds september met grote regelmaat was gepleegd," vertelt hoofdinspecteur Huub Schalken, de leider van het regionale recherche bijstandsteam dat zich met de zaak bezighield. "Een overval tijdens een koopavond in Schijndel op een juwelierszaak, bijvoorbeeld. De daders rijden de straat in, springen gewapend uit de auto en bevelen alle voorbijgangers op de grond te gaan liggen. Slaan vervolgens met een grote bijl al het glas kort en klein waarachter juwelen liggen en zijn even later weer vertrokken."
Andere overvallen waarin men duidelijk de hand van Dikke Toon P. en zijn mannen herkende: een overval met een bijl op een juwelierszaak in Oirschot. Buit vervoerd met bij een boer gestolen emmers. Vervolgens een PTT-kantoor in Reusel en nog geen week na de overval familie Huvenaars, een beroving van de Rabobank in Esbeek. Maar de gruwelijkste was de overval op veeboer Van Haperen uit Nederweert. De Eindhovense crimineel Kees van H. die in die buurt wel eens aan het stropen was, had Dikke Toon getipt dat de boer veel geld in huls moest hebben en stelde voor daar in te breken. Te ingewikkeld en te lastig," oordeelde Toon. "We pakken hem wel als hij 's morgens vroeg naar de veemarkt in Den Bosch gaat."
"Ze gingen als beesten te keer"
Op 14 november, 's morgens om vier uur, vond Van Haperen in het donker een omgekapte boom op z'n weg. Hij rook onraad, wist de versperring met kunst en vliegwerk te vermijden en gaf vol gas. Uiteraard was hij kansloos tegen de Kempen-bende die al jarenlang de politie zoek had gereden op de Brabantse binnenwegen. Hij werd gesneden en in de berm gedrongen, maar wist in z'n doodsangst luid claxonnerend toch nog een boerenerf op te rijden. Daar ging het licht aan, maar dat weerhield Toon P. en z'n medewerkers er niet van om met de bijl de ruiten van de auto in te slaan, de vingers van de boer met een mes te bewerken om het claxonneren te staken en hem vervolgens met een grote schep zodanig te mishandelen dat hij bijna werd onthoofd. De man kon daardoor niet meer praten waardoor ze de tienduizenden guldens in zijn auto niet vonden. Tipgever Kees van H. die had voorgesteld om het geld via een inbraak te pakken, was zelf verbijsterd door het onzinnige geweld: "Ze gingen als beesten te keer. Het leken wel gekken! Ik ben zelf ook geen lieve jongen, maar dit hoop ik nooit meer mee te maken."
Van Haperen, een grote, sterke kerel, is nu volgens de president van de rechtbank geestelijk geknakt. De politie had zelfs zó met hem te doen dat men hem de eerste weken na zijn herstel begeleidde naar de veemarkten om hem over z'n angst voor overvallers heen te helpen.
"Helemaal klaar voor een nieuwe start in de maatschappij”
Deze misdrijven gebeurden allemaal tijdens de vijf dagen durende weekendverloven van Toon P., die officieel nog steeds gedetineerd was in de Prof. Mr. W.P.J. Pompe-kliniek in Nijmegen. De gedragsdeskundigen aldaar hadden geconcludeerd dat de man na het uitzitten van vijf van de negen jaren gevangenisstraf z'n les had geleerd en nu helemaal klaar was voor een nieuwe, degelijke, start in de maatschappij. Maar de recherche kwam tot heel andere gedachten toen men ontdekte dat de golf van geweld die Brabant opeens overspoelde, samenviel met de lange proefverloven van Toon P. De man die in de jaren zeventig de Kempen-bende had aangevoerd bij honderden kraken en overvallen en jarenlang ongrijpbaar bleef. Tot in februari 1979 voor hem en zijn familie het doek viel.
Daarmee braken jaren van rust aan in het Brabantse woonwagenmilieu. Maar zo gauw er iemand van de familie P. werd vrijgelaten, toonde de politie zich zeer alert om elke kans op een terugkeer van de Kempen-bende onmiddellijk de kop in te drukken. Zo werd neef Bart die vlak voor Kerst 1980 vrij kwam na de straf voor zijn aandeel in de eerste Kempen-bende, kansloos gemaakt om het imperium weer nieuw leven in te blazen. Hij had daartoe z'n oog laten vallen op de auto's van vertegenwoordigers in juwelen. "Hij was frappant goed op de hoogte van alle namen en adressen van de mensen in de branche en de tijd waarop ze grote collecties in hun wagen hadden," vertelt hoofdinspecteur Schalken.
Bart begon nog in december met het opzoeken van die wagens. Door het openschieten van het slot kon hij dan met z'n mensen bij de koffers en cassettes komen. Een nieuwe vorm van misdaad waardoor de zwarte markt in Nederland overspoeld werd met een enorme collectie spotgoedkope sieraden en polshorloges. Het uitgangspunt voor de politie was: "Hij moet worden gepakt voor het eerste het beste akkefietje dat mogelijk is." Betrappen op heterdaad bij een overval op een juwelenauto lukte niet, maar men pakte hem in februari 1981 wel voor een onbenullige inbraak in een automaterialenzaak in Maarheze en Bart P. draaide weer drie jaar de bak in.
En zo werd ook neef Tinard P., die tijdens z'n voorwaardelijke invrijheidsstelling weer op pad ging, in 1982 na een overval op een juwelenauto in Schoonhoven weer een paar jaar ingesloten. Geen wonder dat de politie in Brabant de terugkeer van Dikke Toon met argusogen volgde. Zeker toen daar nog zo veel aanwijzingen van gebruik van steeds grover geweld bijkwamen. "Alles was er op gericht om hem met z'n bende op heterdaad te betrappen om zo zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling ongedaan te maken," zegt Schalken. "Elke andere manier leek heilloos. Bewijzen verzamelen is bijna onmogelijk, getuigen die hun mond durven open te doen zijn er zelden en bekennen is het allerlaatste wat deze lieden doen."
"Soms stonden ze gewoon langs de weg naar ons te wuiven”
In navolging van de successen van 1979 werd opnieuw een Kempen-team door de samenwerkende politiekorpsen opgericht. Doel was een dag- en nachtobservatie van Dikke Toon gedurende elke minuut dat hij niet onder de hoede van de gedragsdeskundigen en maatschappelijkwerkers in de Pompe-kliniek was. "Maar hij was ongelofelijk alert," zegt Schalken. "Volgen bleek opnieuw bijna onmogelijk. Als de bendeleden op pad gingen, reden ze bij het minste onraad eénrichtingsverkeerwegen in om de volgwagens af te schudden. Soms gingen ze gewoon langs de kant van de weg staan om naar ons te wuiven.
Ondanks de straf van negen jaar die Toon in die dagen in feite nog moest uitzitten, verkeerde hij alweer in de waan ongrijpbaar te zijn." Het enige dat de politie kon vaststellen was dat hij weer met een groepje van vijf op pad ging, waarin drie oude leden van de vorige Kempen-bende. Wat ook opviel waren de peperdure Mercedessen en BMW's die de heren voor zichzelf konden, kopen.
De hoofdinspecteur: “Zeker voor iemand als Toon die nog als gedetineerde te boek stond en slechts een sociale uitkering kreeg, een vreemde zaak."
Betrappen op heterdaad lukté niet. Toch kon de bende door stom toeval worden opgerold. Na de bloedige overval op de familie Huvenaars in Uden, meende zoon Marri met zekerheid de stem van een van de daders te hebben herkend. Dat leidde tot de aanhouding van vier jongens uit Uden die echter onschuldig bleken te zijn. Om dat vast te stellen waren de alibi's nagetrokken. Een van de arrestanten had opgegeven dat zijn broer en diens vriend zijn alibi konden bevestigen. "Dat waren tot onze grote verbazing Theo den D. en Albert V. uit Den Bosch die de laatste maanden altijd in gezelschap van Dikke Toon waren gezien," vertelt Schalken. "Toen we ze ondervroegen over dat alibi van die broer, begonnen ze zó raar te schutteren en elkaar tegen te spreken, dat onze laatste twijfel werd weggenomen.
Die overval in Uden moest het werk zijn geweest van de Kempen-bende, evenals een roofoverval in Esbeek, waar ze zes dagen later en geheel niet onder de indruk van het bloedbad bij Huvenaars, alweer hadden toegeslagen. Maandag 17 december besloten we ze daarom aan te houden. Het bewijs was weliswaar flinterdun, maar het liep tegen de Kerst en we dachten: "Als de rechter-commissaris maar net genoeg belastend materiaal heeft om ze nog dertig dagen vast te houden, zal het rond de feestdagen in ieder geval rustig zijn in Brabant en dan proberen we ze daarna wel weer op heterdaad te pakken."
Tien verhoor-rechercheurs probeerden van 's morgens vroeg tot 's avonds laat de verdachten aan het praten te krijgen. Maar zoals men al uit ervaring wist was dat een hopeloze zaak. "In dit milieu geldt toch al de ongeschreven wet: "Beter tien jaar zitten zónder te bekennen dan één jaar mét." Dat had Dikke Toon, die van z'n leven nog nóóit bekend had, er bij z'n kornuiten ook goed ingehamerd: "Ik heb nu lang genoeg gezeten, dus wie gaat praten maak ik kapot, licht de hoofdinspecteur toe.
"Z'n doel was om in een hele korte tijd weer een groot vermogen te vergaren en z'n leiderschap weer te bevestigen. Hij had daarbij ingecalculeerd dat daarbij doden konden vallen of dat hij daarbij zelf om het leven zou kunnen komen." De dagen verstreken in volstrekte zwijgzaamheid. "Gek genoeg was het Toon zelf die het zwijgen verbrak als hem werd gevraagd hoe hij aan zo veel verlof was gekomen. Dan ging hij glunderend van trots vertellen hoe hij als eenvoudige jongen van het Brabantse land al die hooggeleerde heren als psychiaters en psychologen had kunnen wijs maken dat hij echt geen ander ideaal meer had dan een eerzaam autosloperijtje te beginnen."
“Twee dagen na zijn bekentenis kreeg Toon geweldige spijt”
Zaterdag 23 januari, 16.00 uur gebeurde het onvoorstelbare: Toon sloeg door. Noemde naam en toenaam van z'n mededaders. De rechercheurs wisten niet wat hun overkwam, want er was nog steeds nauwelijks bewijs. “Achteraf is er wel een verklaring voor die bekentenis," meent Schalken. "Kennelijk overtuigd dat de anderen wel bekend hadden, herinnerde hij zich nog drommels goed dat hij de vorige keer de allerzwaarste straf had gekregen omdat hij was blijven ontkennen. Hij moet tenslotte gedacht hebben: "Toontje houdt z'n kop en krijgt de zwaarste straf, zal nu niet wéér opgaan!"
Officier van justitie mr. M. Kolkert zei na de rechtszaak met een zuinig gezicht: "Ik heb die bekentenis ook laten meewegen in mijn eis en heb daarom niet de maximale straf van 16 jaar gevorderd, maar vijftien jaar." Schalken: "Twee dagen na de bekentenis kreeg Dikke Toon geweldige spijt. Deed zelfs een soort zelfmoordpoging door z'n polsen met een stuk glas te verwonden. Volgens de psychiater een kreet om aandacht. Omdat hij zich realiseerde dat hij z'n status volledig kwijt was en het verder wel kon schudden."
De andere leden van de bende bekenden vervolgens ook. Eerst Willem W. alias "Den Bels". Toen Albert V. en pas na drie maanden Tonny P., een neef van de leider. De enige die ere-code van de bende gestand deed en z'n kiezen op elkaar hield was Theo den D. Toon kreeg deze week 14 jaar gevangenisstraf, de anderen 8 tot 10 jaar. Het speciale Kempen-rechercheteam is weer ontbonden. Het is weer rustig op het Brabantse land. "Maar ik ben alleen bang dat iedereen over acht jaar wéér vergeten is wat Toontje heeft gedaan en dat hij dan wéér lange proefverloven krijgt," verzucht hoofdinspecteur Schalken. "Dan kunnen we het speciale rechercheteam opnieuw bij elkaar roepen."
Bron: De Telegraaf | 24 Juni 1985
Menno en Maup schoten op alles wat bewoog Kempenbende was schrik van Brabant
Een reeks hondsbrutale roofovervallen eindigde met een hinderlaag voor de politie en een spervuur van 120 kogels: "Dit is de zware criminaliteit die we met elke vezel moeten bestrijden, anders gaat de samenleving te gronde," zei gisteren officier van justitie mr. G. Regelink.
Voor de rechtbank in Den Bosch eiste hij 14 jaar gevangenisstraf tegen Maup P.(22) en Menno van M. (29), de twee eersten van een bende van vijf die worden berecht voor wild west-vertoningen in zuidoostelijk Brabant.
Op de avond van 26 januari werd een niets vermoedende automobilist op de A2 rechts ingehaald. De auto ging voor hem rijden, de achterklep vloog open, en de kogels vlogen hem om de oren. Ze gingen door voor- en achterruit en in een hoofdsteun. "Een wonder dat de man, zijn vrouw, baby en hond niet werden geraakt. Dit was puur op doden gericht. En dat tolereren deze verdachten. Zij zijn alleen uit op geldelijk gewin en daarvoor moet desnoods menselijk leven worden opgeofferd!" riep de officier plotseling in een woedende uitval.
Stormram
De schutters werden op dat moment achtervolgd door politie, nadat zij in Oirschot de Postbank van 80 mille hadden beroofd, waartoe de gevel met de stormram van een andere auto kapot was gebeukt. Deze auto werd na de roof met een molotowcocktail in brand gestoken, waarbij ook de auto van een klant van de bank verloren ging.
Maup en Menno ontkennen alles. "Ik weet nergens van", zei de een. "Het gaat mijn verstand te boven", deelde de ander mee. Toch had de politie hen al een tijdje op het oog gehad. Er was zelfs intensief geobserveerd bij hun thuishaven, een woonwagenkamp in Waalre, nadat was opgevallen dat de werkwijze bij een hele reeks gewapende overvallen steeds dezelfde was: rammen, roven en de brand in de( gestolen) auto.
Mitrailleur
Na de schietpartij op de autoweg draaide de schutterswagen een afslag bij Leende in. De politie verwachtte dat de rovers te voet verder wilden en stopte. Maar toen werden de agenten onthaald op nog meer kogels. Menno van M. werd herkend als de man die, maaiend met een uzi-pistoolmitrailleur voor zijn buik, schoot op alles wat bewoog. Vier agenten raakten gewond: een kreeg een kogel in de schouder, de anderen werden getroffen door glassplinters in hun gezicht en ogen.
Poging tot moord en diefstal met geweld, zo luidde gisteren het justitiële verwijt. Maup zou ook hebben meegedaan aan de overval op een ABN-kantoor in Asten, begin november, en Menno moet van de partij zijn geweest bij een roof bij de Rabo te Vessem. In beide gevallen ramde men zich naar binnen met een spoorbiels die tevoren al in de grond was verborgen.
"Kwaadaardig" noemde de officier de verdachten. "Het enige strafdoel kan hier zijn: bescherming van de maatschappij."
Uitspraak: 12 mei
Bron: De Telegraaf | 29 April 1989