Topic: Seraing: 1 Januari 1974
Samenvatting
Wat? Een man wordt doodgeschoten na een ruzie.
Wanneer? 1 Januari 1974
Waar? Café “Le Fer à Cheval” in de Rue du Molinay in Seraing » Google Maps
Wie? Antonio Quatrocchi
Status: Opgelost
Op nieuwjaarsdag 1974 schoot de 23-jarige Antonio Quattrocchi in café Le Fer à Cheval in Seraing de Spaanse José Morales-Ramos dodelijk neer na een ruzie die eerder was ontstaan in café La Chope. Quattrocchi, die samen met zijn vriendin Augusta Groven zwaar had gedronken, was woedend nadat Morales-Ramos haar een slag had teruggegeven en zocht hem met een geladen pistool op. Hij vuurde zonder waarschuwing van dichtbij op zijn slachtoffer, dat enkele uren later in het ziekenhuis overleed.
Tijdens zijn proces in 1976 stelde Quattrocchi dat hij zich door zijn dronkenschap weinig herinnerde en geen moordplannen had, maar getuigen beschreven hem als agressief en gewelddadig; de jury achtte vrijwillige doodslag met voorbedachtheid bewezen en veroordeelde hem tot twintig jaar dwangarbeid.
Antonio Quatrocchi tijdens de reconstructie:

Moord in herberg te Seraing
Dinsdagochtend heeft een dronken man aan wie de herbergier weigerde nog drank te schenken, in het wilde weg een klant van de herberg “Le Fer à Cheval” in de rue du Molinay te Seraing neergeschoten. Het slachtoffer, de h. Ramos Morales uit de rue du Chêne te Seraing, werd getroffen in de torax en overleed kort na zijn opname in het Cockerill-ziekenhuis.
Even voor 2 u. hadden de 28-jarige Joseph Morales-Ramos en de 23-jarige Italiaan Antonio Quatrocchi, wonend rue de Tavier 224, te Seraing, zich naar de herberg “La Choppe”, in de rue Alfred Smets te Seraing, begeven. Ze waren in het gezelschap van de vriendin van Quatrocchi, Augusta Lenaerts, 26 jaar, wonende Quai de Rome te Luik. Op zeker ogenblik ontstond een twist en de vrouw diende Morales een klap in het gelaat toe. Morales sloeg terug.
Toen trok Quatrocchi een pistool en loste een schot naar beneden en vervolgens nog een naar buiten de herberg. Het wapen liet het afweten. Even later echter slaagde Quatrocchi erin zijn pistool te herstellen. Een derde kogel kwam daarbij in het plafond van de herberg terecht.
Intussen was Morales gevlucht naar de herberg “Le Fer à Cheval” in de rue du Moulinay. Quatrocchi vervoegde hem daar en zei: “Gij hebt mijn vrouw geslagen, waagt ge dat met mij ook?”. Zonder een antwoord af te wachten loste hij daarop een schot op Morales. Deze laatste overleed twee uren na zijn opname in het Cockerill-ziekenhuis te Seraing.
Quatroceuin werd gearresteerd toen hij de herberg verliet.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Januari 1974
Nieuwjaarsmoord te Seraing had lange voorgeschiedenis
Omtrent de nieuwjaarsmoord in de herberg “Fer à Cheval” te Seraing, waarover we gisteren een onvolledig relaas brachten, zijn thans meer bijzonderheden gekend. Als men naar de oorzaak tast, zou men kunnen gewagen van de ontknoping van een sinds jaren aanslepende vijandschap tussen twee jonge mensen, al kan de misdaad evengoed toegeschreven worden aan de drank of zelfs aan jaloersheid.
Feit is dat de moordenaar, de 23-jarige Italiaan Tonio Quatrocchi, zijn slachtoffer, de 26-jarige Spanjaard José Morales Ramos (Pepito voor zijn vrienden) reeds vele jaren kende. Beiden wonen immers reeds geruime tijd in Seraing waar zij bekend staan voor hun opvliegend karakter. Zij hebben mekaar reeds vaak (figuurlijk) in de haren gezeten. De jongste maanden liepen zij mekaar veel minder tegen het lijf, mede door het feit dat Pepito vorige lente huwde en sindsdien meer tijd besteedde aan zijn jonge vrouw en hun kindje.
Maar Nieuwjaar is geen dag als een andere. Pepito, die sinds zijn huwelijk veel minder dronk dan voorheen, had er behoefte aan nog eens de bloemetjes buiten te zetten, Om 8 u. 's morgens ledigde hij zijn zoveelste glas in de herberg “A la chope”, aan de rue Alfred Smets te Seraing, niet zozeer om zijn dorst te lessen, al verklaarde de herberguitbater dat hij nog behoorlijk te been was.
Dronken woesteling
Toni Quatrocchi had een beroerde nacht achter de rug. In gezelschap van zijn vriendin, de 26-jarige Augusta Groven, uit Luik, die bij hem was komen inwonen, overschreed hij met onzekere stap omstreeks hetzelfde uur de dorpel van “A la chope”. Alhoewel zijn blik niet meer zo helder was herkende hij onmiddellijk Pepito. In een zatte bui wenste hij de Spanjaard alles behalve een zalig Nieuwjaar, Zijn liefje was zelfs nog moediger en “streelde” Pepito's gelaat met een forse mep, die onmiddellijk beantwoord werd, doch voorlopig bleef het daarbij.
Quatrocchi, die in woede ontstoken was, begon daarop andere verbruikers lastig te vallen en van die afleiding maakte de Spanjaard gebruik om er stilletjes van onder te muizen, Zodra de oververhitte Italiaan dit bemerkte, haalde hij een pistool kaliber 7,65 boven en om te onderstrepen dat hij het ernstig meende loste hij een schot. De kogel belandde in de vloer doch kwetste niemand.
Uiteindelijk verliet Toni met zijn vriendin de herberg, na als laatste heldendaad zijn glas tussen de flessen achter de toonbank te slingeren, die in duizend stukjes in het ronde vlogen.
Met zijn pistool in de hand, sloeg de woesteling met zijn Augusta de rue Molinay in, waar hij in de “Fer à cheval” Pepito zag zitten. In een breed gebaar zwaaide hij de deur van de herberg open, waar zijn Spaanse rivaal in gezelschap van twee mijnwerkers rustig aan een kop koffie zat te slurpen.
Dreigend stevende de dronkelap op Pepito af. “Ge hebt mijn vrouw geslagen... Doe dat bij mij ook eens, als ge durft?” Pepito bewaarde zijn kalmte, deed of hij niets gehoord had, stond van zijn stoel op en tastte in zijn zak naar geld om te betalen. Alvorens hij zijn beweging kon afmaken had Tino zijn pistool, dat hij tevoren had weggeborgen, weer te voorschijn gehaald en vuurde zonder boe of ba op de ongelukkige Pepito die, getroffen in volle borst, bewusteloos neerzeeg.
Ouatrocchi en zijn liefje, die ijlings de herberg verlieten, konden even later door rijkswachters op straat worden aangehouden. Zij lieten zich gewillig meevoeren. Intussen had men José Morales-Ramos naar het Cockerill-ziekenhuis overgebracht, waar hij twee uur later overleed
Het parket van Luik stapte in de voormiddag ter plaatse af en liet Antonio Quatrocchi onder aanhoudingsmandaat plaatsen.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Januari 1974
Woensdagnamiddag heeft in het café “Le Fer à cheval” te Seraing de wedersamenstelling plaatsgehad van de moord die aldaar gepleegd werd omstreeks 3 uur 's morgens op nieuwjaarsdag. Even tevoren was het in “La Choppe”, een andere herberg te Seraing, tot een felle ruzie gekomen tussen de twee verbruikers, Joseph Morales-Ramos (28) en de Italiaan Antonio Ouatrocchi, beiden wonende te Seraing.
Het vriendinnetje van Ouatrocchi, de 26-jarige Augusta Lenaerts uit Luik, bemoeide er zich mee en diende Morales-Ramos een oorveeg toe, die prompt werd beantwoord. Daarop verliet deze laatste “La Choppe” om zijn woede nog even te gaan doorspoelen in “Le Fer à cheval”, waar hij even later werd vervoegd door een fel opgewonden Ouatrocchi, die een pistool bovenhaalde en zijn rivaal met een goedgericht schot neerkogelde.
Het slachtoffer overleed een paar uren later in de kliniek. Men ziet hier de revolverheld op de plaats van de misdaad. Terwijl zijn linkerhand stevig in de boelen zit, omklemt hij met de andere de hand van zijn vriendin die zo'n ruim aandeel had in de fatale ruzie.
Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Maart 1974
“Caid van Seraing” schoot belager van vriendin dood
Voor het Hof van Assisen van Luik, voorgezeten door raadsheer Lejeune, begint maandag het proces tegen de 25-jarige Antonio Quatrocchi, bijgenaamd Toni, uit Seraing. Hij wordt beschuldigd van doodslag op de 26-jarige Spanjaard José Morales-Ramos, bijgenaamd Pepito. De feiten deden zich voor in café “Fer à Cheval”, rue Molinay te Seraing, op Oudejaarsavond 1974.
Quatrocchi en zijn bijzit, de 28-jarige Augusta Lenaers, waren op Oudejaarsavond in een andere herberg te Seraing enkele glazen gaan drinken. Quatroechi die zich graag opwierp als “de caïd van de onderwereld van Seraing” - hoewel daar weinig reden toe was -, was in het bezit van een geladen 7,65 mm. pistool. In de herberg ontmoette het koppel de Spanjaard Morales-Ramos, die het amper kende. Zij dronken samen enkele glazen aan de schenkbank. Op een bepaald ogenblik begon Pepito Augusta te plagen, terwijl Quatrocchi in gesprek was met de barman.
Oplawaai
De jonge vrouw was echter in het geheel niet gediend met de plagerijen en gaf de Spanjaard een oorveeg. Deze laatste liet dit zo niet en gaf de vrouw op zijn beurt een oplawaai. Quatrocchi die de scène had gevolgd, haalde zijn pistool boven, bedreigde verscheidene klanten en vuurde een schot af in de vloer. Maar Pepito had de benen al genomen. Met in zijn zog zijn bijzit dwaalde Ouatrocchi urenlang door de straten van Seraing op zoek naar de belager van zijn vriendin. Omstreeks 9 u. 's morgens op Nieuwjaarsdag vonden ze hem in de “Fer à Cheval”, Quatrocchi stormde de instelling binnen en riep: “Ge hebt mijn vrouw geslagen. Zoudt ge mij ook durven slaan?”
Zonder een antwoord af te wachten vuurde Quatrocchi van dichtbij een schot af. Morales-Ramos viel dodelijk gewond neer. Hij zou enige tijd later in het Cockerill-ziekenhuis overlijden.
Voor het Hof van Assisen zal Quatrocchi verdedigd worden door Mr. Jeunehomme en Mr. Capelle. Als openbare aanklager fungeert advocaat-generaal Delree. De zaak zal vermoedelijk vier dagen duren, terwijl een zestigtal getuigen zullen gehoord worden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 17 Januari 1976
Toni de Siciliaan herinnert zich niets meer
Voor het Hof van Assisen fe Luik, voorgezeten door raadsheer Lejeune, begon maandag het proces ten laste van Antonio Quattrocchi (25), bijgenaamd Toni de Siciliaan uit Seraing. Op nieuwjaarsdag 1974 doodde hij met een pistoolschot de Spanjaard José Morales-Ramos (27), eveneens uit Seraing. Die feiten speelden zich af in de herberg “Le Fer à Cheval” te Seraing. De jury bestaat uit vijf vrouwen en zeven mannen.
Tijdens de zitting van maandagvoormiddag ging de voorzitter over tot de ondervraging van beklaagde. Daar kwamen echter heel wat technische moeilijkheden bij kijken wegens de slechte werking van de in de zaal opgestelde micro’s en het gedreun van machines waarmee momenteel op het binnenplein van het paleis wordt gewerkt voor het schoonmaken van de gevels. De voorzitter had gevraagd dat die werken tijdens het proces zouden stopgezet worden, maar zonder resultaat.
Allereerst herinnerde de voorzitter aan het verleden van beschuldigde, die te Seraing bekend stond als een woesteling en een vechtersbaas, vooral wanneer hij onder invloed was. Gescheiden van zijn echtgenote, oefende Toni verscheidene beroepen uit. Hij blonk echter niet uit door regelmaat. In september 1973 maakte hij kennis met Augusta Groven (28), een straatmadelief.
Zeventig glazen
De voorzitter handelde vervolgens over het komen-en-gaan van Quattrocchi en zijn vriendin tijdens oudejaarsavond en nieuwjaarsochtend en somde daarbij de vele herbergen van Luik en Seraing op welke het paar bezocht en waar whisky en ook wel champagne werden gedronken. Daaruit blijkt dat Quattrocchi alles samen zowat zeventig glaasjes alcohol naar binnen goot.
In het café “La Chope” te Seraing ontmoetten ze Morales-Ramos, die zij beiden nauwelijks kenden. Van de omstandigheden van deze ontmoeting herinnert beklaagde zich niet zoveel meer. “Ik had nogal flink gedronken, de hele voormiddag lang”.
De voorzitter merkte op dat Toni geneigd is te vergeten wat tegen hem kan uitvallen, maar zich daarentegen steeds heel goed herinnert wat hem van dienst kan zijn. Zo ontkent hij bedreigingen en scheldwoorden te hebben geuit jegens een waardin. Evenmin herinnert hij zich een dienster te hebben gezegd “dat hij haar hersenpan zou inslaan”.
De speurders hebben echter talrijke getuigenissen ingewonnen waaruit de provocerende houding van Toni blijkt. In de “Chope” kwam het tot een flinke scheldpartij tussen Quattrocehi en Morales, zogezegd omdat deze laatste zijn vriendin Augusta lastig viel. De Spanjaard verdween kort nadien. Quattrocchi, die echt woest was, vuurde een pistoolschot af op straat en, volgens de verklaring van de waardin, nog een in de gelagzaal. Hier werd echter geen enkel kogelspoor gevonden. Toni sloeg enkele glazen en flessen aan scherven en vertrok, samen met zijn vriendin. Niet zonder eerst vermanend tot de verbruikers geroepen: “Beweegt niet of ik schiet u allemaal tot moes.”
Omstreeks 9 u. beland Toni in “Le Fer à Cheval”. Daar hing Morales aan de tapkast. “Ik ben er heel toevallig binnengestapt”, zegt beschuldigde. “Ik had de Spanjaard niet van buiten gezien.”
De voorzitter: “Morales had juist aan de dienster gezegd dat hij kort voordien door iemand was bedreigd. Zij zei U dat ze ging sluiten en ze u niets meer te drinken zou geven.”
Toni: “Best mogelijk, maar ik herinner het mij niet. De Spanjaard beleefde er blijkbaar pret aan.”
De voorzitter: “Gij hebt tot de Spanjaard gezegd: Je hebt mijn vrouw geslagen, doe het nu maar eens met mij.”
Beklaagde: “Dat weet ik niet meer. Het ging allemaal zo vlug in z'n werk. Plots stond ik met het pistool in mijn rechterhand. Ik besefte niet wat er gebeurde. Ik was onder invloed van de drank.”
Morales, die in volle borst was getroffen, zakte ineen en overleed kort daarna. Quattrocchi ontkende nog te hebben willen vluchten bij de aankomst van de rijkswacht en herhaalde dat hij nooit het voornemen had gehad zijn slachtoffer te doden.
Wapen van Arabier
Tijdens de namiddagzitting geeft onderzoeksrechter Piron uitleg over de herkomst van het wapen. Quattrochi vertelde hem dat hij het wapen gekocht had van een “mysterieuze Arabier” ergens in Luik.
Verscheidene leden van rijkswacht en gerechtelijke politie komen getuigen. De rijkswachters vertellen hoe ze werden verwittigd dat in “La Chope” een man iedereen lastig viel. Toen ze ter plaatse kwamen was inmiddels een drama gebeurd in de “Fer à Cheval”. Zij gingen er heen en troffen er Ramos aan die bij de tapkast met de armen gekruist op de grond lag.
Mijn vrouw te na gekomen
Een inspecteur van de gerechtelijke politie van Luik, de h. Princen, verklaart dat Augusta Groven prostituee was op het ogenblik dat zij Quattroccho leerde kennen.
Aan h. de Princen verklaarde de vrouw dat Morales Ramon Quatrocchi had uitgedaagd. Vooraleer te schieten zou Quattrocchi hem hebben gezegd: “Ge zijt mijn vrouw te na gekomen.” De voorzitter merkt op: “Dit is een eigenaardige uitspraak, rekening houdend met de persoonlijke situatie van Augusta Groven. Dat lijkt mij moeilijk verenigbaar.” Quattrocchi: “Ik was erg jaloers. Ik leefde niet op haar kosten, maar ik onderhield het huishouden met mijn werklozensteun.”
Volgende zitting om 9 u.
Bron: Gazet van Antwerpen | 20 Januari 1976
Getuigen: “Quatrochi was stomdronken”
Tijdens de tweede dag van het proces van Antonio Quattrocchi uit Seraing, beschuldigd van vrijwillige doodslag op de Spanjaard Jose Morales-Ramos werd dinsdag een aantal café-uitbaters en kelners uit de streek van Luik en Seraing gehoord om een beeld te krijgen van de staat van dronkenschap waarin de beschuldigde verkeerde tijdens de nacht van de feiten.
Sommige uitbaters zegden zich niets meer te herinneren maar anderen konden het juist aantal glazen noemen dat Quattrocchi gedronken heeft.
Stomdronken
Uit de verklaringen blijkt dat de beschuldigde zeer dronken was vanaf 3 uur in de morgen. Ook de ouders van de beschuldigde zeggen dat hun zoon dronken was. Details kunnen zij niet geven daar zij ook diep in het glas hadden gekeken tijdens de bewuste “réveillon”. Sommige getuigen menen dat Quattrocchi niet meer bij bewustzijn kon zijn toen hij zijn pistool afvuurde.
Tijdens de namiddagzitting wordt het verhoor van de getuigen uit de Horeca-sector voortgezet. De meerderheid is van Italiaanse afkomst en heeft een tolk nodig. Een dienster van “La Coupole” een herberg uit Seraing, weet nog dat de Italiaan zo dronken was, dat hij niets meer te drinken kreeg. De man was erg agressief en bedreigde getuige. Een klant bevestigt deze getuigenis en voegt eraan toe dat hij de Italiaan, om hem te kalmeren, naar een andere herberg “La Chope”, vergezelde. In deze herberg zou Quatrocchi zijn slachtoffer Morales-Ramos ontmoeten. De getuige herinnert zich niet dat de Spanjaard de vriendin van Toni had geplaagd.
“Van niemand schrik”
Wel herinnert hij zich een andere scène: “Ik had Quatrocchi naar de schenkbank geleid en we waren aan het praten. Toni sprak over een vechtpartij, waar hij bij betrokken was en verklaarde luid: “Nu ben ik gewapend en heb ik van niemand schrik”. Morales die op dat ogenblik achter Toni voorbijging, dacht dat ik bedreigd werd. In die tijd liep ik op krukken. De Spanjaard keerde zich naar Quatroechi en riep: “Vergeet niet dat ge met een invalide praat”. Quatrocchi werd kwaad en begon Morales uit te scheiden. Ik heb hem opnieuw moeten kalmeren.”
De uitbaatster van “La Chope”, mw. Guglielmo is een moeilijke getuige, want ze herinnert zich niet veel meer van de feiten. Ook die andere klanten van “La Chope” lijken zich nog weinig te herinneren. Daarop wordt de zitting geheven. Ze hervat woensdag om 9 uur.
Bron: Gazet van Antwerpen | 21 Januari 1976
Getuige gemolesteerd door familie Quattrocchi
Bij de hervatting woensdagmorgen van het proces van de 25-jarige Italiaan Antonio Quattrocchi voor het Hof van Assisen te Luik, beschuldigd van vrijwillige doodslag, heeft advocaat-generaal Destrée onmiddellijk het woord gevraagd.
De advocaat-generaal citeerde een rijkswachtverslag dat dinsdagnamiddag in het gerechtsgebouw werd opgesteld na een klacht van een getuige, Mw. Luignina Guglielmo, waardin van het café “La Chope” waar de beschuldigde zijn slachtoffer had ontmoet. Volgens de verklaringen van deze getuige was zij na haar verklaring ter zitting gemolesteerd door twee vrouwen die het met die verklaring niet eens waren.
“Gisteren vond ik deze getuige nogal terughoudend, nu begrijp ik waarom”, aldus de h. Destrée, die eraan toevoegde dat ook een andere getuige was lastig gevallen door familieleden van Quattrocchi. De advocaat-generaal beschouwt dit als een ernstige schending van ons rechterlijk bestel. “Wij zijn hier noch in Sicilië, noch in Chicago. Indien ik nog verneem dat er familieleden van de beschuldigde in de wandelgangen rondlopen met agressieve bedoelingen, zal ik maatregelen treffen.”
De verdediger van Quattrocchi sloot zich onmiddellijk bij deze verklaring aan en zij dat zijn cliënt met deze incidenten niets uitstaande heeft en dat deze hem slechts nadeel kunnen berokkenen. Daarmee was het incident gesloten.
Vriendin
Vervolgens werd het getuigenverhoor voortgezet. De belangrijkste verklaring kwam van de 29-jarige vriendin van de beschuldigde, Augusta Groven. Zij legt de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen in “La Chope” op Morales-Ramos, het slachtoffer. “Deze jongen plaagde mij. Hij nam eerst mijn sigaret weg, vervolgens mijn barkruk en toen trachtte hij mijn achterste te betasten. Toen Tony wilde tussenbeide komen ging de Spanjaard er vandoor. Mijn vriend was zeer opgewonden en vuurde buiten een schot af. Vervolgens bedreigde hij de stamgasten met zijn wapen, dat hij weigerde af te geven.”
Toen zij in de “Fer-à-Cheval” aankwamen, botsten zij opnieuw op Morales-Ramos. “Ik stapte als eerste binnen en toen ik de Spanjaard aan de tapkast zag, wou ik terug naar buiten gaan. Tony stapte echter op de Spanjaard af en zei: “Je hebt mijn vrouw geslagen. Durf je dat met mij ook?” Er ging een schot af, maar ik heb niets gezien omdat ik achter Tony stond.”
Op verzoek van een gezworene en van de advocaat-generaal wordt getuige ondervraagd over de bestaansmiddelen van het gezin. Augusta Groven verklaarde dat zij uitsluitend leefden van de werkloosheidsuitkering van Tony, die echter wel hier en daar “schnabbelde”. “Wat ik verdiende ging naar het onderhoud van mijn vier kinderen”, aldus Groven.
Tijdens deze ondervraging kreeg de beklaagde het danig op de heupen en riep op een gegeven ogenblik: “Ik ben nooit een pooier geweest”. “Dat heb ik ook niet gezegd”, antwoordde de gezworene.
Bron: Gazet van Antwerpen | 22 Januari 1976
“Ik zal mijn hele leven spijt hebben”, snikt beklaagde
Donderdag was het de laatste dag van het proces tegen de 25-jarige Antonio Quattrocchi, uit Seraing, die zich voor het Assisenhof van Luik moest verantwoorden voor de moord op de 27-jarige Spanjaard Joseph Morales Ramos, gepleegd op nieuwjaarsdag 1974 in de herberg “Le fer à cheval” te Seraing. Na de replieken verklaarde beklaagde, snikkend: “lk heb twee jaar lang spijt gehad. Ik zal heel mijn leven spijt hebben. Ik vraag vergiffenis aan de familie van het slachtoffer.” Hij werd veroordeeld tot twintig jaar dwangarbeid.
Voorzitter Lejeune opende de woensdagzitting met de voorlezing van een brief met bedreigingen deze maal gericht aan de beschuldigde, Toni Quattrocchi. In de tekst staat: “Jij dacht de wet te stellen ’mafioso’ van karton. Wii zullen je de wet leren stellen, indien je de kans krijgt om uit de nor te komen.” De kaart werd ondertekend door “Liga van Spanjaarden van Luik”.
In zijn commentaar wees de voorzitter erop dat het onduldbaar is dat dergelijke brieven naar een beschuldigde worden gestuurd, die het recht heeft zich te verdedigen.
Het hof hoorde vervolgens de wapendeskundige de h. Jamar, die het moordwapen heeft onderzocht. Hij is van oordeel dat het schot op een afstand van ongeveer 1,50 m. werd afgevuurd. Quattrocchi hoefde dus niet te mikken om zijn slachtoffer te raken. Ten slotte verschenen een aantal moraliteitsgetuigen en de inspecteurs van de gerechtelijke politie van Luik. De inlichtingen die over Quattrocchi werden ingewonnen, blijken weinig gunstig. De beschuldigde werd door deze getuigen afgeschilderd als een gewelddadig iemand, een vechtersbaas, brutaal, opvliegend en een drinker.
Hij wou de kleine “Caid” spelen en de wet opleggen aan herberguitbaters. Sommige slachtoffers hebben het nooit aangedurfd klacht neer te leggen.
Scherp rekwisitoor
De zitting van donderdagmorgen begon met het pleidooi van de burgerlijke partij - de vrouw en het kind van het slachtoffer - vertegenwoordigd door Mr. Maurice Collignon. Deze beschreef opnieuw de gebeurtenissen die zich voordeden in de tragische nieuwjaarsnacht en merkte op dat onmogelijk kon worden geschat hoeveel alcohol Quattrocchi had gedronken.
Volgens de advocaat was de doodslag geenszins het gevolg van een toeval. Hij verzocht de jury de betichte schuldig te verklaren aan de hem ten laste gelegde feiten.
Vervolgens sprak de advocaat-generaal Delree zijn rekwisitoor uit. De levenswandel van Quattrocchi, zo betoogde hij, leidde hem van herberg tot herberg en van de ene ruzie naar de andere. Thuis was hij een slecht echtgenoot en een slechte vader. Hij bezat niet de minste menselijke waardigheid. Hij herhaalde steeds maar dat hij te Seraing de wet dicteerde en dat hij niets of niemand vreesde.
De advocaat-generaal aanvaardde Quattrocchi's dronkenschap niet als een verzachtende omstandigheid. Betichte was dubbel schuldig, eerst omdat hij vrijwillig dronk, vervolgens omdat hij wist dat de alcohol hem zou leiden tot agressieve en gewelddadige reacties.
De advocaat-generaal verzocht de jury negatief te antwoorden op de vragen, die de verdediging daaromtrent zou kunnen doen stellen. “Niemand mag provocatie inroepen wanneer men vrijwillig zijn redelijkheid heeft laten aantasten door de drank”, aldus de h.Delrée.
Verdediging
Meester Jeunehomme verdediger van Quattrocchi, heeft het niet gemakkelijk om op deze meedogenloze aanvallen te reageren. Hij wees op een reeks tegenstrijdigheden, fouten en vergissingen in de verklaringen van de onderscheidene getuigen. Over de feiten zelf geeft de verdediger versie: de avond van 31 december is Quattrocchi beginnen te drinken en heeft er pas mee opgehouden om 9 u. 's morgens.
Trouwens, de geneesheer die hem vier uren na het drama onderzocht stelde vast dat Quattrocehi nog steeds niet vast op zijn benen stond. “Mijn cliënt”, aldus meester Jeunehomme, “heeft een emotionele schol ondergaan tengevolge van een provocatie.”
Zonder de nagedachtenis van Morales Ramon te willen onteren moet toch worden gezegd, aldus nog verdediger Jeunehomme, dat Ramon ook ooit in gevechten was gewikkeld waarbij hij een mes trok. Tot slot zegt de verdediger dat er van voorbedachtheid geen sprake is. Toen Quattrocchi het café “Fer à Cheval” binnenkwam, wist hij ook niet dat Morales-Ramon zich daar bevond.
Meester Jeunehomme pleit derhalve verzachtende omstandigheden en vraagt de gezworenen bij het bepalen van schuld van zijn cliënt rekening te houden met de invloed van de alcohol en de provocatie.
Even na 17.30 u. verwijderde de jury zich om te beraadslagen. Er werden de juryleden 14 vragen voorgelegd. De jury antwoordde bevestigend op de vragen inzake vrijwillige doodslag, voorbedachtheid, onwettige wapendracht en de meeste vragen betreffende de bedreigingen. De jury antwoordt ontkennend op de vraag van de verdediging inzake de verschoning wegens provocatie.
Het openbaar ministerie vorderde daarop twintig jaar dwangarbeid, waardoor het Hof werd op ingegaan.
Bron: Gazet van Antwerpen | 23 Januari 1976