1

Topic: Landelies: 31 December 1971

Samenvatting

  • Wat? Moord op een uitbater van een tankstation

  • Wanneer? 31 December 1971

  • Waar? Chaussee de Mons in Landelies » Google Maps

  • Wie? Calogero Pocorobba en Jean-Pierre Perron

  • Wapen: mes

  • Status: Opgelost

De twee mannen werden betrapt bij een inbraak en sloegen op de vlucht. Ze werden achtervolgd door de bewoner. In het daaropvolgende gevecht werd de man door verschillende messteken vermoord. De twee daders werden hiervoor in 1972 veroordeeld door het Hof van Assisen.

Zij waren ook betrokken bij de diefstal van verschillende wapens uit de kazerne van Schaffen, nabij Diest. Eén van die wapens was in 1970 gebruikt door een man om drie personen te vermoorden in een café in Etterbeek.

Calogero Pocorobba en Jean-Pierre Perron tijdens het assisenproces in 1972:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/caloge10.jpg

Man vijf messteken toegebracht te Landelies

Te Landelies werd donderdagavond omstreeks 21u een moord gepleegd. Toen de 33-jarige pompbediende Robert Leroy met zijn echtgenote naar zijn pompstation ging, zag hij twee mannen wegvluchten. Hij zette onmiddellijk de achtervolging in. Hij haalde hen een eerste maal in, maar na een korte vechtpartij slaagden de twee mannen erin opnieuw te ontsnappen. Leroy haalde hen een vijftigtal meter verder weer in. Toen bracht een van de mannen hem vijf messteken toe. Tijdens zijn overbrenging naar het ziekenhuis is hij overleden.

Onderzoeksrechter Dumonceau en de gerechtelijke politie verschenen op de plaats van de misdaad. De twee mannen zijn nog altijd voortvluchtig. Er wordt verondersteld dat zij wilden inbreken in het pompstation en verrast werden toen het echtpaar Leroy terugkeerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Januari 1971

Moord te Landelies opgehelderd

Rechter van onderzoek Dumonceaux van Charleroi heeft een bevel tot aanhouding uitgevaardigd ten laste van Jean-Pierre Peron (22) uit Châtelet, en Calogero Pocoroba (21) uit Fontaine l'Evêque, die tijdens oudejaarsnacht te Landelies de 33-jarige tankstationbediende R. Leroy neerstaken. De twee jonge misdadigers, die door Leroy in het tankstation op diefstal werden betrapt en achternagezet, zullen zich te verantwoorden hebben wegens diefstal met geweld en bedreigingen, inbraak in een bewoond eigendom en moord om de diefstal te vergemakkelijken of zijn straffeloosheid te verzekeren.

Pocoroba heeft bekend dat hijzelf de messteken toebracht aan Leroy, die hem had ingehaald. De twee mannen werden in hun woning aangehouden door de gerechtelijke politie. Zij waren geen onbekenden voor het gerecht, want reeds in juni waren zij medeplichtig aan een wapendiefstal in de kazerne van Diest-Schaffen.

Eveneens werd ontdekt dat een van de gestolen wapens, een machinepistool, overhandigd werd aan een beroepsmilitair. Deze laatste, Claude Verrue, had het wapen gebruikt om in de nacht van 21 juli te Etterbeek enkele verbruikers in een drankgelegenheid neer te knallen.

Na ongeveer twee maanden aanhouding werden Peron en Pocoroba in oktober vrijgelaten. Voor de moord te Landelies hebben beiden volledige bekentenissen afgelegd. Zij werden in de gevangenis van Charleroi opgesloten.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Januari 1971

Reconstructie van moord te Landelies

Het parket van Charleroi begaf zich donderdagochtend naar Landelies voor de reconstructie van de moord die op 31 december ll. werd gepleegd. Tijdens de nieuwjaarsnacht begaf de 33-jarige Leroy zich met zijn vrouw naar het pompstation aan de Chaussee de Mons te Landelies, dat door zijn vrouw wordt uitgebaat, toen hij twee mannen uit het pompstation zag lopen.

Hij achtervolgde hen en haalde ze een eerste maal in. Na een kort gevecht konden de twee mannen opnieuw aan de haal gaan, maar zij werden door Leroy opnieuw ingehaald. Toen bracht één van de twee mannen Leroy verscheidene messteken toe. De man overleed tijdens zijn overbrenging naar het ziekenhuis. Beide booswichten werden op 3 januari aangehouden.

Het betreft Calogero Pocoroba, 21 jaar, uit Fontaine l’Evêque, die bekende de messteken te hebben toegebracht en de 22-jarige Jean-Pierre Perron, uit Châtelet. Pocoroba wordt beschuldigd van moord met het oog op diefstal en Perron van medeplichtigheid.

Bron: Gazet van Antwerpen | 2 April 1971

Overval op benzinestation leidde tot moord

Dinsdag begon voor het Hof van Assisen van Henegouwen het proces ten laste van Calogero Pocoroba, een 23-jarige fabrieksarbeider uit Fontaine-l'Evêque, en de 24-jarige Jean-Pierre Perron uit Châtelet. Beide mannen, die elkaar leerden kennen tijdens hun legerdienst, pleegden in de nacht van 20 juni 1970 een wapendiefstal in de kazerne van Diest. Hiervoor zaten ze een gevangenisstraf van twee maanden uit.

Kort na hun vrijlating planden de twee mannen een overval op een benzinestation te Roux. Pocoroba besliste echter de avond van de overval een ander benzinestation te beroven, nl. dat van de h. Robert Leroy te Landelies. De kerel had in het voorbijrijden vastgesteld dat de bewoners blijkbaar niet thuis waren en besloot die kans waar te nemen.

Perron verklaarde zich akkoord met het nieuwe plan, vermits hij de plaats min of meer kende, daar hij er indertijd benzine had geleverd. Ze begaven zich hierop met de wagen van Pocoroba naar het benzinestation. Perron klopte aan bij de woning om er zich nn te vergewissen of de bewoners afwezig waren.

Pocoroba vervoegde zich kort daarna bij hem. Hij had een keukenmes, eigenhandig in de vorm van een dolk gesIepen, om het inbreken te vergemakkelijken. Beiden drongen de woning binnen en doorzochten de inboedel. Omstreeks 21u15 werden zij verrast door de h. Robert Leroy, die met zijn echtgenote en dochter terugkeerde van een ziekenbezoek te Charleroi.

De beide misdadigers vluchtten hals over kop, achternagezet door de h. Leroy. Zij droegen een buit bij zich van ongeveer negenduizend fr. in geld en vierduizend fr. aan juwelen. Leroy slaagde erin Pocoroba in te halen doch de kerel wist zich los te werken. De benzinepomphouder zette opnieuw de achtervolging in en kon Pocoroba vastgrijpen.

Volgens beklaagde zou Leroy hem bij de keel hebben gegrepen. Pocoroba heeft dan zijn spitsbroeder ter hulp geroepen hebben. Perron bekent op zijn stappen te zijn teruggekeerd, maar zou onmiddellijk verder zijn gevlucht vermits hij een auto zag aankomen.

Op dat ogenblik heeft Pocoroba zijn mes gegrepen en viermaal toegestoken. Een van de dolksteken doorboorde de thorax, de linkerlong en het hartvlies van zijn slachtoffer. Pocoroba vluchtte vervolgens zijn vriend achterna, terwijl Leroy, die even later zou overlijden, nog de kracht vond om een automobilist te waarschuwen, de h. Maurice Guimin, die samen met zijn vrouw getuige was van de laatste ogenblikken van het handgemeen.

De h. Guimin zette op zijn beurt de achtervolging in. Ongeveer achthonderd meter verder merkte hij een voetganger op, die verklaarde niemand gezien te hebben. Vermits dit Guimin nogal verdacht voorkwam, nam hij de man - het bleek Perron te zijn - mee naar de plaats van het misdrijf. De rijkswacht identificeerde Perron, maar vermits op dat ogenblik geen enkele verdenking op hem leek te rusten werd hij op vrije voeten gesteld.

Perron reed met de wagen van zijn vriend naar Fontaine-l’Evêque waar hij Pocoroba op de afgesproken plaats ontmoette. Beiden begaven zich vervolgens naar een dansgelegenheid, waar de buit werd verdeeld.

Op 2 januari werden Pocoroba en Perron verhoord. Zij bekenden vrij vlug de daders te zijn van de overval. De psychiaters hebben beide gangsters volkomen toerekeningsvatbaar verklaard. Na de voorafgaande formaliteiten kon voorzitter Poupart dinsdag te 10u10 de ondervraging van de beklaagden aanvatten.

Pocoroba wordt eerst op de rooster gelegd en verklaart hoe hij op het idee kwam de diefstal te Landelies te plegen. “Ik zat in geldnood en belde Perron op om zijn hulp in te roepen. Hij verkeerde in een al even benarde toestand en sprak van een benzinestation waar de eigenaar afwezig was”.

“Waarom hebt ge een mes op zak gestoken”, vraagt de voorzitter.

“Het lag al geruime tijd in de auto.”

Perron bevestigt dit allemaal, maar doet heel schuchter opmerken dat zijn vriend op het idee kwam van de overval. Wanneer hij toegeeft dat hij de vrouw van de uitbater kende, vraagt de voorzitter hem of hij niet bang was herkend te worden. Perron: “Ik was er zeker van dat er niemand thuis was”.

“Waarom liep de h. Leroy achter u aan, Pocoroba?” vraagt de voorzitter.

“Perron liep voorop. De pompist haalde mij na tweehonderd meter in. Ik kon mij loswerken maar hij had mij andermaal beet en greep mij bij de keel. Ik voelde dat ik ging stikken. Ik heb dan het mes, waarmee ik de deur van het pompstation had geopend, gegrepen. Eerst stak ik in zijn handen, zodat hij moest loslaten en vervolgens onder zijn armen. Ik riep om hulp omdat ik de bezwijming nabij was. Niemand kwam echter ter hulp, zelfs niet een automobilist die een eindje verder stond. Ik heb gestoken en vernam pas 's anderendaags via de krant dat Leroy dood was.

Perron geeft toe dat hij Pocoroba heeft horen schreeuwen en dat hij de vechtenden toeging. Hij werd opgehouden door een autobestuurder die hem vroeg wat hij daar uitvoerde en die hem verplichtte mee te gaan naar de rijkswacht. Perron scheepte de man af met een smoesje dat hij een eindje verder met een defecte wagen stond.

De zitting herneemt met het verhoor van de h. Renaux, dokterm in de farmaceutische wetenschappen, die het bloed van het slachtoffer analyseerde de avond van het drama.

Gerechtsarts Draux heeft de autopsie verricht op Leroy, die talrijke messteken vertoonde. Een van deze messteken doorboorde de borstkas en had de dood door longbloeding tot gevolg.

Dokter-psychiater Sauvegarde acht de toerekeningsvatbaarheid van Pocorobba en van Perron volledig.

Er wordt nog heel wat geredetwist over een geplande diefstal te Roux door beiden beraamd nog voor het drama te Landelies.

Bij het einde van de zitting komt Mw. Marie-Louise Mallarmé, weduwe van het slachtoffer getuigen. Zij verhaalt dat zij en haar echtgenoot bij het uitstappen uit de wagen de twee mannen zagen de benen nemen. Haar echtgenoot vroeg haar de politie te verwittigen, maar zij kreeg geen telefonische verbinding. Intussen had Leroy Pocoroba bij de arm gegrepen, maar hij gleed uit in de sneeuw en zo kon de dief ontkomen. Het slachtoffer zette de achtervolging in. Zij zou hem niet meer levend terugzien.

Volgende zitting heden woensdag.

Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Mei 1972

Pocoroba heeft de moord bedreven beweert ooggetuige

Het Hof van Assisen van Henegouwen, voorgezeten door de h. Poupart, heeft woensdag het getuigenverhoor voortgezet in de zaak ten laste van Calogero Pocoroba en Jean-Pierre Perron, beschuldigd van moord op een pompstationuitbater te Landelies, op 31 december 1970. Eerst kwamen de rijkswachters aan de beurt die aan het onderzoek deelnamen.

Een van hen verklaarde dat Perron andere kleren had aangetrokken tussen het ogenblik van het drama en dat waarop hij werd geïdentificeerd. Opmerkenswaardig is dat verscheidene personen de overvallers door de velden hebben zien vluchten. Maar iedereen dacht dat het om spelende jongens ging die een sneeuwballengevecht leverden. De h. Barbiaux, uit Charleroi, in zijn vrije tijd kelner in de herberg “Cabanon” was op Oudejaarsavond omstreeks 19u30 getuige van een telefoongesprek tussen Pocoroba en Perron. Daarna kwamen de twee mannen bijeen om samen te verdwijnen.

De h. Barbiaux : “Omstreeks 23u zijn zij teruggekomen. Zij zagen er erg opgewonden uit. Ik had de indruk dat zij getwist hadden. “Wij zijn niet samen teruggekomen, ik was alleen”, zegt Perron. “Ik ben formeel, zij waren met z'n tweeën”, antwoordt getuige.

Verscheidene jongelieden, die nabij de plaats van de overval feest vierden, komen verklaren dat zij twee of drie mannen hebben zien vechten. Zij zijn echter niet tussengekomen. Daarentegen heeft de h. Guissier, die op dat ogenblik met zijn wagen voorbijgereden kwam, Pocoroba slagen zien toebrengen aan L.eroy. Perron stond tien meter verder te kijken. De twee beklaagden zijn vervolgens op de vlucht geslagen en getuige verzorgde het slachtoffer dat zei: “Help mij, men heeft mij bestolen en ik werd met een mes gestoken”.

Perron niet?

Toen familieleden van Leroy naderden, heeft Guissier de achtervolging op de aanranders ingezet. Zo achterhaalde hij Perron en nam hem mee naar de rijkswacht daar hij hem verdacht voorkwam.

Op de vraag van de voorzitter verduidelijkt getuige dat Perron niet deelnam aan het gevecht en op de vlucht is geslagen toen Pocoroba zijn mes hanteerde. Deze verklaring is van bijzonder groot belang voor Perron, die tracht elke verantwoordelijkheid voor de dood van Leroy af te wentelen. Wat de toestand van Pocoroba en Leroy betreft, zegt getuige dat Leroy zijn aanrander bij de schouder had gegrepen en dat Pocoroba, in tegenstelling met hetgeen hij volhoudt, niet in moeilijkheden verkeerde.

Bron: Gazet van Antwerpen | 4 Mei 1972

Over Jean-Pierre Perron niets dan goeds

Het Hof van Assisen van Henegouwen heeft donderdag het getuigenverhoor voortgezet in de zaak van de overval met dodelijke afloop te Landelies, waarvan de pompist Robert Leroy het slachtoffer werd.

Op verzoek van de verdediging werden de ouders van Jean-Pierre Perron gehoord. De vader van beklaagde, Jean Perron, uit Villers-Poterie, verklaarde dat hij vóór het drama niet te klagen had over het gedrag van zijn zoon, tenzij enkele mindere uitslagen op school. Pocoroba heeft beslist geen goede invloed op hem gehad en om hem liet Jean-Pierre het ouderlijk dak in de steek.

De moeder verklaarde dat haar jongen in zijn jeugd heel braaf was. Ook volgens haar is de invloed van Pocoroba niet heilzaam voor hem geweest.

De vrouw van beklaagde, Liliane De Neve, zei dat de verstandhouding met haar man een jaar lang degelijk was, waarna Pocoroba ten tonele verscheen en de toestand in het jonge gezin verslechterde. Op een dag bracht Jean-Pierre een dolk mee naar huis en ontstond er twist daarover. Daarna verdween het wapen. Wanneer was dat juist, wil de voorzitter weten. Ongeveer zes maanden voor de overval.

A. Aceto, die onderrichter was in de kazerne van Heverlee, weidt uit over de wijze van dienen van Pocoroba. Het was geen kwade jongen, zelfs een dagjesmelker zei hij.

Daarna komen verscheidene personen verklaringen afleggen over het gedrag van Perron op school en bij het leger, zonder dat zulks noemenswaardige bijzonderheden aan het licht brengt. Een gewezen ploegbaas van Perron in een walserij, zei dat beklaagde een flinke gehoorzame werker was.

Legerdienst noodlottig

Bij de aanvang van de namiddagzitting komen de laatste getuigen van de aanklager en de verdediging aan de beurt. Een van hen, handelsdirecteur van een petroleumfirma, zegt dat Pocoroba werd doorgezonden als chauffeur-besteller omdat men hem ervan verdacht als tipgever te zijn opgetreden bij een diefstal van 60.000 fr. ten nadele van het bedrijf. Hij alleen was immers voldoende op de hoogte van de gebruiken en gewoonten in het huis. Aan te stippen valt dat de diefstal in de schoenen geschoven werd van Perron, maar dat deze nog niet werd berecht.

Mevr. Eliane Dupont, uit Boussu, die een ondergeschikte was van Robert Leroy in het tankstation van Shape te Casteau, beschrijft het slachtoffer als een rechtschapen, eerlijk en rustig man.

De moeder van Pocoroba neemt luid schreiend plaats op de getuigenstoel. Zij zegt dat haar zoon vriendelijk was en dat zij geen reden tot klagen over hem had. Indien hij geen al te schitterende leerling was, is zulks te wijten aan het feit dat hij vaak hoofdpijn had. Perron heeft een slechte invloed op hem gehad.

De stiefvader, Antonio, meent dat Pocoroba vooral tijdens zijn legerdienst sterk is veranderd. Toen is het immers begonnen met zijn drinkgelagen.

Na dit getuigenis wordt de te rechtszitting opgeheven tot vrijdagochtend.

Bron: Gazet van Antwerpen | 5 Mei 1972

15 jaar dwangarbeid voor Pocoroba en 12 voor Perron

Vrijdagavond laat viel het verdict in de moordzaak van Ladelies, waarvan de pompbediende Robert Leroy op oudejaarsavond 1970 het slachtoffer werd. Het assisenhof van Henegouwen was niet mals voor de twee beschuldigden. Calogero Pocoroba werd met 15 jaar dwangarbeid bedacht, en zijn medeplichtige, Jeann-Pierre Perron, wiens aandeel in de moord geringer werd geacht, kreeg 12 jaar van dezelfde straf achter zijn naam.

Voor het Hot van Assisen van Henegouwen is vrijdag het proces van Calogero Pocoroba en Jean-Pierre Perron beëindigd.

Mr. Deton als burgerlijke partij legt er de nadruk op hoe een gezin door de misdaad van de beklaagden uiteengerukt werd en hangt een beeld op van het werkzame leven van het slachtoffer.

Na gewezen te hebben op het verleden van de beklaagden, zei pleiter dat Leroy niet per ongeluk gedood werd, maar het slachtoffer werd van het opzet van zijn moordenaar, die meende herkend te zijn en die gezworen had niet meer naar de gevangenis terug te keren. Perron dan heeft tot de diefstal aangezet en moet daarvan al de gevolgen dragen, zo besloot de advocaat.

Dan komt het openbaar ministerie aan de beurt. Substituut Pierre Honoré wijst er ten behoeve van de gezworenen op dat juridisch gezien de beschuldiging van moord op beide mannen weegt, want de moord Is een verzwarende omstandigheid van de diefstal die door beide mannen gepleegd werd.

De advocaat-generaal belicht dan opnieuw de omstandigheden van de moord en zegt dat Pocoroba wel degelijk stak met het inzicht te doden. Dit wordt bewezen door het aantal messteken, die aantonen dat zijn opleiding als paracommando een goed resultaat heeft gehad. Trouwens, zegt het openbaar ministerie, Leroy hield Pocoroba slechts vast en wurgde hem niet. Het ging er wel degelijk om een getuige die hem had herkend uit de weg te ruimen.

Mr. Honoré hangt dan een beeld op van de karaktertrekken van beklaagden: Perron ,intelligent en zeker van zijn stuk, Pocoroba, een “uitvoerder”, een gecomplexeerd persoon. Tot besluit vraagt de advocaat-generaal beide dieven schuldig te verklaren aan de dood van de h. Leroy.

Mr. Roger Lorent komt aan het woord voor de verdediging. Hij ontkent dat Pocoroba een dolktatoeage op de arm heeft of geobsedeerd is door dat wapen. Niets in het dossier toont aan dat hij het inzicht had te doden. Pleiter zegt dat zijn cliënt toegestoken heeft, toen Leroy hem bij de keel had en hij niet meer kon ademen.

Had hij het inzicht gehad te doden, dan zou Pocoroba zich met een revolver gewapend hebben i.p.v. met een mes, zo voegt de advocaat eraan toe, die besluit dat het het noodlot is dat de dood van Leroy veroorzaakte en dat zijn cliënt geen moordenaar is.

Mr. Jeanine Hubert verdedigt de tweede beschuldigde, Jean-Pierre Perron. Ze verklaart dat in het geval van haar cliënt alles duidelijk Is. Hij heeft niet gedood, Pocoroba deed dit wel. Als Perron voor het Hof van Assisen verschijnt, dit te wijten aan het openbaar ministerie, dat van mening is dat de zaak in haar geheel diende behandeld te worden. Het is niet omdat hij aan de diefstal heeft deelgenomen dat Perron daardoor automatisch schuldig is aan moord. Hij had geen misdadige bedoeling. Hij had ook de tijd niet om de tegenstanders te scheiden. Perron is slechts een dief. Hij is niet in staat een moord te bedrijven. Ze vraagt dan ook dat zijn zaak zou gescheiden worden van die van Pocoroba.

Na de replieken beslist de voorzitter een supplementaire vraag te stellen waarbij de bedoeling de dood te veroorzaken uitgesloten wordt. Aan de jury worden daarop 10 vragen gesteld. De jury trekt zich daarop terug om te beraadslagen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 6 Mei 1972

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube