Topic: Oostende: 16 Oktober 1984
Samenvatting
Wat? Moord op een vrouw en moordpoging op twee mensen
Wanneer? In de nacht van 15 op dinsdag 16 oktober 1984
Waar? Bar La Grange in de Smet de Naeyerlaan 2 in Oostende
Wie? Alain Davreux verscheen voor deze feiten voor het Hof van Assisen maar werd vrijgesproken
Status: Onopgelost
In oktober 1984 wordt de 19-jarige Franse barmeid Evelyne Haverlant in bar “La Grange” in Oostende in oktober 1984. Ze werd ’s nachts met meerdere messteken om het leven gebracht; ook vonden diezelfde nacht twee gewelddadige feiten plaats in een bar in Deinze.
Alexis Davreux werd als hoofdverdachte aangehouden en stond in 1986 terecht voor roofmoord en dubbele poging tot doodslag. Het proces bracht een complex web van getuigenissen uit het prostitutiemilieu, tegenstrijdige verklaringen en twijfels over motief en dader aan het licht. Uiteindelijk werd Davreux door de jury vrijgesproken van moord en pogingen tot doodslag, maar wel veroordeeld voor diefstal en wapenbezit.
Alexis Davreux:

Franse dienster te Oostende vermoord
De gerechtelijke diensten staan in Oostende voor een moeilijke opdracht, nadat dinsdagnamiddag een 19-jarige Franse dienster vermoord werd gevonden in de bar “La Grange”, gelegen Desmedt De Naeyerlaan 2, te Oostende, een buurt waar nog verschillende andere bars worden uitgebaat. Naast de deur werd negen jaar geleden trouwens een barexplortante door een jonge kerel vermoord.
De Franse jonge vrouw, Evelyne Haverlant, werd dinsdagnamiddag vermoord aangetroffen door de uitbater, een Brusselaar die in Oostende nog verschillende andere bars exploiteert. Getuigen hebben verklaard dat de vermoorde jonge vrouw om drie uur dinsdagmorgen nog in het verlichte uitstalraam zat. In bar “La Grange” waren twee diensters werkzaam, volgens beurtrol. De vermoorde had nachtdienst.
Sedert een maand was zij werkzaam in Oostende. Zij had haar intrek genomen in een kleine flat gelegen boven de bar. De dader heeft zijn slachtoffer met een mes verschillende keren bewerkt. De kleren van de vermoorde dienster werden in het uitstalraam van de bar gevonden. Boven de bar woonde een jonge man die momenteel wordt opgezocht. Volgens de onderzoekers zal het onderzoek in deze zaak erg moeilijk verlopen. Er wordt gewacht op de juiste uitslag van de sectie die vandaag wordt uitgevoerd. Vermoed wordt dat de moord omstreeks 3u gepleegd werd door een cliënt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Oktober 1984
Moordenaar van Oostends barmeisje nog spoorloos
De dinsdagnacht te Oostende gepleegde moord op het Franse barmeisje Evelyne Haverlant (19) was gisteren nog niet aan opheldering toe.
De jonge vrouw werd in de namiddag dood aangetroffen door een vriendin, die haar in de bar “La Grange”, de Smet de Naeyerlaan 2, was komen opzoeken. In haar kamer op de eerste verdie ping vond ze Evelyne Havetlant levenloos op haar bed. Ze vertoonde verwondingen aan keel en borst. Later zou de wetsdokter uitmaken dat een steekwonde in de keel en drie in de linker borst het slachtoffer fataal waren geweest en dat de moord omstreeks 3u moet zijn gepleegd.
Aanvankelijk dacht het gerecht dat de eigenaar van de bar of de op de tweede verdieping wonende R.T. (38) voor het onderzoek nuttige gegevens zouden kunnen aanbrengen. Maar dat lijkt niet het geval te zijn geweest. Bovenbuur R.T. was aanvankelijk onvindbaar, hetgeen vermoedens deed rijzen. Spoedig leek hij sedert enkele dagen op zwier in de stad en bij zijn voorleiding kon hij een sluitend alibi voorleggen Over het slachtoffer wist hij weinig of niets te vertellen.
Op de vlucht?
Zo is men er langzaam van overtuigd geworden, dat de dader iemand moet zijn uit de vriendenkring van Evelyne Haverlant. Zij was pas enkele weken geleden te Oostende aangekomen. Was ze op de vlucht voor iemand en is deze er in korte tijd achter gekomen waar ze zich ophield? Blijkbaar kende zij haar aanrander en is ze naar haar kamer gevlucht. De moordenaar is haar echter achtervolgd. Hij trapte daarvoor een deur in om het barmeisje dan op haar kamer af te maken. Met deze voor de hand liggende versie kan het onderzoek zich spoedig verleggen naar Noord-Frankrijk, vanwaar Evelyne Haverlant afkomstig is.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Oktober 1984
Oostends barmeisje slachtoffer van roofmoordenaar
De 19-jarige Evelyne Haverlant, die dinsdag door een vriendin op haar kamer in de bar “La Grange” aan de de Smet de Naeyerlaan 2 te Oostende vermoord werd aangetroffen, is volgens de laatste gegevens van het onderzoek, vermoedelijk het slachtoffer geworden van een roofmoordenaar. In een zijstraat van de de Smet de Naeverlaan werd immers haar handtas teruggevonden waarin wel nog persoonlijke papieren werden gevonden, maar waaruit het geld was verdwenen.
Men heeft ook uitgemaakt dat in de bar de ingetrapte deur van binnenuit is geforceerd. Het lijkt gebruikeliik dat, vooraleer met een client naar boven te gaan, de meisjes in een eenmanszaak de uitgangsdeur sluiten om te voorkomen dat de bezoeker er zonder betalen zou vandoor gaan. De sleutel van de deur wordt dan ergens weggeborgen.
De moordenaar heeft aldus bij het verlaten van het huis de deur gesloten gevonden, en heeft die gewoon ingestampt. Hij heeft niet eens de tijd genomen om de kamer of de bar te doorzoeken, want er werd niet de minste wanorde vastgesteld. Het gerecht zette donderdag zijn speurtocht naar de dader verder zonder evenwel over precieze gegevens omtrent zijn identiteit te beschikken.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Oktober 1984
Arrestatie in moord Oostendse barmeid
De gerechtelijke diensten hebben vrijdagavond de 35-jarige Alexis Davreux aangehouden die als de vermoedelijke moordenaar van de 19-jarige barmeid in bar “La Grange” te Oostende wordt beschouwd. Het gaat om een Waal die geregeld in Bredene verbleef. Gebleken is dat hij sedert ruime tijd erg nauw bevriend was met een barmeid die vroeger nog werkzaam is geweest in bar “La Grange” te Oostende alwaar de moord werd gepleegd. Deze barmeid kwam met de uitbater in conflict en ging dan maar in een andere bar te Antwerpen werken. Nadat ze weg was in “La Grange” werd haar plaats ingenomen door de 19-jarige Française. Deze was nog maar sedert een maand werkzaam in de bar “La Grange” waar ze midden deze week met een mes werd omgebracht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Oktober 1984
Naamse pooier in juni voor West-Vlaams Assisenhof
Maandag 16 juni begint voor het Assisenhof van West-Vlaanderen een proces dat vooral de wereld van de prostitutie en de pooierij zal boeien, beroeren en bezig houden. De 56-jarige pooier Alexis Da vreux, geboren te Wépion op 16 februari 1935 en officieel als "leurhandelaar" gedomicilieerd in het Naamse Eghezée zal terecht staan wegens roofmoord dubbele moordpoging, een reeks diefstallen en verboden wapendracht.
Op 14 oktober 1984 drong Alexis Davreux met valse sleutels binnen in de woning van Pierre Bourgeois in Oostende en stal er een stereo-installatie en een convertor voor een TV-toestel. Twee dagen later en nog in Oostende doodde hij de prostituee Evelyne Haverkant en jatte vervolgens haar grijze dames handtas, waarin een niet onbelangrijke geldsom stak. Evelyn Haverkant onderhield een “zakelijke” relatie met Pierre Bourgeois.
Dezelfde dag nog, maar dan in Deinze, probeerde hij Monique Pallards en Marc Delhez, die beiden met prostitutie aan de kost komen, te doden. Het onwettig bezit van wapen slaat op een trommelrevolver en op een dolkmes.
Bron: Gazet van Antwerpen | 29 Maart 1986
Zware jongen verschijnt voor West-Vlaams Assisenhof
Voor het Assisenhof van West-Vlaanderen start maandag het proces van Alexis Davreux (51), uit het Waalse Eghezée. Hij staat terecht wegens roofmoord en een tweevoudige poging tot doodslag. De feiten dateren van 16 oktober 1984 toen in de bar La Grange, de Smet de Naeyerlaan te Oostende, de 19-jarige dienster Evelyne Haverlant door Davreux met vier messteken om het leven werd gebracht. Davreux nam achteraf de handtas van de Française mee, die pas enkele weken in de bar werkzaam was.
Het was niet de eerste maal dat de dader, jongste uit een gezin van drie kinderen en leurder van beroep, met het gerecht in aanraking kwam. Hij werd reeds veroordeeld voor opzettelijke slagen en verwondingen, diefstal en souteneurschap. Op 16-jarige leeftijd verlaat Davreux de school en nauwelijks 18 jaar wordt hij voor twee jaar beroepsvrijwilliger bij de Belgische landmacht. Davreux is een man van 12 stielen en 13 ongelukken, verschijnt onregelmatig op zijn werk, krijgt de smaak van het uitgaansleven te pakken en loopt achter de vrouwen aan.
Zijn twee huwelijken waaruit hij twee dochters heeft, lopen op echtscheidingen uit. Davreux wordt een “zware jongen”; hij leeft samen met prostituees en verblijft zelfs enkele jaren in Marseille om zo aan vervolgingen in België te kunnen ontsnappen.
Bij zijn terugkeer in Belgie zit hij een gedeelte van zijn straf uit waartoe hij door het Hof van Beroep te Antwerpen in 1983 was veroordeeld. Hij leert enkele baruitbaters kennen uit het Oostendse waaronder de eigenaar van “La Grange” waar zijn vriendin tijdelijk werkzaam is. Samen met haar betrekt hij een kamer boven de bar. Later verhuizen zij naar Bredene.
Tijdens de verhoren bleef Davreux ontkennen dat hij Evelyne Haverlant zou vermoord hebben. Hij kende haar niet en had nooit met haar gesproken. Uit getuigenissen bleek evenwel dat Davreux wel interesse had getoond voor Evelyne en haar voor zich had willen winnen. Hij houdt tevens staande niets van de twee pogingen tot doodslag af te weten die zich in de nacht van 15 op 16 oktober 1984 in een bar te Deinze hadden voorgedaan.
Het Hof wordt voorgezeten door raadsheer Paul De Corte, terwijl het openbaar ministerie wordt waargenomen door procureur Mark Florens. De beklaagde wordt verdedigd door Mr. Paul Smolderen uit Antwerpen. Het vonnis wordt op dinsdag 24 juni verwacht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 16 Juni 1986
Alexis Davreux leefde in duistere bars
Voor het Assisenhof van West-Vlaanderen begon het proces van Alexis Davreux (51) uit Eghezée, die beschuldigd wordt van roofmoord op een dienster en twee pogingen tot doodslag. Alexis Davreux was een man die het grootste gedeelte van zijn leven in duistere bars doorbracht.
De feiten speelden zich af op 16 oktober 1984 in de bar La Grange aan de Smet de Naeyerlaan te Oostende. Daar werd de 19-jarige dienster Evelyne Haverlant, van Franse nationaliteit, met 4 messteken door Davreux neergestoken. Het was Pierre Bourgeois, uitbater van de bar, die op 16 oktober rond de middag, de akelige ontdekking van het jonge slachtoffer deed. Diensters van een nabijgelegen café hadden argwaan gekregen toen zij in de ingang van de bar glasscherven hadden zien liggen. Ze hadden Bourgeois hiervan op de hoogte gebracht.
Evelyne Haverlant, die pas enkele weken in de bar werkzaam was, werd met een 15 cm lang mes doodgestoken. In haar mond stak een prop papier. Via een tipgever die Davreux als vermoedelijke dader aanwees, slaagde de BOB erin Davreux te Oostende aan te houden. In zijn wagen werden een dolkmes van 31 cm lang, een trommelrevolver en een loper aangetroffen, de sleutel waarmee Davreux zich toegang kon verschaffen tot de verschillende vertrekken in La Grange. Hij ontkent echter iets met de moord te maken te hebben, alsook met de diefstal die enkele dagen voordien in La Grange werd gepleegd en met twee pogingen tot doodslag in de nacht van 15 op 16 oktober in de bar “Cinquième Avenue” te Deinze. Daar zou hij een dienster met een mes in de keel gestoken hebben en haar de mond hebben gesnoerd. Een zekere Delhes die op dat ogenblik in de bar aanwezig was zou eveneens door Davreux aangevallen zijn.
Wat Davreux tijdens de onderzoeken verklaart wordt echter doorprikt door de verklaringen van de diverse getuigen die Davreux via een robotfoto formeel herkennen als diegenen die bij de drie feiten betrokken was.
Vrouwen en drank
Na het samenstellen van de jury (6 dames en 6 heren) werd de beschuldigingsakte voorgelezen. Alexis Davreux was de jongste in een gezin van drie. Met zijn andere broers kwam hij slechts occasioneel in contact. Hij was 17 jaar toen zijn vader, landbouwer in Wépion, stierf. Zijn moeder overleed in een gesticht. Davreux zegt de schoolbanken op 16-jarige leeftijd vaarwel en wordt beroepsvrijwilliger. Uit zijn rapporten blijkt dat hij eerder lui en onverschillig van aard is.
Hij treedt drie maal in het huwelijk en heeft twee dochters. Hij gaat steeds meer op zwier, verschijnt niet regelmatig op het werk en geraakt ingeburgerd in het nachtleven. Bars en prostitutie zijn z'n leven en zelf geeft hij grif toe dat er periodes waren dat hij iedere dag een andere vrouw had. Hij baat tijdelijk een dancing en bar uit en loopt veroordelingen op wegens souteneurschap en uitbating van een ontuchthuis.
Dagelijks zit hij aan de fles en vanaf 1977 gaat het sterk bergaf. Hij leeft met verschillende prostituées maar neemt de vlucht naar het gangsterhol Marseille om aan verdere veroordelingen te ontsnappen. Wanneer voorzitter Decorte hem vraagt of er gelijkenissen bestonden tussen het milieu in Oostende en - Marseille antwoordt Davreux - steeds geassisteerd door een tolk daar hij geen Nederlands spreekt - dat de gelijkenissen inderdaad groot zijn. “Men gebruikt alle middelen om vrouwen voor zich te laten “werken” en men schrikt er niet voor terug om hen hun kinderen af te nemen”, aldus Davreux.
Hij verlaat het “milieu” in Marseille om zijn oudste dochter vaker te kunnen bezoeken en gaat vanaf 1983 samenleven met Viviane Coppens met wie hij vorig jaar, tijdens zijn gevangenisschap in het huwelijk treedt. Uit het onderzoek is tevens gebleken dat Davreux, samen met enkele kornuiten uit Oostendes rosse buurt, het plan had opgevat om een bezoeker van het casino te Oostende, die voor grof geld speelde te overvallen en hem de keel over te snijden. Later bleek dat zij hier Louis Swartenbroeckx geviseerd hadden, de Wetterse verzekeringsagent en de man die als marketingdirecteur bij het casino van Oostende werkzaam was.
Hij werd door het parket van Dendermonde aangehouden en wordt ervan verdacht 250 miljoen te hebben verduisterd waardoor tussen 300 en 400 spaarders werden bedrogen. Vandaag gaat men over tot het verhoor van de beklaagde.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Juni 1986
Alexis Davreux: “Ik heb Evelyne niet vermoord”
De tweede dag van het proces dat voor het West-Vlaamse Assisenhof gevoerd wordt, werd nagenoeg volledig gewijd aan het verhoor van de beklaagde, de 51-jarige Alexis Davreux, die beschuldigd wordt van roofmoord op de barmeid Evelyne Haverlant en van dubbele poging tot doodslag.
De voorzitter peilde naar de relaties die tussen Davreux en zijn Oostendse vrienden waren tot stand gekomen: Rosschaert die later de tip gaf die tot de aanhouding van Davreux zou leiden, Coia en Bourgeois, uitbater van La Grange, waar de moord plaatsvond. Davreux had geen hoge dunk van Pierre Bourgeois omdat hij aan zijn diensters te hoge eisen stelde. Hij liet Viviane Coppens, toen vriendin en nu echtgenote van de beklaagde, te lang werken en Davreux was dan ook opgelucht toen Viviane haar job als barmeid bij Bourgeois opgaf.
Voorzitter De Corte vroeg Davreux: “Hebt u gezegd : Bourgeois, die moet er nog eens aan?”. “Dat ontken ik ten stelligste, antwoordde Davreux met een grijnslach, dat zou te gevaarlijk geweest zijn en hij voegt eraan toe: “Ik ben nooit agressief geweest”.
Wanneer Davreux een eerste keer door onderzoeksrechter d'Hoest verhoord wordt blijkt dat de beklaagde een goed herinneringsvermogen heeft maar dat hij in het vage blijft om zodoende een verdedigingssysteem op te bouwen. “Neen”, zegt Davreux kordaat, “dat was niet om me te verdedigen. Ik ben blijven liegen want ik wist niet wat er gebeurd was. Ik vernam het overlijden van Evelyne via een krantenartikel op 18 oktober 1984 toen ik in Duinkerke verbleef. Ik wist dat ik het niet gedaan had dus bleef ik op mijn standpunt.”
“Waarom klampt u zich aan deze flagrante leugens vast?”, wou de voorzitter weten. “Ik ben bereid de waarheid te zeggen maar ik heb een gerechtelijk verleden. Ik maak geen sympathieke indruk…” voegt Davreux er verontschuldigend aan toe. Voorzitter De Corte drukt hem op het hart dat hij voor het Hof onschuldig blijft. “De jury moet uiteindelijk een beslissing nemen”. “Ja, onschuldig voor het Hof misschien, maar niet voor de gerechtelijke politie”, aldus Davreux.
Het verhoor van de beklaagde is verwarrend. Hij geeft antwoorden die in tegenstelling staan tot vroeger afgelegde verklaringen en brengt ook nieuwe feiten aan. Ook over de nacht van de moord schijnt hij zich weinig te kunnen herinneren. Hij geeft toe in La Grange geweest te zijn voor middernacht en daarna is hij huiswaarts gekeerd. Hij had de dolk, het vermoedelijke moordwapen niet bij zich. Net zoals tijdens het onderzoek blijft Davreux de moord op Evelyne ontkennen en zegt haar nooit in bewuste bar bezocht te hebben. Volgens Rosschaert had Davreux gezegd: “Ik ken een jonge Franse dienster die alleen is in La Grange, Ik heb haar reeds verschillende keren ontmoet. Ik hoop dat zij voor mij zal kunnen werken.” “Dat is je reinste onzin”, zegt Davreux.
Over de twee pogingen tot doodslag schijnt hij evenmin iets af te weten. “Ik heb mijn verklaringen pas gewijzigd toen ik ondervond dat mijn compagnons Coia, Rosschaert en Bourgeois mij aan het manipuleren waren. Ze waren een complot aan het smeden tegen mij zodat ik de sigaar zou zijn.” Zo denkt Davreux erover. Uit de antwoorden van Davreux blijkt overigens dat hij gemakkelijk beïnvloedbaar was.
Tijdens zijn gevangenschap in Brugge poogde Davreux zich van het leven te beroven omdat, naar zijn zeggen, de armtierige levensomstandigheden zijn echtgenote Viviane toen leefde, hem depressief maakte.
Op het einde van de zitting nam de eerste getuige, onderzoeksrechter D'Hoest plaats op de getuigenstoel en deed het relaas van de feiten. Of het arrest op dinsdag 24 juni zal vallen valt nog af te wachten want door de vele vragen dreigen de debatten uit te lopen. Nog 38 getuigen moeten aan het woord komen en vandaag is het de beurt aan de leden van de BOB en de gerechtelijke politie.
Bron: Gazet van Antwerpen | 18 Juni 1985
Davreux werd door Rosschaert en Bourgeois verklikt
Het werd gisteren een dag vol bezwarende getuigenissen voor Alexis Davreux die zich voor het Assisenhof van West-Vlaanderen moet verantwoorden wegens roofmoord op de 19-jarige dienster Evelyne Haverlant op 16 oktober 1984 in de bar “La Grange” te Oostende. De 51-jarige man, geboren in het Waalse Eghezée, die aandachtig en rustig, via zijn tolk, de debatten volgt, wordt ook beschuldigd van een tweevoudige poging tot doodslag in de bar “5th Avenue” te Deinze, waar hij een barmeid en haar vriend met een dolk aanviel.
Onderzoeksrechter D'Hoest gaf een uitvoerig relaas van de feiten en het grondig onderzoek waarin men aanvankelijk geen enkel spoor had. Op 18 oktober 1984 echter trokken Pierre Bourgeois, uitbater van 3 bars te Oostende waaronder “La Grange”,en André Rosschaert, beter bekend als Dédé Rosschaert, naar de rijkswacht te Oostende en wezen Davreux als dader van de brutale moord op Evelyne en de aanslagen in Deinze aan. Bourgeois en Rosschaert hadden op eigen houtje een onderzoek ingesteld.
Nadat Bourgeois van de moord op de hoogte was, ondervroeg hij zijn dienster, hij belde naar zijn bar in Deinze waar hij van de pogingen tot doodslag hoorde en ledge de link met de diefstal van de stereo-keten in La Grange enkele dagen voordien. Hij concludeert dat enkel Davreux de dader kon zijn. Bourgeois en Dédé Rosschaert geen vriendschapsbanden echte onderhielden, waren goed gekend in het “Oostendse milieu”, op en rond de Van Iseghemlaan en de Langestraat. Hun verklaringen werden bijgevolg met een korreltje zout genomen. Men hield er rekening mee dat het hier om een afrekening in het milieu zou kunnen gaan, maar hun beweringen werden nagetrokken en bleken juist te zijn.
Bevestiging
Ondertussen had men van de BOB Deinze en rijkswachtbrigade te Gent bevestiging gekregen van wat er te Deinze gebeurd was. Alle stukjes van de puzzel pasten in elkaar. Alleen Davreux, die op vrijdag 18 oktober te Oostende werd aangehouden, bleef alles loochenen. Hij kende Evelyne niet, had haar nooit ontmoet en had die avond de La Grange niet bezocht. Achteraf bekende hij de diefstal van de stereo-installatie. Niet alleen Davreux maar ook enkele van de 30-personen uit het milieu werden ondervraagd. Sommige van de diensters werden op leugens betrapt maar Bourgeois had zijn meisjes goed in de hand. Iedereen trok aan één kar. De prostituées vertelden onwaarheden omwille van de lieve vrede en als Bourgeois daarvoor het licht op groen zette, werden andere versies van de feiten gegeven.
Voor de leden van de BOB en rijkswachtbrigade van Oostende waren Rosschaert en Bourgeois geen onbekenden. Dit duo voelde zich thuis in de rosse buurt van Oostende. Volgens opperwachtmeester Tahon van de BOB Oostende was Bourgeois duidelijk overstuur toen hij bij de rijkswacht de moord op Evelyne ging melden. “Ik denk niet dat hij komedie speelde”, aldus Tahon, die er nog wel aan toevoegde dat Bourgeois geweigerd had de doodskist voor Evelyne Haverlant te betalen zodat men zich hiervoor tot het OCMW moest wenden.
Vandaag verschijnt Bourgeois op de getuigestoel. Het zal wellicht geen prettig weerzien worden met de beklaagden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 19 Juni 1986
Vrouwen drijven Davreux in het nauw
“Evelyne was een eenvoudig meisje. Ze praatte niet veel. Ze was nog maar pas in “het milieu” verzeild geraakt en had het beroep van barmeid nog niet onder de knie. Dat was misschien de reden waarom ze eerder bang was”, zo sprak Véronique Waquier, de dienster die samen met Evelyne, in dienst voor Pierre Bourgeois, de bar “La Grange” aan de de Smet de Naeyerlaan te Oostende werkzaam was.
Het proces van Alain Davreux (51), die beschuldigd wordt van roofmoord en een dubbele poging tot doodslag op 16 oktober 1984 was gisteren aan de vierde dag toe. De hoofdfiguren van dit misdaadverhaal, dat voor de 6 dames en 6 heren van de jury van het Assisenhof van West-Vlaanderen ontrafeld wordt, zullen pas vandaag op de getuigenstoel geroepen worden.
Pierre Bourgeois en Dédé Rosschaert die Davreux bij de rijkswacht van Oostende als dader van de moord op de 19-jarige Evelyne Haverlant tipten, worden deze voormiddag door voorzitter Pol Decorte verhoord.
Dolk
Na de leden van de gerechtelijke politie, werd Monique Pallarols verhoord. Zij was het die op de bewuste nacht van 15 op 16 oktober 1984, net als Evelyne Haverlant, in haar bar te Deinze het bezoek kreeg van Davreux.
Pallarols, afkomstig van Toulouse, werd zoals de andere Franstalige getuigen bijgestaan door een tolk. Zij en haar vriend Marc Delbez, als getuige opgeroepen maar momenteel in Mexico verblijvend, werden door Davreux met een dolk aangevallen. Op de vraag van voorzitter Decorte of zij Davreux als haar aanvaller herkent, zegt zij overtuigend “ja, het was Davreux die mij met een dolk heeft aangevallen maar het mes herken ik niet.” De dolk die in de wagen van Davreux gevonden werd, wordt haar overhandigd.
“Ik herken dat mes niet”, zegt ze, “de dolk van mijn aanvaller had twee snijdende zijden. Het lemmet was bovenaan niet gekarteld”. Het komt haar voor dat de man met de snor op het ogenblik van de feiten meer haar op het voorhoofd had. Ook de andere diensters die op 15 oktober het nachtelijk bezoek van Davreux kregen, herkennen de beklaagde, de man die kalm, ietwat hulpeloos, in het beklaagdenbankje zit.
Vooral het gezicht, de snor en de stem laten er bij hen geen twijfel over bestaan dat Davreux de gezochte man is.
Zijn wil is wet
Uit het getuigenis van Waquier die Davreux in “Le Corutrai” te Oostende leerde kennen, kwam duidelijk naar voor hoe Bourgeois zijn “meisjes van plezier” in de hand hield. “Hebt u een verklaring voor het feit dat Evelyne boven in haar kamer dood werd aangetroffen. Was het toegestaan om met een klant naar de 1ste verdieping te gaan?”, vroeg voorzitter Decorte. “Dat was strikt verboden. Indien Pierre Bourgeois dat zou te weten komen, vlogen we op staande voet aan de deur”, aldus Waquier. Zij geeft toe dat Davreux haar op 15 oktober 1984 in La Grange bezocht heeft maar over het tijdstip worden tegenstrijdige verklaringen afgelegd. Davreux beweert dat bij vóór 12u 's nachts de bar binnenkwam, terwijl Waquier zegt dat hij tussen 12 en 3u 's nachts is aangelopen.
Ook Waquier herkent Davreux waarop voorzitter Decorte haar vraagt waarom zij ontkend had dat Davreux haar die nacht had opgezocht. “Toen men Davreux had aangehouden vertelde ik Pierre Bourgeois dat Alex die avond bij mij was geweest. Ik vroeg Pierre of ik dat feit aan de BOB moest meedelen waarop hij antwoordde dat dit van geen belang was, het was niet nodig.”
“Heeft Bourgeois u ooit aàngezet om valse verklaringen af te leggen? Heeft hij u ooit bedreigd indien u iets zou verklappen?”, wou voorzitter Decorte weten. Het antwoord van de getuige was tweemaal “Neen”.
Door de lange getuigenverhoren is men ondertussen wel achterop geraakt waardoor Pierre Bourgeois, die oorspronkelijk gisteren als getuige zijn plaats had moeten innemen, nu pas vandaag zal verschijnen. Ook Dédé Rosschaert wordt vandaag verwacht. Zij zullen ongetwijfeld voor meer duidelijkheid zorgen in deze zaak waarbij dagelijks nieuwe gegevens bekent geraken.
Getuige kwam niet opdagen
Eén der getuigen Marie-José Roiseux, barmeid in de “Samourai” te Oostende, daagde gisteren niet op en werd prompt veroordeeld tot het betalen van een geldboete van 6.000 fr. en de dagvaardingskosten. Ze wordt terug opgeroepen om vandaag voor het Assisenhof van West-Vlaanderen te Brugge te verschijnen.
De laatste getuige van de dqg was een jonge Oostendse vrouw die op dinsdag 16 oktober Pierre Bourgeois omstreeks 9u 's morgens uit de bar “La Grange” zag lopen. Zij kwam van de werklozencontrole en was op weg naar haar ouders. Zij herkende Pierre Bourgeois in het fotoboek bij de stedelijke politie te Oostende. De getuige is er van overtuigd dat het Pierre Bourgeois was die zij toen gezien heeft. Ze kon zich niet vergist hebben. Zij stond op amper 7 à 8 m van hem vandaan toen hij de bar verliet. Ze gaf ook een goede beschrijving van zijn Mercedes. Ze was bereid met Bourgeois geconfronteerd te worden en dat zou niets aan haar verklaring wijzigen.
Dit feit zou belangrijk kunnen blijken. Indien Bourgeois toen reeds het lijk van Evelyn had aangetroffen - zij werd immers in de bar in de nacht van maandag op dinsdag vermoord - waarom had hij dan tot 14u15 gewacht om deze gruwelijke ontdekking bij de rijkswacht te melden?
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Juni 1986
Davreux een meester-leugenaar?
Het verhoor van Pierre Bourgeois, een slanke, rijzige, gedistingeerde veertiger, met perfect zittend maatkostuum en uiterst verzorgd voorkomen nam de hele voormiddag in beslag. Zelfverzekerd stapte de man de zaal binnen terwijl Alexis Davreux (51) uit Eghezée, beschuldigd van roofmoord en dubbele poging tot doodslag, hem vanuit de ooghoeken aankeek.
Haat
Pierre Bourgeois, geboren te Rijsel, zegt verontwaardigd dat hij nooit pooier geweest is. Sedert de gruwelijke misdaad in zijn bar “La Grange” in Oostende heeft hij al zijn instellingen geliquideerd en is momenteel beheerder van 7 appartementsgebouwen.
In de nacht van maandag 15 op dinsdag 16 oktober 1984 werden in 3 van zijn 4 bars diensters lastig gevallen door een vreemd individu met grote snor en die Frans sprak. Voor Evelyne Haverlant de onervaren barmeid in La Grange kende deze ontmoeting een fatale afloop. Het was Bourgeois die de pas aangeworven dienster Haverlant dinsdag 15 oktober badend in het bloed in haar slaapkamer aantrof. Het meisje was overleden aan de gevolgen van 4 messteken waarbij een long doorboord werd en een rib doorbroken.
Voorzitter Decorte trok het alibi van de getuige na en reconstrueerde, samen met hem, het scenario van deze misdaadfilm. Zijn verklaringen stemden in grote mate overeen met wat hij vroeger gezegd had, hoewel hij ontkent met klem dat hij dinsdagmorgen om 9u in de nabijheid van “La Grange” geweest was. Donderdag zei een getuige formeel dat zij Bourgeois daar gezien had. Er bleek nog wat onduidelijkheid omtrent de sleutelbossen. “Er waren er twee en één ervan, die van Davreux, was mij nooit terugbezorgd”, aldus Bourgeois, die, rad van tong, via tolk, “zijn waarheid” aan het Hof en de jury verkondigde.
De voorzitter merkte terloops op “U verdedigt zich goed”, waarop Bourgeois “Wanneer men de waarheid zegt, moet men zich goed verdedigen. Ik was helemaal overstuur toen ik Evelyne vond, lijkbleek werd ik en heb de rijkswacht verwittigd. Ik had me nooit aan iets ernstigs verwacht toen de diensters van de nabijgelegen bar me naar La grange riepen. Aanvankelijk dacht ik niet dat Davreux de dader kon zijn. Ik stelde zelf een onderzoek in. Niets mochten we verborgen houden om de moordenaar te vinden. Donderdag heb ik in een cafeetje in de Langestraat te Oostende alle details aan Dédé Rosschaert verteld die zei: “Pierrot, het is toch niet mogelijk dat je de dader niet kent”.”
“’s Avonds belde hij mij op en zei “Ik weet wie het is Pierrot”. Dédé had tranen in de ogen en toen vroeg ik hem plots: “En uw vriend Davreux, waar is die” en voegde eraan toe “Hij is het, hé”. Dédé zei niets maar zijn stilzwijgen was bevestigend. We hebben niet geaarzeld en hebben de BOB Oostende op de hoogte gebracht. Het was vreemd dat Davreux plots de wijk had genomen naar Frankrijk vanwege een ruzie met Viviane. Hij zou zich in Frankrijk schuil houden en zijn dokter bezoeken. Davreux belde Roschaert regelmatig op en vroeg hem of de rijkswacht hem nog niet op het spoor was. Dédé en ik konden hem overhalen naar Oostende terug te keren waar hij werd aangehouden.”
“Stel dat Davreux de dader is wat kon dan zijn motief geweest zijn voor de moord op Evelyne”, vroeg de voorzitter. “Daar heb ik lang over nagedacht”, zucht Bourgeois. “Ofwel was het misplaatste haat t.o.v. mij ofwel hebben zijn eigenaardige seksuele neigingen hem tot deze slachting gebracht en wou hij zo het aangename aan het nuttige koppelen.” Davreux zou ooit aan Dédé gezegd hebben: “Ik zal die Fransman Bourgeois wel nog eens krijgen en ... Er is er daar ééntje in La Grange - doelend op Evelyne - die helemaal alleen is. Die kan ik gemakkelijk krijgen”, aldus Bourgeois die zegt geen spijt of wroeging te hebben omdat hij Davreux heeft aangegeven. “Er is geen sprake van een samenzwering. Ik kende Davreux nauwelijks. Ik heb er geen baat bij om Davreux voor
20 jaar de cel in te sturen.”
Er werden nog enkele getuigen verhoord waaronder de wetsdokters Prof. Timperman en Deslypere. Voor de advocaat van de verdediging Mr. Smolderen, die volgens voorzitter Decorte de balie van Antwerpen alle eer aandoet, wordt het niet gemakkelijk na deze getuigenissen op de vijfde dag van het proces te hebben aanhoord.
Maandag worden o.a. nog Déde Rosschaert en Viviane Coppens, echtgenote van Davreux op de getuigenstoel geroepen. Het arrest wordt pas donderdag verwacht.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Juni 1986
Dédé Rosschaert: mijn beste vriend verklikken deed pijn
Op de getuigenstoel in het Assisenhof van West-Vlaanderen te Brugge nam gisterenmiddag André Rosschaert, Dédé voor zijn vrienden, plaats. In een Antwerps-Brussels dialect gaf hij op een ietwat nonchalante maar niettemin overtuigende manier repliek op de vragen van voorzitter Decorte. Meer dan eens lokten zijn spontane antwoorden reacties uit bij het publiek. Dit alles werd stilletjes gadegeslagen door de beklaagde Alexis Davreux (51) uit Eghezée die zich voor het Assisenhof moet verantwoorden voor een roofmoord en een dubbele poging tot doodslag, gepleegd in de nacht van 15 op 16 oktober 1984. Een jonge barmeid, Evelyne Haverlant, werd toen in de bar La Grange te Oostende met vier messteken van het leven beroofd.
Meepakken
“Ik leerde Davreux in Antwerpen kennen”, babbelde Dédé erop los, “en nadien kwam hij met Viviane Coppens, zijn huidige echtgenote naar Oostende waar hij haar aan een baantje als dienster wou helpen. Ik regelde een afspraak voor hem met Bourgeois waarna Viviane eerst in Deinze en later in la Grange aan de slag kon. Ja, ik heb veel voor hem gedaan”, voegt Dédé er peinzend aan toe. “Davreux was een goede vriend van mij, een "gentil" jongen maar toen begon hij zich bizar te gedragen. Hij slikte pillen en ik begon hem te mijden.”
Voorzitter Decorte vroeg Davreux: “Dédé, was dat een goede vriend van U?” Davreux zei verlegen: “Ik dacht dat het een goede vriend was…”.
“Eigenlijk heb ik geen uitstaans met Bourgeois maar hij was het die mij van de gebeurtenissen in La Grange op de hoogte bracht”, aldus Dédé. “Aanvankelijk verdacht ik Davreux van niets maar toen klikte alles in elkaar. Bourgeois vertelde me van de aanslagen in de bars in Deinze, hij gaf een beschrijving van de aanvaller nl. een man met een snor, ik dacht aan het haastige vertrek van Davreux naar Frankrijk. Dinsdagmorgen had Davreux met Viviane geruzied omdat de benzinetank alweer leeg was, wat mogelijk op het afleggen van grote afstanden zou wijzen... Ik knoopte alles aan elkaar en plots ging er bij mij een licht op: Davreux moet Evelyne gedood hebben”.
Dédé Rosschaert, een vlotte prater, gaat verder met zijn verhaal: “Davreux kende Evelyne en had me ooit nog eens gezegd: ‘Er is daar een meisje alleen. Da's iets om mee te pakken’. Het ging zeker om Evelyne”, voegt de getuige eraan toe, “want hij had haar zeker reeds 4 maal opgezocht”.
Haat
Op 18 oktober hadden Dédé Rosschaert en Pierre Bourgeois de BOB van Oostende op het spoor naar Davreux gebracht. Bourgeois had Dédé verplicht om hem te vergezellen want Dédé zou anders als medeplichtige aan de moord verdacht worden. “Davreux was mijn goede vriend. Ik nodigde hem uit voor een etentje, hielp hem als ik kon en het was niet gemakkelijk om hem bij de politie aan te geven. Het was hard. Het heeft mij pijn gedaan. Wat Evelyne was overkomen was zo gruwelijk dat ik het moest doen”. En wat met de diefstal van de stereo-keten in de bar "La Grange".
“Hebt u Davreux die opdracht gegeven?” vroeg de voorzitter aan Dédé Rosschaert. “Helemaal niet maar Davreux kon de Fransman (P. Bourgeois) niet uitstaan, hij haatte hem vooral nadat hij Viviane uit zijn bar had gewipt. Hij had hem voordien al willen "kapot maken" met een riot gun maar toen heb ik hem daar kunnen van weerhouden. Trouwens Davreux zou nooit naar Frankrijk gevlucht zin omwille van een banale ruzie met Viviane want zij hadden meer dan eens ruzie”, zei de getuige terloops.
Dédé Rosschaert vertelt de jury en het hof nog dat Davreux een exemplaar sleutels had laten bijmaken en dat Viviane hem had toevertrouwd dat zij dinsdagmorgen onmiddellijk kleren had moeten wassen van Davreux. Zij had er niet op gelet of er bloedspatten op waren. Voorzitter Decorte vraagt de beklaagde of hij nog vragen heeft. Davreux haalt de schouders op en zucht: “Ik ken al hun antwoorden en wanneer de Fransman zegt dat ik hem haat dan vergist hij zich. Ik heb nooit iemand gehaat”.
Kalmpjes neemt Davreux zijn plaats in. Met de dag wordt dit proces ingewikkelder en het was dan ook niet verwonderlijk dat voorzitter Decorte op een gegeven ogenblik zei: “Hier hangt één prangende vraag in de zaal, nl. Wie liegt hier?” 's Voormiddags zei prof. Ghysbrecht nog dat Davreux een luie leerling was en een gemiddeld intellectueel vermogen bezat Hij was seksueel actief en had een zwaar beladen seksueel verleden maar kon niet pervers genoemd worden. Hij betekende geen gevaar voor de maatschappij en was niet ziekelijk agressief. Vandaag worden Viviane Coppens, echtgenote van Davreux en de h. Servais van de gerechtelijke politie (moraliteitsverslag) gehoord.
Bron: Gazet van Antwerpen | 24 Juni 1986
Viviane Coppens zag haar man als de dader
Zenuwachtig en wat onwennig nam Viviane Coppens gisteren in het Assisenhof van West-Vlaanderen te Brugge plaats op de getuigestoel. Deze 33-jarige vrouw, die momenteel in Antwerpen woont, trad op 19 juli 1985, binnen de gevangenismuren te Brugge met Alexis Davreux (51) in het huwelijk. Het verhoor van de vrouw nam de hele voormiddag in beslag Toen de vragen zich toespitsten op het intieme huwelijksleven van het koppel en de bizarre seksuele neigingen van Davreux, werden de debatten met gesloten deuren verdergezet.
Viviane ontmoette Davreux 11 jaar geleden in 't Schipperskwartier van Antwerpen. Ze woonden reeds 11 maanden samen toen zich het drama in La Grange afspeelde. Ze konden goed met elkaar opschieten. Viviane vertelde hoe zij via Dédé Rosschaert met Bourgeois in contact kwam en in zijn bar La Grange werd tewerkgesteld. “Ik werkte niet graag voor Bourgeois”, geeft Viviane toe. “Ik moest 12u per dag werken en dat was te veel.”
Bovendien streek Bourgeois te veel geld op van zijn diensters. Davreux kon de werkwijze van Bourgeois evenmin goedkeuren. Viviane maakte mee hoe één van de diensters het restaurant The Sloop aan de Van Iseghemlaan te Oostende binnenkwam en vertelde hoe zij door Bourgeois geslagen was. “Was Davreux kwaad op Bourgeois?” vroeg voorzitter Decorte. “Hij was niet tevreden maar echt kwaad was hij niet”, antwoordde Viviane stilletjes.
Volgens Viviane Coppens slikte Davreux te veel pillen. Hoewel hij reeds sedert geruime tijd geen alcohol meer dronk, was het net alsof hij steeds dronken was. Hij liep thuis tegen het meubilair aan, was vermoeid, had een maagzweer, hij beefde erg, zijn herinneringsvermogen was slecht en hij had hoofdpijn. “Ik was kwaad die dinsdagmorgen toen ik merkte dat het pijltje van de benzinemeter van de auto sterk gedaald was. Davreux beweerde dat er iets fout was met de meter maar dat geloofde ik niet. Ik wist dat hij loog tegen mij en daarom ben ik gedurende enkele dagen nors geweest tegen hem”.
Op donderdagavond vernam Viviane Coppens van Dédé Rosschaert wat er in “La Grange” gebeurd was. Ik vond het eigenaardig toen Dédé me in The Sloop zei: “Wat ben ik blij dat ik je zie, want ik dacht dat je iets overkomen was”. Toen heeft Dédé het verhaal verteld. Daarop werd aan de getuige de dolk getoond, die zij niet herkende. Volgens Davreux kon zij dat ook niet, daar hij het wapen verborgen had gehouden. Onderzoeksrechter Beernaert gaf een uitvoerig relaas over de feiten en over het onderzoek Hij schilderde het milieu van prostitutie met zijn eigen gedragscode en ongeschreven voorschriften.
“Bij de start van een onderzoek in dergelijke milieus weten wij dat de ondervraagden bepaalde zaken zullen verzwijgen en vragen sowieso negatief zullen beantwoorden. Men zegt niet veel over elkaar. Bepaalde zaken mogen het daglicht niet zien, dus worden ze maar binnen de muren van de bars gehouden. Hoe meer geld de klant spendeert, hoe beter. Een goede dienster is ook iemand die veel geld in het laatje brengt maar die vrijwel nooit echt met de klant naar bed gaat. Het goedkoopste drankje kost al vlug tussen 400 en 700 fr. Eén van de stelregels is dat er eerst betaald en pas dan geschonken wordt. Een klant wordt onmiddellijk getaxeerd, ziet hij er solvabel uit, dan vergezelt men hem later naar een salon- netje, waar het meestal tot wat gescharrel komt, maar niet meer.”
Daarna schetste onderzoeksrechter Jean-Marie Beernaert het drama zelf. Hij had het over het tijdsgebruik van Bourgeois en zijn alibi. Hij vertelde dat de diensters verplicht waren de andere bars te verwittigen als er een onderzoek ingesteld werd. De h. Beernaert zei dat ook Viviane Coppens langzamerhand Davreux als de dader aanzag nadat Rosschaert haar alles verteld had. Hoewel onderzoeksrechter Beernaert aanvankelijk wantrouwig stond tegenover de verklaringen van Dédé Rosschaert bleken alle stukjes van de puzzel die Bourgeois en Rosschaert verzameld hadden, in elkaar te schuiven en samen het portret van Alexis Davreux te vormen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 25 Juni 1986
Wie is de dubbelganger van Davreux?
Alexis Davreux zwijmelde gisteren heen en weer op zijn stoel in het Assisenhof van West-Vlaanderen te Brugge. Toen de voorzitter hem vroeg wat hem overkwam antwoordde hij: Vorige nacht heb ik voor de eerste maal geslapen sedert december. Men heeft me iets gegeven om beter te slapen, vandaar... Deze 51-jarige man uit Eghezée wordt beschuldigd van de roofmoord op Evelyne Haverlant in de bar La Grange te Oostende in de nacht van 15 op 16 oktober 1984 en een tweevoudige poging tot doodslag op een barmeid en haar vriend in een bar te Deinze.
De h. Servais van de gerechtelijke politie van Brugge werd gisteren als laatste getuige gehoord. Hij bracht de moraliteitsverslagen van slachtoffer en beklaagde. Evelyne Haverlant werd in Frankrijk geboren en was de oudste van vijf kinderen, maar die kinderen werden verwaarloosd. Evelyne volgde beroepsschool, maar was geen pientere leerlinge. Met tegenzin lieten haar pleegouders haar op 18- jarige leeftijd naar het buitenland vertrekken.
Ze zwalpte toen van Gent naar De Panne waar ze, volledig berooid, opgepikt werd door Dominique Di Pauli, en in La Grange aan de slag ging. Davreux verbleef in Antwerpen van 1966 tot 1979. Hij leefde er samen met een travestiet en prostituées. Door zijn losbandig nachtleven in bars lopen zijn twee huwelijken op de klippen. Nochtans kon Davreux, jongste van drie zonen, hard werken. Gedurende 5 jaar is hij in dienst van een transportbedrijf waar hij als een noest arbeider aangeschreven staat. Hij heeft echter een onstandvastig karakter. Al zijn vrienden in Antwerpen zijn pooiers.
Jaloersheid, wraak, het niet betalen van schulden, waren er de oorzaak van dat de zaken dikwijls “uitgepraat” werden tijdens een vechtpartijtje. Davreux, die zijn interesse voor vuurwapens niet onder stoelen of banken steekt, liep altijd gewapend rond. Hij deed dat om de stoere jongen uit te hangen. Omdat het gerecht hem op de hielen zat, trekt hij in 1979 naar Marseille waar zijn kennissen eerder tot het zware kaliber behoorden. De h. Servais voegde er tot slot nog aan toe dat Davreux aan pillen verslaafd was, zijn bijnaam is trouwens “Monsieur Pilule”.
Dubbelganger
Daarop gaf de voorzitter een korte toelichting bij het begrip roofmoord en somde de 9 vragen op die de juryleden moeten beantwoorden. Procureur-generaal Marc Florens hield daarop zijn rekwisitoor waarin hij Davreux als een pooier met internationale ervaring bestempelde, een man met eigen zeden en gewoonten die gemakshalve leefde op de kosten van de vrouwen. We weten dat Davreux wraakplannen koesterde t.o.v. Bourgeois. Hij had dus een motief, was vertrouwd met La Grange en beschikte over de sleutels van de bar.
Davreux diste leugens op om de gerechtelijke diensten op een dwaalspoor te brengen, maar alle gegevens wijzen in zijn richting. Hij zei de juryleden dat Alexis Davreux en niemand anders Monique Palarols en Mare Delhez had willen doden en Evelyne Haverlant effectief de dood had ingejaagd.
Iedereen luisterde aandachtig naar het sterke pleidooi van Mr. Smolderen. Hij vroeg de jury negatief te antwoorden op de vragen over de roofmoord en de twee pogingen doodslag. “Davreux is geen harde jongen, hij heeft nooit een vrouw tot prostitutie aangezet, hij is geen geweldenaar en liep trouwens nooit veroordelingen op wegens geweldplegingen. Bovendien werd hij nooit voor een zedendeIict veroordeeld. De beweringen dienaangaande zijn gestoeld op geruchten die nooit bewezen werden. Davreux was ook geen gewoontedief.”
Volgens Mr. Smolderen staat het buiten kijf dat Pierre Bourgeois dinsdagmorgen uit de bar La Grange kwam. Getuige Leurs herkende Bourgeois formeel. Verbijstering alom wanneer Mr. Smolderen plots een stuk uit het bundel haalt waarin één van de diensters van de Samourai spreekt over een persoon die als twee druppels water op Davreux gelijkt. De man in kwestie kende ook Bourgeois, was geen onbekende in het uitgaanskwartier van Oostende en sprak over Evelyne. Hij was echter dik en gestuikt en had meer haar op het voorhoofd.
“Zijn stem en manieren herinnerden mij aan de vreemde man die mij hier maandagnacht 15 oktober kwam bezoeken”, zegt barmeid Rocherieux. Deze man heeft trouwens ook meer gelijkenissen met de robotfoto die aan de diensters werd voorgelegd. Dit nieuwe gegeven heeft de juryleden gisteren wellicht behoorlijk doen twijfelen of Alexis Davreux nu al dan niet de mogelijke dader was van de gruwelijke moord op Evelyne en de aanslagen op Monique Palarols en Marc Delhez in de bar 5th Avenue te Deinze. Vandaag volgen de replieken en het arrest.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Juni 1986
Davreux niet schuldig aan moord
Voor het Hof van Assisen van West-Vlaanderen te Brugge werd Alexis Davreux (51) uit het Waalse Eghezée gisterennamiddag vrijgesproken van de roofmoord op Evelyne Haverlant en de poging tot doodslag op Monique Palarols en Marc Delhez in de bar “5th Avenue” te Deinze. Bij de aanvang van de negende procesdag deelde de voorzitter mee dat er een subsidiaire vraag zou gesteld worden, nl. heeft Davreux zich schuldig gemaakt aan de doodslag op Evelyne Haverlant? In zijn repliek vroeg Mr. Smolderen verdediger van de beklaagde, aan de jury negatief te antwoorden op deze bijkomende vraag.
Vooraleer de voorzitter Decorte de juryleden de vragen voorlegde, kreeg Alexis Davreux het laatste woord. “Ik geef mijn woord van eer en mijn woord als man dat ik onschuldig ben. Ik heb de moord en de pogingen tot doodslag niet gepleegd. Ik ben daar niet toe in staat”, zei beklaagde. Na ruim drie uren beraadslagen achtte de jury Davreux onschuldig zowel aan roofmoord als aan doodslag op Haverlant. Evenmin werd hij schuldig bevonden aan poging tot doodslag in de bar te Deinze.
Wel oordeelde de jury dat hij schuldig was aan diefstal met braak en inbreuken op de wapenwet. Procureur Florens vorderde daarop acht jaar gevangenisstraf, terwijl de verdediging de voorhechtenis van 20 maanden meer dan voldoende achtte. Na een nieuwe beraadslaging werd Davreux tot tien maanden veroordeeld, zodat hij als een vrij man het gerechtsgebouw mocht verlaten.
Bron: Gazet van Antwerpen | 27 Juni 1986