1

Topic: Bende Florizoone

Samenvatting

De bende Florizoone was een groep inbrekers die eind jaren ’60 in België, Frankrijk. Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg aan het werk waren.

In 8 maanden tijd stak de bende 30 maal de grens over. Zij werkten in groepen van drie, twee of vier, volgens de beschikbare krachten. In periodes van grote activiteit werkte men met zes personen, verdeeld in groepen van drie, die gelijktijdig in ver van elkaar verwijderde villa's inbraken.

Ze stonden in november 1970 terecht voor het Assisenhof van Namen. Ze werden beschuldigd van 126 feiten.

Leden:

Feiten:

Florizoone heeft deelgenomen aan 81 diefstallen of pogingen tot diefstal, Dierickx aan 57, De Meuse aan 32, Wilkin aan 36, Monper aan 23, Meivis aan 17 en Dufour aan 10 diefstallen. Hieronder een niet-volledig overzicht van de feiten die aan hen worden toegeschreven:

  • 8 Oktober 1967: inbraak in de woning van Jacques Dostert in Lorentzweiler

  • Lorentzweiler; nieuwe inbraak in de villa van Jacques Dostert. De eigenaar raakte zwaar gewond door een schot in de buik.

  • Diefstallen in Bern, Nyon, Fourneux en Küssnacht (Zwitserland)

  • Diefstal van juwelen en andere voorwerpen in Lavastrie (Frankrijk)

  • Gewapende diefstal in Brussel

  • Inbraak in het gemeentehuis van Hever

  • Diefstal in het Volkshuis in Vilvoorde

  • Inbraak in Koekelberg, de eigenares wordt met een alarmpistool bedreigd

  • Inbraak in Eigenbrakel

  • Inbraak in Oostende

  • Inbraak in Pontpierre

  • Inbraak in Kockelscheuer

  • Inbraak in Frisange

  • Inbraak in Obereom

  • Inbraak in Suarlée

  • Poging tot inbraak in Aarlen.

  • Inbraak met diefstal in een winkel in Bastogne

  • Inbraak in Gembloers

  • …

Beruchte bende misdadigers heden voor Assisenhof van Namen

Heden verschijnt voor het Hof van Assisen van Namen, voorgezeten door de heer Moyse, een beruchte bende misdadigers die, volgens de akte van inbeschuldigingstelling, een indrukwekkende reeks van 126 misdrijven op haar kerfstok heeft. De bijzonderste ervan zijn: gewapende overvallen in België, Frankrijk, Duitsland, het Groot-Hertogdom, Zwitserland en Oostenrijk.

De zes beklaagden zijn: Maurits Florizoone, 37 jaar, linotypist, geboren te Oostende, wonende Brugmanlaan 178 te Elsene; Victor Dierickx, 42 jaar, handelsreiziger, geboren te Etterbeek en wonende Leon Cuissezstraat te Elsene, Raymond Demoese, 32 jaar, geboren te Elsene, Wonen Mozartlaan te Vorst; Jean Wilkin, 47 jaar, geboren te Verviers, handelaar, wonende Jos de Bruestraat te Sterrebeek; Georgette Dufour, 49 jaar, geboren te Nimy, wonende Leuvensesteenweg te Brussel; Maria Monper, 28 jaa, cafédienster, geboren te Esch-sur-ALzette en aldaar wonende Rue Pasteur.

Een zevende beklaagde is nog steeds voortvluchtig: André Mievis, 29 jaar, elektricien, geboren te Anderlecht en wonende Schoondalstraat te Wemmel.

Vingerafdrukken

Voor de 126 misdrijven werden slechts 12 getuigen opgeroepen. De meeste overvallen werden door de beklaagden toegegeven. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door substituut Lecomte en vijf advocaten zullen de beklaagden bijstaan: Mrs. Wynants, Vergauwen en Fernande Motte-Deraedt, van de balie van Brussel, Mrs. Suzanne Moreau en Bouvier van de balie van Namen.

De bende werd ontmaskerd na een reeks inbraken te Erpent en in de streek van Gembloers. In eerstgenoemde plaats werden de vingerafdrukken van Florizoone opgenomen. Juwelen die te Gembloers en Suarlée waren gestolen, werden verscheidene maanden later teruggevonden bij een Brusselse juwelier, waar ze door Maria Monper te koop werden aangeboden.

De gerechtelijke politie van Namen arresteerde Monper te Esch-sur-Alzette en bracht haar terug naar Namen krachtens de akkoorden inzake de versnelde uitlevering. Toen schoot Interpol aan het werk en spoedig volgden andere aanhoudingen in België en Duitsland.

Valse identiteitspapieren

Alle bendeleden beschikten over valse identiteitskaarten die herkomstig waren van diefstallen in gemeentehuizen. Met behulp ervan konden zij ongestoord over de grenzen trekken. Zij reisden veel met auto’s die onder een valse naam werden gehuurd en na een zekere tijd achtergelaten. Zij “werkten” steeds in groepjes van vier of vijf, soms gelijktijdig in twee groepjes van drie. Allen, op Monper na, zijn gevaarlijke recidivisten.

De gevolgde techniek was het uitkiezen van een tijdelijk onbewoonde villa. Terwijl een of twee inbrekers aan het werk waren, bleef een andere, vergezeld van een der vrouwen, in de auto wachten. Om de voorbijgangers te misleiden, kusten de schildwachten elkaar om de haverklap.

De bende Florizoone was onder meer actief te Middelkerke, Oostende, Elsene, Etterbeek, Dilbeek, Hamburg, Bern, Genève, Nyon, Fournese, Küssnacht, Freiburg, Baden-Baden, Lavastrie (Frankrijk), Brussel, Watermaal, Waterloo, Molenbeek, Mechelen, Overijse, Halen, Zellik, Ronse, Hever, Vilvoorde, Tervuren, Koekelberg, enz. …

Schietpartij

De diefstallen werden gepleegd tussen juni 1967 en augustus 1969, met af en toe een “verademing” in een villa te Merano (Italië). Een van die diefstallen is slecht afgelopen. Op 5 november 1967 te Lorentzweiler (Luxemburg) kwam de eigenaar van een villa zijn ongenode gasten storen tijdens het werk. Hij werd in de buik getroffen door een kogel, die volgens de beschuldiging werd afgevuurd door Florizoone. De eigenaar zou deze laatste achteraf hebben herkend.

Vooral deze schietpartij zal tijdens de debatten in de het assisenhof op de voorgrond komen. Vermoedelijk zal met de hele zaak een veertiental dagen gemoeid zijn.

Bron: Gazet van Antwerpen | 9 November 1970

Proces tegen bende Florizoone kan van lange duur zijn

Voor het Naamse Hof van Assisen begon maandag het geding tegen de bende Florizoone, een groep inbrekers die in België, Frankrijk. Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en Luxemburg aan het werk waren.

Voorzitter van het hof is de raadsheer Moyse. Er zijn niet minder dan 126 beschuldigingen, zodat de debatten lang kunnen duren. Ook zijn er twee juryleden meer dan gebruikelijk. De beschuldigden zijn Maurits Florizoone, uit Elsene, Victor Dierickx, uit Vorst, Jean Wilkin uit Sterrebeek, Georgette Dufour, uit Brussel, en Maria Momper uit Esch-sur-Alzette.

De zevende beschuldigde, André Mievis, uit Wemmel, is op de vlucht. Wat hem betreft, wordt de zaak gescheiden. En over hem zal aan de jury geen enkele vraag worden gesteld. Hij zal bij verstek worden veroordeeld. Openbaar ministerie is substituut E. Comte.

Versterkte ordedienst

Er zijn speciale maatregelen genomen. De ordedienst is versterkt en de manschappen bewaken alle uitgangen van de zaal.

Op hun gemak beantwoorden de beschuldigden de vragen betreffende hun identiteit. Allen zijn elegant gekleed. Florizoone pakt uit met een zware snor, waarvan de punten omhoog steken. Alleen Georgette Dufour is ontroerd en weent als zij gaat zitten. De ganse ochtendzitting is gewijd aan de voorlezing van de akten van verwijzing en van de akte van beschuldiging. In dit document, dat uit een 50-tal bladzijden bestaat, wordt herinnerd aan de identificatie van Florizoone, wiens vingerafdrukken gevonden werden na een juwelendiefstal te Erpent, en vervolgens van Marie Momper, die de te Gembloers gestolen juwelen te Brussel te koop aanbood.

Door de aanhouding van Momper in het Groot-Hertogdom en doordat zij nog dezelfde dag uitgeleverd werd, was het mogelijk alle leden van de bende op een na aan te houden. In de akte van beschuldiging wordt elke beklaagde voorgesteld. Zo verneemt men dat Florizoone op 17-jarige leeftijd deelnam aan visvangsten-campagnes in Labrador en in IJsland. Doordat hij bij een van deze tochten een been brak, is hij tot misdadigheid vervallen, zodat hij op 20 jaar van zijn leven er 18 in de gevangenis doorbracht.

Dierickx, die beschouwd wordt als de andere leider van de bende, heeft eveneens een goed gevuld strafregister. Het zijn allen recidivisten, behalve Maria Momper. In 8 maanden tijd stak de bende 30 maal de grens over. Zij werkten in groepen van drie, twee of vier, volgens de beschikbare krachten. In periodes van grote activiteit werkte men met zes personen, verdeeld in groepen van drie, die gelijktijdig in ver van elkaar verwijderde villa's inbraken.

Tegen de lamp

De kern van het dossier vormt de zaak Lorentzweiler (Groot-Hertogdom-Luxemburg), waar Florizoone en Dierickx door de h. Dostert, de eigenaar van de villa waar zijn inbraken, verrast werden. Florizoone en Dierickx ontkennen dat zij deelgenomen hebben aan deze diefstal met slechte afloop. Het is de enige beschuldiging die zij ontkennen. Tegen hen pleiten evenwel een 12-tal precieze bezwarende elementen, o.m. het feit dat de h. Dostert, Florizoone formeel heeft herkend, dat beide mannen op het ogenblik van de feiten in de omgeving verbleven, dat de spieren van de banden overeenkwamen met die van een gehuurde wagen die zij gebruikten, en dat zij na dit ernstig voorval hun actie gestaakt en de wijk genomen hebben naar een villa te Merano in Noord-Italië.

Bron: Gazet van Antwerpen | 10 November 1970

Florizoone en bendeleden zijn mislukkelingen

De tweede dag van het proces Florizone voor het Hof van Assisen van Namen was gewijd aan de ondervraging van de rechter van instructie en van de onderzoekers van de gerechtelijke politie.

De h. Bovesse herinnerde er vooreerst aan hoe Florizoone geïdentificeerd werd dank zij een vingerafdruk, die te Erpent gevonden werd op een scherf van een ruit en hoe na de aanhouding van Maria Momper te Esch-sur-Alzette als gevolg van de verkoop van gestolen juwelen te Brussel, een huiszoeking kostbare aanduidingen gaf over de bendeleden die de een na de andere in België en in Duitsland werden aangehouden.

De Meuse en Meivis bevonden zich reeds wegens andere feiten in de gevangenissen van Doornik en Vorst. Mievis wist echter te ontsnappen en is nog steeds voortvluchtig.

De h. Bovese maakte vervolgens de balans op van de activiteiten van de bende. Florizoone, zo zegt hij, heeft deelgenomen aan 81 diefstallen of pogingen tot diefstal, Dierickx aan 57, De Meuse aan 32, Wilkin aan 36, Monper aan 23, Meivis aan 17 en Dufour aan 10 diefstallen.

Applaus

Na verscheidene vragen van de verdediging en het openbaar ministerie wenste de voorzitter van het hof de rechter van instructie geluk, die zo zei hij, een enorm werk verricht heeft en van grote objectiviteit blijk heeft gegeven. Florizoone stemde hiermee in door te applaudisseren.

De h. Bastin gaf een relaas van de eerste bekentenissen van Florizoone en tevens inlichtingen over de wapens en de technieken die door dieven werden gebruikt: een simplistische techniek voor Wilkin, diefstallen in appartementen door Dierickx en Mievis en vervolgens onder de leiding van Florizoone diefstallen in verlaten villa’s.

De h. Bastin was van oordeel dat indien Maria Monper niet Dierickx en De Meuse had ontmoet, zij nu niet op de beschuldigdenbank zou zitten.

De morgenzitting werd beëindigd met de verklaring van hoofdinspecteur Matagne over de besluiten van een moraliteitsonderzoek. Getuige verklaarde dat Florizoone in de misdaad terechtkwam na een ongeval waarvan hij op 17 jaar het slachtóffer werd. Hij heeft gepoogd werk te vinden, maar ontmoedigd is hij terug de gevangenis ingetrokken door een vensterruit te breken.

De h. Wynants: “Is het waar dat hij op de leeftijd van 12 jaar naar Mol werd gestuurd?” De h. Matagne antwoordde dat hierover geen enkele aanwijzing bestaat.

Moraliteitsverslag

De namiddagzitting werd aangevat met de ondervraging van hoofdinspecteur Matagne. Hij beschreef Dierickx ais een gevoelig maar ogenschijnlijk koud mens, die door mislukkingen tijdens zijn jeugd met complexen rondloopt. Hij bracht 14 jaar en 8 maanden in gevangenissen door. De Meuse werd vanaf zijn prilste jeugd aan zijn lot overgelaten en toonde zich tijdens het verhoor langs de onaangename wijze.

Wilkin is tijdens de oorlog naar Engeland gegaan en gedroeg zich goed bij de brigade Piron. Hij kon zich daarna niet meer aanpassen aan het burgerlijk leven en stal wagens na een ontuchthuis te hebben gehouden. Georgette Dufour werd door Wilkin tot de misdadigheid gedreven. Maria Monper werd slechts nu en dan eens bij de activiteiten van de bende betrokken en gaf tijdens de ondervragingen blijk van openhartigheid.

Dr. Paquay, psychiater, was van mening dat Florizoone kan profiteren van een zekere vermindering van de verantwoordelijkheid. Voor de anderen, met uitzondering van Dufour die hij niet heeft onderzocht, kan er slechts van een lichte vermindering sprake zijn.

Volgende zitting donderdag te 9u. Vrijdagnamiddag noch zaterdag houdt het hof zitting.

Bron: Gazet van Antwerpen | 12 November 1970

Diefstallen in Zwitserland en Frankrijk uit de doeken gedaan

Bij de heropening van de debatten donderdagochtend voor het Assisenhof van Namen, komt Florizoone er heel wat jonger voor, doordat hij zijn grote snor heeft afgeschoren.

De voorzitter van de rechtbank deelt mee dat de Luxemburgse getuigen van het drama te Lorentzweiler slechts vrijdagnamiddag gehoord zullen worden, met uitzondering van de geneesheer die de h. Dostert heeft verzorgd voor een schotwonde in de buik.

Daar Florizoone verklaard heeft dat hij van 1945 tot 1948 in het heropvoedingsgesticht te Mol heeft gezeten, vanaf zijn twaalfde jaar dus, werden aan deze instelling nadere inlichtingen gevraagd. Hij heeft daar verbleven van 20 mei 1948 tot 28 augustus 1948.

Substituut Lecomte verstrekt uitleg aan de leden van de jury over de betekenis van bepaalde rechtstermen, die in de akte van beschuldiging opgenomen zijn, waarna hij overgaat tot de eerste twintig punten van de aanklacht en in het bijzonder tot de diefstallen die in Zwitserland (te Bern, Nyon, Fourneux en Küssnacht) werden gepleegd. Daarna zijn Florizoone, Dierickx en Mievis naar Frankrijk getrokken om er te Lavastrie juwelen en andere voorwerpen voor een totale waarde van 46.000 fr. te ontvreemden. Deze juwelen werden door Momper voor 10.000 fr. verkocht.

Ten slotte wordt gehandeld over een gewapende diefstal in het Brusselse door de verdachte Demeuse, waarna de zitting opgeheven wordt.

Erge gevolgen

Tijdens de namiddagzitting, hoort men Dr. Wagner, uit Luxemburg, die de h. Dostert uit Lorentzweiler, nadat die door Florizoone met een revolverschot was gewond, verpleegde. Volgens de beschuldiging had Dostert ingegrepen toen twee kerels, een grote en een kleine, in zijn villa inbraak hadden gepleegd.

De kogel kwam in de linkerzijde van de buikholte terecht Door deze wonde bleef de h. Dostert acht maanden bedlegerig. Zijn arbeidsongeschiktheid bedraagt 30 t.h., terwijl de definitieve ongeschiktheid 10 t.h. zal bedragen. De h. Dostert was een bekende voetbalspeler. Door de opgelopen verwonding vertoont hij tekenen van vroegtijdige ouderdom. Hij liep ook een trauma op.

De zitting wordt vrijdagochtend hervat.

Bron: Gazet van Antwerpen | 13 November 1970

Florizoone en Dierickx ontkennen deelname aan overval te Lorentzweiler

Vrijdag is voor het Assisenhof van Namen, in de zaak van de Florizoone en Dierickx ontkennen aan handeld over het voornaamste punt van de aanklacht tegen Florizoone en Dierickx, en wel de zaak Lorentzweiler.

Beide mannen hadden daar in de villa van de h. Dostert ingebroken toen zij plotseling door de thuiskomst van deze laatste werden verrast. Er viel een schot waardoor de h. Dostert ernstig gewond werd in de buikstreek. Florizoone hem later, toen hij per auto deze diefstal deelgenomen te hebben en loochenen bijgevolg dat zij een schot hebben gelost.

Minder formeel

Hierop laat voorzitter Moyse de twee eerstgenoemde verdachten uit de beklaagdenbank verwijderen, waarna hij overgaat tot het verhoor van beklaagde Demeuze, die eerder verklaarde dat Florizoone hem later, toen hij per auto te Lorentzweiler passeerde, een villa aanwees en zei “daar is het misgelopen”. De beschrijving van de villa, die Demeuze aan de gerechtelijke politie heeft gegeven, komt overeen met die van de h. Dostert.

Ter zitting is Demeuse evenwel zeer terughoudend, en de voorzitter vraagt of hij bang is, wat door beklaagde ontkend wordt. Florizoone en Dierickx worden terug de rechtszaal binnengeleid en de voorzitter herhaalt de verklaring van hun medegevangene, waarop Florizoone uitroept : “Ik zal honderd ten honderd bewijzen dat het niet waar is”.

Daarna bevestigt Maria Mompert, die eerst merkbaar geïntimideerd was, dat Florizoone haar heeft verteld dat hij en Dierickx bij een inbraak verrast waren en dat zij een man gewond hadden. Later vertelde Florizoone haar dat hij in België op een politieagent geschoten had, wat vals was.

Zware aanklacht

Onderzoeksrechter Bovesse brengt vervolgens het verhaal van de zaak-Lorentzweiler en van andere inbraken in de streek. Hij vermeldt dat Florizoone en Dierickx na bet voorval plotseling alle activiteit hebben gestaakt en gedurende drie weken in Italië ondergedoken zijn. Verder wees hij op de gelijkaardige gebruikte technieken en op de bandensporen die ter plaatse aangetroffen werden en die overeenkomen met die van de banden van het voertuig dat door Florizoone en Dierickx gebruikt werd.

Ook herinnert hij eraan dat Dostert een juiste beschrijving heeft gegeven van zijn aanranders en dat hij Florizoone bij een confrontatie heeft herkend. Wel geeft de onderzoeksrechter toe dat Mw. Dostert zich heeft vergist, maar hij voegt er onmiddellijk aan toe dat deze van de schutter slechts een glimp heeft opgevangen.

Vervolgens wordt hoofdcommissaris Bastin als getuige gehoord. Hij brengt verslag uit over de verklaringen die in de loop van het onderzoek opgetekend werden en over het resultaat van de confrontaties.

Vertrouwelijke mededeling

Tijdens de namiddagzitting, nadat rijkswachtbrigadier Wildsbutz, uit Merach (Luxemburg), was gehoord in verband met het drama van Lorentzweiler, staat Maria Momper recht voor een belangrijke verklaring. “Mijn moeder, die herbergdienster is in het Groothertogdom”, zo zegt zij, “vertelde mij dat twee klanten, die zij bediende, spraken over de aanranding op de h. Dostert. Een van hen, Lucien Bley, heeft gezegd dat hij de man een kogel in het lichaam had gejaagd omdat hij hem geld weigerde te geven.”

Mw. Momper, die in de zaal aanwezig is, wordt dadelijk door de voorzitter ondervraagd. Zij bevestigt die vertrouwelijke mededeling te hebben gehoord, eerst in de frituur waar zij diende en anderendaags uit de mond van Bley. Dit gebeurde in september jl.

Op verzoek van substituut Lecompte wordt moeder Momper onmiddellijk opgebracht naar de gerechtelijke politie voor ondervraging.

“Hij was het”

Twee officieren van de Luxemburgse veiligheid komen nog bijzonderheden verstrekken over de overal van Lorentzweiler, waarna het slachtoffer, de h. Dostert, wordt binnengeleid. Hij brengt in kleuren en geuren het verhaal van de aanranding in de garage van zijn woning, waar hij twee inbrekers had verrast.

Hij herkent zonder enige twijfel Florizoone, die hem eerst toeriep “handen omhoog” en hem vervolgens een kogel in de buik schoot. “Hij bevond zich op één meter van mij, en in volle licht”, zegt de h. Dostert. “Hij was het, daarvan ben ik zeker.” Dierickx herkent hij echter niet, omdat deze in de duisternis stond.

De voorzitter stelt getuige in kennis van de openbaringen van Mw, Momper; “De aanvaller”, aldus de h. Dostert, “vroeg mij geen geld, hij had het reeds gekregen. Ik ben formeel, ik herken hem aan zijn aangezicht en vooral aan zijn stem”.

Een taxibestuurder, Pierre Bougard, uit het Moezel-departement, getuigt dat hij op 17 oktober Florizoone, die gewond was, naar Brussel vervoerde. Zijn klant hem op 2 november de rit komen betalen. Hij vertoonde geen wonden en had evenmin een litteken op het voorhoofd.

Het proces wordt maandagochtend voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 14 November 1970

Vrouw aangehouden wegens laster

In verband met het incident tijdens de zitting van het Naamse Assisenhof van vrijdagmiddag, werd de moeder van de beschuldigde Momper, Marthe Koenig, wed. Momper, geboren te Esch-sur-Alzette, op 6 juni 1921 en wonende rue Pasteur, zaterdag onder aanhoudingsmandaat geplaatst wegens lasterlijke beweringen en smaad aan de magistratuur.

Marthe Koenig, die de eed niet kon afleggen, had voor het gerecht verklaard dat een Luxemburger, Lucien Bley, haar in september tot tweemaal toe gezegd ad dat hij het schot had afgevuurd, waardoor de h. Raymond Dostert op 5 november 1967 te Lorentzweiler getroffen werd. Van deze aanslag wordt Florizoone, die formeel door het slachtoffer herkend werd, beschuldigd.

Volgens Marthe Koenig had Lucien Bley verder gezegd dat hij geschoten had omdat de h. Dossert geweigerd had hem geld te geven. De h. Dostert, die op één meter afstand van zijn aanrander stond, had Florizoone herkend. Tot driemaal toe verklaarde hij dat aan diens identiteit geen twijfel bestond. Verder heeft hij verklaard dat de man die het revolverschot afvuurde, hem nooit geld gevraagd had, aangezien hij het geld reeds had weggenomen toen de eigenaar van de villa tussenbeide gekomen was.

De h. Dostert werd zaterdag te Lorentzweiler aan een verhoor onderworpen door hoofdcommissaris Bastin van de gerechtelijke politie van Namen en door de veiligheidsdiensten van het Groothertogdom. Hij verklaarde dat Lucien Bley deel had uitgemaakt van zijn personeel, dat hij hem zeer goed kende en dat hij hem dadelijk zou herkend hebben als hij de aanrander geweest was.

Lucien Bley werd sedert mei jl. door de politie van het Groothertogdom gezocht en in België werd een bevel tot inhechtenisneming tegen hem uitgevaardigd. Zijn persoonsbeschrijving werd door Interpol rondgezonden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 November 1970

Florizoone, Dierickx en Demeuse aan de tand gevoeld

Het proces ten laste van de bende Florizoone werd maandag voortgezet voor het Hof van Assisen van Namen. Eerst was er sprake van de diefstal van identiteitskaarten op het gemeentehuis van Hever. Die documenten werden later door de bendeleden gebruikt.

Demeuse loochent aan die diefstal te hebben deelgenomen met Florizoone en een zekere Roger, wiens identiteit men nooit te weten is gekomen.

De volgende diefstal, die wordt, opgeroepen is die in de bijgebouwen van het Volkshuis te Vilvoorde. Deze bracht 71.200 fr. op. Florizoone beweert dat Demeuse hem een opzetje heeft gegeven. Het hof gaat zich dan meer speciaal bezighouden met de feiten die Florizoone, Dierickx en Demeuse ten laste worden gelegd. Op 8 oktober 1967 pleegden zij een inbraak in de woning van Jacques Dostert te Lorentzweiler en legden er de hand op 980.000 frank aan effecten en juwelen. Gedurende lange tijd zouden zij deze inbraak ontkennen omdat er verband zou kunnen gelegd worden met de diefstal die een maand later in dezelfde gemeente werd gepleegd en waarbij Raymond Dostert zwaar gewond werd. Later werden echter voorwerpen uit de buit herkend en dienden de inbrekers toch te bekennen.

Florizoone bekent dat hij tijdens een inbraak te Koekelberg, die 400.000 fr. opbracht, mw. Lambrechts wekte en haar met een alarmpistool bedreigde. “Met dat ding zou men echter geen vlieg hebben kunnen doden”, zegt hij.

Dan worden verscheidene andere operaties te Eigenbrakel, te Oostende en in het Groothertogdom onder de loep genomen. Zij gingen het drama van Lorentzweiler vooraf. Florizoone en Dierickx waren alleen te Pontpierre waar zij 104.500 fr. stalen ten nadele van de h. Jean-Pierre en Adolphe Schmitz.

Op 1 november zijn zij te Kockelscheuer (10.000 fr.) en op 5 november ’s namiddags te Frisange waar zij het landhuis van de h. Schmitz bezoeken, maar door een Duitse herdershond worden gestoord. Dierickx slaagt erin de hond op te sluiten. Volgens Florizoone vertrekken zij onmiddellijk naar Merano (Italië) voor een verblijf van drie weken, zonder echter aan te lopen bij de h. Raymond Dostert, die door een pistoolschot wordt gewond.

Na deze vakantie volgen de inbraken van Obereom (Groothertogdom) van Suarlée, een poging tot inbraak te Aarlen, een diefstal met inbraak in een winkel te Bastenaken (100.000 fr.). Bij al deze operaties waren Florizoone Dierickx, Demeuse en Maria Momper betrokken, terwijl de eerste drie ook nog deelnamen aan diefstallen te Gembloers (35.000 fr.) en te Eigenbrakel (7.580 fr.).

Vooraleer de zitting op te schorten meent de voorzitter dat men woensdag het rekwisitoor en de pleidooien zal kunnen horen. De jury zal op eventjes 613 vragen moeten antwoorden.

Litteken?

Tijdens de namiddagzitting is de verdedigers van Florizone, Mr. Wynants, tot tweemaal toe tussengekomen om te vragen dat men de Brusselse arts zou oproepen die enkele dagen voor de overval van Lorentzweiler verscheidene haakjes uit het aangezicht van zijn cliënt zou hebben verwijderd.

Substituut Lecomte antwoordde dat de kamer van inbeschuldigingstelling dergelijk verzoek reeds heeft afgewezen daar de feiten al meer dan drie jaar oud zijn. Voorts verklaarde hij dat het getuigenis van de Franse taxibestuurder, de h. Bougard, formeel is: drie dagen voor de zaak van Lorentzweiler vertoonde Florizone geen enkel litteken. Het hof zal dinsdag uitspraak doen over dit incident.

Tijdens dezelfde terechtzitting werd ook nog gesproken over de poging tot overval die op 12 februari 1968, omstreeks 1 uur ’s ochtends gepleegd werd op het agentschap van Biervliet te Oostende en waarbij de h. Derijcke, die gewapend was, twee gewapende bandieten op zich zag afkomen. Het weren Florizone en Dierickx. Deze laatste vuurde eenmaal in de grond opdat Florizone zou kunnen vluchten.

De h. Derijcke werd als getuige gehoord en weidde omstandig uit over deze agressie die gepleegd werd op aanwijzing van Wilkin, toendertijd in dienst van het genoemde agentschap. Er werd ten slotte nog gesproken over de misdrijven van Eigenbrakel, Luneville (Frankrijk), Drongen, Biez en Baulet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 November 1970

Florizoone bracht lachers op de hand

Op de gerechtszitting van dinsdagvoormiddag in het proces ten laste van de bende Florizoone, werden de laatste van de 126 misdrijven behandeld. Dit zijn o.m. de diefstal van 15 identiteitskaarten en van de gemeentestempel Archennes, vervaardigen en gebruik van valse identiteitskaarten, verduistering van 12 huurauto’s die vervolgens in verscheidene Europese landen werden achtergelaten, inbraken te Herpent (8.000 fr.), te Innsbrück, in het Groothertogdom en in Zwitserland.

Te Innsbrück roofde Florizoone alleen 100.000 fr. Te Flamatt (Zwitserland) werden 100.000 fr. en juwelen gestolen van de h. Bouquet, en te Niederwangen leverde een operatie 35.000 fr. op. Te Senningen (Groothertogdom) werd een diefstal van 50.000 fr. gepleegd door Florizoone, juist zoals te Ettelbrück, Ellange en Larochette. Florizoone pochte met een diefstal in Beieren en met een twintigtal andere in Duitsland, waarover hij echter geen bijzonderheden verstrekte.

Het hof hield zich daarna bezig met de betichtingen van valsheid in geschrifte en wapenbezit. Florizoone vroeg echter bewijzen en haalde daarbij het Vlaamse gezegde aan : “Als mijn kat een koe was hadden we alle dagen melk”. Hij kreeg meteen de lachers op zijn hand. Ten slotte werden Florizoone en Dierickx ervan beschuldigd de leiders te zijn van een bende booswichten.

De voorzitter kwam terug op de verklaringen van Momper en haar moeder volgens welke Raymond Dostert zou gewond zijn door een kogel afgevuurd door een zekere Lucien Bley. Uit het onderzoek in het Groothertogdom is gebleken, aldus de voorzitter, dat de h. Dostert samen met Bley gestudeerd heeft en voor en na de feiten zijn werkgever is geweest. De h. Dostert is formeel: hij heeft zijn aanvaller goed gezien en het was Bley niet.

De voorzitter deelde mee dat rekwisitoor en pleidooien woensdag zullen gehouden worden.

Nog een getuige

Het hof heeft tijdens de namiddagzitting een arrest geveld waarbij Florizoone gemachtigd wordt dokter Struys, van Woluwe, die enkele dagen voor de overval van Lorentzweiler een wonde in zijn aangezicht met haakjes zou hebben gedicht, als getuige te laten oproepen. De arts zal tijdens de terechtzitting van woensdag worden gehoord.

Vervolgens las de voorzitter het verslag van de gerechtelijke politie. Daarin wordt in verband met de verklaringen van moeder Momper o.m. verklaard dat de h. Dostert, slachtoffer van de overval van Lorentzweiler, Lucien Bley best heeft gekend, aangezien hij tot tweemaal toe diens werkgever is geweest. Dienvolgens is men er zeker van dat Bley volkomen vreemd is aan de overval.

Vervolgens was het de beurt van Florizoone om erop te wijzen dat hij volstrekt geen uitstaans heeft met een eventueel manoeuvre van Marthe Koenig, Maria Mompers moeder.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 November 1970

Harde woorden voor Florizoone en Dierickx

Tijdens het proces tegen de bende-Florizoone hoorde het Assisenhof van Namen woensdagmorgen een getuige van de verdediging, Dr. Struyf uit Brussel, die verklaarde een zekere Deprins (één der valse namen van Florizoone) verzorgde te hebben voor verwondingen die hij niet nader kan aanduiden, op 23 oktober '67.

Vervolgens zette substituut Lecomte in een drie uur durend rekwisitoor de elementen uiteen, waaruit volgens hem de schuld van de aangeklaagden blijkt, o.m. die betreffende Florizoone en Dierickx in de zaak van Lorentzweiler.

Gewezen te hebben op de schade die tal van slachtoffers opliepen, gaf de substituut de jury uitvoerig uitleg over haar opdracht en over de juridische gegevens van het probleem.

“Florizoone en zijn medeplichtige trachten zich thans valselijk voor te doen als gentlemen, maar het zijn geduchte bandieten, die vak gewapend optraden en niet geaarzeld hebben te schieten, als men hen verhinderd had er vandoor te gaan”, zei hij.

Florizoone speelde de rol van chef en Dierickx die van luitenant. De beide vrouwen waren medeplichtig bij een aantal diefstallen en maakten zich schuldig aan heling. De substituut weidde uit over het schot op de h. Dostert te Lorentzweiler. Op dat ogenblik opereerden Florizoone en Dierickx in het Groothertogdom. Twee uur vroeger pleegden zij een diefstal te Frisange (20 km. daar vandaan). Zij reisden per wagen. De sporen van de banden op het pad aan de villa van de h. Dostert stemmen overeen met de banden van die wagen.

Een hele reeks nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende verdenkingen wegen bovendien op de beschuldigden: De beschrijving der kostuums, die de kleur hadden van de kledij die zij volgens een taxichauffeur droegen en het overijlde vertrek naar Merano (een techniek die bij de diefstal aangewend werd). Tenslotte is het getuigenis van de h. Dostert formeel: Florizoone heeft op hem geschoten en hij heeft hem op een meter afstand gezien.

Florizoone en Dierickx vrijspreken van de aanranding te Lorentzweiler, zo besloot de substituut, zou tegen alle gezond verstand indruisen en een kaakslag zijn voor de slachtoffers.

’s Namiddags gaf de voorzitter lezing van een brief, die hem door bemiddeling van een dagblad door Mievis werd gezonden. Mievis, de beschuldigde die nog steeds voortvluchtig is, beweert niets te maken te hebben met de diefstallen die door de bende werden gepleegd.

Tot ieders verrassing gaf Florizoone het inzicht te kennen zichzelf te verdedigen betreffende de zaak Dostert. “Ik heb toch wel recht op vijf minuten”, zo zegt hij, “want daarna wordt met jaren geteld.” Vijf kwartier lang verdedigde Florizoone zich. Hij heeft in de gevangenis gestudeerd om aan de delinquentie te ontkomen, zegt hij. “Ik ben een bandiet maar geen moordenaar. Ik ben onschuldig in de zaak van Lorentzweiler.”

Daarna schetste Mr. Wynants, de verdediger van Florizoone, de ongelukkige jeugd van beschuldigde, die een trauma opdeed door een beenbreuk en door zijn verblijf te Mol misvormd werd. Florizoone is geen moordenaar, zo zegt hij. Zijn openhartigheid, zijn oprechtheid en zijn goedheid stuiten op koelheid. De vraag is of de maatschappij niet meer schuldig is dan hij.

Donderdagmorgen worden de pleidooien voortgezet.

Bron: Gazet van Antwerpen | 19 November 1970

Verdedigers achten vele beschuldigingen niet bewezen

Donderdagmorgen werden de pleidooien verdergezet in het proces van de bende-Florizoone voor het Assisenhof van Namen. De verdediger van Dierickx, de h. Vergouwen, zag in de systematische ontkenningen van zijn cliënt het gevolg van het feit dat hij als laatst aangehoudene zijn vrienden wil belasten met feiten toe te geven die dezen niet hebben bekend.

De spreker bleef ook elk argument van de beschuldiging verwerpen over de deelname van Florizoone en Dierickx in de zaak-Lorentzweiler. In oktober hadden Florizoone en Dierickx in Lorentzweiler een miljoen gestolen. Het was hun dus niet aangeraden er in november 1967 terug te keren. Bandensporen bewijzen hier niets. De h. Vergauwen trok de eerlijkheid der verklaringen van Demeuse en Momper in twijfel. “Het slachtoffer, de h. Dostert, wees uiteindelijk Florizoone als zijn belager aan”, zei hij nog, “maar de tweede misdadiger beschrijft hij als iemand van het Spaans type, wat helemaal niet overeenkomt met de beschrijving van Dierickx.”

“Er blijft twijfel bestaan”, besloot de h. Vergauwen, “en u moet mijn cliënt in de zaak-Lorentzweiler vrijspreken.”

Mw. Suzanne Moreau trok een hele serie inbreuken in twijfel die Demeuse ten laste worden gelegd of de wijze waarop deze werden toegelicht. Zij stelde vast dat Florizoone Demeuse wilde treffen en dus heeft kunnen liegen om deze te bezwaren. In wettelijke zin is de samenwerking van de misdadigers niet vastgesteld, want niet alle vereiste voorwaarden zijn hiervoor voorhanden.

Mw. Fernande Motte-De Raedt stelde dat Wilkin zijn deel van de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen en de schuld van zijn bijzit Georgette Dufour heeft willen verzachten. Georgette Dufour hing volledig van hem af en beschouwde zich volkomen thuis bij Wilkin. Hij bracht er wie hij wilde. Dufour heeft nooit een revolver aangeraakt tenzij om het wapen in de Ourthe te werpen. Haar medeplichtigheid aan de mislukte hold-up te Oostende staat niet vast. Men beschuldigde haar ervan dat ze de inbrekers na hun slag onderdak heeft verleend, maar zij sliep toen Wilkin ze erheen had gebracht.

De h. Christian Bouvier zag in Momper een toevallige misdadigster en een slachtoffer van de bende. Haar rol bleef beperkt tot een verre medeplichtigheid bij de eerste diefstallen. Zij bleef in de wagen zitten en verliet de bende met Mievis. Zij werd bedreigd door Florizoone. En van hem had ze grote schrik.

Florizoone vernam dat ze door de BOB werd ondervraagd en om ze te compromitteren bracht hij ze naar het huis waar hij had ingebroken. Zo hoopte hij haar de mond te snoeren. De h. Bouvier oordeelde dat Momper handelde onder een onweerstaanbare dwang die het gevolg was van de angst die Florizoone haar inboezemde.

Volgens de voorzitter bleek dat helemaal niet uit het dossier.

Incident

In de loop van de namiddag verweet substituut Lecomte tijdens zijn replieken aan de verdediging dat ze het ene punt na het andere van de negentien betwist hebben. Volgens hem zijn het juist deze punten die de schuld van Florizoone en van Dierickx in de overval van Lorentzweiler bewijzen. Hij herinnerde eraan dat de beschuldigde Demeuse, die het huis van Dostert niet kent, negen volstrekt juiste bijzonderheden over de ligging van het huis heeft kunnen mededelen. Maria Momper, op grond van andere confidenties, kon vier elementen van het drama beschrijven waaraan ze niet heeft deelgenomen. Men kan voorts de eerlijkheid van de h. Dostert niet in twijfel trekken.

Substituut Lecomte verklaarde dat de eerste beschuldigde op de bende een zeer grote invloed had en dat hij het merendeel der inbraken heeft voorbereid en georganiseerd. Mr. Wynants, de verdediger van Florizoone, merkt op dat de maatschappij niets gedaan heeft om zijn cliënt te helpen er weer bovenop te komen. Mr. Vergauwen, de verdediger van Dierickx, verklaarde dat gerechtelijke dwalingen steeds het gevolg zijn van toevalligheden en dat er in bet dossier-Dostert geen bewijs van schuld voorhanden is.

Na een korte repliek van Mr. Suzanne Moreau ter verdediging van Demeuse, beklemtoonde Mr. Motte-De Raedt het passief karakter van de rol die gespeeld werd door Georgette Dufour. Mr. Bouvier herinnerde eraan dat Maria Momper schrik heeft van Florizoone. De voorzitter deelde mede dat er ten minste 613 vragen zullen gesteld worden. Het rekwisitoor en de pleidooien zullen maandag gehouden worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 20 November 1970

Jury moest antwoorden op 613 vragen

Voor het Assisenhof van Namen werd vrijdagmorgen het verhoor voortgezet in de zaak Florizoone.

Toen de voorzitter aan Dierickx vroeg of hij nog iets aan zijn verdediging heeft toe te voegen, antwoordde hij bij het geval Lorentzweiler hij niet betrokken was. Demeuse zei dat hij een bril met donkere glazen draagt, niet om zijn trekken te verbergen maar ten gevolge van een ongeval.

Wilkin legde uit dat hij de auto in Merano ging weghalen omdat hij deze aan de medebeschuldigden had verkocht en deze hem hiervoor niet hadden betaald. Bovendien zei hij, betaalde ik de huur van het huis te Sterrebeek en niet Dufour, die er de andere leden van de bende ontving.

Georgette Dufour had niets te zeggen. Maria Momper gaf te verstaan dat zij Florizoone vreesde en dat zij betreurt vertrouwen te hebben gesteld in de mensen, die haar ertoe hebben aangezet lid te worden van de bende, die zij verliet.

De voorzitter las de 613 vragen voor. Dat duurde anderhalfuur, niettegenstaande hij slechts het essentiële las. Te 10u35 trok de jury zich terug om te beraadslagen.

De beraadslaging van de jury was veel vlugger beëindigd dan voorzien. De volledige verklaring van de jury is moeilijk weer te geven, gezien het grote aantal vragen waarop geantwoord moest worden.

De jury antwoordde bevestigend op de vragen aangaande de schuld van Florizoone en Dierickx in de zaak Lorentzweiler; in deze operatie werd de h. Dostert gewond. Alle bezwarende omstandigheden werden behouden, met uitzondering van het feit dat zij ’s nachts gehandeld zouden hebben.

Voor de mislukte hold-up te Oostende werden Florizoone, Dierickx en Wilkin schuldig bevonden, met behoud van verscheidene bezwarende omstandigheden. Wat Georgette Dufour betreft, antwoordde de jury bevestigend aangaande de medeplichtigheid door onderdak te verlenen aan de bandieten. De beschuldigden werden beschouwd als zijnde leden van een bende gevormd om te stelen. De jury heeft ontkennend geantwoord op de vraag betreffende de bendevorming om te moorden.

Florizoone en Dierickx werden door de jury als de bendeleiders aangeduid. De beschuldigden werden in de zaal geleid en de griffier las hen de verklaring van de jury voor.

Maandag wordt de zaak verder behandeld.

Bron: Gazet van Antwerpen | 21 November 1970

Voortvluchtige Mievis kreeg vijf jaar gevangenisstraf

Het Hof van Assisen van Namen is dinsdag zonder juryleden bijeenkomen om zich uit te spreken over de besluiten van de burgerlijke partijen in het rechtsgeding tegen de leden van de bende Florizoone. Zij kregen allen voldoening, meestal de symbolische frank of schadeloosstelling gaande van 1.000 tot 17.000 fr.

De beschuldigden hebben zich vervolgens teruggetrokken waarna het Hof bij verstek vonnis velde in het geval van het voortvluchtige bendelid André Mievis, 29 jaar, uit Wemmel. Het hof veroordeelde hem tot vijf jaar opsluiting wegens zijn deelneming aan een vijftiental misdrijven in België, West-Duitsland, Zwitserland en Frankrijk.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 November 1970

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Bende Florizoone

Vijftien jaar dwangarbeid voor Florizoone en Dierickx

Het Hof van Assisen van Namen heeft maandag vonnis geveld tegen de bende Florizoone. Florizoone zelf en Dierickx werden tot 15 jaar dwangarbeid veroordeeld, Demeuse tot tien jaar opsluiting en Wilkin tot acht jaar. Georgette Dufour kreeg vier jaar en Maria Momper drie jaar gevangenisstraf.

Tijdens de ochtendzitting had substituut Lecompte de persoonlijkheid en de activiteiten van elke beschuldigde toegelicht en hun mogelijkheden tot inkeer onderzocht.

Hij eiste drie jaar gevangenisstraf tegen Maria Momper, vijf jaar tegen Georgette Dufour, vijftien jaar tegen Wilkin, voornamelijk wegens diens deelname aan de overval te Oostende, twaalf jaar dwangarbeid tegen Demeuse, dader van elf niet gewapende diefstallen, en twintig jaar dwangarbeid tegen beide bendeleiders Dierickx en Florizoone.

Ongelukkige jeugd

Om beurt schilderden Mr. Wijnants voor Florizoone en Mr. Vergauwen voor Dierickx de ongelukkige jeugd van hun cliënten en verzochten het hof zich mild te tonen. Mw. Suzanne Moreau onderstreepte dat Demeuse slechts een medeplichtige was die tegenstander was van gewapende overvallen. Mr. Motte de Raedt onderstreepte onder meer de heldenmoed van Wilkin bij de brigade Piron en het gemis aan persoonlijkheid van Georgette Dufour voor wie een straf met uitstel kan volstaan.


Bron: Gazet van Antwerpen | 24 November 1970

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube