Topic: Maurice Boucard

Maurice Albert Boucard (geboren op 1 mei 1915) woonde in een villa in oligarchenstijl in Tervuren. In Frankrijk is hij herhaaldelijk veroordeeld voor belastingfraude, zwendel en bedrieglijk bankroet. Hij kreeg twee jaar rijverbod en in 1969 ook een verbod om gedurende vijf jaar een handelsactiviteit uit te voeren.

Hij werkte voor de firma Valicia Benelux. Hij handelde in chemische producten uit Argentinië, sprak vloeiend Spaans en reisde vaak naar Spanje, Argentinië en Brazilië, Zwitserland en Canada. Zijn dochter Michèle woont ook in Tervuren, zijn zoon is in Frankrijk verwikkeld in een drugsonderzoek.

Boucard is een ‘eerbare correspondent’ van de Franse geheime dienst SDECE, én op de koop toe de bankier van de SAC. Hij werkte ook samen met ene Mario Deniz, een kopstuk van de French Connection.

Aan zijn dochter had Maurice Boucard kort voor zijn dood gezegd dat dit zijn laatste operatie was. ‘Als ze lukt, kunnen we ons de rest van ons leven op een strandstoel installeren.’ Aan een intieme kennis zei hij dat je ‘in het leven alles kunt aanpakken behalve drugs’. Michèle heeft een functie in het bedrijf van haar vader, Valicia Benelux.

In januari 1972 rijdt een vrachtwagenchauffeur naar Parijs. Ter hoogte van Doornik haalt een Citroën DS hem in. De trucker ziet hoe de wagen meer dan driehonderd meter verderop bruusk de berm in rijdt, tolt en stilvalt. De inzittenden worden eruit geslingerd. Het is kort na zeven en er is weinig of geen verkeer. De trucker lijkt de enige getuige. Hij stopt en gaat kijken. De chauffeur van de Citroën ligt drie meter voor zijn wagen. Hij is dood. Zeven meter verderop ligt het tweede slachtoffer. Ze leeft nog. Een onbekend gebleven automobilist belt de hulpdiensten en de gewonde vrouw wordt naar het ziekenhuis gebracht. De wegpolitie doorzoekt de kleren en de wagen van de overleden man. In zijn portefeuille zit geld uit tien landen, zeer veel geld. In de koffer vinden de verkeersagenten een valies met daarin drie aktetassen. Eentje is gevuld met meer dan vierhonderd sleutels van huizen, kluizen en auto’s. In een andere zit een handleiding in het Spaans om opium derivaten te brouwen.

Het slachtoffer heeft drie persoonsbewijzen bij zich. Op alle drie plakt dezelfde foto, maar zijn rijbewijs staat op naam van Christian Calvet, zijn pas op naam van Gaston Brun en het derde document is een machtiging met de zegel van de Franse staat waarmee de houder, Maurice Boucard, altijd en overal ter wereld een zitje mag opeisen op een Air France-vlucht. Meneer Calvet Brun Boucard heeft een telefoonnummer op zak. Als de speurders het nummer draaien, hebben ze zijn dochter aan de lijn. Zo ontdekken ze zijn echte naam. Het gaat om Maurice Boucard.

(De passagier, de vriendin van de dode, wordt de dag van de moord verhoord in het ziekenhuis. Van het ongeval herinnert ze zich zo goed als niks. Ze waren kort na zessen uit Tervuren vertrokken naar haar ouders in Parijs. Ze was ingedommeld en schrok wakker toen de wagen overkop ging. Ze verloor het bewustzijn en kwam pas in het ziekenhuis weer bij positieven).

Valicia Benelux is pas drie maanden voor de autocrash opgericht in Brussel. De onderzoeksrechter in Doornik wil van Brussel weten wat er bij de firma aan de hand is en zo belandt het dossier op het bureau van de (toen nog) onervaren drugsspeurder François Raes.

Zo vloeien na enkele maanden speuren meerdere onderzoeken samen in het hoofd van François Raes: de vermoorde Boucard, de firma’s aan de Meilaan, French Connection-kopstuk Lucien Thomas, en de pooier van de SAC. Raes komt erachter dat Maurice Boucard een internationaal bekende gangster is en dat kopstukken van de French Connection de Meilaan 263 frequenteren (het gebouw bestaat uit enkele appartementen en één keuken is verbouwd tot lab. Er zitten vier firma’s en een daarvan is Valicia Benelux, de firma van de vermoorde Maurice Boucard. De bedrijven hebben hetzelfde telefoonnummer en de bestuurders zijn onontwarbaar verstrengeld).

(Bronnen : https://www.openarchieven.nl/ins:a7ac17 … 7c788c2/en en 'Het Complot van de Stilte' - Hilde Geens).