1

Pour was een links weekblad waarvan de lokalen zich in de Eendrachtstraat in Elsene bevonden. De hoofdredacteur was Jean-Claude Garot. Op 4 juli 1981 werden de redactielokalen door een extreem-rechts commando in brand gestoken. In november 1982 werden de uitvoerders veroordeeld. De daders waren Yves Trousson, Philippe Van Engeland, Fernand Urbain en Michel Van Hove (ook Luc Vankeerberghen wordt in deze zaak genoemd).

Volgens Kausse was Smets samen met De Roock de opdrachtgever van de brandstichting omdat Pour het dossier Pinon ging publiceren.

Pour had bekendheid gekregen door artikels over extreem-rechtse trainingskampen in de Ardennen (o.a. van het Front de la Jeunesse) en de geheime rol van Latinus waardoor hij naar chili is gevlucht. Pour stond ook op het punt om het dossier-Pinon te publiceren.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

2

Begin november 1983 maakt de liga voor de Verdediging van de Rechten van de Mens op een persconferentie een aantal vragen wereldkundig. Het gaat onder andere over Pour en de rol van de Staatsveiligheid:

(...) Andere persorganen beweren dat een ambtenaar van de Staatsveiligheid onthullingen doorspeelde aan het weekblad Pour. Na de revelaties van Pour over de VMO-kampen in 1979 bleef het parket in het ongewisse over de bron van de onthullingen. Dit verklaart waarom het parket van Antwerpen twijfelde aan de juistheid en de authenticiteit van de gepubliceerde gegevens. Deze algemene onzekerheid heeft geleid, zoals men weet, tot een huiszoeking in de lokalen van Pour.

  1. Behoort het tot de bevoegdheid van de Staatsveiligheid, niet alleen de eerste minister en de minister van Justitie te informeren maar ook privé-groeperingen?

  2. Was het de bedoeling van de Staatsveiligheid om door het laten uitlekken van gedeeltelijke informatie spanningen te creëren tussen groeperingen van verschillende tendensen?

  3. Kunnen we aanvaarden dat de Staatsveiligheid gaat oordelen over het politiek gebruik van haar informatiewinning terwijl deze taak enkel en alleen toebehoort aan de politieke macht aan wie de informatie moet doorgespeeld worden?

Nog in verband met Pour wordt gemeld dat een ambtenaar van de Staatsveiligheid dit blad onthullingen toeschoof in verband met 'vooraanstaande politici en hun rol in het zakenleven'. Het zou onder meer gaan om dossiers over VDB, Simonet, de zaak Pinon en Distrigas. Je vraagt je af hoe de Staatsveiligheid in het bezit komt van die meestal onthullende documenten.

Moeten we die vooraanstaande politici beschouwen als gevaarlijke extremisten of gaat de Staatsveiligheid haar bevoegdheid schromelijk te buiten, beweegt ze zich, naast haar toegemeten terrein van politieke contra-spionage en strijd tegen de subversie, ook op het terrein van het gewone politieke en syndicale leven? Een variatie op deze laatste mogelijkheid zou zijn dat de commissaris van de Staatsveiligheid in kwestie deel uitmaakt of minstens toegang heeft tot een netwerk van politieke spionage. In dat geval zou het interessant zijn te weten of hij daartoe de toestemming heeft gekregen van zijn meerderen.

Bron: Operatie Staatsveiligheid | René Haquin

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

3

Feiten

In de nacht van 4 op 5 juli 1981 zijn een aantal personen binnengedrongen in de kantoren van het weekblad Pour, gelegen te Elsene, Eendrachtstraat 22. Ze hebben talrijke machines vernietigd en verscheidene brandhaarden aangestoken waardoor aanzienlijke schade werd aangericht. Zes van die individuen werden opgemerkt door een buurvrouw die door het lawaai was opgeschrikt.

Onderzoek

Tijdens het getuigenverhoor heeft uitgever van Pour, Jean Garot, op een aantal mogelijke sporen gewezen: uiterst rechts, bepaalde politieke en financiële kringen waarbij baron de Beauvoisin (1) was betrokken, en personen die in een zedenzaak waren verwikkeld, een zaak die vanaf dat ogenblik de "zaak Pinon" zou worden genoemd, naar de naam van de klager.

Dat laatste spoor levert uiteindelijk geen enkel resultaat op, maar het duikt als gevolg van het schandaalsfeertje in andere zaken opnieuw op. (...) Begin september spitst de gerechtelijke politie - wellicht door een informant getipt - het onderzoek op de exploitant van een bar in Schaarbeek, Yves Trousson. Deze man, lid van het Front de la Jeunesse, bekent uiteindelijk dat hij de strafexpeditie heeft georganiseerd met behulp van twee van zijn klanten en zes Nederlandstalige motorrijders (2), wellicht leden of sympathisanten van de VMO.

Een leider van het Front de la Jeunesse, Philippe van Engeland, wordt ervan beschuldigd het plan te hebben gefinancierd en ook de motorrijders te hebben aangetrokken. Hij blijft tot het einde toe zijn deelname loochenen. Op 24 november 1982 veroordeelt het Brusselse Hof van Beroep Philippe Van Engeland en Yves Troussen tot een gevangenisstraf van 5 jaar en Fernand Urbain (die effectief aan de aanslag had deelgenomen) tot een gevangenisstraf van 3 jaar, net als Michel Van Hove, die als chauffeur had gefungeerd. De raadkamer had voordien, bij de verwijzing van voornoemde naar de rechtbank, het onderzoek inzake de motorrijders gesplitst. Tot op heden werden ze niet geïdentificeerd.

Bedenkingen

De aanslag tegen het weekblad Pour is ongetwijfeld de meest opzienbarende uiting van het bestaan van uiterst rechts bewegingen en van hun vastberadenheid om tegenover hun tegenstanders gebruik te maken van gewelddadige intimidatiemethodes, eigen aan extremistische bewegingen.

Wat eveneens aandacht verdient, is de samenwerking tussen verscheidene extremistische groeperingen over de taalgrens heen. Hoewel ze niet geïdentificeerd werden, lijdt het geen twijfel dat de handlangers die voor die expeditie werden aangetrokken, Nederlandstaligen waren die wellicht van een woelige, georganiseerde en goed uitgeruste beweging deel uitmaakten. Er werd naar VMO verwezen, met name omdat de financier van de expeditie, Van Engeland, er lid van is geweest. Hij werd overigens veroordeeld wegens deelneming aan bepaalde activiteiten van die beweging.

Het valt echter te betreuren dat het onderzoek er niet in slaagde de geweldenaars te identificeren. De reden van dat halve succes werden nooit duidelijk achterhaald; men kan slechts vermoeden dat men vrij vlug genoegen nam met het feit dat de organisatoren van de aanslag werden ontmaskerd.

Bron: Verslag Eerste Bendecommissie

(1) Ik vermoed dat dit een fout is in het verslag en dit de Bonvoisin moet zijn.
(2) Iemand enig idee wie deze 6 motorrijders zijn?

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

4

(2): "Rocky" ongetwijfeld, maar voorlopig geen idee wie de vijf kompanen zouden zijn.

Ben wrote:

(2) Iemand enig idee wie deze 6 motorrijders zijn?

Brandstichting bij Pour werk van VMO'ers uit Deurne

De brandstichting, die op 5 juli vorig jaar de redactie en de persen van het weekblad Pour aan de Eendrachtsstraat te Elsene vernielde, was het werk van een samenwerking tussen de Vlaamse Militanten Orde en het Front de la Jeunesse. Zo blijkt tenminste uit het dossier dat woensdag behandeld werd voor de 23[sup]ste[/sup] kamer van de correctionele rechtbank te Brussel. Dat is het besluit van de speurders van de gerechtelijke politie, die de zaak onderzochten.

Een auto (met drie personen aan boord) en drie motors (elk dubbel bemand) namen deel aan de razzia tegen Pour. Op de betichtenbank zitten de drie inzittenden van de Ford Fiesta en de man, die beschouwd wordt als de verbindingsman tussen VMO en het Front. Van de zes ‘motards’ heeft men geen spoor. Volgens de magere gegevens ging het om VMO-leden uit het Antwerpse, meer bepaald Deurne.

De verbindingsman is Jean-Philippe Van Engeland, 27, woonachtig te Sint-Lambrechts-Woluwe, te Antwerpen veroordeeld als actief VMO-lid die tevens te Brussel terecht stond in de zaak van het Front de la Jeunesse maar die toen werd vrijgesproken. Hij ontkent hardnekkig. En ‘Popeye’, de leider van het commando, valt hem nu ter zitting bij. Volgens Yves 'Popeye' Trousson was de opdrachtgever niet Van Engeland maar ... Armand S., de jongeman die de hele zaak verklikt heeft. Nochtans, in het begin heeft hij bekend dat Van Engeland de opdrachtgever was. “Ik werd geslagen door de politie”, zegt hij nu. Maar klacht heeft hij niet ingediend.

Popeye

Yves Trousson, 30 jaar geleden geboren in Brugge, leert nu in de gevangenis Nederlands. Hij hield een café open aan de Rogierlaan te Schaarbeek, de ‘Cross Inn Pub’. “Maar daar kwamen alleen Europeanen, de rest heb ik aan de deur gezet”, zegt hij fier. Een kleine man met een zwart baardje en dikken laarzen is het. In zijn café, waar mensen die denken zoals hij de beste klanten zijn, werden de plannen gesmeed voor een commando, dat aanslagen zou plegen op moskeeën en andere Arabische centra te Brussel. Tot Trousson van iemand een ‘beter’ voorstel kreeg: de aanslag bij Pour, het nieuw-linkse weekblad dat zich met de revelaties over trainingskampen van privémilities de haat van VMO en Front op de hals had gehaald.

Tweede betichte is Michel van Hove, een 23-jarige gewezen rijkswachter, smal, keurige snor. Hij werd bij de rijkswacht aan de deur gezet nadat hij eens tijdens een vrouwenkwestie zijn dienstwapen afvuurde. De Ford Fiesta was van hem. Hij bleef aan het stuur.

Derde betichte is ‘Kale Fernand’, Fernand Urbain, een buurman van Trousson en een stamgast. Veertig jaar precies, inderdaad kaal, een brilletje op de neus, een typische ambtenaar. Toch is hij doorgedrongen in het brandend gebouw om er nog wat machines stuk te slaan.

Samen met 'Flupke' Van Engeland (bijna iedereen heeft een bijnaam in die kringen) zitten zij op de betichtenbank. Wat niet betekent dat het onderzoek is afgesloten: er blijft een onderzoek aan de gang tegen X, dat zijn dan de zes motorrijders en de opdrachtgevers.

Schuiloord

Trousson, Van Hove en Urbain hebben hun rol bekend. “Maar de molotov-cocktails werden klaargemaakt door de motorrijders, in de winkel van de bijzit van Armand S.”, zeggen zij, “aan de Josephatstraat”. “Armand S. heeft mij de plannen van de drukkerij gegeven”, verklaart Trousson nu en Urbain, die er getuige van was, bevestigd dat.

“Onmogelijk”, roept meester Michel Graindorge (voor de burgerlijke partij) uit “u zou Armand S. moeten zien, u zou begrijpen dat hij het brein niet kan zijn van die brandstichting”.

Men wil dus S. oproepen als getuige. Maar sinds hij aan het klikken ging, houdt hij zich schuil. Zal men hem vinden voor de zitting van vrijdag?

De rechtbank, voorgezeten door rechter Liesse, hoorde wel de getuigenis van Jean-Claude Garot, hoofdredacteur en eigenaar van Pour, die op eigen houtje ook een onderzoek had ingesteld. Hij had aan de politie drie sporen gegeven:

  • een zaak van Roze Balletten in de buurt van Nijvel, die op niets uitdraaide (maar de speurders wel een paar dagen Azurenkust in volle zomer opleverde);

  • het spoor van het Front de la Jeunesse;

  • en ten slotte het spoor ‘CEPIC-PDG’ zoals hij het noemt: sommige personaliteiten uit de rechtse Franstalige christendemocraten, verweven in een dossier van een fictieve firma, zouden bindingen hebben met het Front de la Jeunesse, met terroristen uit Duistland, met Haïti, Libanon en noem maar op.

Men volgde dat spoor niet verder omdat op zeker ogenblik de politie op het spoor kwam van vader S., een buschauffeur, die zich ergens had laten ontvallen dat zijn zoon meer afwist van de brand.

De getuigenis van de heer Garot is vervelend, vol zinspelingen en halve waarheden. Hij laat verstaan dat de politie niet vlug genoeg heeft gehandeld en niet ver genoeg is gegaan.

Voorzitter Lierse roept dan de leden van de gerechtelijke politie, die de zaak hebben behandeld, op als getuige. Officier V. en inspecteur S. geven een eerlijk, volledig beeld van hun onderzoek, al geven zij toe dat zij vooral de opdrachten hebben uitgevoerd van de onderzoeksrechter, in dit geval de heer de Biseau d’Hauteville. Die zal vandaag vrijdag als getuige gehoord worden, misschien samen met Armand S.

Bron: Het Laatste Nieuws | 21 mei 1982

6

Bedankt voor het artikel.

Merovinger wrote:

In zijn café, waar mensen die denken zoals hij de beste klanten zijn, werden de plannen gesmeed voor een commando, dat aanslagen zou plegen op moskeeën en andere Arabische centra te Brussel. Tot Trousson van iemand een ‘beter’ voorstel kreeg: de aanslag bij Pour, het nieuw-linkse weekblad dat zich met de revelaties over trainingskampen van privémilities de haat van VMO en Front op de hals had gehaald.

Die café-plannen doen denken aan de "touch en go"-aanvallen van Luc Vankeerberghen met zijn ZOON-groepje.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

De brandstichting bij Pour: ook onderzoeksrechter meent dat VMO grotere rol had dan Front

Men kent drie van de negen personen, die op 5 juli vorig jaar brand stichtten bij het nieuwlinkse weekblad Pour te Elsene. Zij staan, samen met een mogelijke opdrachtgever die ontkent, terecht voor de correctionele rechtbank te Brussel. Zal men ooit de zes overige uitvoerders kennen, of de ware opdrachtgevers? Dat hangt grotendeels af van onderzoeksrechter de Biseau d’Hauteville.

De rechter, één van de meest gewiekste te Brussel, getuigde vrijdag op het proces van de brandstichters. Ook hij liet verstaan, dat de zes overige wellicht Antwerpse leden waren van de Vlaamse Militantenorde: het Brusselse Front de la Jeunesse zou voor de brandstichting hebben samengewerkt met de veel bedrevener, beter gestructureerde VMO. Beide ‘rechtse’ organisaties hadden reden om de huid te willen van Pour. Het weekblad had immers hun op militaire leest geschoeide trainingskampen aangeklaagd.

Drie daders van de brandstichting liepen tegen de lamp omdat een vierde, die in het begin mee werd aangezocht maar die later niet meedeed, na de feiten aan het praten ging. Het gaat om Armand S.

Alhoewel hij eerder gezegd had dat ‘Flupke’ Van Engeland (27) barman van het Front en gewezen VMO-er, de opdrachtgever was, zegt Yves Trousson (30), één van de leiders van de brandstichting, nu: “Armand S. is het brein. Ik heb vroeger Van Engeland beticht omdat de gerechtelijke politie mij sloeg”. “Ik heb het gedaan uit idealisme” zegt Trousson, ondervraagd door voorzitter Liesse. “Pour is geen echt persorgaan, het is een rioolkrant, een schandaalschopper. Ik zou bijvoorbeeld nooit brand hebben gesticht bij de Rode Vaan, al zijn die toch ook niet van mijn opinie”.

Brokken

Zeven maanden vóór de brand bood hij zich aan bij Pour, als vrijwilliger voor distributie. “Ik had alleen de titel gelezen ‘Pour écrire la liberté’. Ik wist niet welke richting het uitging. Ik heb eens rondgekeken uit nieuwsgierigheid”, zegt hij nu.

Van Engeland heeft hij beschreven als “zijn overste bij het Front”. “Dat betekent alleen maar dat ik nog niet zo lang lid was”, zegt hij nu.

Michel Van Hove, 23 jaar, gewezen rijkswachter uit Etterbeek, maakte ooit eens brokken in het café van Trousson, de ‘Cross Inn Pub’ aan de Schaarbeekse Rogierlaan. “Hij was mij dankbaar omdat ik geen klacht indiende. Hij was tot wederdienst bereid. Die wederdienst heb ik hem gevraagd de dag voor de feiten. Pas toen vernam hij er iets van. Hij is uitsluitend onze chauffeur geweest”, aldus Trousson. Van Hove zelf geeft toe dat hij geen enkel politiek standpunt heeft.

Een eigenaardige figuur is de 40-jarige kale Fernand Urbain, die meer weet dan hij zegt. Hij blijft erg vaag: “gewoon, op café, er werd over gesproken, ik werd gevraagd, ik was bereid om mee te doen”. ‘Flupke’ heeft hij nog nooit gezien maar ook van Armand S. kan hij geen kwaad woord zeggen, tot nijd van Trousson. Zeker, hij heeft ooit gezien dat Armand aan Yves papieren gaf. Maar hij kan niet bevestigen dat dat de plannen waren van de gebouwen van Pour.

In de herberg van Trousson werden plannen gesmeed om gastarbeiders te pesten. In het begin waren die plannen nogal ‘goedaardig’, men zou varkenskoppen binnensmijten in moskeeën. De varkenskoppen (muzelmannen mogen geen varkensvlees eten) werden later molotov-cocktails, de moskee werd Pour. Van al dat voorgaande weet Urbain ook niets, geen woord.

Aanbidding

En wat heeft ‘Flupke’ Van Engeland zelf te zeggen? Veroordeeld (1 maand voorwaardelijk) als gewoon lid van het VMO te Antwerpen, want hij staat afgebeeld op foto’s uit de trainingskampen. Vrijgesproken voor zijn Front-lidmaatschap te Brussel: “Ik ben lid geworden op de vooravond van het proces, omdat men mij gedagvaard had. Tot dan toe was ik maar sympathisant”. Ledenverwerver voor Forces Nouvelles, was hij de barman van de ‘bunker’ van het Jongerenfront. Heeft hij iets tegen Pour, wil de voorzitter weten. “Ik aanbid het”, zegt hij glimlachend. Uit hem zal men niets krijgen.

Het verhoor van onderzoeksrechter de Biseau duurde twee uren, uren die eerder leken op het pleidooi van de burgerlijke partij want elke vraag van meesters Serge Moureaux en Michel Graindorge was een lange brok pleidooi, of beter: rekwisitoor tegen ‘uiterst-rechts”.

Toch kwamen er uit de ondervraging een paar nieuwe elementen naar voren: behalve de drie sporen, die de hoofdredacteur van Pour had aangegeven, waren er volgens de onderzoeksrechter nog twee:

  • dertien leden van de vzw Pour hadden het huis net tevoren na een ruzie verlaten

  • en een vijfde spoor was hoofdredacteur Garot zelf, al waren de gebouwen en de installatie erg onderverzekerd.

“Ik heb zelf nooit veel belang gehecht aan dat vijfde spoor, maar het was er een”, verklaarde de onderzoeksrechter.

De burgerlijke partijen willen weten waarom de onderzoeksrechter nooit de leiders van het Front de la Jeunesse heeft ondervraagd: “Omdat ik geen enkel tastbaar bewijs had. Ik heb niet de roeping om aanklachten te formuleren die ik niet kan staven”, antwoordt de onderzoeksrechter gevat, “een aanklacht is meer dan een verdenking”. Toch was het duidelijk dat de brandstichting door uiterst-rechts was georganiseerd. Heeft de onderzoeksrechter dan nooit het dossier van het Front de la Jeunesse opgevraagd? “Nee, net zo min als dat van de VMO, die er volgens mij nog dichter bij betrokken was”.

Op vraag van de burgerlijke partijen en met instemming van de verdediging en het parket, zal men pogen tegen de volgende zitting (woensdag 2 juni) de dossiers van het Front als privémilitie en het dossier omtrent de foltering van een linkse sympathisant in de Front-bunker, ter informatie bij het dossier van de brandstichting te voegen.

Bron: Het Laatste Nieuws | 22 mei 1982

Pour en de Prinsen van het kwaad

Getipt door een lezer uit het Brusselse taxi-milieu, kwam hoofdredakteur Garot op het spoor van Yves Trousson, een oud-vreemdelingenlégionair van 27 jaar, kastelein van ‘The Cross Inn’, een ‘pub’ op de Schaarbeekse Rogierlaan, lid van het extreemrechtse Front de la Jeunesse en binnen die kring aangeduid met de kodenaam ‘Popeye’, (de spinazie-krachtpatser), chef van de strafexpeditie tegen het weekblad.

Pour moest monddood gemaakt worden omdat hel ondubbelzinnig de verdediging op zich neemt van ‘bougnouls’ (onvertaalbaar walgelijk, maar goedklinkend schimpwoord, afgeleid van het Arabisch, denigrerend gebruikt tegen Noord-Afrikaanse gastarbeiders), kommunisten, homofielen en andere uitgespuugde minderheden. Toen de speurders van de zaak Pour na wekenlang Sherlock Holmes-werk voldoende bewijsmateriaal hadden verzameld greep de politie in, Popeye en een viertal mededaders werden opgepakt. Een van hen echter, een zekere Jean-Philippe van Engeland, werd, alle aanwijzingen ten spijt, ongemoeid gelaten. Er moest een perskonferentie (dinsdag 8 september) aan te pas komen tijdens dewelke Pour die laksheid aanklaagde om de zwaar verdachte twee dagen later van zijn bed gelicht te zien.

Werd Pour enkel het slachtoffer van primairen die zich wilden uitleven? Nee, zegt Garot, zij zijn slechts het werktuig geweest, het voetvolk, het ‘kanonnenvlees’. In de afgelopen jaren heeft het weekblad zich machtige vijanden bij elkaar geschreven; vooraanstaanden, ministers, notabelen, grijze eminenties van ons maat-
(…)

Bron: Knack | 1981

De rest van het artikel ontbreekt jammer genoeg.

9

Merovinger wrote:

Getipt door een lezer uit het Brusselse taxi-milieu, kwam hoofdredakteur Garot op het spoor van Yves Trousson, een oud-vreemdelingenlégionair van 27 jaar, kastelein van ‘The Cross Inn’, een ‘pub’ op de Schaarbeekse Rogierlaan, lid van het extreemrechtse Front de la Jeunesse en binnen die kring aangeduid met de kodenaam ‘Popeye’, (de spinazie-krachtpatser), chef van de strafexpeditie tegen het weekblad.

Uit een Franstalig artikel uit 1991:

A la base de ces révélations se trouve un certain Armand Stroobants. Selon la version du rédacteur en chef de Pour, ce jeune gars un peu paumé qui, par ailleurs, est le fils d'un collaborateur occasionnel de Pour, est venu le trouver afin de lui confier qu'il a failli être recruté pour participer à l'attentat. Au dernier moment, il aurait réfusé de se lancer dans l'avonture.

Là-dessus, Garot entame une enquête dont les recoupements confirment les déclarations de Stroobants. A partir de ces renseignements, les investigations menées à la PJ par Luc Versonnene et de Serge Sabourin prennent un nouveau tour.

Bron: Libertés | 15 februari 1991

Is die Armand Stroobants de "lezer uit Brusselse taxi-milieu"? Het is sowieso interessant dat het "Brusselse taxi-milieu" hier genoemd wordt.

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube

10

Le journal "Pour", turbulent enfant de Mai 68

Tapez "journal" + "Pour" sur Google, et vous ne retrouverez que de lointaines références. Cet hebdomadaire belge n'a pas d'histoire sur le Net, ni dans les livres, et pourtant, il agita tellement la Belgique dans les années septante que des militants d'extrême droite finirent par mettre le feu à ses bureaux et son imprimerie, le 5 juillet 1981, au 22 rue de la Concorde à Ixelles.

L'ancêtre des tabloïdes

"Pour" était un enfant de Mai 68. Véritable bouillon de culture, cet hebdo créé en 1973 avait quelques décennies d'avance avec son format tabloïde et ses couleurs tapantes de page Une. Le journal était réputé pour ses enquêtes. Son fondateur, animateur et rédacteur en chef était Jean-Claude Garot. C'est lui qui dominait de sa forte personnalité, malgré un fonctionnement autogestionnaire, les ateliers d'Ixelles. Lui aussi qui possédait, entre autres avec sa soeur et sa mère, les droits sur la SA Offpress qui contrôlait "Pour".

Journalistes et pigistes y vivaient dans l'odeur de l'encre.

"Chez "Pour", raconte Garot, j'ai appris à conduire une rotative. J'ai mis une salopette pendant huit ans. On a eu l'honnêteté de se mesurer à des prétentions théoriques". Chaque "travailleur" de "Pour" recevait le même salaire et une indemnité de cinquante euros par enfant à charge. Par principe, le journal refusait la publicité. Résultat : les caisses étaient souvent vides.

Garot empruntait à droite et à gauche, sans toujours rembourser immédiatement. Les militants passaient dans une agence forestoise de la BBL, dirigée par le "banquier rouge" Willy Kalb, pour obtenir des prêts de 100000 FB avec la soi-disant intention de rénover leur salle de bains. "Je pense que j'ai dû avancer entre 8 et 10 millions de FB à l'époque", se souvient Kalb, aujourd'hui à la retraite. "J'ai connu beaucoup d'organisations révolutionnaires. Chez "Pour", c'était différent, il y avait un souffle de liberté".

Des artistes solidaires

Garot obtenait aussi des dons. "La première rotative de "Pour" a été financée par deux personnes", explique le fondateur du journal. "Il y avait Anna Jones, une Américaine issue d'une famille de Puerto-Rico. Je l'avais rencontrée à Cuba et elle fit don de ses biens à des mouvements révolutionnaires et à "Pour". La deuxième personne est Isy Fiszman, un créateur de happenings et collectionneur d'art contemporain qui m'a mis en contact avec plus de trente artistes, dont Yoko Ono. Un Daniel Buren a ainsi été vendu dix millions de francs belges à Saatchi & Saatchi".

Situé dans la mouvance de l'extrême gauche, majoritairement anticommuniste, l'hebdomadaire prit pour cibles privilégiées l'extrême droite et les barons de CEPIC, le Centre politique des indépendants et cadres chrétiens qui avait été créé au PSC pour contrer l'influence des démocrates chrétiens. Pendant plusieurs années, les journalistes de "Pour" levèrent d'innombrables lièvres - l'entraînement de la milice flamande du VMO à La Roche dans les Ardennes, les réunions "fascistes" au château du baron de Bonvoisin, le fichage des syndicalistes par la gendarmerie ou encore l'affaire Paul Latinus, du nom d'un militant du Front de la Jeunesse qui travaillait au cabinet ministériel de Cécile Goor.

"Pour" publiait des documents exclusifs in extenso et se faisait beaucoup d'ennemis, reprochant aux policiers, aux gendarmes et à la Sûreté de faire plus la chasse aux militants de l'extrême gauche qu'à ceux de l'extrême droite.

Il y avait une liberté de ton chez "Pour". Il y eut aussi des dérapages - des articles flirtant avec la pédophilie ou trop complaisants avec le régime de Pol Pot.

Au cours de ces années qui sentaient le souffre, Garot fonçait droit devant lui. Il attirait à lui les meilleurs journalistes (et les femmes) et les incitait à se dépasser. "Ce fut une expérience extraordinaire, un peu hallucinée, stimulante. On travaillait près de 80 heures par semaine", se rappelle Michel Gheude, qui rejoignit l'équipe de "Pour" après l'incendie. "Garot était ce que j'appelle une bonne crapule, qui n'avait peur de rien. Il faisait le travail qu'un petit fonctionnaire n'aurait jamais fait".

Grâce à ses liens avec le dessinateur Franquin, l'hebdomadaire publia des planches qui sont aujourd'hui des collectors. Ainsi le numéro 378, en septembre 1981, contenait un supplément BD avec des dessins inédits de René Follet, Sokal, Jacques Tardi et Franquin...

L'après-incendie

Après l'incendie du journal, des centaines de personnalités, journalistes ou simples militants exprimèrent leur solidarité. "Nous voulons un pluralisme de gauche qui fasse le plein de toutes nos voix et qui formule sans nous trahir, nous réduire, nous caricaturer, nos aspirations, nos revendications, nos exigences", écrivit Pierre Mertens dans un billet.

Même Paul Van den Boeynants, qui avait été étrillé par le journal, se fendit d'une lettre pour constater qu'avec cet attentat, "on a simplement réussi à créer un courant de sympathie pour "Pour", même des gens comme moi qui sont contre Pour"... Malgré l'élan de solidarité et un journal de soutien qui parut l'été 1981 avec le titre "Ils ne nous feront jamais taire !", l'hebdomadaire ne réussit jamais à se relever. Pendant un an, il vivota avec peu de journalistes et beaucoup de pigistes mal payés. Un projet de créer un quotidien sombra corps et biens. Dix-huit travailleurs sur 27 furent licenciés en mai 1982, provoquant un séisme dans l'entreprise. Criblé de dettes, Garot jeta le gant.

Bron: La Libre | Christophe Lamfalussy | 9 mei 2008

"Le monde est dangereux à vivre! Non pas tant à cause de ceux qui font le mal, mais à cause de ceux qui regardent et laissent faire." Volg ons via » Facebook | twitter | YouTube