1 (edited by Boemerang 24-11-2010 21:47)

Front de la Jeunesse.

Het Front de la Jeunesse was een Belgische privé-militie die werd opgericht in 1973 door leden van een van de zogenaamde NEM-clubs. Die groeperingen situeerden zich op hun beurt rond het blad Nouvel Europe Magazine. De organisatie werd opgeheven in 1983, wanneer een groot deel van de leden van het Front de la Jeunesse werden veroordeeld wegens lidmaatschap aan een privé-militie. Sommige leden van het Front de la Jeunessen hielpen met de oprichting van de neo-nazistische organisatie Westland New Post in 1981. In juli 1981 verwierf het Front de la Jeunesse nationale bekendheid toen enkele leden van de groepering brand stichtte in de redactie van het weekblad Pour. Dit gebeurde nadat het blad informatie had uitgegeven over de interne structuren van de organisatie.

Andere » Front de la Jeunesse

2 (edited by Boemerang 24-11-2010 21:57)

Dit zijn schijnbaar foto's van een training met andere "stokken".

http://lh4.ggpht.com/_w9CR5VmH5fc/TO1fa0qDXaI/AAAAAAAAAOM/pMCwNmKss0A/fj%205.jpg

http://lh6.ggpht.com/_w9CR5VmH5fc/TO1ewQKXn2I/AAAAAAAAAN0/S3ale9OVO_g/fj%203.jpg

http://lh4.ggpht.com/_w9CR5VmH5fc/TO1faNmG7PI/AAAAAAAAAOI/QsD4BG3JJss/fj%204.jpg

Bron » tueriesdubrabant (Merci Kranz.)
Voor andere foto's zie » Claude Delperdange

3

De leiding van het Front is in theorie samengesteld uit zes personen, maar slechts vier zijn bekend: Francis Dossogne, Daniel Gilson, Alain Devaux en J. Staquet.

Bron: Extreem-rechts en de staat (verschillende auteurs)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

Historisch gezien ligt dan het belangrijkste aanknopingspunt bij het Front de la Jeunesse. Deze groepering ontstond in 1973-1974 als een soort van jeugdbeweging uit de zogenaamde NEM-clubs. Dit waren clubs waarvan de leden bestonden uit lezers van het extreem-rechtse tijdschrift Nouvel Europe Magazine (NEM). In 1975 werd vergeefs geprobeerd om vanuit deze clubs een nieuwe politieke beweging, zelfs een nieuwe politieke partij, op te zetten: Forces Nouvelles.

Maar terwijl deze beweging bij de verkiezingen van 1977 een zware nederlaag leed, deed het FJ, onder leiding van Francis Dossogne, vanaf dat moment steeds meer van zich spreken. In de jaren 1978-1980 maakten leden van deze groepering zich schuldig aan brandstichtingen en vernielingen allerhande. Deze acties leidden er niet alleen toe dat de harde kern van het FJ in juni 1981 door de rechtbank te Brussel werd veroordeeld als privé-militie, maar werkten ook in de hand dat er via perspublicaties en via het "parlementair onderzoek betreffende de problemen in verband met de ordehandhaving en de private milities" meer en meer bekend werd over de organisatie, de werking en de aanhang van het FJ.

Meer bepaald is het relevant om enerzijds te memoreren dat een aantal leden van het FJ daadwerkelijk werd getraind in de beoefening van vechtsporten en in de hantering van vuurwapens, onder meer door militairen op schietbanen van het leger en de politie, en anderzijds dat, volgens verschillende vooraanstaande leden van het (toenmalige) CEPIC, een rechtse formatie binnen de (Brusselse) PSC, geregeld betrekkingen onderhielden met het FJ, in het bijzonder Benoit de Bonvoisin, de penningmeester van het CEPIC; van en structurele, permanente band tussen het CEPIC en het FJ zou echter geen sprake zijn geweest.

De Brusselse afdeling van het FJ kwam in 1978 onder de hoede van Paul Latinus. Deze zette zijn medestanders al vrij vlug aan om zich toe te leggen op het verzamelen van inlichtingen over linkse en/of progressieve organisaties en personen. In de loop van 1981, toen het FJ onder de druk van het overheidsoptreden in elkaar stuikte, bracht hij deze activiteit onder in een nieuwe organisatie, Westland New Post (WNP).

Mede omdat nogal wat leden Post (WNP) van het vroegere FJ deze organisatie vervoegden, slaagden Latinus en anderen erin haar in Brussel van de grond te trekken en zelfs enigermate te verbreiden naar andere steden van het land. In de korte tijd van haar bestaan (tot 1983-1984) ontwikkelde de WNP zich niet alleen verder als inlichtingendienst, maar ook tot een organisatie waarvan leden in staat en bereid waren om gewelddadige acties te ondernemen, kortom als een para-militaire organisatie.

Bron: Verslag Tweede Bendecommissie (bijlage 1 en 2)

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

5

Het Front de la Jeunesse werd ook nog ingeschakeld als ordedienst tijdens Pro Vita-meetings (*). Op deze manifestaties lieten extreem-rechtse organisaties zich niet onbetuigd: Were Di, VMO, Rex National, EPE, ... waren nooit ver weg.

(*) Pro Vita is een organisatie die strijdt tegen het recht op abortus. Het werd in 1973 gesticht door Emile Janssens, gepensioneerd generaal, vroeger aan het hoofd van de Force Publique, de Belgisch-Kongolese strijdmacht. Hij werkte ook mee met de NEM-clubs.

Bron: Opus Dei in België | André Van Bosbeke

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

6

Delta-lid Collewaert stelde op basis van de verklaringen van Mievis, lid van de Groep G waar Mievis zelf de contactpersoon van Front de la Jeunesse-leider Françis Dossogne was, op 11 oktober 1986 een proces-verbaal op. Mievis was aanwezig op een extreem-rechts oefenkamp en getuigde dat hij in dat kamp twee leden van de Gerechtelijke Politie opgemerkt had. Eén van hen was Zimmer.

Uit het pv:

"U hebt mij een bijkomende vraag gesteld over het kamp van het Front de la Jeunesse waaraan ik heb deelgenomen. (...) Ik wam daar op zaterdag aan, om op zondag weer te vertrekken. Er waren zo'n twintig deelnemers. De dagelijkse activiteiten bestonden uit paramilitaire oefeningen. 's Morgens was er groet aan de vlag, die een wil Keltisch kruis droeg. Dan volgden er fysische oefeningen, voetmarsen, turnen, zelfverdediging. Er waren in de loop van de dag ook politieke toespraken. Het kamp had plaats in Marche-en-Famenne (*)."

"Wat de twee leden van de GPP betreft, ik had de indruk dat die een vriend ter plaatse hadden. Ze zijn gebleven voor de maaltijd en zijn daarna vertrokken. Ze hebben me zelf gezegd dat ze bij de GPP waren, en Dossogne zei me dit reeds bij hun aankomst. Ik denk dat Dossogne hen daarna gezegd heeft dat ik militair was. Dit gebeurde toen één van de twee mijn gamel gebruikte met het insigne GD-Rijkswacht. Hij wendde zich naar mij en vroeg: 'Ben je bij de Rijkswacht?' Ik heb dit bevestigd en toen gaven zij op hun beurt toe bij de GPP te zijn. Eén van hen stelde zich voor als Zimmer."

Bron: Bendecommissie bis, stenografisch verslag, Sack, 20 juni 1997

(*) Stad in de provincie Luxemburg op de rand van de Ardennen » Google Maps

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

7

Paul Latinus: "Ik ben nooit lid geweest van het Front de la Jeunesse. In Juli 1977 nam ik contact met Francis Dossogne om hem voor te stellen de pluche beertjes van Franz Weber te laten verkopen door zijn militanten. In maart 1978 werd ik werkloos en Dossogne heeft me voorgesteld om het FJ te komen organiseren als een commerciële firma om de beweging een professionele beheersstructuur en interne organisatie te geven met structurele relaties tussen de diensten."

"Ik kreeg dus toegang tot alle lokalen en documenten en ik kan me inbeelden dat een eenvoudig FJ-militant destijds de indruk kon krijgen dat ik één van de leiders was. Eén van mijn conclusies was de organisatie van een kamp voor de kaders waaraan ikzelf niet heb deelgenomen. Ik had nog contacten met het FJ tot op het moment dat ik bij de RVA in dienst trad."

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

8

De laatste informant die Chevalier mocht rekruteren voor zijn onderzoekscel werd opgedoekt, was Kolibri. "Café Saint-Louis in Sint-Joost-ten-Node, een van mijn stamkroegen, kreeg sinds jaar en dag het bezoek van een bediende van de Sociale Voorzorg. Deze veertiger was een ietwat corpulente man, met het krulhaar in de nek en met het karakter van een echte Brusselaar: arrogant en een grote mond. Als hij een stuk in zijn kraag had, zong hij luidop opera-aria's. Of begon hij schel en oorverdovend te fluiten. Dat leverde hem de bijnaam 'Kolibri' op. Ik wist dat de man financiële zorgen had, vanwege zijn echtscheiding."

"Tot ieders verbazing droeg de 'Kolibri' op een dag een t-shirt met het opschrift: 'Front de la Jeunesse'. Die organisatie liep toen erg in de kijker nadat enkele van haar leden beschuldigd waren van de moord op een Marokkaan in een Brussels café en van brandstichting van de lokalen van Pour. De 'Kolibri' beweerde dat hij het t-shirt op straat kreeg van extreem-rechtse manifestanten. Het vreemde, provocerende gedrag van de 'Kolibri' was voor mij de aanleiding om hem aan te spreken en voor te stellen samen te werken. Hij ging onmiddellijk akkoord om het Front de la Jeunesse te infiltreren. Ik gaf hem het adres van hun hoofdkwartier in de Bockstaellaan in Laken [Google Maps], de tijdstippen waarop de leden vergaderden, en legde hem uit hoe hij zich bij zijn kennismaking moest gedragen."

"Na enkele maanden was de 'Kolibri' goed geïntegreerd in het Front de la Jeunesse. Hij leverde regelmatig nuttige informatie over de activiteiten. Een van de belangrijkste inlichtingen die hij ons gaf, ging over het jaarlijkse extreem-rechtse feest tijdens de zonnewende op 21 december. In 1984, het jaar dat de 'Kolibri' voor ons werkte, vierde het Front dit feest in een kasteel in het Henegouwse 's Gravenbrakel. Onze infiltrant woonde bijeenkomst bij en bracht uitgebreid versalg uit. Daaruit bleek dat sommige leden tot de tanden gewapend waren met riot guns en ander schiettuig. Dankzij 'Kolibri' konden we een lijst samenstellen van personen die wapens bezaten en commando's konden samenstellen, en dus potentieel gevaarlijk waren."

"De 'Kolibri' was bovendien zo ver doorgedrongen in de hiërarchie van het Front de la Jeunesse dat hij mocht meedoen aan gewelddadige acties. Op een dag vroegen de leiders aan 'Kolibri' of hij geen zin had om zich wat te amuseren. Hij kon niet weigeren. Met enkele auto's trokken ze naar het jodenmonument in Anderlecht. Buiten zichzelf van opwinding maakten de militanten van het monument een puinhoop. 'Kolibri' probeerde zich zoveel mogelijk op de achtergrond te houden omdat hij wist dat de Staatsveiligheid nog maar weinig voor hem kon doen bij een eventuele arrestatie."

Dankzij de 'Kolibri' kwam de Staatsveiligheid veel te weten over de extreem-rechtse milities in ons land. De geheime dienst kwam tot de vaststelling dat hun leden geen folkloristische individuen waren met heimwee naar de koloniale tijd, maar welgetrainde militaire commando's die het staatsbestel wilden ondermijnen. Vreemd genoeg verbood de top van de Staatsveiligheid Chevalier en zijn collega's nog langer contacten te hebben met 'Kolibri' en hun andere informanten.

Bron: De weg naar wanorde, schokkende onthullingen van ex-geheim agent Robert Chevalier | Jeroen Wils

Ter info: het verhaal van de aanslag op het monument voor de Joden komt ook hier aan bod » Forum

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

9

De beweging [het Front de la Jeunesse] blijft niet uitsluitend Franstalig. Vlaamse militanten voegen zich bij het Front de la Jeunesse en richten het "Jongeren Font" op. Zij veroordelen het Belgisch systeem, verzetten zich tegen de vakbonden en de niet-Europese inwijking. Bovendien deinst het Front de la Jeunesse niet terug voor geweldpleging. Onder de spectaculairste acties (in 1978-1979) kunnen worden vermeld: de aanslag op de Angelose Ambassade te Brussel, de bestorming van een internationale trein, de aanval op het gebouw waarin de zetel van een vereniging gevestigd is, de vrijheidsberoving van een militant die huiswaarts keerde van een feest van de Communistische pers en - wat een erg zwaar vergrijp is - de diefstal van springstof uit een loods ergens in de Ardennen waar wegenwerken aan de gang waren.

Ondertussen wordt de organisatie van para-militaire trainingskampen aangeklaagd. Tijdens de nacht van 4 op 5 juli 1981, staken leden van het Front de la Jeunesse de lokalen van het magazine Pour in brand dat bepaalde inlichtingen had gepubliceerd. Van Engeland, die de leiding had van het Front de la Jeunesse te Brussel, werd voor die feiten tot 5 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij heeft België verlaten en is blijkbaar naar Paraguay gevlucht. Uitlevering werd gevraagd maar geweigerd. Hij is naar België teruggekeerd, waar hij zijn straf uitzit. Op 6 december 1980 schoot een lid van het Front de la Jeunesse tijdens een vechtpartij in een Brussels café met een pistool op gastarbeiders, waarbij 1 dode en 2 gewonden vielen. Ook hij is naar Paraguay gevlucht.

Het einde van het Front de la Jeunesse kwam weinige tijd nadien. Op 11 juni 1981 startte voor de correctionele rechtbank een proces ten laste van 35 personen die van verre of nabij met het Front de la Jeunesse betrokken waren omdat zij de wet op de privé-milities hadden overtreden. Twaalf van de 35 personen werden veroordeeld, maar in zijn arrest van 27 januari 1982 oordeelde het hof van beroep het niet nodig te bevestigen dat het Front de la Jeunesse een privé-militie was. Alleen een harde kern van de organisatie werd van die aard verklaard.

Bron: Getuigenis Albert Raes | Eerste Bendecommissie

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

Publiciteitsronselaar van Jongerenfront wegens oplichting in gevangenis

‘De pen ten dienste van recht en waarheid’, dat was het devies van ‘Le Moniteur de l’Indépendant’, een uiterst-rechts maandblad dat in de jaren 1980 en 1981 te Brussel verscheen. Hoofdredacteur was Francis Dossogne, voorzitter van het Front de la Jeunesse, maar de stuwende kracht van de uitgave was de directeur, Jean Everaert, 33 jaar.

Diezelfde Everaert werd nu aangehouden door de BOB van Brussel. Hij wordt verdacht van oplichting en verduisteringen. Hij was tevens leider van het ‘Syndicats des Indépendants et Artisans’. Voor dit syndicaat en voor zijn ‘Moniteur’ ronselde hij overal gelden en publiciteit, waarvan de opbrengst wellicht belandde in de kas van het ‘Jongerenfront’.

Het is wellicht ook als beheerder van zijn zogezegd middenstandssyndicaat dat Everaert oplichtingen zou hebben gepleegd ten nadele van banken in België, Luxemburg, Spanje, Nederland en Frankrijk. Hij werd ook door de politie van deze landen gezocht. Even voor zijn aanhouding zou Everaert nog een cheque van een kwart miljoen hebben verzilverd.

Everaert was al eerder met het gerecht in aanraking geweest, namelijk in 1974 toen hij vijf jaar gevangenis kreeg wegens verscheidene diefstallen met geweld, gepleegd door een jeugdbende. In 1979 richtte hij dus de ‘Moniteur’ op en het bijhorend ‘syndicaat’, twee dekmantelorganisaties voor het Front de la Jeunesse. De anti-racistische en anti-syndicale ideeën van het Front kwamen ruim aan bod in de ‘Moniteur’, waaraan trouwens Frontleden zoals Francis Dossogne, Michel Verstuyft en Jean-Luc Van Campenhout meewerkten.

In april 1981 kwam het op de redactie van de ‘Moniteur’ tot een zwaar conflict tussen Everaert en zijn ‘directeur public-relations’, de Fransman Gérard Deslandes. Deslandes werd zo zwaar onder handen genomen door Everaert dat de Fransman met een ziekenauto naar het ziekenhuis moest worden gebracht. Eens hersteld diende Deslandes klacht in tegen Everaert wegens slagen maar ook wegens oplichting, want Deslandes publiciteitsronselaar van de ‘Moniteur’, wist wel waar het geld vandaan kwam en waar het naartoe ging.

Dat betekende meteen het einde van de ‘Moniteur’ maar blijkbaar niet van Everaert, die zich bleef uitgeven als leider van een groot middenstandssyndicaat of als journalist. Hij zou grote kredieten hebben opgetrokken bij Belgische en buitenlandse banken, kredieten die hij niet kon inlossen.

Het is niet duidelijk of Everaert sinds april 1981 uitsluitend in eigen naam of ook nog voor het Front zou hebben gewerkt.

Bron: Het Laatste Nieuws | 19 mei 1982