1

Topic: Anderlecht: 13 September 1982

Samenvatting

  • Wat? Roofmoord op een vrouw

  • Wanneer? 13 september 1982

  • Waar? Marius Renardlaan 49 te Anderlecht » Google Maps

  • Wie? Pierre Opsomer en Paul Cazier

  • Status: Opgelost

Voor een buit van 6.000 fr., wat juwelen en huisraad werd een gruwelijke roofmoord gepleegd op een vrouw. De beide daders werden begin 1985 veroordeeld tot levenslange dwangarbeid.

Pierre Opsomer:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/pierre14.jpg

Paul Cazier:

https://i25.servimg.com/u/f25/11/22/12/24/paul_c10.jpg

Vrouw gewurgd gevonden te Anderlecht

De 56-jarige Louise De Donder wonende Marius Renardlaan 49 te Anderlecht werd dinsdagavond in haar appartement gewurgd aangetroffen. Het ziet er naar uit dat de vrouw, die uit de echt gescheiden was, reeds maandagavond werd gedood, door een man die haar af en toe kwam bezoeken.

De conciërge van het gebouw was maandagavond herhaaldelijk bij het slachtoffer gaan aanbellen, zonder enig antwoord te krijgen. De huisbewaarder verwittigde toen de plaatselijke politie, die in het appartement een grote wanorde vaststelde. De meeste kasten bleken doorsnuffeld en de dader had het blijkbaar op het geld en de juwelen van het slachtoffer gemunt.

Het is nagenoeg zeker dat de dader een bekende is van het slachtoffer en zonder moeite werd binnengelaten, aangezien er nergens sporen van braak werden waargenomen. Er wordt in dat verband gedacht aan een man die het slachtoffer nu en dan een bezoek bracht en die sinds de feiten is verdwenen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 16 September 1982

Verdachte aangehouden na moord te Anderlecht

De Brusselse onderzoeksrechter mw. Lyna heeft donderdagnamiddag een verdachte in de moord, maandagavond gepleegd op de 56-jarige Louise De Donder, Marius Renardlaan 49 te Anderlecht, onder aanhoudingsbevel geplaatst. Het gaat om de 24-jarige G.L., een loodgieter-schalielegger uit Elsene.

Tot nog toe weigerde de man in kwestie enige bekentenissen af te leggen. De onderzoeksrechter zou echter voldoende elementen bezitten om G.L. als de vermoedelijke dader van de misdaad te beschouwen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 17 September 1982

Moord te Anderlecht volledig opgehelderd

De moord op de 56-jarige uit de echt gescheiden Louise De Donder, op 13 september in haar appartement te Anderlecht, is volledig opgehelderd. De daders zijn de 25-jarige Pierre Opsomer, wonende Nancystraat 27 te Brussel en de 36-jarige Paul Cazier, wonende Neerpedestraat 706 te Anderlecht.

De daders hadden het slachtoffer leren kennen via de 24-jarige G. Lambert, een man die de vrouw regelmatig pleegde te bezoeken. Ze vernamen aldus dat het slachtoffer dat als bediende werkte bij de jeugdafdeling van het ministerie van Justitie, over heel wat geld beschikte. Ze zochten de vrouw op met de bedoeling haar te beroven. Bij deze gelegenheid ruimden ze het slachtoffer echter uit de weg, door de vrouw met een touw te wurgen.

De misdaad werd eerst tijdens de avond van 14 september ontdekt door de conciërge van het gebouw. G. Lambert blijft aangehouden. Hij verstrekte immers de inlichtingen die het de daders mogelijk maakten het slachtoffer te·beroven.

Bron: Gazet van Antwerpen | 22 September 1982

Moordenaars van Anderlecht beschuldigen elkaar

De 36-jarige Paul Cazier uit Anderlecht en de 25-jarige Pierre Opsomer uit Brussel, die bekenden op 13 december de 66-jarige Louise De Donder in haar appartement te hebben gedood om ze te beroven, beschuldigen elkaar omtrent de manier waarop het slahthtoffer om het leven werd gebracht.

Louise De Donder kreeg talrijke vuistslagen en voetschoppen toegediend en werd uiteindelijk met een koord gewurgd. De daders gaven alleen toe 6.000 fr. en enkele waardevolle voorwerpen bij het slachtoffer te hebben weggenomen. Er wordt sterk vermoed dat ze een veel belangrijkere geldsom bij het slachtoffer hebben aangetroffen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 September 1982

Tweemaal wegens roofmoord voor Brabants Assisenhof

Het assisenhof van Brabant behandelt van maandag 25 maart af het proces tegen de 38-jarige Paul Cazier, een mecanicien, en de 27-jarige Pierre Opsomer, een huisschilder, allebei wonende te Anderlecht. Beiden worden ervan beschuldigd in de nacht van 13 op 14 september 1982 de 56-jarige sociaal assistente Louise De Donder in haar woonplaats te Anderlecht te hebben gewurgd, om haar van 6.000 fr., enkele juwelen, wat cheques en een bankkaart te beroven.

Paul Cazier en Pierre Opsomer hadden elkaar leren kennen in de gevangenis. Toen ze elkaar op 13 september 1982 opnieuw ontmoetten, kwamen ze overeen om Louise De Donder, die ze nog in de gevangenis hadden gekend, te vermoorden om ze gemakkelijker re kunnen bestelen.

Cazier, die best van beiden de sociaal assistente kende, ging omstreek 20u30 bij haar aanbellen. Hij werd zonder veel argwaan binnengelaten. Cazier zorgde ervoor dat Opsomer eveneen binnen kon. Opsomer ging toen recht op de sociaal assistente toe en poogde haar te wurgen met de handen. Vervolgen wurgde Cazier de vrouw met een touw. De twee indringers beroofden daarna het slachtoffer. Ze werden echter al op 20 september aangehouden. Er worden een dertigtal getuigen opgeroepen, en de debatten zullen vijf dagen duren.

Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Maart 1985

Vrouw vermoord voor 6.000 fr.

Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Biseau d’Hauteville, is maandag het proces begonnen tegen de 38-jarige Paul Cazier en de 27-jarige Pierre Opsomer, beiden uit Anderlecht.

De twee mannen worden ervan beschuldigd tijdens de nacht van 13 op 14 september 1982 de 46-jarige Louise De Donder in haar woning aan de Marius Renardlaan 49 te Anderlecht te hebben vermoord om haar van 6.000 fr. en wat huisraad te beroven.

Cazier wordt verdedigd door Mrs. Jean-Paul Dumont en Véronique Laurent, Opsomer door Mrs. Martial Lancaster en Didier de Quévy. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal Jean du Jardin. De jury is samengesteld uit zeven vrouwen en vijf mannen.

Cazier werd grotendeels door zijn grootmoeder opgevoed. Zijn studies aan de lagere school lieten te wensen over. Op 14-jarige leeftijd begon hij bij een bakker te werken, maar hij bleek iemand van 12 stielen en 13 ongelukken te zijn. Niet minder dan 26 keer veranderde hij van job. Hij werd toen beroepsvrijwilliger bij het leger, maar pleegde na twee jaar dienst een diefstal zodat hij werd weggestuurd. Hij moest niettemin zijn normale dienstplicht als milicien vervullen.

Cazier was ondertussen bij verschillende misdrijven betrokken. Om aan de politie te ontsnappen ging hij telkens een tijdje in Frankrijk wonen. Hij trouwde een eerste maal in 1967 met een vrouw die hem een dochter schonk. Na een echtscheiding trad hij in 1971 opnieuw in het huwelijk en kreeg toen twee zoons. Op zekere dag stak hij de kleren van zijn tweede vrouw in brand en ging hij in een café een klant met een knipmes te lijf.

Opsomer kwam als natuurlijk kind op de wereld. Wegens diefstal kwam hij vrij vlug met de jeugdrechter in contact. Hij leefde samen met drie verschillende vrouwen. Toen hij als milicien in het leger terecht kwam, liep hij verscheidene veroordelingen op.

Het slachtoffer Louise De Donder werkte vroeger als steno-typiste bij het ministerie van Justitie. Ze werd echter ziek en gaf haar ontslag. Uit menslievendheid ging ze toen herhaaldelijk aan gedetineerden in de gevangenis een bezoek brengen. Zo leerde ze onder meer beklaagde Cazier kennen. Louise De Donder werd op een van de gevangenen, een zekere Lambert, verliefd. Toen de man uit de gevangenis werd ontslagen, nam hij zijn intrek bij haar. Na een tijd begon hij haar echter te slaan zodat ze met hem brak. Lambert ging haar nadien soms bedreigen. Louise De Donder bracht de politie daarvan op de hoogte. Dat verklaart waarom Lambert kort na de misdaad als hoofdverdachte werd aangehouden.

Cazier en Opsomer, die elkaar in de gevangenis hadden leren kennen, ontmoetten mekaar heel toevallig op 13 september 1982. Ze praatten voer hun financiële moeilijkheden en Cazier sprak daarbij over Louise De Donder, van wie hij veronderstelde dat ze heel wat geld en juwelen in haar appartement had. De twee mannen besloten de vrouw te gaan beroven. Gezien ze Cazier echter goed kende, beslisten ze ook haar te doden omdat ze hen niet zou verklikken.

Nog dezelfde avond ging Cazier bij Louise De Donder aanbellen en ging zonder problemen binnen. Kort daarop viel Opsomer de flat binnen en gaf de vrouw een duchtige vuistslag in het aangezicht zodat ze half bewusteloos op de grond neerviel. Cazier begon toen naar geld te zoeken maar vond er geen. Om haar te dwingen de plaats aan te duiden waar ze haar geld en juwelen verborgen hield, gaf het tweetal haar nog verscheidene vuistslagen en schoppen. De vrouw zei tenslotte dat ze geen geld of juwelen had. Opsomer trachtte haar toen met de handen te wurgen. Cazier sneed vervolgens een touw van een gordijn los en wurgde er het slachtoffer tien minuten lang mee. De twee mannen scharrelden dan een buit bijeen van 6.000 fr., een trouwring, een haardroger, een tinnen pot, een fototoestel, een chequeboekje, een bankkaart en enkele sloffen sigaretten.

Onderzoeksrechter mw. Luna gaf een relaas van de feiten. Ze voegde eraan toe dat geen van beide beklaagden ooit spijt over zijn daden had betoond. Politiecommissaris Slodven, die de dag na de feiten door de huisdokter van Louise De Donder werd verwittigd, en gerechtelijk officier Renwart, brachten geen betekenisvolle elementen aan. Gerechtelijk officier Tilmant wist te vertellen dat beide beklaagden na enig aarzelen tot volledige bekentenissen overgingen. Cazier liet aanvankelijk wel geloven dat hij zich door Opsomer op sleeptouw had laten nemen.

De wetsdokters Rillaert en Voordecker stelden tijdens de lijkschouwer vast dat het slachtoffer gebroken ribben en heel wat kneuzingen vertoonde. De dood was echter het gevolg van de wurging met een stuk touw.

Psychiaters Delattre en Crochelet beschreven zowel Opsomer als Cazier als psychopaten die op sommige ogenblikken een totale onverschilligheid aan de dag kunnen leggen. Dat neemt volgens de psychiaters niet weg dat ze verantwoordelijk zijn voor hun daden, hoewel zij de beklaagden niet beschouwen als een reëel gevaar voor de maatschappij.

Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Maart 1985

Vriendinnen van Opsomer op de getuigenstoel

In het proces van Paul Cazier en Pierre Opsomer, beiden beschuldigd van moord op Louise De Donder voor het Brabantse assisenhof werden dinsdag opnieuw getuigen ondervraagd.

Eerste getuige was de 27-jarige Gilbert Lambert, verliefd op de 46-jarige Louise was hij bij haar te Anderlecht komen inwonen. Bij een van haar talrijke bezoeken aan gevangenen had ze hem in de gevangenis van Vorst leren kennen. Getuige, die aanvankelijk van de moord op de Louise De Donder werd verdacht, zat 26 dagen in voorarrest. Hij stelde dat Louise De Donder voor hem tegelijk minnares en moeder was, zodat hij met haar erg gelukkig was.

Op zekere dag sloeg hij de vrouw echter zodanig dat ze overgebracht werd naar het ziekenhuis. Zij verbrak ook de verhouding. Gedeeltelijk om zich te wreken vertelde getuige aan zijn vriend Cazier dat De Donder twee tot driehonderdduizend frank in haar appartement verborg. Dit zette Cazier er later toe aan samen met Opsomer de vrouw te doden en te bestelen.

Volgende getuige was Emiel Cazier, de 62-jarige vader van beklaagde. Paul Cazier. Volgens hem bezit zijn zoon de negatieve karaktertrekken van zijn eerste echtgenote. Meteen is dit een verklaring voor zijn dronkenschap en zijn neiging om te stelen. Beklaagde Cazier verweet zijn vader hem te weinig genegenheid te hebben geschonken.

Daarna was het de beurt aan Henriette Potums, de eerste vrouw van beklaagde Cazier. Ze huwde hem toen ze zwanger was, en bracht een zoon ter wereld. Na drie jaar kwam het tot een echtscheiding. Volgens getuige was Cazier nooit brutaal en toonde hij zich vaak goedhartig. Wel betoonde hij weinig werklust.

Daarna getuigde Germaine Bonenfant, tweede echtgenote van beklaagde Cazier. De vrouw, met een zwak voor alcohol, schonk haar man twee kinderen. In de uren voor de feiten kreeg ze bezoek van Opsomer. Ze hoorde beide mannen onder elkaar vertellen “over ergens een grote slag”, ze kon echter niet vermoeden dat ze Louise De Donder zouden vermoorden om haar re bestelen.

Toen beide mannen na de feiten terugkeerden zagen ze er erg ontspannen uit en begonnen ze te lachen en te drinken. Ze waren in het bezit van een zak met allerlei gestolen voorwerpen, zoals huisraad, 6.000 fr. en een checkboekje. Toen ze nog dezelfde nacht een café bezochten, betaalde Cazier met één van de gestolen cheques.

Tijdens de namiddagzitting werd als eerste getuige Eulalie Opsomer, moeder van beklaagde Pierre Opsomer, ondervraagd. Ze plaatste haar zoontje bij een soort van opvoedster, die voor het kind bijzonder streng was.

Haar zoon ondervond moeilijkheden bij het studeren en werd toen in een instituut voor speciaal onderwijs te Schepdaal geplaatst waar hij drie jaar lang verbleef. Opsomer werd vervolgens in een schoolboerderij te Waterloo geplaatst. Toen hij later in het Astridpark te Anderlecht een aanranding pleegde, werd hij door de onderzoeksrechter naar een instelling te Sint-Genesius-Rode verwezen.

Getuige had het vervolgens over haar tweede vriend, de genaamde Jean Bodart, die volgens haar verklaringen hardvochtig optrad tegenover haar zoon Pierre. Het ging om een man die volgens getuige vaak dronken thuis kwam en die haar zelf herhaaldelijk sloeg. Op zekere dag, toen Bodart haar weer bedreigde, bracht getuige hem een ernstige messteek aan zijn arm toe. Deze arm is sindsdien gedeeltelijk verlamd. Moeder Opsomer ontkende dat ze haar zoon al te zeer verwende.

Een andere getuige was Armand Bertrand, die vijf jaar lang de vriend was van moeder Opsomer. Volgens getuige willigde zijn vriendin alle grillen van haar zoon Pierre in. Hij had het ook over de opvoedster bij wie beklaagde Opsomer als kind terechtkwam. Het was een vrouw die het kind zeker niet met fluwelen handschoenen aanpakte.

Toen was het de beurt aan Jean Bodart, 64, arbeider van beroep. Hij woonde twaalf jaar lang met moeder Opsomer samen. In die tijd stond hij aan het hoofd van een fabriek in sanitair materiaal die een 100-tal arbeiders in dienst had. De zaak gingg in 1980 failliet. Getuige weigerde de zoon van zijn vriendin in de fabriek te laten werken omdat deze door zijn slecht en wispelturig karakter alleen maar de goede verstandhouding onder de werklieden kon verstoren. Getuige gaf wel toe dat hij moeder Opsomer af en toe een kaakslag toediende. Dit gebeurde meestal als ze te veel had gedronken.

Daarna diende Christine S., eerste vriendin van beklaagde Opsomer als getuige te worden ondervraagd. Doordat ze afwezig bleef werd onderzoeksrechter Mw. Lyna in haar plaats ondervraagd.

Volgens Christine S. verwende moeder Opsomer haar zoon op een buitensporige manier. Getuige brak met beklaagde Opsomer omdat ze meende dat hij homofiele relaties had. Een tweede vriendin van Opsomer was Dolores V. Ze leefde 3,5 jaar met Opsomer samen. Ook zij had het over de manier waarop moeder Opsomer haar zoon verwende. Getuige zegde dat Opsomer nooit enig geweld gebruikte tegenover haar. Hij gaf haar integendeel af en toe een geschenk.

Laatste getuige was de derde vriendin van Opsomer, Jocelyne V. Deze vrouw leefde met Opsomer samen in de periode van de moord op Louise De Donder. Getuige werd later door de correctionele rechtbank te Brussel veroordeeld omdat ze o.m. de trouwring van het slachtoffer in een juwelierszaak was gaan verkopen.

Woensdag volgen het rekwisitoor, korte pleidooien en vermoedelijk ook de uitspraak.

Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Maart 1985

Casier en Opsomer schuldig aan roofmoord

In het proces tegen Paul Cazier en Pierre Opsomer, beschuldigd van roofmoord op Louise De Donder heeft de jury bij het Assisenhof van Brabant positief geantwoord op de schuldvragen; de twee beklaagden zijn schuldig bevonden aan roofmoord.

De openbare aanklager stelde vooraf vast dat de twee beklaagden Louise De Donder wilden doden met de enige bedoeling haar te beroven. Ze meenden hierbij dat het slachtoffer vrij veel geld in haar woning had verborgen, wat niet juist was.

De Donder was een goedhartige vrouw die uit louter menslievendheid delinkwenten in de gevangenissen bezocht. Ze maakte aldus ook kennis met Cazier, die ze in de mate van het mogelijke hulp bood maar door wie ze later slecht werd beloond.

Gazier, die wist dat zijn vriend Lambert een hele tijd met het slachtoffer had samengewoond, was er van overtuigd dat de vrouw rijk was. Zo kwam het idee op om Louise de Donder te doden en om ze te beroven. Cazier deed daarbij een beroep op zijn vriend Opsomer. Steeds volgen het openbaar ministerie maakt hun gezamenlijk optreden nog een bezwarende omstandigheid uit.

De openbare aanklager wees ook op de gruwelijke manier waarop het slachtoffer werd vermoord. De manier waarop het slachtoffer werd gedood getuigt van een buitengewone koelbloedigheid. Na de feiten werden beide beklaagden lachend en dronken aangetroffen.

Mr. Veronique Laurent pleitte kort voor Cazier. Ze stelde dat haar client de feiten zeker niet loochent. Hij zou echter niet zo koelbloedig zijn opgetreden als door het openbaar ministerie werd voorgehouden.

In zijn pleidooi voor Opsomer stelde Mr. Martial Lancaster dat zijn client door de gepleegde feiten volkomen te bekennen, een eerste stap had gezet op de weg naar zijn reclassering.

Cazier sprak toen zijn diepe en oprechte spijt uit. Hij vroeg vergiffenis aan de maatschappij. Van zijn kant zegde Opsomer dat hij zijn verantwoordelijkheid volledig wil opnemen en dat hij spijt had over wat hij deed.

Over de strafmaat zal pas vandaag, donderdag, beraadslaagt worden.

Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1985

Levenslange dwangarbeid voor Cazier en Opsomer

Na een beraadslaging die anderhalf uur duurde, werden Paul Cazier en Pierre Opsomer veroordeeld tot levenslange dwangarbeid door het Hof van Assisen van Brabant. Als enige verzachtende omstandigheid werd rekening gehouden met de ongelukkige jeugd van deze twee veroordeelden.

De openbare aanklager was het eens met de stelling van de verdediging volgens dewelke een beklaagde, die zijn misdrijven bekent en daarbij vergiffenis vraagt reeds de weg van de wederopstanding behandelt. Toch voelde het openbaar ministerie zich verplicht de doodstraf voor beide beklaagden te eisen. Beiden maakten zich immers schuldig aan de zwaarste feiten die een mens kan plegen: met voorbedachte rade en op een brutale en vastberaden manier hebben zij hun weerloos en een eenzaam slachtoffer om het leven gebracht.

Cazier heeft volgens openbaar ministerie een ongelukkige jeugd gekend: zijn ouders leefden gescheiden en hij kon nooit op hun liefde rekenen. Later werd hij deserteur bij het leger en kwam hij herhaaldelijk in de gevangenis terecht. Steeds volgens de openbare aanklager dient de samenleving tegen dat soort van mensen te worden beschermd. Als misdadiger handelde Cazier immers op een wreedaardige en koelbloedige manier.

Opsomer is van hetzelfde gehalte als Cazier. Na een ongelukkige jeugd werd hij een delinquent. Nog volgens de openbare aanklager is hij een gevaarlijke psychopaat die de doodstraf verdient.

Daarna pleitte Mr. Jean-Paul Dumont als eerste advocaat van Paul Cazier. Hij verzette zich met klem tegen de eis van de openbare aanklager. Mr. Dumont betoogde dat het uitspreken van de doodstraf een primaire reflex is en zeker geen daad van rechtvaardigheid. Hij beklemtoonde hierbij nog het feit dat deze straf toch niet wordt uitgevoerd, en dat ze niet verhindert dat misdaden worden gepleegd.

Als advocaat van Cazier zegde Mr. Veronique Laurent vervolgens dat men zich niet mag laten leiden door wraakgevoelens, maar integendeel rekening moet houden met de ongelukkige jeugd van beklaagde.

Daarna begon Mr. Didier De Quévy te pleiten voor beklaagde Opsomer. Hij betoogde dat zijn client zeker niet de doodstraf verdient. Daarna pleitte Mr. Martial Lancaster eveneens voor Opsomer. Hij vroeg met aandrang zijn client noch doodstraf noch levenslange dwangarbeid op te leggen. De advocaat betoogde dat men zich niet moet laten leiden door haat of kwaadwilligheid.

Tenslotte trok Mr. Lancaster het recht om de doodstraf uit te spreken in twijfel. De doodstraf is volgens hem onmogelijk in België, gezien de conventie van de Rechten van de Mens die België heeft ondertekend. In zijn advies over deze conventie wees advocaat-generaal Du Jardin er op dat België deze weliswaar ondertekende, maar niet ratificeerde, zodat ze nog geen kracht van wet heeft. De zienswijze van het openbaar ministerie werd later bevestigd door een tussenarrest van het Hof.

Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1985

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube

2

Re: Anderlecht: 13 September 1982

In september 1987 probeerde Pierre Opsomer samen met Francis Fonder te ontsnappen uit de gevangenis van Verviers. In januari 1994 pleegde Opsomer zelfmoord in zijn cel. Francis Fonder werd in november 1982 veroordeeld voor een brutale overval op een winkelierster.

Gangsters schelden rechter uit te Verviers

Op het gerechtshof van Verviers heerste dinsdagochtend een ware staat van beleg. Een twaalftal rijkswachters met het wapen in aanslag en een legertje leden van de gerechtelijke politie bewaakten de in- en uitgangen. Dit machtsvertoon werd aan de dag gelegd wegen het proces van Pierre Opsomer, die op 28 maart 1985 door het Assisenhof van Brabant werd veroordeeld tot levenslange dwangarbeid om met een medeplichtige in 1982 een sociaal assistente te hebben vermoord.

Samen met hem verscheen een zekere Fonder, met wie hij gepoogd heeft te ontsnappen uit de gevangenis van Verviers. Tijdens die vlucht hebben beiden zich schuldig gemaakt aan vernielingen, bedreigingen, gijzeling acties enz. ...

Tijdens de zitting scholden de twee gevangenen de voorzitter van de rechtbank en de substituut de huid vol. Ze maakten zodanig kabaal dat de zitting moest geschorst worden. Bij de herneming was het tussenvonnis wegens smaad aan de rechtbank (acht maanden cel voor Fonder en drie maanden voor Opsomer) nauwelijks verstaanbaar vanwege de verwensingen die de magistraten naar het hoofd geslingerd kregen. Voor de andere feiten die hen ten laste worden gelegd, moeten beiden nog eens voorkomen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 25 November 1987

Gevangene pleegt zelfmoord uit angst voor vergelding

In de nacht van 5 op 6 december 1993 pleegde Jean-Pierre Opsomer zelfmoord in cel 6301 van de gevangenis van Lantin. Zelfmoorden gebeuren meer in de gevangenis. Maar aalmoezenier Philippe Landenne heeft zich over deze affaire beklaagd bij de Liga voor Mensenrechten. De mensenrechtenorganisatie maakte de brief bekend.

Opsomer zat al tien jaar in de gevangenis en was daar verslaafd geraakt aan drugs. Hij had een schuld van 18.000 fr. bij zijn dealers, medegevangenen. Ze bedreigden hem, zodat Jean-Pierre zijn nood ging klagen bij zijn moeder, die uiteindelijk toch 5.000 fr. bijeengesprokkeld kreeg. Maar dat was voor de dealers niet voldoende. De dreigementen bleven.

Op voorspraak van een chef-bewaarder werd hij op zijn eigen verzoek in een naakte cel gezet. Hij had ondertussen bij het hoofdbestuur van de strafinrichtingen een overplaatsing naar een andere gevangenis aangevraagd. Toen er op 30 november nog geen antwoord was stuurde hij een nieuwe brief. De volgende dag kwam de directie zelf tussen om de affaire te bespoedigen, maar de dag daarna, donderdag, was er nog steeds geen nieuws en dat bleef zo.

In het weekend pleegde hij zelfmoord, hoewel de meeste bewaarders wisten dat hij in acute problemen zat. Merkwaardig genoeg was zijn transfer ondertussen toegestaan; zijn zelfmoord was dus overbodig. Het document lag al sinds zaterdag ongeopend op de griffie. Maar die is in het weekeinde dicht, zodat niemand wist dat hij was overgeplaatst.

Volgens de brief van aalmoezenier Landenne had de moeder gehuild van pijn toen ze het overlijden van haar zoon vernam. Ze vroeg zich af of iemand bekommerd was geweest over het lot van haar zoon. Dezelfde week lanceerden nog zeven andere gevangenen van Lantin een noodkreet omdat ze in groot gevaar waren. Ook zij werden door medegedetinerden bedreigd. De aalmoezenier van Lantin klaagt in zijn brief over het feit dat de directie niets doet voor gedetineerden in dit soort gevallen.

Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Januari 1994

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | YouTube