Topic: Gang der Sicilianen
De "Gang der Sicilianen" was een bende die in 1972-1972 verschillende overvallen pleegde, vooral op banken, in de streek van de Borinage en het Centrum (beiden in Henegouwen). De daders waren steeds met drie of vier. Ze waren steeds gewapend en droegen een bivakmuts. Ze maakten gebruik van een gestolen auto die enkele kilometers verder werd achtergelaten.
Feiten:
In totaal pleegden ze een twintigtal misdrijven.
12 Juni 1972: Overval op Café Stauart in La Louvière. Alle aanwezigen werden van hun geld en juwelen beroofd
31 Juli 1972: Mislukte overval op het postkantoor van Saint-Vaast
27 September 1972: Diefstal in de gemeenteschool van Houdeng
20 Oktober 1972: Diefstal in de gemeenteschool van Chapelle-lez-Herlaimont
4 November 1972: Mislukte overval in Maurage
17 November 1972: Overval op de firma Ledecq, Faubourg de Soignies te Nijvel. Buit: 25.000 fr.
27 November 1972: Overval op een postkantoor in Familleureux. Buit: 20.000 fr.
8 December 1972: Overval op een kantoor van de Bank van Brussel in Bois-d’Haine. Buit: 13.950 fr. Tijdens de overval wordt er een schot afgevuurd naar de filiaalhouder. Dit gebeurde nadat één van de gangsters had geroepen: “Schiet, schiet dan toch.”
22 December 1972: Overval op een kantoor van de Bank van Brussel in Bois-d'Haine. Buit: 30.000 fr.
4 Januari 1973: Overval op een kantoor van de Generale Bank op de Grote Markt van Obourg. Buit: 400.000 fr.
25 Januari 1973: Overval op een kantoor van de Generale Bank in Hesnies. Een medewerker van de bank wordt neergeschoten. De man overlijdt tien dagen later in het ziekenhuis.
Daarnaast is er nog een inbraak in metaalbedrijf in Seneffe en verschillende autodiefstallen waaronder twee in Seneffe.
Leden:
De bende bestond uit zes personen. Vier mannen die de overvallen pleegden en twee die de wapens leverden. (Leeftijd in juni 1975.)
Giuseppe Galione (25), Houdeng-Ameries
Pietro Tinebra (24), La Louvière
Salvatore Angello (24), Haine-Saint-Pierre
Angelo Gati (25), Maurage
Salvatore Marotta (46), Saint-Vaast (wapenleverancier)
Calogero Marrella (30), Triviers (wapenleverancier)
Casarino Gallo
De bende tijdens het assisenproces in 1975:

De door de bende gebruikte wapens:

Gewapende overvallen te Woutersbrakel en te Nijvel
Vrijdag te 10u45 is een gewapende overval gepleegd in het postkantoor van Woutersbrakel. De overval werd gepleegd door een enkele gewapende man. De buit bedraagt ongeveer 100.000 fr
Gauw meegepakt
Vrijdag omstreeks 13u30 zijn twee onbekenden, nadat een medeplichtige hen met een rode Fiat voor de firma Ledecq, gevestigd Faubourg de Soignies te Nijvel, gebracht had, gewapend en gemaskerd de kantoren binnen gestapt. Zij verplichtten de zoon van de h. Ledecq hen het koffertje met de lonen van de werknemers te overhandigen. De overvallers sprongen met 25.000 fr. in de Fiat en verdwenen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1972
Henegouwen van beruchte bende gezuiverd
De rijkswacht van La Louvière heeft een grote slag geslagen. Het is haar namelijk gelukt een roversbende achter slot en grendel te zetten, die de jongste tijd In de streek van de Borinage en het Centrum tal van gewapende overvallen pleegde, vooral op bankinstellingen. Het gaat om vier Sicilianen, die wellicht zwaar zullen boeten, omdat bij hun jongste hold-up, nl. te Hensies, een dode is gevallen.
Een van de aangehoudenen heeft toegegeven te hebben deelgenomen aan de hold-ups te Bois-d'Haine, te Familleureux, te Obourg en te Hensies. Zijn spitsbroeders, die door de gerechtelijke autoriteiten van La Louvière duchtig op de rooster worden gelegd, ontkennen vooralsnog.
De overval te Familleureux gebeurde op 27 november jl. omstreeks 9u30. Twee gewapende mannen, het aangezicht verborgen achter een muts, drongen er het postkantoor binnen en dwongen de twee cliënten die binnen stonden op de grond te gaan liggen. Hun buit bedroeg amper 20.000 fr. daar ze “vergaten” de brandkoffer te ledigen, die heel wat rijker voorzien was.
Vier weken later, namelijk op vrijdag 22 decembers tapten omstreeks het middaguur drie gangsters het bijkantoor van de Bank van Brussel te Bois-d’Haine binnen. De bandieten, die gemaskerd waren, dwongen de zaakvoerder onder bedreiging van hun vuurwapens, de geldkoffer te openen, die nog geen 30.000 fr. Bevatte. Alvorens met de buit te vertrekken in een auto waarin een vierde gangster op hen wachtte, sloegen zij de zaakvoerder neer met de kolf van een pistool.
Onvoorzichtigheid
Met het geringe rendement van deze twee strooptochten konden de gangsters vanzelfsprekend geen grote sier maken. “Loon naar werken” kregen ze echter op 4 januari. Die donderdagochtend drongen vier gewapende jongemannen het bijkantoor van de Generale Bankmaatschappij aan de Grote Markt te Obourg binnen.
Onder bedreiging van hun pistolen eisten ze het geld op. Zo werden in een minimum van tijd een kleine 400.000 fr. buitgemaakt. Ze begingen echter een kapitale fout; het was de bedienden namelijk niet ontgaan dat de bandieten Frans spraken met een Italiaanse tongval. Wellicht heeft deze wetenschap de ontmaskering van de bende in de hand gewerkt.
Een nog grotere vergissing begingen ze echter te Hensies, aan de Franse grens. Hier liep alles mis op de die bewuste 25 januari, toen zij eveneens een bijkantoor van de Generale Bankmaatschappij poogden te plunderen. Omdat een der aanwezige bedienden het alarmsysteem in werking bracht, zagen de gangsters zich genoodzaakt ijlings de vlucht te nemen.
Ze waren zo in paniek dat een hunner in het wilde weg begon te schieten met zijn pistool waarbij de 32-jarige bediende Pierre Cantineau levensgevaarlijk gekwetst werd. De man overleed trouwens tien dagen later in een Leuvense kliniek.
Tactiek
Het is opvallend dat bij al deze hold-ups volgens eenzelfde patroon te werk werd gegaan. Telkens waren de bandieten - of ze nu met twee, drie of vier waren - gewapend en hadden zij hun gelaat verborgen. Een andere kenmerkende eigenschap is dat zij zich bij hun strooptochten steeds bedienden van een gestolen auto, die even later enkele kilometers verder werd achtergelaten.
De namen van de aangehouden Sicilianen werden nog niet bekend gemaakt. Evenmin konden we vernemen of de bende uit meer dan vier personen bestaat en hoe lang hun stroperslijst uiteindelijk wel is. Voor de onderzoeksrechter nog en hele karwij om alle onderdelen van de legpuzzel in hun juiste vakje te plaatsen. Nu het viertal in zijn vlucht gekortwiekt is, moet het evenwel mogelijk zijn al die geheimen bloot te leggen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Februari 1973
Hoe de Siciliaanse gangsters gesnapt werden
De ondervraging van de donderdagochtend aangehouden Siciliaanse gangsters werd vrijdag door de BOB van Bergen voortgezet. Bij hun aanhouding waren de vier mannen toebereidselen aan het treffen voor een nieuwe slag. In de garage van één der gangsters, Galione, werd een gestolen wagen aangetroffen waarin zich wapens bevonden.
Volgens de onderzoekers geven de vier blijk van een volslagen cynisme. Galione zou aan de rijkswachter verklaard hebben dat zijn zoon, als hij groot is, hen van kant zal maken.
Op 23 januari van dit jaar heeft het geen haar gescheeld of de ganse bende liep tegen de lamp hij een controle van hun identiteit door de rijkswacht. Toen één van de vier te Chatelineau een bankkantoor bestudeerde terwijl de drie anderen in een wagen wachtten, had de rijkswachtpatrouille toen de wagen onderzocht en zij had wapens ontdekt.
Na de overval te Hensies, waarbij een bankbediende gedood werd, sloeg de politie groot alarm. De rijkswachters die de identiteitskaarten afgeschreven hadden, gaven de namen van de vier Sicilianen toen door aan de BOB van La Louvière.
Nadat de gerechtelijke politie van Bergen uit Brussel verwittigd was dat een zekere Galione in Ukkel getracht had een landgenoot 50.000 fr. af te troggelen, begonnen er vermoedens te rijzen. De foto van Galione werd herkend door de zaakvoerder van het kantoor te Hesnies. De identificatie van de andere bendeleden was toen maar een koud kunstje.
Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Februari 1973
Siciliaanse bandieten deden hun daden over te La Louvière
Stevig geketend aan hun “bewaarengelen” - een stel stoere rijkswachters - keerden de Siciliaanse bandieten Galione en Tinebra dinsdag terug naar La Louvière, ditmaal voor de reconstructie van enkele van hun wandaden.
Het parket stond onder de leiding van onderzoeksrechter Hervé Puisse. Er was een uitgebreide ordedienst aanwezig om de massa nieuwsgierigen op behoorlijke afstand te houden.
De 23-jarige Giuseppe Galione uit Houdeng-Aimeries en de 22-jarige Pietro Tinebra uit La Louvière zelf zagen er thans heel wat minder uitdagend uit dan in februari jl., op het ogenblik van hun aanhouding.
De reconstructie zelf bracht geen nieuwe elementen aan het licht. Wel konden ieders verantwoordelijkheden nauwkeuriger worden omlijnd en kwam nagenoeg vast te staan dat Tinebra in feite de leider van de bende was en dat hij om zo te zeggen het “brein” achter de operaties van de zg. “Gang der Sicilianen” was.
Dinsdag werden drie overvallen overgedaan: de zaak in café Stuart te La Louvière, waar op 12 juni van vorig jaar alle aanwezigen van hun geld werden beroofd en sommige vrij hardhandig werden aangepakt, de mislukte overval te Maurage op 4 november 1972, en de mislukte overval op het postkantoor van Saint-Vaast op 31 juli 1972.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 maart 1973
“Bende der Sicilianen” staat terecht
Onder bescherming van een indrukwekkend aantal rijkswachters met geweer of machinepistool aan de riem - er waren immers telefonische bedreigingen geuit - begon maandagochtend In het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door de h. Stranart, het proces ten laste van de zes Sicilianen die in 1973 een twintigtal misdaden pleegden. Daaronder was de bankoverval van Hensies, die het leven kostte aan de kassier, Pierre Catineau.
De zes beklaagden zijn: Guiseppe Galione (25), van Houdeng-Aimeries, die verdedigd wordt door Mr. Eric Vergauwen en Mr. Fernande Motte-De Raedt; Pietro Tinebra (24) van La Louvière, verdedigd door Mrs. Michel Mahaux en Ronald Thomas; Salvatore Angello (24) van Haine-Saint-Pierre, verdedigd door Mrs. José Bossu en Noëlla Bricourt; Angelo Gati (25) van Maurage, verdedigd door Mr. Lucien Dufrasne, tevens verdediger van de zesde beklaagde; Salvatore Marotta (46) van Saint-Vaast, verdedigd door de Mrs. Pierre en Martine Saint-Guillain; Calogero Parrella (30) van Triviers.
Beide laatsten verschijnen vrij
Als aanklager treedt advocaat-generaal François Preud’homme op, terwijl voorzitter Stranart als bijzitters de heren Poppyn en Herman heeft. Er zijn verscheidene burgerlijke partijen voorzien maar zij zullen zich pas in de loop van het proces stellen. Mw. Nerina Massignani zal als tolk optreden. Het proces zal niet minder dan veertien dagen in beslag nemen en misschien komt er nog wel een derde week bij.
Arsenaal
De tafel met de bewijsstukken biedt de aanblik van een waar wapenarsenaal: negen geweren en vijf pistolen. Onder de gezworenen - er worden veiligheidshalve twee reserveleden gekozen - komen vier vrouwen voor. Zij zullen te oordelen krijgen over de 23 aanklachten die tegen de zes Sicilianen zijn uitgebracht.
Nadat de jury was aangewezen begon griffier André Bellot aan de voorlezing van de akte van beschuldiging, die nagenoeg drie uren duurde, waarna de zitting werd geschorst tot dinsdag.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Juni 1975
Sicilianen leerden hun “vak” snel
Dinsdadagochtend is voor het Hof van Assisen van Henegouwen het proces voortgezet ten laste van de gang der Sicilianen, die zich te verantwoorden heeft wegens een aantal misdrijven, waarvan een bankoverval met dodelijke afloop.
De ochtendzitting begon met de zaak van de gewapende overval op het café “Le Stuart”, een sjieke drankgelegenheid in La Louvière. De daders waren Galione, Tinebra en een derde man, die momenteel in een Italiaanse gevangenis zit. Galione had liever een bank overvallen, maar Tinebra vond het een beetje gewaagd zonder voorafgaande “training”, zodat de keuze dan maar op de “Stuart” viel. Marotta stelde een echt pistool ter beschikking, terwijl Montana het met een speelgoedrevolver moest doen.
Toen zij de drankgelegenheid binnenvielen, verplichten zij alle verbruikers - een tiental - op de knieën te gaan zitten en hun juwelen op een hoopje te leggen. Toen het niet vlug genoeg ging, vielen er zelfs enkele klappen. Ook de lade werd geledigd. De gangsters sloegen op de vlucht toen een van de verbruikers ingevolge een harde slag met een pistoolkolf overvloedig begon te bloeden.
Ringen als beloning
Tijdens de ondervraging bekende Marella dat hij als contactman tussen Marotta en Galione was opgetreden. Als beloning voor zijn diensten had hij twee ringen gekregen. Volgens de rechter van onderzoek wist Marella heel goed welk gebruik er van het wapen zou worden gemaakt, terwijl Marotta van niets afwist.
De voorzitter tot Galione: “Hebt U geslagen met uw wapen?”
Galione: “Ja, zo een paar tikjes.”
Voorzitter: Maar dan zulke tikjes dat de wonden van verscheidene mensen moesten worden gehecht?
Tinebra zorgde er voor dat het scenario niet in de war werd gestuurd en betrok de wacht aan de binnenkant van de ingangsdeur. Een der getuigen in de zaak is de waard van de “Stuart”, Maurice Beaumez, wiens portefeuille die dag een vijftienduizend frank lichter werd. De brutaalste van het drietal was Galione, aldus de man. Dat is echter niet de mening van Jean-Marie Nalinnes, de barman, die zei dat Tinebra er even lustig op los mepte, zelfs met de loop van het wapen.
De voorzitter vraagt terloops waarom niet iedereen met namaakrevolvers was uitgerust, vermits het er toch om te doen was de verbruikers bang te maken. Waarop het gevatte antwoord van Galione kwam: “een echt pistool gaf ons meer moed”.
Mislukking
Vervolgens gaat het om de diefstal van een wagen en de poging tot diefstal in het postkantoor van Saint-Vaast, op 31 juli 1972. Hier ook waren Galione, Tinebra en Montana de daders en was het nog eens Marella die Galione een 7,65mm-pistool bezorgde. De onderzoeksrechter verklaart dat Galione zijn eigen auto niet meer wou gebruiken, zodat de eerste twee er eentje gingen stelen op een parkeerterrein. Aanvankelijk was het hun bedoeling het postkantoor van La Croyère aan te pakken maar ... er was teveel volk, zodat zij naar Saint-Vaast trokken. Hier ook echter liep het mis met het scenario.
Nadat Galione de aan het loket wachtende klant had neergeslagen en de bediende in bedwang hield, kwam een cliënte opdagen. Montana trachtte ze naar binnen te trekken, maar de vrouw rende de straat op en begon luidkeels te schreeuwen. Toen ook de vrouwelijke bediende aan het gillen ging, dropen de aanranden af en wipten in de auto waarmee Tinebra wachtte.
De laatste getuige van de ochtendzitting is de eigenaar van de auto, die verzekert dat zijn deuren wel gesloten waren, maar dat de gangsters een raampje achterin stuk sloegen.
Postoverval
Tijdens de namiddagzitting getuigen de twee rijkswachters die het onderzoek instelden na de overval in de “Stuart”. Daarna komt de mislukte postoverval van Saint-Vaast op het tapijt. De toenmalige bediende Mw. Genonceaux - ze was pas op de dag van de overval in dienst gekomen - verduidelijkt dat de aanvallers gemaskerd waren en dat zij met een wapen werd bedreigd. Een der bandieten gaf haar bevel de deur tussen de publieke ruimte en de kantoorruimte te openen. Zij deed echter slechts alsof. Op dat ogenblik kwam immers Mw. Nicole Etienne binnengestapt, wat de rovers op de vlucht dreef.
Vervolgens komen enkele andere misdrijven aan de orde, o.m. de Inbraak in een metaalbedrijf te Seneffe, waar Galione zelfs een pistoolschot afvuurde dat echter niemand trof.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1975
Zes steekkaarten
Ieder van de beklaagden heeft zowat zijn eigen persoonlijkheid. Galione is gehuwd en vader van een kind. Standvastigheid was niet bepaald zijn grootste gave. Als werknemer in een Fiat-garage had hij een hang naar wagens van dat merk voor het plegen van zijn overvallen. Op het ogenblik van de feiten leefde hij van de ziekenkas en ontving 11.000 fr. per maand.
Tinebra getrouwd met een Italiaanse maar zijn huwelijk liep op de klippen. Nadien ging hij met een française samenwonen maar toen die zwanger was, liet hij haar ook maar in de steek. Tinebra, die sinds 1972 werkloos was, stond als een minzame en intelligente kerel.
Agnello was zowat de man van de twaalf stielen en dertien ongelukken. In 1970 vertrok hij uit de ouderlijke woning en ging als ober te Brussel werken. In 1972 stal hij een wagen te Knokke. Intelligent en knap, zo kan men hem beschrijven. Hij stelde de geneugten van het dagelijks bestaan op prijs.
Gati, die eveneens in Italië geboren werd, kwam na de oorlog met zijn ouders naar ons land, was een klink flink aan de arbeidshogeschool en werkte geregeld als werktuigkundige. Zijn loon stond hij af aan zijn ouders, maar kreeg wekelijks 1.000 fr. zakgeld.
De laatste twee, Ramotta en Marrella, zijn ongeletterd. De eerste tien jaar lang in de mijn en werd nadien invalide bevonden. Als vader van tien kinderen was hij een minzame en gemoedelijke man.
Marrella heeft drie kinderen. Na eerst in verscheidene fabrieken te hebben gewerkt, belandde hij in 1969 In de mijn van Trivlieres.
Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Juni 1975
Sicilianen roofden er lustig op los
Woensdag werd voor het het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, die terechtstaan wegens een aantal misdrijven en bankovervallen, waarvan één met dodelijke afloop.
De zitting begon met de behandeling van het zevende van de zeventwintig punten van de beschuldiging. Het betreft een diefstal, die op 27 september 1972 in de gemeenteschool van Houdeng gepleegd werd door de thans opgesloten Simplicio en Galione. Deze laatste doet helemaal geen moeite om zijn schuld te weerleggen. Hetzelfde geldt voor een nagenoeg identieke diefstal gepleegd tussen 20 en 23 oktober 1972 in de gemeenteschool van Chapelle-lez-Herlaimont. Bij een volgende overval werd het evenwel erger.
Galione had kunnen vaststellen dat de coöperatief te Maurage over veel geld beschikte en kwam op de gedachte er een overval te plegen.
Het viertal Galione, Simplicio, Tinebra en Daniel begaf zich op 4 november 1972 in een gestolen wagen ter plaatsen.
Met een revolver in de hand en een doek voor het aangezicht bedreigde Galione de kassier. Deze had evenwel de snelle reflex om met zijn voet een pedaal in te drukken, zodat de kassa met een ijzeren plaat hermetisch werd afgesloten. Terzelfder tijd zorgde ene secretaresse ervoor dat de alarmbel in werking werd gezet en … de boeven konden enkel nog in allerijl de benen nemen.
Op het proces kwam de loketbediende, de h. Cassier, uitleggen hoe de boeven nog geprobeerd hadden de deur van het kantoor te forceren nadat de ijzeren plaat de kassa zelf afsloot, maar hoe de alarmbel hen tenslotte op de vlucht joeg. De twee overvallers op de beklaagdenbank, Galione en Tinebra, deden niet de minste moeite om de beschuldigingen tegen te spreken. Tinebra verklaarde evenwel dat Galione hem gedwongen had hem te volgen, wat door Galione wordt ontkend.
Alzo komt men bij de elfde, twaalfde en dertiende beschuldiging, namelijk de poging tot diefstal van de auto van de h. Vanclair te Seneffe, de diefstal van een wagen van de h. Incandella, eveneens te Seneffe, en tenslotte de overval in de fabrieken Ledecq te Nijvel op 17 november 1972.
Postkantoor als doelwit
De namiddagzitting ving aan met de behandeling van de diefstal van een auto te Marchienne-au-Pont en een overval, op 27 november 1972 gepleegd te Familleureux. Die dag ging de “Gang der Sicilianen” met de auto gestolen te Marchienne-au-Pont het postkantoor overvallen te Familleureux.
Gewapenderhand dwongen zij de brievenbesteller, Jacques Deschepper, de lokettenzaal, die gesloten bleek, met zijn sleutel te openen. Een cliënte werd inmiddels gedwongen met het aangezicht naar de muur gekeerd stil te blijven te staan. De loketbediende, Mw. Lucien Crespin, nam evenwel de gelegenheid te baat om in het appartement te vluchten, dat achter het postkantoor was gelegen. Terwijl Agnello de cliënte in bedwang hield, greep Tinebra het geld uit de laden, waarna zij de vlucht namen met de wagen waarin Galione hen opwachtte.
Na zich van de gestolen wagen te hebben ontdaan en te zijn overgestapt in hun eigen voertuig, gingen zij thuis bij Galione de buit, ten bedrage van 15.620 fr., verdelen. In verband met deze zaak worden ook Moretta en Marella vervolgd, daar zij de wapens voor de overval hebben geleverd.
Tot slot werden de getuigen in deze zaak gehoord. De politie en de bedienden van het postkantoor, die op het ogenblik van de overval van dienst waren, bevestigden dat de overvallers het grootste gedeelte van het geld, dat zich in de lade bevond, daar ook lieten.
De zitting wordt heden hervat om 9u15.
Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Juni 1975
Beklaagde Agnello ontkent schuld aan revolverschot
Voor het assisenhof van Henegouwen verscheen donderdag voor de vierde dag de zogenaamde “Gang der Sicilianen”. Galione, Tinebra, Agnello, Gati en hun wapenleveranciers Marotta en Marella. Donderdag werd vooreerst de overval behandeld op het filiaal van de Bank van Brussel te Dois d'Haine op 8 december 1972. Deze zaak betreft alle beklaagden met uitzondering van Gati. De overval leverde de bende nauwelijks 13.950 fr. op.
Gered door bankkaart
Het scenario was hetzelfde als bij de andere hold-ups, met dit verschil dat Agnello hier, voor de tweede keer, een kogel in de richting van de filiaalhouder afvuurde. De man ontkwam op wonderbare wijze aan de dood. De kogel schampte af op zijn portefeuille en meer bepaald op zijn bankkaart. De h. Beaumel, houder van de bank, viel van de schok op de grond, maar werd helemaal niet gewond.
Agnello beweerde ter zitting dat het pistool afging toen hij zich bukte om bankbiljetten op te rapen, die op de grond waren gevallen. De advocaat-generaal herinnerde evenwel aan een vroegere verklaring van de beklaagde, die toen beweerd had niet te hebben geweten hoe het schot kon zijn afgegaan.
De h. René Van der Stock, expert in ballistiek, verklaarde dat een schot met de Beretta dodelijk kan zijn tot 1500 meter en dat de kogel, indien er niet de portefeuille was geweest, het lichaam volledig zou hebben doorboord.
Volgens de deskundige is het schot van Agnello niet toevallig afgegaan, want het traject was dat van een welgericht schot. Een der bedienden van de bank, mevrouw Françoise Van Wymeersch, komt vervolgens verklaren dat Tinebra naar Agnello had geroepen: “Schiet, schiet dan toch.”
De h. Jean Beaumel verklaart dat Agnello zich niet heeft gebukt om een gevallen bankje op te rapen. “In ieder geval, kan ik niet geloven dat het schot onvrijwillig werd afgevuurd”, aldus de h. Beaumel.
Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Juni 1975
Een gebaar teveel kostte kassier te Hensies het leven
In het proces van de “Gang der Sicilianen” voor het Hof van Assisen van Henegouwen ging het vrijdag om de overval op 25 januari 1973 te Hensies gepleegd, als gevolg waarvan kassier Pierre Cantineau het leven zou laten. Van de overval worden Galione, Tinebra, Agnello en Gati beticht. Marotta wordt voor deze overval andermaal van wapenlevering beschuldigd.
Met het oog op de overval hadden Galione en Tinebra de Fiat-personenwagen van de h. Nicolino Dandeloro op het parkeerterrein van de onderneming Boel te La Louvière gestolen. Na enkele speurtochten lieten de dieven hun oog vallen op het filiaal van de Generale Bankmaatschappij te Hensies. Zoals gebruikelijk boden Angnello en Tinebra zich bij de bank aan om er zogezegd duizend fr. te wisselen, maar in werkelijkheid bestudeerden zij de gesteldheid van de lokalen.
Moord
De volgende dag vertrokken Gati met Agnello in zijn wagen, terwijl Galione en Tinebra in de gestolen auto volgden. Bij het binnenrijden van Hensies liet Gati zijn wagen op de Zuiderlaan achter en stapte met Galione over in de gestolen wagen.
Omstreeks 9u15 bleven zij op enkele meters van de bank staan. Galione ging als eerste binnen en richtte dadelijk zijn wapen op het gezicht van de kassier, De h. Cantineau, de kassier en de zaakvoerder, de h. Deramaix. aanmanend te knielen.
De h. Cantineau strekte de hand uit als wou hij het wapen grijpen, terwijl de h. Deramaix naar rechts dook om zich achter het luik van het loket te beschermen. Een eerste schot ging af en trof de kassier in het gelaat. Deze zeeg neer, maar poogde nog het alarmsysteem in werking te stellen.
Galione vuurde nog tweemaal. Een eerste kogel drong in de pols van de h. Cantineau en schampte af op de schouder van de h. Deramaix, die ongedeerd bleef.
De tweede kogel drong in de rug van de kassier, die aldus om het leven kwam. Galione ging ervandoor zonder iets mee te nemen. Hij voegde zich bij Tinebra en Agnello die pas de wagen verlaten hadden, terwijl Gati aan het stuur gebleven was.
Veel aandacht werd besteed aan de herkomst van de gebruikte wapens en vooral van het pistool dat reeds in Bois D'Haine dienst deed en tenslotte het wapen van de misdaad werd.
Ik voelde mij bedreigd …
Getuige Hévry, rechter van onderzoek, bevestigde het verloop van de gebeurtenissen zoals aangegeven in de akte van beschuldiging.
De voorzitter richtte zich tot Galione en vroeg diens uitleg over de drie schoten op kassier Cantineau. Galione zei erg gespannen uit de auto te zijn gestapt. “Ik kwam bevend voor de kassier te staan. De kassier die dit bemerkt had, strekte de hand naar het wapen uit en zou iets gezegd hebben als ‘kom, hou nu op met spelen ….’” Op dat ogenblik, zo getuigde Galione, zag hij hoe de andere bediende het lokaal wou verlaten en ging een reeks schoten af uit zijn pistool. Hierop wou de voorzitter wel aannemen dat de eerste twee schoten bijna gelijktijdig zijn afgegaan, maar de derde kogel raakte de kassier in de rug. De kassier stond gebukt achter het loket en volgens de voorzitter diende Galione dan ook de arm uit te strekken om het wapen achter het loket te brengen.
Galione: “Ik weet het niet meer, ik was ontredderd, ik voelde mij bedreigd …” Tinebra voegde hieraan toe dat Galione bij het instappen in de auto gezegd had dat hij moest schieten omdat de kassier gepoogd had zijn wapen te grijpen.
Gerechtsarts Dessoignies kwam getuigen dat de dood van Cantineau het gevolg was van verwondingen aan de rechter nier, de lever en de dikke darm.
Na een korte schorsing kwam filiaalhouder Michel Deramaix aan het woord. “Galione gebood ons ‘Knielen’. Toen ik mijn stoel verplaatste om te knielen ging het eerste schot af”, aldus de getuige die Cantineau hoorde roepen: “Pas op Pierre, hij schiet!”
De voorzitter wilde nog vernemen waarom Deramaix bij het verlaten van de bank in de lucht vuurde, toen de overvalIers al wegvluchtten. Het was volgens de getuige om volk aan te trekken, de auto van de dieven was zelf al te ver. Tenslotte zei de h. Deramaix dat Cantineau hem in het ziekenhuis verzekerde geen enkel aanvallend gebaar in de richting van Galione te hebben gedaan.
Na de getuigenverklaringen van Yvon Waroux, adjudant van de BOB van Bergen, werd de zitting geschorst.
Bron: Gazet van Antwerpen | 7 Juni 1975
Advocaat-generaal beklemtoont misdadig opzet van Sicilianen
Maandagmorgen werd voor het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, te weten Galione, Tinebra, Agnello en Gati evenals de
wapenleveranciers Marotta en Marella.
De h. Tages, van de Generale Bankmaatschappij, komt vooreerst verklaren dat hij heeft gesproken met het slachtoffer van de bloedige overval te Hensies, de kassahouder Cantineau. Deze heeft hem verteld, aldus de verklaring, dat hij geen enkele beweging heeft gemaakt die door de overvallers kon beschouwd worden als een bedreiging.
Vervolgens komt Mr. Urbain zich burgerlijke partij stellen voor de weduwe, moeder van de h. Cantineau, en voor de Generale Bankmaatschappij. Mr. Mahaux vraagt daarop dat voor Tinebra, wat betreft de overval te Hensies, de poging tot diefstal zou onderscheiden blijven van de moord.
De advocaten van Marotta en Gati, meesters Saint-Guillain en Durrasne, leggen dan besluiten neer, die ertoe strekken dat er bijkomende vragen zouden gesteld worden. Advocaat-generaal Preud'homme verzet zich daartegen, omdat volgens hem vragen niet moeten worden gewijzigd.
Hierna worden de onderzoekers gehoord over de twee laatste beschuldigingen: autodiefstal en wapenlevering door Marotta.
De voorzitter leest vervolgens een arrest van het hof voor, ingaande op het verzoek van de verdediging van Galione, dat een bijkomende vraag zal worden gesteld. Deze vraag betreft gebeurlijke gewelddaden en bedreigingen, die de dood van Cantineau tot gevolg zouden hebben gehad, zonder dat het opzet aanwezig was om te
doden.
De ochtendzitting wordt besloten met de getuigen van de verdediging. Juffr. Olga Boni, maatschappelijk assistente, en Abramo Seghetti, katholiek priester, komen het ongelukkig huwelijk van Tinebra beschrijven.
Bij het begin van de namiddagzitting legde meester Dufrasne, besluiten neer in dezelfde zin als deze van de andere verdedigers. Mr. René Urbain herinnert vervolgens aan de manier van werken van de “gang”, en aan de minutieuze voorbereiding van de mislukkingen, die zij opstapelden. Hij herinnert aan de gewapende overval op het filiaal van de Generale Bankmaatschappij en zegt dat de schuld van de vier daders ontegensprekelijk is.
Wat Marotta betreft, is de advocaat van mening dat men zeer mild is geweest met hem slechts te beschouwen als medeplichtige en niet als mede-dader. “In ieder geval is zijn schuld duidelijk, temeer daar hij wist waarvoor de wapens moesten dienen, die hij leverde”, aldus de advocaat.
Misdadige bedoelingen
Wat de overval te Hensies betreft, waarvan Mr. Urbain de wijze beschrijft waarop misdadigers tewerk gingen, zegt hij dat de drie schoten zijn afgevuurd met de duidelijke bedoeling hun doel te raken en wanneer dat doel een man is op twee tot drie meter afstand, dan is de bedoeling te doden glashelder, aldus Mr. Urbain.
“Ook Marotta is schuldig aan deze misdaad”, zo gaat de advocaat verder, “niet alleen wist hij waarvoor zijn wapens gingen dienen, maar ook heeft hij het wapen, waarmee Cantineau werd gedood, nadien verborgen.” Tot slot vraagt hij dat de jury "ja” zou antwoorden op de hen gestelde vragen.
Daarna begint advocaat-generaal Preud'homme zijn rekwisitoor, erop wijzend hoe zeer de bende aan het kwaad vasthield, vermits zij dadelijk na de overval te Hensies, al een nieuwe overval dachten, waarvan de datum zelfs al vaststond.
Het Openbaar Ministerie haalt dan aan hoe Galione overal een doorslaggevende rol in heeft gespeeld, hij heeft het over de “intellectueel” Tinebra die alles minutieus regelde en over Agnello die niet aarzelde om zijn pistool boven te halen. Anders wordt zijn toon wanneer hij het over Gati heeft, deze heeft zich door Galione laten verleiden, aldus de advocaat-generaal, maar niettemin heeft hij aan alle misdrijven deelgenomen. “Wat de twee wapenleveranciers betreft, deze moeten beschouwd worden als duidelijk medeplichtig”, zo zegt de h. Preud'homme. Hij vraagt tot slot van de zitting van maandag dat de jury “ja” zou antwoorden op de vragen die zullen worden gesteld.
Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juni 1975
Jury bevestigt schuld van Sicilianen
Dinsdag en woensdag werd voor het Assisenhof van Henegouwen het proces voortgezet tegen de “bende van de Sicilianen”. Ze worden beschuldigd van talrijke diefstallen, inbraken en overvallen, waarvan er één met doodslag gepaard ging, nl. te Hensies, waar de kassier, Cantineau, doodgeschoten werd.
Dinsdag werden de advocaten van de bendeleden én de beklaagden gehoord. Woensdag moesten de gezworenen antwoorden op niet minder dan 142 vragen, betreffende de schuld van Galione en zijn spitsbroeders. Na vijf en een half uur beraadslagen antwoordde de jury bevestigend op alle vragen. De Sicilianen werden schuldig bevonden aan vrijwillige doodslag met het opzet te doden. Het arrest valt vandaag.
Dinsdag waren de verdedigers aan het woord gekomen. De twee advocaten van Galione betoogden dat niet hun cliënt maar wel Tinebra de leider van de bende was. Ook zegden ze dat Galione aan een zenuwinzinking leed toen hij in het bankfiliaal te Hensies de kassier doodschoot, zodat er geen inzicht was te doden.
De advocaat van Tinebra beweerde dat zijn cliënt in geen geval de leider was, maar integendeel steeds had aangedrongen geen geweld te gebruiken. Dit laatste werd ook voor Agnello gezegd door diens advocaat. Het schot dat Agnello afvuurde op de zaakvoerder van het bankkantoor te Boisd'Haine, was volgens pleiter een ongeluk.
Na de pleidooien kregen de beklaagden het woord. Galione zei dat hij nooit de bedoeling had de kassier te doden; de andere beklaagden drukten gewoon hun spijt uit over het gebeurde.
Woensdag werden aan de juryleden niet minder dan 142 vragen gesteld. De meeste beschuldigingen gaven aanleiding tot een tiental vragen, elk met betrekking tot de hoofdvraag of het diefstal of poging tot diefstal was.
Verder waren er een aantal vragen betreffende de bezwarende omstandigheden, o.m. braak, geweld, dat het 's nachts gebeurde, in een bewoond huis en in één geval doodslag.
Schuldig
Wat de moord te Hensies betreft, werd aan de jury de vraag gesteld of er opzettelijke doodslag was. Om 10u30 trok de jury zich terug. Te 18u deed de voorzitter van de jury voorlezing van de uitspraak die bevestigend luidt op alle vragen.
Galione en zijn medeplichtigen, behalve Marezza, die niet van doodslag was beticht, werden schuldig bevonden aan vrijwillige doodslag met het inzicht te doden. Nadat de griffier de uitspraak van de jury nog eens had voorgelezen en op de gestelde vragen telkens bevestigd had geantwoord, werd de zitting opgeheven.
Het proces wordt donderdag ochtend voortgezet om 9u15, waarschijnlijk zal de uitspraak vallen omstreeks het middaguur.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Juni 1975
Levenslange dwangarbeid vaar Galione, Tinebra en Agnello
Voor het Assisenhof van Henegouwen liep donderdag het proces van de “Bende der Sicilianen” ten einde. Nadat advocaat-generaal Preud'homme tegen Galione, Tinebra en Agnello de doodstraf had gevorderd, kwamen de verdedigers voor de laatste maal aan het woord. Na beraadslaging over het vonnis werd te 16u ’s namiddags het arrest voorgelezen. De drie hoofdbetichten, Gallone, Tinebra en Agnello werden tot levenslange dwangarbeid veroordeeld. Marotta kreeg vijf jaar cel en 12.000 fr. boete en Marella twee jaar en 3.000 fr. boete.
Met de strafvordering van advocaat-generaal Preud'homme begon donderdag de zitting. Hij vorderde de doodstraf tegen Galione, Tinebra en Agnello. Weliswaar gaf hij toe dat alleen Galione de kassier van Hensies heeft gedood, maar de drie mannen waren toch verenigd in hetzelfde voornemen te doden. Tegen Gati vorderde hij twintig jaar dwangarbeid, tegen Marotta tien jaar opsluiting en tegen Marella zeven jaar.
Aan de hand van juridische argumenten staafde de openbare aanklager zijn strafvordering wegens een poging tot diefstal met doodslag, ofschoon voor dergelijke misdrijven die straf haast niet meer wordt uitgesproken.
Enkel dwangarbeid
Mr. Vergauwen verdedigde de tegenovergestelde opvatting en betoogde dat artikel 9 van de grondwet de toepassing verbiedt van de doodstraf voor Galione, daar deze straf in geen enkele tekst voor een poging is voorzien. Bovendien, aldus de verdediger, is een door het Hof van Assisen van Oost-Vlaanderen uitgesproken doodstraf niet toegepast omdat de beklaagde geen 18 jaar oud was. Tegen Galione kan hooguit levenslange dwangarbeid worden uitgesproken, meende Mr. Vergauwen.
De tweede verdediger, Mrw Motte-De Raedt, verwees vervolgens naar de ongelukkige jeugd van haar cliënt in het armoedige Sicilië en om een hele reeks redenen van sentimentele, juridische en levensbeschouwelijke aard vroeg zij dat de juryleden hem niet ter dood zouden veroordelen.
Mr. Mahaux sprak de wens uit dat Tinebra niet meer zou krijgen dan vijf jaar dwangarbeid, waarna Mr. Bosser terugkwam op de overval van Bois-d'Haine om te zeggen dat het schot van Agnello per ongeluk afging. Voor het overige hield hij vol dat zijn cliënt niet heeft deelgenomen aan de overval van Hensies.
De verdedigers van Marotta en Marella vroegen dat billijke straffen zouden uitgesproken worden, rekening houdende met het feit dat zij alleen maar door hun dienstwilligheid in de helse kring werden meegesleept.
Nadat alle beklaagden nog eens hun leedwezen hebben uitgesproken, trokken het hof en de gezworenen zich terug om te beraadslagen.
Levenslang
Te 16u10 wordt in aanwezigheid van een talrijk publiek het arrest voorgelezen. De talrijke Sicilianen die de uitspraak kwamen volgen, werden door rijkswachters afgetast alvorens de zaal te betreden. De voorlezing van het arrest nam 20 minuten in beslag. Giuseppe Galione, Pietro Tinebra en Salvatore Agnello worden veroordeeld tot levenslange dwangarbeid, Slavatore Marotta kreeg vijf jaar opsluiting en 12.000 fr. boete en Calogero Marella twee jaar gevangenisstraf en 3.000 fr. boete.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 Juni 1975
De laatste der Sicilianen
Het laatste bendelid van de zogenaamde “Gang der Sicilianen”, die in 1974 Luik onveilig maakte, de 26-jarige Casarino Gallo, is vrijdag te Luik opgepakt en in de gevangenis opgesloten. Hij wordt beschuldigd van een aantal diefstallen, helingen, slagen, enz. Gallo was tijdens het proces van de bende bij verstek veroordeeld tot twee jaar, één maand en veertien dagen gevangenisstraf.
Bron: Gazet van Antwerpen | 9 Augustus 1976