Topic: Sint-Gillis: 24 Mei 1976
Samenvatting
Wat? Overval op een juwelier, de eigenares wordt vermoord
Wanneer? 24 Mei 1976
Waar? Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis » Google Maps
Wie?
- Slahedinne Hasni
- Sadek Chennine
- Michel Morvan
- Pierre BistoquetStatus: Opgelost
In mei 1976 werd de 59-jarige Franse juwelierster Eliane Latruffe in haar zaak in Sint-Gillis tijdens een gewapende overval doodgeschoten; de daders gingen met hooguit een kleine buit ervandoor. Het onderzoek leidde tot de arrestatie van enkele betrokkenen, onder wie de Antilliaan Pierre Bistoquet, die bekende het fatale schot te hebben gelost, en de Tunesiër Sahedinne Hasni en Algerijn Sadek Chennine, die volgens justitie aan de overval hadden meegewerkt.
Hasni en Chennine werden in 1977 niet schuldig bevonden aan opzettelijke doodslag, maar wel veroordeeld voor hun rol bij een poging tot diefstal met geweld. Bistoquet en een andere Franse verdachte, Michel Morvan, verschenen later in Parijs terecht; Bistoquet gaf toe dat hij had geschoten, maar wijzigde zijn verklaring over de omstandigheden.
Juwelierster doodgeschoten te Sint-Gillis
De 59-jarige Française Eliane Latruffe, die een handel in fantasiejuwelen en armbanduurwerken uitbaat aan de Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis, werd maandagvoormiddag omstreeks 10.55 u. door drie gangsters doodgeschoten. De daders wisten met een magere buit op de vlucht te slaan.
Eliane Latruffe baat de zaak aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis al vele jaren uit. Het gaat niet om een winkel, maar wel om een huis dat in het groot en in detail verkoopt. Men komt er binnen via een brede gang en vervolgens moet men een deur rechts inslaan waarbij men in het kantoor terechtkomt waar ook wel uitstalkasten met de koopwaar staan opgesteld.
Drie schoten
De uitbaatster was maandagvoormiddag alleen in het kantoor, toen plots drie gangsters naar binnen kwamen. De indringers eisten geld en armbanduurwerken onder bedreiging van hun wapens. De vrouw poogde de bandieten op de vlucht te drijven. Toen vuurde één van de kerels tot driemaal toe zijn wapen af. Twee kogels kwamen in de wanden terecht, de derde kogel raakte het slachtoffer in de lenden en trof vermoedelijk de lever. Het slachtoffer zakte meteen in mekaar en overleed reeds enkele minuten later.
Dadelijk sloegen de bandieten met hun tamelijk kleine buit op de vlucht. Een voorbijganger zag de gangsters weglopen, een in de richting van de Hallepoort, de twee andere in de tegenovergestelde richting. Deze getuige signaleerde dat het drietal vrij jong was. Ze waren allen gekleed met een jeanspak en hun haren waren enigszins gekroezeld. De daders werden eveneens opgemerkt door de eigenares van het huis juffr. Monnom, die op de eerste verdieping woont en op het traplokaal was komen kijken toen er beneden werd geschoten.
Bron: Gazet van Antwerpen |
Werden gangsters door juwelierswerk te Sint-Gillis herkend?
Na de gewelddadige overval, gepleegd maandagvoormiddag op de 59-jarige Eliane Latruffe, in haar juwelierszaak, Berekmansstraat te Sint-Gillis-Brussel, werd nog geen spoor van de drie daders gevonden.
Omdat het slachtoffer is overleden, moet de recherche zich vastklampen aan gissingen omtrent de aanleiding tot de moord.
Vreemdelingen
De juwelierster werd achter de toonbank in een hoek van het kantoor aangetroffen. Had ze zich misschien te weer gesteld toen de gangsters er met de inhoud van de toonbanklade en een hoeveelheid juwelen vandoor wilden gaan? Of was de juwelierster weggelopen om hulp te halen? Sommigen achten het niet uitgesloten dat de vrouw een van de kerels had herkend.
De daders zijn vreemdelingen, Een had zwart, kortgeknipt kroezelhaar en zijn twee trawanten hadden een getaande huidskleur en zagen er uit als Noord-Afrikanen. Het is mogelijk dat het drietal sedert enige tijd in Brussel verbleef en van zins was de juwelierster te beroven omdat ze zich aan een niet al te grote weerstand dienden te verwachten.
Er werd gemeld dat de daders na de overval, en in het bezit van een kleine buit, vanuit het Zuidstation te Brussel per trein naar Parijs zouden zijn gevlucht. Verscheidene controles bleven echter vruchteloos.
Zakdoek
Het lijkt trouwens weinig waarschijnlijk dat de daders speciaal naar Brussel kwamen om er een overval te plegen die niet veel kon opleveren. Het feit immers dat zij hun kans waagden in een zaak, waar overwegend fantasiejuwelen en armbandhorloges voor het grijpen lagen, laat veronderstellen dat het om amateurs gaat.
De lijkschouwing bracht aan het licht dat de lever van het slachtoffer werd doorboord. De kogels, ter plaatse teruggevonden, zijn van een betrekkelijk klein kaliber, nauwelijks wat zwaarder dan de projectielen van een 22 long-rifle-karabijn.
Een van deze kogels werd tegen de marmeren vloer afgevuurd. Hierbij vloog een stuk marmer aan splinters en het is best mogelijk dat een van de indringers een stuk marmer in de hand kreeg en daarbij werd gekwetst.
Dit kan misschien verklaren waarom enkele meters voorbij het huis van de overval, op de stoep, een met bloed bevlekte zakdoek werd teruggevonden. De gewonde bandiet wierp wellicht de zakdoek op straat, want voor hem betekende deze alleszins een bezwarend element in geval dat hij zou worden aangehouden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 26 Mei 1976
Moord op juwelierster te Sint-Gillis opgelost
Twee van de drie gangsters die vorige week een gewapende overval pleegden op een juwelierszaak te Sin-Gillis en daarbij de zaakvoerster neerschoten hebben niet lang op vrije voeten gelopen. De bewakings- en opsporingsbrigade van de Brusselse rijkswacht is erin geslaagd ondanks de weinige gegevens waarover ze beschikte drie kerels in de hoofdstad aan te houden. Twee daarvan waren bij de overval rechtstreeks betrokken en de andere speelde echter een ondergeschikte rol. Een vierde kerel die wel aanwezig was bij de overval is echter nog voortvluchtig. Zijn identiteit is echter gekend. Het is geen Belg, wel een Europeaan.
Bij de drie gearresteerden zijn er twee kleurlingen, afkomstig van de Franse Antillen doch met een Frans persoonsbewijs op zak. De derde is een Tunesiër. Ze zijn alle circa 25 jaar. Veel meer is er voorlopig over deze vlugge ontknoping niet te vernemen. Alleen dit nog: de kerel die vermoedelijk de fatale schoten loste bevindt zich onder de drie aangehoudenen. Ook is door de BOB van Brussel achterhaald dat de overvallers in de buurt verbleven van de Hallepoort, niet zo ver van de juwelierszaak die ze maandag 24 mei om 10.55 uur overvielen.
Voor de speurders blijft het ondertussen nog een vraag waarom de gangsters die toch samen gemakkelijk een vrouw kunnen overmeesteren de juwelierster omver knalden. Werden de kerels, die ongemaskerd de juwelierszaak binnendrongen, door iemand verrast? Het wordt niet uitgesloten. Daarom dat het nog niet helemaal zeker is dat de daders werkelijk het inzicht hadden de juwelierster te vermoorden. Een toevallig schot dan?
De 59-jarige Mw. Latruffe, een Française, werd in de lenden door een kogel, afgevuurd uit een wapen van zwaar kaliber, getroffen. Deze doorboorde de lever en verliet het lichaam opnieuw door de linkerkant van de rug. Het slachtoffer overleed even nadien. Om de juwelierster bang te maken had een van de gangsters vooraf een schot grondwaarts afgevuurd. De kogel ketste terug en verwondde de schutter. Dit verklaart waarom in een naburige straat een bebloede zakdoek werd teruggevonden.
BOB-speurders gaan ervan uit dat de gedeeltelijk ontmaskerde bende andere hold-ups in ons land heeft gepleegd.
Bron: Gazet van Antwerpen | 1 Juni 1976
25-jarige Antilliaan bekent moord op juwelierster te Sint-Gillis
Zoals we gisteren reeds meldden, leidde knap speurwerk van de Brusselse BOB tot de aanhouding van twee daders en een medeplichtige in de moord op een juwelierster, maandag 24 mei te Sint-Gillis-Brussel. Een vierde gangster is nog steeds voortvluchtig.
Het slachtoffer, de 59-jarige Mej. Latruffe, werd door een kogel geraakt in de lever. De aanrander vuurde echter nog twee andere kogels af, die tegen de vloer of tegen de muur terechtkwamen. Mej. Latruffe, die achter de toonbank in haar juwelierszaak ineenzakte, overleed reeds een paar minuten later. De daders raakten geen geld aan, maar gingen er wellicht toch vandoor met juwelen en armbandhorloges.
Bekentenis
Reeds van bij de aanvang van het onderzoek zag het er naar uit dat de daders vermoedelijk in Brussel woonden. Een típ uit het Brusselse milieu bevestigde deze veronderstelling. Een gemeubelde kamer werd te Elsene gehuurd door de hoofddader, een 25-jarige Antilliaan. Bewakingsopdrachten lieten de BOB van Brussel maandag toe de kerel op straat, op enkele meters van zijn woonplaats, in te rekenen. De man was in het bezit van een 9 mm Smith en Wesson pistool. Hij ging weldra tot bekentenissen over en verklaarde dat hij de juwelierster met zijn wapen had doodgeschoten.
Een mededader, een 25-jarige Tunesiër was reeds op O.H. Hemelvaartdag aangehouden wegens onwettig verblijf in België en werd nog niet ondervraagd over de roofmoord op de juwelierster, al staat vast dat hij er bij betrokken was. De derde dader, een Europeaan, had lont geroken en wist te ontsnappen. Zijn identiteit is echter gekend en gehoopt wordt hem weldra te kunnen aanhouden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 2 Juni 1976
Identiteit van roofmoordenaars te Sint-Gillis-Brussel
In gerechtelijke kringen te Brussel werden woensdag de namen vrijgegeven van de twee vreemdelingen die op 24 mei j.l., betrokken waren bij de roofmoord op de 59-jarige Eliane Latruffe te Sint-Gillis-Brussel. Het betreft de 28-jarige Antilliaan Pierre Palamede, student, geboren in Guadeloupe en de 31-jarige Tunesische restauranthouder Hasni Slaheddine. Rechter van instructie Masson, plaatste de twee vreemdelingen onder arrest wegens roofmoord.
Bron: Gazet van Antwerpen | 3 Juni 1976
Nieuwe versie van moord op de juwelierster te Sint-Gillis
Tijdens de wedersamenstelling van de roofmoord op de 50-jarige juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis bleek dat de hoofddader, de 28- jarige Antilliaan Pierre Palamede naar het slachtoffer schoot omdat deze hem had herkend en ermee dreigde hem te gaan verklikken.
Ook een mededader, de 41-jarige Tunesiër Slahedinne Hasni, was aanwezig op de reconstructie, die werd geleid door rechter van instructie Masson, bijgestaan door substituut Derynck, wetsgeneesheer Voordecker en de h. Goffinon, van de BOB.
Bekentenissen
De juwelierster werd in de voormiddag van 23 mei door drie kerels, een Antilliaan en twee Noord-Afrikanen, overvalIen in haar winkel aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis. De gangsters van wie één gewapend met een 9 mm-pistool, eisten niet alleen de juwelen maar ook het geld op.
Toen meende de juwelierster de man met het pistool, nl. de Antilliaan Pierre Palamede, die inderdaad in de buurt woont, te herkennen. Deze vreesde dat hij zou worden verklikt, waarop hij vuurde naar de vrouw, Een van de drie kogels doorboorde de lever van de juwellerster, die kort daarop aan de opgelopen verwondingen overleed. Dank zij een tip uit het Brusselse milieu werden twee van de drie daders vrij vlug door de BOB van Brussel aangehouden.
Palamede, die bij zijn arrestatie in het bezit was van het wapen waarmee de juwelierster werd doodgeschoten, ging vrij vlug tot bekentenissen over.
Tijdens de wedersamenstelling woensdagvoormiddag verklaarde hij evenwel, dat niet hij maar de derde man, de thans voortvluchtige Noord-Afrikaan, de juwelierster had neergeknald. Toen werd gevraagd hoe het kwam dat bij zijn aanhouding hij in het bezit was van het wapen van de misdaad, bleef hij elk antwoord schuldig.
Bron: Gazet van Antwerpen | 10 Juni 1976
Brusselse restauranthouder veroordeeld
Te Nijvel is de Brusselse restauranthouder van Franse nationaliteit Sorv Sow veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf en zijn echtgenote tot een maand met uitstel wegens heling. Sory Sow had zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een kunstdiefstal ten huize van de h. Christian Deponcheel te Piétrebais. De voornaamste beschuldigde in deze zaak is de Fransman Pierre Bistoquet, alias Palameda, die bovendien de vermoedelijke moordenaar van een juwelierster te Sint-Gillis is. Voor deze laatste misdaad zal hij zich voor het Parijse Hof van Assisen moeten verantwoorden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 28 Maart 1977
Noord-Afrikanen naar Assisenhof verwezen
De kamer van in beschuldigingstelling bij het Hof van Beroep te Brussel, verwees de Noord-Afrikanen Hasni, Chennine, naar het Hof van Assisen van Brabant, waar hun proces mogelijk reeds in december zal worden behandeld. Het tweetal had te maken met het doodschieten van de Franse Eliane Latruffe, in de juwelierszaak aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis, in mei 1976 en dit tijdens een mislukte overval.
Twee Fransen, die rechtstreeks bij deze overval waren betrokken, de genaamde Morvan en Bistoquet, zijn opgesloten in Frankrijk. Verwacht wordt dat ze over enkele maanden voor het Hof van Assisen te Parijs zullen terechtstaan voor de feiten die ze in Sint-Gillis pleegden.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 Oktober 1977
Moord op juwelierster komt maandag voor Assisenhof van Brabant
Twee beklaagden die betrokken waren bij de overval met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976 op de juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat 84 te Sint-Gillis, zullen van maandag a.s. af verschijnen voor het hof van assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden. Het betreft de 33-jarige Tunesiër Slaheddine Hasni, restaurantuitbater wonende Defacqzstraat te Elsene, en de 29 - jarige Algerijn Sadek Chennine, zonder gekend beroep of woonplaats in België.
Bij de overval waren in feite vier gangsters betrokken. Behalve de reeds vernoemde Hasni en Chennine, werd er ook nog aan deelgenomen door twee Fransen, Bistoquet en Morvan, genaamd. Bistoquet was het trouwens die de juwelierster doodschoot, toen de vrouw, om zich te verweren, haar hond wilde losmaken, doch zowel Bistoquet als Morvan werden achteraf in Parijs aangehouden, en zullen door een Frans hof van assisen worden berecht.
Nadat mevrouw Latruffe was neergeschoten, zag Hasni, die de wacht optrok, plots een medebewoner van het huis de trap afkomen Hasni sloeg alarm, zodat de daders op de vlucht sloegen zonder blijkbaar een diefstal te hebben kunnen plegen. Anderzijds schijnt de rol van Chennine zich hoofdzakelijk te hebben beperkt tot die van tipgever en heler.
De verdediging van Slahedinne Hasni wordt waargenomen door mrs Humblet en Debontridder, Voor Sadek Chennine pleiten Mrs Helène Hauptmann en Fraindorge. Het openbaar ministerie is vertegenwoordigd door advocaat-generaal De Le Court. Er worden een dertigtal getuigen ondervraagd, en de debatten zullen drie dagen duren.
Bron: Gazet van Antwerpen | 10 December 1977
Tunesiër en Algerijn op beklaagdenbank
Voor het Hof van Assisen van Brabant, voorgezeten door raadsheer Terlinden, verschenen maandag twee beklaagden, betrokken bij de overvallen met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976 op de 52-jarige juwelierster Eliane Lafruffe, in haar winkel, Berckmansstraat te Sint-Gillis.
Detwee beklaagden zijn de 32-jarige Tunesiër Slahedinne Hasni, restaurantuitbater, ingeschreven de Facqzstraat te Elsene, en de 28-jarige Algerijn Sadek Chennine, zonder gekend beroep of woonplaats in België. Twee andere daders die aan de overval deelnamen, namelijk Bistoquet, die de juwelierster doodschoot, en Morvan zijn thans aangehouden in Parijs en zulIen er weldra voor het plaatselijk hof van assisen voor de feiten te Sint-Gillis verschijnen.
Leraar en hotelier
Na de voorlezing van de akte van beschuldiging door griffier Deschuyffeleer, begon voorzitter Terlinden met de ondervraging van de twee beklaagden.
Van Hasni kon aldus vernomen worden dat hij in zijn land van herkomst, Tunesië, hoger middelbaar onderwijs genoot en er twee jaar als leraar werkte. Hij verliet zijn geboorteland in 1967 en verbleef vervolgens afwisselend in Parijs en Brussel. In 1975 nam hij samen met een vennoot het restaurant La Tomate te Elsene over. Hij vond meestal ontspanning in allerlei drankgelegenheden waar hij o.m. Bistoquet en Morvan leerde kennen.
Van zijn kant bekwam Chennine in zijn land van herkomst, Algerije, het diploma van hoteluitbater. Hij verliet zijn geboorteland in 1974 en veranderde ondertussen tot viermaal toe van vrouw, van wie de eerste drie hem telkens één of meerdere kinderen schonken. Op het ogenblik van de feiten woonde hij met een stripteaseuse te Sint-Gillis. Zowel in Algerije als in Brussel liep hij veroordelingen op wegens diefstal.
Mislukt
Ondervraagd over de feiten zegde Hasni dat hij tot driemaal toe het bezoek kreeg van Bistoquet, alvorens uiteindelijk als gevolg van financiële moeilijkheden zijn toestemming te geven tot deelneming aan de overval van Mw. Latruffe. Bistoquet had hem trouwens beloofd dat er geen wapens zouden worden getoond. Doch toen Hasni in de wagen van Bistoquet naar de plaats van de overval reed, merkte hij dat laatstgenoemde in het bezit was van twee vuurwapens en een springmes, wat hem vreselijk bang maakte. Hij zou het springmes dat hem werd overhandigd onderweg door een openstaand raampje van de wagen naar buiten hebben gegooid.
Toen Hasni, samen met Bistoquet en Morvan, de juwelierszaak was binnengekomen, begon de uitbaatster om hulp te roepen. Bistoquet greep haar vast om haar het zwijgen op te leggen. Toen de vrouw even later haar hand wilde losmaken om zich beter te verdedigen schoot Bistoquet haar neer.
Al was voordien beloofd dat de buit in drie gelijke schijven zou worden verdeeld, kregen de indringers niet meer de kans om wat dan ook te roven gezien ondertussen medebewoners van het huis de trap afkwamen. Om zijn aftocht te dekken schoot Morvan toen nog een kogel naar de vloer in de hal van het gebouw.
Wat Chennine betreft, die terechtstaat als tipgever en heler, deze verklaarde telkens het verzoek van Bistoquet om aan de overval deel te nemen te hebben afgewezen. Wegens deze weigering wilde Bistoquet zich achteraf op hem wreken door hem te beschuldigen van medeplichtigheid. Volgens Chennine werd de plaats van de feiten een paar dagen voordien verkend door het vriendinnetje van Bistoquet.
Getuigenverhoor
Als eerste getuige kwam onderzoeksrechter Masson aan het woord. De hoofddader Bistoquet, aldus getuige, was een van de 9 gedetineerden, die begin september 1976 uit de gevangenis van Vorst ontsnapten. Enkele weken later werd hij in Parijs aangehouden samen met Heyrigers. Bistoquet bekende toen niet enkel de juwelierstier Latruffe te hebben neergeschoten maar gaf ook toe samen met Heyrigers een diamantair aan de Kunstberg te Brussel te hebben overvallen.
Volgens wetsgeneesheer-psychiater Owieczka zijn zowel Hasni als Chennine verantwoordelijk voor hun daden. Wapendeskundige Pletinckx had het over de trommelrevolver punt 38, waarmee het slachtoffer vanop 60 cm werd doodgeschoten. Gerechtelijk commissaris Tack en gerechtelijk officier Collignon hadden het over de hond van het slachtoffer, een sterk gebouwde Duitse scheper, die met een leiband aan een stoel was vastgemaakt, maar die erg rustig bleef tijdens de overval.
Vandaag gaat het getuigenverhoor verder.
Bron: Gazet van Antwerpen | 13 December 1977
Laatste getuigen in proces tegen Hasni en Chennine
In het proces van de 32-jarige Tunesiër Slaheddine Hasni en de 28-jarige Algerijn Sadek Chennine, kwamen dinsdag de laatste getuigen aan het woord voor het Hof van Assisen van Brabant. Beide beklaagden staan terecht i.v.m. de overval met dodelijke afloop, gepleegd op 24 mei 1976, op de 59-jarige juwelierster Eliane Latruffe aan de Berckmansstraat te Sint-Gillis.
Eerste getuige was wetsgeneesheer Voordecker, die verklaarde dat het slachtoffer overleed aan de gevolgen van een inwendige bloeding. De dood trad na een paar minuten in, maar het slachtoffer was voordien bij machte nog enkele woorden te spreken. Een kogel die accidenteel zou zijn afgevuurd, kwam de wetsgeneesheer als heel onwaarschijnlijk voor.
Mw. Annemarie Févry verklaarde dat ze op het ogenblik van de overval bij haar vriendin op de eerste verdieping boven de juwelierszaak vertoefde. Plots hoorde ze tot tweemaal toe schieten, gevolgd door een harde schreeuw en het blaffen van een hond.
Getuige ging met de eigenaarster de trappen af om te zien wat er gebeurde, maar de daders waren ondertussen op straat verdwenen, waar nog een derde schot werd gehoord. Vervolgens kwam Saphia, het vriendinnetje van Bistoquet, de man die thans in Parijs is aangehouden, en die de juwelierster doodschoot, als getuige vertellen dat ze niets met de zaak te maken heeft. Beklaagde Chennine beweert immers dat niet hij, maar wel Saphia plaats van de hold-up enkele dagen voór de feiten ging verkennen.
Laatste getuige was de vierde vrouw van Chennine, een Algerijnse. Ze beschreef Chennine als een aangenaam man die zich steeds erg vriendelijk gedroeg in haar gezelschap. Slechts maanden na zijn aanhouding vernam ze waarom hij zat opgesloten, nl. als tipgever.
Het arrest wordt verwacht voor hedenavond.
Bron: Gazet van Antwerpen | 14 December 1977
Tien jaar dwangarbeid voor Hasni, tien jaar opsluiting van Chennine
Woensdagavond heeft het Assisenhof van Brabant uitspraak gedaan in de overvalzaak op een juwelierswinkel te Sint-Gillis-Brussel, op 24 mei 1976, waarbij de uitbaatster, de 52-jarige Eliane Latruffe, werd doodgeschoten. Nadat de jury de Algerijn Sadek Chennine noch de Tunesiër Siahedinne Hasni schuldig had bevonden aan opzettelijke doodslag, werden zij veroordeeld tot respectievelijk tien laar opsluiting en tien jaar dwangarbeid.
Mr. Versluys, uit naam van de burgerlijke partij, de familie van het slachtoffer, Eliane Latruffe, zegde dat de doodgeschoten juwelierster alles bezat om nog lang en gelukkig te leven. De daders zijn kerels die een gevaar voor de maatschappii betekenen. Wat beklaagde Hasni betreft, bestaat er niet de minste twijfel over zijn schuld. Hij sprak achteraf zijn spijt uit over het gebeuren.
Het staat vast dat hij aanwezig was op de plaats van de feiten en optrad als mededader van Bistoquet, de man die de juwelierster doodschoot.
Voor Chennine is de toestand enigszins anders. Hij weigert enige bekentenis af te leggen, maar uit de verklaringen van Bistoquet zelf blijkt voldoende dat hij medeplichtig is in deze zaak.
Advocaat-generaal Delecourt maakte in zijn rekwisitoor een onderscheid tussen de hoedanigheid van mededader medeplichtige. Een mededaders iemand die rechtstreeks bij de feiten is betrokken, wat het geval is voor Hasni. En een medeplichtige is iemand die niet rechtstreeks aan deelneemt, maar van wie de inlichtingen de feiten mogelijk maken of in de hand werken, zoals dit door Chennine gebeurde.
Twijfel
Volgens de openbare aanklager kan niet voldoende worden bewezen dat bij de overval enige buit werd gemaakt. Derhalve kan alleen een poging tot diefstal, met de omstandigheid van een opzettelijke doodslag, worden weerhouden. Daarvoor is een maximumstraf voorzien van levenslange dwangarbeid.
Mr. Humblet, eerste advocaat van beklaagde Hasni, beschreef zijn cliënt als de man die een gelukkige jeugd kende, als zoon van een rijke landbouwer en later twee jaar lang als leraar in zijn geboorteland werkte. Hij kwam naar België met de bedoeling een diploma te verwerven ofwel rijk te worden. Samen met een Belgisch vennoot nam hij een restaurant over, wat hem nochtans financiële moeilijkheden berokkende.
Toen hij op zekere dag het bezoek kreeg van Bistoquet, in het gezelschap van een rijk geklede Europese vrouw - beiden waren meteen luxueuze Mercedes ter plaatse gekomen - wist hij helemaal niet dat hij tegenover een man uit de onderwereld stond. Bistoquet, die zich liet doorgaan als muzikant, werd de vriend van Hasni, met alle gevolgen van dien.
Mr. Debontridder die als tweede advocaat voor Hasni pleitte, had het over de bescheiden rol van zijn cliënt bij de overval. Er werd overeengekomen dat Bistoquet de juwelierster alleen maar zou in bedwang houden. Indien Bistoquet de juwelierster doodschoot, kan Hasni niets ten laste worden gelegd.
Hasni bevond zich in de gang bij de winkel toen het slachtoffer werd neergeschoten. En men mag hem niet verantwoordelijk stellen voor feiten die hij zelf niet heeft gewild.
Wraak
Mr. Hélène Hauptmann, die pleitte voor Chennine, zegde dat haar cliënt reeds enkele maanden na zijn aanhouding door het parket in vrijheid werd gesteld omdat men twijfelde aan zijn schuld. Indien hij thans is aangehouden dan is het alleen omdat hij onwettig in ons land verbleef.
De veronderstelling, dat hij als tipgever voor de overval optrad, berust uitsluitend op de verklaringen die Bistoquet onmiddellijk na zijn arrestatie aflegde. Bistoquet wilde zich op Chennine wreken, want hij dacht dat deze hem verklikt had bij de politie. Gezien er een ernstige twijfel bestaat over de schuld van Chennine, moet hij worden vrijgesproken.
Mr. Graindorge, tweede advocaat van Chennine, sprak eveneens de overtuiging uit dat zijn cliënt volledig onschuldig is, betreffende de feiten die hem ten laste worden gelegd, en derhalve een vrijspraak verdient.
De ziel van het slachtoffer
Na de gebruikelijke replieken hadden beide beklaagden nog wat te zeggen. Hasni verklaarde overtuigd te zijn dat de ziel van het slachtoffer het hele proces bijwoonde en dat hij in aanwezigheid van deze onzichtbare ziel steeds de waarheid zegde. Liegen in aanwezigheid van een ziel is een grote zonde, verklaarde hij nog.
Van zijn kant maakte Chennine het verwijt aan de burgerlijke partij, hem af te schilderen als een gewelddadig iemand en een Don Juan, die tien jaar geleden een veroordeling opliep voor feiten die niet eens bewezen zijn.
Voorzitter Terlinden las toen de zeven vragen voor die de jury diende te beantwoorden: De eerste vraag hield verband met de mogelijke schuld van Hasni bij het opzettelijk doodschieten van het slachtoffer; de tweede vraag verwees naar de mogeliike schuld van Hasni bij de poging tot diefstal; de derde vraag naar de mogelijke schuld van Chennine bij de poging var diefstal; de vierde, vijfde en zesde vraag verwezen telkens naar de poging tot diefstal met de verschillende bezwarende omstandigheden; de zevende vraag ten slotte hield rekening met de mogelijkheid dat het slachtoffer accidenteel werd neergeschoten.
Na een beraadslaging die 40 minuten duurde wordt Hasni veroordeeld tot 10 jaar dwangarbeid en Cheninne tot 10 jaar opsluiting.
Na een beraadslaging, van 1.40 u. antwoordde de jury negatief op de eerste en de zevende vraag en positief op de vijf overige vragen. Derhalve worden Hasni, noch Chennine schuldig bevonden aan de opzettelijke doodslag op Eliane Latruffe. Doch zowel Hasni, als mededader, en Chennine als medeplichtige, werden schuldig bevonden aan een poging tot diefstal met de omstandigheid dat deze werd gepleegd met geweld of bedreiging door twee of meerdere personen en dat wapens werden getoond gebruikt.
Bron: Gazet van Antwerpen | 15 December 1977
Moord op Brusselse juwelierster voor Assisenhof van Parijs
Voor het Assisenhof van Parijs verschijnen sedert dinsdag twee Guadeloupers, Pierre Bistoquet en Michel Morvan wegens moord op de 59-jarige Brusselse juwelierster Eliane Latruffe. De vrouw werd tijdens een roofoverval in haar zaak op 24 mei 1976 doodgeschoten.
Bistoquet gaf toe dat hij het wapen van de misdaad hanteerde, maar tijdens het gerechtelijk onderzoek had hij gezegd dat het per ongeluk was afgegaan, toen hij het uit de handen van de juwelierster wilde trekken. Later beweerde hij nog dat Morvan geschoten had.
Bistoquet ontkende dinsdag dat hij had deelgenomen aan een andere roofoverval, op 2 februari 1976 bij Maurice Toledo te Etterbeek. Bij Toledo werden voor 2 miljoen fr. juwelen gestolen door de Belgen Sirry Sow en Jacques Hergers, en een kleurling.
De moord op Mw. Latruffe is evenwel niet opgelost. Bistoquet geeft alleen toe dat hij deelnam aan de poging tot roof in het gezelschap van Morvan en twee anderen. Die twee anderen, Sadek Channine en Sahedinne Hasni, kregen voor het Assisenhof van Brabant in december 1977 respectievelijk tien jaar gevangenis en tien jaar dwangarbeid. Bistoquet en Morvan moeten voor het Assisenhof van Parijs verschijnen, omdat zij van Franse nationaliteit zijn en in Frankrijk werden aangehouden.
Hoewel de feiten in België plaats hadden, is er geen uitlevering.
Bron: Gazet van Antwerpen | 12 Maart 1981