Topic: Hoed
Tijdens de overval op de Delhaize van Beersel draagt één van de daders een hoed. Een getuige omschrijft die als een bruine cowboyhoed, een andere spreekt van “een strandhoed met brede randen, maar dan donker”, terwijl een derde getuige het heeft over “een stoffen hoed”.
De hoed is, voor zover bekend, nooit teruggevonden.
De dader met de hoed droeg een bijl bij zich en had een jachtgeweer vast, waarschijnlijk een riot gun. Hij zou ongeveer 1,90 meter groot zijn geweest. Op een bepaald moment zegt hij, in een vreemd Frans, tegen hun gijzelaar: "Tu as peur, hein?"
Het opvallende aan deze vermomming is dat gangsters zelden een hoed dragen. Dat is niet erg praktisch: zo’n hoofddeksel raakt gemakkelijk verloren of blijft ergens achter. De Bende bewees dat trouwens zelf door tweemaal een vissershoedje te verliezen.
In de krantenarchieven vond ik slechts twee feiten terug waarbij één van de daders een cowboyhoed droeg. Wat aantoont dat het een weinig gebruikte manier is om je vermommen.
Man met cowboyhoed overvalt postkantoor van Bastenaken
Dinsdagnamiddag Is een overval gepleegd in het postkantoor aan de rue de la Roche te Bastenaken. De postbediende, Mw Sonnet, was alleen toen een kleine man, die met een nylonkous gemaskerd was en een soort cowboyhoed droeg, het kantoor binnenkwam.
Toen mw. Sonnet begon te gillen, bedreigde de gangster haar met zijn pistool. Hij klom vervolgens door het loket en maakte zich meester van de inhoud van de geldlade, die tussen de 160.000 en 200.000 frank bevatte.
De overvaller vluchtte weg in een blauwe Volkswagen. Deze wagen werd omstreeks 16.30 u. in een veldweg te Neffe, op de baan naar Clairvaux, teruggevonden. De auto was in de ochtend te Marche gestolen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Augustus 1975
Drie gemaskerden overvallen juwelierszaak te Knokke
Vrijdag werd te Knokke een overval gepleegd in de juwelierszaak “Pogany”, Lippenslaan 219. Omstreeks 13 u. kwamen drie jonge mannen van ongeveer 20 jaar de zaak binnen. Ze droegen een cowboyhoed en een carnavalsneus.
In het Frans eisten ze van de uitbater, Alfons Pogany, de sleutel van de kleinste etalage. Onder bedreiging van vuurwapens werd de h. Pogany aangespoord aan het verzoek gevolg te geven. De man zag geen andere mogelijkheid dan de sleutel te overhandigen. De dieven plunderden het hele uitstalraam leeg. De juwelen staken ze in een rood plastieken zakje. Naar schatting zouden de gestolen juwelen een bedrag van ongeveer 15 miljoen fr. vertegenwoordigen.
Toen de overvallers wegvluchtten werden ze nagelopen door de h. Pogany. Zes maal werd op de h. Pogany geschoten; hij werd in het been getroffen.
De echtgenote van Pogany die de schoten gehoord had, liep langs de achterzijde van het huis om hulp bij de buurman, de h. Kamiel Schaapdrijver. De buurman kwam echter te laat.
De h. Vertongen die aan de overzijde van de Lippenslaan woont, had een knal gehoord. Hij meende echter dat een band van een wagen sprong. Toen hij kwam kijken zag hij de dieven vluchten. Nadien kon hij een vrij nauwkeurige persoonsbeschrijving van de overvallers geven.
Bron: Gazet van Antwerpen | 8 Augustus 1970