201

Een van mijn redenen om te pleiten voor een stopzetting onderzoek, een dikke MEA CULPA vanwege de overheid en en een zeer grote onvoorwaardelijke schadevergoeding voor de slachtoffers (specialisten verzekeringsrecht  zullen wel uitmaken hoever dit gaat),  is en ik verwoord het iets anders als FrCre, maar is ga volledig akkoord dat de door FreCR geponeerde stelling dat het juridisch een kwelling zal zijn om de de verjaringstermijn per feit uit te maken die niet 100 % te maken heeft met Aalst.

Of er kan onomstotelijk aangetoond worden dat voorgaande feiten gebeurd zijn om Aalst mogelijk te maken, maar dat zou me heel straf lijken. Dit is alvast de mening van enkele juristen de ik gesproken heb.Het is een samenvatting, al waren de meningen niet 100% gelijk, maar het resultaat volgens mij als niet-jurist wel. Maar andere juristen zullen er misschien anders over denken. 
 
En dan hebben we het nog niet over uitspraken van het Europese hof voor de rechten van de mens waar verjaringsperiode en afkeer voor retro-aanpassing van wetgeving, doorsnee genomen als heilig onderdeel van de rechtspraak wordt beschouwd.

Het siert de onderzoekers dat ze zich vastklampen aan elke strohalm; maar dit "Advanced DNA Analysis"; kan mijn inziens enkel in het beste geval vooral wat décharge informatie geven omdat de gegevens uit dergelijk onderzoek nog een te grote foutenmarge heeft.

Uit dit soort onderzoek kunnen wel wat basiskenmerken met een bepaalde zekerheid, maar soms maar van enkel percenten geven.
De fysieke eigenschappen wordt behalve door genetische aanleg, even goed bepaald door levenswijze, ontwikkeling in jeugd, enz.

Neem nu bijvoorbeeld dat uit het onderzoek komt dat dit gaat om een West-Europese man, vermoedelijk regio  NL, BE, FR, DE met vermoedelijk 60% kans of blond haar en 70% blauwe ogen, en meer aanleg om groot van gestalte te zijn dan eerder klein van gestalte. Dan wijzen alle believers van een bepaalde theorie allemaal ineens naar een bepaalde dader. Het aantal vals positieven kan zeer groot zijn.

Het werkelijke uitzicht van iemand (als hij zich niet vermomd) wordt vooral bepaald door zijn gewicht, BMI, actuele haarkleur (bruin bij geboorte kan al eens later grijs worden of helemaal weg), type haargroei, baard, persoonlijke verzorging van de persoon, vals gebit, ,  tandimplantaten, enz. En dan laten we plastische chirurgie nog helemaal buiten beschouwing omdat dat anno jaren 80 wat ver gaat.

Diegene die verwachten dat uit dergelijk onderzoek een onbetwistbare robotfoto rolt, moeten toch hun mening herzien. Misschien binnen 10 of 20 jaar na heel wat studie. Dergelijke firma' tonen natuurlijk op hun websites de meest commerciële interessante matches in eigen studies.

Moest de persoon van het DNA nu toevallig een ziekte hebben die genetisch is en heel heel zeldzaam, dan zit hij misschien ergens in een hospitaal-databank, maar die kansen zijn allemaal wel klein. Maar het kan. Mogelijke aanleg voor suikerziekte zal niet genoeg zijn.

Maar, eerlijk is eerlijk, elk initiatief kan enkel aangemoedigd worden als men wil blijven onderzoeken.

Hopelijk is het niet het DNA van niemand bij de fabriek Wittock-Van Landeghem in Temse, bv naaier als het vanbinnen in een versneden stuk zat. Of van een verkoper, klant, enz, die één van deze prototypes eens heeft gepast.

Vermeulen wrote:

Diegene die verwachten dat uit dergelijk onderzoek een onbetwistbare robotfoto rolt, moeten toch hun mening herzien. Misschien binnen 10 of 20 jaar na heel wat studie. Dergelijke firma' tonen natuurlijk op hun websites de meest commerciële interessante matches in eigen studies.

Moest de persoon van het DNA nu toevallig een ziekte hebben die genetisch is en heel heel zeldzaam, dan zit hij misschien ergens in een hospitaal-databank, maar die kansen zijn allemaal wel klein. Maar het kan. Mogelijke aanleg voor suikerziekte zal niet genoeg zijn.

Maar, eerlijk is eerlijk, elk initiatief kan enkel aangemoedigd worden als men wil blijven onderzoeken.

Hopelijk is het niet het DNA van niemand bij de fabriek Wittock-Van Landeghem in Temse, bv naaier als het vanbinnen in een versneden stuk zat. Of van een verkoper, klant, enz, die één van deze prototypes eens heeft gepast.

Een onbetwistbare robotfoto verwacht ik niet, maar ik mag veronderstellen dat de speurders de persoonsbeschrijving die uit dit onderzoek rolt gaan toetsen aan de al bekende beschrijvingen zoals getuigen die hebben gedaan. Door het samenleggen van die gegevens kan mogelijk wel een nieuwe robotfoto worden gemaakt die nauwkeuriger is dan wat er nu is. Nu staart iedereen zich blind op die gele affiches terwijl er goede redenen zijn om die met een snuif zout te nemen. Die snuif is straks hopelijk wat kleiner, toch wat betreft één dader. De gele affiches hebben vermoedelijk tot meer vals positieven geleid dan wat een nieuwe robotfoto kan opleveren.

Volgens het stuk in De Morgen gaan de speurders er van uit dat het DNA afkomstig is van iemand die het vest heeft gedragen. In welke vorm men DNA vond, kan iets zeggen. Gaat het om bloed? Zweet? Huidschilfers? Een combinatie ervan? We moeten erop vertrouwen dat de speurders met die gegevens kunnen inschatten of de kans groot is dat het om een dader gaat of een personeelslid van Wittock. En als het om bloed gaat, wordt de theorie versterkt dat een van de bendeleden in Aalst door een kogel werd geraakt. Wat weer een extra puzzelstukje is voor de persoonsbeschrijving.

Dit onderzoek gaat het mysterie vast niet op een namiddag oplossen maar het zal een stapje vooruit kunnen betekenen. En technisch bewijs heeft voor dit dossier meer waarde dan het zoveelste mistige verhaal van oud-criminelen, ex-rijkswachters of extreemrechtse militanten die mekaar van deelname aan de bende beschuldigen.

Uit het artikel van 6 oktober 2018: Op de bewuste kogelvrije vest – vermoedelijk gestolen door de Bende in de nacht van 9 op 10 september 1983 uit de producerende fabriek Wittock-Van Landeghem in Temse en gedropt in het kanaal na de laatste Bende-aanslag in Aalst – werd in 2010 al een DNA-onderzoek uitgevoerd.

Wil dit zeggen dat men dus nog altijd niet 100% zeker is dat de opgeviste vest in Ronquières afkomstig is van de diefstal van 9 september 1983 in Temse en/of deze diefstal door de Bende van Nijvel werd gepleegd?

Een kleine synthese van de factoren die voor de afbraak van DNA kunnen zorgen.

Afbraak biologisch sporenmateriaal 4 factoren

Eén van de belangrijkste forensische sporen zijn de biologische sporen. Deze sporen kunnen immers – middels DNA-onderzoek – leiden naar de identiteit van de donor van het biologisch spoor.

Het DNA-onderzoek heeft de afgelopen 30 jaar grote ontwikkelingen doorgemaakt. Inmiddels zijn er al vele zaken bekend waarin (nieuwe) DNA-technieken tot nieuwe inzichten in oude zaken hebben geleid. In bepaalde situaties heeft dit zelfs geleid tot het vrijlaten van gedetineerden die onterecht vastzaten voor een delict.

Voorafgaand aan het ‘DNA-tijdperk’ was men niet op de hoogte van de mogelijkheden van onderzoek aan minieme biologische sporen. Toch is het in veel gevallen nog mogelijk om DNA-onderzoek uit te voeren aan deze oude sporen, terwijl er op het moment van verzamelen en opslag geen bijzondere maatregelen zijn genomen om de sporen onder gedegen condities te bewaren.

Aan de andere kant zijn biologische sporen erg kwetsbaar. Verschillende factoren, zoals zonlicht, vocht en warmte, hebben direct invloed op de afbraak van biologisch materiaal. In dit artikel 4 factoren die invloed hebben op de afbraak van biologisch sporenmateriaal.

Afbraak biologisch sporenmateriaal

Het genetisch materiaal (DNA) waar een DNA-profiel van kan worden opgesteld bevindt zich in biologische (lichaams)cellen. Lichaamscellen ‘verversen’ voortdurend; er worden nieuwe cellen aangemaakt en ‘oude’ cellen afgebroken.

Naast de informatie die in de cellen ligt opgeslagen, krijgt een lichaamscel ook voortdurend ‘informatie’ van buiten de cel aangeleverd. Als een lichaam sterft, of het lichaam verlaat, wordt deze informatie niet meer aangeleverd en zal de cel afsterven.

Verschillende andere factoren hebben invloed op de snelheid van deze afbraak. Veel van deze factoren zijn omstandigheden die er zijn op de locatie waar een biologisch spoor wordt achtergelaten. Een aantal van de factoren kunnen we echter beïnvloeden vanaf het moment dat een spoor wordt veiliggesteld en bewaard ten behoeve van vervolgonderzoek.

Omgevingscondities

In het lichaam zijn de optimale condities aanwezig voor het bestaan, afbraak en aanmaak van lichaamscellen. Wanneer biologische cellen buiten het lichaam komen, vallen deze condities weg en kan een cel alleen nog maar afbreken. Onder invloed van enzymen in de cel en door andere factoren zal deze afbraak ook plaatsvinden.

Warmte

Warmte zorgt voor de afbraak van de verbindingen tussen de afzonderlijke bouwstenen van het DNA. De bouwstenen laten elkaar los en hierdoor bestaat het DNA niet meer in de structuur die we kunnen gebruiken voor een DNA-profiel.

Vocht

In iedere levende cel is een bepaalde mate van vocht aanwezig. De cellen hebben dit ook nodig om  hun processen te kunnen uitvoeren. Wanneer celmateriaal echter in aanraking komt met vochtige omstandigheden, water buiten het lichaam, en de cel geen materiaal meer aangeleverd krijgt uit het lichaam, zal de cel afbreken waarbij de invloed van (‘extern’) vocht dit afbraakproces versneld. Het vocht zorgt ervoor dat de verbindingen tussen de bouwstenen van het DNA afbreken (net als bij warmte).

Wanneer een monster wordt opgeslagen in een luchtdichte verpakking (plastic zakje) zal het vocht er eveneens voor zorgen dat het biologische materiaal schimmelt. De cellen breken af waardoor het materiaal ongeschikt raakt voor verder (DNA-)onderzoek.

Zonlicht

De UV-straling uit zonlicht zorgt eveneens voor beschadiging van DNA. Door blootstelling aan direct zonlicht (UV-straling) verliest het DNA zijn vermogen om te kunnen vermenigvuldigen. Een onderdeel van het proces van het maken van een DNA-profiel, is het vermenigvuldigen van het aanwezige DNA. Als dit proces niet meer plaats kan vinden, kan geen DNA-profiel worden opgesteld.

Wasmiddelen/Zeep

Wasmiddelen hebben de eigenschap om (versneld) cellen af te breken en hierdoor hun verbinding met de ondergrond te doorbreken. Het object wordt immers schoon als de ‘vuil’-deeltjes loskomen van de ondergrond die we schoon willen maken.

Wasmiddel (zeep) breekt het celmembraan af, waardoor de inhoud van lichaamscellen vrij komt uit de cel. Als een cel afbreekt, kan er geen onderzoek meer plaatsvinden en zal de ‘celinhoud’ snel worden afgevoerd met het afvalwater na het schoonmaken. Dit proces vindt niet alleen plaats als we zelf met een sponsje een ondergrond poetsen, maar onder andere ook in de vaatwasser en de wasmachine.

Er zijn nog andere factoren (zoals invloeden van bepaalde chemische middelen) die effect kunnen hebben op de kwaliteit van een biologisch spoor. Inmiddels hebben ontwikkelingen in de wetenschap er echter ook voor gezorgd dat in veel gevallen nog wel een (gedeeltelijk) DNA-profiel kan worden opgesteld uit gedegradeerd sporenmateriaal.

Wanneer we er echter rekening mee houden welke factoren effect hebben op de kwaliteit van een DNA-spoor kunnen we ook beter bepalen welke betekenis aan een gevonden spoor en opgemaakt (gedeeltelijk) DNA-profiel kan worden toegekend.

Bron: www.forensicon.nl

205

Merovinger wrote:

Een kleine synthese van de factoren die voor de afbraak van DNA kunnen zorgen.

Bedankt voor de tips, altijd handig om weten moest het ooit van pas komen!

Het DNA-spoor op de kogelwerende vest opgevist in Ronquières werd wel degelijk op de kraag gevonden. Op de kraag werd een bloedspoor gevonden die tijdens een forensisch onderzoek letterlijk aan het licht is gekomen. Het DNA is nu naar Lyon gebracht voor verdere verfijning.

Het ziet er eigenlijk toch wel naar uit dat het federaal parket één persoon of meerdere personen in het vizier heeft en over hem/hen zoveel mogelijk materiële bewijzen tracht te verzamelen. Men is blijkbaar ook de verstrekte alibi's aan het nakijken, wat na meer dan 30 jaar toch wel straf is en want nog moeilijk te controleren valt. Heeft men iemand op het oog die er zich destijds vanaf heeft gemaakt door het geven van een alibi?

Minister Koen Geens: De informatie die ik u nu kan geven is afkomstig van het federaal parket. Zoals werd aangegeven in de uitzendingen van het programma Faroek en van de RTL, concentreert het onderzoek zich thans op de materiële feiten, onder meer de in beslag genomen goederen, documenten en wapens, vingerafdrukken, de DNA-sporen en de verstrekte alibi's. Het onderzoek wil zich namelijk hoeden voor veronderstellingen en hypotheses die feitelijke grondslag missen.

(...)

Minister Koen Geens: "Het federaal parket meent dat op dit ogenblik geen nood bestaat om een nieuwe vergadering met de slachtoffers te organiseren. Het gerechtelijk onderzoek is volop gaande. Voor bepaalde aspecten werd de hulp van het publiek ingeroepen, dit via de media in Vlaanderen en Wallonië. Van een aantal andere aspecten van het onderzoek werd melding gedaan, bijvoorbeeld het DNA-onderzoek in Lyon, de nadruk die wordt gelegd op de materiële bewijzen. Het is het belang van het onderzoek en zijn evolutie en gezien het beroepsgeheim thans niet mogelijk om uit te leggen op welke personen, pistes en situaties onderzoeken worden uitgevoerd".

Bron: Verslag Commissie voor de Justitie nr. CRIV 54 COM 994 | 7 november 2018

In het geval van "cold cases", zoals het Bende van Nijvel-dossier, wordt statistisch gezien slechts 5% opgelost via DNA matches en bekentenissen. In de meeste gevallen zit de oplossing in:

  • meestal door nieuwe getuigen die opduiken

  • nieuw bewijsmateriaal van een oude getuige dat men overkeken had, of genegeerd had.

  • een nieuwe theorie omtrent de cold case.

Als men nu hoopt op een oplossing via DNA of via bekentenissen ... de criminologische statistieken zitten wat tegen. wink

Bron: "Insane Killers inc" - Charles Maurice.

FYI: Charles Maurice is een pseudoniem van een Franstalige (journalist denk ik). Hij wil geen tweede Guy Bouten worden en vervolgd worden door Beijer en De Staerke denk ik.

Ter aanvulling. De auteur refereert in zijn boek op wetenschappelijke, academische wijze (via genummerde referenties bij een zin naar een bibliografie achteraan). Bij de claim die hij hierboven maakt in zijn tekst verwijst hij naar volgend wetenschappelijk artikel in een erkentelijke journal » onlinelibrary.wiley.com

Working Smarter on Cold Cases: Identifying Factors Associated with Successful Cold Case Investigations†

  • Robert C. Davis M.S.

  • Carl J. Jensen III Ph.D.

  • Lane Burgette Ph.D.

  • Kathryn Burnett M.A.